(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Verhandelingen uitgegeeven door de Hollandse Maatschappye der Wetenschappen te Haarlem"

T^^-7. 



1 




&/-g 



VERHANDELINGEN 

ÜITGEGBEVEN DOOR DE 

H OLLA-NDSCHE 

MAATSCHAPPYE 

DER 

^WËETENSCHAPPEN, 

T E 

HAARLEM. 
ZESDEN DEELS, 

TWEEDE S T ü K. 






f>/z/<^? . 



VERHANDELING EN 

UITGEGEEVEN DOOR DE 

HOLLANDSCHE 

MAATSCHAPPYE 

DER 

WEETENSCHAPPEN, 

T E 
HAARLEM. 

ZESDE NDEELS, , 

TWEEDE STUK. 




TE HAARLEM, 

By J. BOSCH, 

Drukker van de Holkndfche Maatfchappye der 

Weetenfchappen. ïj62. 

Met Privilegie der Ed. Gr. Mog. Heeren Statten 

van Holland en Wefivriejland. 




VII 

VOORBERICHT 

VAN. 
De Hollandsche Maatschappye 

DER WeETENSCHAPPEN. 



&.^?m§. edert de Uitgave van het 



%\Z e |i? Vvfde Deel der Verhan- 
l|*5y^g delingen van decze Maat- 
mm^^h f c h a ppye Z yn 'er , ten haa- 
ren opzichte , zaaken voorgevallen , 
waarvan zy noodig vind het alge- 
meen 3 zo ver het belang ftelt in naa- 
ren toeftand te weeten, by deezen 
kennis te geeven. 

Door den dood zyn haar , tot haa- 
refmerte, ontrukt twee Directeu- 
ren , naamlyk de Weledele Geftren- 
ge Heeren Mr. PIETER REN- 
DORP , Bttrgemeefter en Raad 

* 4 . der 



vin VOORBERICHT. 

der Stad Amfterdam &. 8 Dcc. 1760 
overleeden, en Mr. PIETER van 
den BROECK, Raadïn de Vroed- 
Jchap en Burgemeefier der Stad 
Haarlem , geftorven op d. 3 Jan. 
176 1 : mitsgaders twee Leden, te 
weeten de Hooggeleerde Heeren 
FRANCISCUS OUDEN- 
DORP ; en PETRUS van MUS- 
SCHENBROEK, beiden Profes- 
foren op 's Lands Univerfiteit te 
Leiden , de eerftgem. op d. 1 4 Febr. 
1761 en de tweede op d. 19 Sept. 
van dit zelfde Jaar. 

Op d. 21 May 1761 zyn aange- 
fteld tot 

Directeuren: 

De Wel Edele Geflrenge Heeren 

Mr. G. P. BOUD AAN, Burge- 
meefier en Raad der Stad Am- 
Jferdam. 

Mr. 



VOORBERICHT, ix 

Mr. ISAAK SCHWEERTS, 
Schepen en Raad van de laatfl- 
gemelde Stad; 

Mr. PIETER VERMEULEN, 

Kaad in de Vroedfcbap en nu 
Scheepen deezer Stad Haarlem. 

Tot Leden, de Heeren • 

GERARD, BARON van 
S WIETEN, Raad en Eerfte 
' Ly f medicus van ha are Keizer- 
lyke Majefleiten. 

ANTONIUS de HAAN, Raad 
en Lyfmedicus van haare •Keizer- 
lyke Majefleiten en eerjïe Hoog- 
leeraar te fVeenen. 

DAVID de GORTER J. Z. 5 

Lyfmedicus van haare Ruskei^ 
zerlyke Majefteit. 

MARTINUS VITRINGA , Pre- 
dikam te Arnhem. 

*.5 *JA--- 



x VOORBERICHT. 

f JACOBUS HOVIÜS i Medi- 
cina Doclor te Avifierdam. 

PAULUS de WIND , Medicina. 
Doclor te Middelburg in Zeeland. 

**JOHANNES FREDERICUS 
HENNERT , Mathematicus 
van Berlyn 9 woonende te Leiden. 

Met opzicht op de Vraagen , door 
de Maatfchappye opgegceven, en de 
ingekomene antwoorden , heeft zy 
inhaare vergaderinge op d. 11 Mey 
van dit Jaar 1761 geoordeeld, dat 
aan gééne der Antwoorden op de 
Vraage in het voorledene jaar 1760 
voor de tweede maal opgegeeven 5 
(welke zyn de natuurlyke oorzaa- 
ken y waarom de Rundveeflerfte nu 
zoo veel langer duurt dan in vori- 
ge tyden : en welke zyn de befle 
Voorzorgen 9 om dezelve van ons 
Vee af te wenden , als het op Stal 
flaat en de Ziekte in onze nabuur- 

fcbétg 



VOORBERICHT, xï 

fchap begint te ontfleekenf^) deprys 
kan toege weezen worden. Ook is 
befloten, dezelve Vraag niet weder 
op te geeven. En, terwyl de Ant- 
woorden op de Vraage (over de wor- 
ding ofte maaking van het Zog of- 
te de Melk ïn Zwangere ofte eerfi- 
verlofte Ki-aamvrouwen , op welke 
maniere het te doen Teemzeerder en 9 
p r e? , minderen , en in het geheel te 
doen op dr oo gen ofte verdwynen ; wel- 
ke toevallen het Zog meefi veroor- 
zaake r en de ?nanier om deZeiven 
voor te komen ofte te geneezen?^) 
niet voldoende gevonden zyn , voor- 
naamlyk met opzicht tot de Zogver- 
plaatzingen, derzelver oorzaaken, 
kenmerken , toevallen , als mede 
hoe-ze voor te komen en tegenee- 
zen, word deeze Vraage ten twee- 
den maale opgegeeven. 

Ook is beflooten tot eene Vraage 
voor dit Jaar daar by te voegen : 
welk is het beflebefiier* het geen 

men 



xii VOORB ER IC H T. 

men moet houden omtrent hef Hg- 
chaam der Kinderen 5 zoo met op- 
zicht tot hunne Kleeding 9 Voedjel, 
Qeffèning als anders , van hunne 
geboorte af^ geduurende hunne 
kindsheid om-ze lang en gezond te 
doen keven. 

Ook is befloten tot eenc Vraa- 
ge daarby te voegen welken zyn 
de befte middelen om onze landen^ 
zoo hoogen , als laagen 3 elk naar 
zynen aart ten meeften voordeek 
aan te leggen. \ 

De prys op het beantwoorden 
van elk deezer Vraagen gefield , is 
eene Goude Medaille als naar ge- 
woonte. 

De Antwoorden op de voor- 
noemde Vraagen , moeten naar ge- 
woonte j niet met den eigenen naam 
der Schryveren, maar met eene 
Zinfpreuk ondertekend en met een 
Verzegeld Billet 5 het welke de- 
zelfde Zinfpreuk tot opfchrift. heeft, 

waarin 



VOORBERICHT, xm 

waarin des Schryvers naam en adres 
gemeld zyn, vergezeld, met op- 
zicht tot de twee eersten, voor het 
begin van Maart 1762. en op de 
derde Vraage voor het begin van 
Maart 1763. aan C. C. H. vander 
Aa , Secretaris deezer Maatfchap- 
pye , zeer leesbaar gefchrceven , in 
het Nederduïtfch 9 Franfch of- 
te Latyn , Franco , gezonden wor- 
den. 

Zeer ftrekt het der Maatfchappye 
tot een nieuwen Ipoor en prikkel 
om haar begonnen werk met allen 
yver voort te zetten, dat niet al- 
leen het algemeen voortvaart haar 
doen en poogingen te begunftigen, 
maar dat zelfs hunne Ed, Gr. Mo- 
genden op d. 30 July van dit jaar 
der Maatfchappye den volgenden 
Openen Brief hebben gelieven te 



geeven, 



OC- 



Jtiv VOORBERICHT. 



O C T R o r. 

De Sta aten van Holland en 

Westvriesland doen te weeten, Alzoo 
Ons te kennen is gegeven by de Directeu- 
ren van de Hollandjche Maatjehappy der 
Weetenfchappen , qpgeregt binnen de ,fiad 
Haarlem , dat eeuige Regenten der gemel- 
de ftad, zoo uit de veelvuldige nafpeurin- 
gen en ontdekkingen der Natuur , en haa- 
re Verborgentheedcn, alsmede van de Wee- 
tenfchappen tot de Heel- Artfeny- en Wis- 
hinde behoorende, en op deeze laatfte be* 
ruftende: als AJironomie, Geometrie, Na- 
vigatie, Perfpe&ive, e?iz. welke dejegen- 
woordige Eeuw had voort gebragt , en waar 
van de in Druk uitgegeeve curieufe Ver- 
handelingen oimcdirfpreekelyk bewjs kwa- 
men uit te leveren, als mede uit gesprekken 
met kundige engeleerde Luiden, over zoo- 
danige ftoffen gehouden, hebbende befpeurd 
den luji en y ver van veele, om mede zvelte 
willen toebrengen tot voortzettinge van 
konpen, bekentmakingen van nutte uitvin- 
dingen ,_ aanmoediging tot verdere Ontdek- 
kingen in" de gemelde Weten fchappen , met 
al wat gedyen konde tot opwekkinge van ten 
goede leidende bejpiegelïngen in het alge- 
meen 



VOORBERICHT, xv 

meen , maar byzonderlyk uit zugt tot be- 
houd en welft and van ons lieve Vaderland 
en deszelfs ingezeetenen , Confervatie van 
Dyken en Stranden , enz, met den anderen 
te raade waren geworden , omme in Mey 
des Jaars 1752 op eigene beur [e aan te 
gaan een Sociëteit , tot die goede en groote 
eindens ingerigt, dat zy teffens geperfua- 
deerd zynde , dat hunne gemelde inzigten 
niet konden bereikt worden door een klein 
getal perfoonen , allen woonachtig in een 
en dezelve plaats , kort daar na verfcheide 
perfoonen van naam en verdien ft en, ieder 
in zyne profejfte , hadden verzogt om deel te 
willen neemen in dezelve Sociëteit , met dat 
gevolg , dat ettelyke Geleerden in verfchei- 
de plaatfen der Supplianten nodiging met 
aangenaamheid hadden geaccepteerd, in 
zulker voegen , dat ten einde van dat zelve 
jfaar het getal der Leeden van die Maat- 
fchappy bereids was aangegroeid tot drie- 
entwintig , alle honorable en daar onder 
zeer aanzienlyke Leden. En nog mede 
overweegende , dat of 'wel de geletterde Lui- 
den , tot voortzettinge van loffelyke zaaken, 
eigentlyk geanimeerd moefteu worden door 
innerlyke genereusheid , om der weereldmee- 
de te deelen kundigheeden, welke zy zelfs 
door onvermoeide ftudien en proefneemingen 

' van 



xvi V O O R B E R I C H T. 

van veele jfaaren, en dikwils niet zonder 
noemenswaardige koften bekoomen hadden , 
egt er woordelyke roem, en zaakelyke erken- 
tenis , fchoon gering , iets , behoudens edel- 
moedigheid , konden Contribueeren om zig 
moeite en koflen te get rooft en , hadden de 
aanleggers der Maatjehappy e ook goedge- 
vonden aan zulke , die opgegevene Vraagen 
beft en naar hun oordeel voldoende zouden 
beantwoord hebben, te begiftigen meteenen 
Gouden Penning, op de rand voorzien met 
den naam van den geenen die den zelven 
zoude Ont fangen , en het Getal des Jaars 
waarin dezelve zouden worden gegeeven. 
Dat Directeuren der gemelde Maatfchap- 
py, op zulken voet voortgaande , veele an- 
dere perjbonen zoo binnen als buiten ds 
Vereenigde Nederlanden van tyd tot tyd 
daar toe waren geaccedeerd , en onder de- 
zelve de Hoog ■ geboore en Hoogvorftelyke 
Perfonagien , die zelfs niet beneden zig 
geoord eld hadden , aan de tnededire&ie 
van deze Maatjchappye de hand te kenen : 
Derwyze dat dezelve binnen den geringen 
hop van neegen Jaaren , buiten 's lands 
al zoo veel Reputatie verwurven had, dat 
vermaarde Etablifementen vangelyken aart 
met aeeze Maatfchappye waren getreeden in 
Correfpondentie j en dat zy door andere 

ins- 



VOORBERICHT, xvn 

insgelyks daar toe zelfs was genodigd en 
aangezogt : alles met dat aanmerkelyk fuc~ 
ces , dat door deeze Maatfchappye reeds 
waren uitgegeeven vy f Boekdeel en , in Oc- 
tavo , zynde het zesde althans ter druk-' 
perfe, vervuld met zoo Curieufe Nafpeu- 
ringen, en in 't algemeen zoo behaag lyke 
Verhandelingen , dat dezelve , hoewel ge- 
fch reeven in de Nederduitfche Taaie, wel- 
ker gebruik buiten de Vereenigde Provin- 
tien niet verre uitgebreid was , nogtans ten 
aanzienlyken getale getrokken, ja dat twee 
derzelver nu alten tweeden maale gedrukt 
waren geworden , en reeds in de Hoogduit- 
fche Taaie ten deele waren overgezet, en 
verdere apparentie was , dat dezelve ook in 
de Engelfche en Franfche Taaien flonden 
overgezet te iwrden ; dat de gemelde Lof- 
felyke oogmerken, zoo zy meenden die te 
mogen noemen , door de fpreuke TER. 
EERE GODS en TEN NUTTE 
DES VADERLANDS (Deo &> Pa- 
triae ) uitgedrukt en in de Voorrede van 
het Eerfte Deel hunner uitgegeevene Ver- 
handelingen, klaar en in het breede open- 
gelegd , niet alleen verworven hadden de 
goedkeuring van veele zeer geleerde, kun- 
dige en door hooge geboorte , eminente func 
tien of anderfmts aanzienlyke en hoogagt* 
VI. Deels, 2. ftuk. ** baa 



xvin VOORBERICHT. 

laars, Leeden , die reeds ten ge-taak van 
ruim neegentig, wier uaamen in de berig- 
ten voor de refpeclive Verhandelingen ge- 
vonden wierden , waren aangegroeid , maar 
dat ook de Maatfchappye zelfs gekoomen 
was tot meerdere agtinge en lui f er , als 
men van zoo geringe beginfelen in een reeks 
van ^jfaaren zoude hebben durven verwag- 
ten ofhoopen. Doch dat de fupplianten in 
agting neemend? , dat hoe gelukkig ook de 
fuccesfen der gemelde Maatfchappye zig 
hadden opgedaan, dezelve nogtans tot dus 
verre maar was het doen van particuliere 
welmeenende Perfoonen, niet gefaafd door 
het refpe&abel gezag en het gedeclareerde 
ivelgevallen der Souveraine Overigheid, en 
dat in andere Landen , zoo Koningryken 
als magtige Vorf endommen , op gelyke wy- 
ze Maatfchappyen. onder diverfe Titulen 
door byzondere Perfoonen zynde aangevan- 
gen , by voortgang derzelve de gunftige at* 
tentie en approbatie van derzelver Souve- 
raïnen verkreegen hebben , daar door ook 
by alle en een iegelyk verre en naby, als 
geappwb eerde en by Publicque Authoriteit 
bevefiigde Maatfchappyen wierden geconfi- 
dereerd en aangezien , hadden geoordeeld in 
den voordeeligen toef and tot welken deeze 
Maatfchappy bereids gejleegen was , en 

na- 



VOORBERICHT. xïx 

nu dat zy nu blyhn van haare , zoo zy 
vertrouvide , allezints loffelyke inzigten ge- 
geeven hadde , ook te moogen hoopen dat 
wy, ter aanmoediging van alle die de lette- 
ren en voeteufchappen beminden , om te voil- 
len Contribueeren tot de goede oogmerken 
deezer Maatfehappye , Om wel zouden ge- 
lieven te verwaardigen , om insgelyks de- 
zelve met eenig blyk van onze hooggunft/ge 
attentie en 'welgevallen te favorifeeren en U 
honoreeren , het in die hoope en dat vertrou- 
wen was , dat de fupplianten ae vryheid 
naamen zig te aidresfeeren aan ons , en met 
alle eerbied te verzoeken dat het onze ge- 
ïiefte zyn mogte , ter verdere aankwekinge 
van de pryzelyke intentie der Leeden , $è 
voorfz. Maatfchappy op eigene beurfe aan- 
gevangen hebbende , en voornemens zynde 
daar in onder Gods zegen te Continueeren , 
en tot meerderen roem en lui ft er buiten 's 
Lands, door hoogft onze Authorlteit te ap- 
probeeren en onder en met den titul van de 
Hollanfche Maatfehappye der Weeten- 
fchappen binnen de ftad Haarlem te be- 
hragtigen en ten bewyze van dien derzelver 
aangenoome Spreuke , Deo & Patriae te 
laudeeren, mitsgaders derzelver Zegel, met 
de legende of het randfehrift Sigillum Socie- 
tatis Scientiarum Batavo - Harlemenfis 

2 v U 



xx VOORBERICHT. 

te approbeeren en bevefligen , en daar toe te 
voegen zoodanige andere en meerder blykcu 
van onze Approbatie en .Confirmatie , als 
wy naar onze hooge wysheid en begunfti- 
ging van alle eeriyke en loffelyke weeten- 
fchappen, tot bereiking van der Supplianten 
falutair en heilzaam oogmerk , gerigt ten 
nutte des lieven Vaderlands , mee f Conve- 
nabel zouden oordeelen : mitsgaders daartoe 
te verkenen Brieven in Optima & Com- 
muni forma : Zoo is 7 , dat wy de zaak 
en het verzoek voorfz. overgemerkt hebben- 
de en geneegen wezende ter beede van da 
Supplianten, en haar prysfelyk voorneemen 
allezints laudeerende, en gunflig zynde om 
tot accres van deszelfs luifler zoo binnen 
als buiten 's hands op alle wyze te Contri- 
bueeren ter bevordering der weetenfehappen, 
uit onze regt e wet enf chap , Sou ver aineMagi 
en Authoriteit hebben goedgevonden aan ds 
Supplianten derzelver gedaan verzoek te, 
accordeeren , en mitsdien te Approbeeren en 
te O&royeeren de voorfz. Maatfchappye der 
Weet en f happen, zoo als wy dezelve Ap- 
probeeren en O&roujren by deeze, dezelve 
bekragiigmde. onder en met den titul van de 
Holiandiche Maatfchappy der Weeten- 
fehappen binnen de f ad Haarlem, en ten 
bewyze van dien laudeerende de Spreuke 

Deo 



V O O R B E R I C H T. xxi 

Deo & P atria?, by dezelve Maatfchappy 
aangenomen , met Approbatie en beveili- 
ging van derzelver Zegel met de Legende of 

' het randjc/iri/t , Sigillum Societatis Scien- 
tiarumBatavo-Harlemeniïs : Lajiendeeen 
ieder, dien het aangaan zal , zig hier naa 
te Reguleeren. 

Gedaan in den TIage onder Onzen groo- , 
ten Zegele, hier aan doen hangen den der- 
tigen July in het Jaar Onzes Heeren en 
Zaligmakers duizend zeven honderd en een 

■ <en zeftig. 

QWas getekend') 

P. STEYN, 

(Onderfiond') 

Ter Ordonnantie van de Staaten 
{Was Getekend) 

ARIS V, D. MIEDEN. 



** 3 Dank- 



xxn VOORBERICHT. 

Dankbaarheid voor zoo gunftig 
vertrouwen op Direótcuren en Le- 
den deezer Maatfchappye door 's 
Lands Souvcraine Overheid ge- 
field , gevoegd by de aanhoudende 
goedkeuringe van het Algemeen, 
zal de Maatfchappy haare poogin- 
gen doen verdubbelen om het wel- 
zyn des Vaderlands (zoo veel dat 
haar aangaat) te behartigen en daar- 
door dat Hooge Vertrouwen en 
die Goedkeuring altoos te verdie- 
nen, 

Uit naam van de Maatfchappy: 

C. C. H. vander Aa. 



Haarlem d. 28 December 
1 7 6' 1. 



NAAM- 



( XXIII ) 

NAAMLYST 

DER TEGENWOORDIGE 

H E E 11 E N O 

DIRECTEUREN 

Van de HOLLANDSCHE MAATSCMAP- 
PYE der WEETENSCHAPPEN , . 

Gefchikt naar de Orde des tyds. 

Mr. ARENT de RAET, Raad in de Voed- 
fchap en Burgemeefter Sc. &c. der Stad 
Haarlem den 21. Mey 1752. 

Mr. PIETER van SCHUYLENBUPvCH , 
Heer van Moermand, Raad in de Vroedfckap 
en Burgemeefter &c. Sc der gemelde fiad, 
den 21 Mey 1752. 

Mr. CORNELIS ASCANIUS van SYPE- 
STÈYN , Raad in de Vroedfchap en Hoofd- 
officier deezer [iad Haarlem enz. enz. den 
21 Mey 1752. 

Mr. ANTONIS SLICHER, Raad in de 

Vroedfchap en Schepen Sc. Sc van dezelve 
{iad den 21 Mey 1752. 

Mr: JOOST HUYGHENS, Raad in de Vroed- 
fchap en Schepen Sc Sc der gemelde ftad t 
den 21 Mey 1752. 

AN- 

(*) De fterretjes zyn gevoegd voor de naamen dier Hee- 
ren, welke in dit Deel iets gegecven hebben, en het getal; 
der fterretjes wyft aan 5 hoeveel Verhandelingen zy gaven. 

** 4 



( XXIV ) 

ANDRIES HESHUYSEN, Raad in de Vroed- 
fchap en Schepen enz. enz. der bovengenoemde 
Jlad den 21 Mey 1752. 

Mr JAN THEODORUS KOEK, Raad in de 
Froedjchap en Schepen enz. enz. der gemelde 
Jlad den 21 Mey 1752. 

Mr. JAN HENDRIK van DAM Junior , Se- 
cretaris van voorgen. jtad Haarlem enz. enz. 
den 10. January 1753. 

WILLEM, GRAAF van BENTINK, Heer van 
Rhoon en Pendrecht , befchrceven in de Ridder- 
fchap van Holland en Weftvriejland , enz. enz. 
den %. April 1753. 

Mr. GERARD AARNOUT HASSELAAR , 

Burgemeejler en Raad der Stad Amfterdam 
enz. enz. den 6. Nov. 1753. 

Zyne Doorluchtige Hoogheid 

WILLEM, 

Prins van Oranje en Nassau, 's Lands 
Erfstadhouder, Sc. Sc Sc. Aan wien 
door de Heeren Directeuren de Tytel van PRO- 
TECTOR deezer Maatjehappy is opgedragen 
den 31 July 1754. 

Mr. CORNELTS AARNOUT van BRAKEL, 

Raad in de Vroedfchap en Schepen der Jlad 
Haarlem Sc. Sc den 31 July 1754. 

Mr. DANIËL JAN CAMERLING, Raad in 
de Vroedfchap en Schepen der ftad Haarlem 
Sc Sc. den 15 July 1755. 

Mr. 



( XXV ) 

Mr. DAVID van LENNEP, Raad inde 
Vroedjchap en Schepen der gem. Jlad enz. enz. 
den 15 July 1755. 

Mr. JAN FREDRIK PARVE , Raad in de 
Vroedjchap en Schepen der voorn, ftad enz. enz. 
den 15 July 1755. 

Mr. LUCAS GYSBERT ROUSE, Burge- 
meefter der ftad Zwolle, enz. enz. den 15 
July 1755- 

Mr. JONAS WITZEN, Schepen en Raad dei- 
Stad Amfterdam, enz. enz. den 15 July 1755. 

ANTONI KUITS, Raad in de Vroedjchap en 
Burgemeejler der Stad Haarlem, enz. enz. den 
1 Feb. 1757. 

Mr. JAN DIEDER IK PAUW, Geboorf. 
HOEUFFT , Heer van Buttingen en Zand- 
voort , Heemjlede , Rietwyk enRiefwykeroort , 
Raad in de Vroedjchap en Schepen der voorgem. 
jlad Haarlem, enz. enz. den 1 Feb. 1757. 

Mr. JOHANCARELvanCATTENBURCH, 

Heer van Grypskerke en Poppendamme , Raad 
in de Vroedjchap en Schepen der Stad Gouda, 
enz. enz. den 1 Feb. 1757. 

Zyne Doorluchtige Hoogheid 

LUDOVICUS ERNESTUS, Hertog van 

Brunswyk JVolfenbuttel, Veldmarjchal van het 
Roomjche Ryk en der Vereenigde Nederlanden , 
Gouverneur van V Hertogenbojch , &a. &c. &c, 
den 22 Mey 1758. 

** 5 Zyne 



( XXVI ) 

Zvne Doorluchtige Hoogheid 

CAREL, Prins van NaJJau f Veilburg , Gene- 
raal, en Collonel van een Regiment , ten dien/ie 
deezer Landen &c. Sc &?c. den 22 Mey 1758. 

NICOLAAS WILLEM KOPS, Koopman te 
Haarlem, den 22 Mey 1758. 

Mr. CO RN E LIS WALRAVEN VONCK, 

Richter en Oudburgcneefter der Stad en des 
Scbependoms van Nymeegen, den2oJuny 1758. 

Mr. ABRAHAM PERRENOT, Burgemeefter 
der Stad en Rent me e (Ier des Graaffcbaps C ui- 
lenburg, den 20 Juny 1758. 

JAN van BORSSELE, Fryheer van Borfjele ter 
Jiooge , Eer ft e edele van Zeeland, &c.&c.&c. 
den 22 Aug. 1758. 

Mr. PIETER STEYN, Raadpenfionaris en 
Grootzegelbewaarder van Holland en l¥e(l- 
Jriejland Sc. Sc. den 21 Mey 1759. 

Mr. W. C. OCKERSSE, Heer van 's Graven- 
polder , Burgemeefter der Stad Zierikzee Sc 
Sc den 21 Mey 1759. 

Mr. H. APPELS , Secretaris deezer flad Haar- 
lem Sc. Sc den 21 Mey 1760. 

Mr. G., P. BOUDA\N , Burgemeefter en Raad 
der fiad Amfierdam ,Sc Sc den 2 1 Mey 1761. 

■; ISAAK SCHWEERTS, Schepen en Raad 
.er ftad Amfierdam, Sc Sc den 2 1 Mey 1 761. 

Mr. 



( XXVII ) 

Mr. PIETER VERMEULEN , Raad in de 
Vroedschap en Schepen dcezer Jlad Haarlem , 
den 21 Mey 1761. 



NAAMLYST 

VAN DE TEGENWOORDIGE HEEREN 

LEDE N 

Naar orde van hec inkomen. 

*C. C. H. vander Aa, Leer aar der Gemeente , 
toegedaan de Onveranderde Jugsburgfche Con- 
fesfie binnen deeze (iad Haarlem, Secretaris 
deezer Maatfcbappye , den 21 Mey 1752. 

-JAN ENGELMAN, Mcd. Dottor, en Toeziener 
van 's Gemeenen hands werken van Rhynland, 
op Zwanenburg, den 6 Juny 1752. 

* JAN NOPPEN, Toeziener van 's Gemeenen 

Lands werken vvn Rhynland , en Schout 'op 
Sparendam, den 6 Juny 1752. 

PIETER SANNIE, Chirurgyn , Stads Vroed- 
meefter en Lettor in de Vroedkunde te Haarlem , 
den 6 Juny 1752. 

JOHANNES ALBERTI, Ptof. te Leiden, den 

22 Aug. 1752. 

** Mr. JOHAN LULOFS , Prof. te Leiden , 
den 22 Aug. 1752. 

Mr. 



( XXVIII ) 

Mr. A. WEIS , Prof. te Leiden , den 22 Aug. 1752. 

J. D. GAUBIUS, Prof. te Leiden, en L; f 'medi- 
cus van zyne Doorl. Hoogheid den Heere Erf- 
ftadbouder &V. &c. den 22 Aug. 1752. 

HENRICHFLORE^SSYBEL, Predikant te 
Kleef, den 22 Aug. 1752. 

CORNELIS DOUWES, Mathematicus en 
JLxaminatcur der Officieren en Stuurlieden we- 
gens het Edehnogende Collegie ter Admiraliteit 
te Amflerdam, den 22 Aug. 1752. 

Mr. PETRUS BURMAN , Prof. te Amfler- 
dam, den 21 Nov. 1752. 

WILLEM OTTO REITZ, Rettor en Lettor te 
Middelburg, den 21 Nov. 1752. 

THOMAS SCHWENCKE, Prof. in 's Hage , 
den 6 Dec. 1752. 

JOHANNES N1COLAUS SEBASTtANUS 
ALLAMAND , Prof. te Leiden , den 10 Jan. 

1753- 

JAN SNELLEN, te Rotterdam, den 10 Jan. 

1753- 

JOAN GEORGE HOLTZHEY , Medailleur 
te Am fier dam, den 10 Jan. 1753. 

**L. S. de CRVUTZNhCïi,Generaalvandc 
Artillerie , ten dienfte van deezen Staat , Sc. 
Sc. den 10 Jan. 1753. 

CA- 



( XXIX ) 

CAROLUS CHAIS , Predikant in 's Hage> 
den 10 Jan. 1.753. 

Mr. P. LYONNET, Advocaat in V Hage, den 
10 Jan. 1753. 

Mr. PETRUS WESSELING, Prof. te Utrecht, 
den 3 Juny 1755. 

■** JOB B ASTER, Med. Doclor te Zierikzee, 
den 15 July 1755. 

Mr. JAN FRANCOIS DRYFHOUT, Advo- 
caat in V Hage , den 15 July 1755. 

MELCHIOR BOLSTRA, Landmeeter van 
Rhynland, den 15 July 1755. 

NICOLAUS ENGELHART, Profejfor te Gro- 
ningen, den 15 July i?55- 

*LEONAPvDUS OFFERHAUS, ProfeJJor te 
Groningen, den 15 July 1755. 

] O HANNES DAVID HAHN, ProfeJJor te 
Utrecht, den 15 July 1755. 

P. de LAVAUX, Major ten dienjie van deezen 
Staat, den 15 July 1755. 

JAN SCHIM , Koopman te Maasjluis , den 

15 J ul Y t?55- 

N1COLAAS STRUIK , Mathematicus te Am~ 
fier dam, den 15 July 1755. 

LAURENS PRAALDER , Lcermeefler in de 
Mathtfis van de Admiraliteit te Rotterdam, 
den 15 July 1755. 

LUDOVICUS CASPARUS VALKENAAR , 

ProfeJJor te Franeker , den 15 July 1755. 

HER- 



( XXX ) 

HERMANNUS VENEMA, Profe/Jlr te Fra- 
nekèr, den 22 Mey 1758. 

* N. YPEY , Profejjbr te Franehr , den 22 
Mey 1758. 

J. L. MAGNET , Predikant in de Gk/i rmeer- 
dc Walfche Gemeente te Haarlem , den 22 
Mey 1758. 

J. GRASHUIS, Md. Doctor te Hoorn, den 22 

Mey 1758. 

* C. DOERFFEL , Genees- en Hcchivr/lcr van 
's Lands Hojpitaal te Cnracao , den 22 Mey 
1758. 

DAVID RUHNKENIUS, Prof ejjor te Leiden , 
den 22 Mey 1758. 

Mr. N1COLAAS BONDT, Advocaat te Am/Ier- 
dam, den 22 Mey 1758. 

Mr. JAN de GROOT, Advocaat in V Hage, 
den 22 Mey 175S. 

** DIRK KLINKENBERG , Ordinaris Klerk 
ter Secretarie van Holland, den 22 Mey 1758. 

BERNARDUS SIEGFRIED ALBINUS, Pro- 

fejfor te Leiden , den 20 Juny 1758. 

J. F. MARTFELDT, Coloncl van de Artillerie 
ten dien/ie van deezen Staat in 's Hage , den 
20 Juny 1758. 

Mr. HENRICUS CANNEGIETER, Profejfor 
en Rector te Arnhem, den 22 Aüg 1758. 

WILLEM ALBERT BACHIENE, Joh.Zoox. 

Jon. 



( XXXI ) 

Jon. Hendr. Broeder , Predikant in de Ge- 
reformeerde Neder duit f e Gemeente te Maas- 
tricht , den 22 Aug. 1758. 

*A. V. GHERT,V Lands Medicina Doft-order 
Baronnie van Breda , den 21 Mey 1750. 

JOHANNES de GORTER, % L. M. Med. 
& Philof- Doclor en Lyfmedicus van Haar e 
Keizer lyke Majejleit van geheel Rnfiand, den 
21 Mey 1760. 

JOHANNES CASTILLON , Profejfor in de Ma- 
the fis Sc &c. op de Hooge Schoole te Utrecht, 
den 21 Mey 1760. 

** PETRUS CAMPER , A. L. M. PhiL & Med. 
Doclor , Medicina Anat. &f Chir. Profejj'or op 
het lllujlre Aihcnceum te Amfierdam , R. S. 
Lond. Soc. den 21 Mey 1760. 

**MATTHEUS MATY, A. L, M. # Med. 

Doctor , Bibliothecaris van zyne Groot-Brittann. 
Majefteit , Lid van de Koninglyhe Sociëteit te 
Londen, den 21 Mey 1760. 

*C. A. KLOEK HOF, Medic. Doclor en Burge- 
meefter der fiad Kuilenburg &e. &c. den 21 
Mey 1760. 

* SALOMON de MONCHY , Med. Doclor te 
Rotterdam, den 21 Mey 1760. 

JACOB van LIL, Stads Heelmeejier te Rotter- 
dam, den 21 Mey 1760. 

* G. ten HAAFF , Heelmeefter te Rotterdam en 

Steenjnyder te Delft, den 21 Mey 1760. 

GE- 



( XXXII ) 

GERARD, BARON van S WIETEN, Raad 

en Eer/ie Lyf medicus van haare Keizer!. Ma- 
jefteiten, den 21 Mey 1761. 

ANTONIUS de HAAN, Raad en Geneesmee- 
ster van zyn R. K. Majejieit en Eer/te 
ff oogleer aar te Weenen, den 21 Mey 176 1. 

DAVID de GORTER J. Z. \ Med. Doctor en 
ProfeJJbr , Lyj medicus van haare Ruskeizerly- 
ke Majefceit, den 21 Mey 1761. 

MARTINUS VITRINGA, Predikant te Arn- 
hem , den 21 Mey 1761. 

* JACOBUS HOVIUS , Medicina Dottor te 
Amfterdam, den 21 Mey 17Ö1. 

PAULUS de WIND, Medicina Dottor enz. te 
Middelburg in Zeeland, den 21 Mey, 1761. 

**JOHANNES FREDERICUS HENNERT, 

Mathematicus van Bcrlyn, woonende te Leiden, 
den 21 Mey 1761. 

NAAMEN derHeeren die,gééneLeden 
van deeze Maatfchappye zynde , iets 
van hunnen arbeid tot dit Zesde 
Deels Tweede Stuk mede- 
gedeeld hebben. ■ 

** J. van der HAAR , Heelmeefter van het 
Ho/pit aal te 's Bofch. 

* D. H: GALLAND AT, Heelmeester te llis- 
fingen. 

* ... KRIEL , Med. Dottor te Batavia. 

** P. CRAMER, Koopman te Amfterdam. 

* F. vander LOTT, Heelmeefter te EJTeqaebo. 

IN- 



INHOUD 

DER 

VERHANDELINGEN. 

Zesde T)eels , Tweede fluk. 

Aanmerkingen , rakende het verfchil der 
Wei in de Waterzugc, en der Genezings- 
wyze daar uit voortvloeiende , door 
C. A. Kloekhof. . . Bladz.45^ 

Proeve over den Leeftyd \gefchikt ter In- 
entinge der Kinderpokj es , door Dr.Ma- 
ty. . ... 469* 

■ ■■ ter bepalinge van den ouderdom 

der Perfoonen , die Jaarlyks te Lon- 
dnn van etc Kindcrzickie {larven . ctoor 
Dr. Maty. . . . 500* 

Verhandeling over de ProfilenderMuuren ? 
door N. Ypey. * . * 516. 



over de Eyernefl: - Zakwater- 



zucht der, Vrouwen , door J. van der 
Haar. . , . 543, 

- . over de wyze , om de waar- 
dyen der Breuken , te onderkennen of de- 
zelve eindig, oneindig, groot of klein 
zyn, wanmer derzelver Teller enNoe~- . 



INHOUD. 

wer door zekere bepalingen verdwynen , 
door J. F. Hennert. . . Bladz. 628. 

Aanmerkingen over de Genezinge van ee- 
r.ige langdurige Kwaaien , door ecne 
onbekende Heelkundige Operatie, by 
zommige Guineefche Negers in gebruik , 
door D. H. Gallandat. . . 676. 

Uittrek fel van een Brief, over bet voor- 
gaande Onderwerp aan den Secretaris 
der HoJiandfchc Alaatfchappy der Wee- 
tenfchappen , door den Auteur van V 
zelve. . . . 688. 

Bericht nopens eenen Verdronkenen , door 
het Aderlaaten in de Halsaderen her- 
{leid, door G. ten Haaff. . . 696. 

Van de beweegingwelke een Lichaam ver- 

krygC ? -Luurniccf l/ci in het aufitl'ek' 

kings Middelpunt gekomen is , door J. 

F. Hennert. . . . 706. 

Verhandeling over de Bekleedfelen van de 
Huid der Dieren in "'t algemeen , en by- 
zonder over de Schubben der Viflèn, 
door J. Baster. . . 746. 

Brief over de Zwaarlyvigheid , enz. door 
J. Baster. . . . y6j. 

Aanmerkingen over de Geneesmiddelen, 
door], Hovius. . . 7*8* 

Waar* 



INHOUD. 

Waarneeminge over een geBeele Maans- 
verduistering , den 18. Mey 1761, ge- 
daan te Leiden -door J. Lulofs. Bladz. 866. 

m, 1 ■ — — >— — . van Venus op de Zon, den 
6. Juny 1761. gedaan te Leiden door 
J. Lulofs. . . . 869» 

Verhandeling en Aanmerkingen, over ver- 
[cheicle Uitrekeningen en PVaarneemin- 
gen van' den Overgang van Venus voor- 
by de Zon, op den 6. Juny 1761* door 
D. Klinkenberg. . . 874» 

Geneeskundige opheldering van Joannes 
XIX 34. door J. van der Haar. 923, 

Onderzoek , o f de Verdeeldheeden iets ten 
nadeele van het Chrifïendom bezvyzen , 
door C. C. H, van der Aa. . 931» 

Waameeminuen in de Rundveefterfte , ge- 
daan in de Jaar en 1756 — 1759. die- 
nende tot een voorloper , ter nader Ver- 
handeling over dezelfde Stoffe , door 
J. Engelman. . . 953, 

Waarneemingen gedaan op den huize 
. Zwanenburg , v^n den Jaare 1743. 



*** a BE^ 



BERICHTEN, 

Aan de Maatfch appy e gegee ven ! 

Wonderbaar e uitwerking van het Scheur- 
buik, in eene Vrouw ; medegedeeld door 
A. v. Ghert. . . , Bladz. 3. 

PVaarneemingen te Batavia, gedaan door 
den Heer e Kriel, Med, Doel. aldaar , 
in de Jaaren 1758 en 1759. . 9. 



te Petersburg , gedaan door 

D. de Gorter, J. Z. . . 61 • 

Bericht van den Conger-aal, <?/Drilvifch, 
getrokken uit eenen Brief van F. van 
der Lot, Cbirurgyn te Ejfequebo^ pan 
7 Jtilj 1761* - ♦ g 8p 



VERBETERINGEN. 

Ëladz.fzi. flaatreg. 5. v. b. AF. lees AE. 

S33-— — reg» 8. v. b. BD=e— — BD=c 

535- - — reg. 6. v. b. f cy a . 

54 *• *— reg. 6. y. b. o. 1263*— "" °« '2,63c 3 . 



Bladz. 45 ï 




AANMERKINGEN 

RAKENDE HET VERSCHIL 
DER 

'> TT 



in de WAÏERZUGT, 

EN DER GENEZINGSWYZE DAAR 
UIT VOORTVLOEIENDE ; 



DOOR 



a A KLO EK HO E 






^i^teWei die in Waterzuetigeil 
||#'%#| het vet- vlies opvult, is, 
f?ff D 3§ °f wateragtig , verdwynen- 



fr 



^%## 



f de op het vuur, ais wa- 
#^#^# ter : of polbaar , op het vuur 
zyne vloeibaarheid verliezende, als 't 
wit van een eij , en de Wei van bloed. 
Dit befiuiten wy uit proeven 5 genomen 
VI. Deels , 2. Stuk. G g op 



45- Over de WEI 

op het vogt, waar van menigvuldige 
kleine zigtbare gaatjens of geopende 
blaazen , de deelen , wier Vet- vlies daar 
mede opgevuld is , fomtyds ontlaften , 
en 't welk wateragtig of ftolbaar blykt 
te zyn : alsmede uit de overweging dei- 
natuur van 't vogt , dat in die kwaal , 
uit gemeld vlies door de ongekwetfte 
opperhuid , door de nieren en water- 
blaas , door de maag en darmen , regt- 
ftreeks al of niet kan worden afge- 
voerd. 

De Wei, die in de Waterzugtigen den 
onderbuik opvult, is iosgelyks water- 
agtig of ftolbaar. De Wei in eene Wa- 
terzugt van den onderbuik, door de 
nieren en waterblaas afgedreven , is al- 
toos voatzragtig. Het is allezins waar- 
fchynelyk , dat de Wei door de maag 
en darmen in die ziekte afgevoerd , me- 
de altoos wateragtig is. Aan den ande- 
ren kant , heeft men zeer dikwils waar- 
genomen, dat de Wei uit den onder- 
buik afgetapt , op het vuur of in ko- 
kend water ftolbaar was. 

Deze Stolbare Wei, uit den onder- 
buik afgetapt , en in eenige menigte 
verzameld , is van couleu r bleek- 
blaauw, afchgraauw, bruin, of bloe- 
dig: 



in de WATERZUGT. 45 



o 



dïg : zy is zeer fchuimende en maakt 
de vingeren glibberig : zy is volkomen 
vloeibaar als zeepwater, of drabbiger 
en dikker , inzonderheid die vloeit op 
't einde der aftapping. Men heeft zelfs 
gezien , dat de uitvloeijende Wei alsdan 
geleek na 't wit van een verfch eij : 't 
zy dat die Wei , van den beginne af -> 
zodanig was uitgeftort, 't zy dat des<- 
zelfs fynfte deel na de uitflorting door 
de opene adertjes was opgeflurpt. 

Men ziet, dat wateragtige Wei en ftoï- 
bare Wei , tevens , in het vet- vlies ver- 
zameld word. Ik heb waargenomen* 
dat de Wei in meenigte uit geopende 
blaazen van Waterzugtige deelen vloei- 
jende , op het vuur ten grooten deele 
gants vloeibaar bleef, terwyl een klein 
gedeelte, door de hitte geftoldj in 't 
midden dreef. 

't Gebeurt , mogelyk , ook fomtyds 3 
dat wateragtige Wei en ftolbare Wei , te* 
vens, in den onderbuik,verzameld word* 

Dit is zeker; dat in Waterzugtigen 5 
zig fomtyds wateragtige Wei in het vet- 
vlies, en ftolbare Wei in den onder* 
buik , tevens bevind. Ik heb meer daü 
eens befpeurd : hoe in eene verzame- 
ling van Wei in den onderbuik * 't vet- 
Gg 2 vlies 



454 Over de WEI 

vlies van de beenen , van de dyën , en 
het onderlyf , eerft in de verre gevor- 
derde kwaal , twee of drie weeken voor 
de aftapping, na een reets fchrikkely- 
ke uitzetting van den onderbuik, be- 
gon te zwellen , en tot eene aanmerke- 
lyke dikte kwam: hoe voorts, door de 
aftapping , ftolbare Wei uit den onder- 
buik wierd getrokken : hoe de Water- 
zugtige reets onder de aftapping eene 
zeer groote en telkens vernieuwde 
persfing en aandrang der Urine onder- 
vond, welke ook terftond, reets on- 
der de aftapping begon , en voorts by 
tuffenpoozen voortging , te vloeijen , 
geduurende twee , drie of vier dagen , 
zelfs tot dertig ponden van twaalf on- 
een ; binnen welken tyd alle zwelling 
van het vet-vlies der gemelde deelen 
verdween. De Urine, tot op de aftap- 
ping altoos gecouleurd , wierd in en 
na dezelve , bleek als regenwater, zon- 
der eenige ftolbare ftoffe; tot dat de 
gedagte Waterzugt van het vet-vlies na 
die dagen , en gevolglyk door middel 
van die afgevloeide Urine , verdweenen 
zynde , deze laatfte haare natuurlyke 
couleur, hoeveelheid en aandrang, we- 
der bekwam. 

In 



in de WATEPvZUGT. 455 

In de Waterzugt van het vet- vlies , 
is 't de wateragtige Wei alleen , welke , 
regtftreeks door de maag , de darmen , 
en de nieren , ofte ook door de geo- 
pende zweetgaten in 't bezette deel , 
kan afgevoerd worden. 

Ik herinner my geen voorbeeld , dat 
ftolbare Wei (ten ware met en onder 
bloed) door de maag, de darmen, en 
de nieren , ofte ook door de onge- 
quetite opperhuid , door de kragten 
der natuure of der geneesmiddelen af- 
gevoerd zy. 

Stolbare Wei in eenige byzondere 
deelen van het ongekwetfc vet-vlies , 
kan door uitwendige drukking gedree- 
ven worden, niet alleen in een nabu- 
rig deel van dat vlies, maar ook, uit 
het zelve , door de Wei-vaten , in het 
bloed. Dit leert men uit de bedriege- 
lyke geneezingen van Waterzugtige 
beenen , 't zy beide tevens of een van 
beide, langduurig gezwollen, in wel- 
ke de natuur zelve zoo meenigmaal 
door opene en lopende verzweeringen 
van tyd tot tyd ontlading zoekt. Deze 
zwelling, welke men onderftelt door 
Wei , in 't geheel of ten deele flolbaar , 
te worden veroorzaakt , ziet men te 
• Gg 3 meer- 



456 Over de WEI 

meermalen door knellende zwagtelen 
verdwynen, zonder eenige merkel yk e 
nieuwe zwelling in eenig ander deel 
van het vet-vlies. 

Op deze wyze kan, meen ik, ftol- 
bare Wei in eenige by zondere deelen 
van het ongekwetft vet-vlies , fomtyds , 
inzonderheid na eene groote ontledi- 
ding der vaten door fterke purgantia , 
in het bloed herbragt worden. 

Maar die dus in het bloed herbragte 
Wei, kan, ingevolge de voorige waar- 
neeming, door de daar by gemelde we- 
gen niet afgevoerd worden, voordat 
dezelve verdunt en van natuure gants 
veranderd zy. 

Ik meldde zo even , van ftolbare Wei , 
in eenige byzondere deelen van het vet-vlies : 
want wanneer dat vlies in 't geheel of 
ten grootften deele met die Wei bezet 
is , kan nogte de terug drukking , nog- 
te de herbrenging in het bloed, gefehie- 
den; zy kan alleen uit de door natuur 
of konft geopende huid uitvloeijen. 

Ik melde , ten tweede , van ftolbare 
Wei in \t ongekwetjl vet-vlies , wanneer 
dezelve in de onverbrokene Celletjes 
en Weivaten gelykelyk verfpreid is. 
Want men heeft befpeurd, dat ftolba- 
re, 



.in de WATERZUGT. 457 

re , heldere en als water vloeibare Wei 
in het vet-vlies , buiten zyne vaten ge- 
flort , onder de geflotene huid , wel tot 
eene vreezelyke menigte verzameld 
wierd , maar zig in dat vlies niet an- 
, ders verbreide , als , door de pers- 
fing van alle kanten , eenen zak maken- 
de , even als de etter in een verzwee- 
ring , ofte 't geronne bloed naa een zwa- 
re kneuzing : zoodanig dat die Wei 
door eene kleine gemaakte opening der 
huid met een ongelofelyk geweld uit- 
borft. 

In de Waterzugt van den onderbuik, 
is 't de wateragtige wei volftrekt al- 
leen , welke door de maag , de dar- 
men , en de nieren , kan afgevoerd wor- 
den. 

'Er word niet alleen geen flolbare 
Wei , als zodanig , door die wegen af- 
gevoerd , ingevolge de vorige proe- 
ven : maar zy word , zelfs , niet uit 
den onderbuik in het bloed herbragt. 

Stolbare Wei , of immers deszelfs 
eigentlyk flolbare deel , word nooit 
door de einden der aderen uit den on- 
derbuik opgeflurpt , ook word zy niet 
in een levendig dier verdund en in zoo- 
verre van natuur veranderd , dat de 

Gg 4 ein- 



458 Over de WE.I 

einden der aderen dezelve, op de \vy- 
ze van wateragtige Wei, zoude kon- 
nen opflurpen. Jaar en dag in den 
onderbuik beflooten , blyft zy ftolbaar. 
Zoo dat de ingewanden , in die Wei 
hangende , waariehynelyk eerder ver- 
rotten zouden , dan dat zy in zoo ver- 
re ontbonden , en , om zoo te fpree- 
ken, onftolbaar wierd. 

In die foort van waterzugt, konnen 
door de aangeteekende wegen afge- 
voerd worden, i. de wateragtige Wei 
uit het vet- vlies in 't algemeen , en 2. 
uit dat van den onderbuik in 't by zon- 
der, mogelyk ook 3. de wateragtige, 
of het fyndere deel der ftoibare Wei , 
met de eigentlyk ftoibare Wei in den 
onderbuik vermengt. Wyders konnen 
dus 4. de zogenaemde prima Via zelve 
gants ontledigd , en 5. 't geheelc lig- 
haam vermagerd worden. Op de eene 
en de andere van deze wyzen , kan als- 
dan eenige verligting, eenig fchynbaar 
begin van beterfchap , eenige verdun- 
ning van den onderbuik , worden te 
weeggebragt 1 maar de eigentlyk ftoi- 
bare Wei in den onderbuik blyft , des 
niet te min , onveranderlyk in dezelve 
hoeveelheid. 

Der- 



in de WATERZüGT. 459 

Derhalven is de kragt en nuttigheid 
ympurgantia, diuretica, Hovingen en 
wry vingen, in deWaterzugt van" 't vet- 
vlies door ftolbare Wei , nauwer be- 
paeld , als wel in dezelve ziekte uit wa- 
teragtige Wei ontftaande. 

De naafte oorzaak der fchadelyke 
gevolgen eener bedriegelyke genezing 
van Waterzugtige beenen, hier boven 
nader beichreven , is handtaftelyk. De 
toen gemelde in 't bloed herbragte 
Wei , inzonderheid met opzigt op der- 
zelver ftolbare gedeelte, kan alomme 
elders , na edeler deelen en gevaerly- 
ker plaatfen , gevoerd worden. Ter- 
wyl men dus tevens de natuur belet, 
of ontwent , om dergelyke overtollige 
en kwalyk gefielde Wei , na die lagere 
en min gevaarlyke plaatfen van nieuws 
af te zenden. 

Alle inwendige openende genees- 
middelen , en alle andere , die door de 
maag , darmen , en nieren ontlaflinge 
te weeg brengen , zyn , in eene verza- 
meling van ftolbare Wei in den onder- 
buik , nutteloos en fchadelyk : uitge- 
zonderd de verligting die de laatftge- 
melde middelen , van ter zyden , en 
zonder betrekking op die Wei , zoo 

Gg 5 als 



460 Over de WEI 

als boven gezegt is , konnen toebren- 
gen. Ik heb in gevallen van Waterzugc 
in den onderbuik , in een gedeelte van 
welke ik weet, terwyl ik van de ande- 
ren geloof, dat ftolbare Wei tegen- 
woordig was , verfcheidene malen 't zy 
zelve gebruikt, 't zy van anderen zien 
gebruiken, purgantia, diuretïca, Tinc- 
tura cupri cum Spiritu Salis ammoniaci, 
en andere middelen , zonder ooit eenige 
goede uitwerking daar van sis dan te 
hebben waargenomen: en zonder my 
thans , van agteren , daar over eenig- 
zints te verwonderen. 

De Leere van Mead, „ dat eene in- 
„ fnyding boven den enklauw , tot in 
„ het Waterzugtig vet- vlies , voordee- 

lig is ook tegens de Waterzugt van 

den onderbuik, ja dezelve fomtyds 
„ geneeft : " kan niet anders plaats 
hebben , als in eene verzameling van 
wateragtige Wei , in die holligheid. 

Stolbare Wei in het vet- vlies, of in 
den onderbuik , kan , in 't eerfte ge- 
val, nooit regtftreeks, en fomtyds in 
't geheel niet , buiten het lighaam ge- 
voerd worden , anders <3an door 
eene natuurlyke of konftige opening 
der huid: en in 't laatft geval , vol- 

ftrekt 



?> 
?> 



in de WATERZUGT. 461 

flrekt nooit anders dan door de aftapping. 

Wyders is aanmerkelyk : dat water- 
agtige Wei in den onderbuik niet al- 
leen door inwendige geneesmiddelen 
kan afgevoerd, maar ook derzelver nieu- 
we aangroei door inwendige genees- 
middelen zeer dikwils kan voorgeko- 
men worden. 

Waar en tegen ftolbare Wei , te dier 
plaatfe, niet alleen door inwendige ge- 
neesmiddelen , niet kan worden afge- 
voerd , maar ook derzelver nieuwe aan- 
groei , na eene ontlading door aftap- 
ping , zelden , zoo ooit , door inwen- 
dige geneesmiddelen kan worden voor- 
gekomen: plegende dien aangroei, na 
ieder zodanige ontlading, telkens ver- 
nieuwd te worden , tot de dood toe. 

De reeden dezer verfchynielen is 
klaar, by aldien, en voor zooverre, 
dat , nopens het eerfte, eene verzameling 
van wateragtige Wei in den onderbuik 
ontftaat uit wateragtige dampen , in eene 
grotere menigte uit de opene einden 
der verflapte flagaderlyke vaten afge- 
fcheiden , en door de aderen niet we- 
der opgeflurpt: welke verflapte vaten 
dikwils door inwendige geneesmiddelen 
wederom konnen verfterkt worden: 

En, 



462 Over de WEI 

En , dat , nopens het tweede , een ver- 
zameling van flolbare Wei in den on- 
derbuik , ontftaat uit opengeborftene 
Wei-vaten , die niet plegen op te hou- 
den te lekken ; even als in den diepen 
grond van eene uitwendige verzwee- 
ring, waarin een Wei-vat geopend is, 
ter plaatfe daar geene gepafte uitwen- 
dige hulpmiddelen konnen worden aan- 
gelegt. 

Nadien, uit al het vorige, zigtbaar 
is, dat de kennis van 't onderfcheid dei- 
Wei in de Waterzugt van zoo groot 
een gewigt zy, tot een goed begrip , 
voorkennis en handelwyze in die 
. ziekte : moet een geneeskundige in ie- 
der geval, hoe eerder zo beter, is 't 
mogelyk , pogen te bepalen , of het vogt 
dat in zynen lyder, het vet- vlies, of 
den onderbuik, of beide tevens, op- 
vult, in de eene of de andere van die 
plaatfen , of in beide tevens ; zy water- 
agtige dan ftolbare Wei ? 

Ter opheldering van deze gewigtige 
vrage, dienen de volgende aanmerkin- 
gen, waar van men gebruik kan ma- 
ken, tot dat men eene volkomene en 
algemeene beantwoording mogt gevon- 
den hebben. 

Als 



in de WATERZUGT. 463 

Als de Wei , uit het vet-vlies of den 
onderbuik lopende , gelegenheid ver- 
ichaft , tot regtftreekfe proefnemingen , 
kan men weeten of dezelve ftolbaar 
dan wateragtig zy. 

Wanneer de Wei , kort na de afdry- 
ving of aftapping , wederom vernieuwd 
word , gelooft men , fchier met zoo 
veel zekerheid als wift men 't, dat de 
van nieuws verzamelde Wei van der- 
gelyke natuur zy , als de eerfle bevon- 
den is. Nopens de wateragtige Wei , 
ziet men dagelyks dat dezelve door 
purgeermidcleïen afgedreven , weder 
aangroeit, en van nieuws op geïyke 
wyze, afgedreven word. Nopens de 
Itolbare Wei , heb ik in eene vrouw 
van ruim 50 Jaaren, die Wei met be- 
hulp van den verbeeterclen band van , 
Monro , in agtien reizen tot twaalf- 
honderd zevenentwintig ponden, ieder 
van twaalf oneen , uit den onderbuik 
doen aftappen : en zulks in den tyd van 
51- Jaren , na welke de vrouw, weinige 
dagen na de laatfte aftapping, flierf: 
ik heb in dit geval de Wei zoo dikwils 
ftolbaar gevonden, als ik proeven daar 
van genomen hebbe. 

In eene Waterzugt uit eene zulke oor- 



zaa 



i\ 



464 Over de WEI 

zaak , en met zulke teekenen , en om- 
ftandigheeden , als welke bevoorens 
waargenomen zyn in Waterzugtigen , 
wier verzamelde Wei door de maag, 
darmen of nieren heeft konnen worden 
afgevoerd , is 't waarfchynelyk , dat in 
dit tegenwoordig, zoo wel als in die 
voorige gevallen , wateragtigc Wei 
plaats hebbe: immers ten opzigte van 
den onderbuik. 

Oorzaken , tekenen en omflandig- 
heden tegenwoordig in een Waterzugt 
van den onderbuik, gelyk aan zulke, 
die bevoorens waargenomen zyn in an- 
dere Lyders , wier aldaar verzamelde 
Wei niet op zoo evengemelde wyze , 
maar alleen door aftapping , heeft kon- 
nen worden afgevoerd , doen denken 
dat in dit tegenwoordig, zoo wel, als 
in die vorige gevallen , ftolbare Wei in 
den onderbuik vergaderd zy. 

Men vermoed den aart der Wei, zoo 
in het vet- vlies , als in den onderbuik , 
uit de begonnene goede uitwerking , of 
in tegendeel uit de vrugteloosheid , dei- 
reets in> 't Werk gefielde middelen , om 
dezelve door de maag, darmen, of nie- 
ren , af te voeren : maar hier uit na den 
aart der Wei willende giffen , moet 

men 



in de WATERZUGT. 465 

men zig, in allen gevalle , niet laten 
misleiden , aan den eenen kant , door 
eene fchynbare begonnene verminde- 
ring der dikte , welke in een verzame- 
ling van flolbare Wei in den onder- 
buik , door die middelen , kan worden 
te weeg gebragt : nogte , aan den ande- 
ren kant, door de vrugteloosheid dier 
middelen , welke in een verzameling 
van wateragtige Wei in 't vetvlies kan 
voorkomen : van 't een en ander wel- 
ker gevallen bevoorens een voorbeeld 
is aan de hand gegeven. Behalven dat 
ook ftolbare Wei, na onze meening, 
en ingevolge eene vorige aantekening , 
inzonderheid na fterke purgantla , uit 
het vet- vlies in het bloed kan hérbragt 
worden. 

Als de Wei in 't vet-vlies van eenig 
deel , of deelen , zoo vloeibaar is , dat 
de huid aanfronds op eene zagte druk- 
king wykt , dat de zwelling door eene 
bekwame plaatzing van het deel , of 
door zagte wryving , ofte ook fomtyds 
zonder eenig dergelyk hulpmiddel , in 
't geheel of ten groten deele, uit het 
bezette lid verdwynt, terwyl de cou- 
leur der huid gezond en de warmte by- 
na natuurlyk is , houd men het daar 

voor, 



466 Over de WEI 

voor , dat wateragtige Wei plaats heb- 
be. 

Indien de Wei in 't vet-vlies fchier 
onbewegclyk ftand houd na de even* 
gemelde proeven , en eene ongemeene 
hardigheid , by de drukking met den 
vinger , doet gewaar worden , terwyl 
de couleur der huid droevig en blaauw- 
agtig , en 't geheele deel koud is , ver- 
moed men dat de Wei , immers gedeel- 
telyk , ftoibaar zy. 

Eene langzame verzameling van Wei 
in den onderbuik , zonder voorgaande 
zwelling van 't vet-vlies , in 't gemeen , 
en der beenen in 't byzonder , zonder 
verandering der Urine, zonder dorft, 
zonder merkelyke verandering dercou* 
leur van 't aangezigt , doet denken dat 
de Wei ftoibaar zy. 

Men vind in de gelykheid van om- 
ftandigheden alle redenen om te gelo- 
ven: 

Dat even dezelve leere, nopens het 
verfchil der Wei in eene Waterzugt van 
den onderbuik , ook waaragtig zy , met 
betrekking op de verzamelingen van 
Wei in alle andere holligheden des lig- 
haams , by name in het hoofd, de borft 

en het Scrotum ; 

Dat 



in de WATERZUGT. 467 

Dat het zelve verfchil der genezings- 
wyze , in de verzamelingen der twe- 
derhande Wei in die holligheeden * 
even zeer moet in agt genomen wor- 
den ; te weeten : 

Dat de ontlafting dier holligheden , 
indien mogelyk , door inwendige mid- 
delen , enkel dan kan gefchieden , als 
de verzamelde Wei wateragtig is : en 
dat ftolbare Wei door aftapping al- 
leen , indien mogelyk , kan afgevoert 
worden. 

Dat wel met behulp van geneesmid- 
delen, die 't lighaam door de maag, 
darmen , en nieren ontlaften , als 'er 
ftolbare Wei in de ftraks gemelde hol- 
ligheden verzameld is , fomtyds ver- 
ligting en fchynbare beterfehap kan 
worden toegebragt : maar dat egter , on- 
der 't gebruik dier middelen , de ei- 
gentlyk ftolbare Wei , in die plaatfen 
mede altoos in haren vorigen ft aatblyft* 

Dat de aangroei der eenmaal afge- 
voerde ftolbare Wei in die hollighe- 
den, even zelden, zoo ooit, door in- 
wendige geneesmiddelen kan voorge-, 
komen worden: geheel anders dan de 
aangroei van wateragtige Wek 

Dat de nutteloosheid en fchadelyk- 

VI. Deels , 2. Stuk. II h heid 



463 Over de W E I enz, 

heid van inwendige geneesmiddelen , 
ofte van eenige infnyding der huid tot 
in het vetvlies, tegens verzamelingen 
van ftolbare Wei , in die holligheden, 
even dezelve is ; 

En dat de aanmerkingen, dienende 
tot voorkennis van den aart der Wei in 
den onderbuik, ook aan de hand ge- 
ven den weg , dien men behoort in te 
flaan , om ter voorkennis van den aart 
der Wei in andere holligheden te gera- 
ken. 






PROE- 



Bladz. 469 
PROEVE 

OVER DEN 

L E E F T Y D 

GESCHIKT TER 

I N EN T I N G E 

DER 



7~ 




9 



DOOR 



Dr. M A T T (*> 

Maar wanneer zal de Inenting den 
meeften dienft doen? 't Schynt 
my toe, dat dezelfde Redeneertrant ons 
ten baken kan dienen , en dat men 3 de 
Kinderziekte aanmerkende als een 
geesfel van 't gantfche menfehdom \ en 
de Inenting als 't middel dat ons daar- 

vari 

(*) Het eerfte deel van deeze Verhandeling is 
gedrukt in het eerfte ftuk van dit zesde Deel, bladz* 
327 en volgg. 

Hh 2 



470 Over den LEEFTYD 

van bevryd, mag befluiten, dat, hoe 't 
middel eerder word' aangewend , hoe 
deszelfs uitwerking vollediger zyn 
zal. 

Alvorens daarvan de bewyzen te le- 
veren zo zy 't my vergund U voorte- 
flellen , welke de gevolgen voor 't 
Menfchdom in 't algemeen, en voor 
elke gemeenfchap van Menfchen in 't 
byzonder , eene algeméene Inenting 
van Jonggeborenen zyn zouden. In 
minder dan eene halve Eeuw zoude de 
volgende Nakomelingfehap plaats maa- 
ken aan een nieuwe talryker, min on- 
gèlyk en onvermogende om aan zyn 
nakrooft eene Ziekte overtelaaten , die 
zo dodclyk was aan zyne Vaders. 

Deze wenfchingen zyn mogelyk in- 
gebeeld, ten minften zynze te voorba- 
rig. De wereld nog te jong levert ons 
flegts 't vooruitzigt in eenen twyfelag- 
tigeii verren afftand. Zonder ons dan 
met eenen vleijenden droom optehou- 
den , zo laat ons op eenen bedaarden 
en wysgeerigen trant onderzoeken , in 
hoe verre elk Vader belang heeft, om 
de Inenting van zyn Kroon: zo min mo- 
gelyk uitteftellen. 

Ik zeg, zo min mogelyk: want ik wenfeh- 

te 



GESCHIKT TER INENTINGE. 4/I 

te de eerfte dagen na de geboorte ter 
ligte voorbereidinge toeteweijen. Zy 
zoude beftaan in de onderzoekinge van 
den (laat des Jonggeborenen , in de ver- 
helping van kleine ongemakken , die 
zyne intrede in eene nieuwe wereld 
hem zoude hebben kunnen veroorza- 
ken \ in 't voor hem uitkiezen van eene 
gefchikte Dieet, zo hem die, welke de 
natuur medebrengt , geweigerd was , 
of zo, dat wenfchelyker is, de Moe- 
der kunde genoeg heeft van haare plig- 
ten en belangen om voorttevaren om 't 
Wigt te voeden , datze ter wereld ge- 
bragt heeft , en deszelfs welvaerd en 
ruft te betragten. Eene maand of twee 
ten langften konden toegeweid worden 
aan dies te nutter voorzorgen , dewel- 
ke onafhankelyk van de Inentinge, ten 
doel hebben om het Kinds leven en ge- 
zondheid te beveiligen. Wanneer ik 
zulks op den beften voet had gefchikt, 
waarop het zyn konde, zoude ik niet 
langer draalen de Inenting te verrigten , 
en niet afwagten dat de eerfte Tandjes 
my eenige myner voordeden roofden , 
en altoos oplettende op de omftandig- 
heden en toevallen ; zoude ik my ge- 
reed houden om aan de nature de Be- 

Hh i te- 



473 '" Over den LEEETYD 

tering- en Hulp-middelen te bezorgen, 
dieze verlangde. 

Ik voorzie niet , dan weinig uitzon- 
dering aan deze regels. Eene gewel- 
dige Ziekte zoude Hulpmiddelen vereis- 
fchen , en een langdurige kwaal Uitftel. 
Het leven van eenen erfgenaam, die 
de fortuin eener familie of de hoop van 
eenen Staat zou befliffen , zouden my 
miflehien te rugge houden ; want ik 
twyfel over een Vraagftuk van eigen- 
baat en Staatkunde , dat in zyne onbe- 
paaldheid rekeningen vereifcht , de- 
welke ik niet gemaakt heb. Maar in 
dit geval zoude de ftrengfte afzonde- 
ring naulyks een gebrek vergoeden van 
behoedmiddel. Eindelyk zoude ik 
niets onderneemen zonder de toeftem- 
rning der Ouders , wier manlyke reden , 
bewoogen door 't geenze alleen moet 
voorlichten , insgelyks min vatbaar zou- 
de zyn voor de zwakheden der Natu- 
re, en weinig aangedaan door de onze- 
kerheden der Uitkomft. 

Dat deze keuze , zodanig als ik 
thans befchryve , werkelyk de wyfte 
zy , toonen i. de toeflemmingen van hen, 
die in andere denkbeelden zyn ; 2. hunne 
tegenwerpingen ; 3. de b e/par ing van het 

Men- 



X 



geschikt ter INENTINGE. 473 

Menfchelyk geftagt ; 4. het verfchil in de 
waardye der levens. 

Ik ftelle in de eerfte plaats de toe- 
ftemming van eenen der verlicht- 
fte voorftanders der Inentinge , den- 
welken de Koninglyke Sociëteit van 
Londen voor zyne werken ten nutte 
van het Menfchdom , begiftigen wil- 
de met eene plaats in haar genood- 
fchap. Eene zeer natuur iyke aanmerking , 
zegt hy (iy, doet zich op aan V ver ft and, 
en overreed ons , dat men de Inenting van 
de eerfte Kindsheid af aan behoorde te 
verrigten. Zo doen de Volken in Afta. De 
Kindertjes hebhen geene voorbereiding no- 
dig. Als op dien leeftyd de Pokjes kwaad- 
aardig zyn , zo is het door eenen famenloop 
van Toevallen , die de Inenting niet kan 
voorkomen. Deze weinig woorden zeg- 
gen veel, wat zeg ik! mogelyk alles. 
Laat ons nogthans hier by voegen een 
korte fchets der beredeneeringen van 
mynen vriend den Geneesheer Kirk- 
patrick over 't zelfde onderwerp (2). 
Hy begrypt dat een Kind van zyne ge- 
boorte af aan , eene zekere menigte 

pok- 

£1) Tissot Inoculation Juftifiée. p. 39. 
(2) Analyf. of Inoculation p. 174, 

Hh 4 



474 Over den LEEFTYD 

pokkige ftoffe ter wereld brengt , die 
in zyne bloedbollen zit. Naar zyn ge- 
voelen neemt de overvloed van dit gif 
met het aantal Bloeddeekjes met de 
Jaaren toe ; en één der voorregten van 
den eerften Leeftyd is , datze ilegts de 
oorfpronklyke veelheid moet uitdry- 
ven. Hy voegt 'er by , dat alsdan de 
zuurheid des bloeds en der uitlozin- 
gen , gevoegd by de eenvoudigheid 
der voedfels deze o verhelling ter rot- 
tinge, in de rype Jaaren zo dodclyk, 
in de Kinderpokjes voorkomen. Bo- 
vendien ziet hydegefchiktheidterruft, 
de langte des flaaps, en vooral de af- 
wezenheid van alle denkbeeld van ge- 
vaar en vreeze , aan als vervullende de 
Lyft van de voordeden der Kindsheid. 

Deze voordeden zyn ongetwyfeld 
niet gering. Men vergunne my, zo niet 
deze lyft te vergrooten , ten minflen ze 
minder onderftcilig en tevens duidely- 
ker te rnaaken , door 't vefligen onzer 
denkbeelden op den voorrang der voor- 
bereidingc , en op de gemaklykheid van 
't beleid om eene gereede Inenting te 
doen. 

Ik heb gezegd, dat het gene deze be- 
werking 't luifterykft. , en in 't alge- 
meen 



geschikt ter INENTINGE. 475 

meen minft betwift maakt, is de keu- 
ze dieze maakt van de onderwerpen , 
en van de voorbereiding die zy 'er in 
maakt. Dus voorkomt ze grootdeels 
de gevaaren der famenwerkingen , en 
gefleïtheid der vogten ten bederve door 
de byzondere beroering, welke de Pok- 
jes veroorzaken. 

Men moet nogthans toeftaan , dat de 
keuze fomwyle zo min zeker als mo- 
gelyk is ; ook hangt het voorregt der 
bereidinge af van de bekwaamheid der 
Inenters , en de gedraagfaamheid der 
Ingeëntcn. Wie kan in dien drang van 
overoude gebreken , die de manier van 
Leven , de Toevallen en Uitfpattingen 
ten grond hebben, zich vleij en altoos 
zo gelukkig of gehoorzaamd te zullen 
zyn , dat hy vooruit zie en ontwyke 
alles, wat invloed op den goeden uit- 
flach kan hebben ? Van daer die ver- 
fcheidenheid van uitkomfl eener han- 
delwyze die , fchoon altoos heilryk , 
nogthans fomwyle maer negen en veer- 
tig van vyftig behoud , en ook mis- 
fchien wel geen éénen op duizend ver- 
heft. 

De Natuur doed ons die onzeker- 
heden vermyden. Ze levert ons in de 
Hh 5 eerde 



476 Over den LEEFTYD 

eerfte Kindsheid de eerfte voorwer- 
pen uitgekeurd , dieze zelve bereid 
heeft. Het is in hunnen oorfprong dat 
alle menfchen eikanderen naby komen. 
Doorgaans is 'er dan geen iamenloop 
van vreemde Ziekten voortekomen of 
te beftryden; geen ingewortelde kwade 
gewoonten te verbeteren ofte verzwak- 
ken ; geene verborgene gebreken te 
raaden of wegteneemen. Die huid 
door 't beftendigft en zagtfle Bad be- 
vogtigd, deze vloeibaarheid der vog- 
ten , onderhouden door eenen dubbel- 
den ommeloop , en door het zuiverfte 
en gelykvormigfte voedfel; deze een- 
parigheid in de werkingen van 't Le- 
ven; deze openheid derpypjes, door 
dewelke de vogten in de afgelegenfte 
deelen van het lighaam met zo veele 
regelmatigheid en vaerdigheid worden 
gevoerd ; wat zou 'er de Inenter gun- 
ftiger by verlangen ? Zo hy nog in twy- 
fel is over de overwinning , ten min- 
ften is hy verzekerd , dat hy maar 
éénen vyand te beftryden heeft , en dat 
hy dien met alle overmagt in flaat is te 
keer te gaan. 

Gy onderftelt , zal men zeggen , dat 
uw Ingeente altoos door den wyften 

der 



GESCHIKT TER INENTINGE. 477 

der Leidslieden beflierd word, en gy 
vergeet wieze zyn die hem zyn ge- 
boorte verleent. Ik die vergeeten ? 011- 
getwyfeld niet ; ik zugte als ik herdenk 
hoeveel dit Konftwerk , zo wel gefteld 
als 't in de wereld komt , mishandeld 
word door onkundige handen die 't 
daer opwagten. Het is het Uurwerk 
van Graham , van Le Roy , of van 
van der Kloese , in de handen van 
een Kind! De Natuur fchynt alles op 
zich te neemen. Volg haar voetfpoor; 
neem waar 't geen ze aanwyft ; gy hebt 
geene andere Regels nodig. 

Boots de 'Natuur na 'm 't gene ze doet. 
Een vertrek , waerin de warmte zagt 
en beflendig is, voegt voor den Jong- 
geborenen. 

De verzagting zynes huids , die ge- 
fchikt is om week gemaakt en uitgezet 
te worden , eifcht damp- en andere 
warme-baden, en fmeringen. Al wat 
de vryheid der bewegingen of den om- 
meloop der vogten tegen is, moet zorg- 
vuldelyk vermyd worden. 

Neem in agt, wat de Natuur aanwyft. 
Zy heeft eenen gcnoegfamen voorraad 
bereid van voedfei, gepaft voor 't Kind. 
Verander daar in zonder noodzake 

nogte 



478 Over den LEEFTYD 

nogte de Hoedanigheid nogte de Even- 
redigheid, of ftei 'er niet anders dan 
eenvormige en ligte voedfels voor in 
plaats. De flaap , dewelke zo lange 
tuflchenpoozen van het Leven des 
Jonggeborenen inneemt , moet niet 
worden afgebroken; of zo hy 't is, kan 
hy niet dan te ras weder herfteld wor- 
den, 't Kind geeft u van zyne behoef- 
ten kennis door zyn fchreijen: hoort 
zyn ftem , houd u 'er van af als het 
zwygt. Geef inzonderheid agt op zy- 
ne uitdygfelen. Derzelver verfchillen , 
nu kenbaarder dan in eenigen perk des 
Levens, zullen u aanwyzing doen en 
van zyne gezondheid , en van 't gene 
gedaan moet worden om het in den 
volkomenften toefland te bewaaren. 

Ik weide niet breeder uit in deze be- 
denkingen , die eene enkelde aanmer- 
king aan myn onderwerp verbind. In- 
gevalle elk kind wierd Ingeënt , in wel- 
ken Leeftyd konde dit veiliger ge- 
fchieden dan in zulk eenen , waarin het 
leeft zonder Vreeze, zonder Heblyk- 
heden', zonder Driften? Men behoef- 
de maar raad te vraagen by een verligt 
Man , die door zyne zo natuurlyke 
als ligte oplettenheden het kind van 

zyne 



geschikt ter INENTINGE. 479 

zyne geboorte af aan zoude bevryden 
van eenen zyner Vyanden , en de befte 
wapenen zoude verfchaffen tegen zeer 
veele anderen. 

2. Het Kind heeft wezendlyk een 
reeks van Vyanden te dugten , en het 
is uit overweging van de Ziekten der 
kindsheid dat men zich bediend heeft 
om de vervroegde Inenting zwart te 
maaken. Het even geboren Wigt , heeft 
men gezegt, heeft niet dan alteveel kwaa- 
ien te dugten; zult gy een nieuw gevaar 
voegen by d<. J n drang van die allen die 't nog 
te wagten heeft ? Juift omdat zyn Leven 
aan zo veele ongemakken is bloodge- 
fleld , mag ik antwoorden, kan men 
niet dan te vroeg toeleggen om 'er 't 
getal en zorglykheid van te verminde- 
ren. 

„ Maar zyne kragten zyn zo klein ; 
de kragt van 't hart zo onvermogen- 
de; de uitwafeming zo onzigtbaar; 
de huid zo geëvenredigddik; deuit- 
flagen des huids zo gemeen ; de 
fcherpte der vogten, en de ontvel- 
ling der darmen zo menigvuldig ; dat 
hetongefchiktfchyne om op zo veele 
tegenfpoeden de Inendng te waagen. 
Het gebruik der Werktuigen is nog 

„ niet 



480 Over den LEEFTYD 

„ niet beveftigd, nieuwe vaten rrioe- 
„ ten zich nog ontfluiten, en 't gehee- 
,, Ie Konfttuig heeft nogte beftendig- 
„ heids nogte vaftigheids genoeg om 
, j eene zodanige fchok te kunnen door- 
„ Man. " (3) 

Alles hangt hier van 't gezichtpunt 
af. Deze Tegenwerpingen , die men mo- 
gelyk als verblindende zoude aanzien , 
gelyken aan die ontrouwe Wapentui- 
gen , die omkeeren in de Hand van 
dien , welke zich daarvan bediend. De 
kragten van 't Kind, die men zo ver- 
kleint, zyn niet alleen genoegfaam ter 
onderhouding van het Konftftel , maar 
tot zyn aanwas. Wat raakt het ons of 
het hart eenes Jonggeborenen met min* 
der kragt flaa, zo aan den eenen kant 
de vogten , die het moet voortduwen * 
vloeibaarder zyn en minder omtrek te 
doorloopen hebben; en zo, aan den 
anderen kant , de menigte der Polsfla- 
gen aan hunne zwakte vergoeding 

doed ? Laat onze huid met de 

Jaaren verdund worden, 't welk nog- 
thans twyfelagtig en in den grond niet 
wezendlyk is , ze zy flegts vatbaar voor 

rek- 

(3) Zie Kirkpatric'k p. 176. 



geschikt ter INENTINGE. 481 

f 

rekkinge by onze intrede in de wereld, 
en biede eenen minderen weerftand aan 
de vogten die uitgang zoeken ! gelyk 
als zulks blykbaar is door de menigvul- 
dige en veranderende uitdagen en lo- 
zingen des tederen Wigts. 

In plaats van deze Uitflagen en Loo- 
pen, die daarop fomtyds volgen, als 
nadeelig aantemerken , zoude ik ze 
houden als voordeelig voor de afleiding 
en afzuivering der vogten, dieze on- 
derhouden. 

Men heeft geen bewys dat het Kind 
niet [ naar reden ] zo veel uitwazeme 
als een ander menfch van wat ouder- 
dom hy zy; ja gemerkt de plaats, van 
waar het is uitgegaan, zou men het te- 
gendeel mogen aannemen. Het is nog 
minder waarfchynlyk , dat het nieuwe 
vaten hebbe te verkrygen : noit zyn de 
klieren zo groot , en de zeeven, ge- 
fchikt ter affchcidinge , vryer dan op 
dien Levensftond. Ook is 't gebruik 
der vermogens en zintuigen zo weinig 
toebrengende om eene ziekte te ver- 
zagten, alwaar al, wat ontrufb, tedug- 
ten is, dat men daarentegen alles by- 
brengt om den Jongeling te herbren- 
gen tot de onvatbaar- en ongevoelig- 
heid 



482 . OvEPv den LEEFTYD 

heid eenes eerftgeborenen , door de 
onthouding der voorwerpen , die hem 
zoude kunnen beweegen .; en door de 
ilaapmiddelen , die de zintuigen en be- 
geerten verdooven, - 

Dierhalven deze dubbelzinnige rede- 
nen nalatende, laat ons ,de redenen be- 
fchouwen die befliffend fchynen. . De 
eerfte is, dat de kleins kinderen in het ze- 
nuwgeflel zo aandoenlyk zyn , dat ze deswe- 
gen om de geringjle reden onderhevig zyn 
aan fluiptrekkige bewegingen , en waar 
door zy , hy gelegenheid der Pokjes , aan- 
getafl zyndc in gevaarlyke toevallen zouden 
kunnen geraaken (.4). Ik ftaa deze be- 
weeglykheid der Kinderen toe , waar 
door ze onregelmatiglyk in verfcheide 
deelen hunner lighaamen bewogen wor- 
den. Maar verre daarvan af dat deze 
gefteltenis in dien tederen Leeftyd een 
blyk zou geeven van onvolmaaktheid 
of een voorteken des doods zyn zou- 
de, fchyntze my toe gefchikt te zyn 
ter vergoedinge hunner zwakte , en 
lpraak. Het is het waarteken , dat de 
natuur ons verleent , van 't gevaar het 
welk liet Kind dreigt ; het is de poging 

dieze 

(4) Tissot ubg fupra. 



GESCHIKT TER INENTINGE. 48 



!-> 



dieze doet om het daaruit te redden. 
Het zoude in de meefte gevallen zo 
redenmatig zyn te ft ellen dat een Kind 
door zyn fchreijen fterft als te beveili- 
gen dat het aan de Stuipen omkomt. 

Van alle de oorzaaken , die de ftui- 
pen wekken , zit de gemeenffce in de 
maag en darmen. Zy , voorzien met 
een huitje van de fcherpfte gevoelig- 
heid , zyn ook op eene onaange- 
naame wyze aangedaan wanneer de on- 
verteerde voedfels ze opblazen en 
prikkelen. De Stuiptrekkige bewee- 
gingen drukken uit het kwalyk zj^nder 
Kinderen , en zyn dikwyls genoegfaam 
om de floffeuictedryven, dieze veroor- 
zaakt. 

Het is zelden twyfelagtig deze oor- 
zaak te herkennen , en geen Arts is 
'er, die niet de hulpmiddelen daartoe 
weet. Maar de onkundige Baakfter of 
Min in plaatle van de bron te flop- 
pen dier prikkeling' , dieze zelve , door 
oneigen ofte overtollig voedfel, geo- 
pend heeft, doet 'er meerdere toe: het 
zy door het Wigt met voedfel opte- 
proppen , het zy door 't by voegen van 
zogenaamde hartfterkende en Zenuw- 
fterkende middelen; 't zy door 't Wigt 

VI. 'Deel ,2. Stuk. Ii met 



484 Over den LEEFTYD 

met Slaapmiddelen te ontzetten van al- 
le gevoel en kragten der Natuure. De 
ontydige Dood van eene menigte Kin- 
deren , dien men aan de Stuipen wyt , 
behoorde gefield te worden op reke- 
ning van die giftgeeffters , dewelke men 
voedfters noemt; zynde de verharde 
Klieren, Engelfche ziekten,en misfchien 
ook de Stompheid van anderen , de 
uitwerking van deze behandeling. 

De Wanorde is niet altoos in de 
maag en darmpyp. Een feherp' of ly- 
mige chyl dringt aan op die wegen , en 
verflopt vooral de klieren van het darm- 
fcheil en de doorgangen van 't bloed 
en andere vogten. De Koorts , die 'er 
het gevolg van is , word een hulpmid- 
del. En 't is door deze onwillige fli- 
mentrekkingen , dat zich dit ontzetmid- 
del toebereid en aankondigt. Gelyk de 
Veerkragt hunner vaten nu zwakker is 
danze worden moet , zo is 'er een Prik- 
kel nodig om de kruipende en verdikte 
vogten met eene verdubbelde kragt 
voortteftooten. Eene Stuiptrekking, 
't zy van een deel of van 't geheel, is 
die heilzaame prikkel ; en dit wordze , 
als alle de vereenigde kragten des Kinds 
niet toereiken om den al te grooten 

weer- 



öesChikt ter ÏNENTINGE. 485 

weerftand te overmogen , dat zeldfaam 
is ; of , 't geen men meermalen ziet * 
wanneer de verpligtende zorgen der 
Byftanders de Natuur weerhouden in 
plaatfe van hulp te bieden, zullen de 
verdubbelde Stuipen een einde maaken 
van een Leven datze niet hebben kon* 
nen behouden. 

Schoon de Stuiptrekkige beweegin- 
gen der Kinderen doorgaans een enkeld 
Toeval zyn , zo wordenze voor ons 
de hoofdkwaal , wanneer wy de kwaa- 
de gefteltheid niet ontdekken, waaraan 
wyze kunnen toefchryven. Dit ge- 
beurt te dikwyls , en van daar die Val- 
lende Ziekten , die fomtyds met de Jaa- 
ren wyken t en waarvan de Verftandige 
Arts dikmaal eeniglyk de aanfchouwer' 
blyft. Zo 't my geoorloofd was eenige 
vermoedens te waagen nopens dit ge- 
heimzinnig onderwerp , zoude ik. den- 
ken dat de herfenen des Jonggebore- 
nen daaraan geen aandeel konden heb- 
ben. De nauwlyks beengevvordene 
Kraakbeenen van deHoofdpan, delos- 
fe en nauwlyks verbonde naaden, de 
Fontanel bekleed met een enkeld vlies 
moeten het weeffel , datze dekken 
blood ftellen aan de veranderingen van 

li 2 köud£ 



5 



486 Over den LEEFTYD 

koude en warmte , en meer nog aan 't 
geweld zo van uit- als in-wendige oor- 
zaaken. 

De voorbygaande verandering van 
gedaante,by 's Kinds intrede in de wereld 
veroorzaakt , bewyft dat deeze weeke 
Herzenpap zich tot een zeker Punt 
kan laaten uitzetten en famendrukken. 
Maar 't is niet onmogelyk , dat in dit 
tydsgewrigt zelf het zenuwgeftel in 
zekere gevallen zy aangedaan , 't zy 
door den weerftand der Natuure , 't zy 
door de geweldadige handen die 't hel- 
pen verlosfen. Zouden de lange Slaa- 
pen van de kindsheid het gevolg niet 
kunnen zyn van deze natuurlyke fa- 
mendrukking? en zouden ze ook aan 
't herzentuig den tyd verfchaffen om 
zich te herftellen ? Zouden de buiten- 
gewoone Stuiptrekkingen niet wel tot 
oorzaak hebben of eenige te fterke fa- 
menperfing in den tyd der geboorte , of 
eene ftoring , die de Voedflers maa- 
ken , in de ruft van den eerftgebore- 
nen ? Zoude het nntydig gezang en ge- 
baar ,; dat een Voedfter maakt om 't 
gefchrei van 't Wigt te verdooven , in 
plaatfe van het te fudzen , niet wel in 
itaat zyn om 't in Stuipen te brengen ? 

Dat 



geschikt ter INENTINGE. 487 

Dat fchokken en wiegen dat men zo 
nut keurt en zo min ontziet , zou dat 
niet wel in ftaat wezen om fomwyle 
dien zagten , zo aandoenlyken , zetel 
der Ziele omtekeeren: daar hy zo wei- 
nig gewapend is tegen zulke aandoe- 
ningen en bewegingen ? (5) 

Ik doe deze vraagen twyfelagtig , en 
vergenoege my aantemerken , dat men 
in de dieren , die alleen 't mjiin& ten ge- 
leide hebben, de moeder door haarge- 
luidmaking niet ziet antwoorden op 
het geluid haarer jongen, nogte dezel- 
ve met geweld fchudden , en zonder 
noodzake van plaats verzeulen. Ze 
dektze , ze liktze , ze draaitze , ze rckt- 
ze. Onder hun zyn weinig ziekten , en 
gelove geene Stuipen. 

Zo de ftuipen der Kinderen door- 
gaans 

(s) Ik weet, dat een geleerd Lid der Academie 
niet lang geleden aan de Herfens het beftuur van 
't gevoel ontzegt heeft, met het welk het eeuwen 
lang is vereerd geweeft , . en dit aan 't middelrif 
toefchryft. Maar zyne denkbeelden over dit on- 
derwerp hebben den byftand nodig der ondervin- 
dinge. Het zal hem moeilyk zyn de beroertige 
ongevoeligheid te verklaren, die de famendrukking 
der Herzenen op 't ogenblik veroorzaakt; en de 
verfchillen in de grootte van dit Konftgeftel, dat 
geenfints aan de grootte der dieren geëvenre- 
digd is. 

Ii * 



488 Over den LEEFTYD 

gaans meer 't gevolg zyn van eene ont- 
hutzing, die ligtelyk voortckomen of 
te vermeiden is, zo is 't klaar, datze 
geene andere tegenstanden dan deze 
zelfde wanorden tegen de Inenting bie- 
den kunnen. De Jonggeborene , die 
zich in den daat vind, waarin ik den- 
zelven hebb' onderfteld , zal geene 
Stuiptrekkingen , ten minften geene 
gevaarlyke, hebben. Zelfs verre van 
daer , dat de Stuipjes , welke fomwy- 
le den uitflag voorafgaan , moeite zou- 
den baaren , hebbenze de beroemde 
Artzen in de Kinderen aangezien als 
een gundigen voorloper (6). En voor- 
zeker kunnenze geene andere oorzaken 
hebben, dan dieze, zo niet nut, ten 
minden niet gevreesd maaken in de 
Koortfen der Kinderen. 

De tweede Tegenwerping zal my 
minder ophouden als de eerde. Men 
zegt: voor dat de Kinderen hunne Tan- 
den 

(6) Sydenham Seót. III. C. i. Morton de Febr. c. 6. 
Deze twee groote Artfen, fchoon Itrydig de een 
met den anderen , en miflehieb al te onmatig in 
hunne denkbeelden over de natuur en behandeling 
van de Kinderpokjes , {temmen nogthans in deze 
waarneming over één , welke de andere Artlén 
dikwvls in hun Praktyk bewaarheid hebben, 



geschikt ter INENTINGE. 489 

den hebben 9 heeft men altoos een famenloop 
te dngten van toevallen die het uitko- 
men, en dus dat der Pokjes, verzeilen (7). 
Men zal dien famenloop vermyden zo 
men de Inenting doed voor de zes 
maanden of naa de drie Jaaren. In den 
tuffchentyd zyn 'er geene tyden vry ; 
ook zyn de hulpmiddelen tot het ge- 
maklyk tanden krygen bekend genoeg , 
om iemant buiten vrees te Hellen , die 
eenen Arts wil raadplegen over den 
ftaat en bereiding zyner Kinderen. 

Eindelyk een derde reden , om ze jongen 
Kinderen niet Intecntcn , is de moeilvkheid 
om hun de nodige middelen integeeven , zo 
'er een onvoorzien toeval bykwam. (8) 
Van honderd gevallen, durve ik zeg- 
gen , is 'er geen één , waarin eenig mid- 
del nodig is. Maar ftel, 't ware nodig. 
Gelyk 'er niets gemaklyker is dan om 
binnen de zes eerfle Maanden aan Kin- 
deren middelen integeeven , en de weer- 
zin vervolgens aanwaft tot het, fom- 
wyle al te fpade, redengebruik , zou 
de tegenwerping weder een bewysre- 
den worden voor myne Helling: zo ik 
'er my toe gedrongen zag. 

E ene 

(7 en 8_) Tissot op dezelfde plaats. 

n 4 



490 Over den LEEFTYD * 

Eene andere bewysgrond vind ik in 
de Lyft der Inentingen , in Engeland 
gedaan van de Jaaren 1721 tol 1728. 
Van 273 Kinderen beneden de vyf Jaa- 
ren, op dewelken de Inenting van kragt 
was , waren 'er negen dieze niet over- 
leefden. Negen , zult gy zeggen , of 
één van dertig ? de evenredigheid 
fpreekt wat fterk , zo men ze vergelykt 
met die van een vyftigfte, die de In- 
enting toen verloor op andere Leefjaa- 
ren. Maar, behalve dat geen één van 
deze negen zich beneden 't half jaar be- 
vond , verfcheelt het twee derde dat 
ze alle geene flagtoffers konden zyn 
van de Inentinge. De oorzaak en des 
doods zyn , niettegenftaende de zor- 
gen der Natuure , in dit Leefperk zo 
gemeen , dat 'er alle zes wceken een 
vyftigfte deel fterft van de Kinderen 
van dien ouderdom. Vyf van de 273 
Kinderen zouden 'er gefturven zyn,'t zy 
men die al of niet hadde ingeënt. Ook 
zie ik by 't onderzoeken der verhaalen 
van Dr. Jurin (en noit zyn 'er getrou- 
wer geweeft) dat twee van de Kinderen 
waterhoofden hadden ; een derde zy- 
ne, aan een afgaande Koorts ziek leg- 
gende, moeder zoog, en 'er de Koorts 

door 



geschikt ter INENTINGE. 491 

door kreeg : dat de vierde aan een 
Teeringkoorts ftierf twee maanden naa 
de Inenting ; dat een vyfde befmet was 
door zyne zufler , en dat de Pnilten 
zich vier dagen na de operatie open- 
baarden (9). De evenredigheid der 
ongelukkige gevallen in dien eerden 
Leeftyd laat zich dus herbrengen van 
één tot zeven en zeftig, waaruit men 
kan opmaken , dat 'er zelfs toen meer 
voordeel was om voor de vyf Jaaren 
Inteënten , dan naa dien tyd. Van 
welken kant men dan of de redenecrin- 
gen of de zaaklykheden , die men tegen 
myn gevoelen inbrengt , aanzie , zo 
voel ik my geregtigd om te befluiten 
datze elkander ftaaven in plaatfe van 
om ver te ftooten. 

3. Maar wanneer ik minder voor- 
deden had , en dat het zo fterk als nu 
zwak betoogd was , dat de Inenting min- 
der wel gelukt, in het eerfle, dan in 
het tweede vyftal Jaaren , zou het 'er 
wel verre af zyn dat uitftel de wysftc 
keuze ware. 
Myn zoon , zegt gy , zal zich beter uit 

dit 
(9) Zie de egte verhaalen van Jurin en Scheucu- 

ZER. 

«5 



492 Over den LEEFTYD 

dit ft uk redden , als ik wagt met hem telaa- 
ten Inenten wanneer hy niet meer te dugten 
heeft van de Stuipen, Tanden, en Wur- 
men. Ik wil u hier in geloven ; maar 
alvorens hem aftezonderen , hoe zult- 
ge hem, gedurende dien tufichentyd, 
behoeden voor de natuurlyke Kinder- 
ziekte? Waartoe zal hetbehoedmiddel 
dienen , zoge den tyd niet hebt om 'er 
gebruik van te maaken. Het vergely- 
ken der gevaaren, welke men onder- 
wyle met hun loopt , en die men door 
eene vroegtydige Inenting voorkwam , 
of, om 't met andere woorden uitte- 
drukken , de befparing van 't Menfchdom, 
die 'er het gevolg van zyn zoude, le- 
vert my eene derde bron van bewy- 
zen. 

Ik heb in den aanvang niet anders te 
doen dan de redeneeringen optenee- 
men , die men voert om ons de Inen- 
ting aftemaanen voor dat het Leven des 
Kinds genoegfaam beveiligd is , en ze 
toetepaffen op de natuurlyke ziekte in 
denzelfden Leeftyd. 

Hieris geen middelweg. Of de kwaa- 
ien van de Kindsheid brengen geen ge- 
vaar by de Inenting, dieze voorkomt, 
of onderbrengt ; of deze kwaaien , zich 

voe- 



geschikt ter INENTINGE. 49 



voegende by eene onverwagte befmet- 
ting , zullen verdubbelen de ongemak- 
ken en gevaaren voor een kind dat niet 
voorbereid is. 't Gevaar zelf van eeni- 
ge puiften , aan de tong komende , <^en 
Zuigeling het zuigen beneemende , zal 
oneindig grooter zyn in de gewoone 
Pokjes, die doorgaans meerder puis- 
tjes voortbrengen dan de Ingeënten. 

Zal men ftaande houden dat het aan- 
tal van Kinderen , die , aan hun zelve 
overgelaten zynde, de Pokjes voor den 
vyf Jaaren krygen en 'er van fterven , 
te gering is om te evenaaren het groot 
aantal van hun die eene algemeene In- 
enting voor dien ouderdom uit doods 
kaaken rukken zou? Geen Arts zal tot 
dien aftogt zyne toevlugt neemen. De- 
ze ziekte was voornamelyk ten allen 
tyde der Kindsheid toegeweid(i o); en 
de Naam van Kinderziekte, dienze draagt, 
fchetft den tyd des Levens af, wanneer 
zy dodelykft is. Wat zeg ik , daer 
zyn weinig talryke Familiën , waerin 
men niet beklaagt den Tienden , aan die 

ziek- 

(10) Perpauci Junt ex pueris, qui boe morbo im- 
mune* funt. Rhazes de Kariolis & Morbillis. Ed. 
Mead C. I. p. 112. 



494 Over den LEEFTYD 

ziekte te zyn opgeofferd ; en geen Vader 
begint te tellen op het leven van zyne 
Kinderen , dan wanneer zy met den 
eerften Leef kring een gevaar ontwor- 
fteld hebben , dat men voor 't aller- 
grootfte des levens houd. 

Onze Doodlyften ftaaven deze klag- 
ten en vreezen niet dan te veel. Deze 
ziekte vordert een elfde der Kinderen, 
die voor dien Leeftyd fierven ; en 't 
getal der genen , dieze ieder Jaar te 
Londen wegrukt, is 972. Gelyk nu de 
Dopelingen in deze Hoofdftad Jaarlyks 
byna zeftien duizend bedragen , zo de 
Inenting , gelyk ik wilde , op de ge- 
boorte volgde , zoude het Jaarlyks ver- 
lies op zyn meefb zyn van 160. Der- 
halven zouden Jaarlyks agthonderd 
Kinderen worden befpaard ; zy zou- 
den buiten ftaat zyn om de Pokjes of 
te ontvangen of aantefteeken , Londen 
zou in dertig Jaaren vierentwintig dui- 
zend burgers ryker zyn. Laat nu elk 
Vader uitfpraak doen , of een middel , 
't geen tot een zesde brengt het gevaar 
om zyne Kinderen door de Pokjes te 
verliezen voor datze vyf Jaaren oud 
zyn , dat 'er de overige gedurende de 
volgende Jaaren hunner Levens van 

bc- 



geschikt ter INENTINGE. 495 

bevryd , en zo duidelyk zyn Vaderland 
voordeelig is, van dat getal is, 't geen 
men onfchuldig mag in den wind flaan. 

4. Ik voel wat hem wederhoud. De 
vrywilligé opoffering van een gedeelte 
zyner Familie om de andere te behou- 
den , kan iemant verfchrikken die geen 
agt genoeg geflagen heeft op het famen- 
ftel van het grootfte goed. Zo 'er, in 
plaats van twintig , honderd tegen een 
gezet was op het hoofd van elk kind 
dat hy Inent , zo dit Lot op zyn huis 
valt, zal hy den winft, dien hy doet, 
vergeeten , om alleen te peinzen op zyn 
verlies ? 

Men heeft hier niet te doen met de 
zwakke geefren , by wien de uitkomft 
alleen beflift , en veel min nog met die 
nauwgezette perfonen , die, Turken 
in hun praktyk , op de wigtigfte zaak 
van het Leven, dat is op het Leven zel- 
ven, in vreze zyn deregels der waar- 
fchynlykheit toetepafTen, dieze in de 
reft van hun gedrag volgen. 

Ik heb onderfleld dat de Inenting 
geoorloofd zy, ik zeg meer, ik fchat- 
ze in geweten aanpryzenswaardig. Het 
is aan den man , overtuigd dat de dood 
van zyn Kind hem niet kan worden 

ge- 



496 Over den LEEFTYD 

geweten , dat ik vrage , op welken tyd 
des Levens een zodanig verlies hem 
het minft zou treffen ? Zal het ant- 
woord dubbelzinnig zyn ? laat het ver- 
fchil in de waarde van het Leven toe om 
in twyfel te ftaan? Men fchat een goed 
naar reden van den prys dien 't ons 
koft, de geneugten die men 'er door 
geniet, de voortduring die 't ons be- 
looft. Onderzoek volgens deze be- 
ginfelen , wat de voorzigtigheid van u 
vordert, niet alleen als Vaders, maar 
als Leden van den Staat. 

Op zyn vyfde jaar heeft ons een 
Kind reeds veel gekolt : zo in de fa- 
milie van ryken die uitfchot weinig 
zaaks is , het is een wigtig Voorwerp 
voor min gezegende burgers , die met 
hunne middelen fomtyds verpligt zyn 
een gedeelte van hunnen arbeid en tyd 
aan hunne familie opteofferen. 

Zy winnen minder , verteeren meer, 
vermoeijen zich meerder, en moeten 
zich van gemakken onthouden, ja fom- 
tyds zelfs van het nodige , en dat voor 
een Kind dat de Pokjes aan hunne te- 
derheid ontrukken. Wie van hun , die, 
misfehien laat , het voorwerp van zyn 
waaken en flaaven verlieft, beklaagt zich 

niet 



geschikt ter INENTINGE. 497 

niet van het zo lang voor de Pokjes 
gefpaard te hebben, en herhaalt niet al 
zugtende 

Congeftos no&esque diesque Labores 
Hauriet una dies, &fitnere merget acerbo? 

Dat is , zal dan één dag al wat door da- 
gen en nagten zorgens gewonnen is, 
wegrukken , en ten bitteren grave doe- 
men ? Deze hartzeeren zyn dies 

te regtmatiger , hoe de zorgen , die 
men heeft aangewend , vrywilliger wa- 
ren. Wat is een Kind in de eerfte jaa- 
ren,ten minften in de eerfte maanden? 
een weinig gevormd Beeld of klomp 
zonder kennis of gevoeligheid; meer 
een Voorwerp van afkeer dan trek; 
niets dan de natuurlyke drift wekt der 
Ouderen toegenegenheit ; niets dan de 
hoop onderfteunt hen in hunne Moei- 
ten. 

Cui non rifère parentes 
Nee Deus hunc Menfd, JDta nee dignata 

cubili efl. 

Eindelyk zo het zeker is , dat meer 
dan de helft van 't Menfchdom zynen 
loop voleind voor de vyf Jaaren, en 
men dan noch een Kind in 't gevaar 
brengt der Pokjes, 't zy door de na- 
tuur 



498 Ovep. den LEEFTYD 

tuur 't zy door konft aangebragt : zo 
is dit een ftuk goeds wagen tweemaal 
waardiger dan het in de eerfle twee 
maanden was. Wat zeg ik in veele ge- 
vallen zal een verlies van een Erfge- 
naam , eenigermate herftelbaar in de 
eerfle maanden , het ophouden te zyn 
in de eerfte jaaren. 

De Vader zou weder hertrouwd zyn, 
zo hy niet verwagthadde, dat zyn zoon 
zyn huis zou bouwen. De Moeder 
zou een beter Lyftogt gehad , de Zus- 
ter 't geeflelyk gewaad niet aangeno- 
men hebben , indien 't voorwerp van 
deze offerhande in de wieg geftorven 
was van eene ziekte, waarvan hy tot 
Jaaren gekomen zynde 't flagtoffer is. 

Ouders en Voogden zullen ichrikken 
één ecnigen ftamhouder aan eene ope- 
ratie te wagen , die toen hy een Kind 
was , en een talryker familie nog te 
verhopen was , minder ontftelteniflen 
zou verwekt hebben. 

De gemaakte aanmerkingen zyn, zo 
ik my niet bedrieg, genoegfaam, om 
te bewyzen dat de Ouderdom, waarin de 
Inenting, zo voor de familien alsvoor 't 
gemeenebeft of menfchlyk geflagt , voor- 
deelieer is , die is der Kindsheid. Ik zou 

er 



geschikt ter INENTINGE. 499 

'er meer aanmerkingen kunnen byvoe* 
gen , want de zaak is niet minder dan 
uitgeput ; maar befchaamd over de 
wydlopigheid dezer Proeve, vleije ik 
my>dat de eenige reden , die myne ver* 
fchoning zal aannemelyk maaken , is , 
dat het 'er verre af zy , dat ik nog alles 
gezegt nebbe. 

P. S. Ik heb in deze Verhandeling 
vooronderftelt , dat de evenredigheid 
van hun , die naa gedaane Inenting fter- 
ven , zy nis één tot honderd. Hier- 
mede heb ik de zaaken op heur ergft 
voorgefteld , en ik zal , misfchien niet 
zonder reden , van de meefte Inenters 
hierin wederfproken worden , als die 
deze evenredigheid ftellen als één toÊ 
vier- of vyfhonderd. De redenen,die my 
bewogen hebben , om van dit voordeel 
aftezien , hooren niet tot deze plaats: 
zy hebben meerdere betrekking tot het 
Zedeiyke dan tot het Natuurknndige , 
en konden naderhand wel eens ftofFe 
uitleveren om 'er nieuwe aanmerkin- 
gen over te maaken. 



VI» Deels, i.ftuL Kk PROE* 



500 Ouderdom der Perfoonen 
PROEVE 

TER BEPALINCE VAN DEN OUDER- 
DOM DER PERSOONEN, 
DIE JAARLYKS TE 

LONDEN 

VAN DE 

KINDERZIEKTE 

S TER V E N. 

DOOR 

Dr. M A T T (*). 

Schoon de Sterflyften van Londen 
vollediger ' zyn dan van eenige 
Stad die ik kenne in Europa, laaten zy 
. . niét naa zeer onvolkomen te zyn. Vee- 
Ie BegraafenifTen zyn vergeten (i), de 

oude 

(*) Uit het Franfché han^fchtift Vertaald door 
denzclfden , die het even voorgaande ftuk in hec 
Nederduitfch overgebracht heeft. 

( i ) Minder nogthans dan de dopelingen. En 
dus is grootdeels aan die reden de onevenredig- 
heid te wyten, die men in Londen ontwaart tus- 
fchen geborenen en gefturvenen. 



te honden aan de Pokjes ftervends. 501 

oude vrouwen , die de Lyken gaan 
zien, ontvangen en geeven fbmwylen 
kwaade berigten , en men vind 'er niet 
in de getalen van de Ziekten , die in de 
onderfcheide Leefperken dodelyk zyn. 

Men ziet op onze Lyften , aan den 
eenen kant , hoe veele menfchen de 
Kinderziekte Jaarlyks in 'tgraffleept, 
en aan. den anderen kant hoeveel 'er 
onder de twee , vyf , en tien Jaaren enz* 
van alle ziekten fierven. Maar men 
ziet 'er niet in , welke evenredigheid 'er 
zy van hen die in die verfcheide Leef- 
perken door de Kinderziekte fneven. 
Zy , die belaft zyn met die Lyften , 
daarvan, om welke reden weet ik niet, 
afzonderende de twee getalen , wel- 
ke de Lyk-bezoekfters hun geeven, 
beletten ons een Vraagftuk te beflis- 
fen , 't geen tot noch toe voor onbe- 
paald 'gehouden is. 

Ik heb in' een ander gedenkfchrift 
verflag gedaan van 't gene my tot nieu- 
we onderzoekingen nopens dit Vraag- 
ftuk' heeft aangefpoord, Ik heb dit al 
voor langen tyd tragten te ontknoopen, 
en ikvleije my myn doel bereikt te heb- 
ben door eene nadering, die my dunkt 
niet verre van de waarheid aftewyken. 

Kk 2 Om 



502 Ouderdom der Perfoonen 

Om 'er de juiftbeid van te too- 
nen, zo ftaa my toe ftuk voor fluk 
openteleggen de bewerkingen , die my 
tot de ontknoping gebragt hebben , en 
eeniglyk U te onthouden het grooter 
aantal van vergeeffe pogingen die deze 
zyn voorafgegaan. 

Schoon de Stad Londen niet altoos 
geheel van de Pokjes bevrydblyft, zo 
regeerenze daer niet altoos even fterk. 
Daar zyn Jaaren , datze drie en vier 
duizend perfoonen heeft doen fneuve- 
len , en daar zyn weder andere Jaaren , 
waarin 'er flegts een vierde den Tol 
der Natuure door betaald hebben. Op 
dien grondflag heb ik gebouwd. 

Door 't vergelyken der Jaaren , heb 
ik gezegt, waarin die Ziekte 't groot- 
fte aantal van menfchen heeft wegge- 
rukt met die Jaaren waarin 'er minft 
door gefneuveld zyn , zo zal het 
verfchil der gefturvenen in de verfchei- 
de ouderdommen de evenredigheid 
aantoonen , naar welke het Sterflot 
door de Kinderziekte daarin is uitge- 
deeld. 

Dit Beginfel fchynt eenvoudig, maar 
de toepasfmg is niet minder dan ge- 
maklyk. Elk Jaar vergeleken met één 

der 



te Londen aan de Pokjes ' ft ervende. 50 



der volgende Jaaren zal verfchelende 
uitkomften geeven , en de andere Ziek- 
ten, die niet minder dan de Kinder- 
ziekte veranderen , zullen de bepalin- 
gen , waarin men die over 't hoofd 
ziet , twyfelagtig maak en. 

Om zich des te overreden , flaa men 
zyne oogen flegts op de I te Tafel , die 
ik by deze Verhandeling gevoegd heb. 
Men ziet 'er het uittrekfel in van alle 
Doodlyften van dejaaren 1 728 tot 1 759 
ingefloten. De tweeendertig ingeflote- 
ne Jaaren zyn verdeeld in twee lleijen. 
De bovenfte vervat 'er 16 van , waarin 
de Kinderziekte de grootfte verwoes- 
tingen heeft aangeregt , en de onderfte , 
waarin ze dit minft gedaan heeft. In 
de bovenfte vind men 'er 4 1749, in de 
onderfte 22674 Perfoonen door ont- 
zield, 't Verfchil van beiden is 19075. 
Maar hoe groot dit verfchil zy , zo 
ftaat het nog niet gelyk met de geftur* 
venen in de onderfcheide Jaaren van 
den eerften tot den tweeden Leeftyd. 
De reden is klaar. De ziekten der Kin- 
deren (2) , die de eerfte kolom uitma- 
ken, 

(2) De voornaamfte zvn Stuipen , Tanden , O- 
quelucbe (een befmetcendë Zinkenkoorts) de Entre'- 

Kk 3 " fe 



504 Ouderdom der Perjoonen, 

ken, de Ziekten der volvvaffenen (3) 
in de tweede kolom geplaatst , de koort- 
fen in de vierde , en eindelyk de ziek- 
ten des hoogenouderdoms,beflempcld 
met het woord ouderdom , op de vyfde 
kolom gaan verre in de eerfte reije de 
verfcheidene ziekten van dezelfde ran- 
gen te bov&i die in de tweede geplaatft 
zyn. Het zyn dan de Pokjes alleen 
niet, die deze ongelykheden maaken, 
en deze I fte Tafel kan dan van geenen 
dienft zyn tot het oogmerk dat ik my 
voorftel. 

Men kan dit gebrek niet verhelpen 
dan door 't maaken van eene tweede 
Tafel , waarop , de Pokjes uitgenomen , 
de verfcheide bronnen des doods in de 
Leefperken ten naaften by gelyk zyn. 

Ten dien einde heb ik begonnen met 
de uitlating van 't Jaar 1741 , waarin 
7528 Perfoonen door een befmettende 
Koorts fneuvelden. Dit getal is meer 
dan 't dubbeld van 't geen Ziekten van 

ge . 

fe Ziekte enz. daaronder begrepen doodgeboren 
Kinderen. 

C 3 ) Onder dien titel komen de Ziekten van 't 
Hoofd, Borft, Maag, Darmen, Nieren, en Blaas; 
de Ontftekingen , de Kankers, de Water- en Geel- 
zugten , Mazelen , dodelyke Kraamcn en Miskraa- 
men, enz. 



Bladz. 503 



TAFEL. 



:kten iler Kind. 


Der Volwaff". 


Polciü. 


Koortfen. 


Ou 'erj. 


z 


5 


10 


20 


30 


4o 


50 


00 


70 


3o 


9° 


1020Ó 


7909 


HOS 


4822 


2768 


9851 


2407 


1038 


950 


2254 


2490 


2624 


2123 


1863 


1290 


920 


10925 


803a 


2849 


5235 


2681 


I073S 


25I« 


105S 


999 


2371 


2784 


2698 


2338 


1938 


1375 


912 


10210 


7512 


2640 


3225 


167S 


9907 


2096 


932 


806 


1916 


2351 


2261 


1839 


' 1500 


913 


741 


10746 


S053 


2Ö38 


3116 


1459 


10752 


2830 


1228 


B29 


1718 


2212 


2154 


1668 


1324 


793 


554 


104SS 


S8.13 


3014 


336l 


1918 


10580 


1706 


993 


816 


2139 


=445 


2357 


2121 


1666 


1 1 14 


644 


10417 


8758 


2084 


4580 


1984 


10054 


!6l3 


1008 


885 


2241 


2652 


2578 


2270 . 


1650 


1 164 


708 


11481 


1001 1 


2725 


4003 


2591 


10765 


28 6 2 


1235 


947 


2205 


2783 


2866 


2585 


1977 


1716 


870 


10817 


9335 


1977 


7528 


2512 


10456 


2368 


1072 


1048 


2816 


3476 


3731 


2851 


1933 


1540 


878 


8891 


8014 


2029 


3837 


2429 


8621 


1955 


947 


813 


■ 93S 


• 2342 


261 1 


2004 


1729 


1507 


736 


9258 


9072 


3236 


4167 


2424 


9503 


2611 


1089 


895 


2356 


2728 


2876 


2243 


1699 


'444 


713 


8296 


8152 


26:5 


4458 


1983 


8504 


2028 


794 


719 


2291 


2753 


2855 


2113 


1691 


1155 


«IS 


73S3 


6261 


3538 


2070 


1263 


8239 


2225 


814 


660 


1566 


1823 


1633 


1348 


l»79 


738 


360 


7707 


7720 


2359 


2964 


194" 


8115 


1904 


640 


62S 


1685 


2141 


2179 


1944 


1642 


1143 


675 


7389 


7836 


1988 


3042 


1662 


7803 


2001 


612 


577 


1651 


2087 


2234 


1918 


1433 


1018 


583 


6944 


6964 


3296 


2564 


■ 545 


7095 


24I I 


948 


687 


169S 


1906 


1906 


1710 


1418 


1024 


513 


6784 


6379 


2596 


2314 


1531 


6995 


2063 


803 


694 


1576 


löiS 


1688 


1413 


1265 


965 


523 


147881 


128841 


41749 


61286 


32371 


147975 


37596 


IS209 


12953 


S2415 


38589 


39251 


32488 


25807 


18902 


1094S 


1072: 


8144 


1914 


401 1 


1971 


10368 


2448 


1092 


901 


2048 


2471 


2373 


1713 


1577 


1001 


769 


9846 


759S 


1197 


2939 


178: 


9502 


1517 


716 


611 


1627 


2175 


2121 


1741 


1581 


974 


793 


12065 


9760 


1370 


3831 


2207 


11738 


2409 


957 


754 


1857 


2564 


2685 


2196 


1871 


1188 


1014 


9989 


7816 


IS94 


= 544 


■59S 


9672 


1963 


755 


691 


1603 


2158 


2138 


1684 


1339 


872 


661 


9909 


8595 


1590 


3890 


I84I 


9600 


2. Vj 6 


784 


783 


207c 


=439 


2363 


2106 


1551 


1121 


640 


98S9 


8779 


1690 


3334 


1770 


9687 


2302 


844 


875 


186( 


2218 


2378 


2039 


1421 


1166 


63« 


9191 


9624 


1429 


5108 


2131 


9030 


2642 


1035 


893 


220, 


2813 


2959 


2333 


1634 


1250 


691 


7583 


7138 


1Ö33 


2670 


1573 


7394 


1657 


670 


663 


■7+1 


2019 


2123 


1637 


1307 


920 


463 


7826 


7731 


1206 


2690 


I843 


7689 


1631 


672 


626 


169 


1940 


2332 


1741 


1382 


IO64 


= 24 


9'43 


8182 


1380 


4779 


2010 


8:41 


2085 


905 


790 


2190 2649 


2717 


2079 


'544 


1199 


595 


7884 


8088 


I78J 


3981 


2127 


7637 


1798 


760 


661 


214 


- 2491 


2700 


2160 


1704 


ll87 


629 


7854 


8454 


1229 


4=94 


1896 


8024 


1533 


709 


746 


203 


254= 


2708 


2107 


1728 


lOSS 


561 


7758 


7365 


998 


3219 


1688 


7483 


14SS 


575 


588 


1694 2207 


2234 


1S15 


1490 


925 


532 


7686 


7058 


774 


2292 


1466 


7892 


1403 


418 


47S 


133 


1861 


1775 


1563 


11S6 


36 + 


493 


754« 


7627 


1Ü08 


2579 


1512 


7466 


1973 


605 


572 


15: 


) 19S2 


2069 


1788 


1412 


976 


506 


5913 


6520 


1273 


247 a 


1397 


5971 


1795 


717 


5 56 


■ 36 


15S9 


1606 


1368 


120S 


96l 


443 


— — 





■ 


-^^— 


■ 


. 


i 


■ 


■ 




. — 


— . — 


— — 








■ 


140773 


128476 


22674 


54633 


28808 


137894 


3 1007 


12214 


11188 


2S99 


1 3611S 


37231 


30075 


23935 


16706 


9950 



— 7108 



— 36S — 19°75 — 6653 ■" 3563 "" 10081 — 6589 ~ 2995 — 1765 — 3418 — 2471 — 1970 — 2413 — 1872 — 2196 — 993 



• 



te Londen ac 



II. TAFEL. 



Kind. 


Dtr VóIwifT, 


TokjtJ. 


Kooftfin. 


S 


803a 


2849 


5:35 


i 


8144 


1914 


4011 


2- 


7SH 


2640 


.-.::. 5 


s 


805.1 - 


16H8 


3irt 






5014 


3.16' 




IOOII 


»7»5 


4003 




8014 


2029 




1 


por- 


3:3" 


4167 


i 


8152 


3635 


445» 




8454 


1 239 


4^4 






1389 




) 




1988 






7«27 


1608 


1 


l 




3396 


as«4 


1 


«379 


159(1 


2314 



120918 



Ouderd. 
2681 
1971 
■ 675 
■159 

1918 

2591 

24:9 

2424 

I 

1 119(1 

I94S 

1663 

1512 

1545 
1531 



10735 
107,68 
9907 
10752 
10580 

10765 
8621 

9S03 
8504 
8024 
8115 
7803 
7466 
7095 
«995 



S 

2516 
2448 
209Ö 
2830 
270« 
2862 

1955 

261 1 
2028 
1533 
1904 

2001 
1973 

24 II 
20«3 



10 
IO56 
1092 

932 
1228 

993 
1235 
947 
1089 
794 
709 
«40 
«12 
«OS 
948 
803 



20 
999 
901 
806 
829 
816 
947 
813 
895 
■19 
746 
628 
577 
572 
687 
«94 



30 
2371 
2048 
I9l« 
1718 
2 1 39 
2205 
1935 
23SÖ 
2291 
2031 
1ÖS5 
IÖ5I 
1523 
i«95 
1 5 -<5 



40 

2784 
24/I 
2351 
221: 
2445 
2783 
2342 
272:: 

254'- 
2141 
- 

1982 
1 906 

1616 



50 

2:6, 

2357 

i 

2611 

2708 

2234 
2069 
■ 9c6 
I«88 



«o 
2338 

i«i 

18.39 
1668 
2121 
2585 
2004 
224; 
2113 
«07 
■941 

1 

1710 

1413 



70 
1938 
1577 
1500 
1324 
1666 
1977 
1729 

■ ::': 

■ 642 
H33 
1412 



f: O 
1375 
1001 

913 

793 
II 14 
l-Iö 
1507 
'444 

■ ■SS 
1038 

■ 143 
1018 

97« 

10:4 
965 



22112 53151 28181 13194' 30073 11854 '°804 27S90 342Ö; 35333 22860 



90 

9'2 

741 

554 
«44 
870' 

7'3 
613 

5«i 
«75 
533 
50« 
513 
523 





120803 


S'T'Xi 




29223 


135233 


33937 


I3«33 


IIÖ29 


29140 


35143 


35835 


^'524 




I7ii2 


9913 


i 


7909 


2105 


4S22 


i7«8 


9851 


2407 


1038 


950 


2254 


2490 


21^24 


2123 


1863 




920 


i 


759S 


1 1 


29.-9 


1781 


9502 


1517 


7"« 


«II 


11)27 


217= 


2121 


l-II 


1581 


974 


- 




97«° 


1370 


S83I 


2207 


11738 


2409 


957 


754 




25«4 


2685 


2196 




1133 


1214 


} 


78l« 


1594 


2 544 


1595 


9571 


1963 


755 


«91 


1605 






1684 


1339 


872 


66 1 


7 


8758 


2084 


45-3 


' '! 


10054 


2613 


1008 


885 


2241 


265: 




2270 


1650 


Il«4 


703 


P 


8595 


1590 


3890 


I84I 


9600 


23<V. 


784 


783 


2072 










1121 




i> 


8779 


1Ó90 




1770 


9687 


2302 


844 


875 


l8tf« 


2:1 


- 


2039 


1421 


n6« 


636 


1 


9624 


■ r-9 


5108 


2131 


9030 


2^42 


1035 


893 


2203 




2959 






■ 250 


691 


3 


713S 


IÖS3 


2670 


1573 


7394 


i«S7 


670 


««a 


■r»4 


20IV 


2123 


I«37 


( 


'."'20 


4«3 


5 


7731 


120Ö 


2690 


1843 


7«89 


1631 


672 


«2« 


1«95 


■94' 


1333 


1741 


: - 




524 


1 


8182 


1380 


4779 


2010 


8741 


2085 


905 


790 


2190 


~f, v , 


3717 




1544 


"99 


595 


1 


8088 


17S9 




2127 


7«37 


1798 


760 


«61 


2142 


2*9' 


2700 


- 


1704 


1187 


629 


f 


73«S 


998 


3219 


1683 


7483 


1485 


575 


588 


1694 


2:07 




I8I5 


1490 


925 


531 


5 


705 S 


774 


2292 


1466 


7892 


1403 


418 


4-8 


1338 


li«l 


■ 775 


1568 


1186 


S6 4 


4V3 


1 


6520 


■ 273 


24:2 


1397 


5971 


■ 795 


7 1 7 


556 


1362 


1589 


160Ö 


1363 


1203 


9«l 


443 



16145 974: 



+ 115 — 14684 — 19 — 1042 — 3292 — 3864 — 18:9 — 8:5 



1:50 — 87G • 52: - «44 — ■: - - 



gekken naam 
geeven,en ze 
Evenrcdighed 
Koorts wezen 
Jaar en verfchi 
Om de twi 
brengen, heb 
gefloten , al> 
ciodelyke Kil 
niet minder c 
rukte. Eene 
ook bewogen 
die in eenig 
uitftaken. i i 
ten kunnen , 
ftad, en dan 
de twee ui te 
Leven en op 
male nu gctpi 
len der Even 
- trap de ver 
Burgerftaat 
veel mogely 
houden, wa; 
de eene dan 
is, en ten 
waarin deze 
uitfteken. 
De 



te Londen aan de Pokjes perbende. 505 

gelyken naam voor een middelgetal 
geeven,en ze zoude des te meer alle de 
Evenredigheden verwarren, om dat die 
Koorts wezendlyk van die der andere 
Jaaren verfchilde. 

Om de twee reijen tot gelykheid te 
hrengen, heb ik ook het Jaar 1752 uit- 
gefloten , als befrcmpeld met eene zeer 
dodelyke Kinderziekte , doordienze 
niet minder dan 3538 perfoonen weg- 
rukte. Eene andere reden heeft my 
ook bewogen de Jaaren uittefchieten , 
die in eenige byzondere befmetting 
uitftaken. Alle Perfoonen , die vlug- 
ten kunnen, ontwyken uit de hoofd- 
ftad, en dan valt het Sternot meeft op 
de twee uiterflens van 's Menfchen 
Leven en op de Burgerfland. Nade- 
male nu gefproken word over 't bep^a- 
len der Evenredigheden , die in gelyke 
trap de verfcheide rangen van den 
Burgerftaat treffen , dient men , zo 
veel mogelyk , zich aan de Jaaren te 
houden , waarin de Stad niet meer van 
de eene dan van de andere ontvolkt 
is, en ten minften die te vermydeiij 
waarin deze ongelykheid te zeer zoude 
uitfteken. 

De dertig Jaaren, dus uitgezogt., 
Rk 4 ver- 



$06 Ouderdom der Ferfoonen 

verdeden zich dan in twee nieuwe 
reijen in de II. Tafel. Het verfchil 
in 't getal der Pokjes is 14684, waarin 
het I !le Leefperk het tweede overtreft. 
De Invloed , die zulk eene groote 
meerderheid heeft boven de gefturve- 
nen van verfcheide ouderdommen, is 
zeer aanmerklyk ; en alzo de ongelyk- 
heid in 't getal der andere Ziekten naar 
evenredigheid zeer klein is, zoude die 
van weinig belang wezen, zo 't minder 
gemaklyk was daarvan rekening te hou- 
den. Dit meerder Tal van 66 in de 
Ziekten der Kindsheid van het tweede 
Leefperk boven die van 't eerfte , kan 
zonder merklyke dwaaling gefield wor- 
den op rekening van de dooden onder 
de twee en de vyf Jaaren. 

Het verfchil van 1042 in de Ziekten 
onzes Leeftyds, veel dodelykcr in 't eer- 
fte dan tweede Leefperk , laat zich af- 
trekken van 't meerder getal dooden 
boven de zeftig Jaaren , om dat men 
zekerlyk alsdan nog niet door ouderdom 
iterft als men dit Leefperk noch niet 
bereikt heeft. Eindelyk kan men wegens 
de onevenredigheden in de ziekten der 
VolwafTenen en in de Koortfen , de- 
welke ten deele eikanderen evenaaren , 

en 



te honden aan de Pokjes ft ervende. 507 

en alleenlyk eene minderheid laaten van 
96 van 't eerfte tot het tweede Leef- 
perk , onderftellen datze eenparig de 
verfehillen minder maaken in 't getal 
der dooden in verfeheide ouderdom- 
men: die derhalven moeten worden af- 
getrokken van 't getal der Pokjes zel- 
ve; 't geen alsdan komt op 145 88. De- 
ze herbrengingen dus gedaan zynde, 
zal men de volgende Tafel vormen, 
waarop de eerfte kolom vervat de ver- 
feheide Leeftyden. 

De tweede kolom wyft het getal aan 
der Dooden van ieder ouderdom van 
den eenen tot den anderen Leeftyd. 
En alzo men aan de 14588 Kinderpok- 
jes deze verfehillen wyten moet , zo 
vind men op de derde kolom, watze 
worden 5 vooronderftellende dat dit 
laatfte getal zy herbragt op duizend; 
en eindelyk is de vierde kolom famen- 
gefield uit breuken, dewelke deze 
evenredigheden uitdrukken. 



Kk 5 III. TA- 



5o3 Ouderdom der 'Perfuonen 

III. TAFEL. 



Onder de 2 Jaaren 


3345 


229 


Van 2 tot 5 


3877 


267 


5 - 10 


1829 


125 


10 — 20 


325 


57 


20 ~ 30 


1250 


86 


30 - 40 


8?8 

* 


60 


40 - 50 


502 


84 


50 - 60 


644 


44 


boven de 60 Jnaren 


1434 


98 



4-3 
1 

17? 
1 

8 
1 

17. 5- 

I 

11 6 

1 

16. 6 

1 

29- 4 

1 
ca. 7 

1 
ie. 2 



Deze Tafel toont dat de helft der 
dodelyke Kinderpokjes valt op de Kin- 
deren onder de vy f Jaaren , dat 'er een 
achtfte deel valt op het volgende vyf- 
tal; dat men boven de dertig Jaaren 
niet wel daarvan een vierde telt ; en 
dat het tiende gedeelte der gefneuvel- 
den door deze ziekte der Kindsheid 
valt op de Zeftigjarigen. 

Bovendien ziet men , dat deze Ziekte 
gemeener aan of gevaarlyker voor de 
jongheid is van de twintig tot de dertig 

Jaaren , 



te honden aan de Pokjes ft ervende. $09 

Jaaren , dan voor 't voorafgaand en 
volgend tiental van Jaaren , en dat daar- 
entegen 't L.eefperk tuflchen de veer- 
tig en vyftig Jaaren meeft' bevryd is van 
het- woeden dier Ziekte; 't zy datze 
dan min kwaadaardig is , of, dat waar- 
fchynlyker is , ter oorzaake dat men 
zich dan minder aan de ge vaaren blo o d- 
ftelt. Eindelyk nademaai de gefturve- 
nen aan Kinderpokjes Jaarlyks te Lon- 
den een getal beloopen van twee dui- 
zend, zo heeft men flegts. de getalen 
van de derde kolom te verdubbelen, 
zo men weeten wil hoeveel menfchen 
van verfcheide Leeftyden door die 
Ziekte Jaarlyks worden weggerukt. 

Daar aan fneuvelen 'er vierhonderd 
en vyftig tuffchen de twintig en dertig 
Jaaren, in het Leefperk namelyk, waar- 
in het Leven der Burgers van de groot- 
lle waardye is voor hunne Familiën en 
den Staat, 't Komt my voor, dat deze 
befluiten wetenswaard en nuttig zyn. 
Nogthans bepaal ik 'er my niet aan , en 
ik zoek in een IV. of laatfte Tafel , 
welke evenredigheid van Geftur venen 
men moet toefchryven aan de Kinder- 
ziekte. De tweede kolom fchetll de 
fommieren van de Perfoonen van ie- 
der 



510 Ouderdom der Perfoonen 

der ouderdom , welke in den gantfchen 
tuflchentyd van dertig Jaaren geftur- 
ven zyn. Het getal der dodelyke Pok- 
jes is 58908 in dat gemelde Leefperk. 
Ik deel dit getal in deelen , geëvenre- 
digd aan die der vorige Tafel , en fchry- 
ve in de derde kolom van deze Ta- 
fel de betreklyke getalen ter zyde van 
die der dooden van denzelfden Ou- 
derdom. De vierde kolom toont , hoe 
veel 'er van de duizende Perfoonen 
die in de verfcheide Leefjaaren fter- 
ven, te ftellen zyn op rekening van 
de Kinderpokjes , en zo geeft de vyf- 
de kolom de gebrokens van deze E- 
venredigheden. 



IV. TA- 



te honden aan de Pokjes flervende. 511 
IV. T A F E L. 



Onder.de 2 










Jaaren 


267174 


I350Ó 


50 


1 


van 2 tot 5 


64010 


15660 


245 


1 

4 


5 - 10 


25537 


7388 


289 


1 

3* 4. 


10 — 20 


22433 


3332 


149 


I 
6» 7 


20 — 30 


57030 


5049 


88 


1 
II. 3 


30 - 40 


69408 


3546 


5i 


I 
I9»$ 


40 - 50 


71168 


2028 


29 


I 

35» 


50 — 60 


58364 


2601 


45 


I 

22. 4^ 


boven de 60 


99712 


5793 


58 


1 



V. a 



Gelyk de eerfte Jaaren des Levens 
aan een grooter aantal van Toevallen 
zyn bloodgefteld , zo is 't getal der 
Kindertjes die aan de Pokjes voor de 
twee Jaaren fterven, hoe aanmerklyk 
pok, nog het twintigfle deel niet der 
flagtoffers van andere kwaaien. De drie 
volgende Jaaren zyn in 't algemeen min- 
der dodelyk. Daarin vind zich het fterf- 
lot herbragt tot een vierde van 't geen 

't zelf- 



£ï£ Ouderdom der Per/bonen 

't zelfde was in de twee eerfte Jaaren 
des Levens. De Kinderziekte houd 
zich nogthans (taande; ze fleept een 
vierde weg van hun , dien 't Sterflot 
treft in dat Leefperk , dat anders gun- 
fliger voor 'tMenfchdomis. Ditfchynt 
aantetoonen , -dat de bykoming van an- 
dere ziekten minder, dan men wel zou 
denken , toebrengt om de Pokjes zo 

dodelyk te maaken. Het Leven 

is meer verzekerd van de vyf tot de 
tien Jaaren , en nog meer van de tien 
tot de twintig. Zonder dien vreesly- 
ken geesfel zoude het zelfde nogthans 
meer geveüigd zyn , nademaal men op 
deszelfs rekening byna een derde moet 
ftellen derdooden van dat eerfte Leef- 
perk, en meer dan een zevende van 
het tweede. Niettemin laat het geheel 
aantal der dodelyk!e Kinderpokjes niet 
naa aanmerk èlyk minder te zyn in't laats- 
te dan in 't voorgaande Leefperk , niet 
omdat de Pokjes dan minder gevaarlyk 
syn, maar omdat ze zo veel niet woe- 
len. Het 'vyf-agtfte gedeelte der Kin- 
leren , ,die aan deze Ziekte moeten 
fterven , gaat niet boven de tien Jaa- 
ren. Van de twintig tot de dertig Jaa- 
ren betaalt waarfchynlyk de Jong-man 

't 



te honden aan de Pokjes ftervende. 513 

't misbruik zyner tagten \ of zyne 
kragt verdubbeld voor hem 't gevaar. 
De uitwerking der eerfte driften of der 
grootlte kragten brengt meer dan een 
derde toe tot de dodelykheid van de 
Pokjes. Maar nademaal de andere oor- 
zaaken des Doods noch in eene veel 
grooter reden aangroeijen voor iemant 
die aan de eerfte Ziekte fterft, zyn 'er 
tien die door andere Ziekten worden 
weggerukt. 

Naa dertig Jaarcn worden de ver- 
woeftingen door de Kinderziekte , ver- 
geleken met die van andere Ziekten, 
minder, niet om dat na dien Leeftyd 
deeze Ziekte niet de verfchriklykfte 
blyft van allen , maar om dat 'er dan wei- 
nig onderwerpen overfchieten , waar- 
op ze vat heeft. Zy, die de wezend- 
lykheid der weder -inftortinge in de 
Kinderziekte ftaande houden , . zullen 
met moeite de vermindering in het ge- 
tal der dooden met de vermeerdering 
van 't gevaar der Pokjes kunnen over- 
een brengen. 

Men zou 't aantal der befluiten^ uit 
deze Tafels voortvloeiende, kunnen 
grooter maaken. Gebrek aan tyd, de 
afkeer, dien ik gevoel, voor loutere 

On- 



514 Ouderdom der Perfoonen 

Onderftellingen , en eenige andere re- 
denen beletten my myne onderzoekin- 
gen wyder uittebreiden ; flegts heb ik 
gepoogt eene nieuwe Loopbaan te ope- 
nen , en wenfche dat mannen van meer 
bekwaamheid zich daarin willen oeffe- 
nen. In 't algemeen, zo 'er eenig nut- 
tig werkftuk is voor Menfchen , zo is 
't zulk een , dat hen doet kennen hun- 
ne voornaamfle Vyanden, dieze in de 
verfcheide Leefperken te dugten heb- 
ben , en de hulpmiddelen , die hun de 
Natuur verleent omze te vermyden. 

Mogelyk zullen 'er eenige Fouten 
zyn in myne handelwyze of bewerkin- 
gen. Indien dit zo is , verzoek ik allen, 
wien 't moge aangaan , my die te ont- 
dekken. Het zal des te minder moei- 
lyk zyn , my daarvan te overreden , hoe 
ik met de genomene voorbehoedfels , 
meer in hoope ben my te mogen vleijen , 
datze myne befluiten niet merklyk zul- 
len verzwakken , en al deden ze die 
waggelen , zo bemin ik de Waarheid 
genoeg om 'er nog grooter zaaken aan 
opteoffèren. 

Men zal zonder twyfel Vraageh na 
de bekragtiging myner uitkomften, zo 
door de volgende Sterflyften vanXöra- 

den 



te Londen aan de Pokjes ft ervende. 515 

den als van andere Landen. De vreedè 
zo lang verwagt en verlangt , meer nog 
door Wysgeeren dan door 't volk , zal 
misfchien eenige verandering in onze 
lyften maaken. Ik zal zekerlyk geen 
middel verzuimen om myne rekenin- 
gen of te bekragtigen , of te verbete- 
ren. Alzo nogthans de tyd van dertig 
Jaaren, die ik daartoe heb genomen, 
groot genoeg is om de toevallige on- 
regelmatigheden van verfeheide Jaaren 
te ontgaan, zo is 't gelooflyk dat, zo 
men hier als elders iets ontdekt dat 
toevallig of onbeftendig fchynt, zulks 
alleen plaats vind in een kort beftek 3 
en dat in een groot bellek , de eehvor- 
migfle en heerlykfte orde bewyft dat 
de Natuur, enkelvoudig is en Göd 
ten Oorsprong heeft. 






VLDeeh 9 2.Jluh LI VEÊ 



X* 



5 i6 , Over de PROFILEN 
VERHANDELING 



OVER DE 



PROFILEN 

DER 

M U U R E N; 

DOOR 

N. T P E T. 

Het bepaalen der fteenen Profilen , 
bekwaam om de drukkinge der 
grond te verdraagen , het zy dezelve 
tot het bouwen van Kaaijen , het zy 
dat ze tot béwaaring der wallen van 
eene Vefting zullen worden gebruikt, 
is altoos eene zaak van het grootfte 
belang in de Bouwkunde gerekent. 

De Generaal M. Baron van Koe- 
hoorn , de grootfte Krygkonftenaar 
van zyn leeftyd , fchynt byzondere 
Regelen te hebben gehad, waar na hy 

de 



9 



der MÜÜRER 51? 

de muurwerken der Veftingert bepaal* 
de , welke hy nogthans niet goedge* 
vonden heeft te openbaaren. 

Maar de beide groote Krj'gslieden , 
de Marechal de Vauban , en Brigadier 
Belidor , hebben in hunne werken al- 
gemeene Tafelen gegeeven , uit welke 
men, de hoogte van den Muur gege- 
ven zynde \ de boven , en beneden 
breedte van denzelven kan vinden ; in 
zonderheid heeft de laatltgemelde , aart 
welken ik niet, als met eene aandoe* 
ninge van de grootfte dankbaarheid 
herdenk e , in zyfte Science des Ing£ 
nieurs, zeer vernuftige beginfelen uit* 
gegeven , volgens welke deeze weten* 
lehap op eene wiskonflige wyze kan 
worden behandelt; doch in hoe Verre" 
die groote Mannen hun oogmerk heb* 
ben bereikt , oordeele een iegelyk , diö 
derzelver werken , en fchriften naauw* 
keurig heeft nageziem 

OndertufTchen zal ik in deze Ver* 
handeling de kennis der beginfelen on-; 
derftellen , welke de Heer Belidor irï 
het ligt heeft gegeeven, en voor het 
overige tragten , zoo veel my mogelyk 
is , het maken der Muuren aan vaile 
Regelen te binden* 



5i8 Over de PROFILEN 



§• 2. 

Indien de regthoekige Driehoek 
AEF, ( Fig. I. ) {taande op de hori- 
zontale lyn AF , om haar fteun- 
punt A beweegbaar word begreepen, 
zal deszelven vermoogen gelyk zyn 
aan den inhoud van deezen Driehoek , 
vermenigvuldigt met f der lyn A F ; 
doch het regthockig Trapezium ACLD 
gelyk aan den Driehoek AEF willen- 
de maken , zal B D = D F moeten wor- 
den gemaakt, volgens de 41 Prop. van 
Euclides 1 boek ; en dan BG = GD, 
AH = |AB hebbende gefield ; voorts 
Q gelyk den inhoud van den regthoe- 
kigen Driehoek ACB, P gelyk den 
inhoud van den regthoek B L hebben- 
de genomen , zal het vermogen van 
het voorzeide Trapezium gelyk zyn 
aan AHxQ+AGxP; maar om hier 
uit de overeenkomft van het vermogen 
deezer beide Profllen te berekenen, 
welkers, inhouden gelyk zyn aan mal- 
kanderen , laat AF — a 9 EF = b,,ergo 
is de inhoud van beide deeze Figuuren 

ab , vervolgens zy BF=.r, en daar- 

2 om 



der M U U R E N. 519 

omBD=DF=£, BG=£,AB = a- x, 

- 4 

AH = i(a — x) AG = a — x -fr-a; — 4 a — ; .r , 

3 44 

Q = a& — bx> P = Z)x, ergo het vermogen 

Il - 

van 't Trapefium AC LD = i l a — x \ b + 

{ 4 a x — 3 -t a \ fc = ( a- — iax + x 1 + 4CIX-5X 1 \ 'b 
j V 3 8 j 

== ( 8 a s — 1 6 a .r -}- 8.r 2 4- 1 2 a ,t — 9 x a ] £ 

= ( 8a2 — 4^* — x * \ b\ en als I het ge- 

meene punt der zwaarte van den Drie- 
hoek ACB, en den Rcgthoek B L 
verheelt, zal men hébben 

AI = / Sa- — 4 a x — q- a \ b = Xa 1 — 4 a x — x * 
[ lAXab 1 Tz% 

waar uit volgt , om dat de Inhoud 
van beide deeze vlakten gelyk is aan 
tL dat deeze dier Figuuren het meefte 

vermogen zal bezitten , welker gemee- 
ne punt van zwaarte het verft e van 't 
fteunpunt A gelegen is , en daarom 
ftaat te onderzoeken , welke van beiden 
2_«_ 5 ofte ^' — 4 as — Ë- de grootfte 
3 iia 

is. Doch uit de befchouwinge van de 
laatfte grootheid bemerkt men terftond, 
dat AI dan van de grootfte langte zal 

LI 3 zyn» 



520 Over de PROFILEN 
zyn, als x = o, en bygevolg AI= 3 a \ 

12a 

=_i a , derhalven zoo lang B F grooter 

3 

blyft, als nul, zal de Driehoek AEF 
eenen gelyken inhoud met het Trape- 
fium ACLD behoudende , grooter 
vermogen, dan dit laatfte bezitten , en 
om die redenen zoude de Driehoek 
het voordeeligfle Profil zyn , welk 
men tot het maken van Muuren kon- 
de gebruiken. 



§• 3. 



Maar tot het bouwen van Muuren 
geen Profil, dat een Driehoek is, kun- 
nende gebruiken , nadien dan door een 
werktuig van eenige zwaarte , dat bo- 
ven op den Muur wierd gebragt, de- 
zelve noodzakelyk zoude inftorten , 
zal men moeten onderzoeken , in wel- 
ke reden de lynen A B , en B D tot 
eikanderen behooren te worden geno- 
men , om onder eenen gelyken inhoud 
het grootfte vermogen te behouden. 

De Marchal de Vauban heeft voor 
eene ftokregel aangenomen, dat AB 
altoos een vyfde gedeelte van deiioog- 

te 



der M U U R E N. 521 

te E F moet zyn, en na deeze zelve 
ftelling heeft de Brigadier Belidor, 
zyne Profilen in les Sciences des Inge- 
nieurs uitgerekend , alhoewel hy ander- 
zints inderdaad van gedagten is , dat 
men AB merkelyk minder behoorde 
te maken , gelyk hy dezelve , in het 
tweede deel zyner Architeblure hydrau- 
lique pag. 224, maar op een agfte ge- 
deelte van de voorzeide hoogte heeft 
genomen. 

§• 4- 

OndertufTchen is het nodig , om uit 
vafte beginfelen de reden van deeze 
lynen te zoeken , indien men ooit wis- 
konftige algemeene Regelen zal vin- 
den, waar na voor een ieder gegevene 
hoogte de Muurwerken kunnen wor- 
den bepaald ; tot dit einde onderftel 
ik , dat , den inhoud van het Profil 
A C L B ( Fig. II .) gegeven zynde , 
beide de lynen AI , en C L te gelyk , 
zoo groot moeten zyn, als mogelyk 
is, ofte dat AIx CL een maximum 
behoort te weezen ; welke Helling ik 
daarom heb aangenomen , om dat hoe 
grooter CL word, hoe meerder zwaar- 

Ll 4 . te 



5<i2 Over de PPvOFILEN 

te niet alleen boven op den Muur kan 
worden gebragt, zonder denzelven ce 
doen inftorten, maar ook hoe hy mag- 
tiger zal zyn om de kragt van het Ca- 
non te verdragen, en ten tweeden, om 
dat hoe grooter AI word, het overi- 
ge gelyk blyvende, hoe meerder ver- 
mogen, het Trapezium AC LD zal be- 
zitten , even eens als §. 2. is aange- 
toond. 

Stellende nu gelyk in het eerfte ge- 
Val AD + CL=a, BD =#_, dan is 

AI = 8 a» — 4 as — x* en bygevolg 

12 o 

AI x CL = $a 1 x — 4 a x>_— L x3 J welkers 

24 a 
Differentie IS Sa*dx — Saxdx — 3x*dx=:o. 
ofte 3* 2 = — 8 a x -f- 2 a 1 . 
ergo x = — 4 a + ^ 16 a» ■+■ 24 a»~ 



pfte *=z— 40 + V 7 4 Q a *_ 

3 
ergo BD = ( — - * V 10 ) a, en 

3 
A R =5 C 7 — V _jQ ) o = C .7 — 2 V 10 ) « 

3 3 

pfte BD = ( — 2 + 3. 161 ) a =. (1. 162) a t 

3 3 

en AB = (7 — 6. 324) a = o. 6^ a 

i*^^~~ ■■■■■ ■■■— ■ ■ • 

S 3 

waar- 



der M U U R E N. 523 

waarom BD, tot AB zoude zyn als 
1162, 676 :: 581, 338, welke rede- 
nen ik in het vervolg zal Hellen als 
n , tot i , en daarom A B =BD en 

n 

n = ff| = 1.719 ten naaften. 

§• 5. 

Maar om uit het verhandelde tot be- 
paling van hetr-fteenen Profil ABDC 
Fig. III. te geraken , welkers hoogte 
B D gcgeeven is , zodanig dat het zel- 
ve met de grootfte drukkinge , die de 
grond tegens denzelven oeffenen kan , 
in evenwigt zy , laat op B D het Qua- 
draat BDKI zyn befchreven, en aan 
de Diagonaal van het zelve eevenwy- 
dig zyn getrokken de regte lyn AM', 
dan zal de A D F M de Aarde bevat- 
ten, welke wezentlyk tegens den Muur 
ACDB, die wy als eenen fleen be- 
fchouwen, zal drukken; want getrok- 
ken hebbende LM evenwydig aan IK, 
en dan aan het ftuk A M C niet geden- 
kende , zal AML, of wierde ABF 
maar van gelyke Aarde als FB KM be- 
greepen, van zelven bly ven ftaan ; in 
dier voegen , dat de grond , welken 
LI 5 BFMK 



524 Over de PROFILEN 

BFMK bevat, niet tegens den Muur 
zal werken , voor en aleer dezelve bo- 
ven by CD begint te beweegen ; der- 
halven zal men alleenlyk de lynen AB , 
en CD zodanig moeten zoeken, dat 
de drukking der Aarde van den Drie- 
hoek DFM met het fteenen Profil 
ABDC in evenwigt is. 
Laat nu BE — y 9 ergoAE = j, en 

A B = 0* + O .y , voorts BD = c,BP = a" 

n 

ergo PD=DQ = c~i, dan p on- 
eindig naby aan P hebbende getrokken, 
en beide de lynen P Q , p q evenwydig 
aan A M gehaald , zal Vp q Q de Diffe- 
rentie zyn van het vlak B P Q K , der- 
halven ps regthoekig op PQ gemaakt 
zynde,is de Inhoud van Pp#Q = PQ *fi 9 
maar de Differentie van B P Q K regt- 
hoekig op het punt P tegen den Muur 
B D werkende , gelyk aan p s x D Q ; 
voorts Vp = dx, ergo p s = dx en by- 

gevolg ;;xDQ = cdx — xdx 9 der- 

halven de Differentie van 't vermogen 
B P Q K = c xdx — x*dx , derzelver 

Integraal = c x" — a' 3 ; daarom x — o 
^Vl s\/i. ge- 



der MUÜREN, 525 

genomen zynde , zal men het vermo- 
gen van den geheelen Driehoek BDK 
tegen s den Muur B D vinden gelyk 
aan c 3 . 

Doch j = AB = BF = O + O y 

n 

hebbende gefield , zal 't vermogen 
van het ftuk BFMK gelyk zyn aan 

O + 1 1 c ƒ> — O ± T ) j/ 3 , en over- 

zulks het vermogen van den Driehoek 

FDM == c 3 — <JL±_0 cy- + (jL±jJy 3 , 

ondertuflchen is het vlak van dit ver- 
mogen , als het aan 't punt D wer- 
kende word begreepen, gelyk aan c- 

— ( n + \Z y* "+* C? + O jf 3 . 

Maar indien de uitgebreidheden 
van Steen, en Aarde, die een gelyk 
gewigt bezitten, tot malkander liaan 
als 2 tot 3 , dan zal het vlak van 't 
vermogen des Driehoeks DFM in 
Steen verandert zyn gelyk aan 
2 3 

9pz 6 n 1 ]/ 2. y c n3 \/ z. 

Laat 



526 Over de PROFILEN 



Laat vervolgens de Inhoud van den 
Driehoek A E C = Q , van den regt- 
hoek ED = P, AH = f- AE =2y 9 

E G = y , ergo A G —y + y — ( n + 1 ) y 

2 n n zn 

en het vermogen van den Driehoek ACE = i cy* 

6 n- 
, RegthoekED:=C"+2)cj a 



m 



ergo hec vermogen van 'c Profil 

ACDB = (^-hón+i) C y* 
6 n- 

Derhalven zal men , om het fteenen 
Profil ACDB in evenwigt met de 
drukkinge van den gront des Drie- 
hoeks DFM te vinden, deeze verge- 
lijking moeten maken. 

3 22 3 3 2 a 

c- 2c(n +1)7 + 2 (n-h\)y=Qin+6n+i)cy 

33 2223 

ofte 2 (n + i) y'zy — c Cn + i) 1/ *y +» c \/ 2. 

3 n 3 

B ft 

= (3 w + 6 « + 2) c;y 

3 3 £-233 

ofte 1 (« + 1)1/23/ — 3rac(ra+Oi/ay + « cy/i 

2 2 

= 3«c (3 » + & » + 2) 31 

33 2 * 

ofte 2(«+i)i/2;y~3»c((«+Oi/2+3»+6«-K./ 

2 33 
3? + » c \/ 2 = o. 

ergo 



der M U U R E N. 527 



ergo y-^nc { l__ + in+ón+i \ y + n c = o. 

U(«4-0 " ' 3 / 3 

2(7Z4-l)l/ 2 2.(^72+1) 

, Uit welke ^equatie men terftond be- 
grypt, dat y nooit gelyk kan worden 
aan c want dan zoude 'er eene negati- 
ve grootheid overblyven , ook word 
y = o , als c gelyk aan nul word ge- 
it elt; welke beide gevolgen noodzake- 
lyk in eene algemeene Reegel voor 
deeze zaak moeften zyn beflooten. 

Dewyle men %. 4. gevonden heeft » 
ten naaften by gelyk aan 1. 719, zoo is 

" " = o. 94S3. , in(?,n + 6n-h2') ~ 

1. 9217, en 11 z ~ o. 1263 
-3 

Derhalven word de Algemeene ^equatie 

y 2. 87 c y + o. 1 263 c = o. 

Indien dan c gegeeven is , zal men j? 
uit dezelve kunnen vinden, 



I.VOOR- 



528 Over de PROFILEN 



I. VOORBEELD. 

3 2 

Laat c = to, ergo y — 28. 7 ^y + 126. 3 = 9. 

en daarom ƒ veel nader aan 2 als aan 
3 , om welke redenen ik Helle 

y = a + x, en =: 2 

3 3 4 =3 

ergo y = .fl + 3aï + 3«i+ï 

22 a 

— 28. 7 3/ = — 28.7 a — ƒ7.4 a x — 28. 7 x 

-f- 126. 3 = 126. 3 

Vervolgens # 3 om derzelver klein- 
heid weggelaten hebbende, en 1 in 

plaats van a gefield , zal men hebben 

2 

8 -f- 1 2 x + 6 x 

— 114. 8 — 114.8 x 
+ "6. 3 



5 — . « 

a < = O. 

— 28. 7 x C 



ofte 19. y — 102. 8 a; — 22. 7 x z == o 
ofte 22. 7 x 2 = — 102. 8 x + 19. ƒ 



Clfc 


X = 


— - 


• iUi. O A -f J 


y > 


442. 




en 


: — 5" 


22. 7. 

t. 4 + 1/2,641. 


96 + 


65- 




— 5-r. 


22. 7. 










4+1/ 3° s 4* 


61 





22. 7. 

~ -~ Sï ' 4+ ff ' *43 = 4- '43 = o. 1825-4 

22. 7 22. 7 . 



der MÜUREN, 529 

bygevolg y = a -h x =z 2. 18254, 
maar y nog nader willende bepalen 
zoude nu a = 2. 18 en dan de voorigc 
werking herhaald, moeten worden ge- 
field , doch deeze naauwkeurigheid 
fchynt in dit , en diergelyke gevallen 
onnodig te zyn ; houdende derhalven 
y = 2. 1 8254 , heeft men y = 1 . 2643 , 

ofte D C = 2 voeten , 2 duimen en 
AB = 3 voeten, en 5 duimen. 

II. VOORBEELD. 



Als c = 30, dan is y — S6. i y -f 3410. 1=0, 

Stellende nu y = a + x en a = 6, dan heeft men 
3 3 2 2 

5= a + 3a.t-f 30^:=: 216 + 108:*;+ iS* 

o 

~ — 2 

— 86. 1 y = — 86. 1 n — 172. zax — 86. 1 ar = 

— 3099. 6 — 1039, 2 x — 86. 1 x 

+ 34 IQ . 2 = + 3410. r 

ergo 68. 1 x z = 931, 2 x + 5-26. ƒ 
^2 =— 4 65-, 6+ y/ 216783. 36 + sySTiTóf 

6877 
ofte x = —465-, 6 + 5-02. 4 321 =36. 83 2 1 r=p. j^oSj-, 

68. 1. 68. 7" 

ergo 31 = 6. ƒ4085- , en_^= 3. Sof ofte D C 6 voet. 

n 
6 duim. AB = i@. v. en 4 d. 

En 



53© Over de PROFILEN 

En indien men c in het vervolg ge- 
lyk 10, 15, 20, 25, 30, 35, 40, en 
100 heeft gefield , zullen de waarden 
van D C , AB, en A E worden gevon- 
den zoo als zy in de volgende Tafel 
ftaan uitgedrukt. 



Hoo2' f " <^er Muur 


boven A: ' 


rC' 


beneJen --filee 


vgrfclvjf 


DB 


DC 




AB 


AE 


10 voeten 


2 v. 2 


d. 


3v. 


5d. 


1 v. 3 d 


15 




3 




5 


2 


1 11 


20 


4 


4 




6 


10 


2 ó 


25 


5 


5 




i 


7 


3 2 


30 


6 


6 




10 


4 1 


3 Jo 


35 


7 


8 




12 


1 

1 


4 5 


40 


8 


9 




13 


10 


5 1 


100 


21 


10 




34 


6 


12 3 



Uit welke blykt, dat op ieder vyf 
voeten meerdere hoogte , genoegzaam 
overal, dè bovenfte dikte DCeenen 
voet , en eenen duim vermeerdert, ter- 
wyl het verfchil van de boo ventte, en be- 
needen dikte telkens 7 of 8 duimen be- 
loopt , daarom kan men door eene 
evenredige byvoeginge uit deeze wei- 
nige voorbeelden , de lengte van al- 
le deeze lynen voor eene ieder gcgG- 
vene hoogte, vinden, want dan is de 

ver- 



der M ü U R E N. 531 

Vermeerdering voor eenen voet en zoo 
vervolgens , in de naafte duimen ge- 
rekend , gelyk hier beneden volgt : 



Voeten meerdere Vermeerderingen 



hoogte 



van D C 1 van A F 




JDerhaiven is , voor eenë hoogte vari 
33 voeten , D C = 7 voet. 2 duim* 
AB = ii voet. 5 duim. en AE = 4 
voet. 3 duim. 

Maar indien het ais eehe wezeritïy» 
ke eigenfchap van de Muuren nood- 
Zakelyk is , gelyk de groote Krygskun- 
dige Belidor , in zyne Science des In- 
genieurs & Architeblure Hydrauliquè be- 
weert , dat A E altoos een agfte ge- 
deelte van de hoogte DB behoort té 
Zyn , dan is het zekerlyk zeldzaam 'i 
dat deeze Prorllen van zelven $ zon- 
der dat in het maken van dien 'er eeni- 
ge de allerminfte agt op gegeeveri is * 
by na eene gelyke overeenkomt iil 
zig bevatten. 

VI Deels , 2.Jtuh M rri gi f* 



532 Over de PROFIL EN 



§• 7- 



Om vervolgens na dezelve beginfe- 
Ien den Muur ABDC (Fig. IV.) te 
bepalen , wanneer boven op denzelven 
eene boritweering is gebouwd , zul- 
len wy om het onderzoek, door klei- 
nigheeden niet moeijelyker te maken, 
alleen de drukking van den grond 
CGHV, beneflfens die van den Drie- 
boek F DM befchouwen, zonder op 
den kleinen Driehoek GHY, de linie 
GH evenwydig aan CK getrokken 
zynde , nogte het banket te letten ; 

Laat tot dat einde C G , en D X 

evenwydig zyn getrokken aan AM y 

D X gedeelt in twee gelyke deelen in 

O , O U evenwydig aan C K , insgelyk 

gedeelt in L, als Hl van te vooren 

evenwydig was gemaakt aan AM, daar 

na werden getrokken VU, dan UW 

genomen gelyk aan UV, en eindelyk 

3 
LS 7 VN evenwydig aan AM begree- 

pen, cïeeze dingen hebbende gefteld , 
is het centrum der zwaarte van het 
Paralleïogram D H in L , van den Drie- 
hoek HIV in W, en daarom kan het 

eer- 



der MUURËN. 333 

eerfte worden begreepen te werken 
aan den hefboom B D in het punt S , 
en het laafte aan den zei ven in N> 
doch de werkinge van het Parallelo- 
gram CX zal men moeten begrypen 
aan het punt D te gefchieden. 

Noemende nu gelyk in het voor- 
gaande geval BD=g, C R = R G = £> 
RV=ö 5 AB=BF = («+ ï)^, 

CD=y> dan is het vlak CGXD = by^ 
regthoekig werkende aan BD = by 

en verandert in fteen = bViy^ er- 

go het vermogen van CX = hcvzy^ 

maarRV = GH = CI, ergo Dl = &-y> 
bygevolg DT = a — y = DS > eri 

BS — c — a + y = 2, c — a + y $ 

frellende wyders ze— a — p~ zoo is 
BS = p + y ; doch DH = ab — by \ 

2 

regthoekig werkende aan het punt 
S = ab — by 9 en verandert in fleert 

£ Qab — by) 1/2, derhalven het ver^ 
3 

Mm s trio* 



534 Over de PROFILEN 
mogen = (ap — py + ay — y*) hV i. 
De Driehoek IHV = £% werkende 

regtheekig tegens het punt N = = ¥ , 

2 V i 

en verandert in fteen — b 2 V i\ onder- 

6 

tuffen isDZ = DN = ö-j;+J 

= 3 a ~3y + b ergo BN-3 c-^ g— b+s y, 

3 
maar 3c — %a — b = q hebbende ge- 



3 



maakt , krygt men B N = q + y, en 
bygevolg het vermogen van den Drie- 
hoek IHV- ¥ Vi x ^7y^=Cbq+by)bv / 2 y 

6 ~6 

daarom het vermogen van 

CH = bc V 2y + (ap —py + ay —y % )bVi 

+ (bq + by)bV 2 = (c—p + a + b)bV2 

6 ~T~ 6 

y — bV 2y* + (ap + bq)bv / 2. Indien 

~~~6~ 6 

eindelyk c — p + a + b-h , en ap + bq — R 

worden gefield zal het vermogen van 

CH zyn = hbv 2y~bV 2 y* + Kb V 2, 

■ 

en 



d E R M U U R E N, 535 
en alle deeze grootheeden met 1 8 n % 

3 

hebbende vermenigvuldigt , gelyk §. 5. 
is gefchied , zal men om y te vinden 
de volgende ^equatie hebben, 



y — 3 » X 1 + 3 * 


i 2 + 6 » + ; 


> x y 


2(72+1) 2 
3 3 
-\- 9 n b b y + 9 n Rb 


3 

O+0l/2 

3 3 
+ 11 C = 




3 3 
(ra+O C»+0 

0. 







— 3 n b x 


D> 






2O-+-O 






ofte n r= 1. 719 genomen zynde 




y— 2. 87 cy + 2. 2734 bby + 


2.2734R&+0. 


s 
1 263 c=o. 


— 0.3789 »3 







VOORBEELD. 

Als c =r 30.3 a == 1 8 , b = 4 , dan is 2 c — q zzzp r= 42, 

3 
q = 32 , b = 6. 6 Ó7. , R = 1 34. 88.88, es c = 27000» 

3 

3 a 

Daarom 31 — 87. 6167 + 60.624 31 + 4620. ƒ15- r=o. 

Laat om y te vinden dezelve zyn gelyk aan a-tx 

Mm 3 ergo 



$$6 Over de PROFILEN 

3 3 2 =3 

ergo y s= a -\~ 3<ix + %ax -\- x 

— 87.6 1 ó 3/ r — 87.6 1 6 a — 1 7 ƒ. 2,32 rtx-87. ó 1 6.v j = o, 

4- 60,624 y = 4- 60. 624 a 4- 60. 624 A' 

4-4620. jij — : 4620. jij, 



Dan a = 8 zynde gefield 3 en 9 weggelaten , 
?al men hebben 



ƒ12 -J- I92 X + 24 X 

J607.424 i4OI.8j6.TC 87.6 

-j- 484.992 4- 670. 624 x 
4- 4620. jij 



lfX ) =0. 



Bygevolg 10.083 — 1 149. 232 x — 63. 616 x* 
ofte x 1 ss — ■ 1 149. 232 x 4- 10.083 

63.616. 
en * = — 574- 616 4- ^330824. 987J 84 

63.616 

ofte y = ^~H4«^6 4-H)"- t 6 7= :o- Jjr =0.008 

63.616 63,616 

daarom y = 8,008 = 8 voeten ten naaften 

en y = 4.6J3 = 4 voet. en 8 duim. 
» 



II. VOOR- 



derMUUREN. 537 

II. VOORBEELD. 

Als c = 41 5 dan is 2 c — 0=^ = 82 — 18 = 64, 

q -41 - 18— § = 23- § = 23-1.3333 = 21.6666, 

è = irt4- 6 = 6.0666, Rr=64X 18 + x 2T.6666 
_ _ 

r= 206.444. 

3 2 

Daarom y — 1 1 9. 1 86 31 4- 60.624 y + 105-82. 041 =0. 

Uit welke aequatie men vindt y = 10. 132, en 

^==$•.89$' voeten, ergojy_-f- }- = 16.027 voeten. 
n ■ n 

§.8. • 

Maar als het punt M (Fig. V.) ver- 
der na binnen , dan het punt V mogte 
vallen , zal deeze Regel een kleine yer- 
anderinge onderworpen zyn , en om 
dit door een voorbeeld te toonen , laat 
de verlengde A F de lyn GPI fnyden in 
I dan is DM=c — (n+ i)jy = DF,het 



Parallelogram Dl == Cc — Q+Q:y ) b 

n 

regthoekig werkende = ( c — C"+Q y) b , 

verandert in fteen f (c — Ql+O?) b 

n "71 
= ( « c — C » + Ot ) #1/2, - 

3?2 

Mm 4 en 



538 Over de PROFILEN 

en BF + FD = nc — (»+0;y 4- («-1-1)3?=: 

2 27 n 

»c + (» + i)y, ergo het vermogen van 

2 « 2 

Dl = « s c 1 &i/z — ("+i jfrl/ay», doch het 

6 ra 1 
vermogen van CX = fr c t/ 2 y , daarom de geheele 

3 B 

werking van Cl == foy/zy + B I c i i|/: -(«+ 1 Jft i/ay *, 

3 6 - » 1 

welke me t 1 8 723 vermenigvuldigd zynde , zal 

men deeze nieuwe aequatie, om y te vinden, ver- 

krygen y3 — 372 c / t - f 3 » 3 + 6 g + a \ y* 

\a(»H-0 s j 

2 («4-1)1/2 

C»-*-0 ïOm-0 

— 3 «Jjü 

2(»-J-l) 

oftey3-2.87<:y 1 +o.7f8£cy+o.3789&c 1 -{-o.i263c3:=o. 
— 0.9483*31* 

VOORBEELD. 

Als crr 22. i = 4, dan heeft men ys + 66. 933 y* 
-4- 66. 686 y -+- 2078. 393 = o uit welke gevonden 
wpid y = 6. 442 , y = 3. 747. Daerom is de In- 

houd van dit fteenen Profil ( AB + CD ) BD = 

2 
1*. 631 x 22 = 182. 941. Doch het Profil van 't 

i eerfte 



der M U U R E N. 539 

eerfte voorbeeld §. 7. is gelyk aan 

/ 12. 661 -+- 8. ooS \ x 30 — 310. 035-, en 

daarom de Inhouden tot malkander 
omtrent als 183 , tot 310; in welke 
Reden ook de koften zullen zyn,waar 
voor deeze Muuren kunnen worden 
gemaakt; bygevolg zal dit groot ver- 
fchil , ichoon de overige voordeden 
wierden gelyk gefield , ieder een moe- 
ten overtuigen , dat men verpligt is, 
om de Veilingen , zoo laag te maken , 
als immers mogelyk is. 

§• 9- 

Behalven de Profllen der Hooftwal- 
len eener Veflinge van welke wy heb- 
ben gehandeld is 'er nog eene foort, 
die byzondere opmerking verdient , 
wanneer een Onderwal CES (Tig. VJ.) 
voor de Hoof twal SGNO word gelegt , 
en daar door gemaakt dat de grond ; 
welke van den Hooftwal losgefchooten 
word, op den zelven valt, en dus de 
verbrookene borflweering in de hellin- 
ge E N verandert , in dier voegen , dat 
zoo lang de Muur A C niet verbroo- 
ken is , het welke bezwaarlyk is te doen, 

Mm 5 by 



540 Over de PROFILEN 

by na geen Bres kan worden gefchooten. 
Maar om zodanigen Steenen Profil 
ABDC te vinden , dat met de grootfte 
drukkinge van deezen Wal in Even- 
wigt is , zullen wy ftellen dat de hellin- 
gen CE, SG, onder hoeken van 45° 
zyn gemaakt ; welke bygevolg evenwy- 
dig aan de lynen BI, en AX zullen zyn. 
Laat wyders E R regthoekig op den 
Horizont C K gelyk zyn aan b , ge- 
lyk aan CR, G L regthoekig op 

EL = g,ES = q;ergoQS = q— ^QPzc — fw+Q y 

« 
derhalven PS = c — ( n + 1) y — a + y = 

n 

nc — n y — j — na + ny ■= n c — na — y 

« » 

ilellende dan c — a —p , zoo is PS ~np — yz =z TF , 

« 
het Parallelogram S X = npe — e_y , regthoekig 

» 
werkende ( pn — y ) e , en verandert in fteen 

ny/ 2 
r= (pn — jy ) e \/ 2, voorts BF + FT == 

Zn 2 

(n + i) y + np — y = 2 ny + 2y + np - y 

n zn s « 

== 2n y -f- y -j- np = j >n + C 2w + T ) y> 

'3» 2 » 

ergo het vermogen van SX = 

/ p*n* + 2B^ ? — (zn •+• i)y 2 \ e \/ z , 

V 6» 2 y 

welke grootheeden met 1 8 %3 vermenigvldigt 

3 

a(>-f-Ol/i zvh- 



DER M U U R E N. 5 4 ï 

zynde, zal men bekomen 3 j> 2 «3g + ^mpey — 

3 3 

(6n* + 3 "). g jS derhalven , omj te vinden , 

2O+1) 
hecfc men deeze sequatie 

?3 — 2.87^ + o. 75-78 (bc + pe)y 

+ o. 3789 (p 2 e + j&c 2 ) •+- o. 1263 é= o. 

— O. 94S J&3) 3 

— o. ƒ09 e ƒ>. 

VOORBEELD. 

Als c = 16, & = 6, e == i8§, a = ir , dan 
m> == jf, öc = 96, pe z= 92. 5-, fcc 1 =, 15-36, 
p 1 e = 462. 5- , en daarom 
f — 62. T34 3I 1 -f- 142.845-3; + 1274. 5-5-0 = o 
waar uit men vindt y = 6.1 627 = CD 

jv_= 3-5 8 f> ergo AB = 9. 7477. 



» 



Die geene , welke weeten waar na dit 
voorbeeld is genomen zullen misfehien 
met my befluiten, dat men deeze Re- 
gelen veilig kan gebruiken zonder be- 
kommert te zyn , dat de drukking dei- 
grond , welke wy altoos op het groot- 
fte hebben gefteld , inderdaad al te veel 
van haare waare drukkinge verfchilt, 
om dezelve aan een Muur tot over- 
maat van 't evenwigt toe te voegen. 
Ondertuiïen ziet men dat dit Profil 

be- 



54 sOver de PROFILENenz. 

be .^(6.1627+9. 7477)* 16=127. 2832 

quacraat voeten , en een Profil van eene 
gelyke hoogte , ofte 36 voeten Muurs, 
na de gewoone manier gemaakt, gelyk 
uit §. 7. is te vinden , zoude bevatten , 
(9. 156+ 14.484)36 = 23.638)18 = 
(425.484) quadraat voeten ; derhalven 
meer, als driemaal grooter, dan het 
voorgaande zyn , en bygevolg even 
zoo veel te meerder moeten kollen. 

Indien zulke voorbeelden den Geeft 
van den Grooten Koehoorn niet kun- 
nen doen herleven, is het zeer te vree- 
zen, of hy wel ooit herleven zal. 



&%#f*k&%&% 






OOR- 





-J&£ïèx,.£4Z. 


éPio. tv 

e. 7 


~M*\ K 


7- / Y 


,"'' & 1\ 


A ■■*&- M\ 


/ \ / / i \ 


.•■".' V A i / v/ i^\ 


/ R- x> 


• ' s' 




/ 


*" 1 1 


/ 


' / 


A 




/ 




/ 


ƒ 


/ 


ƒ 

/ T - 

1 y 


A é/%0.~V 


1 / 


/ 


! / 

! y 


y' 


y 


/' 


A jj 


"N 


Q. — : T 7 ^ 


yfT^t^" :;•*- h\ 


/ ;••'' _--'.'■' \o 


/ As ■■■" '' ^ 




• ^s. 


A /' -'!'"'' 




A >''*•''''' ' 


A /^"' ' 


JL-'A i 


\A ! / 


f ï 


/ \ 


/ \ 


/ : 


: 


-/. J Ij 


/ 




■• 




■..-... - 



y. 7 ». ■.-.'. :-. . X-, 



_ foca0jz f .£4z . 



ï) 


Q \l 


K 






| 


/: 












«• .■• 




• : 












.// 


! 


y 














/ 






// / 
















/ .■ 








// 




I 


p 


/& .,■■ 


/ : 






/ 


i 






F 




! 






! 






























/ 




i 


G 








] 


i 


L 






/ 



«Bladz. 543 

OORDEELKUNDIGE 

VERHANDE LING, 

OVER DE 

EIJERNEST- 

ZAKWATERZUCHT 

DER 

V R. O U W E Ni 



DOOR 




J. FAN DEK HAAR.. 

k at de Eijerneft - waterzucht der 
Vrouwen geen zeldzame of on- 
gewone kwaal is , dan by hun , die de- 
zelve riiet kennen, heeft, dunkt my, 
geen bewys nodig ; althans ik heb 
dezelve in myne kleine konft-oefFe- 
ning, verfcheide reizen behandelt, en 
na den dood befchouwt. Hierom denk 

ik 



544 Over de Eijernest* 

ik , dat zy aan geneesmeefters , die 
eene uitgeftrekte konft-oefTening heb- 
ben, dikwils moet voorkomen; ech- 
ter meen ik ook, dat men met reeden 
klagen mag, dat deeze kwaal, by het 
leven der LyderefTen , te weinig ge- 
kend word. OndertmTchen behoord 
men zig niet minder te verwonderen , 
dat , hoe veel byzondere voorvallen 
ook daar van by een goed aantal fchry- 
vers, zyn aangetekend, en doorfiguu- 
ren opgeheldert , die nogthans meeft 
na den dood der LyderefTen eerfl daar 
naa bekend wierden , men evenwel 
daar van geene regelmatige Verhande- 
lingen vind ; fchoon over zoo veele 
mindere en zeldzame kwalen , zoo uit- 
voerig en menigvuldig gefchreven is : 
dan , alzo dit een Heelkonftig gebrek 
is , waar in de Geneeskonii doorgaans 
van zeer weinig nut kan zyn , zoo zal 
ik het wagen , naar myne geringe ver- 
mogens , daarover een weinig omftan- 
dig te fpreken. 

Ik zal daar in die orde houden * dat 
ik eerjl «ene korte befchryving geeve, 
zoo verre dietotmyn oogmerk nodigis, 
van het gezonde deel, waar in de ziekte 
voorkomt. Ten tweden , zal ik de be- 
gin- 



zakwaterzucht der Vrouwen. 545 

ginfelen , de voortgang en kenmerken 
daar van , nevens het geene haar van 
andere ziekten onderfcheid , pogen 
aantetonen. Ten derden, zal ik door 
voorbeelden doen zien , wat gevolgen 
deeze ziekte heeft, alsze aan de goe- 
dertierene natuur, en aan het allerbefte 
beftier van inwendige geneesmidde- 
len , word overgelaten. En ten vier- 
den , zal ik insgelyks door gelyke voor- 
beelden tonen , wat wegen tot nog 
toe tot derzelve herftelling , door de 
Heelkonft zyn ingeflagen , en daar uit 
zal ik telkens eenige gevolgen trekken, 
I. De Eijerneften (Ovaria*) , van 
eenige de Eijerballen der Vrouwen ge- 
naamd , zyn twee witte fponsachtige 
lichaam tj es , aan weêrzyden gelyk , en 
omtrent twee vingeren van den grond 
der baarmoeder gelegen , langachtig- 
rond van gedaante en bynaals een klein 
plat gedrukt duiven-eij , wegende door- 
gaans by vruchtbare Vrouwen van 90 
tot 1 20 grynen , dat is drie achfle- of 
een halflood ; liggende niet in de holte 
des buiks , maar buiten het buik- en 
darmvlies of den penszak, in het bek- 
ken , achter de blaas aan weêrzyden 
van 't begin des endeldarms. Zy zyn 

door 



546 Over de Eijernest- 

door fterke banden en vliezen aan de 
baarmoeder , en deszelfs trompetten 
vaftgehegt, ruftende daarmede in de 
verdubbeling van de brede banden der 
baarmoeder van onder en terzydenaan 
de ysbeenen : wyders zyn zy van bo- 
ven aan de zaad- en onderbuiks-vaten 
door een lel- of Waasachtig viies , ver- 
eenigt , dat haar te geiyk aan de onder- 
fte of buitenfte zyden van het buik- 
vlies , met de overige deelen, in het 
bekken gelegen , zagtelyk verbind. 

Behalven een lel- of Waasachtig vlies, 
dat de Eijerballen met de overige dee- 
len , in het bekken gelegen , gemeen 
heeft , zyn zy voornamcntlyk bekleed 
met een eigen wit- of graauwachtig vry 
flerk vlies , dat 'er door het koken met 
eenige moeite van gefcheiden kan wor- 
den. Dezelve opengefneden zynde, 
vind menze van binnen als een los- 
week- fponsachtig wezen , dat uit vee- 
Ie lelietjes of huisjes beflaat, in welke 
veele kleine blaasjes of korreltjes, met 
een eigen vlies omkleed , en met eene 
blanke dunne vogtigheid gevuld , het 
witte van eijerengelykende, bevat wor- 
den. Deeze blaasjes of bolletjes , hou- 
den de voornaamfte Ontlederen voor 

waa- 



ZAKWATERZUCHTDER VROUWEN. 54^ 

waare eijeren (Ovula) der Vrouwen; 
wyl het vogt , daar in bevat, door 't 
koken, dezelve kleur, fmaak en dikte 
yerkiygd , als men by het koken der 
Vogel- en Vifch-eijeren , gewaar wordi 

Gemelde Eijerballen zyn insgelyks 
dikwerf met eenige waterblaasjes (Jiy- 
datide s) , tülTchen de eijertjes gemengd ^ 
gevuld, die naauwlyks van de waare 
eijertjes , anders dan door koken, kon- 
nen onderfcheiden worden; want het 
vogt der eijertjes word door het zelve! 
hard, tervvyl dat der waterblaasjes dun 
blyft, doch eenigzints troubel word: 
Behalven dit , hangen de waterblaasjes 
fomwyl op zig zelfs , en , met een dun 
fteeltje aan het vlies der Eijerballeil 
vafl , het geen men van de waare eijer- 
tjes, die ook meelt al kleiner zyn, zö 
niet waarneemd. 

Deeze Eijerneften hebben veelvul- 
dige bloedvaten , zenuwen en water- 
vaatjes , die dezelve alomme doorlo- 
pen , en aan de eijertjes zelfs haaré 
takjes geven. 

II. Dat deeze gemelde Eijerneften 
aan zeer veele , ja, aan alle ziekten 
daar de overige deelen van het dierlyk 
lichaam voor bloot ftaan , onderhevig 

VI.DeeIs s 2.Jhtk. Nn üyfïj 



548 Over de Eijernest- 

zyn, is onbetwiftbaar; maar het fchynt 
nogthans door ondervinding meer dan 
bekend te zyn, dat deeze deelen by- 
zonder onderworpen zyn , om blaas- 
buis en water-gezwellen , die uit een 
eigen vlies of rok beftaan , voort te 
brengen ; het zy dan dat dezelve een 
helder water of eene meer veranderde 
lymige, taaije , uit verfeheiden kleu- 
ren en dikte beftaande Hof bevatten. 
Ja ! de voorbeelden tonen , dat daar in 
veeltyds hair , fteen , been , kraakbeen , 
en veele andere vafte ïtofFen, gevon- 
den zyn; zelf heeft 'er de beroemde 
F. RuYseii, (l h ■ Ontkedkundig kabinet , 
bladz. 513 N°. XFIL) by een Vrouw 
van 24 Jaaren , verfcheide tanden en 
eene kies in ontdekt. Dan ik weete 
niet , dat iemand der geleerden , op- 
zettelyk de moeite genomen heeft, hier 
van de redenen te onderzoeken : en 
waarlyk , de waare redenen daar van 
fchynen zoo gemakkelyk niet gevon- 
den of zeker bepaald te konnen wor- 
den , ten zy menze of aan eene byzon- 
dere ontaarting der eijertjes (Ovula)^ , 
of aan de waterblaasjes Qydattdes), die 
men dikwils by de eijertjes of aan de 
eijerballen vind , toefchryve. Het is 

waar, 



ZAKWATERZUCHT DER VROUWEN. 549 

waar, dat het vogt der eijertjes (zoo 
als alle ander eijervogten) van eeheii 
zeepachtigen fchuimenden aart is , en 
op het vuur of door de warmte ftolt 
en dik word, en dat het vogt, dat in 
eene groote , doch niet zeer verander- 
de Eijerneft-zak waterzucht gevonden 
word, ook doorgaans die zelve hoe- 
danigheden heeft. Echter kan men daar' 
uit , naar myne gedachten , met geenè 
genoegzame zekerheid befluiten , dat 
dit vogt een vermeerderd eijervogt is j 
dat in de eijertjes der Vrouwen zoude' 
zyn voortgebragt, om dat het de zoge- 
naamde waterblaasjes der eijernefleri 
veroorzaakt, en hun vogt door de fiil- 
fland en vermeerdering veele verande- 
ringen ondergaande, denzelven aart van 
flof kan voortbrengen. Onze kennis vari 
de natuürlyke en gezonde vogtert zoo 
eng en bepaald zynde , hoe kunnen wy 
dan met zekerheid over derzelver ont- 
aarcing oordeelen ? Behalven dit , fchynt 
het fponswyze weezen der eijerballe- 
tjes , ook buiten de eijertjes en water- 
blaasjes, zelf van zoo een zamenftei 
te zyn, dat het tot het voortbrengen 
van waterblaas- en rok-gezwellen , zeer 
vatbaar is. Want, het is zeker, als de 

Nn 2 %& 



550 Over. de Eijernest. 

gewoone toevoer na het lotte en fpons- 
wyze weezen van een deel gaande blyft, 
en de te rugvoer belet word , dat dan 
het lel- en blaas-achtig famenftel zeer 
bekwaam is, om eene fchielyke ver- 
zameling te maken , en flym- of water- 
zak gezwellen te veroorzaaken ; voor- 
al daar diergelyke deelen doorgaans 
met zeer veele watervaten voorzien 
zyn. Men weet, en ziet door onder- 
vinding hoe zeer en menigvuldig, het 
lel- en blaas-achtig wezen , dat der Man- 
nen ballen omringt , en de Scheden- 
rok des bals genoemd word , aan eene 
uitflorting van water , 't welke men 
gewoon is eene waterbreuk te noemen , 
onderworpen zy. Men ziet ook fom- 
wyl, hoewel zeldzaam, dat de fche- 
denrok van der Mannen zaadftreng 
aan het zelve toeval bloot ftaat , en 
dat het water in ééne of meer beurzen 
zig ophoud. Dus fchynt het , dat het 
lelwyze wezen, dat de zaadballen zoo 
wel van Mannen als Vrouwen omringd, 
aan eene byzondere uitflorting van wa- 
ter onderhevig is. Dan het fchynt om 
het even te zyn, wat deeltjes van de 
eijerballen het eerft worden aangedaan, 
het zy de eijertjes, de waterblaasjes of 

het 



ZAKWATERZUCHT DER VROUWEN. 551 

het lel- en Waasachtig zamenftel ; want, 
het is zeer waarfchynlyk , zoo ras één 
van deeze deelen ontaart en vergroot 
word, zoo, dat deszelfs omkledend- 
vlies genoodzaakt word zig uitterek- 
ken en te vergrooten , dat dan ook tcf- 
fens de overige deelen, daar in befloten, 
beginnen gedrukt te worden, en van 
zamenftel en werking te veranderen. 
Miflchien volgd op de eerfte ontaar- 
ting der eijertjes de ontaarting van de 
waterblaasjes en het fponswyze weezen 
van de eijerbal; en mooglyk ontaarten 
deeze drie deelen te gelyk. Nogthans 
zegd Ruysch , Cant. obf. XVII. Ik mer- 
ke gemeenlyk , zoo niet altyd, aan, dat het 
de eijeren zelfzyn, zoo verandert, en 'm zoda- 
nige grootte toegenomen , dat ikze een kinds- 
hoofd niet zelden gezien hebbe te overtreffen. 
En om de waarheid te zeggen , ik ben 
van dit gevoelen niet geheel vreemd. 
Dan dit zy zoo het wil, het is door on- 
dervinding overvloedig bek end , dat der 
Vrouwen eijerballen, meer dan eenige 
andere ingewanden van het menfche- 
lyk lichaam , aan eene ontaarting in 
blaas- of rok-gezwellen , en eene daar 
op volgende zakwaterzucht onderwor- 
pen zyn ; doch hoedanig deeze deelen 

N n 3 in 



55^ Over de EijePvNest- 

in hair , fleen , been enz. ontaarten 
kunnen , bekenne ik gaarne niet te we- 
ten, en moet dit aan Natuurkundigen 
overlaten. 

Zoo onzeker als de eeritc zitplaats 
van dit gebrek is , zoo onbekent fchynt 
ook de eerfte oorzaak daar van ; ech- 
ter mag men met reden belluiten , dat 
in der Vrouwen eijerballen een geduu- 
rige toevoer , affcheiding en te rugvoer 
van vogten is. De toe- en afvoer daar 
van fchynt gefchikt te zyn , om deeze 
deelen in ft and te bewaren ; maar de af- 
fcheiding QSecretio') van een vogt daar 
in , fchynt gefchikt te zyn , om buiten 
het deel of de deelen , tot een ander 
einde te moeten dienen. Zoude het 
daarom niet wel zyn kunnen, dat jon- 
ge Kinderen en hoogbejaarde Vrouwen 
(immers zoo veel ik weete) aan dit ge- 
brek niet of zeer zeldzaam onderwor- 
pen zyn ? Het eenigfte voorbeeld 
dat ik vinde, (en, miffchien zyn 'er 
meer van een vroege ontaarting van 
den rechter eijerbal in waterblaasjes , 
die eene veelfoortige ftof bevatteden , 
ja ! in kraakbeen en been verandert wa- 
ren.,) is by G. Blasius obf. Medic. p. 13 
in een Meisje van 14 Jaaren, daar dit 

kwaad 



ZAKWATERZUCHT DER VROUWEN. 553 

kwaad federt 18 maanden reets begon- 
nen was. In hoogbejaarde Vrouwen 
heeft men het meermalen waargeno- 
men; maar het blykt ook teffens uit 
de voorbeelden daar van, datze reets 
voor veele Jaaren de eerfte beginfelen 
en een langzame aangroei daar van ge- 
had hadden. Althans het komt my niet 
geheel onwaaiichynlyk voor , als de af- 
geicheide ft of van het eijerneft belet 
word , zig naar behoren te ontladen , 
en dus in het zelve te rug blyft en word 
opgehoopt , dat daar in dan eene ver- 
zameling van vogt gebooren word. 
Hier toe kunnen veelvuldige, zoo uit- 
als inwendige oorzaken zyn , dewyl , om 
datze merendeels in giiïïngen beftaen, 
fchoon op waarfchynelyke gronden 
ruftende, nogthan.s onnodig zyn hier 
optetellen : ook hebben vericheide 
zeer voortreffelyke Mannen in ons Va- 
derland, als Nuck, Ruysch, en voor- 
al Grashuis, op waarfchynelyke gron- 
den getracht , het voortkomen van Wa- 
terzak gezwellen Qydatides) , door het 
geheele lichaam , te bewyzen, en ik 
meen , dat ik daarheen mynen leezer 
vrymoedig wyzen mag. 

Zoo duider als de 'eerfte zitplaats 
Nn 4 en 



554 Over de Eijernest- 

en oorzaak van dit gebrek is , zoo 
duifter zyn ook de eerfte tekenen daar 
van ; want zelden heeft men eenige 
merktekenen , voor dat het aangedane 
deel reets tot eene grootte van twee of 
meer vuiften gekomen is ; en zelden 
klagen de Lydereflen daarom van eeni- 
ge pyn, of vragen daarover om raad. 
Het eerfte gis-teken dat zig op doed, 
is eene zekere dikte en hardigheid , 
meerendeels aan de linker- of rechter- 
zyde boven het fchaambeen na het in- 
wendige van het heupbeen , doch onder 
de fpieren in den onderbuik. Waar by 
zig fomwyl een doof gevoel, of ook 
wel eene ftekende pyn , inwendig aan 
die zyde van het bekken , en langs de 
heup- en dye, voelen doed. Vervol- 
gens klagen eenige over eene moeje- 
lykheid in het afgaan en het waterma- 
ken. Somwyl, hoewel zeldzaam, word 
de pis geheel opgeftopt , en op ecnen 
anderen tyd drukt het gezwel de blaas , 
zoo , dat 'er weinig waters in verzameld 
kan worden, en de Lydereffe geduurig 
moet wateren. Ryfb cindelyk het ge- 
zwel meer na boven , dan word de 
blaas en endeldarm zo niet gedrukt , en 
derzelver ontlafting is natuurlyk, maar 

als 



zakwaterzucht der Vrouwen. 555 

als dan begint de zyde van den onder- 
buik iet meer gefpannen en hard te 
worden , zoo dat men door de buik- 
fpieren eenigzints een hard gezwel voe- 
len kan. Vervolgens breid zig het aan- 
gedane deel al langzaam uit, en de dik- 
te des buiks begint alom zigtbaar te 
worden. ïn een enkel geval fchynt zig 
het vergroote eijerneft aan de eene zy- 
de der buikfpieren vafl te hegten , en 
breid zig als dan niet door den gehee- 
len buik, maar Hechts, aan die zyde 
uit , makende eenen ongelyken en bul- 
tigen harden buik , die aan de eene zy- 
de als met een punt uitfteekt; men zal 
dit in 't vervolg , in 't geval dat de Heer 
Hauston N°. XI opgeeft , duidelyk 
zien. By veele dezer Vrouwen gaan 
de maandzuiveringen haaren gang , by 
anderen worden die onregelmatig, of 
houden geheel op ; by andere en wel 
de meefte , volgd dit ongemak op het 
achter blyven van dezelve : welke , zoo- 
ze gehuwt zyn , dan denken zy zwan- 
ger te wezen : andere beginnen in dee- 
zen toeftand fomwylraadte vragen, en 
onder een ftandvaflig gebruik van ont- 
bindende of ontladende inwendige mid- 
delen, ook door de kloekfte Genees- 

Nn 5 hee- 



556 Over de Eijernest- 

heeren voorgefchreven , neemt de 
zwelling en hardigheid , in fpy t vim de- 
zelve, al langzaam toe, zelf zoo, dat 
'er doorgaans (by de eene echter meer* 
dan by de andere) 2. 4. 6 of meer Jaa- 
ren, onder eenen fukkelenden en 011- 
geruften toeftand, verlopen: Tuffen en 
beide , doch in eene meer gevorderde 
omftandigheid , vragen echter deeze 
Vrouwen het Orakel van Delphos om 
raad , of doen zig door een Atheens 
Hoogkeraar , naauwkeurig onderzoe- 
zen , maar komen meeftal met een 
fterk purgerend, pisdryvend, en het 
lichaam meer verzwakkend voorichrift 
te rug: dan niet tegenftaande dit, bre- 
ken de flym- en waterblaazen die zig 
in het eijerneft gemaakt hebben , al 
langzaam van zelve open, en Horten 
het vogt uit in het vlies , dat het eijer- 
neft omringd, vormende aldus eenen 
eigen zak , die langzaam grooter , maar 
ook teffens dikker word. Deeze zak, 
buiten of onder het buikvlies (perito- 
naum) liggende, drukt het zelve met 
de darmen al langzaam na boven ; het 
loffe cel-iichtige vlies , waarmede het 
buikvlies aan de lendenen en aan de 
buikfpieren losfelyk vereenigt is , geeft 

dee- 



zakwaterzucht der. Vrouwen, 557 

deeze drukking lichtelyk toe , even als 
by eene vergevorderde en bezwanger- 
de baarmoeder; en, ichoon zig reets 
een goed gedeelte vogts in de hollig- 
heid van den zak heeft uitgeftort , zoo 
is de fchommeling (flu&uatw) daar van 
niet wel of niet moeite te ontdekken. 
Voor 1. Om de dikte van de beklced- 
felen des buiks. 2. Om de dikte van 
de vliezen des zaks , die ook zelf van 
binnen of van buiten , of ook van bei- 
de zyden te gelyk, met veele flym en 
waterblazen , als verfcheide zakken , 
bezet zyn. 3. Om dat het vogt,in den 
zak of zakken befloten , zelf dik en 
taai , en niet zeer beweeglyk is. Zoo 
'er in deezen toeftand geene andere 
lichamelyke ziekten of gebreken mede 
gepaard gaan , of hevige middelen ge- 
bruikt worden, zyn deeze Lydereflen 
geduurende den geheelen loop van dit 
toeval, doorgaans altoos gezond, fris 
van kleur, hebbende eene goede ver- 
tering van voedfel, voeding, en in al- 
le overige ziels en lichaams bewegin- 
gen , in eene natuurlyke order , het 
geen het echte kermerk is , waar door 
dit gebrek , (want ziekte mag men het 
nog niet noemen) van meeft alle ande- 
re 



55^ Over de Eijernest- 

re uitftorting of verzameling van vogt 
in de holligheid of in eenig ingewand 
des buiks , kan en moet onderfcheiden 
worden. En geen wonder ! want de 
eijerneften zyn gecne deelen die nood- 
zakelyk tot het leven nodig zyn : in 
het tegendeel, alle uitftorting of ver- 
zameling van vogt in de holte des 
buiks , of in een van deszelfs ingewan- 
den , is in deelen die tot het leven vol- 
ftrekt noodzakelyk zyn, en by gevolg 
is derzelver verandert zamenftel en be- 
lediging , eene ziekte , dewelke zig door 
byzondere tekenen openbaar maakt en 
van de uitftorting of verzameling in de 
eijerballen , door de voorgemelden toe- 
ftand , doed onderfcheiden , waarom ik 
meen, dat de Genees- en Heelkundi- 
gen op deeze natuurlyke en eenvoudi- 
ge onderfcheiding hunne aandacht wel 
mogen veftigen. Want , fchoon de 
groote Boerhave Aphor. 1223 zegd; 
dat deeze ziekte bezwaarlyk en naauwlyks 
dan door het openen der Iyken te kennen 
is , zoo hebbe ik nogthans met den 
Hooggeleerden Heer J. Bon dit ge- 
brek herhaalde reizen , by het leven der 
Lydereffen, voorzegd, en het naden 
dood alzo bevonden: hierom meen ik 

ook, 



ZAKWATERZUCHT DER VROUWEN. 559 

ook , dat de kenmerken van deeze 
ziekte altoos zoo duifier niet zyn , als 
veele te onrecht zig verbeelden. 

Dit is de eerfte, of zoo iemand an- 
ders wil , de tweede trap van dit gebrek : 
daarna , het gezwel zig meer uitbrei- 
dende, door dat de flym of water- bla- 
zen zig vermeerderen , grooter wor- 
den, doorbreken, en zig in den zak 
ontlaften, begint by de zwelling van 
den onderbuik, de bovebuik mede op- 
tezwellen , en de ingewanden , die tot 
de bereiding en vertering van de voed- 
felcn , en by gevolg tot het leven die- 
nen , te drukken , en hunne vrye wer- 
king te belemmeren : hier van daan be- 
gint dit gebrek eene ziekte aantebren- 
gen , dewelke min of meer groot is , 
naar dat het gezwel lchielyk toeneemd, 
en meer of minder ingewanden , die 
tot het leven dienen, drukt en bele- 
digt. De vertering en bereiding van 
het voedfel word verhindert , waar 
door de Lydereflen mager , maar niet 
minder dik van buik worden. De adem- 
haling, dewelke tot hier toe nogonge- 
fchonden was , word beledigt , om dat 
door den aanwafch van het gezwel, die 
zelve oorzaak, de maag en darmen, 

in 



560 Over. de Eijernest- 

in hunne wurmwyze beweging belem- 
mert , en de nieren en blaas gedrukt 
zynde , de afgang traag , en de pis 
weinig , dik , troubel en als met roode 
geklopte ileenen gemengd is. Na het 
minfte eeten word de Lyderes be- 
naauwt, en braakt fomwyl haar voed- 
fel onveranderc wederom uit. De dorft, 
die tot hier toe liaar weinig gekweld 
hadde, begint nu groot te worden. Het 
buikvlies of de pensfak, die in eenen 
vryen toeftand als met een eijwyze 
punt naar onder in het bekken hangt, 
word nu , door de grootte en druk- 
king van 't gezwel, op eene tegenge- 
ftelde wyze na boven geperft ; en alzoo 
de buikfpieren , in tegenftelling van de 
lendenen, den minften tegenftand bie- 
den , beginnen deeze vervaarlyk uitge- 
rekt te worden. De darmen, door de 
drukking kleiner geworden en door het 
darmfcheel van achter aan de wervelen 
vaft zynde, houden deeze plaatze in, 
en fchuilen aldus achter het gezwel , 
doch binnen het buikvlies. De druk- 
king nogthans, welke het gezwel, zoo 
wel tegen de ruggegraat als buikfpie- 
ren maakt, doet ook de darmen, het 
net, de maag, den lever, de mild en 

het 



ZAKWATERZUCHT DER VROUWEN. 561 

het Alvlees na boven tegen het middel- 
rift met kracht gedrongen worden: 
hier door worden de ribben en het 
borftbeen geweldig verwydert en in de 
hoogte geperffc , zoo dat ik meermalen 
gezien nebbe dat alle deeze deelen , 
fchoon onder het middelfchot gelegen , 
nogthans meerendeel onder het borft- 
been en de onwaare ribben , hunne 
plaatze genomen hadden. 

Ik behoeve, dunkt my, niet te zeg- 
gen , dat door de ftandvaftige drukking 
van 't gezwel tegen het buikvlies (waar 
aan in eenen gezonden toeftand de eijer- 
ballen maar lofTelyk verbonden zyn), 
deeze deelen zeer licht, en als één deel 
aan elkander valt groeijen. Daar die 
zelve oorzaak , door welke het vergroo- 
te eijerneft van' buiten aan het buikvlies 
vaft groeid , groeid ook het net en de 
darmen, daar aan veeltyds van binnen 
vaft ; én dit is de reden van de groote 
verwarring van ingewanden, daar vee- 
Ie fchryvers in hunne gevallen gewag 
van maken. De belemmerde ademha- 
ling , en de gefpanne wederftand van de 
ribben en het borftbeen tegen het ge- 
zwel, drukken het zelve wederom na 
buiten en na beneden in het bekken : 

hier 



562 Over de Eijernest- 

hier van daan begind de buik over 
het fchaambeen , en tot op de dyën en 
kniën , neer te zakken. Men kan al- 
dus wel begrypen dat de blaas en endel- 
darm zeer gedrukt en in hunne werking 
verhindert worden ; en alzo het bek- 
ken uit vafte beenderen beftaat , bieden 
deeze alomme aan de drukking van 't 
gezwel, eenen kloeken tegenftajid, en 
nogthans meen ik eenmaal klaar gezien 
te hebben , dat de darmbeenen na eene 
vier of vyfjaarige drukking van 't ge- 
zwel , zeer vlak en buitenwaarts gebo- 
gen waren. De tegenitand die de been- 
ders van het bekken bieden , belet ech- 
ter niet , dat het zakgezwel de baarmoe- 
der tot in haare fchede voortltoot, zoo 
dat de opening daar van byna te zien , 
of met eenen halven vinger te voelen 
is. Ja ! by twee Vrouwen , daar het zak- 
gezwel, of liever deszelfs waterblazen, 
na buiten in het bekken waren openge- 
broken , heb ik gezien , dat het vogt 
tuffen en de baarmoeder en den endel- 
darm was heen gedrongen , drukkende 
de baarmoeders fchede byna twee vuis- 
ten groot door het fchaamdeel na bui- 
ten; en ik weet niet dat iemand, dari 
de Heer Belchier , van dit teken in 



ZAKWATERZUGHT DER VROUWEN. 563 

zyne gevallen, heeft gewag gemaakt i 
niettegenftaande het anders vry gemeen 
ichynt te zyri* 

Ik moet hierby nog aanmerken ^ dat 
deeze uitzakking der fcheede j door- 
gaans by het liggen der Lyderesfen veel 
grooter en moeijelyker is * dan wan- 
neer zy ftaan of zitten; waar van de 
reden lichtelyk te begrypen is : ook 
kan deeze uitzakking daar door van de 
gewoone onderfcheiden worden , om 
dat de laatfte door het liggen altoos 
kleiner worden. 

Schoon met het groeijen b vermeer- 
deren en groot worden van de zak- of 
rokgezwellen van het eijerneft. , des- 
zelfs uitwendig vlies zeer gerekt word^ 
word het daardoor nogthans in het 
eerft niet dunner, maar yeel-aï dikken 
Het fchynt toch eene eigenfchap vari 
de meefte vliezen van het dierlyk lig- 
haam te zyn , wanneer zy langzaam ge- 
rekt worden , datze dan ook teftens in 
dikte , kracht en fterkte toenemen : 
doch als zy boven eene zekere, in de 
natuur bepaalde , maat beginnen uitge- 
rekt te worden $ dan worden zy ook 
doorgaans wederom dunner* ja! zelfs 
zoo , datze eindelyk doorfchéuren i 

VlDee!s,2.fiub • Öo fitëf 



564 Over. de Eijernest- 

hier van is het dat men als de zak 
begint dunner en de fpieren van óm 
buik meer uitgerekt te worden, mceft 
altoos de fchommeling en dobbering 
van het vogt , door de fpieren en den 
zak zeer gemakkelyk voelen kan , en het 
is in deezen vergekomenen tocftand, 
en by gebrek van eene naauwkeurige 
vergelyking van de voorgaande met de 
tegenwoordige tekenen en toevallen, 
dat deeze ziekte meefb altoos , ook 
door de braaffte geneesheeren , voor 
een buikwaterzucht (afcitcs) die in de 
holligheid van het buikvlies zit, word 
aangezien en behandelt. Hoe verkeerd 
dit is , laat ik ieder beoordeelen. On- 
dertuflchen moet ik hier by nog aan- 
merken , dat , of fchoon de zak- 
gezwellen der eijerballen , doorgaans 
eerft na binnen in het eijerneft door- 
breken , om dat deszelfs omkledend 
vlies dik , fterk , en taai is , en het 
openbarften na buiten belet, zoo groei- 
jen en persfen zy nogthans in fommige 
gevallen door het uitwendige vlies, 
en ftorten hun vogt buiten het eijer- 
neft in de holligheid des bekkens : be- 
halven dit , kan de zak van het eijer- 
neft, tot zekere grootte gekomen zyn- 

de. 



ZAKWATERZÜCHT DER VROUWEN. 565 

de, zelve dun worden, doorbarfteh $ 
en zig in de holte van 't bekken ont- 
laden: ook komt het my niet onwaar- 
fchynlyk voor, dat het vergroote eijer- 
neflj met het buikvlies verèenigt zyn- 
de , daar ter plaatze kan doorbreken $ 
en deszelfs vogt in de hoÜigheid van 
den buik , uitftorten ; maar om de 
waarheid te zeggen , geloof ik dat 
dit zeer zeldzaam is ; want j fchoori 
eeriige gevallen dit na de dood fchynéri 
te bewyzen , zoo weet ik nogthans uit 
myne eigen en andere gevallen , als 
men onverhoeds by diergelyke dooden 
het buikvlies doorfriyd, dat het vogt* 
uit het vergroote eijerneft of uit het 
bekken , dan lichtelyk in de holte van 
het buikvlies lopen kan* en aldus ie- 
mand in vermoeden brengen , dat het 
voor de dood aldaar reets gewëeft wa- 
re; doch ik meelij dat Ook dit ftuk 
nadere opheldering nodig heeft. 

Men kan lichtelyk begiypen, dat de 
Lyderesfen het in deezen tweeden of 
derden trap der ziekte * zeer benaaüwt 
hebben. De ademhaling is zeer koft$ 
fchielyk, en mëeft iii eenë zittende ge- 
flalte. De pols is klein en ras ; de eteiis- 
luft bedorven óf belemmert : hier' 
Oö 2 



566 Over de Eijernest- 

door verlieft de Lyderes al langzaam 
haar voorgaande frifTe kleur en gezon- 
de gedaante , die haar by den eerften of 
tweeden trap der ziekte , beftendig was 
bygebleven, en haar gebrek , vaneene 
uitftorting van water in den buik , of 
in eenig ander ingewand, dat tot het 
leven diend, deed onderfcheiden. Het 
aangezigt, de borft en de armen, ver- 
mageren en drogen als uit; de beenen 
die by een waar buikwater zoo licht 
opzwellen en dik worden , drogen ins- 
gelyks als uit , en worden niet , dan op 
hetlaatft der ziekte, wanneer hetvogt 
uit het zakgezwel in het bekken loopt, 
dik; en dit is in het begin van dit ge- 
brek almede een teken dat het zelve 
van de eigentlyke waterzucht onder- 
fcheid. Zoo het zakgezwel dik en 
fterk is , en de blaasgezwellen zig na 
binnen ontlaften , zonder dat iet van 
dezelve na buiten loopt, of zig in het 
bekken of de holte des buiks uitftort, 
dan kunnen deeze LyderefTen veele 
Jaaren ,, met eenen affchuwelyken dik- 
ken buik leven; zoo als uit de voor- 
beelden , die volgen zullen , zal gezien 
worden: maar zoo zig het vogtuitden 
doorgeborften zak, of uit de flym- en 

wa- 



\ 



zakwaterzucht der Vrouwen. 567 

waterblazen in het bekken of in de hol- 
te des buiks uitftort, dan is de toe- 
vloed na het zakgezwel des te grooter: 
Hier door breid het zig alomme 
uit, drukt en bederft de deelen die 't 
aanraakt , waar op de dood dan door- 
gaans , als de grootfee geneesmeefter 
van weereldfche elenden , een fpoedig 
einde maakt. 

Zoo men na de dood der Lyderesfen 
de zakgezwellen der eijerballen zelfs 
befchouwt, vind men byna nooit twee 
gevallen aan elkander in alles gelyk , en 
zoo men den onderbuik voorzigtig 
opent, zonder dat de zak of het buik- 
vlies word doorgefneden , ontdekt men 
fomwyl een groot en verbazend ge- 
zwel, dat het geheele bekken, den on- 
derbuik, ja! ook fomwyl den boven- 
buik vervuld , en overal , behalven 
van de baarmoeder , los is. Maar meer- 
malen is dit gezwel of liever de zak 
met het buikvlies en de buikfpieren, 
ja! zelf met het middelfchot zodanig 
vereenigt,dathet daar van niet als met 
moeite kan gefcheiden worden ; fom- 
wylen echter is het met korte of lange 
vezelen hier en elders maar loffelyk 
vereenigt. Zoo men daar op het ge- 

Oo 3 zwel 



563 Over de Eijernest- 

zwel zelfs doorfnyd, loopt 'er van één 
tot over de honderd ponden vogtsuit; 
•tgeen meelt al by verfcheidc gevallen 
eene verfchillende kleur , dikte , en 
hoedanigheid heeft; *ja! in een en het 
zelve geval is het vogt dikwerf zoo 
verfchillende, dat men het met moeite 
pmfchryven moet , doch meeft al droes- 
femachtig, taai, lymig, fchuimende, 
en op het vuur ftollende ; fomwylen we- 
derom etterachtig, dun, helder, met 
of zonder reuk. De zak zelf, in welke 
dit vogt zit , is fomwyl zoo dun als 
linnen , en meermalen zoo dik als leer 
en dikker. Zoo de zak zeer groot , 
fterk en oud is , dan is het vogt veel- 
tyds dun en helder, en bynaal degroo- 
te waterblazen zyn daar in verteerd. 
Ik heb 'er een geopent , daar ver' 
over de honderd ponden vry helder 
water in was, met geen of zeer weinig 
kleine waterblaasjes ; maar meermalen 
vind men in den zak een ontelbaar aan- 
tal van rokgezwellen van de grootte 
van zandkoorens tot die van kloeke 
Oranje-appèls overtreffende, zittende 
als druiven in en aan elkander: als dee- 
ze doorfneden worden , is het vogt 
daar van mede zeer onderscheiden , 

zoo 



ZAKWATERZUCHT DER VROUWEN. 569 

zoo als men uit de voorbeelden zien 
kan. Somwyl vind men den zak door- 
gebroken en het vogt in het bekken 
uitgeftort; en dan is de zak te zamen 
in eengefronfeld, en hangt als met eenen 
fteel aan de eene of andere zyde van 
de baarmoeder vaft : in deezen zak 
vind men meert, al dezelve gezwel- 
len. Somtyds vind men het bekken 
en den onderbuik vol van een dik vogt, 
waar in een groot , ongelyk , hard klier 
of fpek-achtig gezwel ligt , dat van bui- 
ten en binnen niet dan uit die zelve 
rokgezwellen beftaat , wegende ver- 
fcheide ponden, en hangende alleen- 
lyk aan de baarmoeder vaft , of hier en 
elders anders mede vereenigt. De vaft- 
hegting aan de baarmoeder is meeft aan 
de linkerzyde, om dat het linker-eijer- 
neft , zoo veel ik weete , het meeft van 
dit gebrek fchynt aangedaan te worden, 
even als de waterbreuk der mannen het 
meeft aan de linkerzyde komt ; waar 
van alhier de reden, om de kortheid, 
niet behoeft onderzogt te worden. 
Somwyl vind men de beide eijerballen 
tot .eene ongelyke en verbazende 
grootte uitgezet. Dan eens hangen 
de zak- of rokgezwellen van binnen of 

O o 4 van 



5?Q Over. de Eijernest-. 

van buiten aan het eijerncfl: als met 
eenen fteel valt, ja! ik hebze zelf af- 
gefcheideri van het groote gezwel , los 
liggende, in den onderbuik gevonden. 
Zy zyn meeft-al van allerhande ge- 
daante , na datze zyn gedrukt gewor- 
den; jal fomwyl zyn 'er veele water- 
blazen in elkander even als de zamen- 
voegfels van ajuin , of als de Neuren- 
burger doosjes in elkander zitten ; waar 
van men de duidelyke redenen by den 
fchranderen J. Grashuis , disquifnio dz 
natura, [ede & origïw hydatidum §. 14. 
kan nazien. De ftof , in de blazen be- 
vat , is , zoo als wy reets gezegd heb- 
ben, dik, dun, als water-etter, flym, 
honig, oly, fmeer, fteen, been enz. 
Myne geringe ondervinding kan dezel- 
ve onmooglyk optellen. 

Indien men de moeite neemt (en zy 
is het wel waardig), om de gevallen, die 
veele brave fchryvers van dit gebrek 
gegeven hebben , na te zien , zoo zal 
men dikwerf vinden , dat zy het zelve 
een waterzucht tuflchen of in de ver- 
dubbeling van het buik vlies (perito- 
ikeum) noemen. Maar het is by kun- 
digen genoeg bekend , dat de tegen- 
woordige grootfte ontleedkundigen , 

dee- 



ZAKWATERZUCHT DER. VROUWEN. 57 1 

deeze zogenaamde verdubbeling van 
dit vlies, met recht ontkennen; men 
behoeft flechts daar over na te zien, 
wat 'er de beroemde Heeren Douglas 
en Winslow van gezegd hebben. On- 
dertiuTchen is het aanmerkelyk, dat, 
fchoon de fchryvers deeze ziekte eene 
waterzucht in de verdubbeling van den 
penszak noemen, zy toch altoos ver- 
volgens zeggen , en door afbeeldingen 
toon en , dat 'er een aanmerkelyk ge- 
zwel , met of zonder waterblaazen , in 
- of aan de eijerballen gevonden wierd. 
Andere noemen deeze ziekte eene wa- 
terzucht in de hoornen, (trompetten 
tuba) , der baarmoeder , maar , om 
datze meeft-al van de eijerballen niet 
. fpreken , en de trompetten van Fallo- 
pius meeft , fchoon zeer uitgerekt en 
van gedaante verandert , aan deeze zak- 
gezwellen gevonden worden, zoomee- 
ne ik met reden te mogen befluiten, 
dat deeze fchryvers , in het eene deel 
voor het andere te neemen , bedrogen 
zyn , fchoon het niet onmooglyk is , 
dat diergelyke zakgezwellen ook in de 
trompetten zelve kunnen voortkomen; 
echter weet ik niet die daar in ooit ge- 
zien, of elders klaar gelezen te heb- 

Oo 5 ben. 



572 Over de Eijernest- 

ben. Andere fchryvers geven ons ge- 
vallen op van het buik water die zy na 
de dood befchouwt hebben, en zeg- 
gen, datze aan den grond of bodem der 
baarmoeder een groot gezwel gevonden 
hebben, maar het is almede op zeer waar- 
fchynlyke gronden te denken , datze 
de zakwaterzucht der eijerneften voor 
een ander gezwel hebben aangezien. 
Het is my zelf gebeurd, wanneer ik 
derzelver ziekte minder kundig was, 
dat, als ik den onderbuik en het ge- 
heele bekken vol van een groot gezwel 
vond, 't geen uit een oneindig getal 
van verfcheide foort van vogtblazen 
beftond, dat ik meende, dat degehce- 
le baarmoeder in zulke blazen veran- 
derd ware : hierom meen ik , dat een 
verhaalt en onvolmaakt onderzoek , 
ons dikwerf bedriegen kan. 

Zoo mocijelyk als deeze ziekte in 
eenen vergekomenen toeftand , of in de 
twee laatjle vappen, van een waar buik- 
water te onderscheiden is ; zoo gemak* 
kelyk is het nogthans, als men op de 
eerfte beginfelen , tekenen , toevallen, 
en voortgangen , daar van , acht geeft. 
De waterzucht des buiks komt door- 
gaaas in zoo veele. maanden, weken, 

ja! 



ZAKWATERZÜCHT DER VROUWEN. $? 3 

ja! dagen als de Eijerneftzak waterzucht 
Jaaren vereifcht ; en het zelve kan men 
ook van de windzucht zeggen. De 
waterzucht is meeft-al* een gevolg van 
eene voorgaande kwade gefteldheid 
van het geheele lighaam , en de eijer- 
zakwaterzucht is 'er reets, als het zel- 
ve nog in eenen fleurigen toeftand is , 
zoo als wy bereits gezegd hebben. Het 
buikwater is meeft-al met eenen groo- 
ten dorft en gezwolle beenen verge- 
zeld , en dit gebeurd by de eijerzak- 
waterzucht niet dan in eenen vergeko- 
menen toeftand en op het laatft van de 
ziekte; voeg hier, en by het geen wy 
voorheen al gezegd hebben , nog by , 
dat , als men deeze Lydereffen het wa- 
ter door den buikfteek aftapt, hetzel- 
ve veeltyds dik , lymig, fchuimende 
is, en op het vuur als wit van eijeren 
ftolt, fchoon in eenen bedorvenen toe- 
ftand deeze regel uitzonderingen lyd: 
in het tegendeel , het water van een 
buikwaterzucht is meeft-al dun , hel- 
der, of van eene geel- of groenachtige 
kleur, ten zy het uit een zak-gezwel 
van het.net, lever, mild of darmfcfaeil 
enz. voortkwam, in welke omftandig- 
heid almede op de voorgaande teke- 
nen 



574 Over de Eijernest- 

nen en toevallen , diend gelet te wor- 
den : want het is zeker dat zakgezwel- 
len die in deelen, welke tot het leven 
dienen, komen, hunne eige tekenen 
en toevallen hebben , die hen van de 
zakgezwellen der eijerneften, doortyd 
en plaats , doen onderfcheiden. Be- 
halven dit, merkt men na de aftapping 
van de eijerneft- waterzucht veeltyds 
ter zyden doch onder den navel een 
min of meer hardachtig gezwel , het 
geen het vergroote en verharde eijer- 
neft is : na de aftapping van het buik- 
water of van een zakgezwel van het 
net, lever, mild enz. merkt men ook 
fomwyl wel zoo een gezwel , maar dit 
heeft meeft-al boven den navel of on- 
der de valfche ribben plaats ; echter 
lyden deeze deelen fomtyds eene groo- 
te verplaatzing en deswegen is dit laat- 
fle teken, min zeker. By het door- 
fteken der eijerzakwaterzucht, plaatft 
zig, onder het aflopen van hetvogt, 
fomwyl het hard-gezwelnaarhetpypje, 
en belet den uitloop , 't geen by de 
buik- en andere zakwaterzucht , niet 
zoo gemeen fchynt te zyn : buiten dit, 
merk ik nog kortelyk aan , dat een 
zakgezwel in een ingewand , tot het le- 
ven 



ZAKWATERZUCHT DER, VROUWEN. 575 

ven noodzakelyk , meefltyds een ge- 
volg is van eene voorgaande en andere 
ziekte , daar de waterzucht der eij er- 
ballen meeft-al eene ziekte op zig zel- 
ve is. 

De waterzucht der eijerballen is ook 
daar door van de windzucht (tympani- 
tes) onderfcheiden. Voor 1 . de zwel- 
ling van de eijerneften openbaart zig 
het eerft en meeft aan een of beide zy- 
den van den onderbuik , boven het 
fchaambeen aan het inwendige van de 
heup of darmbeenen , met min of meer 
moeijelykheid in de liefch en het dye- 
been ; maar de zwelling der windzucht 
vertoond zig door den geheelen buik, 
2. By de eij erneft waterzucht is de zwel- 
ling zig zelve gelyk ; maar in de wind- 
zucht is de Lyderes den eenen dag , ja ! 
het eene uur van den dag, eenige dui- 
men dunner of dikker , dan den ande- 
ren. 3. De fchommeling van water , is 
by de zakwaterzucht, ten minften in 't 
begin, dof, duifter, daar na klaarder, 
maar by de windzucht helder, geluid- 
gevend en als eene trommel. 4. Het 
vogt , dat in der eijerballen waterzucht 
befloten zit , maakt op zig zelf gelaten , 
nimmer eenig geluid , maar de wind by 

de 



5/6 OVER DÊ ElJÊRNÈSt- 

de trommelzuchtigen maakt döör dé 
darmen veeltyds een groot geraas en ge- 
rommel. Ik vooronderftelle hier, zoo 
als ik in inyne aantekeningen op dert 
Baron van SwiëteNs legerziehen, mee- 
iie bewezen te hebben , dat de wind by 
de trommelzuchtigen niet in de holte 
des buiks j maar in de darmen zit. Ein- 
delyk ten 5. (Want ik wenfche kort te 
zyn)^ de zakwaterzuchtigen , op eene 
fchaal gewogen, wegen veel zwaarder 
dan de windzuchtigen. De beroemde 
A. Nuck j adenogrdph. Curiof. p. 84. ver- 
haald , dat een zwangere vrouw zoo 
dik was , dat men meende , datze van 
2 of 3 kinderen , veiïofTen zoude. Ein- 
delyk gelukkig van één kind verlofl: 
zynde $ bleef zy zoo affchttuwlyk dik * 
als of zy nog 8 of 9 maanden zwanger 
was. Eenige weken daar na, oordeel- 
den eenige geneesheeren j dat haaré 
ziekte eene wind of trommeizucht wa- 
re , doch Nuck , verftaande * datze voor 
haare bezwangering maar 1 30. en nu na 
de verloffing , 154 ponden woog; en 
datze van eene frifTe kleur en gedaaritte 
was , oordeelde , dat haare ziekte eene 
eijerneli waterzucht was, dewelke hy* 
nevens nog twee andere * zeer omftandig 
befchryft. Ver- 



zakwatePvZUcht der Vrouwen. 57? 

Verfcheide Genees- en Heelkundige 
fchry vers fpreken van eene waterzucht 
der lyf- of baarmoeder , (hy drops Uteri) , 
als ook van winden die dit deel zouden 
opblazen , maar de duidelyke voorbeel- 
den daar van zyn naauwlyks te vinden. 
Dan , dat in de baarmoeder fomtyds 
een groote menigte van waterblaasjes 
(hydatides) groeijen , is alomme genoeg 
bekend; men behoeft flechts daarover 
Portal, Venette, enRuYscn, na te 
zien. N. Tulp, lib. 3. oh f. 32. verhaald 
daar van een voorbeeld, waar by een 
vrouw eenen wateremmer vol , doch in 
verfcheide tyden , geloft heeft : doch 
dit toeval heeft meer overeenkomflmet 
de zwangerheid, dan met de waterzucht 
der eijerneften : by de laatfte vind men 
de baarmoeders mond wel van plaats 
verandert, te hoog na boven getrok- 
ken , of te laag in de fchede gedrongen , 
of na eene der zyden gekeerd , maar 
nooit van gedaante verandert : in het 
tegendeel , als de baarmoeder eenigzints 
merkwaardig door water- of flymblaas- 
jes is opgezwollen , dan word . haar 
hals korter, de opening dunner, plat- 
ter, grooter, en ronder, geiyk by eene 
gevorderde bezwangering meeli altoos 

ge- 



5?3 Over de Eijernest-* 

gefchied , en natuurlyk gefchiederi 
moet ; het werktuiglyk famenftel des 
deels , vereifcht dit : hierom meen ik , 
dat men de zogenaamde waterzucht des 
lyfmoeders , van de zak- of eijerneft- 
waterzucht , duidelyk onderfcheiden 
kan : en het geen ik hier van de baar- 
moeders waterzucht gezegd heb meen 
ik ook , dat op haar uitwafch (fun~ 
gus vel polypus Uteri), gepalt kan wor- 
den* 

IIL Wie deeze ziekte met een aan» 
dagtig oog befchouwt , ziet lichtelyk 
hoeonmogelyk het voor de geneeskonft 
is '5 haar met inwendige middelen , te 
genezen ; de menigvuldige gevallen die 
voorhanden zyn , beveftigen dit. De 
blaas of rokgezwellen der eijerneften 
hebben dit met alle andere omkleden of 
rokgezwellen gemeen, datze als buiten 
het huishouden van het lichaam zyn; 
in dezelve is wel een langzame en ge- 
duurige toevoer van vogten, maar de 
te rug-voer daar van fchynt geheel be- 
let te zyn : ook is 'er in deeze deelen 
zodanig eene wanorder , dat 'er eene 
fcheppeïide magt toe vereifcht word, 
omze te herftellen. Dus zyn alle ont- 
bindende middelen vruchteloos , en de 

fterke 



zakwaterzucht der Vrouwen. 57$ 

fterke ontlaftende fchadelyk ; niet al- 
leen , om datze de vafte deelen van het 
geheel lichaam verzwakken , maar ook, 
om datze de vliezen van het zakgezwel 
teffens flapper maken, en den toevloed 
der vogten vermeerderen. Wy weten , 
dat lichamen met zwakke vezelen , het 
meeft aan ophoping en uitftorting on- 
derworpen zyn : de fterke purgeer- en 
pisdryvende middelen verzwakken ook 
de eerfte wegen , (maag en darmen) en 
bederven de eetlufh Wy zien ook, 
dat arme en onvermogende vrouwen 
daarmede het langfte leven , en dat an- 
dere , die veele inwendige fterke ge- 
neesmiddelen gebruiken , het vaardigft 
ftervem Wy zullen van de eerfte kor- 
telyk eenige gevallen opnoemen* 

I. Ik heb met den Hooggeleerden 
Heer J. Bon alhier » verfcheide Jaaren 
lang , twee vrouwen gekend i en kenne 
nog eene derde die nog leeft ; de- 
welke met eenen uittermaten dikken 
buik , doch anders vry gezond » daag- 
lyks langs de ftraaten gingen > behalven 
in de twee laatfte Jaaren van haar le- 
ven. Eene derzelve , dewelke waar- 
fchynlyk het zakgezwel na buiten in 
het bekken was doorgebroken, hadde 

VI.DeeIs 9 2.ftuL Pp t# 



580 Over. de Eijernest- 

teifens eene zeer groote uitzakking van 
de baarmoeders-fchede, en is na eeni- 
ge maanden elendig het bed te hebben 
moeten houden , geftorven , zonder 
dat ik het lyk hebbe mogen openen. De 
andere heeft byna twee Jaaren , meefl 
in een en half zittenden en liggenden 
toeftand op den rug, moeten doorbren- 
gen ; en is aldus uitgeteert van lichaam 
geftorven. De buik van het doode 
lichaam was byna drie ellen dik. Den- 
zelven in het byzyn van den voorge- 
melden Hoogleeraar geopent zynde, 
vonden wy het zakgezwel , dat het 
linker eijerneft zeer dun was doch niet 
gebroken, en bevattende over de 120 
ponden geelachtig, helder, doch dun 
vogt. De zak was zig zelven overal ge- 
lyk in dikte , even als een gemeene 
leere lap. Van buiten was hy met 
de uitgerekte dunne buikfpieren alom- 
me vereenigt, en verbeelde aan eenen 
min ervaarnen een verdikt buikvlies 
(peritonaum) te zyn. In denzelven za- 
ten hier, en daar , doch zeer weinige, 
waterblazen , waar van de grootfte 
naauwlyks eene Caftanie overtrof. De 
baarmoeder was door het gezwel in de 
hoogte doch meeft na het rechter darm- 
been 



ZAKWATERZUCHT DER VROUWEN. 58 1 

been gedrongen. De overige ingewan- 
den , maag en darmen , enz. lagen bui- 
ten den zak, merendeels gezond, na 
achter in de borfl: geparft* en hadderi 
de ribben en het borftbeen geweldig in 
de hoogte gedrongen. Van binnen aan 
het buikvlies zaten hier en daar ver- 
fcheide waterblaasjes , doch van eenö 
verfchillende grootte. Zouden deezë 
doorbrekende s niet eerte oorzaak zyii* 
van het water, dat fomtyds in de hol^ 
ligheid des buiks , gevonden word f 
Het fchynt, als het zakgezwei na bui- 
ten heel blyft, en de blaasgezwellëri 
zig daar in ontlaften , dat dan deezë 
laatfte merendeels ver fmetten , het vogi 
dun word, en de LyderefTen langer iü 
het leven blyven. Van deezen aart » 
fchynt ook het volgende geval te Zyn* 
II. De Hooggeleerde Heer J. Mun* 
niks, verhaald by S. B lAn kaart , G?/- 
k&. medio, phyf. Cent. i. oh f. 61. dat dé 
buik van eene arme dogter van het Jaar 
1660 tot 1678. zoo vervaarlyk opzwol* 
datze daar door ftierf. By het opërieu 
van het lyk , wierden de buitenfte hou- 
dende deelen des buiks doorgefhedën » 
zonder dat 'er eenig vogt uitliep ; maar 
de binnenfte deelen (den zak) dooi- 

Pp 2 fhüfV 



582 Over de Eijerne&t- 

fnuffelende , is 'er eene groote menigte 
van water by een gevonden ; des zelfs 
plaats (zegt de Schryver) was het 
breedfte en opperfte gedeelte van de 
trompetten der lyfmoeder , dewelke 
om haare volligheid zoo uitgefpannen 
was , dat 'er omtrent 1 1 2 ponden klaar 
ziltig water is uit voortgekomen. Het 
vlies , dat de trompet (zoo als hy dit 
noemd) maakte , had de dikte van 
eenen halven vinger , en was over al 
met water of fmeerblaasjes bezet. Dit 
was , zoo als uit zyne afbeelding blykt, 
het rechter eijerneft. Het linker eijer- 
neft of der trompet, (zoo als hy die 
noemd) was gevuld met een fungeufe , 
flymige en etterige ftofFe , en zeer vee- 
Ie waterblaasjes , te zamen tien ponden 
waters uitmakende. Dit deel was nog 
omringt met een rood en zagt gezwel, 
twee vuiften groot , en gevuld met 
eene ftofFe als verrotte kaas. De bal 
(het eij,erneft) van die zelve zyde was 
half bedorven , maar de baarmoeder 
was gezond ; de trompetten waren aan 
de zyde der baarmoeder . half open , 
doch een ftilet daar in geftoken, geraak- 
te maar tot de helft der lengte. 

Ik merk hier by aan , dat aan de 

zak- 



zakwaterzucht der Vrouwen. 58 



o 



zakgezwellen der eijerneften , die ik 
gezien hebbe , de trompetten door- 
gaans waren vaftgegroeid , waar door 
zy zeer verlangd en haare franjes (firn- 
bria) verloren hadden , doch aan de 
zyde der baarmoeder fchynen zy meeft 
al gezond te zyn ; en dit is , dunkt my , 
de reden , dat eenige Schry vers deeze 
ziekte eene waterzucht in het opperde 
der trompetten noemen. Men kan dit 
mede zien in de befchryving en afbeel- 
ding welke N.. Tulpius L. IV. obf 45 
en tab. XVII. daar van geeft in eene 
vrouw , welker eijerballen zeer ver- 
groot waren en met waterblaasjes ge- 
vuld, die negen ponden waters en et- 
ters bevatteden , en echter had deeze 
Lyderes daarmede Degen Jaaren, doch 
zeer pynlyk geleeft. Tulp noemd 
deeze ziekte hy drops Cormium uteri (wa- 
terzucht iri de hoornen der baarmoe- 
dery doch ik geloove dat niemand thans 
twyffelen zal , of het zyn vergrootte 
eijerballen geweeft; dan dit heeft Dre- 
lincourt by Nuck reets lang voor ons 
aangemerkt. 

III. Dezelfde Tulpius,L. IV. obf 
44 , en J. van Mekeren , obferv. Chi- 
rurg, obf. 49. verhalen beide het zelve 

Pp 3 ge- 



§84 Over de Eijernest- 

geval van een vrouw , welke onder een 
inwendig geneeskundig beftuur veele 
Jaaren, behalven eenen dikken buik, 
vry gezond geleeft heeft, maar einde- 
lyk (na zeven Jaaren zegd Tulp) ge- 
llorven zynde , vond men, naar van 
Mekerens zeggen , 1 25, maar naar 
Tulp , 1 10 ponden klaar, helder water 
in de (thans niet meer bekende) ver- 
dubbeling van den penszak. De zak , 
waar in dit water zat , was een pink 
dik, en met een dik en glibberig zap 
bezet; hy fcheen alomme los te zyn, 
behalven aan de rechterzyde van de 
baarmoeder, zoo als uit de afbeelding 
by van Mekeren kan gezien worden ; 
waar uit ook teffens duidelyk blykt, 
dat dit de rechter vergroote cijerbal 
geweeft is. De linker, zegd dezelve 
fchryver, wierd ook vry groot en dik 
gevonden. A. Cyprianus , in een brief 
aan T. Millington , verhaald bladz. 
.34. een geval van een vrouw in wier 
rechter trompet (uit zyne afbeelding 
blykt npgthans dat het , het eijernell 
is) hy byna 150 ponden water vond: 
ook woog het zakgezwel, van 't vogt 
ontlaft, nog meer dan 30 ponden. H. 
Bassius, obj'. Anat. Chirurg, medic. dec. 

4- 



zakwaterzucht der Vrouwen. 585 

4. óbf. 8. verhaald mede een dergelyk 
geval in eene vrouw van 33 Jaaren, 
uit wier linker eijerneft over de hon- 
derd ponden troubel en ftinkend vogt 
kwam : ook woog het zakgezwel van 
de baarmoeder gefnedeh, over de 12 
ponden. Wie ziet met my in allen 
deezen niet , de verwonderlyke en 
verbazende Almagt van den groot en 
Schepper, vermits een deeltje van het 
menichelyke lichaam , dat in eenen ge- 
zonden en natuurlyken toeftand byna 
120 grynen weegd, door eene ziekte 
1 20 ponden zwaarte en meer , verkry- 
gen kan ! Dan ik hoop , dat een 
ziekte, die zulk een vervaarlyke wan- 
order verwekt , in 't vervolg in de Ge- 
nees- en Heelkonftige famenfteldfels , 
ook eene plaats verdienen moge. 

Uit deeze gevallen blykt , dat deeze 
LyderefTen aan zig zelve , aan de goe- 
de natuur , en een voorzigtig genees- 
beftuur overgelaten zynde , ieder met 
eenen vervaarlyken dikken buik , die 
verre over de 100 ponden vogts be- 
vatte , nog verfcheide Jaaren , doch 
zeer elendig, geleeft hebben; zy zyn 
nogthans daar aan alle geftorven , en 
echter "moet ik bekennen, dat dit even- 

P p 4 . wel 



586 Over de Eijernest- 

wel de allerbefte voorbeelden zyn, en 
dat ik gene gevallen weete van Lyde- 
reflen , met dit ongemak aangedaan, de- 
welke daarmede zoo lang ais deeze , ge- 
leeft hebben. Veel meer gevallen zyn 
'er , die aan de natuur , en een inwen- 
dig geneesbeftuur overgelaten , het zoo 
ver niet hebben brengen konnen ; men 
kon dezelve , doch van veel minder aan- 
belang, nazien, by Blasius obfmed.p. 
13. Nuck, adenograph. Cap. VIII. Hil- 
danus Cent. V. qM. 48, Dekkers, 
exercit. pra&ic. p. 68 7. Allen Synop. 
med. 504. Ridley, obf. med. p/206. 
Short, phihf. tranfa8f. N°. 466. pag. 
223. enz. 

UIL Laat ons nu eens zien wat van 
die Lydereflen word , welken , door de 
Heelkonfl behandelt , nu en dan , als 
zy zeer dik en gefpannen worden , het 
water door den buiklieek (paracentefis) 
worde afgetapt. Doch voor af moet ik 
zeggen , dat ik daar toe wederom de al- 
lerbefle gevallen, dat is, vrouwen de- 
welke daarmede het langft geleeft heb- 
ben, zal' uitkiezen; want het is zeker, 
dat veele Lydereflen , na een e herhaal- 
de aftapping van water, het byna nooit 
zoo ver, dan deeze, hebben brengen 

k on- 



ZAKWATERZUCHT DER VROUWEN. 58? 

konnen , maar veel-al , veel eer fter- 
ven. 

Na dat de Heer J. Palfyn , in 
zyn handwerken der Heelkmfi bladz. 144. 
eene korte fchets gegeven had van eene 
zakwaterzucht,zoo hy die noemd, aan 
het opperfle der lyfmoeder vafl zynde , 
en welke ongetwyffeld een eijemeft wa- 
terzak , geweeft is ; zoo gaat hy over 
tot een geval van den beroemden Lit- 
tre , uit de Memoir. de V Academ. des 
Sciences 1 707. rakende eene waterzucht, 
zoo hy zegd , in het buikvlies ; luiden- 
de hoofdzaaklyk aldus : de buik van 
eene Vrouw van 43 Jaaren, van eene 
goede gefteldheid , was , federt 4 Jaa- 
ren alienskens gezwollen. Zonder dat 
men haare ziekte kende , gebruikte zy 
twee Jaaren geneesmiddelen. Den buik 
zeer dik gewonden zynde, riep zy de 
Heer Gelly ; deeze oordeelde haare 
ziekte eene humorale waterzucht, wel- 
ke in een beurs of zak van het buik- 
vlies beltond ; om dat de Lyderes haare 
gezondheid tot nog toe behouden had : 
het aangezicht blozende , de oogen 
blinkende , eene goede etensluft en 
vertering van fpys , goeden afgan g, en 
water dat geene ziekelyke tekenen had- 

Pp 5 de: 



588 Over de EijerNest- 

de : Haare maandzuivering in order, 
hoeveelheid en hoedanigheid , geen pyn 
en goeden flaap enz 

Gewis 5 deezen waren echte kentekenen 
van eene nog niet vergekomene zak- 
waterzucht; niettemin waren andere ge- 
neesheeren van gevoelen , dat haare 
ziekte het buikwater was , en des wegens 
wierden veele middelen , maar te ver- 
geefs , voorgefchreven : haar buik wierd 
zoo dik dat men verplicht wierd in de 
twee laatfte Jaaren , haar dertienmaal , 
het water aftetappen. 

By de eerfte doorfteking tapte men 
18 pinten water af, dewelke federtmeer 
dan twee Jaaren vergadert waren , van 
kleur als ligt geverfde Coffy , zonder 
reuk , dun , doch , op het vuur uitdam- 
pende, wierd het dik als gelei. In de 
acht volgende doorftekingen tapte men 
telkens maar 13 of 14 pinten vogts af, 
dat telkens dunner en als wei van melk 
wierd. De vier volgende wierden kor- 
ter op elkander gedaan , dog maar van 
10 of 11 .pinten. Dit laatfte water was 
dik , ftinkende , en byna zoo wit als 
melk. De dikte van het vogt nood- 
zaakte om een wyder Troifcar te ge- 
bruiken , en de ftank , om infpuitin- 

gen 



ZAKWATERZUCHT DER VROUWEN. 589 

gen door de zilvere pyp te doen. Kort 
voor de 9^ doorfteking bleven de 
maandftonden weg; de Lyderes begon 
groote pyn in den buik te voelen , de 
koorts te krygen , en deeze toevallen 
bleven haar by, tot datze ftierf. 

Wy hebben altoos gemerkt, zegd de 
Schryver, voor ieder doorfteking , dat 
haaren buik evenmatig en gelyk gefpan- 
nen was ; niettemin, voelde, en zag 
men zelf, dat onder de bekleedfelen 
aan het voorfte en opperfte gedeelte 
des navels een hard-achtig gezwel was > 
twee duimen groot en half-rond-achtig; 
dat zig dwars van de eene zyde des 
buiks tot de andere uitftrekte ; doch , 
na het aftappen des waters , vielen de 
bekleedfelen neer, maar het hard-achtig 
gezwel , verhief zig en wierd zigtbaar. 

Den buik geopent zynde, vond men 
daar in veele pinten vogts , zoo als by 
de doorboring des buiks was afgetapt. 
Dit vogt onthield zig in eenen zak , die 
van vier vingers boven den navel naar 
onder was uitgeftrekt. Deeze vliezige 
zak was overal los , uitgenomen aan de 
linker trompet der baarmoeder , daar 
hy zeer vaft was : Deeze zak was van 
binnen verzworen ; daar was een ge- 
zwel 



590 Over de Eijernest- 

zwel in ter grootte van een eij , zamen- 
gefteld van eijwyze blazen, vol van een 
doorfchynend en lymig vogt. Vervol- 
gens poogd de Schryver te bewyzen, 
dat deeze zak in de verdubbeling van 
het buikvlies gemaakt was; maar ik mee- 
ne, dat het eene waare Eijerneft-water- 
zucht geweeft zy. 

Dus hebben wy gezien , dat deeze 
dame, onder eene dertienmalige door- 
fteking des buiks, nog tweejaaren ge- 
leeft heeft. Het volgende geval , dat de 
Heer J. Belchieïl eene aanmerkelyke 
waterzucht van het eijerneft noemd, en 
in dephilofoph. tranjaÉï. N°. 423. p. 279. 
voorkomt, zal de kleine dienften van 
eene herhaalde 3 of 4 weeklche aftap- 
ping en doorfteking des buiks nog na- 
der beveftigen. 

V. 1725. Klaagde de vrouw van Mr. 
Ncerberry van eene pyn in haare linker 
zyde, inwendig na de liefch, welke ge- 
voelig vermeerderde , en merkende eene 
zwelling in dat deel , meende zy in het 
eerft zwanger te weezen , doch hebben- 
de tekenen aan zulke vrouwen niet ei- 
gen , ontbood eenen geneesheer , die 
aanftonds oordeelde , dat haare kwaal 
waterzuchtig was. De middelen, daar 

tegen 



ZAKWATERZUCHT DER VRO UWEN. 59 1 

tegen voorgefchreven , waren van geen 
nut. Zy ontbood eenen anderen , twee- 
den, derden, en vierden geneesheer; 
en na 2 of 3 jaaren vruchteloos de 
befte geneesmiddelen gebruikt te heb- 
ben , wierd zy zoo dik en ongemakke- 
lyk, dat men oordeelde haar het water 
te moeten aftappen. In Mey 1728. 
ontbood zy den Heer Cheselden, 
die van haar door den buikfteek tus- 
fchen 4 en 5 gallons (ieder gallon van 
8 ponden) waters tapte. In 8 of 10 
dagen was zy wederom zoo dik als 
voorheen , in welken ftaat zy bleef tot 
in 't begin van July , wanneer de Heer 
Cheselden byna even zoo veel water 
tapte als de voorgaande reis. Op dee- 
ze wyze volharde zy opgevuld en ge- 
tapt of ontlaft te worden alle 3 of 4 
weken, van den 6. Mey 1728 tot den 
f5 Maart 1732, wanneer zy,in het 33^ 
Jaar haars ouderdoms overleed, 

Geduurende de laatfte 37 aftappin- 
gen , vergezelde de Heer Belchier al- 
toos de Heer Cheselden ; wanneer de 
Lyderes , geduurende het aflopen van 
het water, altoos wel gemoed was, uit- 
gezondert de twee laatfte reizen ; zyn- 
de van deeze ontlafting in het allerminft 

ziek 



59- Over de Eijernest- 

ziek of flaauw, zoo als anders by dief- 
gelyke gebeurtenisfen , wel gewoon is. 
En fchoon zy eene teere uitgedroogde 
vrouw was , zoo zoude zy dikwils 's 
daags voor de Operatie, 2 of 3 (En- 
gelfche) mylen hebben konnen gaan* 
en den derden dag na dezelve ging zy 
doorgaans uit. 

De hoeveelheid van water, by ieder 
van de 37 aftappingen ontlaft, was tus- 
fchen 4 en 5 gallons , zynde naauwlyks 
ooit meer dan een of twee mengelen 
(qiiarts) verfchil in menigte geweeli, 
uitgenomen in de twee laatfle reizen * 
in welke het water niet boven twee gal- 
lons beliep; doch tuffen en de twee laat> 
fte aftappingen was zy aangedaan met 
pogingen tot braken , waar door tot 
Xwq^ verfcheiden reizen de openingen * 
alwaar de doorbooring geweefl was i 
openbarften , ontladende telkens om- 
trent zes mengelen vogts. De hoeveel- 
heid des vogts, haar telkens afgetapt, 
gemeten zynde , beliep te zamen om- 
trent 250 gallons, (zj'nde 2000 pon- 
den). Het water van de twee laatfle 
aftappingen v/as veel taaijer dan het voor- 
gaande. 

Dikwerf klaagde zy , fomwyl over ee- 
ne 



zakwaterzucht der Vrouwen. 59 



-* 



ne hevige pyn in haare rechter zyde en 
een zwaare ftekende pyn in het bekken 
Qehis): Insgelyks had zy eene uitzak- 
king van de baarmoeder (prolapfus Uteri). 
E enigen tyd voor haaren dood , maak- 
te zy haare afgang en water met moeite 
en pyn. 

Men moet wel aanmerken , dat de 
Heer Belchier tot hier toe , by het 
leven der Lyderes , nog geen één woord 
gefproken heeft, dat haare ziekte eene 
waterzucht van het eijerneft geweeft 
zoude zyn , een bewys , dat dezelve by 
het leven daar voor niet zy bekend ge- 
weefl:, maar na de dood eerft is gekend, 
geworden , en dit is het geen ik meen, 
dat nog dagelyks gebeurt. 

Den 6 Maart 1732. opende de Heer 
Belchier het lyk , wanneer hy de meefte 
ingewanden van het middelfchot der 
borfl tot aan het fchaambeen, met eene 
dikke lymige fglutineus) ftoffe , dewelke 
vliezig fcheen te zyn, overdekt vond. 
In het eerft, zag hy dezelve aan voor 
een bedorven darmneft, maar'naauwer 
toeziende , bevond hy die te zyn de 
meeft taajere deelen van het uitgeitorte 
vogt , dat door de aftapping niet ont- 
laft had konnen worden. Deeze ftof 

weg- 



594 Over de Eijernest- 

weggenomen hebbende , vond hy vef- 
fcheide deelen van eene harde knoeft- 
achtige ftoffe , overal op en in de inge- 
wanden (maag en darmen) verfpreid, 
en daar aan vaftzittende. Verfcheide 
ingewanden waren van plaats, van ge- 
daante, en weezen verandert, zoo als 
men in het werk zelf zien kan , en , om 
de kortheid te betrachten, althans tot 
ons oogmerk niet nodig is ; maar het 
linker eijerneft (ovar'uini) was tot zulk 
eene grootte uitgegroeid , dat het , het 
geheele bekken vervulde. Deszelfs bui- 
tenfte oppervlakte was kraakbenig; in 
het zelve was bevat eene groote menig- 
te van waterblaasjes (hydatides) van eene 
verfchillende gedaante. Het rechter eijer- 
neft was in het minfte niet verandert. 
Vervolgens geeft de fchryver reden van 
de uitzakking der baarmoeder , van de 
onmagt van blaas en endeldarm om zig 
te konnen ontlaften , die hy alle van de 
drukking van 't vergroote eijerneft af- 
leid. Maar , zegd hy verder , wat het 
meeft in dit geval aanmerkelyk fchynt, 
is de taaje ftoffe, dewelke in de holligheid 
des buiks gevonden wierd : Hy meend, 
dat in de twee laatfte aftappingen het 
water uit de waterblazen van het eijer- 
neft 



ZAKWATERZ UCI-IT DER VROUWEN. 595 

neft in de holligheid des buiks geko- 
men is , en dat daar door is veroor- 
zaakt , dat zig zoo veel minder vogts 
door de pyp ontlaft heeft , en dat 
daar door de geringe verligting en de 
braking , tuflchen de twee laatfte 
aftappingen , is veroorzaakt gewor- 
den. 

VI. Byna diergelyk een voorbeeld 
vind men by den beroemden R. Mead, 
monit. & pmcept. medic. Capit. VIII. van 
een zekere Edele weduw, dewelke in 
haar 51 fte Jaar in het zogenaamde buik- 
water verviel. In de eerfte twee Jaaren 
van haaren toeftand, (want ziekte mogt 
men het by haar niet noemen) wierd 
haar alle maanden 44 of 48 ponden wa- 
ters afgetapt , bedragende dus ieder 
week 12 ponden. In het derde Jaar 
tapte men alle maand maar 24 ponden. 
In het 4 en 5 Jaar , en 7 maanden van 
het zesde, wierd het water haar dertig 
maal afgetapt , doch ieder reis niet meer 
dan 16 ponden. Na eene nieuwe af- 
tapping is zy beginnen uitteteeren en 
te fterven ; by uitterften wille bevelen- 
de , dat dit volgende , in de Engelfche 
fpraak , op haar grafftede zoude ge- 
fchreeven worden , zoo als dit buiten 

VJ.Deels,2.ftuk, Qq de, 



596 Over de Eijernest- 

de ftad , op Burihil-Fields , nog kan 
worden gezien; luidende in de onze 
aldus.: Hier ligd Mevrouw Mary Page, 
Weduw van den Heer Gregory Page. Zy 
fcheide uit dit leven den 4 Maart 1728. 
in het 56^ Jaar ha ars 011 derdoms In 67 
maanden is zy 66 maal getapt ; men heeft 
van haar getrokken 240 gallons (dat is 
1920 ponden water) zonder ooit iet tot 
haar gemak te ontzien of de operatie t& 
vreezen. Haar lichaam fchynt niet geo- 
pent te zyn, .doch MüADzegd; dathy 
van gedagten is , dat dit vogt , het eerfl 
in de bewaarplaats der eijeren, by ds he~ 
dendaagfche Üvaria genaamd, is vergadert 
geweeft; althans dit en de twee voorgaan- 
de gevallen, toonen duidelyk aan, dat 
eene herhaalde doorftekins des buiks , 
en maandelykfche aftapping van water, 
deeze ziekte wel dragclyk maakt en 
miflchien het leven rekt , maar nog- 
thans niet genezen kan. Laat ons nu 
eens zien of eene dagelykfche en ge- 
duurige aftapping van water, hier in 
beter flaagd ; vooraf moet ik nogthans 
eerfl zeggen, dat ik daar van geen be- 
ter uitflag weete , of elders gevonden 
heb y dan de vier volgende geval- 
len. 

VII. 



zakwaterzuCht der Vrouwen. 59^ 

VII. Als ik 1742. nog een Jonge- 
ling zynde , het eerft dit gebrek be* 
fchouwde , zoo oordeelde ik , na den 
aart der Jeucht , dat dit een zeldzaam 
en byna ongehoort geval was , het geeij 
ik meende, dat niet verborgen rrioeftö 
blyven. Ik gaf dan daar van eene vry 
brede belchry ving, nevens eenige be- 
denkingen en een uitvoerige afbeelding 
in plaat in het ligt , zoo als uit de God-» 
geleerde , Hiftorijche > Philofophifche ± Na* 
tuur- en Geneeskundige vermaaklykhedett 4 
3 Deels 2 ft ukje, bladz. 337. 1742. kan 
gezien worden ; waar van dithooftzaak* 
lyk de korte inhoud is. 

De Lyderes was 41 Jaaren oud; vaft 
eene levende vry goede gefteldheid t 
haar buik was federt 2 of 3 Jaaren al 
langzaam opzwellende zoo dik gewof- 
den j dat hy byna twee ellen beliep i 
hangende van het borftbeert tot het 
midden der dyën; vallende haar alleen* 
lyk door de zwaarte moeijelyk; In heê 
eerft menende zwanger te zyn* deed 
zy daar tegen niets > maar vervolgens 
had zy zeer veel purgeer^ en water* 
dryvende middelen te vergeefs ge» 
bruikt. Door de Troisquart, waar varï 
het pypje altoos in den buik zitten 



598 OVFR DE ElJERNEST- 

bleef, negen aftappingen aan haar in 
drie dagen gedaan zynde , wierd zy 
van 29 pinten , ieder van 20 oneen , 
vogt , dat dik , bruin als Chocolade 
met water gemengd was , ontlaft ; de 
buik wierd altoos door een goed ver- 
band gefteund. Den jjden dag na de 
eerfte aftapping kreeg zy eene hevige 
koorts met ylhoofdigheid , en ftierf 
den 5^en dag na 't begin der operatie. 

Na de dood wierd het !yk geopent, 
men vond met verwondering , (het 
echte kenmerk van onkunde) in den 
onderbuik eenen grooten dikken vlie- 
zigen zak , die aan het onderfte en bui- 
tenfte gedeelte van het buikvlies was 
vaftgehegt ; en dit laatfte wederom op 
verfcheideplaatzen, doch met zwakke 
vezelen , hier en elders aan de darmen. 
De zak was van de onwaare ribben tot 
aan het fchaambeen uitgeurekt , liggen- 
de over de darmen. Men vond in den- 
zelven nog zeven pinten vogt , van 
denzelven aart als zig te vooren door 
de pyp (Ca?iitl) ontlaft hadde , nevens 
eene ontelbare menigte nog vaftzitten- 
de waterblazen , even als fchilleloze 
hoender-duiven en andere eijeren, ja 
als erwten; bevattende een wit, geel 

of 



ZAKWATERZUCHT DER VROUWEN. 599 

of rood-achtig vogt , dat zeep-achtig , 
fchuimcnde , taai , en op het vuur Hol- 
lende was: men vond den zak alleen 
te beflaan uit het linker eijerneft , dat 
dusdanig onnatuurlyk vergroot was. 
Het rechter eijerneft, lyfmoeder, en 
alle de overige ingewanden , waren in 
eenen vry goeden toeftand. De figuur, 
welke ik daar van heb medegedeelt, 
field dit geval zeer duidelyk voor ; en 
om een klaar- begrip van dit gebrek te 
hebben diend men deeze en alle ande- 
re afbeeldingen die ik aanhale , vooral 
na te flaan. 

VIII. 1751. Zag ik met den Hoogge- 
leerden Heer J. Bon , een getrouwde 
Vrouw van ruim 40 Jaaren \ zy was 
van eene goede gefleldheid, maar om 
dat federt veele maanden haare maand- 
zuivering was weggebleven , en zy zig 
te vergeefs verbeeld had zwanger te 
zyn,en nu op eene ongewone wys dik en 
ongemakkelyk wierd , pleegde zy met 
ons raad. Haar buik alleen was krag- 
tig gefpannen , en men kon daar in , 
fchoon duifier , de fchommeling van 
vogt voelen. Verfcheide purgeer- en 
waterdryvende middelen waren reets 
te vergeefs gebruikt ; wy zagen haare 

Qq 3 kwaal 



0oo Over de Eijernest- 

kwa'al voor eene eijerneft of zakwater- 
zucht aan. Ik tapte haar den 6 Mey 
omtrent 30 ponden bruin, droeffem- 
achtig vogt door de trorquart af, dat 
zoo dik was , dat het door eene gewo- 
ne pyp naauwlyks lopen kon de. Na 
de aftapping , merkte ik 111 haarcn buik 
eene dikte , welke nogthans niet hard 
fcheen te zyn. Zy vond zig hier na 
zeer verligt; maar, hoe zeer ook haar 
buik , door goede banden gefteunt 
wierde , konde dit nogthans niet belet- 
ten , dat hy in 10 dagen wederom zoo 
vol als voor drie weken wicrd. Ik tap- 
te den 2iften dag , na de eerfte aftapping 
haar wederom dezelve foort en hoe- 
veelheid vogts af. Hierna flond zy de 
fehieljke opzwelling van naaren buik, 
37 dagen lang, met zeer veel moeite, 
uit; want, den 3 July ontlafte ik haar 
wederom van dezelve foort en hoe- 
veelheid van vogt; doch deeze twee 
laatlte keeren door een ruimer trois- 
t[uart. ■ Inmiddels , zwol haar buik , 
even zoo vaardig als de voorgaande 
reizen. Wy wilden haar den buikfteek 
telkens , zoo lang immer mooglyk wa- 
re , uitftellen, maar de verligting de* 
welke zy daar van had, drong haar, 

om 



zak waterzucht der Vrouwen. 601 

om ons telkens daarom te bidden. On- 
dertusi r chen had zy, doch buiten ons 
weeten , eene ftale fbift met een goude 
pyp doen maken , welke laatfte met 
eenen gouden ffcop gefloten konde wor- 
den. Nu deed zy ons den 30 July roe- 
pen , en bad my op het vuurigfte , ik 
mogte haar dit werktuig in den buik 
fteken, en het pypje daar in laten zit- 
ten , ten einde men haar alle dagen 
Hechts eenige ponden konde aftappen: 
ik wilde hier geheel niet aan , , en hield 
haar den kwaden uitflag daar van voor, 
zeggende ; dat ik altoos gemerkt had , 
dat de ichielyke en dagelykfche aftap- 
ping in diergelyke gevallen , de krach- 
ten zeer fpoedig had weggenomen ; 
doch ik konde haar aanhoudend fme- 
ken niet lange wederftaan ; weshalven 
ik den 30 July , en dus 27 dagen na 
de derde aftapping, haar het gemelde 
werktuig in den buik ftak. Door de 
goude pyp, dewelke nu in den buik 
zitten bleef, ontlafle ik verfcheide da- 
gen telkens eenige ponden van de ge- 
woone ftof : ook deed zy dit fomwyl 
zelve, doch buiten ons weeten: hier 
door verminderde zeer fchielyk haare 
kragten ; waarom ik , fchoon tegen 

Qq 4 haa- 

f ■ 



Coi Over de Eijernest- 

haaren wil , de pyp wegnam. Zy ftierf 
v/einig dagen daar na. De Heer Bon 
en ik deeden veele moeite om haarlyk 
te mogen openen , doch konden dit niet 
verkrygen. Ik hoop echter niet dat 
iemand twyiïelen zal , of haare kwaal 
is eene eijerneftzakwatcrZucht gQWQeü, 
althans dit is by my ontwyffelbaar. 

Dat kleine doch herhaalde aftappin- 
gen , in de zak of eijerneftzakwater- 
zucht , den dood veel eer fchynen te 
verhaalden dan te verlengen , zal uit 
het volgende geval mede blyken. 

IX. L. Smids , verhaald by Blan- 
kaart , Coll med. phyf. Cent. VIL obf. 
45. dat eene Vrouw van 40 Jaaren fe- 
dert eenen geruimen tyd zeer dik van 
buik geworden was , datze anders van 
eene vry goede gefteldheid fcheen te 
zyn en vlug ter been; klagende nog- 
thans van eene zwaarte (in den buik) 
als of zy eenen emmer water droeg : 
datze daartegen reets zeer veele water- 
dryvende en hartfterkende middelen, 
te vergeefs gebruikt had enz. Men 
ftelde deeze vrouwe de buikopening 
(paracenteps) in 1677 den 2oJuny. Men 
tapte om den anderen dag de Lyderes 
eenige kroezen (Groninger maat van 

24 



ZAKWATERZUCHT DER VROUWEN. 603 

24 oneen) ros-achtig water af, tot 24 
kroezen toe. In 't eerft fcheen zy zeer 
vrolyk en raps van voet en tong ; maar 
den 1 1 July ( den 1 3 na de operatie ) 
en na de laatfte aftapping, kreeg zy 
kramp- en zenuw-trekking met koorts, 
waar op dien zelven dag de dood 
volgde. 

Het lyk geopent zynde , vond men 
de lyfmoeder en het rechter eijerneft. 
gezond, maar de linker eijerbal in eene 
zak vergroot, en als hoendereijeren of 
ballen in één gewaffen , en aan het buik- 
vlies vaftgegroeid. De overige inge- 
wanden , die merendeels door 't ge- 
zwel bedekt wierden , fcheenen alle ge- 
zond. De blaasgezwellen , die als drui- 
ventroffen in elkander gegroeid waren, 
en waar uit het geheele linker eijerneft 
beftond , bevatten eenc heldere , taaje, 
dunne, graauwe, etterige en flymgely- 
kende ( gelatineufe ) ftoffe. Ja ! veek 
blaasgezwellen (zegd de Schryver) zaten 
in elkander even als de [chlllen van ajuin', 
of als de Neurenhurger doosjes in elkander 
zitten. In de holügheid des baïks , zegd 
hy verder, was geen êéne droppel wa- 
ters. Even diergelyk een voorbeeld, 
dat van dit in niets fchynt te verfchi 7 - 

Qq 5 len, 



604 OVER. DE ElJERNEST- 

len , heb ik voor korte dagen met de 
Hoog en zeer geleerde Heeren , D. Mo- 
bachius Quaat, J. Bon en A. Wal- 
raven insgelyks befchouwt. Smids 
noemt deeze ziekte hy drops Batryoides, 
en zegd , dat de genezing daar van voor- 
waar geen flec/it meefterjïuk zou zyn , en 
mijjehien niet onmuoglyk. De figuur en 
afbeelding moet men in het werk bladz. 
267. nazien. 

Hier uit blykt dan , dat drie vrou- 
wen , dewelke behalven haare dikke en 
zwaare buiken , voor het overige nog 
vry gezond fcheenen te zyn , nogthans 
na eene herhaalde dagelykfche aftap- 
ping fpoedig , en binnen weinige da- 
gen , zyn geftorven. Ook blykt uit het 
i«rte en 3 ,ie geval, dat de Genees- en 
Heelmeefters , by het leven der Lyde- 
reffen , de kwaal naar geene zak- of 
eijerneftwaterzucht gekend hebben , 
maar dit na de dood eerft met verwon- 
deringe gezien , zoo als , helaas ! nog 
dagelyks gebeurd. En, fchoon het 2 d - 
geval:'na de dood niet befchouwt is, 
zoo meen ik nogthans ontwyffelbaar 
te mogen geloven , dat haar gebrek 
eene waareeijerneftzakwaterzucht, ge- 
weeft zy. 

Wy 



2AKW ATERZUCHT DER VROU WEN. 605 

Wy hebben dan nu gezien, dat by 
alle deeze vrouwen het vogt mee. en- 
deels in éénen grooten zak van het 
eijerncft zat , hebbende van binnen 
een e menigte kleine zak of rokgez wel- 
len: wy hebben ook gezien, dat de af- 
tapping byna al' het vogt uit den groo- 
ten zak kan wegnemen ; maar dat nog- 
thans de kleine zakgezwellen in den 
grooten zitten blyvende, denzelvenin 
3 of 4 weeken wederom opvullen: dat 
de 3 of 4 weekfche aftapping , het leven 
wel fchynt te verlengen of dragelyker 
te maken , maar , dat daar op de dood , 
na eene voorgaande groote verzwak- 
king doch altoos volgd. Wy hebben 
ook gezien , hoe gevaarlyk de dage- 
lykfche aftappingen zyn ; maar laat ons 
nu nog eens zien , hoe dat het vogt 
niet altyd in éénen, maar fomtyds in 
verfcheide zakken zit , waar uit de nut- 
teloos- of liever de fchadelykheid der 
aftapping nog te meer blyken zal. 

In de verzameling van Genees- Heel- en 
Artzenykundige Aanmerkingen , te Delft 
1755. 1. Deel bladz. 556. geeft een onge- 
naamd Schry ver het volgende geval op. 

X. In Maart 1 754 wierd ik by eene 
vrouw geroepen, aan welke een Ge« 

• nees-- 



6o6 Over de Eijernest- 

neesheer voorgefchreven had , dat het 
water moeft worden afgetapt , zynde 
den onderbuik zeer gezwollen en ge- 
fpannen. Na dat ik in zyne tegen- 
woordigheid op de gewone wyze de 
fchommeling van het water in achtge- 
jiomen had , bracht ik de Ttoicart in 
het lichaam op de gewone plaats aan 
de rechterzyde , en ik tapte ten hoog- 
ften anderhalve pint waters af, zynde 
geambreert en zeer helder ; en hoe 
zeer ik den buik drukte, en op wat 
wyze ik de buis draaide , terwyl ik een 
llilet meer dan eens daar doorltak , om 
te zien , of de buis van boven ook 
door flym ftoffe geflopt was , zoo kon- 
de ik echter geenen droppel waters 
meer bekomen. 

De omtrek van de doorgeboorde 
plaats zakte in , doch het overige van 
den buik bleef nog even geipannen 
ltaan , en ik voelde geftadig een ge- 
fchommel van water , als ik den buik 
gins en weder beweegde ; weshalven de 
geneesheer goed vond het overige van 
de operatie tot den volgenden dag uit- 
teftellen , wanneer ik daar eenen anderen 
Heelmeeftèr insgelyks aantrof, die de 
waterzucht aanmerkte als in verfcheide 

vak- 



ZAKWATERZUCHT DER VROUWEN. 6o7 

vakken van elkander afgefcheiden te 
wezen , waar op hy den trokart ruim 
4 duim boven mynen fleek in het 
lichaam bracht, en ruim een pint wa- 
ter van dezelve foort aftapte , het geen 
de plaats insgelyks deed inzakken. Ver- 
volgens bracht hy het Inftrument eenen 
halven voet hoger in het lichaam , op 
eene wyze , dat de drie fteeken te za- 
men eenen driehoek uitmaakten , daar 
hy weder omtrent eene halve pint wa- 
ters bekwam , en men befpeurde , dat 
overal , waar men den trokart plaatffce, 
en eenig water aftapte , het lichaam op 
die piaatfen Honk , terwyl het overige 
van den buik fteeds even zeer gefpan- 
nen en gezwollen bleef. 

Den volgenden dag bracht ik den 
trokart in de flinker zyde op de gewo- 
ne plaats in het lichaam , en kreeg an- 
derhalve pint waters , waar na ik eenen 
tweeden fteek , een weinig hoger en 
meer na het midden, gaf, en drie en 
eene halve pint water aftapte , waar 
door de onderbuik eindelyk merkelyk 
flonk , wordende wy toen , den buik 
bevoelende, verfcheide knoeftgezwel- 
len (Scirri) ontwaar , en dewyl ik om- 
trent de flinker lendenen nog eenige 

zwel- 



<5o8 Over ee EjjernesT- 

zwellingbefpeurde, zoo bracht ik dett 
trokart ,dam in het lichaam, waar uit 
eene pint waters liep , waar na wy den 
buik bedekten met eenen flenellen lap , 
doortrokken in een verzagtend afkook* 
fel ; om dat de buik zeer gefpannen 
bleef en zeer pynlyk geworden was* 
Uit de zes openingen vloeide gefta* 
dig veel ros-achtig water. De Ly- 
deres ftierf den 50 ! «" dag door ver* 
val van krachten en eene zwaare ver* 
ftikking. 

Ik , en nog een Heelmeefter openden 
het lyk. Wy bevonden dat het flinker 
eijerneft de gantfche holligheid van 
den onderbuik vervulde , en dat het 
verfcheide tufTchenruimtens tufTchen 
de vliezen van het zelve geweeft wa- 
ren , dewelke wy met de trokart hadden 
doorboord, Wy haalden het eijerneft 
uit het lichaam, wegende 5 ponden ert 
6 oncert , en zynde met een oneindig 
getal blaasjes bezet, ieder van dewelke 
2 of 3 lepels vol geel-achtig water be- 
vatte. Byna diergelyk een geval fchynj 
de Heer S. Sharp , treatife an the opera^ 
t'wns p. 60. ook gehad te hebben ; ik 
meen ook , dat dit foort van gevallen 
beter door eene ruime wond dan door 

de 



zakwatep.zucht der Vrouwen. 609 

de enkele doorboring des buiks , te red- 
den zy. 

Dus blykt dan wederom in dit geval 
de onmagt en fchadelykheid van eene 
fchielyke en dikwerf op elkander vol- 
gende aftapping ; alsmede , dat aftap- 
pingen die om de 3. 4 of 6 weeken ge- 
daan worden, (hoe onvermogend an- 
ders ) nogthans boven deeze laatfte te 
verkiezen zyn. Ondertufichen is het 
aanmerk elyk, dat menfchen, die ver- 
fcheiden. Jaaren met een vervaarlyken 
dikken buik en zakwaterzueht gegaan 
hebben, wanneerze maar eenmaal ge- 
tapt zyn, als dan in korte dagen we- 
derom zoo vol en dik , als van te voo- 
ren worden : dierhalven zoo heilzaam 
en nuttig als deeze bewerking veeltyds 
in een vroeg en niet zeer veroudert 
buikwater is , (dat 'er dikwerf volmaakt 
door genezen word), zoo fchadelyk 
en verdervelyk is zy meeft altoos in 
de zak- of eijernefl waterzucht; de ge- 
vallen bewyzen dit, en ik zal de rede- 
nen daar van , om de kortheid te be- 
trachten., ftilzwygende voorby gaan. 
Met recht hebben zig echter veele ge- 
leerde Mannen, met den beroemden 
Me ad, verwonderd, hoe het moog- 

lyk 



6io Over de Eijernest- 

lyk ware dat menfehen , die , om zoo 
te {preken , van daag 30 , 50 ja 100 
ponden vogts waren afgetapt , nog- 
thans in 15 of 30 dagen dezelve hoe- 
veelheid daar van wederom verkregen 
hadden , fchoon het vogt , dat door 
den mond was ingenomen , het vierde 
deel daar van , niet bedragen kon. 't Is 
waar , dat als de zak geledigt is , als 
dan duizende van vaatjes en buisjes 
daar in open Haan , die , van te vooren 
door het vogt gefteund zynde , nu vrye- 
lyk zig uitftorten ; alsmede dat de wa- 
terblazen, die meeft-al in den zak te- 
genwoordig zyn , al mede niet meer 
door het voorgaande vogt gefteund 
zynde , vaardig doorbreken en zig in 
denzelven ontlaften ; doch ook het 
lichaam zelf kan zulk eene hoeveel- 
heid vogts van zig zelve niet afleggen : 
dierhalven fchynt 'er eene andere re- 
den te moeten zyn, waarom of waar 
door de menfehen wederom zoo fpoe- 
dig dik worden. Deeze nu heeft, naar 
myne geringe gedachten, de Hoogge- 
leerde Heer A. de Haen Ratio medendi 
pars IV. het allerklaarfte aangewezen , 
menende , dat dit vogt aan deeze ly- 
ders door de vogtigheid der lucht 

word 



ZAKWATERZUCHT DER VROUWEN. 6l t 

word medegedeeld. Hy bew.yfl dit 
door de fcheikundige proeven van den 
onftervelyken Boerhave over de 
lucht. Eene once zout van wynfteeri 
zeer droog zynde, in de lucht gezet, 
levert meeft-al vier oneen wynfteen- 
oly uit; waar uit blykt, dat dit zout 
driemaal zyne zwaarte uit de lucht aan- 
trekt ; en daar andere gezonde men- 
fchen altoos door de long en huid vee- 
Ie vogten door de zigt- en onzigtbare 
uitwaaiTeming kwyt worden en verlie- 
zen , fchyrien deeze de vogtigheid der 
lucht zelve aan te trekken en als in 
te drinken. Düs blykt dan Wederom, 
zoo ik meen , op het allerklaarfte , 
dat de herhaalde aftapping deeze ziek- 
te wel dragelyker maakt , maar nog- 
thans onmooglyk genezen kan , en dat 
alle deze LyderefTeii;, na één, twee, 
of ten allerhoogften , na zes Jaafen , 
daar na fterven. 

Na dat dan de geoeffertdfie Heelkun- 
digen, al van overlang, deeze onvol^ 
maakte en zelf fomwyl gevaarlyke ge- 
iieeswys met aandacht befchouwt had- 
den; zyn zy , hoewel niet zonder' veel 
nadenken , vart gedachten geworden 3 
dat dit gebrek geheel niet te genezen 

VI* Deels, 2. fl uk. Kt ' wafë 



6i2 Over de Eijérnest- 

ware met flechts den zak alleen door 
aftapping te ontlaften, maar dat men 
ook teffens moeft zorgdragen , dat hy 
niet wederom kon worden opgevuld; 
alsmede , dat het wanftallige deel , (die 
zak en het eijerneft), op eene zagte 
wys vernietigt , uitgeroeid en verteert 
wierde ; of , zoo dit laatfte niet ge- 
heel mooglyk ware, dat dan ten min- 
ften de Lyderes door het byblyven 
van een pyp-zweer kon geret en be- 
houden worden. Hier toe is , zoo 
veel ik weet, de beroemde Littre , 
. Memoir. de FAcadcm. Royal de Sciences 
1707. de eerde gëweefi , zeggende: 
dat men in het onderde van den buik 
en zak , eene opening moeft maken , 
niet alleen om het vogt dat 'er in is 
te doen uitlopen, maar ook, om aan 
dat , dat 'er in 't vervolg wederom 
mogt inkomen , beftendige ontlading 
te verfcharTen , het weder opvullen des 
zaks te beletten, en, door bekwame 
infpuitingen enz. , de gezwellen en 
hardigheden te verteeren. Hy beoogt 
daarmede (on derft ellende dat deeze 
zak in de verdubbeling van den pens- 
zak zit) om daar door de wanden van 
de twee van ééngefcheide vliezen we- 
derom 



ZAKWATERZUCÜT DER VROUWEN. 6ï% 

derom tot elkander te doen naderen 
en te heelen. Naderhand heeft de Heer 
le Dran , en eenige andere kloeke 
Franfche Heelmeefters , deeze genees- 
wys in het werk gefield , en hunne 
bevinding daar van aan de Ac adem. 
Royale de Chirurg. To. ij. p. 431. me- 
degedeeld , waar op de Ridder en 
beroemde Heel- en Hand- arts de 
Mo ra nd zyne aanmerkingen ge- 
maakt heeft. Dan tegens deeze ge- 
neeswys heeft de Hooggeleerde Heer 
A. de Haen, in zyne Ratio Meden- 
dl p. IV. voornamenlyk ach t gee- 
ne ongeleerde , tegenwerpingen ge- 
maakt , waar in ik volkomen zoude 
berufl hebben , indien hy maar eene 
beter geneeswys had aangewezen ; dan 
deeze ontbrekende, en zyne tegenwer- 
pingen in eene vermenging van nlaag^ 
lever, mild en andere zakwaterzuch- 
ten , en in verzweringen in het bek- 
ken, beftaande, die, zoo wel by man- 
nen als vrouwen voortkomen 3 en zoo 
my dunkt, met de eijernefl-waterzucht 
niet vermengd moeten worden * zoo 
zal ik derzelver wederlegging aan den 
beroemden Heer de Morandj 

Rr 2 ovei** 



6i.% Over de Eijernest- 

overlaten. Ook had de Heer de 
la Porte, in evengemelde Me- 
moires een voorftel gedaan , of het niet 
mooglyk zoude zyn deeze in zakken 
zittende waterzucht , door eene rui- 
me wonde in den buik te maken , te 
konnen wegnemen en uitroejen; waar 
op de Heer de Mor and aanmerkt, 
dat die Heer zeer te pryzen is , dat 
hy , als de ecrfte , zulk een voorftel 
gedaan heeft ; zeggende wyders : dat de 
tegenwoordige nieuwe Heelkunde be- 
kwaam is, om groote ondernemingen 
te doen, enz. Dan,- zoo iemand de 
moeite neemt om het werkje, dat ik 
bladz. 24 by het VIL geval , aan- 
haalde, na te zien , zoo zal hy vin- 
den , dat dit eigen voorftel , in 't 
Jaar 1742.- en. dus 10 of 12 Jaaren 
voor den Heer de la Porte, reets 
door my gedaan was. Dan ook hier 
op heeft de Heer de H a e n , gee- 
ne minder tegenwerping gemaakt , 
dewelke ik al mede ter beantwoor- 
ding van den Heer de Mo rand, 
overlate. Voor my, ik merk e daarop 
Hechts aan, dat het even zoo weinig 
moeite zoude zyn ,, indien men, te- 
gen 



ZAKWATERZUCHT DER VROUWEN. 6l 5 

gen de meefte en geveftigdfte operatien, 
dezelve foort van tegenbedenkingen 
maken wilde, die even daarom nooit 
zullen nagelaten worden. Men fnyd 
tegenwoordig door den buik fteenen 
uit de gal- en pis-blaas; als ook, doode 
en levende kinderen uit de buik en 
baarmoeder van levende Vrouwen- 
Men onderzoekt met zoo veel oordeel 
als reden , of het mooglyk zy eenen 
fteen uit het lichaam van de nier , of 
haar bekken, (Nephrolithotomia) te kon- 
nen fnyden. Zeker, het zou een al- 
lerkleinfte moeite zyn , deeze gewigti- 
ge operatien met veele redenka velingen 
te beftrydeng maar of daar door aan 
den opbouw -der onontbeerlyke Ge- 
nees- en Heelkonft weleen groote 
dieniï gedaan worde , geve ik aan 
nadere beoordeeling over. 't Is waar , 
men zegd : Het dunkt my derhalven raad- 
zaam deeze operatie zoo niet voorttczet- 
ten, op dat niet mifjehien, een lichtvaar- 
dig Heelmeefler dezelve , tot bederf van 
het menfehelyke gepacht., misbruike. Dan 
ik denk , dat deeze woorden vermoe- 
delyk tegen onvoorzigtige Franfche of 
Engelfche Heelmeefters gerigt zullen 

Rr 3 zy"; 



6i6 Over de Eijernest- 

zyn ; nadien de Heelmeefters in Duitfch^ 
en Nederland zelden alleen , (mogelyk 
tot ongeluk der Lydereflen) by dezelve 
zoo veel vertrouwen vinden. Dan buU 
ten dit, dunkt my ook , dar men met 
grond verzekeren mag , dat de on- 
voorzigtige Heelmeesters met deeze 
opcratis in verre na zoo vaardig niet 
zullen zyn, als de onvoorzigtige Ge* 
neesmeefters meelt al zyn, om deeze 
elendige Lydereflen met hunne hevige 
braak- , purgeer- en waterdryvende mid- 
delen aftematten. En nadien niemand ooit 
getoond heeft , dat een Eijerneft-zak- 
waterzueht door inwendige middelen, 
of eene herhaalde aftapping des waters , 
ooit genezen kan worden , maar dat alle 
deeze Lydereflen , de meefre fchielyk , 
de minfte wat later , na de aftapping ge- 
florven zyn , zoo als uit de allergeluk- 
kigfte gevallen , ook zelf van den 
Heer de Haen, gebleken is; en in 
het tegendeel , dat eenige voorbeelden 
ons tonen , dat deeze Vrouwen met 
eene ruime wonde in den buik en zak 
te maken , genezen zyn ; zoo zal het 
voor het laatft, zoo my dunkt, zeer 
nuttig en nodig zyn , dat ik daar van 

een 



ZAKWATERZUCHT DER VROUWEN.617 

een paar nadmkkelyke gevallen opgeeve. 
Het eerfte is te vinden in de Engelfche 
Philofophical transa&wns N°. 381. p. 8. 
en is een verhaal van den Heer Rob- 
bert Houston ; van een waterzucht in 
het linker eijerneft aan eene Vrouw van 
58 Jaaren, genezen door eene groote 
infnyding in den buik; luidende in on- 
ze fpraak , hoofdzakelyk als volgd : 

XI. Margeret Millar 9 in haar 45^ 
Jaar in de kraam komende, was de Na- 
geboorte zoo geweldig afgehaald , dat 
daar door in haare linkerzyde , tufïchen 
den navel en de liefch eene zeer gevoe- 
lige pyn wierd veroorzaakt , dewelke 
federt 13 faaren haar naauwlyks ooit 
had vry gelaten. Twee Jaar voor dat 
de Heer Houston haar zag , was zy uit- 
termaten ongemakkelyk geweeft. Haar 
buik wierd zoo groot , dat haare adem- 
haling niet dan met de grootfte moeite, 
gefchieden kon; vooral in de zes laat- 
üq maanden. Haar eetlufl was in dee- 
zen tyd geheel vergaan ; zy at zoo wei- 
nig als een eerffcgeboren kind. Sedert 3 
maanden had zy beftendig op den rug 
moeten liggen , durvende zig nog na de 
een of andere zyde bewegen. 

De zwelling was tot zulk eene mon- 
Rr 4 ftreufc 



6i8 Over de Eijernest- 

flreufe grootte geworden , datze de ge- 
lieele linkerzyde , van den navel tot het 
fchaambeen , befloeg ; drukkende de 
buikfpieren zeer ongelyk en als een 
punt om hoog; haar rug was doorliet 
langduurig liggen raauw, ontveld; dit, 
met gebrek van ruft en eetluft , had 
haar zeer afgemat. 

De Heer Hoüston, aangemoedigt 
door de Lyderes , maakte in 't gezwel 
eene duims grootte opening, waar uit 
geen vogt kwam. De wonde nog twee 
duim grooter gemaakt hebbende, kwam 
'er een weinig dunne geele wye uit. Hy 
fneed dezelve nog twee duim verder 
open : hy was niet weinig verwondert , 
na zulk eene groote opening alleen een 
gelatineus wezen (ghtinous Jubflance) 
te vinden , dat de opening vervulde. 
Hy trachte door een proef-yzer en zyne 
vingers , deeze ftof , doch te vergeefs , 
weg te brengen ; want dezelve was zoo 
glad, dat hy 'er geen vat aan hadde: ver- 
volgens nam hy een Itukje hout, aan 
welks eind hy zagt linnen bond , het 
geen hy in de wond her-om-draaide : 
hiermede trok hy eene dikke ftoffe als 
gelei, of liever, als eene pap, die verfch 
gekookt, doch in de zon te drogen 



ZAKWATERZUCHT DER VROUWEN. 619 

lag , weg ; welke i ellen lang, en 10 
duimen breet was. Dit wierd gevolgd 
van 9 mengelen (quarts) flof , zoo als 
men by fpek- en honig-gezwellen wel 
gewoon is te vinden; nevens verfcheide 
waterblazen van verfchillende gedaante, 
bevattende eene geele wye ; de laatfle 
van deeze waterblazen was grooter dan 
een Oranje-appel; alsmede verfcheiden 
Hukken groote vliezen , die deelen van 
't vergrootte eijerneft fcheenen te zyn. 
Na alles wat hy konde, weggenomen te 
hebben , hegte hy de wond op drie 
plaatzen te zamen , en bragt in het on- 
derfte gedeelte eene fteekwiek : vervol- 
gens de wond en buik in order gebon- 
den hebbende , gaf hy de Lyderes een 
hartfterkend en ruftvervvekkend mid- 
del. Den naaften morgen vond hy haar 
in een zagt zweet , zy zeide , datze fe- 
dert 3 maanden zoo wel niet geflapen , 
nog haar zoo wel bevonden had als nu. 
Zy wierd in de voorgemelde order, 
eenige dagen lang , verbonden. In 't 
eerft gaf de wond eenige wye-achtige 
ftoffe van zig. Van deezen tyd leefde zy 
in eene volmaakte gezondheid , nament- 
lyk,van 't Jaar 1701 tot 1 714. Wanneer 
zy, na eene ziekte van 10 dagen, flierf. 

Rr 5 Na 



620 Over. de Eijernest- 

Na dat de Heer H. F. le Dran, 

in de Memoir. de V Academ. de Chirurg. 
T. ij. een aanmerkenswaardig geval had 
opgegeven van een zakwaterzuchtige 
Vrouw , dewelke door eene kloeke in- 
fnyding in den buik , met behouding 
van een pypzweer (fiftula) , genezen 
was , zoo verhaald hy het volgende 
geval, dat ik woordelyk zal opgeven. 

XII. Een ongehuuwt Vrouws-perfoon 
van 42 Jaaren was, federt 2 of 3 Jaar, 
aan eenen verftoptcn buik ziek geweeft , 
en had des wegen veel e Artfen raad ge- 
vraagd. Geduurende deeze ziekte , was 
eerftelyk haare maandzuivering in wan- 
orde gekomen , en vervolgens geheel 
weggebleven ; vervolgens begon haar 
buik te zwellen ; haare pis bekwam een 
rood-achtig zetfel , en was weinig. Zy 
wierd koortzig en braakte dikwils. De 
buik wierd zeer pynlyk , en zy, van 
winden en een verftopt lichaam , zeer 
geplaagd : eindelyk verklaarde men haar 
voor waterzuchtig , en ik wierd begeert, 
om aan haar de doorboringe des buiks 
te doen. Dit gebeurde in 1 74A 

Ik tapte byna 15 kannen (dat is 30 
ponden) water af, het welk flykerig , 
met bloed vermengd, en zoo ftinkend 

was , 



ZAKWATER ZUCHT DER. VROUWEN. 62 1 

was , dat 'er het geheele huis door be- 
fmet wierde. Na dat de buik geledigt 
was , was het my zeer gemakkeiyk een 
ongelyk, hard, knoefc-achtig, en vaft- 
zittend gezwel, het welk zoo dik als een 
Meloen fcheen te zyn, en in het linker 
weeke des buiks huisveftte , door de 
uitwendige bekleedfclen te voelen. 

Na den buikfleek verminderden de 
toevallen ; de pis wierd redelyk zuiver 
en in goede menigte. 

Ik oordeelde uit de gefteldheid der 
vogten, die ik afgetapt hadde , dat het 
eene zakwaterzucht moeft zyn ; ik had 
daar van echter geen bewys , dan na 8 
of 10 dagen, wanneer de zak wederom 
half vol was ; want , toen konde ik zy- 
nen omtrek, in eenige opzichten, recht 
onderfcheiden en bepalen : de zak fcheen 
aan het knoeft-achtig gezwel te hangen. 

Na drie weken was de zak wederom 
zoo vol als de eerfte maal. Als ik nu 
den Aart der ziekte kende , het welk 
ik de eerde reis niet had konnen doen, 
dewylzigde zak door den geheelen buik 
had uitgebreid , zoo geloofde ik , dat 
de enkele fteek met de troisquart niet 
dienftig konde zyn; maar dat men by 
de ontlading van den zak ook moeft 

ver- 



622 Over de Eijernest- 

verhinderen , dat dezelve niet weder 
konde vol worden: hierom maakte ik 
een e redelyk groote opening, dewelke 
niet fchielyk konde toefluiten. Ik maak- 
teze by de witte lyn,een weinig onder den 
navel , op dat, als de grond van den 
zak langzamerhand het knoeftachtig ge- 
zwel naderde (waar op hy zig ge- 
vormd had) , de opening altoos met de 
holligheid van den zak konde overeen- 
komen. 

Door de mfhyding ging even zoo 
veel als de eerfte reis , en even zoo 
ftinkend een vogt weg als voor drie 
weekea Ik ftak eene pyp in de won- 
de , om te verhoeden , dat zy zig niet 
te veel toefloot, en om de noodige in- 
fpuitingen daar door te konnen doen. 
Niettegenftaande dit, kwamen 'er eeni- 
ge nieuwe toevallen by. De koorts 
vermeerderde , en wierd met een foo.rt 
van razerny verzeld ; dewelke echter 
na eenige uuren wegging. Zy had eene 
vervaarlyke afkerigheid, en beftendige 
kwaalykten. Zy braakte alles uit wat 
zy na zig nam ; en dewyl de Spaanfche 
wyn, het eenige was , dat zy by zig be- 
hield , zoo onderhield men haar alleen- 
lyk met dit vogt, waar van zy 6 of 7 

on- 



ZAKWATER.ZUCHT DErVrOUWEN. 623 

oneen *s daags, geduurende drie weken 
dat alle deeze toevallen in dezelve he- 
vigheid bleven, gebruikte. 

Gedurende dezen tyd , gingen alle 
dagen door de pyp , 8 of 10 oneen 
rode en flyk-achtige vogten weg , die 
even zoo ftinkend als de voorgaande , 
waren, 's Avonds en 's morgens , maak- 
te ik infpuitingen van garften water met 
roozen honig. Na een verloop van 
drie weken y verloor de uit de zak ko- 
mende yogtigheid een weinig haare 
kleur , en men konde daar onder eeni- 
gen etter erkennen. 

Op eenen morgen , wanneer ik de 
Lyderes verbond, zag ik op eenmaal 
12 of 1 5 oneen etter , die veel witter 
dan de voorgaande was , uit de pyp 
lopen. Ik geloofde, het gezwel ware 
nu in eene veretteringe overgegaan, 
welker ftof zig in den ledigen zak ont- 
laftte ; want , op het gevoel , fcheen 
het gezwel aanmerkelyk verminderd 
te zyn. Twee dagen daar na hielden 
de toevallen in hevigheid op , en ver- 
minderden langzamer hand. Het in- 
wendige des zaks geraakte in eene goe- 
de verëttering , en de etter zelf ver- 
loor van dag tot dag zyne roode kleur 

en 



626 Over de Eijernest* 

Vrouwen fterven , na 't getuigenifTe 
van den Heer de Haen en onze eige 
bevinding, fomwyl korte dagen na de 
iftc 2«v of 3 de doorboring des buiks 
met den driekanten priem , en alle 
eenige maanden , zelden Jaarert, later; 
zoo als wy voorheen , ook uit de befte 
gevallen zelf, getoont hebben; echter 
ben ik in dat vertrouwen , dat , als de 
doorfnyding des buiks en zaks by dee* 
ze Lydereffen vroeger gedaan wierde , 
ik meen , naar dat den zak al te groot 
is uitgezet en vaftgegroeid , en voor 
dat de Lyderefle haare früTe kleur en 
gezonde lichaams krachten, verloren 
hadden , dat is , in den i '*<- of 2 ^ trap 
van deeze ziekte , 'er ten minflen zeer 
veele, het zy geheel, of met behou- 
ding van eene pypzweer, zouden ge- 
nezen worden, dewelke nu, na eene 
herhaalde aftapping , onvermydelyk 
Iterven : althans , ik ben tot nog toe 
in dat vertrouwen , dat het veel beter 
is deeze elendige menfchert aan de na- 
tuur en, het noodlot overtelaten , daii 
aan eene herhaalde aftapping, hoe ver- 
ligtende anders ook , overtegeven. En 
daar zy alle aan dit gebrek iterven, be- 
halven eenige , welken de buik en zak 

met 



zakwaterzücht der Vrouwen. 6*25 

met eene ruime wonde word openge* 
fneden , zoo geef ik aan myne Vader- 
landfche konftbroeders in bedenking, 
welke weg hun dan te verkiezen 
ftaa. 't Is waar, veele deezer Vrou- 
wen , dewelken de buik met eene groo- 
te wonde word opengefneden , behou- 
den levens lang eene pypzweer , en ver- 
wiflelen aldus het eene kwaad met het 
andere ; maar ik meen , dat de gulde 
fpreuk hier te pas komt, dat men van 
twee kwaden het minfle kiezen moet. Hoe 
veele groote verzweeringen en etter- 
ziekten komen in het menfchelyk lig- 
haam , en vooral in de bord , niet voor, 
dewelke niet , dan met behouding van 
eene pypzweer, kunnen genezen wor» 
den ? en met welke niet zelden deeze 
Lyders eenen hogen ouderdom berei- 
ken : aldus meen ik , dat dit laatfte 
kwaad by het eerlle in verre na niet te. 
vergelyken is. 

Ik geloove niet , dat het nodig zal 
zyn , dat ik zegge, dat deeze infny- 
ding met een gemeen mesje in het oi> 
derfte en laaglte des buiks en zaks ge* 
fchieden moet; en wel, zoo het ge- 
weten kan worden , aan die zyde , daar 
het zakgezwel het eerft begonnen is : 

VL Deels ,2. [tuk. Ss ds» 



626 Over de Eijernest- 

alsmede dat men geduurende en na de 
ontloping des vogts , den buik mee 
goede banden onderfteunen , en den 
zak , na omftandigheden der zaak , be- 
handelen moet \ geoeffende Heelmees- 
ters weeten dit. ÖndertmTchen hebben 
\vy ftraks reets aangeroert , dat 'er te- 
gen deeze infnyding des buiks en zaks 
veele tegenwerpingen te maken zyn; 
dan dit , wy zeggen het nog eens , heeft 
deeze operatie met meeft alle andere ge- 
meen. De goede Genees- enHeelkonft 
is nog met eene groote en duiftere 
wolk van onkunde bedekt, maar het 
paft rechtfehapen mannen om haar op 
te luifteren , en daar toe hunnen vly t 
te hefteden; doch miftchien heb ik my 
al te onvoorzigtig aan deeze Verhan- 
deling gewaagd, en nogthans weet ik 
niet, dat iemand voor my deze ziekte 
op deeze wyze befchouwd heeft: daar 
zal evenwel voor meer kundige nog 
eenen grootcn Oogft en nalezing over- 
bly ven ; maar niemand denke , dat dit 
gebrek ,' dat de groote Boer have 
Aphor. 1223. by vrouwen vry gemeen 
fteld te zyn , zoo ongewoon of zeld- 
zaam is als veele zig ten onrechte ver- 
beelden : hierom zal ik my zeer ver- 

heu- 



ZAKWATERZUCHT DER VROUWEN. %%f 

heugen, als ik hooren mag, dat ande^ 
re geleerde en vooral ervaare mannen, 
dit ftuk eenen grooteren luifter zullen 
byzettem Ik zelf kon deeze eenvou- 
dige Verhandeling nog met veele rede- 
nen en bewyzen opfieren, doch zoo 
ik dwaal, dan heb ik reeds te veel ge- 
zegd, en zoo de waarheid aan myne 
zyde is , dan heb ik voor mannen van 
oordeel meer dan genoeg gedaan» 

's Hertogenbofch 
I7f6i. 



^%tf*&iF%*F% 



mmmm 



Ss § 



*P: 



628 Over de wyze om de Waardyen 
VERHANDELING 

OVER DE WYZE OM DE 

WAARDYEN 

DER 

BREUKEN, 

TE ONDERKENNEN 

Of dezelve eindig , oneindig groot , dan 

klein zyn , wanneer derzeher Teller 

en Noemer door zekere be- 

paalinge verdwjnen: 

DOOR 

J. F. H E NN E 11 T, 

Uit bet Latyn vertaald door 

J. J. BLJSSIERE. 

§. i . /^ eenen der Wiskunftenaaren 
\JT onzer Eeuw is onbewuft de 
groote en uitgeftrekte nutheid van de 
Stelkunfl der Oneindige (Analyfis I?ifi- 
mtonim) in alle deelen der Wiskunde , 

zy 



der Breuken te onderkennen. 619 

zy dient niet alleen om met veel meer- 
der zekerheid in de verborgen fte ei- 
genfchappen en betrekkingen of even- 
redigheden der grootheeden door te 
dringen , maar door haar is zelfs de 
geheele gedaante der leerwyze over de 
kromme lynen zodanig verandert, dat 
men heeden klaar befpeuren kan , welk 
een verwarde onvolmaakte en duiftcre 
kennis de Ouden van dezelve gehad 
hebben. Wat is de Wiskunde niet on- 
eindig verrykt door de verheevene 
ontdekkingen wegens de Raaklynen 
(Tangentes) de Mislopers (Ajjymptotes) 
de Straal der kromte (radius Curvatu- 
ra) de takken der kromme lynen QQuf z 
var urn ramï) welke alle geenzins onder 
het bereik der Meetkunft van de Ou- 
den kunnen gerekend worden , te zyn 
geweeft. 

Het onderwerp van deeze Verhan- 
deling verfchaft ons een wonderbaar 
bewys , van het groot gebruik van de 
oneindige Stelkunft in de nafpeuringe 
van Stelkundige grootheeden : het 
fchynt in den eerften opflag , dat de 
waardy van .de breuk _o_ onbepaald is , 

om dat ±_ een eindige grootheid kan 



o 



beteekenen, een grootheid die onein- 

Ss 3 dig 



630 Over de wyze om de Waardyen 

dig groot of oneindig klein is , des 
niet te min kan men door de Differen- 
tial - Rekening een bepaalde waardy 
aan dusdanige gebrookens aanwyzen 
door dien 'er trappen in de oneindige 
kleine zyn, of een onderling verfchil, 
tufTcben de waardyen van o. Want 
o x a — o x h en bygevolg o : o — a: b , 
zo dat de oneindige kleinen of de ze- 
roos tot elkander kunnen zyn in een 
gcgeeve reeden van a tot b : waaruit dan 
weeder volgt dat _ a — SJ> dus zal de 

| b o 

breuk oneindig groot zyn indien a — co , 
en oneindig klein indien b = co $ einde- 
lyk zal zy een eindige grootheid we- 
zen indien a en b zelfs eindig zyn. 

Ik heb my dan voorgefteld in dee- 
ze Verhandeling de kenmerken te be- 
paalen door welke men kan onder- 
fcheiden of dusdanige Breuken ^_ ein- 



o 



dige , dan oneindige groote of kleine 
waardyen hebben. 
■%. 2. Een Breuk kan op twee wyzen 

*L worden , door haar teller en noemer 

f> 

te doen verdwynen ? Hellende de veran- 
derlyke èerflelyki = ö, en ten twee- 
de x = A , weik laat-fte het onderwerp 

..-■'- is 



der Breuken te onderkennen. 631 

is geweeft der Verhandelingen van 
Jac. Bernouilli en Ricatus (ay 
Doch de groote Euler , gewoon allen 
anderen Wiskunflenaaren de loef af te 
fteeken , heeft in dit ftuk die twee 
beroemde mannen meede ver overtrof- 
fen : deeze gadeloze en onvergelyke- 
lyke Stelkonftenaar onderzoekt met de 
uiterfte naauwkeurigheid in het 14- 5 
en 15.4e Hoofddeel zyner (Injiit. Calculi 
Uiffcrentialis) de beide eevengemelde 
gevallen , en opent met een , eencn 
weg om tot de bepaalinge der waar- 
dyen van dusdaanige Gebrookens te 
geraaken. Wy zullen deeze voortref- 
felyke Regelen hier in korte woorden 
aanhalen, om 'er in 't vervolg des te 
gemakkelyker gebruik van te kunnen 
maaken. 

De waardy van de Breuk ° bepaald 

o 

wordende door middel van de DifFe- 
rential-Rekenïng , zo als boven gezegt 
is , zal men o + d x of d x voor x 
Hellen , in dat geval waar in de geheé- 
le Breuk met x te gelyk verdwynt: 
maar men zal A + dx voor x ftellen , 

in 

(a) Commemarii de Bononienfi Infti'tuto &c. 
Pars tertïa, Tomi iecundi png. 175- &c. 

Ss 4 



6% i Over de wyze om de Waardyen 

' in dat geval in welk de geheele Breuk 
^erdwynt door de fbellinge vanX--A; 
waaruit dan volgt, eerftelyk dat alle de 
bepaalde termen teegen elkander moe- 
ten opgaan , ten tweeden dat de hoogfle 
magten van dx in vergelyk van de 
laagften verdwynen, ten derden zal de 
Breuk een bepaalde waardy hebben , 
indien dx tot dezelfde magt in den 
teller en noemer verheeven is , ten 
vierden, zal de Breuk oneindig groot 
zyn , als dx een grootcr expo- 
nent in den noemer als in den teller 
heeft, en laatftelyk zal de Breuk on- 
eindig klein zyn indien d x een hooger 
magt in den teller dan in den noemer 
heeft. 

§. 3. Deeze myne Verhandeling is 
tweeledig , haar eerfte deel vertoont 
de kenmerken , aan welke , de onein- 
dige grootheid of kleinheid der waar- 
dyen in de Breuken te befpeuren zyn , 
in geval dat de noemer en teller door 
de {telling van x = o verdwynen. Het 
tweede deel is gefchikt tot de aanwy- 
zinge der kentekenen die met de ver- 
dwynende Breuken door x =A be- 
trekking hebben. 

Zie hier een voorbeeld van het eer- 
fte 



der Breuken te onderkennen. 633 



He 2 a x* — V 3 a x* + 4 # # 3 of 



v 7 # a __ 2 # # 4. 2 # a __ 1/ # a 4- 3 # # 

# x 4- # a 
Deeze Breuken verdwynen gelyk met 
den veranderlyken x , daar deeze vol- 
gende breuk gelyk j_ zal worden zo 

o 

dra men x = a field, te weten 

X 3 — 2 a X* + 4. a* X + 3# 3 

a n - — V 2 a+ 6 a 3 x + 4.a *x* 4. x* 

Vierledig zyn de formulen der Breu- 
ken, die in ons eerde deel verhandelt 
worden , naamentlyk : 

I. a x? + l x n + &c 

c xP 4. d%i 4- &'c 
II. a x m 4. b x n + &c 



C— l/C? + fx*+gX< i 4.&C 
tfJF» 4-^JtT^ 4- &c 



TB u . _j 

IV. l/^r« 4,te 4-&C4-V/^y 4.^ 4.&C 



Vfr+gx* +hxZ+&c^Vf l +kx 9 + ÏX/+&lc 
Ss 5 §. 4. 



634 Over de wyze om de Waardyen 

§. 4. Wy verwerpen de eerfle der 

formukn om dat wanneer men a de 

kleinfte expnent fteld, als dan dezelve 

a x Vl ~i + b x »~i + &c. 

verandert in , - 

c x P~i + a + <xc. 

Welke dan x = {tellende 5 verandert 

in ;A en niet £. 

§. 5. Deeze volgende twee Vraag- 
itukken dienen voor af te gaan om het 
onderzoek der opgemelde formule des 
te gemakkelyker te maaken. 

Te bezaaien de grootheid y = 



m 



,i/r+h^ + n*"/ + &cy veranderen- 
de in y _|_ d y en maakende x = 0. Wan- 
neer y verandert in v + dy dient men 
o + dx in plaats van x te ftellen , 
welk gedaan zynde geeft. y + dy — 



in. 



Va* + b dx£ -+- cd xv + &c. waar uit de 
wortel getoogen zynde geeft 

«e 

a m + bdxt -f c^r + &c. en b< y <$ 

** . 

ma m 
gefield zynde, zullen niet alleen de 
volgende termen verdv/ynen , maar men 
zal zelfs cd xv ten -opzigte van b d x & 

kun- 



dsr Breuken te onderkennen. 63-5 
kunnen verwerpen , en dus behoud men 
a ?;r + b d x 

1 — et, 

« 

m a w 

Wy noemen zulk een Wortel-groot- 
heid (radicaUs) een wortel-grootlmd van 
het eerfte geflagt , op dat men ze onder- 
fcheiden moge van die , v/elke in het 
volgende deel vervat zyn , en by ons 
van het tvoeede geflagt genoemt wor- 
den; deeze laatften hebben de veraii- 
derlyke x in elk van haar e termen. 

§. 6. Dus bepaald men, wat 'er uit 

m . ! — . 

de formula V a x <* + b x £ + c x z -f &c =y 
zal komen ; y + dy voor y geliefd 
zynde en x = o, zal men vinden 

y + dy = dx m Va + bdxfiri-cdxv + ötc 

a — et 1 — 1 

mdx f a m - 
en zynde * < £ < y < &c. zal vervol- 
gens koomen « 

a, yS-4— «; — -— 1 y-4-cs — I 

m ' — ' 

dx m V a + bdx m +cdx - u + &c 



1 — t 

m 



m a 

en 



6$6 Over de zvyze om de Waardyen 
en «_< - jH- ■ < y - _^+ ■ zynde , zul- 

m m m 

len alle de termen, uitgenomen den 
eerfte , verdwynen , zo dat de wortel- 
grootheid van het tweede geflagt ons Ie- 

d 
— m 

veren zal d x m V a. 

§. 7. Laat ons de tweede formule 
CS* 3-) vei *der nagaan. De noemer 
zal moeten veranderen in 



c — Va +fx* + gx$ +&c. want an- 
ders zoude hy na het uittrekken des 
wortels niet verdwynen; welke is dan 
de waardy van de Breuk 
a x m + b x n + &c 



?- 



c — V ei + fx* -+- g x& 4- &c. 
Volgens het gezegde § 2 zal dezelve zyn: 
(dx in plaats van # zelfs gefield zynde) 

a dx f +bdx !1 + &c — # ^ *» ^Üü? ;; + &c 

* > i , ^ o - c — c —fdx * 

c-i/c 1 + fdx « +gdx & +&c — 

en deeze Wortel-grootheid , by die van 
§. 5. vergeleeken wordende , zal men 
vinden a = m =q Hellende dan m^< n 
zal bdx n verdwynen en byge volg 'zal 

adx m , m 

- — = - aca ? -1 dx m ~* 

rfdx_^ — -J ~ 

~qci- 1 i)Hier 



der Breuken te onderkennen. 63? 

■1) Hier uit blykt dat zoodanig een 
Breuk die een moogelyken (realis) 
teller en een noemer heeft, welke een 
Wortel-grootheid van het eerfïe ge- 
flagt inhoud , die Breuk een eindige 
waardy zal hebben zo de kleinfte ex- 
pnent van dx in den teller gelyk is aan 
die van den noemer namentlyk m =«, 
en de waardy zal weezen = — aqci- 1 

2) Zo m > « zal de waardy onein- 
dig (infinite) klein zyn , te weeten 
— cq%- adx m ~* 

' f 

3) Zo m < * zal de waardy oneindig 
groot, namentlyk — gei- 1 a 

fdx*~ m 
§. 8. Het is fchier niet nodig te 
doen zien dat de formule 

q _ _ ._ 

c — V et + fx* + gx$ + &c 

a x m -[_ b x f _|_ &c 
een omkeeringe is van de voorgaande 
en by gevolg dezelfde kenmerken heeft, 
doch men dient optemerken dat de 
waardy der Breuke meede dient omge- 
keert te worden, namentlyk — fd x* 

q_c^adx m 
§• 9- 



I 

638 Over de wyze om de Waardyen 

§. 9. De derde formule geeft ons eeü 
Breuk op, wiens noemer meetbaar is 
(Ratwnalis) in wiens teller een wortel- 
grootheid van het tweede geflagt is 
(§.5 en 6.) of omgekeert. Volgens 
%. 2 en 6. zal men de volgende waar- 
dyen vinden 

f, * *-m 



V fx» + gx* + 6:c = vfdx* —dxi V f 

üx m 4- lx » + &c adx m a 

Hier uit ziet men , hoe zeldzaam 
zulke Breuken eindige waardyen heb- 
ben, want m niet gelyk zynde aan*: 

q 

(dat is_* gelyk aan een geheel getal»;) 

is de Breuk oneindig groot indien 
w > JL? en oneindig klein als w* < m t 
1 1 

Het zelfde dient opgemerkt te wor- 
den omtrent het Omgekeerde van dee- 

ax m + ##" + &c 
ze formule welke is -*r 

Vfx* + ##0 + &c 
wiens waardy bevonden word te zyn 

Vl—et 

udx m r=z adx q 

~^t~ ~~VjT~ 

dx * Vf 

§• la 



der Breuken te onderkennen. 639 

§. 10. In de vierde Formule vinden 
wy een wortel-grootheid van het twee- 
de geflagt in den teller , en een van het 
eerfte geflagt in den noemer, en dus -• 
over en weer , hoewel zulke Breuken 
eigentlyk geen wortel-grootheeden van 
het tweede geflagt in den noemer en 
teller te gelyk hebben : want deelende 
dezelve door de kleinfte Exponent van 
de veranderlyke (Pariabiiïs) zal dezel- 
ve veranderen in _£. , om dezelve ree- 

A 

den als in §. 4. gevonden word. 

Stellende dx in de plaats van x 
heeft men 



■m . . n . 

V adx * if hdx & + &c + Vcdx v + edx ^-s_&c 



V y f* + gd#' + hdxi + &c 



— Vf l + kdx $ + idx 1 +. &c 



m . 



— V adx * + V cdxv 

q r 

V f» + gdx* — Vf* + kdx* 



-m -J-7B ffl—l. 

Wy Hellen als in 't voorgaande 

« < < y < <* &c. Laat_jL< v_ét ï < * 

Waar- 



640 Over de wyze om de Waardyen 

Waaruit volgens §. 5 en 6. blykt dat 
de laatfle Breuk verandert in 



«e 



d x m V a n ±: m er e 

-gir- — = if dx '" Va ' 

—772 + r,i g 

Dit toont aan, hoe zeldzaam deeze 
Breuken een bepaalde waardy hebben , 
want het gebeurt weinig dat ± gelyk 

m 

zy aan « , dewyl die , welke de klein- 
fte onder het wortel-teeken {fignuM 
Radicale) zyn,zeldzaam Breuken bevon- 
den worden , men kan op dezelve wy- 
ze redeneeren omtrent de omgekeer- 
de Breuk 



Vf M +gxe +hx£+&c — \ / f / +kxe+Jx, + &.c 



Vax^-ubxfi + &c + i/ c%v + cx l _i_6cc 

§. 11. Ik heb niet noodig geagt by 
de vier formulen van §. 4. 'er noch een 
vyfde te voegen welker teller en noe- 
mer wortel-grootheeden van het eerfte ge- 
flagt zouden inhouden , dewyl de ken- 
teekenen dezelfde zyn als die van de 

tweede 



der Breuken te onderkennen, 641 

tweede formula. Laat ons by voor- 
beeld eens flellen 



Va * + b x? -|_ cxv 4. &c — Va*+ ex* +fxZ &c 



Vg* + hx 9 +ix ï+6lc — Vg"+kx*+lxt t + &c 
waar uit (gefield zynde *<3<y<&e 
en L. = jl.,Jl = JL\ dan volgt 

n m q p J 

m n 

V a« 4. &i#£ *_ Va 1 — edx 1 



ma m na T]l 



p 1 

V g 1 4- hdx* — V g * __ £ i# * 



jj— » k—k 

0' P f]D- ? 



b d x * : hdx 6 = p b d x t g ? 



»— a 



«— « IJ-)) <S — Ct 

w# W ^g- & hdx* ma m 

welke breuk bepaald en eindig is , wan- 
neer de kleinfle exponent j3 van de ver-* 
anderlyke x in den teller , gelyk is ? 
aen de kleinfte ILxponent 9 in den noe- 
mer ; en de waardy van dezelve Breuk 
zal als dan moeten zyn 

VI Deels ,2. ft uk. Tt *s 



642 Over de wyze om de Waardyen 

n—n 

— P h 2: p , 

~" £ — het geene overeenkomt 

h m a m 
met het kenteeken van de tweede for- 
um f e §. 7. 

§. 1 2. Het geene wy in 't eerfte lid 
deezer verhandeling afgedaan hebben, 
kan men in twee gevallen van gebruik 
maaken. De Breuken die wy tot dus 
verre befchouwt hebben uit meetbaare 
of on-meetbaare grootheden (Rationales 
& irrationaks) beftaande, of wordende 
uit wortelgrootheeden (radicaüs*) za- 
mengefteld ; heeft men zelfs maar een 
kenteeken noodig om de waardyen der 
Breuken te onderfcheiden zo men 
maar agt geeft op de volgende bepaa- 
ling. 

Wanneer 'er van de exponent der ver- 
anderlyke x ■ gejprooken zal worden , moet 
men door de kleinste exponent van de 
veranderlyke x verftaan , in een wortel- 
grootheid (radicale) van. het tweede gejlagt. 
De kleinfte Exponent van de verander- 
lyke x djvideert door den Exponent van 
het Wortel-teeken. 

By 



der Breuken te onderkennen. 643 

By voorbeeld de formule van §. 10. 
zynde 



m 



V a x * + h xè + &c + 1/C.TV + ex J + &c 



r - 



Vf' 1 -f gX l SrhxZ 4 &C _ Vp+kx* -j-a'' r -f. &C 

is de kleinfle Exponent in den teller „1. 

te 

welke Exponent in en ook in den gere^ 
duceerdin -teller (reductus numerator) vin- 
den zal (ai §. 6 en 10). Doch met het 
Wortel- teeken van het eerfle geflagt 
word de kleinfle Exponent * niet aange- 
daan door den Exponent q van het Wor* 
tel-teeken (Signum radicale §. 5 en 10)» 
Dit vaflgefleïd , zal het blyken uit 
§. 6. 7. 8. 9. 10 en 11 , dat al zulke 
Kreuken een bepaalde en eindige waar- 
dy hebben , Wanneer de kleinfle Expo- 
nent van de veranderlyke x in den teller 
gelyk is, aan deszelfs kleinfle Exponent 
in den noemer , door het ftellen van _^ 

voor x in de Wortel-grootheid (RadU 
calis') van het tweede geflagt. 

Alvoorens wy nu onze gefielde 
grondbeginfelen met voorbeelden op- 
helderen en bekrachtigen , zullen wy 
deeze twee waarfchouwingen noch 
voor af dienen te laaten gaan, 

Tt 3 i. Wan* 



644 Over de wyze om de Waardyen 

i. Wanneer gy na de optelling Qfup- 
put.) een onmooglyke grootheid (^qu an- 
titas ïmaginaria}) zult bekoomen heb- 
ben , gefield zynde o + dx of 4- dx 
voor x , zo field o — dx of — dx voor 

dezelve. By voorbeeld V — ax + ilx^- &c 

zal men volgens §. 6. vinden V — adx 
te weeten een onmooglyke grootheid, 
ftellende dan -- dx voor x verkrygt 

men V adx. 

i. Men kan uit de oplosfmgen der 
algemeene formule in §. 7. 8. 9. 10 en 
11. de waardy van een voorgeitelde 
Breuk onmiddelyk en zonder hulp van 
de boovengemelde wyze haaien. Doch 
het zoude ons leed zyn , indien mei! 
onze woorden zo opnam als of wy onze 
wyze , boven die, van een menigte groo- 
te Mannen wilde Hellen ; neen ! het zy 
verre dat de eige liefde ons zo verblind 
heeft , wy bekennen in 't teegendeel 
zeer gaarne dat wy de meergemelde 
manieren overal in gevolgt hebben ; 
doch ik hoope dat het ons niet kwaalyk 
afgenoomen zal worden, indien wy de 
volgende voorbeelden van onze voor- 
lchreve formule hier by voegen. 

L VOOPv- 



der Breuken te onderkennen. 645 
I. VOORBEELD. 



De waardy der Breuk b — V l n - — x- 



te bepaalen , in geval dat x = o 
zy ? (#) Dit kan onder de tweede for- 
mule gebragt worden ; en vergeleeken 
zynde met de formule §. 8. zal men vin- 
den c = b , q = 2 , f ==■ — 1, » = 2 , 
a '= 1 -, iti — 2. Waar uit dan bly- 
ken zal , dat die Breuk een bepaalde of 
eindige waardy heeft , dewyl des tel- 
lers kleinfte Exponent 2 gelyk is, aan 
de kleinfte Exponent 2 van x zelfs , in 
den noemer , en dus zal de waardy 
der breuk gevonden worden te zyn 
= — f d x « = 1 

ac 2- 1 dx :n ib. 
II. VOORBEELD. 
De waardy der Breuk 



V a°- -t- ax + x 7 - — V a 2 — ax ■+■ x* 



V a + x — Va — x 

te 
(o) Vide Euleri Calculum difFerentialem p. 74°* 

Tt 3 



646 Over de voyze om de Waardyen 

te bepaalen Ca) 'm geval dat % = o 
zy? 

Dewyl de kleinfte magten CPotentia) 
van x dezelve zyn in den teller , en 
in den noemer , zal men aan de Breuk 
een bepaalde waardy kunnen geeven 
volgens §.■ 2. waar door de algemeene 
formule (§. 11.) met het voorbeeld 
vergeleeken wordende , de volgende 
bepaalingen uitleevert a = a } b — a, 
e = — a (want e moet vooral hier 
niet vergeeten worden , om dat b en e 
coëfficiënten van de kleinfte magt van x 
zelfs zyn) g == a, h = 1 , £ = — 1, 
n = q=m : =p = '* : =2, /3 = e=A = o = i, 
en h=k—i , hieruit volgt J^ = ji_ge- 

n tn 

lyk op zyn plaats gezegt is , dus 
ji. = * = 1 en de waardy der Breuk 



« — » 



zyn p b d x b g P ftellende b~evoor 

a—a 

mhdx* a m 
b en h—k y oor k omdat ben e, h en k zyn 
coëfficiënten van de kleinfte magten van x 
in de teller en in de noemer : dus vind 

men 

00 Ibidem pag, 741. 



der Breuken te onderkennen. 647 

men dezelve gelyk te zyn aan 
jj— jj 

(b—e)pdxfig p — i^iaVa — Va. 

et— et 2 X o X ^ 

Qi—F)mdx ê a m 

III. VOORBEELD. 

Word gevraagt de waardy van de 

Breuk V 4 #» + 3 x 3 ftellende $ = 0. 

lx* — C X 5 
Met den eerften opflag ziet men , dat 
de waardy deezer Breuk niet eindig of 
bepaald is dewyl de kleinfte Exponent 
f van x in den teller niet gelyk is aan 
de kleinfte Exponent 2 in den noemer 
(§. 12) : de waardy deezer Breuk is 
oneindig groot dewyl § < 2 is , doch 
deeze oneindige groote waardy kan 
gevonden worden vergelykende dezel- 
ve met de formule §. 9- en dan zal men 
vinden f— 4, a~b, « = 2, é — 2 , 
q = 3. waaruit dan volgen zal de on- 



c.-Vl 



q 
eindige groote waardy d x q V f 

a 

= Jl ^ 1/ 4 = 1/4 = QO 



b bdx* 



Tt 4 §• 13- 



648 Over de wyze om de Waardyen 

§. 13, De ordre vereifcht dat wy 
nu tot het ander Lid onzer Verhande- 
ling overgaan, naamentlyk tot het be- 
fchouwen dier Breuken , wier tellers 
en noemers door het gelyk maaken cier 
veranderlyke x aan A verdwynen ; de- 
zelve ordre die wy in 't eerlte lid ge- 
houden hebben zullen wy weeder vol- 
gen, in agt neemende twee foorten van 
Breuken , te weeten of geheel meet- 
baar (Radicaks) of half meetbaar en 
half onmeetbaar, 

De tellers en noemers der meetbaare 
Breuken moeten van denzelven aart 
of van het zelve geflagt zyn , om door 
de Helling van x = A te kunnen verdwy- 
nen , dat is de hoogheid hunner Expo- 
nenten moet in alle de termen gelyk 
zyn , want anders was het onmoogelyk 
eerft den teller en naaderhand den noe- 
mer door een verplaatzing onder eene 
fomme te brengen. Waar uit volgt dat 
men de ftelkunftige uitdrukking (ex- 
pres fw algeb.) die verdwynt door x = A 
te itelleq , kan befchouwen als een 
vergelyking welkers eene wortel A is , 
en dus kunnen diergelyke uitdrukkin- 
gen of ftelkundige grootheeden dóór 
x — A = o gedeeld worden , om wel- 
ke 



der Breuken te onderkennen.. 649 

ke reeden wy de tellers en noemers der 
Breuken waar van hier gefprooken 
word in zo veel Fa&ores als het moo- 
gelyk is willen hervormen 

ApraA!>- l x±bAp-- %*+ cAP- 3 x 3 ... ±mx P 

hq_±fAï- r x±.gA<L--x* + hA<L-*xs.... n xi 
= (*— A)»_(B + Cff« + D#i» + &c) = 

(x^Ay<y^Yx^+G x r^"&c) 
= (x — A) m-n /B + Cxo+Dxi 3 +&c\ 

\ET F x vT^G i^T&cj 

Om dan de Waardy deezer Breuken te 
vinden, zal men volgens de wyze, in 
§. 2. aangehaald moeten werken, en 
dus A n- dx voor x Hellen waar door 
de gezogte waardy zal zyn 

3CA+ix-A>-»p4-C(A+flfa:)«+D(A+iA>+&c 

= dxm-n /B + CA- + DB/ 3 + &ct 

\E~ + F A^ G AT~&c) 
want de oneindige kleine groothee- 
den dx verdwynen door de eindige 
B,C,A, &c om reden dat de teller 
en noemer der Breuke 

B _±_ C ^ " i D * * + &c ^ llu niet 

verdwynen door het flellen van x — A. 

T t 5 Want 



( 



650 Over de ivyze om de Waardyen 

Want zo men dit ftelde zoude de 
Breuk nog deelbaar zyn door x — A = o 
't geen tegen de onderftellinge (Hypo- 
thefis) aanloopt. 

Hier uit vloeit dan (volgens §. 2. n. 
1 .) dat de eindige of bepaalde termen 
B + CA- + DA0+&C ^ 7 

E + FAv + GA> + &c v 
gefield zynde ) nooit door elkander 
zullen kunnen verdwynen. Maar de 
gevondene waardy der Breuk nagaan- 
de zal men onfeilbaar een eindige of 
bepaalde waardy bekoomen m = n 
zynde : en dan zal de waardy wee- 
zen =B+CA*+DA^+&c 

TË~V F A v + GA "^T&c 
Hier van lyden wy dit kenteeken af, 
te weeten , dat de waardy zulker meet- 
baare (Rationale) Breuken , eindig of be- 
paald is wanneer de teller en noemer in een 
gelyk getal fa&ores x — A kunnen verdeeld 

worden. 

Indien m > n zal de Breuk onein- 
dig klein weezen; zo m < n is , zal 
dezelve oneindig groot zyn. 

De algemeene Formule 
dx^-n fB + CA«+DA£ + &c\ 

V é 1 + f S mTga >'+ &c ) 

heeft 



der Breuken te onderkennen. 651 

heeft ons een byzondere wyze tot be- 
paalinge van diergelyke waardyen aan 
de hand gegeven , naamentlyk : Teé- 
kent aan , door de getallen m en n, 
in hoe veel Fa&Gres x — A gy den 
teller en noemer ontleed hebt , Hel A 
voor x in de reft des tellers en noe- 
mers ; wat na de verdeelinge in de 
Fa&ores x — A zult gy krygen 
B + CA« + DAp + &c. 

E + FAv + GA J + &c. en dan zult 
gy naa de vermeenigvuldiging door 
2x m ~ n bekoomen 't geene gy gezogt 
zult hebben. Doch deeze wyze is dik- 
wyls langer als die bovengemelde 
(§. 2.) fchoon zy veel gebruik heeft 
in het bepaalen van een eindige waar- 
dy , wy zullen ze in de volgende voor- 
beelden doen zien. 

I. VOORBEELD. 

De waardy der Breuke 

x* + ax 3 — 9 a 2 x* + 11 a> x — 4a* 

x 4 - — a x* — 3 a*x* + sa*x — ia* 
te bepaalen in gevalle x — a f^) zy? 

In 

Ca) Zie Comment. Bonon. Pars tertia Tomife- 
cundi Pag, 174» 



652 Over de wyze om de Waardyen 

In dit Voorbeeld zal A = a zyn , en 
de noemer en teller knnnen in drie 
werkers (Fa&ores') x — a verandert 
worden , dus zal de Breuk eindig en 
bepaald zyn, en m ==»&= 3. Bygevolg 
x+ + ax* — Qtf a # fc 4- 11 a 3 x — 4 a* 

x* — a x* — $ a*x z + 5 a* x — 2a* 
= gT/O'5**^ Zo dat dan 

( d x m ~ n = dx ° = 1 ) in 't overige 
x + 4a # voor x gefield zynde , de 

x + i a 

waardy der Breuke zyn zal — ££L = JL 

3« 3 

II. VOORBEELD. 

De Waardy der Breuke 

K s — j-fla;4+i6a 1 a;3 — *8 a 3 .t* -j- 2 3 a* s — 7a* 
x* + 4ax* + ia*x — 2fl3 # 

te vinden in gevalle x = tf is? 

Na dezelve in al zyn werkers (Fac- 
tores) gefield te hebben , zal men vinden 
O — a) 3 O 1 — zax + 7a 2 ) waaruit blykt 

~(X — rt) 2 (X 2fl) 

dat de Breuk oneindig klein is door de 
ongelykheid die 'er is tufTchen de wer- 
kers (Fa&ores) van den teller en van 
den noemer ; dus zal m = 3 en n = 2 
worden en de waardy der Breuk gelyk 

aan 



der Breuken te onderkennen. 653 

aan dx [ a% — la * + ?a a \ = — 6adx 

welke men meede verkrygen kan door 
middel van de reeds bekende wyze 
van §. 2. 

III. VOORBEELD. 

De waardy te vinden van de Breuk 

x + — 6 a x'i + 12 a 2 x 2 — \o a* x -\- 4 a* 

.t + — 4 a x3 4- 7a»! 1 — na3x + ua* 

in gevalle x = 2 a is? 

In dit geval zal A r= 2 a weezen , en 
dus zal men na de Fa&ores gezogt te 
hebben de Breuk vinden gelyk te zyn 

aan G& — 2a ) C x$ — 4a x z ■+• 4a- x — 2^3) 

(_x — 2a~) 2 (x 2 + 3#-) 

de Breuk is dan oneindig groot, wyl 
m— 1 en 11—2 is , dus dx m ~ n = dx~ l = 1 

d x 

en vervolgens zal men een waardy 
verkrygen gelyk aan 

fl3 Aa3 -f- 4fl3 2ö3 —a 

_ 2 = ,_ = — oo 

C a 2 + 3a 3 ) dx qdx 

§. 14. Alvoorens tot de Breuken, uit 
wortelgrootheeden beftaande, over te 
gaan , kunnen wy niet afzyn de onder- 
fcheide wyzen van Riccatus en Eu- 
ler te ontvouwen. Moogelyk zal ie- 
mand vraagen, waarom volgens die 

leer- 



654 Over ds wyze om de Waardyen 

Jeenvyze , de Fluxien van de, eerfte ordre 
tegen elkander opgaan, wyl in 't eer- 
fte voorbeeld de Fluxien van de eerfte 
en tweede ordre zig onderling doen 
verdwynen. 

De reeden hier van is te haaien uit 
de oplosfing der Fa&ores % — A; de- 
wyl A + dx voor x in (x — A) « ge- 
field zynde men dx m zal hehben , by- 
gevolg zullen alle Fluxien , wier mag- 
ten grooter als m , verdwynen ; daarom 
kan in 't algemeen gezegt worden dat 
alle de magten van dx minder als m 
van het produB der werkers (FaBores) 
(x — A) verdwynen. In 't eerfte voor- 
beeld verhuizen dx , dx"- omdat de tel- 
ler en noemer beide in drie FaBores 
verandert zyn, en daarom durven wy 
tegen den vermaarden Riccatus (taan- 
de houden, dat de Fluxien Reekening 
met eeven veel voordeel kan gebruikt 
worden in 't zoeken der waardyen van 
diergelyke Breuken als zy in 't zoeken 
der verfchillen (differentia) gedient 
heeft volgens de leerwyze van §. 2. 
Want voor de verfchillen van (x — A) m 
vind men (dx altoos beftendig (tellende) 
de eerfte Fluxie = m (x — A)™~ 1 dx. 

De 



der Breuken te onderhennen. 655 



De tweede Fluxie is-m.m-i .(x-Ay^dx 2 

De derde=;/z. m-i.m -2.(*-A) m ~idx 3 fkc 
En de laarfte ffüxie is gelyk aan 

m. m- 1 . m-i m-m+ 1 .(#~A) m-m^m £ 

= m.m-ï.m-2 m-m + 1 J^ 7 ". Als 

m = 3 , zal men de Fluxie van (#— A) 3 
vinden = "3.2. 1. dx* ==6dx s . In deeze 
Fluxien-Reekeninge zal men vinden 
dat de Fluxie van (# — A) 3 , dx 3 is , 
dat maar het zesde deel van 6 d x 3 is , 
't geen wy de booven reekening gevon- 
den hebben, 

Ras word deeze haapering te boo- 
ven gekoomen , zo men let op den 
aart der hooger Fluxien/ Men moet 
zig' niet vergenoegen met de eer- 
fte Fluxie in gevalle dat de Rekening 
zulks vereifcht gelyk hier, maar men 
moet alle de Fluxien der hoogere or- 
denen naagaan : het blykt uit de eerfte 
beginfelen der Fluxien-Reekening dat de 
hoogere Fluxien van ƒ , zig op deeze 
wyze volgen dy, ddy, d 3 y, d*y &c 

flellende dy = pdx en dx beflendig , 
heeft men d*y — d p d x , en ftel- 
2, 2 

lende 



656 Over de wyze om de Waardyen 
lende dp—q^dx, heeft men d^-y—qdx^ 
en d z y = dqdx * , en flellende , dq=rdx, 

6 ö 

zo is 3 d 3 y—rdx, end+y = drdx 3 > 

06 24 24 

eindelyk zy dr — sdx , heeft men 
J4j; =sdx*. Bygevolg zal de ibmme 

der Fluxien van y op deeze wyze moe- 
ten uitgedrukt worden; 
pdx, qdx*, rdx 3 , s dx 4 &c c. Hieruit 

2 ó . J 

blykt, dat als men booven de Fluxie 
van de derde ordre zonder Betrekkin- 
ge op de voorgaande Fluxien zoekt, 
zo zal men daar voor hebben d 3 y of 
rdx 3 , maar met betrekking op de voor- 
gaande Fluxien zal men krygen d 3 y 
of r dx 3 . ~~6~ 

6 

En daarom moet de fom der Fluxien 
van (a — x) 3 niet gefield worden 
3(0 — A) 2 ^, 6Qx — A)dx*,6dx* 
maar men moet 'er neemen 
3(x— y A)*dx, 6Qx — A)dx *, 6dx*, 

2 6 

x = A gefield zynde, blyft 'er </* 3 
overig , gelyk door het neemen der 
Fluxien getoont is. 

Om 



der Breuken te onderkennen. 657 

Om deeze merkwaardige zaak meerdei 4 
ligt te geeven zullen wy de verfchillen 
en deFluxien (differentias &differentiaMa) 
der volgende vërgelykinge nemen 

X n 4- ÜX n ~ l +l%n-2. + cx n ~3 h- &c» 

Eerftelyk x + dx voor x ftellende 
krygert wy 

x n == x n + n x n ~ l dx + n.n _ 1 x*~*dx*+ 



+ n. n — i Ji — 2 x n ~3 d x * + &cc 
axv-t—axn-t+n-i .ax*- 2 dx+n-i .n-2.axn-3 dx* + 



4- W-I. W-2. 72-3. 4? ff «~4 #ff s 4. &C 

2.3 : 

dxn^—bx 11 - 2 - +n-i])xn-l dx+n-2ji-3.bxn'4 dx % 4, 



+ w-2. w-3. «-4. ^ff n 'ï dx 3 + &C 



2.3 



cx n -3—cx n -3+n-3.cx n -4 dx+n-$.n-4. cx n sdx* 4 



+ w-3» «-4. «-5. cff "- 6 Jff 3 4. &c 

De Fluxien der voorgeftelde vergely* 
king zyn dan : 

pdx — nx n - ï dx + w-i .## «-2 ^j + ®hj2 4 #ff "-3 ^ 4, 

4 72-3. £ ff 7Z_ 4 dx 4 &c 

FT, Ztór « 2 . y?«jê. V V l d %* 



65S Over de wyze om de Waardyeit 



q dx* — n.n-i.x n -~ dx* + n- 1 . 11-2. a x «-3 dx* + 
+ n-2. n-o- bx n -*dx~ + n-3. «-4. c # n sdx z +8cc 
rdxz-n.7i-i.n-2.xv-3 dx*j t n-\.n-2.n~'$.ax n - A >dx*+ 

-j- «-2. 72-3- n-4.. bx "SdX 3 -f &c. 

Deeze twee berekeningen met elkan- 
der vergelykende zal het aanftonds 
blyken dat de onderlinge vcrfchilkn el- 
kander gelyk zyn , en geen ander 011- 
derfcheid met elkander hebben dan al- 
leen in de deelers : maar ftellende in 
plaats vm pdx , qdx* 9 rdx z &c. de nau- 
wer paffende waardyen j7 dx , g dx n - , rd x* 

&c. zal men bevinden dat zy geheel 
. overeen koomen met de eerfte beree- 
kening. In 't vervolg zullen wy de ge- 
vallen naagaan en aantoonen in welke 
de leerwyze van Bernouilli bedrie- 
gen kan, ja zelfs zullen wy die geval- 
len in 't byzonder befchryven. Want 
als men een leerwyze voor niet alge- 
meen houd , is het plichtelyk haar uit- 
zonderingen, en de reede dier uitzon- 
deringen aantewyzen , vooral voor een 
Stelbmdigen Wysgeer. Riccatus zoekt 
Hechts door twee voorbeelden de leer- 
wyze van Bernouilli om ver te wer- 
. pen. 

§• 15. 



der Breuken tb onderkennen. 65$ 

j. 15. Om met orde de onmeetbaa- 
ren (irratlonalia) tot onze Breuken be- 
hoorende , na te gaan , zullen wy tweö 
foorten, overeenkomende met de 011- 
meetbaare Qrrationalla) in §. 5 en 6 ver- 
handelt , onderfcheiden ; de eerfte wor* 
tel-grootheid (Radicale) die wy van de 
eerfte foort noemen, vefdwynt x = A 
gefield zynde : de andere van de twee- 
de foort verdwynt niet geheel x — a 
gefield zynde , maar laat eene term, Hier 
dient wel opgemerkt dat deeze wortel- 
grootheeden (Radicalia) vergelykelyke 
grootheeden (quantïtates homogenen) in* 
houden ( §. 12). Hier van geeft ons 
de wortel-grootheid (Radicale) van de 
eerfte foort het volgende voorbeeld 

V ia- __ sax + 3 x- welke verdwynt 
x = a gefield zynde , doch de wortel* 
grootheid der tweede foort in deeze 

formule beflooten V x 4 + 3 a- x - + %&* 4 
verdwynt niet geheel door het Hellen 

van x = a maar laat V a 4 . Wy zul- 
len zeer gemakkelyk de wortel-groot- 
heeden (Radïcalla) van het eerfte gc-^ 
flagt hier kunnen gebruiken , wyl zy 
overeenkomftig (aiialogum) is met dö 
worte!-grootheeden(§, 12/) verhandelt. 

V v 2 ss — A 



66o Over de wyze om de Waardyen 

$ = A zynde verdwynt zy , en kan by 
gevolg door x — A gedeelt worden by 

voorbeeld V i a* — 5 a x + 3 x z zal ge- 
vonden worden 

== V (a — x) (2^—3 x) =(a-xfVza—$x 
of in 't algemeen kan men een wortel- 
grootheid (Radicale) van het eerfte ge- 
flagt door deeze formule uitdrukken 

V (35 ~ A) m (D"+B ar * + C x e + &cj) = 



m 

— P 



-.^ — A)^ v / D" + B^ + C^^+&c 
waarin A + ^x voor .17 gefield zyn- 
de, men hebben zal 



«Lp _ 



dx p v / D^ + B(A+^)- + C(A + ^y + &c = 
-s&* x D^ + B(A + fc) + C(A. f ^) /3+ &c 

n-n 

en zo * < j3 is, is dezelve waardy ge- 
lyk aan 



m y n 



dx p X D^ + B(A+<fo)- + CA*+&c 



der Breuken te onderkennen. 661 



m 



== dx, P X 0^ + B A ,« +-JC A«4 'A r. of 

»— ra 

_pD *' 



77 — 72 



_ . 

want in deeze of dicrgelyke gevallen 
gebeurt het zeer dikwils dat «_gelyk is 

p 
of grooter als t. 

§. 16. Zoo ras kunnen wy dewortel- 

grootheeden der tweede foort niet naa- 

gaan , dewyl het zeer ongemakkelyk 

zoude zyn dezelve tot algemeene be- 

ginfehn te brengen , en daarom meenen 

wy dat die zaak door een voorbeeld 

klaarder en beeter dan door het opgee- 

ven van Reegels begreepen zal worden. 

.Laat |/ x 4 — 2 a x 3 -4- 4 a = x 3 — .6 a 3 x -4- .4 a. 4 

een wortel-grootheid van het tweede 
geflagt zyn. %— a gemaakt zynde blyfc 'er 
Va 4 -. Men moet zulke wortel-groot- 
heid in twee deelen alzo ontleeden , 
daarvan de eene leevert een vergely- 
king die deelbaar is door x — A, en de 
andere maar eene term heeft. De reede 
hier van is klaar. Deeze wortel-groot- 

Vv s heid 



662 Over ds wyze om de Waardyen 

heid heeft my twee declen opgegec- 
ven te weeten 

x 4 - — 2ax* + 4. wx - — 6a* x+ 3 a* en 
a* waar van de eenc verandert in 

(x — *0 2 ( 3 ^ s -f &*) ^ oor ^ e hervor- 
minge, indien dan in dit geval a + dx 
voor x gefield word, zal dezelve veran- 
deren 'in ^ + <iï'X4a' O 2) of na 
het trekken des wortels — a-^-idx^+fkc. 
Hier op moet nu gelet worden , we- 
gens het geene ons nog te zeggen ftaat, 
dat het laatfle lid in welke wy de wor- 
tel-grootheid hebben verandert , een 
beftendige grootheid is. Te weeten a*. 

.Laat \/ x * — zax3 4. :-f i d a x * — 6 a 3 x -h \ a + 

een wortel-grootheid zyn van het twee- 
de geflagt , welke verdeelt is in twee 

leedeil x+ — 2 iixs + )-fl 2 .\ a — óa^x + 3a* en a- x 2 . 

Het eerfte deel of lid is deelbaar door 
(x — a") - , en het laatfte is met de ver- 
anderlyke x verbonden , a 4. d x voor 
x Hellende verkrygt men voor het laat- 
fte 4 a 2 'd 'x a 9 en voor het eerfte 
#* h- 2a 3 dx + a*dx*. Dus zal de 
voorgenoemde wortel-grootheid veran- 
deren in x/ ~ï + 2 a 5 " d x~+~7a^~dl^' cn 
na het uittrekken der wortel in 
a* + adx + 6>c, hier uit blykt dat 

het 



der Breuken te onderkennen. 66* 



o 



het tweede deel of lid uit de voorfchree- 
vene hervorming der wortel -groot- 
heid voorkoomende aan de verander- 
lyke * verbonden zynde , men daar 
uit geen gevolg kan trekken omtrent 
het verdwynen van de werkers (a — x') : 
want het eerfte verfchil (Jifferentiale) 
had moeten verdwynen om de werkers 
Q a _ x y* 9 't geen niet gebeurt is, ge- 
lyk in 't voorgaande geval, waarin het 
overblyvende gedeelte beftendig was: 
waaruit voortkomt , dat het eerfte ver- 
fchil (d'ifferentiale) nooit uit de wortel- 
grootheeden zal verhuizen, wanneer 
haar tweede lid of deel een veranderlyke 
inhoud is niet tegenftaande den wer- 
ker (x—a) m . De wortel-grootheid is 

|/.ï4 — 3 a x 3 -i- 4 a - x z — 6 a 3 x -\- 3 a 4 

welke ik in 

x'4 — 2 aar 3 -j- 4 a 3 x a — 6 a 3 x + 3 a 4 en a x 3 

verdeel. 

Om dat het tweede deel of lid ont- 
kennend (negatif) is , zullen al de termen 
onder het wortel-teeken onmoogelyk 
worden door het ftellen van a + dx 
voor x. 

Hieruit volgt dan eindelyk , dat men 
de wortel-grootheeden van het tweede 
geflagt , om ze tot de Rekeninge te ge- 

Vv 4 brui- 



664 Over de wyze om de Waardyen 

bruiken , moet in twee leeden of 
deelen , dusdaanig verdeelen , dat 
haar tweede lid of deel een beftendige 
grootheid zy , het geene altoos zyn kan : 
gelyk het uit het bygebragte voorbeeld 
blykt ; doch met uitzondeiïnge van het 
geval , in welk de beftendi'ge term na de 
werkinge negatifwom , zynde een woi> 
t el-grootheid van een evene magt (pa- 
ris dignitatts), waar door eene onmoogly- 
ke grootheid voortkoomt , zo dat men 
zeer voorzigtig moet zyn in 't nafpeu- 
ren van deeze ftellinge. 

§. 1 7. Van de Breuken ten deele uit 
meetbaare (raiionales) ten deele uit on- 
meetbaare (ir-rationaks) der eerfte 
foort, of alleen uit wortel-grootheeden 
der eerfte foort beftaande , kunnen de 
ken-merken (criteria) gemakkelyk be^ 
paald worden. Hier vind gy in de vol- 
gende formula al 't geen nopens die 
ïtoffe kan worden gezegt 

P u £ m , V i 

(x-A) (B+Cx +Dx ~)+(x-A) v E-h?x +Gx 
. < — - — 

s :__ 

(*-A) (H+I* -f Rx +&cJ+(*-A) ^L+M-r + N.r. 

Hier uit blykt dat , het geene wy in 
(§• IS-) van ^ e meetbaare Breuken 

ge- 



der Breuken te onderkennen. 665 

gezegt hebben , hier ook plaats kan 
hebben. By voorbeeld p <jL_zynde, 

m 

verdwynt de wortel-grootheid in den 

teller , ten opzigte van de meetbaare 

grootheid ; en j_ < y zynde , zal de 

t 
meetbaare in den noemer verdwynen , 

en dus zal men hebben 

dj?(B + CA« + DAO 

s t. 



welke waardy eindig zal zyn , p =j_ 
zynde. J 

I. VOORBEELD, 

De waardy der Breuk ^ za - -.; 3 ' a ^p$ 



\/a — x 

te bepaalen in gevalle x = a zy ? (a) 
de voorgenoemde Breuk, in de wer- 
kers QFa&ores) hervormt zynde ,word 



= C a — x ) V 2. a — x 



1 
2 



Qa — xy 

waaruit volgt dat de Breuke een ein- 
dig 

O) Zie Comm. Bonon. 

Vv 5 



666 Over de wyze om de Waardym 

dige of bepaalde waardy heeft , om 

dat | Exponent van a — x 9 dezelve is 
in den noemer. En dus de waardy der 



Breuk zelfs dx* V 2 a — a = Va 

dxi 

II. VOORBEELD. 

De waardy der Breuke 
os a — a a + V x n - — a x 



v 3 s 3 — ^ax^ + sa-x— ia 7> 
te bepaalen in gevalle x = a zy ? 
De waardy dezer Breuk is 

s= (.v — tf) (# + a) — (x — a')~ V x 

1 3 

(# — ö) 3 V x — 2 a 
welke waardy niet eindig is , dewyl 
haar kleinfte Exponent \ in den noemer 
niet gelyk is aan de kleinfte Exponent 
in den teller en de Breuk zal onein- 
dig klein zyn om dat \ > 1 en dus 

1 16 

d x " V a = dx V ~ a 



I 3 
dx 5 V—a 

Welke een onmoogelyke grootheid is. 

§. 18. 



der Breuken te onderkennen. 66? 

§. 18. Men moet nog meerder op- 
lettentheid gebruiken in het naagaan 
der waardyen van Breuken die ten 
deele uit meetbaare (rationaks') en ten 
deele ukwortel-grootheeden (radicales^ 
der eerfte en tweede ioort beftaan , wy 
hebben al van de Breuken der tweede 
ioort (§. 15.) gehandeld; doch wy 
kunnen hier niet met ftilzwygen voor- 
by gaan , dat het eerfte lid van al zulke 
wortel -grootheeden op voorfchreve 
wyze verdeeld , deze eene vergely- 
king geeven, welke deelbaar is door 
( a — #•) m welke niet aangedaan word 
door het uittrekken des wortes , daar 
door zal de exponent des werkers Qa—x) 
geen Breuk zyn , gelyk zulks in de wor- 
tel-grootheeden der eerfte ioort ge- 
beurt, 

By voorbeeld neemt 

\' St4-3a*x a -f-afl3 x+>t een wortel- 
gröotheid, die in tweedeelenof leeden 
a-4~3aM- j + 2B3iena+ kan gefcheiden 
worden. Waar van het eerfte lid deel- 
baar is door Qx _ a)"~ hier door 
zullen wy ^^ (x \_ a y^ ax ^% 
verkrygen ; daarom a + d % voor 
x gefield en de wortel uitgetrok- 
ken 



(568 Over de wyze om de Waardyen 
ken zynde , zullen wy hebben 



4 



X/zï+öx^iaï+a 2 -} = |/fl4-+ -fl ï ^ ï =a-f 3^ 3 +&c. 



4rt! 



Uit dit voorbeeld blykt dat men het 
kenmerk der zuivere meetbaare Breu- 
ken van gebruik kan maaken in alle zul- 
ke gevallen waar in het tweede lid der 
wortel-grootheid beftendig is , gelyk 
het uit de volgende voorbeelden nog 
naader blyken zal. Want men voegt 
een bepaalde grootheid by het meet- 
baare lid der Breuke, welke grootheid 
overgebleven is na het uittrekken des 
wortels, waar door dat meetbaare lid 
verdwynd ; dus kunnen de werkers 
(x — a^) m der meetbaare leeden van 
de op die wyze naagegaane Breuken , 
bepaald worden. 

I. VOORBEELD. 

De waardy der Breuke 



x 2 — iax — a"-\- i/e4 — 2 ax$ -f- fa 2 x- — $a3x-\-Sa+ 
x3 + ax 2 — f a 2 x -f- 3 a 3 

te bep aaien , in gevalle x = a zy ? 

De wortel-grootheid, in den teller 
vervat, kan in twee leeden verdeeld 
worden , naamentlyk 

x* — - 2 a x % + 5 a~ x n - — 8 a 3 xj\. a* en 4 a*. 

Laat 



der Breuken te onderkennen. 669 

Laat nu het eerfte lid of deel in de 
werkers Qc — A) » hervormt worden , 
waardoor de voorgeflelde Breuk tot 
de volgende uitdrukking zal gebragt 
worden 



SF — zax — n- -J-.l/ 40.1 + (x-~a) 2 :1 + 4a 2 ) 
(\r — a) 2 C.x 4- 3 ó) 

de wortel nu uitgetrokken zynde , word 
4ö* = 2^ 2 , het welke volgens het ge- 
leerde, by x—iax—a- gevoegt zyn- 
de, de verdwynende grootheid 
x- — ia x +a*= Qs — a) a uit zal maa- 
ken, in gevallen = azy: doch de groot- 
heid (x — a)-(x* -\-4-a~) word niet aan- 
gedaan door het wortel-teeken by het 
uittrekken van den wortel ; dus blykt 
dat hier de Breuke een bepaalde waar- 
dy heeft, dewyl men overal Qx — a} % 
vind. Deeze waardy is 
= dx* + sdx z ±± 9 

4. 16 a 



/\.adx* 
II. VOORBEELD. 

De waardy der Breuke 



x-—iax — a 2 + i/* 4 ^- 2ax3 + 9fl 2 x 2 — S«3.x-f-4a<- 
* s -f- fl J? 3 — $ a* x-\- 3 d i 

te 



6?o Over de wyze om de IVaardyen 

te bepaalen in gevalle x = a zy? 
De wortel-grootheid waar door de 
teller aangedaan word , verdeeld men 
in 4 a* en x* — 2ax 3 + 90*9* — Sa 3 x 
welke laatfte gelyk is aan 
( x — a') Qx 3 — ax 2 + 8 a- x) doch de 
noemer is elyk (x — a) - (x + 3 a) 
en daar uit blykt dat de Breuk een on- 
eindige groote waardy heeft, wyl de 
exponenten van (x — a) in den teller 
en noemer 1 en 2 zyn , en men zal 
verkrygen 

d x * -+- 2 a d x ±t 2 a d x = i = co 
qadx- 4 « dx 2 zd x 

§. 19. Men zal nimmer de waardy 
door middel van het kenteeken tot nu 
toe gebruikt, kunnen haaien, uit de 
Breuken welke geene wortel-grootbee- 
den van de tweede foort zyn , en niet 
gedeeld kunnen worden door de moge- 
lyke grootheid (a — x) m of door een 
beftendige grootheid , en ik heb tot 
nog toe geen ander kenteeken kunnen 
ontdekken, door welk men de waar- 
dyen van diergelyke wortel-groothee- 
den zoude kunnen vinden. Uit het 
volgende voorbeeld zal men kunnen 
zien hoe zwaar de Reekening zulker 
wortel grootheeden zy : 

I. VOOR- 



der Breuken te onderkennen. 67 ï 

I. VOORBEELD. 

De waardy der Breukc 

xs — 4ax--\~7a-x — 233 — %&* \/ zax—lTn. 



x % — zax — aa -f- za y/zax — x z 

te bepaalen in gevalle % = azy? (a) 

Wyl de wortel-grootheeden deezer 
Breuke de vereifchte gedaante niet 
hebben, zal de waardy nimmer door 
het gebruikte kenteeken gevonden 
kunnen worden daarom zullen wy 
door de gewoone wyze van §. 2. ver- 
krygen. 

aas + 2fl J (f.ï — adx^ + dx?- — za 1 \/a--j-zadx 



— za- -+- dx* 4- za y a 2 — dx z 

=^2 a 3 -+- 2 o,, a d x — a d x 2 -h dx" — 2 ö 3 — za"-dx 



— -za --\-dxi-{-zai — dx s 
— -f- fli.n — dx$ -f- f üLt + jdx* 



4a &a 



d x + — d.t 4 



401 4a- 

Wie zoude in den eerilen op (lag den- 
ken dat men hier tot het vierde ver- 

fchil 

(a) Zie Euleri In ft. Calc. d ; i7. pae, 742. 



672, Over de voyze om de Waardyen 

fchil Qquartum differentialen kon koo 
men? 

Diergelyke voorftellen worden ge* 
makkelyker bereekend door het Hellen 
van x — a — t = o of door het flel- 
len van a + t zelfs voor x , en daar 
door moet de hier uit voortkoomen- 
de Breuk verdwynen , t — o gefield 
zynde ; by gevolg herroepen \vy by 
deeze Rekening het eerfte lid onzer 
Verhandeling, naamentlyk de ftellinge 
van At voor t zelfs. 

IL VOORBEELD. 

De waardy der Breuke 



a — x V aa — % a x -\- x x 



a — V s a x — xx te vinden in 
gevalle x = a zy ? (a) 

Schoon de noemer een wortel-groot- 
heid van de begeerde gedaante inhoud, 
zal men egter ligt kunnen begrypen 
dat de waardy der Breuk niet oneindig 
of onbepaald is , want de teller kan zig 

hervormen in (a—x) ■ V 2 a— x* (§. 14-) 
By gevolg zal de waardy der Breuke 

zyn 

Ca) Com. Bonon. pag. 178. 



der Breuken 16 onderkennen. ffö% 

3 1 

zyn — dx a V a = dx* Va 



a 



Va' x — d%" a--a\'d% 2 +&L(ï 



3 

a 

= ia 



\/ dx 

§.' 2o. Het onderzoek der wortel- 
grootheeden van het eerfte en tweede 
geflagt , verfchaft ons geleegentheidorri 
de gevallen te bepaalen , in welken de 
Fkxkn-Reekewng niet kan gebruikt 
worden tot het verfchaffen der waar- 
dyen van de Breuken die in het twee-* 
de lid verhandeld zyn. De Verfchiis- 
Reekening bedriegt nooit, wanneer meri 
de waardyen zoekt van die van d<* 
tweede foort* Doch zy kan niet wel 
dienen tot die , welke tot de eerfte iööré 
behooren, wyl de Fluxie der wortel- 
grootheid eene Breuk is, in welkers 
noemer de wortel-grootheid zelfs komt* 
Hier uit volgt , dat de Fluxien der wor- 
tel-grootheeden , van wat orde zy ook 
weezen moogen , zullen verdwynen* zö 
haar Fluxie van de eerfte orde verdwee- 
nen is , door zeekere bepaalinge 
welke in de wortel-grootheeden der 
eerfte foort gefchied (§. 7.) Riccatus 

VI Deels, 2. fluh X x heeft 



674 Over de ivyze om de Waardyen 
heeft dit voorbeeld 



\/ 2. a - — 3 a x + x i 



\/ a — x 

voorgefteld om de wyze van Ber- 
mouilli teegen te gaan; welke manier 
ook misleid in de gevallen tot de eer- 
He foort betrekkelyk. 

§. 21. Het geen vvy afgedaan hebben 
is niet zonder nutheid. Men ontmoet 
de Breuk en j_ zeer dikwils , als men 

o 

de tuffen-fnydingen der krom-takken 
(interfec. ram. curv.) of de raaklynen 
volgens 't grontbeginfel der kromme 
lynen wil bepaalen. Veele Meetkun- 
digen zyn in groote dwaalingen gekoo- 
men , alleen door onweetenheid in 
deeze leer , gelyk by den Heer Sau- 
rin Ca) zeer wel aangemerkt en aan- 
geweezen is geworden. 

Onze ftoffe kon nog van groote uit- 
geftrektheid omtrent de hooger klim- 
mende grootheeden, gelyk de Cirkel- 
boogen en de Logarithmi gemaakt wor- 
den , waar over de beroemde Euler 
in het meermaalen aangehaalde werk 
breeder heeft gehandeld ; wy zullen 

het 

(a) Zie Mem. de 1'Academie anno 1723 pag. 
321. Ed. Amft. 



der JBreuken te onderkennen, 6?§ 

het laaten bcruften by het onderzoek 
der Stelkundige Breuken wyl het ge- 
bruik dier klimmende (tranfcendens) tot 
de leer der kromme lynen behoort 
over welke wy geen voorneemen had- 
den te fchry ven , ons eenigfte doelwit 
zynde de leer der Breuke j_ tot alge* 

meene grontbeginfelen te brengen* 






Xx.2 AAN* 



676 Heelkundige Operatie hy fommige 
AANMERKINGEN 

OVER DE 

GENEZINGE 

VAN EENIGE LANGDUURIGE KWAA- 
LEN , DOOR EENE ONBEKENDE 

HEELKUNDIGE 

OPERATIE, 

By fommige Guineefche Negers 
in Gebruik ; 

DOOR 

D. H. GAL LAN DAT. 

Dat de Guineefche Schryvers ons 
niet dan een verward denkbeeld * 
van den ftaat der Genees- en Heelkun- 
de dier geweften gegeeven hebben, 
blykt uit hunne nagelaatene fchriften. 
Volgens Artus (#) worden ons de 

In- 

(a) Pas;. 90. en Hiftorifche befchryving der 
Reizen. V' le deel pag. 403. 



Guineefche Negers m gebruik. 677 

Inwoonders der Kullen van Guinee 
afgemaaldt , als laatendeden Zieken, 
zelfs hun bloedvrienden , ontbloodt 
van alle foorte van onderftand. Hyver- 
zeekert , dat de Guineefche Negers 
geen G-eneesmeefters hebben, om ge- 
neesmiddelen vooï te fchryven, nog 
Heelmeefters om operatien te verrig- 
ten: zulks zy gemeenlyk- onder hun- 
ne kwaaien vergaan zouden , indien 
de Hollandfche Heelmeefters hen niet 
bezogten, of geene bekwaame genees- 
middelen byzetten. 

Bosman (#) beveiligt egtcr, dat 
een Neger, ziek wordende, vaardig- 
lyk genoeg wordt bygeftaan , naar zyne 
omftandigheeden ; dat de Negers , in 
ziekten , gelyk andere Stervelingen, 
eerft toevlugt tot geneesmiddelen nee- 
men ; en dezen niet genoegzaam oor- 
deelende , zig tot hunnen Godsdienft , 
als kragtdaadiger , vervoegen. 

De Ridder des Marchais (V) zegt , 
dat onder de Negers, beide Doótors 

en 

(b) Befchryvinge van Guinee, pag. 221, 

(c) Deszeffs Reize naar Guinee, en de nabuu- 
rige Eilanden ; uitgegeeven door Labat. 1. D. p, 132.» 

Xx 3 



6fó Heelkundige Operatie by fommigs 

en Chirurgyns zyn , die zonder Let- 
teroefFeningen of Academifche eergraa- 
den, geneezingen verrigten, die eere 
zouden konnen doen aan de Europce- 
fche Eskulaapen : en zulks door 't mid- 
del van veele wonderbaare en eenvou- 
dige geneesmiddelen waar van zy de 
kennis zeer geheim houden. 

Aan welke van die fchryvers zal men 
bet meelt geloof (laan ? Die tegen- 
woordig op de Ruften van Guinee vaa- 
ren, zullen zeekerlyk het zeggen van 
Artus als een verdichtfel aanmerken ; 
en het getuigenis van Bosman als waar- 
heid aanneemen. 

Wat het zeggen van des Marchais 
betreft ; het is zeeker dat hy de waar- 
heid fpaardt, als hy zegt dat 'er bei- 
de , Dociors en Chirurgyns , onder de 
Guineefche Negers zyn. De Genees- 
kunde is by hen nooit van de Heel- 
kunde gefcheiden geweeft ; ook is hy , 
die zig als Doctor en Chirurgyn onder 
hen gedraagt, een Fetishi-man of Pries- 
ter. Maar ik zoude ongelyk doen , in- 
dien ik aan i;es Marchais niet toe- 
Itemde dat de Guineefche Genees- 
meefters geneezingen verrigten,die eere 
zouden konnen geeven aan deEuropee- 

fche 



Gu'meefche Negers h gebruik. 679 

fche Eskulaapen, terwyl ik ooggetui- 
ge van diergelyke geneezingen , aan 
Kaap la Hoe , ben geweeft. 

Kaap la Hoe, Hou of Mum, is eene 
der grootfte en volkrykfte Steden van 
de Qiiaqua Kuil: , en mogelyk van 
gantlch Guinee ; een Stad , die door de 
Guineefche Handelaaren , wegens de 
Goud- , Yvoir- en Slavenhandel het 
meeft bezogt wordt, doch die aan de 
Europeefchen zeer weinig bekendt is , 
om dat men 'er, wegens de gevaarlyke 
Strandbrandinge , zeer zelden aan de 
wal kan komen. Egter trof ik het ge- 
luk om 'er te kunnen komen, in'tjaar 
1756. wanneer ik de Plaats van opper- 
Chirurgyn , op 't Schip de Prins Wil- 
lem, bekleedde. Met blydfchap nam ik 
die geleegenheid waar. Ik begaf my, 
met een Cano , aan de wal , en ging 
vervolgens in de Stadt , alwaar ik eeni- 
gen tyd bleef, om die befaamde handel- 
plaats tebezigtigen,en wel inzonderheid 
om met de voornaamfte Geneesmees- 
ters van Saku (d) (die zig ter dier tyd 

al- 

(d) Een Land omtrent Kaap la Hoe, waar van 
de Koning , volgens Barbot , voor eenen meer 
dan gemeenen bezweerder en Tovenaar aange- 

Xx 4 zien 



68o Heelkundige Operatie by fommige 

aldaar bevonden en van de welke ik 
veel had hooren lpreeken) over hun- 
ne geneezingswyzen te handelen , en dus 
de les van Hippocrates optevolgen , 
dewelk zegt,datmen zig niet moet fchaa- 
men van geringe lieden te leeren , 't 
geen tot de geneezing zoude konnen 
aanleiding geeven, In der daadt , wat 
hebben wy niet van geringe lieden ge- 
leerd ? De Inenting van de Kinder- 
pokjes die wy van de Circasfiers, en 't 
gebruik van de Cortex Peruvianus , van 
de woefte Indiaanen van Peru , ge- 
leerd hebben, geeven geen geringen 
luifter aan de heedendaagfche Genees- 
kunde. 

Niets heeft my meer verwondert, 
als de byzondere Geneezingswys van 
eenige Geneesmeeiters van Kaap la 
Hoe , omtrent verfcheide langduurige 
kwaaien , als de Marasmus , Mor bus 
Hipochotulriacus , Rhumatismus enz. 
door een middel, dat in Europa onbe- 
kent is , en mislchien de aandagt der 
Europeefche Genees- en Heelmeeffers 
niet onwaardig zal zyn. 

Dit 

zien wierdt; doch tegenwoordig wordt deszelfs 
opvolger, als een beminnaar van den Godsdienft, 
^ontten en, Wetenichappen gehouden. 



Guineefche Negers in gebruik. 68 1 

Dit middel beftaat in eene Heelkun- 
dige Operatie , aan de welke men , met 
regt , den naam van de Operatie van de 
Emphyfema of opblaazinge , zoude kon- 
nen geeven. 

Wanneer de Geneesmeefters van 
Kaap la Hoe ondervinden , dat in de 
bovengenoemde ziektens, alle andere, 
by hen in gebruik zynde , geneesmid- 
delen, vrugteloos zyn, doen zy, den 
Lyder behoorlyk geplaatft hebbende, 
met een fnytuig (e) een infnyding aan 
een , en fomtyds aan beide de beenen 
van den Lyder, door de huid, tot in 
de memhrana Cellulofa ; zy fteeken dan 
een holle pyp of een pypefteel in de 
wonde , en blaazen , door dezelve , 
met den mond, zoo veel wind of lugt 
in de Cellulofa als zy noodig oordee- 
len , of als de Lyder verdraagen kan. 
Vervolgens verbinden zy de wonde 
met een wel kleevend Pleifter, die uit 
verfcheide Harften en Gommen ge- 
maakt is. Even na deze bewerking 

gee- 

(e) Gemeenlyk een mes, van die looit die men 
kleine baleine of vrouwe meflen noemt, en mee 
de welke zy ook zeer behendig hun. baard en 
hoofd-hayr affcheeren. 

Xx 5 



682 Heelkundige Operatie ly fommige 

geeven zy den Lyder eene goede gifte 
van een drank, bereid uit de Guinee- 
fche peper , verfche limoenzap , mout- 
brandewyn , en zap van zeekere krui- 
.den. Zy laaten daar op den Lyder zoo 
hart loopen als hy eenigzins kan , tot 
dat hy, moede en mat zynde, zig naar 
zyne ruftplaats begeeft , alwaar hy door- 
gaans fterk aan 't zweeten raakt , en 
vervolgens eenige daagen blyft leggen. 
Ondertuflchen geeven zy hem drie of 
vier maaien 's daags een Calabas vol van 
den voorfchreeven drank , tot dat de op- 
blaazing verdweenen , en hy t'eene- 
maal herfteld is. Gemeenlyk begint 
de opblaazing met den derden dag 
merkelyk te verminderen , en is den 
c,ien i ira jft*so d a g geheel verdwee- 
nen. Somtyds is de Geneesmeefter 
genoodzaakt, om een volkome gene- 
zinge te verrigten, deze operatie ten 
tweedemaal aan een Lyder te doen; 
doch dit gefchied zeer zelden. 

Dus is , in 't kort , in de voornoem- 
de langduurige kwaaien, de behande- 
ling der Geneesmeefters van een Land 
waar van William Smitii (f) de In- 

woon- 

(ƒ) In zyn Rcize naar Guinee pag. 112. 



Guineefehe Negers in gebruik. 633 

woonders een vervloekt geflagt van 
Kanibaalen noemt. Evenwel ko- 
men de andere Guineefehe Schryvers 
hier in overeen , dat zy , hoewel in 
fchyri de wreedften van gantfch Gui- 
nee,- de befchaafdfle en redelykfte van 
allen , en desweegens ook onder hun- 
ne nabuuren in agtinge zyn (g). 

Alle de heedendaagfche Guineefehe 
Handelaaren , zullen zeekerlyk getui- 
gen dat, hoe ruw en wild zy ook feby- 
nen , zy in hunnen omgang rondborftig, 
gefchikt , en de eeiiykfte Handelaars 
der Kuft zyn. Ik zal 'er by voegen, 't 
geen my de ondervinding in drie rei- 
zen geleeraard heeft , namelyk dat de 
Qiiaqua Negers, en wel inzonderheid 
de Inwoonders der Stad la Hoe , dat 
zy , zeg ik , meeftendeel van een lec- 
vende bevattinge zyn , en een goed ge- 
heugen hebben ; in den grootften om- 
flag toonen zy geene verwarring; in 
konften en weetenfehappen gaan zy 
verre boven hunne nabuuren,; en wat 
de Genees- en Heelkunde in 't byzon- 
der betreft , de bovengemelde Opera- 
tie, 

Cg) Villault pag, 113. en BARBOTpa?. 
ï43 en volgg. 



684 Heelkundige Operatie by fommlge 

tie , dewelke zy met behendigheid en 
veel fucces verrigten , geeft geene ge- 
ringe blyk van hunne kundigheid. 

Wanneer ik te vooren gezegt heb , 
dat de Operatie van de Emphyfema of 
opblaazinge in Europa onbekent was , 
heb ik willen te kennen geeven, dat 
zy by Europeefche Genees- en Heel- 
nieefters niet in gebruik was, en dat 
dezelve, zoo verre het ray bekent is, 
aan menfehen nooit was werkftellig ge- 
maakt , om eenige Ziekten te genee- 
zen of voor te komen : want anders is 
deze Operatie in Europa wel bekent. 

„ Dat men de Membrana Cellulofa 
„ kan opblaazen, met de uitwendige 
5 , lugt in dezelve te brengen , is niet 
„ onbekent aan fommige Bedelaars, die 
„ zig dus, gewaande en op 't gezigt 
„ verfchrikkelyke , ziekten veroorzaa- 
„ ken , om de voorbygangers tot me- 
delyden te bewcegen. De vleefch- 
houwers gebruiken het zelfde kuns- 
tje om het vleefch een beeter oog te 
geeven. De Boeren, volgens 't ver- 
haal van de Heer Mauchart , ge- 



?? 

99 

9» 



,, bruiken fomtyds het zelfde middel , 
„ om de offen die zy willen verkoo- 
„ pen, in korten tyd vettemaaken, 

„ of 



Guhee fche Negers in gebruik. 685 

of om hunne koeijen een grooter 
kwantiteit melk te doen geeven. Zy 
makken , gelyk hy van hen vernoo- 
men heeft, eene opening in 't vel, 
welke tot in de Membrana Cellulofa 
doorgaat ; na dat zy 'er een weinig 
lugts ingebragt hebben, maaken zy 
dezelve wederom toe. De twee of 
drie eerfte dagen is 't beeft treurig 
en als ziek , maar het krygt zyne 
voorige vrolykheid en eetluft we- 
derom , en , in zes weeken tyds , 
wordt het bovenmate vet. Dezelf- 
de Operatie aan eene koe gedaan , 
doet haar veel meer melk geeven. 
Men heeft alle reeden om te geloo- 
ven dat de op deze wyze ingebragte 
lugt, haar veerkragt oeffenendè, de 
afzondering (fecretio) der fappen 
verwekt en voortzet". (Ji) 
Uit dit laafte blykt. i°. Dat, hoe- 
wel de Heelkundige Schryvers geen 
gewag van deeze Operatie maken , de- 
zelve egter niet t'eenemaal onbekent 

is. 

(bj) Diffenatio Medica de Emphyfemate. Quam 
Prsefide Joan, Henr. Schulze. P. P. tuebatur 
Carolus Chriftophorus Pufch. Lignicenfis. Hals,v 
menfe Septembris anno 1733. of ziet Hallcr Coï- 
left. Thef Medico Chirurg. Vol. II. & redigées en 
Frangoig T. I, p. 271, 



686 Heelkundige Operatie hy forntntge 

is. 2°. Dat dezelve niet zeer pynelyk 
nog gevaarlyk is, alzo o het niet waar- 
fchynlyk voorkomt, dat de Bedelaars 
die zig van de gezegde lift bedienen , 
zig zwaare pynen zouden aandoen , 
of in gevaar ftellen ; ook zouden de 
Boeren, indien deze Operatie gevaar- 
lyk was , hunne beeften daar niet aan 
waagen. 3 . Dat dezelve van een groot 
nut is , om oflen vet te maak en en 
koeijen meer melk te doen geeven. 

Indien de Operatie van de Emphyfe- 
ma of opblaazinge, nuttig is om een 
os vet te maken , en eene koe meer 
melk te doen geeven , door dien deze 
bewerking de afzondering (fecretio^dey; 
fappen verwekt en voortzet , heeft 
men ook alle reeden om te gelooven 
dat deze Operatie , aan een Menfch 
verrigt , van de zelfde uitwerking zal 
gevolgt worden , en dus voordeelig zyn 
in verfcheide Menfehelyke kwaaien. 

Na deze korte aanmerkingen , z^l 
men zig niet verwonderen , dat deze 
Operatre , by den Negeren , van een 
gelukkigen uitflag gevolgd wordt ; en 
men zal reeden hebben om te gelooven 
dat dezelve in deze Landen niet vrug- 
teloos zoude zyn. 

Ik 



i 



Guinee fche Negers in gebruik. 687 

Ik zal niet onderneemen , om op 
eene Natuurkundige wyzé de werking 
van de in de Cellulofa gebragte lugt, uit 
te leggen , of de teegenwerpingen , die 
men desweegens zoude konnenmaaken, 
op te lollen. Dit zoude een werk bo- 
ven myn bereik zyn. Waarom ik ein- 
dige met aan te merken, dat, hoewel 
de Genees- en Heelkonft nu , in veele 
opzigten , volmaakter is dan oudtyds , 
men dezelve nogtans met veele dwaa- 
lingen belemmerd vindt , door fommi- 
ge Menfchen die deze Weetenfchap- 
pen voornaamentlyk op onderftellin- 
gen en alleen waarfchynelyke redenee- 
ringen wilden gronden en opbouwen. 
Daarom moet men de gevoelens van 
anderen niet bundeling toeftemmen , 
maar dezelve zonder eenig vooroor- 
deel aan de reden en ondervinding 
toetzen. Want , gelyk het een gebrek 
van verft and is , alles van anderen aan 
te neemen zonder met zyn eigen ge- 
dagten raad te pleegen ; zoo is het daar 
en tegen eene goede zaak de {tellingen 
van anderen op eene zeedige en onzy- 
dige wyze te onderzoeken , tot ondek- 
king van nuttige zaaken , die aan ons 
nog onbekend konnen zyn. 

tflis fingen den J9 ften November 1760. 

UIT- 



688 Heelkundige Operatie hy fommigé 
UTTTREKSEL 

VAN EEN 

BRIEF 

Over het voorgaande onderwerp aan den 

Secretaris deezer Maatschap- 

pye gefchreven , door den Auteur 

van het voorgaande ftuk. 

Wat de Vraag van de Maatfchappye 
betreft, namelyk, of ik dergely- 
ke, ofte die foort van geneez'mge door mid- 
del van opblaazinge zelf gezien hebbe , of 
welke reedenen ik heb om haar voor waar 
ie houden, zal ik de eer hebben het vol- 
gende te antwoorden. 

i°. Dat ik aan Kaap la Hoe een Ne- 
ger gezien hebbe, aan den welken de op- 
blaazing 's daags te vooren was verrigt; 
en dat dezelve Neger nog over zyn 
ganfche lichaam zeer opgezwollen was , 
't geen de waarheid, voor my, buiten 
allen twyfel fielt. 

%°. De Neger-heelmeefter , die de 
voornoemde Operatie gedaan had, liet 
my, in teegenwoordigheid van den op- 



ge- 



Gumeefche Negers in gebruik. 6§fy 

geblaazenen , het mesje zien , waar mee- 
de hy de. infnyding gedaan had ; en 
een ftuk van een Hollandfche tabaks* 
pypefteel, dewelke gedient had orn dê 
lugt in 't vetvlies te brengen-, 

3°. Ik heb drie andere Negers ge- 
fprooken , die my betuigt hebben , dat 
zy , eenigen tyd te vooren > dezelfde 
Operatie ondergaan hadden ; daar by 
voegende ■, dat zy door dezelve Van 
hunne kwaaien volkomen herfteld wa- 
ren. Een van dezelve zeide , dat aan hem 
tweemaal dezelfde Operatie was ge- 
daan , om dat hy zig , na de eerfte 
maal , nog niet volkoomen geneezeri 
vond. 

Deeze zyn de reedenen i .-.,.„' 
. . . . ! dewelke my de Operatie van 
de opblaazinge voor waar doen hou- 
den. 

Voor 't overige zal ik de eer heb- 
ben te melden. Dat > na 

dat ik myne Aanmerkingen . 4 t . had 
toegezonden , ik verfcheide geleerde 
Genees- en Heelmeefters over deze 
nieuwe Operatie geconfuleert hebbe* 
waar van het grootfte gedeelte myne 
gevoelens , nopens dezelve ? is toe- 
gedaan. 

FLDesJs^.ftub Yy Dé 



6yo .Heelkundige Operatie by fommigs 

De Heer J. J. Necre , die myn Con- 
tubernaal te Parys is ge weeft , en nu 
zeer kundig Heel- en Vroedmeefter te 
Middelburg , had , in den beginne , 
gantfch geen voordeelige gedagten van 
deze Operatie. Doch ik verzogt zyn 
Ed. dat hy zig de moeite zoude gee- 
ven , om dezelve aan een Hond of 
eenig ander viervoetig dier te verrig- 
ten ; inderdaat zyn yver ging zoo 
verre, dat hy deze Operatie aan twee 
honden met den gewenfchten uitflag 
heeft gedaan ; en daar aan ondervon- 
den , dat dezelve niet gevaarlyk is , 
zoo als zyn Ed. zig te vooren ver- 
beeld had. Dit zyn de woorden , wel- 
ke zyn Ed my in een brief van den 
7 k » dezer fchryft. 

„ Je fuis actuellement d'un autre 
„ fentiment que j'etois avant que j'euf- 
„ fe fait les deux expériences de 1'in- 
„ fufflation: comme mes propres ex- 
„ périences m'ont convaincu il faut 
„ bien être du vótre. Cette opération 
„ pourra devenir utile au genre hu- 
„ main : mais cela éxige encore du 
„ tems avant qu'elle foit en voguc. 
3, Pour vous dire Ie vrai , dansle.com- 
„ mencement je craignois fort pour la 

„ réuf- 



Guinêefche Negers ito gebruik. 60 i 

„ réuffite: mais aótuellement fi j'avois 
„ 1'occalion de la mettre en ufageje 
„ n'aurois pas peur de la propofer Ie 
„ premier. 

In een brief van den i8 den dezer* 
fehryft zyn Ed. my het volgende : 
„ Je viens de faire , pour la tf oifie- 
me fois , 1'expérience de 1'infuffla- 
tion , fur Ie chien qui a été Ie fujet 
de ma feconde éxpérience. J'ai fait 
la playe comme a 1'ordinaire , avec 
un biftouri , après quoi j'y ai intro- 
duit un foufflet, (parce que je n'a- 
vois pas afTez d'air dans mes poü* 
^ mons pour poiuTer rinfufflation jus- 
5 , qu'au dégré que je m'étois propo* 
„ fé , ) au moyen du quel j'y ai infi* 
nué 1'air jusqu'au point que l'animal 
étoit d'une enorme grofleur. Pen- 
dant; Ie tems de rinfufflation Ie 
chien n'a fait aucun mouvement 
„ pour s'échapper, & il ne fefoit au- 
cun cri. Le feul lien dont je me 
fuis fervi étoit mon mouchoir au- 
tour de fa tête pour lui couvrir les 
„ yeux ; fes pattes etoient libres ; d'ott 
„ il refulte que 1'infufflation n'efl pas 
„ douloureufe : car fi elle 1'étoit , 1'ani- 
„ mal auroit fait tout fonpoflïblepoui* 
Yy 2 „ sV 



5J 
3? 



5» 

55 



55 
55 



692 Heelkundige Operatie by fommïge 



?? 

33 
33 
35 



33 
35 



s'echapper, & il auroit fait des cris 
affreux. Après 1'operation j'ai laiffé 
la playe au foin de la nature j'ai oté 
Ie mouchoir de fes yeux & je 1'ai 
„ appellé , il fauta de la table, fur la 
quelle je 1'avois mis , avec une vi- 
vacité furprenante ; il lêcha la playe ; 
„ après quoi je lui ai donné une tran- 
„ chée de pain qu'il a mangé dans 
„ 1'inftant , & enfuite une écuelle de 
„ lait qu'il a d'abord avallé. Après 
„ tout cela, je 1'ai fait aller dans la rue 
„ 011 il courroit fans difRculté après 
„ les autres chiens : mais il fe fe- 
„ couoit fort fouvent. Voila , en abre- 
„ gé , Ie refultat de cette experience 
„ je ferai charme 11 cela peut aider i\ 
,, juftifier cette opération. 

Ik zal hier aanmerken dat de twee 
eerfte proefneemingen beveiligen, dat 
de opblaazinge drie dagen na de ope- 
ratie merkelyk begint te minderen , en 
dat dezelve voor den i# elï daggeheel 
verdweeneri is , zoo als ik in myne 
aanmerkingen gezegt nebbe. 

De Heer L. E. de Pape, de Zoon, 
gezwoore Heelmeefler , Steenfnyder 
en Vroedmeefler te Gendt , heeft 
my het volgende geantwoord in een 

brief 



Guïneefche Negers in gehuil. 69 



99 



brief van den 2/j. ften February dezes 

jaars. 

„ Au raport que vous me faite , je 
„ ne fauvois douter du fuccès dont 
., 1'operation de rinfufflation eft fui- 
„ vie chez les Negres du Cap la Hou. 
5 , Il feroit a fouhaiter que nous puis- 
fions reuffir de même. L'operation 
eft fimple en elle même , & , . com- 
me vous dites , point dangereufe. 
„ Sans doute qu'il vaut mieux tenter 
5 , un remede incertain que de voir ou 
„ laifTer périr un malade fans fécours. 
„ Mr. H aller doit ignorer les faits & 
„ les éxpériences des Chirurgiens de 
„ Guinee fur cette opération , puis- 
qu'il n'en parle pas. Je fuis mora- 
lement fur qu'il fera de vötre fenti- 
ment. En efFet , fi par une telle opé- 
ration on engraiffe les animaux qua- 
drupedes , Ie même fait peut arri- 
„ ver chez nous. Il eft conftant que 
„ dans ces fortes de maladies les fé- 
„ cretions manquent; fans doute que 
„ 1'affaiffement des cellules adipeufes , 
„ ou de tout Ie tiflü Cellulaire, doit 
„ y contribuer; ainfi la raréfaótion de 
„ 1'air infinué du dehors, peut vrai- 
„ femblablement contribuer a provo- 

Yy 3 * <* uer 



5? 

55 
55 
5? 



694 Heelkundige Operatie hy fommige 

„ quer & a augmenter les fécrétions , 
„ caule principale de la maladie. Je 
„ voudrois pouvoir vous en affurer 
„ par mes propres éxpéricnces , qui 
„ me manquent pour Ie préfent , rnais 
„ que j'obferverai dans la fuite la pre- 
„ miere occafion qui fe préfentera. — 
„ Cette opération pourroit être appli- 
„ cable dans plufieurs maladies désef- 
„ perées. 

Ik zal dezen brief eindigen, met een 
uittrekiel van een brief, dien de Heer 
Louis, (|) myn gevvezene ProfeflTor 
in de Phyfiologia , my kortelings ge- 
fchreeven heeft. 

„ Ce que vous me mandés de To- 
„ peration de Templiyfême eft tout a 
„ fait curieux. Je concois qu'on peut 
„ fort bien guérir les affeétions rhu- 
„ matifantes par cette voye, comme 

par Ie moxa que Ie chevalier Tem- 

ple a fi fort préconife contre la 

„ Goutte. Je n'ay pas de foy au 

„ tradu&ions ; je vous afïure que je 

" „ ver- 

(f) Profeiïeur & Demonftrateur Royal, Com- 
mifiaire pour les extraits de 1'Acaderaie Royale 
de Chirurgie, ceniëur Royal, Membre de 1'Aca- 
demie des Sciences, des Belles-Lettres & des Arts 
de Lyon, & de Celle de Rouen. — *— 



5> 



, I 



99 

99 

93 
39 
99 
93 
39 
99 
93 
5' 
33 

5» 

33 

39 

99 

5? 

33 

33 

5? 

33 

39 

99 

99 

99 

99 



Guineefche Negers 'm gebruik. 69$ 

verrai dans 1'original même , au re- 
cueil de Monfieur Haller , ce qu'il 
y a fur eet emphyfême artificiel , 
pour favoir fi Monfieur M/ujchart 
parle d'après lui ou d'apres les autres, 
& dans quel éfprit il a parlé de cette 
opération. Je verrai encore dans 1'his- 
toire générale des voyages de Mon- 
fieur 1'Abbé Prevöt, s'il aura flut 
mention de cette methode de gué- 
rir. Si mes recherches peuvent me 
conduire a quelques bonnes refle- 
xions ; je ferai inférer vötre Lettre 
par extrait dans un journal, tel que 
Ie Mercure de France, öc j'y joïn- 
drai une reponce pour rendre pu- 
blique vos obfervations & ce quel- 

le m'auront fugéré. Je com- 

muniquerai vötre Lettre a 1'Acade- 
mie , & je me ferai un dêvoir de 
vous faire honneur de tout ce que 
nous pourrons tirer d'utile a ce fu- 

jet. Il ne feroit pas mal que 

vous cherchaffiés a faire des épreu- 
ves de rinfuflation. On pourroit 
tirer parti de ces obfervations. ' 
Ik heb de eer enz. 

VliJJingen 21. Maan \~]6i. i 

Yy 4 BE- 



696 Van een Verdronken en 

BERICHT 

NOPENS EENEN 

VERDRONKENEN 

DOOR HET 

ADERLATEN 

IN DE 

HALS-ADEREN 

HERSTELD; 

D G O R 

G. T E N H A J F R 

Verfcheide vroegere en latere Schry- 
vers hebben , uit het openen van 
Verdronkene Menfchen , bewezen , 
dat de dood dier ongelukkige niet 
voortkwame , van het inzwelgen des 
waters , in de maag en darmen ,, zoo 
als velen verkeerdelyk geloofden ; maar 
van het in-ademen van water, in plaats 

van 



door Aderlating enz. her field 69? 

van lucht , in hunne longen , waar 
door de long en borft uitgezet, zon- 
der beurtwiflelende wederom te kun- 
nen toetrekken, ITaande blyft, en, al- 
dus den doortogt des bloeds door de 
Longen belet wordende , worden de 
aderen , en voornamelyk die van de 
herfenen , op eene onnatuurlyke, en 
zeer aanmerkelyke wyze , daar door 
opgehoopt , waar door het wit der 
oogen rood , het gehele aangezicht 
paars blauw, ja zelfs zwart word; zoo 
als by meeft alle geworgde en verdikte 
perfönen onvermydelyk moet gebeu- 
ren, en, eene oorzake des doods wor- 
den. 

Altans dit hebben de Heeren van 
Haller(^), Louis (3), Roede- 
rer (c),, en Engelman (</) ; over- 
vloedig bewezen; 

Onze zeer ervarene , en geachte 
LeSfor P f Vink , heeft dit noch on- 
langs 

00 Opufcul. patbolog. p. 160. 

(b) Obferv. ë? des exp. fur Ie Noyes , dat on- 
langs in onze taal is overgebracht, 

Cc) Qbf. Medic. de fuffocat. p. 3. 

(<0 Hollandfehe Maat/cbappye der Wetenfcbap- 
few IV. Deel, pag. 3S6 enz. die dubbelwaardig is 
perliaald gelezen te worden. 

Yys 



698 Van een Verdronkenen 

langs klaar aangetoond , in een Ver- 
dronkenen wiens long anderfints zeer 
gezond , op eene tegennatuurlyke wy- 
ze door water was opgevuld : ook wa- 
ren de vaten der herfenen , op eene 
tegennatuurlyke wyze , aanmerkelyk 
met bloed vervuld. 

Hier uit blykt dan , dat by Verdron- 
kenen, Verftikten, Geworgden,voor- 
namelyk twee ingewanden, die nood- 
zak elyk tot het leven dienen, tevens 
beledigt zyn: namentlyk de long, en 
herfenen. 

Om de oorzaken des doods by Ver- 
dronkenen weg te nemen , zyn van 
ouds , en noch heden door de Genees- 
en Heelmeefters verfcheide pryzely- 
ke Hulpmiddelen aangeraden , die men 
meeft al op de gemelde plaatfe in de- 
ze Maatfchappye , kan nazien , als het 
inblazen van warme lucht in de long, 
het inblazen van lucht, of Tabaksrook 
in den aars , het vry ven der leden , het 
Aderlaten aan den Hals enz. 

Dat dit laatfte gemelde Hulpmiddel , 
altoos niet vruchteloos , maar dikwerf 
van een gezegende uitwerking is , zal 
ik ter beveiliging van het gemelde , 
en , tot opwekking van myne ihede- 

broe- 



door Aderlating enz. herjïeld. 699 

broeders, met een kragtig, en nieuw 
bewys pogen aan te toonen. 

In Oogftmaand dezes Jaars 1760. 
kwam ik langs een der Havens dezer 
Stad , en vond aldaar eene menigte 
Menfchen; ik vroeg na de reden dier 
te faamkomfte. Men berichte my , dat 
even te voren een Man voor over va» 
het fchip in het water was gevallen, 
en terftond gezonken was. 

Ik drong tot aan de kade door om 
het opviffchen te mogen zien , en zoo 
het mogelyk ware den ongelukkigen 
van dienii te kunnen zyn. Ik zag meer 
dan een man met lange haken zich van 
hun plicht , te vergeefs kwyten. Ik 
rade die ieveraars aan om het fchip 
daar de Verdronkene van afgevallen 
was , wat achter uit te zetten , giffen- 
de , of hy niet wel onder, of, tegen 
het zelve mogte verholen zitten (a). 

Na 

(a) In ftroomende Rivieren worden de Ver- 
dronkenen niet ter plaatfe daarze ingevallen zyn 
maar veel lager gevonden , zynde met den flroom 
intuflchen zy noch in leven zyn derwaars heen ge- 
voert, De reden hier van is s om dat de kolom, 
water die het lichaam beflaat , omtrent van het 
zelve gewigt is , en waar door het lichaam word 
opgehouden , dus , kan een lichaam zoo lang 'er 
leven in is door den flroom des waters, fchoon 
onder het water zynde, voortgefleepc worden. 



700 Van een Verdronkenen 

Na dat deze Menfchen dit gedaan 
hadden, villen zy met hunne haken, 
weer als voor heen, en gelukkig wierd 
de Lyder in de panden van zyn rok 
gehaakt, en aldus , en door hulpe van 
anderen , op het fchip gehaald (#). Zyn 
hoofd , en aangezicht was met modder 
overdekt , aanwyzende dat hy met dat 
gedeelte des lichaams , vermoedelyk 
naar den grond gezonken ware ge- 
weeft. 

Aanftonds riep de menigte des volks, 
hy is dood; daar is niet aan te doen enz. 
Dan dit niet achtende drong ik verder 
door , en kwam op het fchip , om dien 
ongelukkigen toeftand zelf te zien ; en 
waarlyk ik vond aan hem alle tekenen 
des doods , zynde zonder eenigen pols- 
flag , ademhaling , noch de allerminfte le- 
vensbeweging enz. Dan niettegenftaan- 
de dit , oordeelden wy het onzen pligt 
te zyn den voor dood gehouden Man , 
alle mogelyke hulpe aan te brengen , al 
zouden we om onze vruchteloze po- 
gingen, ^ook van de hulpeloze omftan- 
ders befpot worden (b\ 

Ik 

(a) Naar giffing had hy omtrent, een kwartier- 
uurs onder het water gelegen. 
(b~) Niets is zekerder dan de dood, vermits de- 
zelve 



door Aderlating enz. herfield. 701 

Ik deed den Drinkeling met den 
buik op de geflrekte maft van het fchip 
neerliggen. Het hoofd dat zeer ge- 
zwollen was , fchudde door die bewe- 
ging heen en weder, en gaf daar door 
aan de omftanders , zoo zy meenden 
nieuwe blyken des doods. Door de- 
ze plaatzing en drukking des buiks, 
en borft , en afhanging des hoofds , 
trachtte ik het water , dat 'er in de 
maag of longe ware gekomen , ontlas- 
ting te geven ; en waarlyk deze legging 
beantwoorde aan onze verwagtinge ; 
want aanftonds ontlafte zich door 
den mond eene golf waters : dan hier 
door fcheen geen de minfte verande- 
ring , 

zelve onvermydelyk is ; maar de tekenen des- 
doods," zyn nochtans fomtyds zeer onzeker, uit 
eene menigte gevallen zouden we kunnen bewy- 
zen dat menfchen die voor dood gehouden wier- 
den , uit de doodkift ja uit het graf wederom le- 
vende zyn te voorfchyn gebracht. By alle die 
menfchen die door een haaftige dood worden weg- 
gerukt als door een Beroerte, Verdikking, Ver- 
worging , hevige Ziels-aandoeningen , uit melan- 
cholie voortfpruitende, zyn de tekenen des doods 
zeer onzeker ; maar alleronzekerfl by die welke 
onder het water Verdronken zyn. Het is onver- 
geefiyk dat by die menfchen , die niet zeker, maar 
alleen in waarfchynlykheid dood zyn, geen proe- 
ven nopens de zékerheid des doods, of middelen 
ter herltellinge, in het werk geiteld worden. 



702 pan een Verdronkenen 

ring , ten goede aangebracht te wor- 
den. 

Door middel van eene Tabaks-pyp 
wierd hem , doch zonder kennelyk 
nut, wind in den aars geblazen. 

Myn zeer Geëerde Kunftbroeder 
de Heer L. Meritan, voor wiens 
huis dit geval gebeurde , kwam vol- 
gens zynen natuurlyken iever mede 
op het fchip, met een goede blaasbalk 
voorzien , waar door zyn Ed. op eene 
Vry fterkere wyze den wind of lucht 
in den aars parften: dan cp alles nauw 
acht gevende vond ik niets , waar door 
het , verloren geachte , leven fcheen 
opgewekt te worden. 

Zeer gaarn zouden we de Tabaks- 
rook-Clilteer gebruikt hebben , maar 
deze niet by de hand zynde bepaalde 
ik myne gedachten op een ander, en 
niet minder werkfaam Geneesmiddel , 
en het geen in deze als het allerheil- 
faamfïe, en prompfte dat immermeer 
bedacht is , moet worden aangemerkt : 
namentlyk de Aderlating in een , of 
beide de Hals- aderen. 

Dat deze Aderopening by Verdron- 
kenen , Verltikten , Geworgden , en Be- 
roerde Menfchen by tyds in het werk 

ge- 



door Aderlating enz. her field. 703 

gefield , ter ontlaftinge des bloeds waar 
mede de herlènen als overkropt zyn , 
van een uitmuntent nut kan zyn , heb- 
ben de voorgemelde wakkere Mannen 
voor my bewezen. Ik ga dit daarom 
flilzwygende voorby , en zegge alleen- 
lyk , dat ik het neerhangende, en zeer 
gezwollen hoofd , van onzen noch 
dood fchynenden Lyder, ophefte,des- 
zelfs hals door de natte hemds-boort 
beknepen vond, en dat ik zonder het 
maken van een verband , of aan de 
omftanders eenigen fchyn te geven, 
haaftelyk in de linker hals-ader (Venu 
jfugiilaris) eene ruime opening maakte. 
Het bloed kwam eerft by droppe- 
len , maar vervolgens ftraalswyze te 
voorfchyn; en zoo ras was 'er na gis- 
fïng , geen once bloeds ontlaft , of de 
Drink eling begon eenigen fchyn van 
een vernieuwde ademhaling te geven , 
en naar mate zich meer bloeds ont- 
laftte , wierden de tekenen van adem- 
haling en leven meerder. De pols, die 
tot hiertoe onvoelbaar was geweeft, 
begon naar mate 'er zich meer bloeds 
ontlaftte , voelbaar te worden. Ver- 
volgens gaf de Lyder door zuchten, 
fchreijen, en bewegingen, volmaakte te- 

ke- 



704 Van tm Verdronkenen 

kenen, van een nieuw leven. 

Wanneer 'er na gisfing omtrent 10 
oneen bloeds op het fchip gelopen 
was , oordeelden wy de ontlaftinge te 
moeten fluiten. Ik dekte de opening 
door een brokje eike zwam (Agarkus) 
en een kleevende pleifter. Ik deed hem 
zyn natte kleederen uittrekken , het 
lichaam wakker vryven, droge klede- 
ren aandoen , en een hartfterkend mid- 
del geven. 

Door deze behandeling is de Ver- 
dronkene , die van een ieder voor dood, 
en onherftelbaar gehouden wierd , ten 
vollen herfteld , zoo , dat hy noch dien 
zelven dag gelopen heeft. 

Ik kan niet voorby hier kortelyk aan 
te merken : 

1 . Dat de aderlating by Verdronkene, 
Verftikte , Geworgde , of Beroerde 
(Apopk&ki) menfehen, altoos zonder 
vooraf een parsband om den hals te 
leggen , diend gedaan te worden. De 
reden daar van is voor kundigen zeer 
klaar. 

2. Alzoo naar de aanmerkingen van 
den geleerden Tralles op geene ader- 
latingen zoo fchielyk eene onmagt , en 
flauwte volgd , als op die van de hals* 

ade* 



door Aderlating enz. her field. 70$ 

aderen, zoo diend men voorzichtig te 
zyn om niet te veel bloeds te doen 
weglopen, maar de opening met den 
vinger fomtyds eens toe te druk* 
ken enz. 

3. Kinderen , die in de geboorte fchy- 
nen verftikt te zyn , kunnen naar de 
bevinding van Smellie niet beter te 
recht gebracht worden , dan dat men 
door de afgefnede navelftreng een of 
twee lepelen bloeds doe uitlopen. 




VI. Deels, z.ftuk. 



Zt VAN 



7o6 Van de beweeging eenes Lighaams 

VAN DE 

BEWEEGINGE, 

WELKE EEN 

L I G H A A M 

VERKRYGT, WANNEER HET IN HET 

AANTREKKINGS-MIDDELPUNT 

CEKOOMEN IS; 

DOOR 

J. F. H E N N E K T. 

Uit bet Latyn vertaald door 

J.J. BLASSIERE. 

De ondervinding laat ons niet toe, 
naazoek te doen op de bewee- 
ginge der Lighaamen , wanneer zy tot 
in het 'Kraehts-Middelpunt gekoomen 
zyn (centrum virium). Wy kunnen 
ook geene Proeven doen op de aan- 
trekking der Lighaamen, dan in zeer 
kleine afftanden; het welk ook.de ree- 
den 



in het Aanirekkingsmiddelpunt. 'jof 

den is , dat wy daaruit niets kunnen 
befluiten omtrent de Hemelfche Lig- 
haamen. Alzoo min kunnen de Wys- 
geeren hel Krachts-Middelpunt van 
twee op het water dryvende Bollen * 
die zich op kleine afftanden naar el- 
kander ongevoelig toetrekken , bepaa- 
len. De Aardfche Lighaamen hebben 
alle een neiging tot het Middelpunt 
der Aarde , en de Planeeten worden 
door de Zon aangetrokken. Ook New- 
ton heeft van twee foorten van aan- 
trekkinge gefprooken ; de eene werkt 
in ongevoelige kleine afftanden ; en de 
andere in eindige afftanden. Het 
paft Wysgeeren de oorzaaken te on- 
derzoeken, en 'er de gevolgen van af- 
teleiden. Maar alvoorens een Wys- 
geerige kenniffe te kunnen verkrygen , 
is het noodig 'ereenGefchiedenis-ken- 
nilfe van te hebben. Doch Van waar 
zullen zy die kenniffe haaien, wan- 
neer de proeven en onder vindinge hen 
dezelve niet verfchaft ? Waar anders \ 
dan in de Wiskunde? In welk geval zy 
gebruik kunnen maaken van de Bereke- 
ningen even als op de Proef-neemin- 
gen zelfs. En gelyk een Wysgeer al- 
toos eer op de Waarneemingen, dan 

Zz 2 op 



708 Van de beweeging eenes Lighaams 

op zyn befchouwende kenniffe zich 
moet verlaaten ; alzoo moet hy ook in 
dit geval meer op de Berekeningen dan 
op zyne Redeneeringen te werk gaan. 
Dit is het oordeel (a) van den Heer 
EuLER,het welk ik verblyd ben datgelyk 
is aan dat van een Geleerden , dien 
ik boven allen waardeer. Doch het 
heeft niet nagelaaten Tegenpartyders te 
ontmoeten in den Heer Boscowich(^) 
en den Engelfen Momus (c). 

§. 2. Een Lighaam,het welk in het ydcl 
bewoogen word, en een eindige of on- 
eindige kromme lyn befchryft , kan 
nooit tot in het Krachts-Middclpunt 
koomen; hoewel het een Spiraal-lyn be- 
fchryft, in welker Middelpunt het niet 
komen kan, dan na een oneindig ge- 
tal van omkeeringen (Revohitio.) Daar 
zyn drie gevallen , in welke een Lig- 
haam in het Krachts-Middelpunt kan 
geraaken. i°) Door eene rechtlynige 
Beweeging. 2°) Door een kromlynige 
Be\veeging in een Vloei-ftof. 3 ) Door 

een 

Ca) Scieiitia motus §. 272. Tom. I. 

(b) Comment. Jjonon. Tom. 2. psrs tertia pag. 
2&y. 

(c) Remarks upon Eulers Scientia motus, en by 
Robins. 



- t 

In het AantrekMngsmiddelpünt. 709 

een kromlynige Beweeging in het ydel, 
wanneer het Krachts-Middelpunt in 
den omtrek van de kromme lyn is. 
Laat ons met de rechtlynige Bewee- 
ging beginnen. De B o ven-natuurkun- 
dige denkt mogelyk öns geval gemak- 
kelyk te beflhTen. Daar moet nood- 
zaak elyk in het Krachts-Middelpunt 
een Lighaam zyn , met een Aantrek- 
kingskracht begaaft , dat uit hoofde 
van zyn Traagheid den Doorgang zal 
beletten aan het naderende Lighaam , 
en dus in het oogenblik van de Aan- 
raaking zullen die twee Lighaamen 
zich vereenigen , en beide maar eene 
klomp uitmaaken; en bygevolg beiden 
ftil blyven leggen. Maar moet'ernood- 
zaakelyk een Lighaam in het Krachts- 
Middelpunt zyn ? Dewyl het zwaarte- 
punt van het Planeet-geftel buiten dat 
der Zonne zelfs is , en dat wel een ge- 
heele Zons Middellyn , zo alle de Pla- 
neeten zich aan dezelfde zyde over de. 
Zon gevonden; ook is zy in een ge- 
ftaadige beweeging (V). Des niet te- 
genftaande werden de PlaneetenenCo^ 
meeten gezegt zich om de Zon te be- 

we> 

(d) Newtoni Principi3. L ; b. 3. Prop. 12. 

Zz 3 



?io Yan de beweeging esnes Lighaams 

weegen. Het Pit van de Aarde, het welke 
volgens fommigen met een Magneeti- 
fche kragt begaaft is ,oeffentmoogelyk 
ook geen andere kragt dan in de Her- 
fenen van fommige Wysgeeren. Waar- 
uit dan volgt , dat de Wiskunftenaar 
recht heeft om het Krachts-Midd el- 
punt als een waar punt te befchouwen, 
in dier voegen , dat de Wysgeer niets 
dien aangaande met zeekerheid zal 
kunnen voortbrengen , zo hy zyn toe- 
vlugt niet tot de Wiskunft neemt. 

I. VRAAGSTUK. 

g. 3. Te bepaalen de fnelheid van 
een bewoogen Lighaam, voor een iege- 
lyk Punt der tufTenwydte , langs welke 
het Lighaam daalt of ryft , welk Lig- 
haam aangedaan word in reede der 
Magten . ( Potentia ) van de Afftanden 
des KrachtsMiddelpunts. 

Verfcheide Wiskonftenaars hebben 
dit Vraagftuk opgeloft. De oplosfing 
van den Heer Euler fchynt eerder tot 
het ryzen als tot het daalen gepaft (e). 
De beroemde Simpson , heeft onder- 

noo- 

(0 Euleri Mechanica Tom. I, §. 264. 



m het Aantrekkmgsmiddelpunt. .711 

noomen de ryzing en daaling van. een 
Lighaam te bepaalen (f) \ doch des- 
zelfs oplosfing voldoet niet in alle on- 
derftellingen der aantrekkende kracht, 
tot de ryzing; zoo als het dadelyk zal bly- 
ken. Simpson vind in eenen willekeuri- 
gen afftand =% , van het Middelpunt , de 

fnelheid v te zyn = V c*+p.x ll + l 'Sa n + l , 

«4-1 72-H 

alwaar a den bepaalden afftand van het 
Middelpunt beteekend, aan welke de 
meedegedeelde fnelheid c(velocitas ini~ 
tialis) toekomt. Laat ons nu Hellen, 
dat de Middelpunts-kracht in een ver- 
meenigvuldigde omgekeerde Reede der 
afftanden zy , dan zal men moeten 
fchry ven — n , in plaats van n : en ver- 
volgens is v = V c 2 + 2 — 2 



i-n.x' n - 1 i~n.a nJl 



Zoo «>i ,dan is v = V c* + 2 



Maar ï'n het ryzen groeit x , of de af- 
iland van het Middelpunt, en de af- 
tetrekkeiie Breuk 2 , word klei- 

n^i.x n - 1 
Zz 4 ner: 

Cf) Treatife of Fluxions. Vol. I. pag. 24;. 



712 Van de beweeging eenes Lighaams 

per: vervolgens zoude de fnelheid v 
des Lighaams weezentlyk grooter wor- 
den in het wyken van het Middelpunt, 
het geene teegenftrydig is : dewyl de 
fnelheid van een klimmend Lighaam 
vermindert , want de dryvende kracht 
(vis follicitans) Held zig ten eenemaal 
tegens de lyding van een naar booven 
bewoogen Lighaam. Uit onze volgen- 
de oplosflng alleen zal de dwaling van 
den Heer Simpson aan ieder ligtelyk te 
ontdekken zyn, 

In de 39. Propofitie van het i.Boek, 
en in deszelfs tweede Corollarium der 
principia Philofophia? van Newton 
word beweezen , * dat zoo men de toe- 
gepafte DF , EG of y , der kromme 
lyne B F G evenreedig aan de Middel- 
puntstrekkende kracht in de plaatfe 
D en E neemt , die ecne Functie der af- 
ftanden C D , E C = x , is , dat dan het 
vierkant der fnelheid v gelyk zal zyn 
aan de dubbelde Area DEGF , wan- 
neer het Lighaam in D ruftende , zig 
begint te*beweegen. Maar als het Lig- 
haam met eene reeds meedegedeelde 
fnelheid bewoogen j het punt D ver- 
laat , laat dan de Area ABDF afgefnee- 

den 

* fel. 



in het AantrekkingsmiddeJpunt. 713 

den worden , de welke gelyk is aan de 
helft van het vierkant der meedege- 
deelde meiheid c ; men zal hebben 
voor het daalen v z — 2 ADFB if 
2DEGF- c z + 2DEGFen voor 
het reizen, v % — c* _ 2DEGF.* Laat 
ons nu eerftelyk de onderstelling be- 
fchouwen, in welke de Middelpunts- 
trekkende kracht is in een omgekeer- 
de vermeenigvuldigde reeden der af- 
flanden , vervolgens is y zo als 1 

• 

x n 
Steld CD = a, DF = £, dus zal men 

hebbend: 1 =y: 1 ena f! b=yx», 

a l x n 

Waaruit blykt dat de kromme lyn BFG 
van het Geflacht der Hyperbolen , en 
dat C L in het Middelpunt der krach- 
ten de Mislooper derzelve is ; want 
als x = 0, word y — 00. De Area 
DFEG is= f— ydx= f— a 1 bdx = 

*~- a n b + C } maar {lellende a = x 9 

i-n.x n - 1 

verdwynt de Area DFEG, bygevolg 

C = ab m Dus vind men de Area 

i-n 

* Fig. 2. Zz $ DFEG 



714 Van de beweeging eenes Lighaams 

DFEG = ^- a».b en 
— . — j 

1 ~ n i-n.$#?i 



v = V r- .4- 2 a b — 1 a n b . of wel 

l ~ n i-n.x n -} 
wanneer n > 1 ? heeft men 

t)=Vc J +2/!4 —iab TerWy-I 

jn. het daalen de afltanden of % ver- 
minderen en dat daar door de Breuk 

2 a n b 

\-Y± ] — vermindert, zo vermeerderen 

de fnelheeden ; het geen overeenkomt 
met het daalen der Lighaamen. In 't 
geval , dat n < 1, dan is 

v = V c z + lab — 'ia n b x n ' 1 

.... • 

. _. , ■ ) ■ » ■ — I ! — 

ï-n ' 
VAN HET RYZEN. 

Om dat in het klimmen , het Punt D 
beneden E is , * moet men andere 
waardyen voor CD, D F, aannee- 
men. Stei CD - g, DF = h. Én 
maak de 'jrea ABDF = £_; zo e de 

*Fig. z. ' mee - 



in het Aantrekkhigsmiddelpunt. 715 

nieedegedeelde (initialis) fnelheid in 
het Punt D beteekent. Om reeden 
dat ED = x — g , zal de Ana EDFG 
zyn —fydx == fg n h dx =g h — gh ; 

en de fnelheid in het Punt 



E = v = V e % + 2gh — - 2g n h 



i-n.xn-i. 
Zo n > 1 , zal men vinden 

v == V e % + zg 1! h — 2gh^ Maar de 

n-i.x*- 1 n ~ l ■ 
Breuk ig n h om dat x meer en 

n-i. x n ' 1 
meerder groeid, word kleiner , en daar- 
uit blykt, dat de fnelheid van het ry- 
zend Lighaam verminderd, zo als het 
moet gefchieden. Indien «<i, word 

v ~ V 2 - + igh — ig n hx^- n 

i-n 

GEVOLGEN. 

§.4. Zo v verdwynd , kan de af- 
ftand CA gevonden worden, in welk 
een Lighaam geen medegedeelde fnel- 
heid 



7i 6 Van de beweeging mies Lighaams 

heid hebbende , had moeten vallen. 
Voor het ryzen heeft men 

CA = 'ss ^=- n 'yig n h en voor het 

igh— n-i. e* 

daalen is CA = a* = w */2 0'-*# 



V" 



2°) Zo een Lighaam uit D zonder 
meedegedeelde ihelheid bewoogen 
word, dan is c a = o, en vervolgens 

V a ,%-\ = q = x = CD , als het moed 
gefchieden. 

3°) Uit de oplosfing blykt, dat een 
Lighaam zonder meedegedeelde fnelheid niet 
kan ryzen, want zo men Helt e — o , 

zal men hebben v = Vig 11 h — 2gk 

n-i.x n -t n ~ 1 
welk een onmoogelyke grootheid is, 
dewyl 2gh > 2g»h m Stelt 2; =g 9 

n ~ l . «-1. x n ~ l 
dan zal men vinden 2 g n h = 2g# 

Vervolgens wanneer ss groeid , moet 

\gfh 



in het Afflïïrekkingsmiddelpunt. 717 

1 

2g n h noodzaak elyk kleiner wor- 

n-i. x 11 - 1 

den als 2gh Het zelve blykt uit de 

w-i. 

tweede Figuur, om dat men de Area 
ABEG zonder de Area A B D F 
niet kan vinden. Maar de waarheid 
van dit gevolg blykt klaar uit de ei- 
genfchappen van het ryzen zelfs , want 
een ruftend Lighaam in D moet nood- 
wendig tot het Middelpunt C getrok- 
ken worden : vervolgens zal het daa- 
len ; maar om te ryzen moet het met 
eene naar boven werkende fnelheid 
geworpen worden. Dit is de reeden, 
waarom het daalen zonder meedege- 
deelde fnelheid plaats kan hebben. 
Want c* = o, heeft men v = 

V 2 a " b — 2 ab Maar x vermindert 

• 

en x < a, bygevolg 2a n b > 2ab 



n-i.x n ' 1 
De Heer Simpson heeft een abuis 
begaan in het 222." §. des bovengemel- 
den Boeks , daar hy de klimming zon- 
der meedegedeeide fnelheid bepaalt. 

4°) On- 



7i 3 Van de beweeging eenes Lighaams 

4°) Onze Formule der fnelheid van 
een daalend Lighaam , komt met die 
van Simpson overeen , wanneer men 
Held , a 11 b = i , dan heeft men 



nri..**# n-i.a n ' 1 En 
voor het ryzen , zo men field ,g !i h = i 9 

heeft men v = V e* + 2 — 2 



11-1 (rl'l 

11-1. X 71 ' 1 ■ X** 

Welke vergelyking met die van Simp- 
son vergeleeken , blykt het , dat- 
ze van elkander alleen in de teek enen 
verfchillen, waarin het abuis des En- 
gelfchen Wiskonltenaars beftaat. Want 
het is noodzaakelyk , dat de onder- 
fcheidene fnelheden van ryzing en daa- 
ling door natuurgelyke (analogas) For- 
mulen worden beteekend ; het geene 
wy uit onze oplosfing verkreegen heb- 
hen, en geenfints uit die des Engels- 
mans te verkrygen was. 

5 ) Wanneer % verdwyiit , word 
v — co , zo 11 > 1 is; vervolgens s#/ 
het Lighaam in het Middelpunt der' krach- 
ten eene oneindige fnelheid hebben. 

6°) Maar wanneer, n < 1 , dan zal 
de fnelheid in het Middelpunt der 

krach- 



" in het Aantrekkingsmiddelpunt. 71$ 

krachten eindig zyn , te weeten 
v = V c a 4- 2 a b 



\-n 



§. 5. Nu blyft nog overig te onder- 
zoeken ; wat voor een weg een Lig- 
haam neemen zal , in 't Middelpunt 
gekoomen zynde door middel van een 
oneindige fnelheid. Het Lighaam zal 
of in 't Middelpunt blyven of voort- 
gaan , of eindelyk weeder te rugge 
keeren. Niemand kan teegen-fpreeken, 
dat het zelve niet in het Middelpunt 
kan blyven , want alhoewel het een 
oneindige fnelheid heeft ; zo is de aan- 
trekking van 't Middelpunt ook onein- 
dig. Maar deeze aantrekking , die zich 
rondom het Middelpunt uitbreid , werkt 
in een teegengeftelden zin als de fnel- 
heid, welke het Lighaam voorby het 
Middelpunt trachtte voeren, waardoor 
dan een onderlinge werking en teegen- 
werking veroorzaakt word , en byge- 
volg ook de beweeging : van die wer- 
king en tegenwerking hangt nu de ver- 
dere beweeging van het Lighaam af. 
Voor hoe weinig , dat men het gezeg- 
de wil overweegen , zal men geen Pa- 
rodoxes in onze onderwerp meer vin- 
den. 



720 Van de beweeging tenes Ughaams 

den. En hoewel men het eindige niet 
door het oneindige kan bepaalen , zul- 
len wy echter door middel van Series 
bewyzen , dat een oneindige grootheid 
in een eindige kan verandert worden , 
die po fuif , of negatif of onmoogelyk zyn 
kan. Door de Series, j_ 9 jl > IL, 

iL> JL> Jl> ±- > blykt dat de onein* 

O — 2 — < — 6 

dige grootheid _ ± , in een eindige , ne- 

o 

gative Grootheid _jl verandert zy. 

— z 

Maar in de Series » « ., g , ^__ , 



-.a 
3 



£_ > Jt_> j£r s °l _ is de oneindige 
« eene eindige , pofitive grootheid 

o* 

fl geworden. Eindelyk uit de Series 

kan men afleiden , dat uit eene onein- 
dige grootheid j±_- » een e onmoogely- 

l/o 

ke « kan ontfpringen. Het is dan 

Zonneklaar, dat men niets kan befluiten 
van de beweeging eens Lighaam, het wel- 
ke tot het Middelpunt genaadertis , dan 
door de bereekening. Het welk de 

re- 



- in het Aantrekkingsmiddètyunt. ~2t 

redeneeringen van den Heer Euler., 
dies aangaande, wonderbaarlyk bekrag- 
tigt , welke zegt dat men in die dingen 
zich eerder moet houden aan de be- 
reekening 'dan aan de redeneeringen. 
Maar om met de B ovennatuurkundi- 
gen (in 't gemeen zeer neetelagtig) niet 
in verfchil te koomen> zullen wy iets 
van 't oneindige zeggen. Het onein- 
dige , waarvan in de Bovennatuur- 
kunde gefprooken is , is volftrekt * 
onaf hankelyk van alle dingen* En 
in teegendeel hebben de Wiskonfte- 
naaren niet dan een betrekkelyk denk- 
beeld van het oneindige , gegrond 
op de vergelyking van de betrekke- 
lykheid van twee grootheeden b van 
welke de eene zodanig aangroeit in 
vergelyking van de andere dat dee- 
ze laatfle als geheel verdwynt. En 
dit denkbeeld is mogelyk (hoewel 
verdicht) dus is het een waar denk- 
beeld. Ook ziet men klaar , dat 'er 
geen dwaaling in de bereekening door 
veroorzaakt word ; want ? indien 'er 
gevonden wierd , zoude het zyn om 
dat de eene grootheid niet groot ge- 
noeg , of de andere niet klein ge- 
noeg genoomen was ; het welke in 
VL Deels, 2. ft uk, A a a b ei* ' ' 



722 Van de beweeging eenes Lighaams 

beide gevallen teegen de Helling aan- 
loopt. En daar volgt noch uit , dat 
'er trappen in het oneindige zyn , en 
dat een oneindige grootheid kan af- 
neemen, tot hy eindig en bepaalbaar 
word, 

II. VRAAGSTUK. 

§. 6. Word gevraagd te bep aaien de 
Jhelhetd eens Lighaams, dat door de Mid~ 
delpunts-vliedende kracht geftooten , in eens 
regte lyn opklimt , zynde deeze kracht in de 
verdubbelde omgekeerde reeden der afflan- 
den. 

De oplosfinge van dit Vraagftuk is 
uit de grondbeginfelen van het opklim- 
men en neederdaalen van een door de 
Middelpunts-trekkende kracht , be- 
woogen Lighaam afteleiden. De Mid- 
pelpunts-vliedende kracht verhaalt im- 
mers het opklimmen eens Lighaams 
op dezelfde wyze, als de Middelpunts- 
trekkende kracht het vertraagt. Byge- 
volg word de fnelheid in het opklim- 
men vermeerdert. En dus zal de Area 
* ADFB = £, onder de Area DEGF 

gefield moeten worden. Zoo dat men 



• in het .Aantrekkingsmiddelpunt, 723 

vïnde q» = 2 ADFB + 2DEGF. Vol- 
gens het vaflgeftelde in §. 3. - 9 zal de 
Area EGFD = fydx = g n h — gh 

i-n.xn-i l ' 1i 
zyn. En hieruit zal 

v = v e- + 2g"h — 2gh voort- 

i-n. ff»-i *"** 
koomen. » > 1 zynde , zal mén 

v = V e* + 2gh — 2g«^ éri 

« < i zynde , zal men 



z> = v &■ + 2g"hx i -n __ égh ver- 

1-0 

krygèri. Waaruit wy dan beflüitën. 

i°) Dat de fnelheid eens Lighaams in 
hei Middelpunt oneindig zal weezen, water 
neer n > 1 i door # = o 

2 ) Z)^ dezelve fnelheid eindig ên be- 
paald word, wanneer n < 1 , te weeteii 

v = V e % — 2gh 

ï -n. 
3°) Dat de waardye van een door de Mid- 
delpunt ï~ vliedende kracht opklimmend Lig- 
haam, in de Teekenen onder fcheiden is 3 

Aaa 2 (zon- 



724 Van de beweeging eenes Lighaams ' 

( zonder opmerking op e 2 ) van de uit- 
drukking ( Expresfio ) met welke wy het: 
opklimmen van een door de Middelpunt s-treh 
kende kracht gedreeven Lighaam bepaald 
hebben. En hieruit hebben wy dan ver- 
kreegen hetkenteeken, doormiddel van 
het welke men zal kunnen oordeelen , 
of het opklimmen uit de middelpunts- 
vliedende- of trekkende kracht voort- 
gekoomen zy. 

§. 7. De Natuur- der kromme lyn 
BFG geeft de befte aanleiding tot het 
begrip der beweeging van een door 
oneindige fnellieid in 't Middelpunt ge- 
koomen Lighaam. Uit de takken dier 
kromme lyn booven en onder CL is 
het ligt te ontdekken , door welke kragt 
en naar welke plaats het Lighaam zal 
b e wo ogen worden. 

i°) Indien de Exponenten in de ver- 
gelyking een ecven getal zy (§. 3.) zal 
de kromme lyn geene negatif toege- 
pafte (Ordinata) hebben , * anders zou- 

« 

de x == a V — ±_ eene onmoogelyke 

y 
grootheid zyn , dus zullen 'er aan de 

linkerzyde der misloopers AO geene 

takken weezen. Maar de Abfciffe % = 

Ce, 

* Fig. r. 






in het Aantrekhngsmlddelpint. 



701 



C e , negatif gemaakt zynde , zullen 'er 
twee takken MgN , naar dezelfde 
plaats trekkende aan den mislooper CL 
gevonden worden (a). 

2 ) Hieruit volgt , dat zoo een Lig- 
haam buiten het middelpunt kan be- 
woógen worden , het dan door middel- 
punt-s- trekkende kragt word bewoogen, 
dewyl de toegepaften eg een aantrekken- 
de kragt uitdrukkende, affirmatif bly- 
ven. Maar de fnelheid eens Lighaams 
opklimmend in E is gelyk aan de fnel- 
heid in e 9 Hellende CE = Ce , want 
de middelpuntskragt ftrekt zig uit over 
alle de deelen , en de kromme lyn MgN 
is gelyk en gelykvormig 2an de krom- 
me lyn B F G. Bygevolg moet de uit- 
drukking der fnelheid van het opklim- 
men in E dezelfde blyven in het op- 
klimmen tot de lyn C e , gefield zynde 
— "ir in plaats van %. Dit is oorzaak , 
dat men zal verkrygen 



v = V e" — ig"h — igh in plaats 



11-1 



van v = V e" + ig n h — igh 

11-1. % n ' 1 n ~ l 

Aaa 3 want 

(a) Analyfe des Courbes algebriquespar.Cramer. 
pag, 233, 234. 



726 Van de beweeghg eenes Lighaams 

want n een eeven getal zynde, zal n-i 
een oneeven getal zyn , en dus zal het 
Lighaam niet tot e klimmen. Hier uit 
dan is klaar te zien , dat een Lighaam 
door Middelpunt s-trekkende kragt (welke 
in omgekeerde , eevene , verdubbelde 
(inverfa , pari , multiplicata) reeden der 
afftanden is ,) gedreeven wordende, dat Lig- 
haam het Middelpunt geraakt hebbende, 
naar de plaats AB wederom te rug zal 
heren. 

3 ) Zy de exponent n in de vergely- 
king a n b=x n y , een oneeven getal, en 
wordende dan y negatif, zal x meede 
negatifworden , gevolgelyk zal het eene 
Deel R Q S * van de kromme lyn onder 
CL aan de linker zyde van den misloo- 
per C O gevonden worden. Dus , zoo 
het Lighaam bewoogen kan worden 
buiten C , zal het door een Middel- 
punts-vliedende kracht worden aange- 
daan , om reeden van de negative kragt 
y. Stellende dan ook — x voor x in de 
vergelyking der fnelheid , by 't opklim- 
men 9 voortkomende uit de Middel- 
punts- vliedende kragt , zal de vergely- 
king onveranderd blyven , het geen 
weezentlyk gefchied, want 

v = 

* Fig. i. 



m het Aantrekkingsmiddelpunt. 727 



v = Ver- + 2gh — ig h h . veran- 

?z-ï wht.-xiï* 
dert niet door het ftellen van — x voor 
# wyl ®-i een eeven getal is : derhalven 
blykt het ,• dat een Lighaam , het welk 
in eene rechtlynige beweeging , door 
eene Middelpunts - trekkende kragt, 
( die in een omgekeerde , oneevene 
verdubbelde reeden der Afftanden is) 
aangetrokken word, dat Lighaam bui- 
ten het Middelpunt door eene Middel- 
punts-vliedende kragt zal gedreeven 
worden. 

4 ) Laat ons nu overgaan tot het 
geval, in welk n < 1 zynde, n een ge- 
brooken getal zal weezen. Zynde n = p , 

zal de vergelyking^K b^x n y in aP l)i — 
%; yt veranderen, p een even getal Hel- 
lende , en q een oneven , zal de krom- 
me lyn nergens negatwe ordinaat en heb- 

P 
ben, want dus zoude x = & V — h 

Tp 

een onmoogelyke grootheid weezen. 
De daaruit voortvloeiende kromme 
lyn heeft de takken BFG, MgN. Dus 
zal het Lighaam buiten het Middelpunt 
Aaa 4 in 



?28 Vm de .beweeging eenes Lighams 

in beweeging blyvende , door eene 
Middelpunts-trekkende kragt gèdrée- 

'ven worden, Doch i — n = q—p 

q 

zal een Breuk zyn , wier teller een 
oneven getal is , en gcvolgelyk — x in 
plaats van # in de vergelyking 

x ■=, V er- — 2g ,l /ixi-i + igh (§. 3.) 

1 -# 1 ~n 

ftellende ; zal het teeken van het twee- 
de niet veranderen ; derhalven dan 
zal een Lighaam aangedaan wordende door 
een Middelpunts-trekkende kracht , (vcelke 
in een P _vermeenigvuldigde reeden der af- 

[landen is, zynde p een even en q een on- 
even getal) buiten het 'Middelpunt door eene 
Middelpunt s - vliedende kracht ba:oogen 
konnen worden. 

5°) Zynde p een oneven en q een 
even getal, zal men door middelvan 

P 
— y voor y te ftellen , x = a V b ver- 

krygen , ^ welke grootheid een poptivs 
waardy der Abjcijjm uitleevert ; het 
blykt, dat de kromme lyn geen nega- 
nte abïcifïen heeft , en dus geene tak- 
ken beneeden C L. De takken dan der 
kromme lyn rekken tot beiden de dee- 

len 



, " in het Aaittrekkirigsmiddelpunt. 729 

len of zyden van den mislooper CA, 
gelyk uit de 2^ Figuur te zien is. 

De beweeging eens Lighaams word 
dan te rug gaande , na het raaken in 
het Middelpunt C ; doch het is zoo 
gemakkelyk niet te bepaalen of zulks 
door Middelpunts - trekkende , dan 
door Middelpunts- vliedende kracht ge- 
fchied is , fchoon het niet onwaarfchy- 
nelyk voorkomt , dat de aankomft 
in het Middelpunt, en het daar van te 
rugge keeren door eene zelfde kragt 
veroorzaakt worden , indien de reke- 
ning het teegendeel niet aantoont. 

§. 8. Wy zullen voornainentlyktwee 
gevallen met voorbeelden ophelderen , 
in geval n — 2 zy , word het Lighaam 
in omgekeerde reeden der vierkanten 
van de afftanden aangetrokken , en zal 
een keegel-fneede befchry ven , in welks 
brandpunt het Krachts - middelpunt 
zal weezen. Om deeze reeden heeft 
Newton in 't I. Boek, 32 Prop., door 
middel van een Ellipfis , eene volgens 
dezelfde onderflelling , voortkoomen- 
de regtlynige neederdaling bepaald. In- 
dien de Middellyn der Ellipfis geduu- 
rig vermindert, en de omtrek met den 
As, zaamen valt, gelyk ook het brand- 

Aa\a 5 punt 



73 o Van de beweeging eenes Ughaams 

punt met het einde van den As ; in dat 
geval kan de beweeging in de Ellipfis 
tot eene regtlynige beweeging gebragt 
worden. Wie zal betwiften , dat een 
Lighaam in 't Middelpunt gekoomen 
zynde , weeder teruggekeert , naar de 
plaatfe , waarvan het vertrokken is ? 
Een Lighaam immers een Ellipfis be- 
fchryvende, gaat door het einde van 
den As , dewelke in eene rechtlynige 
beweeging met het Krachts-middelpunt 
zaamen valt. De geleerde Heer Bosco- 
vich is van meeninge , dat het Lighaam 
niet te rugge naar zyn voorige plaats 
zoude keeren, maar buiten het Mid- 
delpunt zoude voortgaan. Dus drukt 
hy zich uit (a) : „ Het punt S * word 
„ door de oppervlakte Mm aangetrok- 
ken, 

^a) Comment. Eonon. Tomi i di pars tertia pag. 
2S7. „ Punftum S a fuperfïcie fphaerica Mm attra- 
„ hitur in rationo inverfa duplicata diftantiarum 
„ FS Intra fliperficiem in O attradlio eft nulla. 
„ Igitur id punftum accelerabit motum ufque ad 
9 , M, turn per Mm feretur aequabili celeritatc, 
„ quam aquiiivit ufque ad M; ae deinde per Fm; 
„ feretur, motu retardato , ufque ad Fs = FS. 
„ Concipiatur jam radium fphers minui , donec 
„ abeat in punitum F. Oportebit pundtum atcrao 
„ tum in F, in ratione reciproca duplicata diftan- 

tiarum , progredi ultra F. 



* 



Fig. 3. 



in het AantrékklngsmtddeJpint. 731 

1 

ken , in omgekeerde reeden der 
vierkanten van de afïianden FS. 
Binnen de oppervlakte Mot, is 'er 
geen aantrekking in O. Derhalven 
zal dat punt de beweeging verhaas- 
ten tot M,en zal door Mot gevoerd 
worden met eene gelykvormige fnel- 
heid , die het verkreegen heeft in 
M ; voorts zal het met eene ver- 
traagde beweeging door F ms gaan- 
de, tot Fj- = FS geraaken. Laat 
men zig nu verbeelden , dat de ftraal 
der kloot vermindert , tot hy veran- 
dert is in het punt F. Dan zal het aan- 
getrokkene punt in F , in omgekeer- 
de reeden der vierkante der Afftan- 
den moeten verder voortgaan als F." 
De Heer Boscovich heeft die Theorie 
van Newton verkeerd op dit ons on- 
derwerp werkfteUig willen maaken , 
want in dit geval moet men niet op de 
aantrekking der punten van de opper- 
vlakte , maar op de aantrekking van het 
Middelpunt zelfs letten. Maar New- 
ton heeft beweezen , Boek I. Prop. 73, 
dat een Lighaam binnen een kloot aan- 
getrokken word door een evenreedige 
kracht met zyn afftand des Middel- 
punts , offchoon 'er afneeraende krach- 
ten 



c ?32 VcVi de beweeging eenes Ligimams 

ten in vierkante reeden der afftanden 
zig in alle de punten der kloot uitf trek- 
ken. Valfeh is het derhalven dat het 
,Lighaam O door M/« met een gelyk- 
vormige beweeging word gevoert. Zelfs 
ïtryd dat verzintfel van Boscovich 
met zyn eigen gronden. Immers hoe 
zoude men zig kunnen verbeelden , 
dat , daar de punten der kloot zaamen 
loopen met het Middelpunt F , het 
Lighaam O binnen de klootspuntcn 
gefteld , door eene gelykvormige kragt 
zoude gedreeven kunnen worden ? 
Men ziet licht , dat dit toegeflemd 
zynde de teegenwerping vervallen 
moet. Doch wat is het nodig, dat ik 
my langer ophoude met dien Boscovich 
teegen te gaan , terwyl by de gantfche 
geleerde wereld zyne liefhebbery voor 
fterke en wonderbaare veronderflellin- 
gen feedert een geruimen tyd bekend 
is , en een doorflaande bewys hier- 
van zyn Tra&atus de Lumme uitlee- 
vert. De Heer Euler wyft zonne- 
klaar aan , in de oplosfïng van een 
Vraagftük , weegens de kromme lyn 
door Middelpunts-trekkende kracht, 
befchreeven , in afneemende reeden der 
vierkante van de Afftanden; hoe en 

op 



in 'het ' Aant'rékltihgsmidMpunt. 733 

op wat maniere de beweeging in de El- 
hpfis tot eene rechtlynige beweeging 
kan gebracht worden : indien een Lig- 
haam of geene meedegedeelde fnelheid 
heeft, of indien de hoek der fnelheids- 
• neiging , met den voerftraal (Radius 
ve&or) zelf is ('t geen te haaien is uit 
het §. 656. van Eulers Mechanica , 
Hellende ƒ=<?), in dat geval zal zou 
een Lighaam niet. meerder m een EUip- 
fis, maar in een rechte lyn bewoogen 
worden. 

§. 9. In de verplaats-kunde (Phoro- 
nömid) is beweezen ? dat een Lighaam , 
het- welk een Logarithmifche lpiraale 
befchryft , door het Middelpunt aan- 
getrokken word in omgekeerde teer- 
lings-reeden der Afflanden, (in welk 
geval n = 3 is ) en dat het zelve tot 
in het Middelpunt naar een bepaalden 
tyd, fchoon naa oneindige omkeerin- 
gen zal geraaken (c). Maar als nu dat 
Lighaam in dat Middelpunt gekoomen 
is , zal het daar nergens meer gevon- 
den worden (d) , wyl de afflanden ver- 
volgens onmoogelyk (imaginaria) wor- 
den (d). Doch de hoogte of de af- 

ft'and, 

(O Ibidem §. 67$-. (d) §. 676. (O §. 671. 



734 Van de heweeging eenes Lighaams 

ftand , welke de fnelheid in alle punten 
der Logarithmifche Spiraale bepaald, 
is oneindig (e) , het welk in de regtly- 
nige beweeging , die wy befchouwen , 
geen plaats hebben kan, en bygevolg 
doet het gemelde verfchynfel in 't min- 
fte niets teegen ons. Behalven dat , is 
de fnelheid in de Logarithmifche Spi- 
raale Cf) in omgekeerde vierkantige 
reeden der afftanden; bygevolg zal zy 
in het Middelpunt zelfs oneindig wee- 
zen , en dus zal de afftand moeten af- 
neemen , indien men verdere bewee- 
ging begeere , het geene teegen de na- 
tuur van de Spiraallyne aanloopt. Ja 
de afftand i die de fnelheid in het cir- 
kel bepaald, is meede oneindig (g), 
doch de fnelheid zelfs is onverander- 
lyk. Om alle moeilykheeden * voorts 
uit den weg te neemen * wyzen wy op 
Newtons , 3 Coroll. Prop. 4 1 , alwaar 
hy beweezen heeft, dat een Lighaam 
volgens dezelve kragts-onderftelling 
gedreeven wordende , naar 't Middel- 
punt daald, wanneer de fnelheid der 

wer- 

M §• 672. (ƒ) §. 671. 

(g ) Zie Newtoni principia cum Comment. per- 
pecuo Ie Seur & Jaquer Tom. I., pag. 326. 



hi liet Aantrékkingsmïddelpunt. 735 

werping (proje&io) eindig is. En de 
hieruit befchreevene doorlopene lyn , 
(Traje&oria) wordende door middel 
van de uit het Middelpunt der Hyper- 
bok genoomene Ahfcijjen bepaald , blykt 
het zonneklaar , dat een Lighaam ver- 
der als het Middelpunt zyn loop voort 
kan zetten. Zie §. 7. Cor. 3, 

§. 10. Naa dat my was gebleeken, 
dat men uit de Figuur en den loop 
der doorloopene kromme lynen de 
regtlynige beweeging kon verftaan, 
begaf ik my tot een nauwkeurig onder- 
zoek van de natuur der kromme lynen , 
welke door een Middelpunts-trekken- 
de kracht van een Lighaam befchree- 
ven worden , volgens de 75 en 83 fchoo^ 
ne Vraagflukken van Eulers Mecha- 
nica. Buiten de gevallen , daar n~ — 2 
kunnen de ftelkunftige kromme lynen 
in een algemeen geval niet wel ver- 
toont worden ; fchoon rnen dezelve 
onder zeekere bepaaling wel vinden 
kan. Een byzonder geval is 'er, waar- 
in ftelkunftige kromme lynen befchree- 
yen worden , in alle onderftelling van 
in omgekeerde vermeenigvuldigde ree- 
den der afftanden werkende krachten ; 
doch hier behoort de afftand , die de 

] fnel- 



73^ Van de beiveeging eenes Lighaamf 

fnelheeden bepaald, oneindig te wee- 
zen. De groote Euler heeft volgens 
die onderftelling gevonden , dat de 
door de Middelpunts-kracht , (in om- 
gekeerde , vier dubbelde , vyf dubbelde, 
zes dubbelde reeden van de afïlanden 
werkende) befchreevene kromme ïy- 
nen een Aantrekkings-middelpunt in 
haar omtrek zelf hebben : welke by- 
zondere eigenfehap diergelyke krom- 
men lynen toekomt, wanneer de Mid- 
delpunts-trekkende kracht in grooter 
dan in omgekeerde tcerlings reeden is ; 
gelyk by my naader in 't vervolg be- 
weezen zal worden , als meede aange- 
toont , wat tot de regtlynige bewee- 
ging gebruikelyk zyn kan , uit de be- 
weeging, eens Lighaams in eene krom- 
me lyn , welks Kragts-middeïpunt in 
den omtrek is. De beroemde Simp- 
son heeft aangemerkt , dat men in twee 
gevallen , (tf) in welke de Middel- 
punts-trekkende kracht in omgekeerde 
drie- en vyfdubbelde reeden der afftan- 
den is , kromme lynen vond , doch 
zyn het geene Algebraifche lynen 
{tianfeendentcsy In het eerfte geval , 

dat 

(a) Treatife of Fluxions p. 264. Vol. I. 



in het AantreWmgsmldddpimU 7.3^ 

dat Euler opgelofl heeft, hangt de 
conftrucüe van de doorloopene lyii 
af, of van de Quadratuur der Hyper- 
lol of van de Re&ificatk der Eïïtpfis (£). 
In het tweede geval word de kromme 
lyn dus gevonden \ want volgens de 
oplosfing van Simpson, zal n = — 5 
weezen; en dus zal de vergelyking , die 
de kromme lynen bepaalen , deeze wor- 
den, abpdx 

]/ p* — £. x* — p 2 b* x a +_a4 WelKC 

x- = t, gefield zyude de volgende ge- 
daante aannemen, abpdt 

. , i 

welker Integmak van de Re&ïficatte der 
Ellipfis en der Hyperbool afhangt (c)* 
Doch op dezelve maniere worden ver- 
fcheide kromme lynen , maar die niet 
Algebraifche zyn , in diergelyke onder- 
Itellinge van Middelpunts-tfekkendc 
krachten gevonden , vooral als n een 
oneven getal is. Zy n == — 7 , en men 

zal 



CM Scientia mötds: §. 671. Caf. III. IV. 
(c) Traite du calcul integral. Par^ M, Bougain- 
ville, pag. 208. Vol. I. 

VlDeds>2.ftuh Bbb 



733 Van de beweeging eenes Lighaams 
zal krygen abpxdx 



V p — f. x 6 — p*b*x+ +. a 6 , 

3 

welke vergelyking van het Hellen van 
x n - = t , in de volgende verandert 
\abpd.t 

j^^IS^^^^ + «f * welker In ~ 

3 

tegraak afhangt van de Re&ifïcatie der 
keegelfneede en van de Quadratuur 
eener kromme lyn van de derde or- 
dre (</). . 

§. ii. Laat ons tot het tweede deel 
des eerften Vraagftuks overgaan, waarin 
wy bepaalen zullen de regtlynige ry- 
zing en daaling eenes Lighaams > het 
welke van 't Kragts -middelpunt in ver- 
menigvuldigde reeden Qdire&a multipli- 
cata) der afftanden aangetrokken word. 
De Exponent der afftanden zy = m dan 
zal volgens (§. 3.) a m : b =x m :y weezen, 
waaruit bx m — a m y. Het blykt dat de 
kromme lyn BFGC van het Paraboïi- 
fche geflagt is ; haar Asfe is HC. Hierom 
komt ÜQ/Lrea EGC—fb x '» dx — bx m +\ 

X' = a zynde , verkrygen wy de Area 

DIC 

00 Ibidem pag. 246. 



in het AantrekkingsfHiddélpuni. . 739 
D I C = i&tf , by gevolg de Area 

m-\-i 

DEFG = ba — J j&»+.i. Dus vin* 



j»+i 



den wy als boven de fnelheid eens 

daalenden Lighaams , 

. , 

v = V er + ib a — 2##nH-i (A) en 

^~ hI in+i.a m 
de fnelheid eens ryZenden Lighaams, 

v = tf-tf* + ifg — 2g#^4-i (BJ» 

Voorts de fnelheid eens Lighaams $ 
't welk door Middelpunts-vliedende 
kracht terug geftooten word* 

v = y qt. — 2 fg .+ 2g#»+i (C.) 

(§. 6). Laat ons om de beweeging eens 
Lighaams , 't welk tot het Middelpunt 
gekoomen is, naa te fpooren, fteïlen 
x ' = o, dan zullen wy 

1) De fnelheid, die het in 't Middel* 

punt heeft , vinden te zyn , = V c a + 2 b a> 

m-' r I 

welke fnelheid eindig is: Maar in 't 
Middelpunt zelf nu verdwynt de aan- 
trekkende kragt. Bygevolg komt dat 
Bbb 2 Lig- 



740 Van êe heweeg'mg eenes Lighaams 

Lighaam in 't Kragts-middelpunt geert 
hinder teegen , dat het beletten kan , 
zyn loop naar zyn lyding buiten het 
Middelpunt te vervolgen. 

2) Uit de Natuure der kromme lyn 
BFEkan men. op dezelve maniere, als 
boven , (§. 7.) de beweeging eens Lig- 
haams bepaalen. m een oneven getal 
zynde (e) , zal de kromme lyn negatife 
Coördinaten hebben, welker takken BC, 
CN ons de 4 de Figuur opgeeft, m een 
even getal zynde , zal de kromme lyn 
negatife abfcijjen en pofitife ordinaten heb- 
ben ( ƒ) , welkers takken BC, CN 
ons de 5 d - Figuur weeder aanwyft. 
Wyl de tak BFC in deeze twee geval- 
len wel beneeden het Middelpunt 
daalt, doch niet weer opklimt, en dus 
nimmer een punt (Cuspis) uitmaakt , 
blykt het klaar, dat het Lighaam nooit 
van het Middelpunt weeder tot A te rag 
kan keeren. 

3°) De fnelheid eens teruggeftooten 
Lighaams in 't Middelpunt word uit de 
vergelyking C , gelyk geworden aan 

V c* __ 2 ƒ*£ Dus is het dan noodzaa- 
"+■' . ke- 

(O Analyfe des Cöurbes par M. Cramer. pag. 
ü8. I. 

(f) Ibidem pag. 229. h 



in het Aantrekkingsmiddelpunt. 741 
k-elyk dat c* > ^fg_ zy , want zynde 

W2+I 

c* — 2 fg zoude 'er in 't Middelpunt 

in+ï 

geen fnelheid weezen , en dus zoude 
het Lighaam nooit uit het Middelpunt 
geraaken , wyl daar geen terugftoo- 
tende kragt gevonden zoude worden. 

'4) Gevolgelyk is het, dat een Lig- 
haam nooit zonder meedegedeelde 
fnelheid uit het Middelpunt zal koo- 
men, want x = o zynde, zal v = V — ifg, 

m-f- 1 

welk een onmoogelyke grootheid is. 
Of dus kan men 't ook uitdrukken , 
zeggende , dat de beweeging onmoogelyk 
is van een Lighaam , wanneer die uit een 
ierugflootende kragt (vis repulfiva) in 
vermeenigvuldigde reeden der af/landen 
voortkoomt , en zonder meedegedeelde fnel- 
heid. 
.5) Indien de Expnent m een gebroo- 

ken getal X is? zal de vergelyking der 

q 
kromme lynen BFGC zyn, bixP—afg?. 
Wat gelaaten p en q ook zyn moogen, 
't zy even of oneven, zal het Lighaam 
evenwel buiten het Middelpunt in be- 
weeging blyven , wyl de takken der 
Bbb 3 krom- 



742 Van de beweeging eenes Lighaams 

kromme lyii niet opklimmen ; behal- 
ven in 't geval dat p oneven en q even 
is, * De kromme lyn zal dan een punt 
G Cgf hebben , en hier door fchynt 
het Lighaam van 't Middelpunt af te 
wyken , om wille van den klimmenden 
tak Cgf. Doch m de punt (Cuspis) 
word de wet van 't geduurig voort- 
gaande (lex continukatis) ,van welke al- 
le beweeging afhangt , o vertreeden ; 
waarom wy dit dan een twyfelagtig ge- 
val oordeelen te zyn , van diergelykcn 
geval hebben wy meede §. ?. Cor. 3. ge- 
wag gemaakt. 

§, 1 2. Men kan de regtlynige bewee- 
ging van een Lighaam dat door eene 
kromlynige beweeging in 't Kragts- 
middelpunt gekoomen is , maar in een 
enkel geval nafpooren ; naamentlyk, 
wanneer de aantrekkende kragt in ree- 
den der afftanden aangroeit. Want de 
kromme lynen , voortkoomende uit de 
onderftellingen der krachten , die in 
reeden der vierkanten en hooger mag- 
een der afflanden werken, hangen niet 
; van de keegelfneeden , maer van 
kromme lynen van hooger ordens af. 
Jaa onmoogelyk is het , dat 'er in dee- 

ze 



in het Aantrelhlngsmlddelpunt. 743 

ze veronderftelling een beweeging koo- 
me , dewyl 'er onmooglyke groothee- 
den voortkoomen , wanneer de afftand, 
die de fnelheid bepaald, oneindig is; 
gelyk aan ieder, die het 53. Vraagftük 
van Eulers Mechanica inziet, blyken 
zal. Het is valt by de Meetkunfte- 
naars , dat een Lïghaam om het Cir- 
kels- of Ellipfis -middelpunt bewoogen 
zynde , door het Middelpunt in reeden 
der afftanden aangetrokken word (a). 
Men maake dan , dat de wydte de Cir- 
kels of Ellipfis zoo vermindere , dat de 
omtrek eindelyk met de Afle zaamen 
valle, en dan zal men klaar zien dat 
liet Lighaam buiten het Middelpunt C 
in een regte lyn zyne beweeging voort 
zal zetten (§. 1 1> Cor. 2). Voorts is 
het ook niemand onbekend , dat de 
omloops-tyden om hetzelve Middel- 
punt in alle Cirkelen en Ellipfen ge- 
fchiedende gelyk groot zyn Q\ Nog 
befchryft een Lighaam den Quadrant 
van een Ellipfis of van een Cirkel in de- 
zelve tyd , als het noodig heeft om 
(in de halve Afle of ftr'aal vallende) 
tot het Middelpunt te koomen (c> 
Bbb 4 Jaa 

(a) Newtoni Principia. Prop. X. Lib. I. 

(b) Ibidem Prop. X. Cor. 2. 

(c) Ibidem Prop. 38. Cor. v 



744 Van de hemeghg eenes Lighaams- 

Jaa alle de tyden zyn gelyk , welke de 
Lighaamen noodig hebben om van wat 
plaats men wil tot in het Middelpunt 
te vallen ; en gevolgelyk zullen twee 
Lighaamen uit dezelve Apfis loopende, 
en 't een een Ellipfis , 't ander de Affe 
doorloopende , op een zelfden tyd 
aan de onderfte Apfis aankoomen. 

§. 13. De Heer Varignon , die 
aan de verplaatskunde (Phoronomia)veel 
licht heeft bygezet, heeft verfcheide- 
ne ©nderftellingen , omtrent de veran- 
derende beweegingen (motus variati') 
uitgedacht (d) , welke ik niet zonder 
verdriet en moeite heb onderzogt , om 
daar uit werkende kragten te vinden , 
welke ik egter niet befpeurt hebbe 
in vermeenigvuldigde reeden der af- 
ftanden te zyn , maar meeft tranfeeii- 
dentaal Fun&ien der Afftanden zeer 
duifter en verre te zoeken ; dus heb 
ik geene vrugten van mynen arbeid daar 
omtrent gezien. 

§, 14. De gevolgen , die wy uit dee- 
ze grondbeginfelen trekken , zyn zeer 
verschillende , van de oplosfing des ge- 
leerden Simpsons (e). Wy zyn waar- 

lyk 

(d) Memoires da PAcademïe des Sciences de 
Paris 1707. edit. Amftel. pag. 283» feq. 
(je) Treatife of Fiuxions §. 246, 247. 



in het Aanmffimgsmlddelpint. 745 

lyk verwondert over de dwaaling van 
dien Êngelfchen Wiskonftenaar , die 
(om wat reeden is ons onbekend) de 
ihelheid der kromlynige beweeging 
voor die der regtlynige genoomen 
heeft. Men zie in §. 221. en §.242. 
deformulen, met welke hy die fnelhee- 
den uitdrukt , en men zal bevinden, 
dat de fnelheeden der regtlynige en 
kromlynige beweeging zeer onder- 
fcheiden zyn. En de redeneerkunde 
leert ook altewei , dat goede gevolgen 
by geen moogelykheid uit een valfche 
en onwaare voorgaande ftelling kun- 
nen worden getrokken en afgeleid. 

NASCHRIFT." 

Na flat mvne Verhandeling tot op blafte. 736 afge- 
drukt was, ontdekte ik , dat de vergelykihg , door 
welke Simpson de fnelheid eens ryzenden Lighaams 
bepaald heeft , tot de terugftootendc kracht (vis re- 
pilfiva), betrekkelyk is, on niet tot de aantrekkende 
kracht , gelyk ik het gemeent hadde , §• 3. ook 
komt zyne vergelyking volkoomen overeen met die 
ik §. 6. gevonden hebbe. Het is zeer moeilyk in 
Simpsons oplosflng te onderfcheiden het daalën en ry- 
zen , veroorzaakt doordeaantrekkings-kracht vanhet 
ryzen, gewrocht door de terngftootende kracht. Ik 
vleye my , dat ik dit Vraagftuk in veele ftukken op- 
geheldert hebbe. Nog zal ik den Leezer van Simpsons 
Fluxien-Reekening waarfchouwen , dat zy in §. 221, 
yoor het ryzen a < x x en voor het daalen a > x 
onderftellen moeten.' De reedenen daarvan blykcn 
uit myne oplosfing §. 3 en 11. 

,f. F. HE N N ER T. 

Bbb 5 r VER- 



?4<S Over de BEKLEEDSELEN 
VERHANDELING 

OVER DE 

BEKLEEDSELEN 

VAN DE 

HUID der DIEREN 

IN 't algemeen, en byzonder over de 

SCHUBBEN der VISSEN; 

DOOR. 

JOB B A ST E R.. 

In Unaquaque Planta, in unoquoque QAmmali 
Pifce , &?) Infe&o, fingulare aliquod obfer- 
vaturi fumus amficium, quod in aliis corpo- 
ribus non invenimus , & ad quod attendere 
in gloriara furami Creatoris debemus. Ged- 
ner in DiJJertatione cui Bono. In Linnei 
Amoenit. tom. III. pag. 252. 

Wanneer men met vereifchte op- 
merking nagaat , het verfchil- 
lend maakfel en famenftel van de Huid 

der 



van de HUID bek DIEREN. 747 

der Dieren 9 en de verfcheide dekfe- 
len vanHayr, Wol, Veeren, Schub- 
ben enz. daar dezelve mede bekleed 
is , en die elk haare byzondere nuttig- 
heden hebben voor het Menfchdom, 
zoo moet men met een eerbiedige 
dankbaarheid de Voorzienige Alwee- 
tenheid van den Almagtigen Schepper 
erkennen. 

De Menfch alleen word naakt ge- 
b o oren , en alle andere Dieren koo- 
men gekleed ter weereld. Plinius (a) 
klaagt daar over , als hy zegt ; Men 
kan niet ligt beftijfen of de Natuur den 
Menfch een goede dan een kwaade , een 
milde dan een ftrenge Stiefmoeder geweeft 
is, omdat de Menfch onder alle Schep felen, 
alleen met de rykdommen van anderen be- 
kleed is : Daar en tegen heft zy alle an- 
dere dieren , met menigerlei foorten van 
kleederen voorzien, met Schulpen nament- 
lyk , met Scha alen , Doornen, Huiden, 
Bont, Maanen, Veeren, Hayren, Vel- 
len : De Stammen en Boomen zelfs , heeft 
zy tegen koude , nu met een , dan wederom 
met twee haften en fchorfen bewaart : maar 
den Menfch alleen, heeft zy naakt en bloot 

op 

(a) Hift. Nat. Lib. VII. in Inkio. 



748 Over t>E BEKLEEDSELEN 

op het aardry k gehragt, en hem van zyn, 
gehorte- uur af aan , aan het kryten en 
jchmjen overgegeven , terwyl 'er onder- 
tufjchen geen een Dier is , uit zoo veeler- 
lei foorten , dat al krytende ter weereli 
komt. 

Maar uit deze ongegronde klagten 
van Plinius, blykt zelfs de wyze 
en goede Voorzienigheid Gods , en 
de zorge, die Hy voor zyne Schepfe- 
len heeft : want de Dieren , die van Ver- 
itand en Reeden ontbloot, geen ver- 
mogens bezitten , om voor zig gewaa- 
den uit te vinden ofte bereiden, koo- 
men alle gekleed ter weereld : de 
Menfch daar en tegen is met Reeden 
begaaft, door welke hy zig zelfs kan 
helpen , en die hem gedagten ingeeft , 
om die dingen te verzinnen , die zy- 
ne handen kunnen verrigten : hy vind 
in de Vagten en Wolle der Dieren , 
en in verfcheide foorten van Boomen 
en Gewaffen een Stoffe , om zig daar 
uit alle fooft van kleederen te vervaar- 
digen , en heeft derhalven geen nadeel 
daar van dat hy naakt, met een zagt 
vel, gebooren word. GOD geeft aan 
hem de verkiezing van zyn kleederen , 
na " zyn zindelykheid , zoo wel tot 

warm- 



van de HUID der DIEREN. 749 

warmte , als tot Cieraad, hoewel de 
hovaardy daar dikwils een kwaad ge- 
bruik van maakt (¥) , doch by de die- 
ren is de kleeding altyd een en dezelf- 
de: als een viervoetig dier 's morgens 
wakker word , fchud het zyn vel , en 
een Vogel zyne pluimen uit , en op 
het zelfde oogenblik zyn zy gekleed. 
By fommige viervoetige Dieren is 
de Huid met Hayr bekleed , 't welk 
den Menfch tot oneindig veele nuttig- 
.heeden flrekt : de VofTen , Sabels , 
Hermelynen , Wezels enz. in Sibe- 
rien , en andere Noordfe Landen , 
verfchaffen ons de koftelykfte pelte- 
ryen. Het Kerneis- (bb) Geiten- en 
Harte-hayr, op verfcheide wyzen ge- 
fponnen en geweeven , leevert allerhan- 
de 

(b") L'Homme fuperbe croit, qu'etant decoré 
de la peau des bêces, il a droit de meprifer fes 
freres, qui ne font egalement vêtus, & 1'homme 
fage, ne voit dans une pareilje decoration, qu'u- 
ne jufte raifon de s'humilier. Qui des deux penfe 
Ie plus fenfement? Caraccioli la jouiffance de foi 
même. pag. 310. 

(bb) Het zoogenoemde Kemels-hayr, is eigent- 
lyk geen hayr van een Kameel , # maar van een 
foortvan Bok, wiens hayr zoo lang i's, dat het tot op 
de voeten hangt : genoemt Hircus fïve Capra 
Angoljensis cornibus corinatis orcuatis. Linn, Sylh 
Nat, Gen. 31. N°. 1. 



750 Over de BEKLEEDSELEN 

de foorten van ftoffen (c). Het hayr 
van Paarden , Gemzen en Bokken , als 
ook dat van Haazen , Konynen en nog 
beter dat van de Caftoor , geeft ons 
tweederlei hoofd-dekfel > paruiken en 
hoeden (dy 

Andere Dieren hebben hunne huid 
met Wol bekleed, gelyk de Schaapen, 
welke na het voedfel dier Dieren en 
het Land , waar in zy leeven , zeer 
verfcheelend in zagtheid en deugd is , 
doch dus ook door zyne verfcheident- 
heid een oneindig verfcheelend foort 
van Lakenen , en alderhande wolle 
ftoffen uitleevert. 

Een derde foort van Dieren , heeft 
op zyn huid nog hayr nog wol , maar 
is bedekt met een enkeld Schild, ge- 
lyk de Crocodil en Schildpad , waar 
van wy het Carret hebben; of met ver- 
fcheide Schilden , die met vliezen aan 
een gehegi > op en over malkander 

Hui- 



(c) Gejyk zulks ten cyde van Mofes al fchynt 
bekend geweeft te zyn , "als blykt in de bouwinge 
des Tabernakels. Zie Exod. X'XV. 4, 5". XXXV. 
6., en meer andere plaatfen. 

Qd~) Alle Hayr , dat ik ooit van Dieren waarge- 
nomen heb, is rond, behalven dat van de knevels 
van een Zce-hond, Tab. fig. III. 



van de HUID der DIEREN. 751 

fluiten en beweegen , en zoo hard zyn , 
dat een kogel daar op afftuit, als by 
den Rhinoceros , en de Armadillen Da- 
fypus en Manis. 

By een vierde foort van viervoetige 
Dieren is de huid bezet met fcherpe 
ftekels en pennen , die aan haar voor 
wapenen en tot befcherming dienen, 
als by den Egel en de Stekel- Varkens ; 
doch welke pennen ook voor den 
Menfch eenige nuttigheid hebben, ge- 
lyk die geene weeten, die, gaarne mee 
den hengel vilTen. 

De huid zelfs van veele Dieren, in- 
zonderheid van OfTen, Koeijen, Buf- 
fels, Schaapen, Bokken, Harten, Hon- 
den enz. van het hayr gezuivert , en 
tot leeder of zeem bereid , is van zoo 
meenigvuldig gebruik en nuttigheid, dat, 
behalven dat het ons Laarfen en Schoe- 
nen verfchaft , zeer weinig ambagten 
zyn, die zulks niet op de eene of de 
andere wyze noodig hebben. 

De Vogelen zyn bekleed met Vee- 
ren , die elk na zynen aard , mede zeer 
verfcheelend heeft, en van byzondere 
nuttigheid zyn voor het Menfchdom. 
De Wat er- vogels verfchaffen de plui- 
men en het dons voor onze bedden , 

ter- 



752 Over de BEKLEEDSELEN 

terwyl de Pauw en Struisveeren tot 
veelerhande cieraad gebruikt worden. 

Wonderlyk is het ( maakfel van een 
veer of pluim ; de fchafi of het onder- 
fte gedeelte van de veer is een ftyve 
dunne holle cylinder waar door zy te 
gelyk fterk en ligt is ; na booven is zy 
met een foort van merg vervult , 't welk 
haar zeer buigzaam en taai doet zyn. 
Hoe nuttig zyn ons , inzonderheid om 
te fchry ven , de Ganze en Zwaan e- Schaf- 
ten terwyl die van Kraaijen en Ravens 
haar gebruik hebben in het maken van 
Clavecimbels en diergelyke Muziek- 
inftrumenten. 

De Baard of Pluim der veeren , is 
aan de eene zyde breed en aan de an- 
dere zyde fmal , 't welk zeer veel diend 
tot de voortgaande beweeging der Vo- 
gelen : dezelve is zamengeftelt uit an- 
dere zeer dunne en ftyve veertjes, met 
een fchaftje in de midden, die los, maar 
zeer digt tegen elkander aanleggen. * 
Nog wonderlyker is het dons , waar 
aan de veertjes verder van malkander 
leggen , dun , rond als hairtjes zyn , en 
op een geregelden afftand ronde of lang- 

wer- 

* PI XVI. fig. i. A, 



van de HUID der DIEREN. 75$ 

werpige knobbeltjes hebben; gelyk dit 
alles zeer aangenaam is, om door het 
Microscoop befehouwt te worden. * 
Ik zwyge van de zeer cieriyke en 
met vlakken en fïreepen van verfehei-? 
de kleuren gefchilderde huid der Slan- 
gen , Kapellen , Infe&en , Hoorn- en 
Schelp-Villen : fchoon ik misfchien niet 
qualyk zoude doen met te zeggen : Dat 
Salomon in alle zyne heerlykheid niet is 
bekleed geweeft , als een van deeze (d). 
En bepaale my in deze Verhandeling 
tot een onderzoek over de verfchillen^ 
de huid der VifTen , en de verfcheide 
foorten van Schubben , daar eenige 
derzelve mede bekleed zyn. 

De Huid der VifTen is, i°. of glad 
en effen als leer, 2°. of met ftekels en 
knobbels , 3 . of met fchubben ge* 
dekt. 

Eene effene en gladde huid hebben 
alle VifTen , die tot het geflagt der Wal- 
viflen behooren , en fommige kraak- 
beenige VifTen , als de Prtk of Ne^ 
gen-oog, en de Hufo, van wiens graa- 
ten het Vislym gekookt , en van 

wiens ( 

* Fig 1. B. C. 

(d) Mach. Euang. Kap. VI. v. 29. 

VLDeds,2.ftuk. Ccc - 



754 Over de BEKLEEDSELEN 

wiens vel een foort van leeder gemaakt 
word. 

De huid der Sauat'ma een foort van 
Hay , word in de Oofterfe landen tot 
Sagryn-her bereid , en de fraaifte houte 
kisjes , kokertjes, fabel- fcheeden enz. 
daar mede bekleed. 

De taaije huid van Aaien en Palin- 
gen , geeft de fterkfte banden voor de 
dors-vlegels. 

De Hiftria of Guajara , dtHiflrix met 
zeer lange ft ekeis , de Orbis muricatus, de 
Lophius major monoceros loricatus & tu- 
berculatus, de Cattorynchus , Maflacem- 
belus, Gafterofteus , en fommige Roggen 
hebben hunne huid veel of weinig met 
fcharpe flekels bezet : en de Lomp , de 
Steur y de Cychpterus , eenige Lophii en 
Pkurvne&a met harde knobbels (e). 

De huid der Haijen, waar mede de 
fchryn werkers hun werk zoo glad po- 
lyften, is ook met zeer kleine, doch 
zeer digt naaft elkander flaande ftekel- 
tjes bezet, * die als met een worteltje 

of 

(e) De afbeelding en uitvoerige befchryving 
dezer ViATen kan men zien en leezen by Ronde- 
let , ARTEDI , WlLLOUGBY, JONHSTON, GRONO- 

vius, enz. 
* Fig. II. a. A. 



VAN de HUID der DIEREN. 755 

of met een voetje in het vel vaft , * en 
door een Microscoop bezien , zeer by- 
zonder van maakfel zyn. 

By de meefte andere Viffen is de 
Huid (eè) bedekt met Schubben , die 
in een geregelde ordre op malkan dei- 
leggen en fluiten (f) en als van een 
hoorn of kraakbeenagtige zelfftandig- 
heid zyn. Wanneer deze Schubben 
met een opmerkend oog door het Mi- 
croscoop , en inzonderheid door het 
Zonn e-microscoop befchouwd worden, 
geeven ons dezelve veel {toffe tot ver- 
wondering : alzoo elke Vis Schubben 
van een byzondere gedaante heeft als 
uit bygevoegde afbeeldingen blyken 
kan , zynde fommige langwerpig , 
fommige rond , drie en vierkantig , 

eeni- 
* B. c. 

(ee~) Be Spiegel-karper , heeft volgens de af- 
beelding, die de Graaf de Marsigli Hifi. de Da- 
nube. torn. 1^. daar van geefc, aan wederzyde van 
het lyf twee ruime plekken daar nooit geenSchub- 
bens op zyn. 't Welk zeer byzonder is, * ■ 

(ƒ ) Ik behoeve hier niet te zeggen , dat de 
Jooden volgens het Goddelyk gebod Levitic. XI. 
v. 9, 10. geen Vis mogten eeten, als die Vinnen 
en Schubben heeft. En dat de Romeinen ook an- 
ders geen Vis mogten offeren : Numa conflituit, 
ut pi/ces qui Squatnmofi non effent ne pollucerent. 
Plin. Lib. 32. Cap. 2.). Alzóo zulks genoeg be- 
kent is. 

Ccc 2 



756 Over de BEKLEEDSELEN 

eenige glad,andere metStekeltjes en diepe 
groeven voorzien. De Schubben van 
den rug , van de zyden, en van den buik 
zyn in elke Vis , ook altyd niet van 
het zelfde fatfoen: De geene, die ik 
nebbe laten afteekenen , zyn meelt al- 
le genoomen , van de zyden , digt by 
de rug. 

Het getal der Schubben , is na el- 
ke foort van Vis ook zeer verfcheide, 
zynde zy by 't eene foort zeer digt 
op een als by de Voorn en Snoek, 
en in tegendeel by Aal en Paaling , zeer 
ydel van elkander leggende: een Kar- 
per heeft zoo als de Heer Richter ( g) 
zegt 6 , ooo Schubben , een Snoek 
9,000, een Voorn 10,000, en een 
Zand-baars wel 20 , 000. 

Zy dienen voornamentlyk om het 
zagte vlees der Villen, voor ftooten 
en quetfen te befchermen , en te ma- • 
ken, dat het door de altoos duuren- 
de weeking in 't water, niet te flap en 
zagt worde. 

Leeuwenhoek is van gedagten (K) , 

't 

(£) Ichtyotheologie. pag. 110. Alwaar het ge- 
tal der Schubben van nog verfcheide ViiTen , door 
zyB E. getelt, opgenoemd word. 

(b) Zevende vervolg van brieven. 22, Mey 1716. 



van de HUID der DIEREN. 757 

't welk ook waar is , dat deze Schub- 
ben yder Jaar niet veranderen , gelyk 
het hayr by de viervoetige Dieren , 
en de veeren in den ruityd by de Vo- 
gels : maar dat 'er alle Jaar eene dun- 
ne nieuwe Schub over de voorgaande 
heen groeid , en zig na alle kanten bui- 
ten de randen van de voorige uitbreid, 
na mate dat de Vis grooter word: 
eenigzins op dezelfde manier, als het 
hout der booraen s'Jaarlyk vergroot 
en dikker word, door de byvoeging 
van eenen nieuwen kring aan den balt, 
en gelyk men den ouderdom van den 
boom kan weeten , door het getal der 
kringen, waar uit de ftam beftaat, zoo 
geeft het getal der plaatjes , waar uit 
de Schubben beftaan , ons ook den 
ouderdom van den Vis te kennen : hy 
nam eenige Schubben van een onge- 
meen grooten Karper (421 duim lang en 
33£ duim Rhynlandfe maat in de rond- 
te) welke zoo groot waren als een 
daalder. Deze weekte hy in warm wa- 
ter , en fneed die toen over dwars 
door , beginnende met het eerft ge- 
maakte in het middelpunt , dat een 
zeer klein Schubbetje was geweeft , en 
onderfcheide door zyn Microfcoop 
Ccc 3 dui- 



753 Over de BEKLEEDSELEN 

duidelyk veertig plaatjes of Schubbe- 
tjes , die als op malkander gelymt wa- 
ren , waaruit hy befloot, dat de Vis 
veertig Jaaren oud was. 

Alle gefchubde Vis , is min of meer 
bedekt met een foort van flym , waar 
onder een vlies legt , 't welk het ge- 
heele lighaam van den Vis bekleed , en 
de Schubben , die daar onmiddelyk 
onder leggen , op haar plaats houd : zoo 
dat de Vis , zonder uiterlyk geweld 
deze Schubben niet kan kwyt raken 
of s' Jaarlyks verwiffelen : doch zoo hy 
door eenig ongeluk eenige weinige 
Schubben kwyt raakt, koomen ande- 
re wel wederom in plaats , doch zoo het 
verlies te groot is, llerft dikwils de 
Vis daar van. 

Dit bovengemelde vlies geeft de 
kouleur aan de Vis , (want de Schub- 
ben van alle Villen zyn, fchoon ge- 
maakt zynde , wit of parelkleurig) ge- 
lyk zulks overtuigend blykt aan de 
ongemeen fraaye Chineefche Goud en 
Zilver Visjes , die maar het derde Jaar 
hunnen fchitterenden glans verk^gen, 
en fomtyds van Goud Zilver worden , 
het welk van langzamer hand gefchied; 
in welken tyd zy dan Goud metZilvere 

plek- 



van de HUID der DIEREN. 759 

plekken of Zilver met Goude plekken 
zyn , dat de verbeelding te boven gaan- 
de , fraai ftaat (f). 

De Schubben der Viflen met een 
Microscoop bezien , toonen veel over 
eenkomft te hebben met de Schulpen 
der Schulp-Viflen (£). Zy zyn voor- 
namentlyk op dat gedeelte dat buiten 
de daar onmiddelyk opleggende Schub-, 
be uitfteekt , vol zeer kleine , in de 
rondte loopende en als uit een Cen- 
trum voortkoomende groefjes , die zoo 
digt naaft elkander gelegen zyn , dat 
men dezelve niet wel kan tellen : de- 
ze groefjes zyn voornamentlyk op de 
buitenfle zyde der Schubbe. Behal- 
ven deze kleine rondlo opende groef- 
jes, 

(ï) Alzoo deeze Visjes in eene Vyver van myn 
tuin zeer wel tieren en voortteelen , zoo ben ik 
voorneemens eene natuurkundige befchryving van 
dezelve te geeven : zynde die by Edwards (Hifi. 
of Birdf, Vd. u. pag. 209. J en in de Köng. 
Schwedische Acad. Abhandl: 1740. pag. 17S-) 
gevonden word, zeer gebrekkig. 

(&) Inzonderheid hebben zy veel gelykenis na 
de verfcheide foorten van de zoo^énoemde St. 
Jakobs-Schulpen en Bontemantels , "als blykt aan 
de Schubbe van de Sparus , Baars, Vliegende Vis, 
Snoek enz. anderen alsdeKoole, Leng, Schelvis, 
Geep enz. hebben veel overeenkomft met de 
Patelke of Schoteltjes. 

Ccc 4 



f 6p Over de BEKLEEDSELEN 

jes , worden de Schubben van fom- 
mige Villen , door andere grootere 
groeven als doorfneedcn , die op de 
groeven der onderleggende Schubbe 
fluiten en paffen. 

Tot duidelyker bevatting van het 
voorfchreven , zoo heb ik op de hier 
bygevocgde Plaat, een en veertig foor- 
ten van Vis-fchubben , in haare nar 
tuurlyke grootte , en zoo als zy zig 
door het Microfcoop vertoonen a laa- 
tcn afteekenen. 

Wanneer men nu met de minfte 
aandagt let , op het verfchil dat 'er 
is in deze Schubben , van maar veer- 
tigderlci foorten van Viffen , en agt 
geeft op haar verfcheidentheid , plat 
en dunheid , fterkte , regelmatigheid 
van gedaante, en juifte lamenvoeging 
met elkander , moet men dan niet 
van verwondering opgetogen ftaan 9 
en met den Apoftel Paulus Q) be- 
kennen , dat DE EEUWICE KR AGT 
EN GODDELYKHEID DES AlMAGTIGEN 

vScHErPERs , fchoon voor ons onzienelyh 
dingen, reets van de Scheppinge der ivee- 
reld aan, uit de Schepselen kunnen, 

VERSTAAN EN GEKENT WORDEN? 

uit* 

(0 Brief aan de Romeinen , Cap. I. 20. 



VAN DE HUID DER DIEREN. 761 

UITLEGGING 

DER 

PLAAT. 

Fig- I. A. Een Veertje boven van de zyde van 
een Ganze-fchaft. 

B. Dons van een Zwaan. 

C. Dons van een Papegay. 

Fig. II. a. Een /luk je Hayvel, daar de fcbryn- 
werkers bun werk mede polyflen. 

A. Een gedeelte daar van vergroot. 

B. C. Twee Stekels daar uit , flerk vergroot. 
Fig. III. Een bayr uit de knevels van een Zee- 

Hond. 

'Fig. IV. Een Schubbe van een Vis uit CuraJJau , 
in zyne natuurlyke grootte. . 

N°. 1. Een Schubbe van e?» Winde, in 't 'La- 
tyn , de Cyprinus oblongus teres, maxilla in- 
feriore longiore , pinna dorfi ventralïbus re- 
motiore , cauda bifurcata. Act. Helv. Tom. 
IV. N°. 188. 

N°. 2. Een Schubbe van de Sparus, dorfo acn- • 
tiffimo , linea arcuata aurea inter oculos. Grq- 
novii Muf. Iïïhyol. A 7 °. 90. Artedi Gen. 
28. N°. 1. 

N». 3. Een Schubbe van een Karper. Cypri- 
nus cirris quatuor , officulo tertio pinnarum 
dorfi , anique uncinuiis armato. Muf. Iclhyol. 
7. Np'. 19. Artedi Gen. 3. K°. 8. 

Ccc 5 N°. 4. 



?ö2 Over DE BEKLEEDSELEN 

N°. 4. Een Schubbe van een Bliek. Cyprinüs , 
latiffima cauda lunulata , pinnis omnibus ad 
marginem fufcis. Acl. Helv. IV. A°. Artedi. 
Gen. 3. N°. ir. Ballerus Rondelet. 

N°. 5. Een Schubbe van de Chineesche Goud 
en Zilver-Visch. Cyprinüs pinna ani dupli- 
ci , cauda bifurca. Muf. Iclh. N°. 1 5. 

2V°. 6. Een Schubbe van een Koole. Gadus, 
dorfo tripterygio , ore imberbi , dorfo viref- 
cente. Muf. Iclhyol. I. N°. 56*. Afellus Vi- 
refcens. Schonev. Iclhyol. pag. 20. t. 2. 

N". 7. Een Schubbe van een Harder, Mugil, 
'Muf. Iclhyol. I. Artedi. Gen. 26. A°. 1. 

N°. 8. Een Schubbe van de Koning van den 
Haring. Mullus Barbatus. Muf. Iclhyol. 
I. N°. 99. Artedi Gen. 32. N°. 1. 

N°. 9. Een Schubbe van een Salm. Salmo, 
roftro ultra inferiorem maxillam faepe promi- 
nente. Muf. Iclh. II. N°. 163. Artedi. Gen. 
9. N°. 1. 

N». 10. Een Schubbe van een Bermtje. Cobi- 
tis, tota glabra, maculofo corpore fubtereti. 
Muf. Iclh. I. N°. 6. Artedi. Gen. 2. A°. 3. 

N°. 11. Een Schubbe van een Geep. Esox, ro- 
ftro cufpidato, gracili, fubtereti, fpitha ma- 
li. Muf. Iclh. I. A" . 30. Artedi. Gen. 10. 
A°. 2. 

N°. 12. Een Schubbe van een Haring. Clupea, 
maxilla inferiore longiore maculis nigris ca- 

. rens.' Muf. Iclh. I. A°. 21. Artedi. Gen. 4. 
A" . 11. 

N°. 13. Een Schubbe van een Zle-Snoek. Per- 
ca, radiis pinnaï dorfalis fecundae tredecim, 
ani quamordecim. Artedi. Gen. 30. A°. 7. 

N°. 14. 



van de HUID der DIEREN. 763 

N°. 14. Een Schubbe van een Houting. Core- 
gonus , maxilla fuperiore longiore conica. 
Muf. Ifth. I. A°. 48. Artedi. Gen. 7. A :o . 4. 

N°. 15. Een Schubbe van een Heilbot. Pleu- 
ronectes laïvis , tuberculis capitis nullis , 
cauda lunulato - truncata , dentibus acucis re- 
motis. Aft. Helv. torn. IV. A T <>. 143. Artedi. 
Gen. 14. A T °. 3. 

N°. 16. Een Schubbe van een Klipvisch. Chje- 
todon macro-lepidarus , albo flavefcens roftro 
longiffimo offeo , macula nigra ad pinnam dor- 
falem. Muf. Ifth. N°. 109. 

N°. 17. Een Schubbe van een Schol. Plexjro- 
Nectes laïvis, tuberculis poft oculos, canda 
rotundata , dentibus conriguas obmfïs. Aft. 
Helv. IV. A T °. 14a. Artedi. Gen. 14. A°. 1. 

N°. 18. Een Schubbe van een Tong. Pleuro- 
nectes oblongus, fquamis exaiperatis maxilla 
fuperiore longiore, ore ad lams album cirro- 
fo, cauda fubrotunda. Aft. Helv. IV. A°. 140". 
Artedi. Gen. 14. A ,Q . 6. 

N°. 19. Een Schubbe van een Schelvisch. Ga- 
dus dorfo tripterygio , maxilla inferiore bre- 
viore , cirro folitario, cauda lunulata, linea 
laterali nigra. Aft. Helv. IV. A T °. 132. Artedi. 
Gen. 16. N°. 5. 

N°. 20. Een Schubbe van de Forel met zwarte 
vlakken. Coregonus , maxilla fuperiore lon- 
giore, pinna dorfi ofTiculorum viginti mum. 
Muf. Ifth. II. N°. 162. Artedi. Gen. 7.N . 3. 

N«. ai. Een Schubbe van een Voorn. Cyprinus 

oblongus , cauda lunulata dorfo conveniufcu- 

lo , pinna dorfali ventralibus remotiore , maxiK 

' lis ïequalibus. Aft. Helv.lV, A°, 181. Artedi, 

Gen. 3, A°. 1. K°. 22, 



764 Over de BEKLEEDSELEN 

N°. 22. Een Schubbe van een Baars. Perca Li- 
neis utrinque fex franfvcrsfis nigris , pinnis 
ventralibus rubris. Muf. Jfth. I. A To . .96. Arte- 
di. Gen. 30. A T °. 1. 

N°. 23. Een Schubbe van een Post. Perca dorfo 
monopterygio , capite cavernofo. Muf. Iftb. I. 
Artedi. Gen. 30. A T °. 4. 

N°. 24. Een Schubbe van een Makreel. Scom- 
ber pinnulis quinque in extremo dorfo polyp- 
terygio, fpina brevi ad anum. Muf. Ifth.l.N . 
81. Artedi. Gen. 25. A To . 1. 

N°. .25. Een Schubbe van een Molenaar. Ga« 
dus, dorfo trip terygio, ore imberbi, maxilla 
inferiore, paulo breviore, corpore albicante 
cauda fubquadrata. Act. Helv. IV. A ] °. 133. 
Artedi. Gen. 16. N°. 1. 

N°. 26. Een Schubbe van een Spiering. Salmo 
unicolor, maxilla inferiore longiore. A 'ft. Helv. 
IV. N°. 167. Artedi. Gen. 8. A T °. 2. 

N°. 27. Een Schubbe van een Schardyn. Clu- 
pea quadri-uncialis, maxilla inferiore longio- 
re , ventre acutiffimo. Muf. Icth. I. N". 22. 
Artedi. Gen: 4. A 7 °. 2. 

N # . 28. Een Schubbe van een Paling (£). Mu- 
r^na maxilla inferiore longiore , corpore uni- 
colore. Muf. Icth. I. A T °. 45. Artedi. Gen. 18. 
A°. 1. 

N°. 29. 

(k) Tqrwyl blykt dat de Paling Schubben heeft 
zoo behoeven de Jooden niet bevreeft te weezen, 
om dezelve te eeten. 

Om de Schubben van Makreel , Molenaar, Pa- 
ling en diergelyke zeer kleine Schubben te beko- 
men. Zoo fchrapt men eerft voorzigtig met een 
klein mesje het flym van de Vis, en beziet hem 

dan 



van de HUID der. DIEREN. 765 

N°. 29. £*» Schubbe van een Vliegende Vis*, 
Exoc.etus. Muf. ISth. I. A To . 27. Artedi. 
Gen. 6. N°. 1. 

N°. 30. £f m Schubbe van een Eleothris , capi- 
te plagio plateo , maxilla inferiore longiorë 
pinnis ventralibus difcrecis. Muf. ISth. II. N°. 
168. 

M°. sr. Een Schubbe van een Cabeljauw. Ga- 
bus dorfo tripterygio , ore cirrato , colore va- 
rio . maxilla fuperi ore longiorë, cauda aequa- 
li. Muf. ISth' I. A T °. 58. Artedi. Gen. 16. 
A T °. 4. 

■N°. 32. Een Schubbe van een Zeelt. CyprinuS 
mucofus , totus nigricans extremitate cauda3 
sequali. Muf. Iclb. 1. AX 18. Artedi. Gen. 3. 
A°. 6. 

■N°. 33. Een Schubbe van een Grundel. Cobi- 
tis aculeo bifurco infra utrumque oculura. 
Muf. ISth. I. N°. 5. Artedi. Gen. 1, N°. 1. 

N°. 34. Een Schubbe van een Scharre. Pleuro- 
ne ctes oculis a dextra , ano ad lams finiftrum, 
denribus acuris. Muf. ISth. I. AT . 41. Artedi. ' 
Gen. 14. N°. 5. 

N°. 35. 

dan met een vergrootglas , men fchrapt dan wat 
harder over, het vel het telkens met een vergroot- 
glas beziende, wanneer men dan merkt , dat men 
daar Schubben afgefchrapt heeft, zoo ftrykt men 
voorzigtig het geen aan het mes zit, met de vin- 
gers in een kopje met fchoon water , en roert dat 
dikwils om : men giet dat water dan op een blauw 
vloei-papier; als dit door gefiltreert is, zoo ziet 
men de Schubben op het papier leggen, die men 
dan met een inflrumentje op een glaasje plaatft,en 
voor 't Microscoop brengt. 



7<5<5-Gvebl de BEKLEEDSELEN enz. 

N°. 35. Een Schubbe van een Bodt. Pleuro- 
nectés linea laterali, radicibusque pinnarum, 
dorfi anique fpinulis afperis , cauda fubaequali. 
Aft. Helv. IV. A°. 144. Artedi. Gen. 14. N°. 4* 

N°. 36. Een Schubbe van een Leng. Gadus dor< 
fo dipterygio , ore cirrato , maxilla fuperiore 
longiore. Artedi. Gen. 16. N°. 9. 

IN . 37. Een Schubbe van een Poon. Trigla va- 
ria , roftro diacantho , aculeis geminis ad 
utrumque oculum. Muf. Iftb. I, A~°. 10 1. Ar- 
tedi. Gen. 32. A T ». 8. 

N°. 38 en 39. Knobbels van een Tarbodt (*). 
Pleuronectes fubrotundus, tuberculis offeis 
fparfis fcaber. Aft. Helv. IV. A T °. 148. Arte- 
di. Gen. 14. A T °. 9. 38. Is de loven en 39. de 
beneden zyde. 

N*. 40. Een Schubbe van een Snoek. Esox roftro 
plagio plateo. Muf. Ifth. I. AJ°. 28. Artedi. 
Gen. 10. N°. 1. 

(*) Behalven deze harde Knobbels heeft de 
Tarbodt , nog zeer kleine Schubbetjes , doch die 
zoo veel overeenkomft hebben mee de Schubben 
van de Tong N°. 18, dat men die voor dezelve 
kan neemen , zynde byna daar geen onderfcheid 
in, 't welk de reeden "is , dat ik de Schubbe van 
den Tarbodt niet heb laaten afbeelden. 



BRIEF 



Bladz. 767 

B R I E F 

OVER DE 

ZWAARLYVIGHEID; 

DOOR 

JOB BISTER. 

Gefcbreeven aan den Wel Edelen Heer ♦ . , , . 

EN DOOR DENZELVEN GEZONDEN EN 
MEDEGEDEELD AAN DEN SECRETA- 
RIS DER HOLL. MAATSCHAPPYE. 



WEL EDELE HEER! 

Eer ik na behooren , U wel Ed. twee 
vragen kan beantwoorden : 

Welke de redenen zyn, waarom het eene 
menfch , zoo veel meer onderhevig is aan 
Zwaarlyvig te worden, dan de ander? 

En , hoe men zonder nadeel van zyn ge- 
zondheid, de Zwaarlyvïgheid beft kanvoor* 
hoornen ? 

Zoo zal eerft noodig zyn te onder- 

zoe- 



f<58 OverdeZWAARLYVIGHEID. 

zoeken, welke de algemene oerzaaken van 
de Zwaarlyvigheid zyn. 

Men zegt dat iemand zwaarlyvig is , 
als zyn lighaam door zyn Vettigheid, 
zig tot zoodanige dikte en zwaarte 
uitzet, dat hy niet in ftaat is, de noo^ 
dige lighaams bewegingen met vereifch- 
te vaardigheid , of zonder hinder en 
ongemak 1 , te doen. 

By Geneeskundige Schryvers , vind 
men veele voorbeelden van ongemeen 
Vette en Zwaarly vige menfchen , doch 
die ik niet nodig agte aantehaalen ; ik 
zal maar alleen melding doen van 
den over weinige Jaaren (a) overlede- 
nen Eduard Bright : deze Man was een 
voornaam winkelier , te Malden in EJfex 
in Engeland, zeer levendig van aart, en 
die , fchoon maar vyf voet en ne- 
gen duim lang , egter zoo ongemeen 
dik en vet was, dat men negen men- 
fchen , van gemeene dikte , in zyn 
hemdrok kon knoopen, zynde hy 609 
ponden zwaar. 

De eer ft e en ommddelyke oorzaak van 
ongemeene vettigheid , is een al te 

grootc 

(a) Den 10 November 175-0. toen 29 Jaaren oud 
Men vind hier te Zirkzee veele van zyn afbeeldfels. 



Ovep^deZWAARLYVIGHEID. 769 

■groote hoeveelheid van olie-agtige dee- 
Jen in ons bloed , die door de uitwaa- 
zeming niet verdunt of gelooft, maai" 
dagelyks van het nieuwe bloed , dat 
uit ons voedfel hervoortkomt , afge- 
fcheiden en in byzondere holligheden 
(receptacula) weggelegt en bewaart wor- 
den. 

De Tweede oorzaken , kunnen zeer 
menigvuldig en verfcheide weezen : 

Eerfl kan de lugt , als dezelve warm 
en vogtigis, iemand vetter doen 'wor- 
den: terwyl deszelfs veerkragt vermin- 
dert zynde, de noodige uitwaazemin- 
gen belet worden. 

Een vogtige lugt , dringt door de 
openingen van onze huid, mengt zig 
met het bloed, vermeerdert deszelfs 
hoeveelheid , vult de zweetgaten en 
verftopt alles : de vaten worden iii 
zig zei ven flapper en onbekwaam , om 
de overtollige vogten , te doen uitwaa- 
zemen (b). 

Behalven de algemeene vogtigheid 
der lugt., zoo ziet men in laage moe- 
ras* 

. (b) Zie onze Geneeskundige proeven overeeni- 
ge eigenfchappen der lugc , in het derde Deel der- 
Verhandelingen van de Holl. Maatfchappye, bladz» 
37 en volgg. 

VI. Deel, 2. flut Ddd 



77oOver.de ZWAARLYVIGHEID. 

rasfige gronden , gelyk 'er in de Neder- 
landse Provinciën veele zyn, dat de- 
zelve een damp uitgeven, die uit zyn 
natuur ook de veerkragt der lugt ver- 
mindert , en bygevolg alle toevallen , 
door eenvogtige lugt veroorzaakt, nog 
vermeerdert. De verfcheide foorten 
van uitwaazemingen in groote en digt 
bebouwde Steden , ook de veerkragt 
der lugt verminderende , disponeeren 
iemand omZwaarlyvig te worden; daar 
een fyne en drooge lugt, in hooge lan- 
den , zulks veroorzaakt : in Spanjen, 
Italien en andere Zuidelyke deelcnvan 
Europa, zal men zoo veel vette men- 
iehen niet vinden , als in Engeland , 
Holland en andere Noordelyker gele- 
gene landen. 

Ten Tweeden. «: Overvloed van zoo- 
danig eeten , als zagt , ïtreclend en 
balfamiek van aart is (dat is , dat met 
geen zerpe of fcherpe deeltjes , die in 
hunnen doortogt, op de vliezen der klei- 
ne vaatjes prikkelen , bezet is) en gee- 
ne ongemakkelyke ofpynelyke aandoe- 
ning geeft, waar door eenige afkleen- 
zingen, of ruft, zouden kunnen verhin- 
dert worden. 

De fpyzen, die deze eigenfchappen 

voor- 



O vep.de ZWAARLYVIGHEID. 771 

voornamcntlyk bezitten , zyn zoete , 
vette , en olie-agtige dingen , die veel 
voedfel aanbrengen ; en inzonderheid 
zulke die ook van dieren voortgeko- 
men zyn , als Merg , Room, Boter 
enz. Integendeel zyn bittere, zer- 
pe en icherpe dingen, zoo wel voor 
onze natuur , als onzen fmaak niet 
aangenaam , en vermageren ons lig- 
haam. . 

/?. Alle voedfel, dat gemakkelyk te 
verteeren is, en de hoedanigheden vari 
onze flippen , zeer ligt aanneemt : niets 
heeft meerder deze eigenfchap,' als 
Hoender- en Kalfs-nat. Lower ver- 
haalt dat iemand die zeerft:erk r uit zyil 
neus bloedde , zonder dat zulks door 
bekwame middelen kon gefluit worden , 
k Kalfs-nat gegeeven wierd , 't welk op 
laatfï, met het bloed gemengt , uit- de 
neus kwam. 

>. Zoodanig voedfel, dat, fchooii 
het gemakkelyk verteert word , en niet 
zwaar in de maag legt , egter van zul- 
ken taaijen en flymigen aart is , dat het 
niet fchielyk genoeg verdunt kan 
worden , om door de afkleinzende 
vaatjes (Va fa Secret oria) te paffee- 
ren: dusdanige fpyze zyn verfe Eije* 

Ddd 2 ïeii 



772 Ovep.de Z WA ARLYVIG HEID. 

ren (d) , Ryft in zuiver Melk ge- 
kookt , Oefters en andere Schaal- en 
Schelp- Visfen , gebak van Amandelen, 
Piiïaches , en Emulfien uit dezelve 
gemaakt , als die dagelyks gedronken 
worden. 

<r. Alle flymig en winderig eeten , als 
Erwten , Boonen , Artifchokken , Aard- 
peeren en Aard-appelen , Champignons 
Truffes, Moriljes, Kaftanjes , enz. 

Het yoornaamfte kenmerk van ge- 
zond voedfel, is dat het zagt en ftree- 
lend van Natuur is , en dat het ver- 
teerd zynde , en gekomen aan die 
deelen , die het moet voeden , zulks 
doet zonder eenig ongemak , en zon- 
der het evenwigt , dat tuffen onze dee- 
len om gezond te blyven plaats heeft, 
in het minfte te krenken. 

?. Zagte dranken , dat zyn zoodani- 
ge , die niet beladen zyn met eenige 
zuure, fcherp.e, zilte, of Wynfteen- 
agtige deeltjes : gelyk Melk , inzonder- 
heid Ezelinne-melk , Melk met water, 
zwaar,' doch vers Bier, Mallagafe en 
andere diergelyke Wynen , het zy zui- 
ver 

(d) Pringle over de Verrotting, bladz, icy. 
in het II. Deel van 't Hollands Magazvn. 

i 



Over de ZWA ARLYVIGHEID, 77 



ver of met water gedronken: want de- 
ze dranken brengen een groote quan- 
titeit olie- deeltjes, daar zy mede bezet 
zyn , in ons bloed. 

"Ten Derden , Moet hier byge- 
voegt worden een zagte , egale en gema- 
tigde verteering van bovengemelde 
voedfels : want als ons eeten te ichie- 
lyk verteert , zoo worden de voeden- 
de deeltjes , uit ons lighaam , door. 
eenige ontlaftingen weggevoerd , eer 
dat 'er tyd geweeft is , om dezelve af- 
tefcheiden , en op hunne noodige plaats 
te brengen : als in tegendeel de vertee- 
ring te weinig ofte traag is, zoo krygt 
het lighaam , uit ons eeten , geen voed- 
fel genoeg , om het verlies , dat het 
dagelyks lyd , te kunnen vergoeden. 

De voeding is eigentlyk de vol- 
maoktfte en voornaamfte werking van 
onze Natuur : de verandering der fpy- 
zen in vet , is geene waare voeding , 
maar de her ft el l ing , van 't geen ons lig- 
haam dagelyks verjlyt , afneemt of ver- 
heft , hst zy in de vafte , het zy in de 
vloeibare . deelen , dat is de voeding. 

Ten Vierden. Is het noodig, dat de 
maag niet bezet zy,met eenige zuuren 
die komen van het gebruikte voedfel , 

Ddd 3 of- 



774 Over de ZWAARLYVIG HEID. 

ofte met fcherpe vogten die hunnen 
oorfpronk neemen , uit de klieren der 
maag, der darmen, lever of het Pancreas 
(Alvlees : ) want deze bederven de chyl, 
en deelen dus een kwade eigenfehap 
aan het bloed mede , prikkelen de 
vafte deelen , doen de fyne zenuwtjes 
inkrimpen en veroorzaken dus het ge- 
voel van pyn. 

Ten Vyfden. Word vereifcht , dat 
de binnekant van de darmen fchoon 
zy , en niet bezet met taai flym of eeni- 
ge andere ftoffe , die de opzuigende 
vaatjes Qvafa abforbentia^) belet hunne 
fundi en te doen. 

Ten Zesden. Moet het bloed zelfs 
van een gezonde gefteltenis zyn, en 
niet bezet met eenige zout deeltjes , 
want door hunne hardigheid fchaven 
en flyten die de vaatjes, daar zy door 
pafleeren; en door hunne prikkelende 
fcherpte maken zy,dat die zig toeflui- 
ten en inkrimpen: het bloed moet ook 
niet te flymig of te dik zyn , want 
zulks ,zou den vryen doortogt , door 
de fynfte hairbuisjes beletten. 

Ten Zevenden. Moeten 'er ook 
geen aanhoudende of overmatige ont- 
laflingcn zyn, want deze brengen de 

vog- 



Over de ZWAARLYVIGHEID. 775 

vogtenuithetlighaam,eerdatdeafkleen- 
zingenf&^r^/öw^gefchieden, of de voe- 
dende deeltjes ter behoorelyker plaats 
aangebragt zyn: dus zullen allegroote 
ofdikwils voorvallende bloedflortingen, 
onmatig zweeten , al te fterken afgang, 
of pisvloed het lighaam vermageren. 

Ten Agften. Een matige beweging 
van het lighaam veroorzaakt een be- 
hoorelyke circulatie van het bloed , 
door de grootere en kleindere vaten 
van ons lighaam, zonder veel ver- 
ftrooijing of verlies van deszelfs dee- 
len , en bewaart de veerkragt der fi- 
kren en vaffce deelen, waar door het 
bloed des te beter vermengd en ver- 
dund word : de olie-agtige deeltjes daar 
van worden eerder tot het vetvlies 
gebragt, en het lighaam bekwaam ge- 
maakt , om uit elke maaltyd vermeerde- 
ring van kragten te krygen. 

Gelyk al te zwaare en langduurige be- 
weeging vermagering veroorzaakt , zoo 
is een gematigde beweging , dus oorzaak 
van een gezonde vettigheid 't geen de 
Franfchen eigentlyk /' 'Embonpoint noe- 
men. Daar in tegendeel een lui , zit- 
tend leeven een laftige Zwaarlyvi^- 
heid voortbrengt. Want door kip 

Ddd 4 Ie- 



?;6 Over de Z WAARLYVIGHEID. 

ledigheid worden alle noodige en 
natuurlyke ontlaftigingen , voorna- 
mentlyk de uitwaazeming vermindert. 
De vaten zyn overkropt, en worden 
uitgezet , door de te groote hoeveelheid 
der vogten , waar door de vatte deelen 
flapper en weeker moeten worden. 

Een Kind heeft zelfs zyne bewegin- 
gen en worftelingen in het lighaam van 
zyn Moeder ; na deszelfs geboorte , 
doet de voedfter haar beft om het in een 
regt poituur te doen weezen ; als de 
fibren dan wat iterker geworden zyn , 
zoo leert men het ftaan, en naderhand 
gaan, loopen en alderhande bewegin- 
gen: waar door deszelfs valte deelen 
fterker worden , haare noodige kragt 
krygen, en het lchepiel bekwaam ge- 
maakt , om een goed gepaft gebruik 
van alle zyne leeden te kunnen maken. 

Doch ten Negenden , moet by dit al- 
les een geruftheid van geeft gevoegd 
worden : de gemoeds-driften moeten ge- 
regeld weezen : vreeze , droefheid , wan- 
hoop, nyd en diergelyke hartstogten 
zyn fchadelyk, zoo wel voor de gezond- 
heid als voor de vettigheid : in tegendeel 
zal een vrolyk , vergenoegd gemoed 
'er iemand wel gedaan doen uitzien. 

Tm 



OverdeZWAARLYVIGHEID. 777 

Ten Tienden, Het lang flapen in zag- 
te warme bedden verflapt de fibren, 
houd de Moed-vaten altoos vol en ge- 
fpannen , en vermeerdert de Zwaar- 
lyvigheid. 

Dus de voornaamfte algemeene oor- 
zaken van de Zwaarly vigheid onder- 
zogt hebbende , zal men ligt rede- 
nen kunnen geeven: Waarom het eens 
me?ifch zoo veel meer als het andere , aan 
Zwaarlyvig te worden onderhevig is. 

Voor Merft } hangt zulks af van de 
manier van leeven, want wanneer ie- 
mand veel van bovengemelde zagte 
en voedzame fpyzen gebruikt , lang 
flaapt , veel zit of legt , zoo verflapt 
hy de fibren van zyn lighaam , en maakt 
dat zy door den omloop van 't bloed , 
zig meer en meer zullen uitzetten. 

Ten tweeden. Zyn fommige men- 
fchen flapper van natuur : de fibren 
van den eenen zyn zoo hard en flee- 
vig, dat fchoon alle gemelde oorzaa^ 
ken van Zwaarly vigheid in hunne ma- 
nier van leven te zamen liepen , 
zy egter dor en mager blyven. Ande- 
ren in tegendeel hebben zulke flappe 
en buigzame fibren , en die zig zoo 
ligt laten uitzetten , dat de matigfïe 

Ddd 5 Ie- 



778 OverdeZWAARLYVIGHEID. 

lcvenswyze , zwaar werk , ftudie , ont- 
houding , zeer korte flaap enz. , hen 
egter niet beletten Zwaarlyvig te 
worden. Hier van daan het fpreek- 
woord , de een zal vetter worden van 
droog brood, als de ander al wierd hy 
met boter gefineerd. 

Doch als deze magere menfchen ver- 
langen , en door een lui leeven , lek- 
ker en veel eeten en drinken , tragten , 
vet te worden : zoo moeten zy ver- 
wagten , dat deeze hunne pogingen , 
eerder een al te groote hoeveelheid 
van bloed (Plethora) , dan vettigheid 
zullen veroorzaken , en hen aan alle 
ziekten , die daar uit voortfpruiten , 
onderheevig , en zoo zy lang blyven 
leeven , vroeg oud en rimpelig ma- 
ken zullen. 

Een Derde reden kan weezen , dat 
het eene menfch , minder uitwaazemt , 
of andere ontlaftigingen heeft , als het 
ander. De vrouwelyke Sexe , die min- 
der uitwaazemt als de mannelyke , is 
daarom meer onderhevig om Zwaarly- 
vig te worden. 

Ten Vierden , Kunnen by den ee- 
nen de vet -vaten' (du&us adipofi^) 
dat is, die het vet uit het bloed, na 

het 



Over de ZWAARLYVIGIIEÏD. 779 

het vet -vlies (membrana adipofa) (e) 
overbrengen , veel wyder en grooter 
weezen, als by den anderen ; en daar 
door grooter hoeveelheid van vet by 
zoo iemand afgefcheiden worden. Daar 
is geen menfch , die de een of de an- 
dere ontlafliging niet meer heeft, als 
een ander. Deze zal meer wateren, 
geene zal ligter zweeten , een derde 
zal wederom gedurig moeten fpuwen , 
na dat de pis , zweet' of kwyl vaten 
grooter en wyder zyn ; fommige men- 
fchen hebben twee a driemaal daags af- 
gank , fommige in drie dagen maar eens, 
egter zyn zy beide gezond. 

De Middelen, die ik Uw Edl. hier, 
tot voorkooming der Zwaarly vigheid , 
zonder dat de gezondheid daar eenig 
gevaar van te wagten heeft , aan de hand 
geeve, behoeven niet in den Apotheek- 
gezogt, maar beltaan alleen in de be- 
ftiering der levenswyze, en in zig te 
myden van de hier boven opgetelde 
oorzaken der Zwaarlyvigheid. 

Voor 

(O Hec vetvlies bekleed alle inwendige deelen 
van ons lichaam, en men vind zelf geen vezeltje 
van een fpier of het is daar mede onder den naam 
van de membrana cellulofa bekleed. 



780 OverdeZVVAARLYVIGHEID. 

Voor eer ft : moet zulk een menfch, 
die zig gedifponeert vind om Zwaar- 
lyvig te worden, een verblyf zoeken, 
daar hy een zuivere drooge lugt ina- 
demt ; verre van laage wateragtige 
moerasfige gronden ; niet m een groote 
of digt bebouwde ftad, maar is hetmo- 
gelyk, op het land. 

Ten tweeden. Moet hy niet lui of 
leedig weezen, maar veele en werkza- 
me beweging doen. Hier door worden 
de vafce deelen verfterkt , de vloeiba- 
re dun en ter dooritralinge bekwaam 
gehouden, al het overtollige afgefchei- 
den , en buiten het lighaam geworpen. 
Want hoe flerker en harder de valt e 
deelen zyn , hoe minder zy zig laten 
uitzetten, en hoe minder zy toelaten, 
dat eenige overtollige fappen in ons 
lighaam blyven. 

Door een matige beweging word ook 
ons verftand gefcherpt , en ons oor- 
deel, doordringender, onze verbeelding 
vlugger en geeftiger, en alle onze lee- 
den bekwaam gemaakt om de bevelen 
der ziel , % des te beter en gemakkelyker 
te kunnen uitvoeren. 

De Natuur zelfs toont ons de noot- 
zaakelykheid en nuttigheid der bewe- 
ging aan: , '*. Door 



Overde.ZWAARLYVIGHEID. 781 

». Door 't maakfel van ons lighaam 
en van onze leeden , die tot alle: bui- 
gingen en draaijingen bekwaam zyn. 

/3. Door de ingefchape neiging , die 
alle jonge dieren hebben , om zig te 
bewegen , het zy door fpeelen , loopen , 
dansfen , fpringen enz. 

y. Door de armoede en elende , die 
delui en ledig-gangers ondergaan ; daar 
eer, aanzien, rykdom enz. de gevol- 
gen en belooningen zyn , van een le- 
vende, werkzame naarftigheid. 

ê. Door de menigvuldige ziekten en 
kwaaien , daar de ongelukkige luijaarts 
aan onderhevig zyn. 

Van alle oeffeningen nu , zyn het 
wandelen en het te paard ryden, van 
degezondfteenmet Onze lighaamen het 
beft overeenkomende. Doch behalven 
deze , zyn 'er exercitien genoeg tot 
beweeging en divertiflement uitgevon- 
den , als Paletten , Kaatfen , Kolven , de 
Biljard enz. 

Ten Derden, i Moeten vette men- 
fchen een. matige dieet houden , en zul- 
ke voedfels gebruiken , die wat afdry ven- 
de zyn. 

Het vlees dat zy gebruiken , moet 
niet fterk voedende weezen : vis zy 

hun 



TÖ2 f OvER de ZWAAPvLYVIGHEID. 

•hun toegedaan behalven Schelp- en 
Schaal-vis , want die is zeer voedfaam , 
en blyft lang in de maag. Kalfs, Lams , 
Schape en Varkens vlees , zyn na de 
ordre waar in zy hier genoemt wor- 
den , zeer voedfaam : Gevogelte min- 
der; Vis het alderminft voor vette mcn- 
fchen : want fchoon verfcheide Villen 
veel vet hebben , zoo is het zelve veel 
wateragtiger,als van land-dieren. Rund- 
vlees is zeer verflerkcnde , doch blyft 
langer in de maag , en daarom moet 
men geen te groote quantiteit tegelyk 
daar 'van nuttigen; en gezouten of pe- 
kelvlees is daarom in dit geval, beter 
als vers. 

Doch dikwils geftoofde groenten te 
cetcn is zeer goed , dezelve brengen 
zoo veel voediel niet aan, als meelagti- 
gc ftöffen, en blyven langer in de maag. 
Behalven Groenten, die geftoofd wor- 
den, zyn, behoorlyk toebereid, zeer 
goed voor Zwaarlyvige menfehen, fier- 
kers , r en andere toekruiden, Seldery, 
Seldrlak, Uijen , Prei, Look, Rocam- 
bole ^ Chalotten , alle rype Fruiten, 
Mofterd, en zulke gewaflen als in zuur 
in gel egt worden. 

Ten Var den. Moeten die geene , die 

be- 



Over deZWAABJLYVIGHEID. 78 



bevreefl zyn , voor al te Zwaarlyvig te 
worden , zig ook myden van zwaar 
vers Bier te drinken , en van zagte 
{tredende Wynen : dunne ligte Wy- 
nen , die wat rinsagtig zyn , en veel 
Wyntïeen in zig hebben , gelyk de 
Moefel en Rinfe-wynen , zyn het beft 
gedronken. 

Ten Vyfden. Moet de flaap kort wee- 
zen , en maar zoo veel als tot onder- 
houd der gezondheid noodig is. Het 
is ook beter op een matras, als op een 
zagt bed te flapen, en men moet'snagts 
niet^fterk gedekt weezen , want dat ver- 
flapt de fibren nog meer, en vermindert 
haar veerkragt. Doch voor al zy het 
verbooden, een middag flaapje te nee- 
men. 

Ten Zesden. Dienen de gemoedsdrif- 
ten zeer gematigt te weezen : al te groo- 
te vrolykheid is te myden , zoo wel als- 
te groote droefheM : want fchoon men 
van 'de laaite mager word, is zf egter 
laftiger en meer ^te fchuwen , als de 
Zwaarlyvigheid zélve. 

Wil Uw Edi. êgter , ten Zehndeii, 
eenige zoo genoemde huis-middelen 
weeten , die by de Drogiften te vinden 
zyn ? Zoo dient dat al het geene onze 

uit- 



784 OverdeZWAARLYVIGHEID. 

uitwaazeming vermeerdert , hier van nut 
is; gelyk als doen: 

a. Alle fpeceryen en bittere dingen, 
de Alfem , Gentiaan -wortel , Camil- 
bloemen , Oranje-fchillen , Myrrhe enz. 
die door haare matige warmte onze fï- 
bren verfterkcn. Hier van is het, dat 
fommige zwakke en magere menfchen , 
geen bittere dingen kunnen verdragen, 
en daar ondragelyken dorft van krygen, 
dewyl zy onze vogten , te veel na de 
buitenfte deelen jagen, en doen uitwaa* 
zemen. 

/3. Al het geen , door een fcherpe 
prikkeling op onze vafce deelen , de- 
zelve doet inkrimpen , fty ver worden , 
en fterker fpant , en daar door oorzaak 
zyn , dat dezelve met meer kragt op de 
vloeibare deelen werken, en. hunne al te 
groote. hoeveelheid voorkomen. Dus- 
danige, zyn Zee-zout, Salpeter, Wyn- 
fteen , Azyn , inzonderheid , als 'er 
Dragon , Vleerbloemen of Zee-ajuin, 
in getrokken is; Staalmiddelen, Kalk- 
water , Aardmiddelen , en al wat het 
zuur dood: want het is bekend, dat de 
Ólien , door zuur verdikken , en in 
imeer veranderen; gelyk ook de Schei- 
kunde, uit fmeeren eenen zuuren geeft 
haalt. . Alle 



Over de ZWAARLYVIGHEID. 785 

v Alle dingen, die door defynheid, 
en vlugheid van hunne deelen , ons bloed 
dunner en vloeibaarer houden , en 
daar door tot alle afkleenzingen bekwa- 
mer maken , gelyk zulks doen de af- 
trekfels van Agrimonie, Salie, Ros- 
maryn , Aard- veil enz. waar by het af- 
kookfel van Safiafras, Pokhout, Sar- 
faparille enz. kan gevoegt worden. 

s. Het dragen van flenelle hemb- 
den ; dezelve worden van zwakke 
menfchen, die te flerk of te ligt zwee- 
ten , wat al te gemeen , en dikwils 
met nadeel gedragen. Het is waar, men 
doet zulks om dat het linnen hembd, 
door het zweeten , nat zynde , niet 
koud op het bloote lighaam zou- 
de leggen. Doch misfchien was 
het beter tot dat einde, gelyk in de 
Indien het gebruik is, witte katoene 
hembden te dragen , die , fchoon nat 
bezweet , zoo koud niet zyn , als 
linnen . 

*.. Het dikwils baden in koud water, 
want , dewyl het water , zoo veel zwaar- 
der zynde , als de lugt , ook zoo veel te 
fterker op onze lighaamen perft ( ƒ ) , 

zoo 

(f) Verhandelingen van de Holt. Maatfchappy, 
III. Deel bladz. 6q. 

VL Deels, 2. ft uk. E e e 



?S6 OvERDEZWAARLYVIGHEia 

zoo worden de bloedvaten zoo veel 
te meer gedrukt, daar gefchied zoo 
veel te fterker circulatie , daar komt' 
zoo veel te meer bloed na de herfe- 
nen , waar door dan ook zoo veel 
meer dierlyke geeften en zenuw-vog- 
ten afgefcheiden worden. Het koud bad 
vermeerdert ook onze uitwaazeming , 
omdat het door zyne koude de fibren 
doet opkrimpen, en daar door haare 
veerkragt vermeerdert. 

(. Het vryven met een zagt borftel- 
tje (g) of met een zagte wolle lap , ver- 
meerdert ook de uitwaazeming , door 
dat de vuiligheid van de opperhuid 
afgevreven wordende de mondjes der 
uitwaazemende vaatjes (vafa exhalan- 
iia). zuiverder zyn , en de groffte dee- 
len der vogten als verbroken en na bui- 
ten gedreven worden. 

Ten dgtften. Verhoeden zagte en 
matige buikzuiveringen ook de zwaar- 
lyvigheid ; vette menfchen dienen 
daarom voor al een openlyf te houden , 
of fomtyds iets dat afgank bevordert, te 
gebruiken. 

(g~) In Engeland maakt men veel werk van het 
vryven met het vlees-borfteltje (tbe Fks-brusb). 
zie Fuller. 



Over de ZWAARLYVIGHEID. 787 

Ten Negenden. Het flerk tabak roo- 
ken, is voor Zwaarlyvjge menfchen, 
zoo nadeelig niet , want , door het prik- 
kelen van den rook op de zenuwen in 
den mond , word 'er veel kwyl en 
flym ontlaft , 't welk de hoeveelheid der 
vogten vermindert en daar door ie- 
mand vermagert. 

In hoope van hier mede aan de twee, 
door Uw Edl. opgegevene Vraagen 
voldaan te hebben , bly ve enz. 




Eee 2 AAN- 



788 AANMERKINGEN over de 
AANMERKINGEN 



OVER DE 



GENEESMIDDELEN, 



DOOR 



J. H O F I U S. 

Het getal der dingen , aan welke 
men eene geneezende kracht toe- 
gefchreven heeft. , is zoo groot , dat 
niets byna voorkomt , 't geen niet t'ee- 
niger tyd als dusdanig gegeeven , of 
aangepreezen is : Xenocrates vond 
zelf in alle deelen van 's menfchen 
lichaam eene artzenye: (0) Galenus 
fchreef , dat geene boeken zouden ont- 
breeken, al wilde iemant, zyn leeven 
lang, niets anders dan over de Genees- 
middelen leezen : (b) deeze meenigte 
wierd nog grooter , wanneer men uit 

ieder 

(a) Galenus. Simpl. m, fac. 10. i. Plin. 2S'. 
i. 4. 

(b) Galen. ib. 6. Pra;f. 



GENEESMIDDELEN. 789 

ieder ding door konftige bereidingen , 
en vermengingen van veele , wederom 
andere , van onderfcheiden kragten , 
beloofde voort te brengen. Nicolaus 
Myrepsis befchryft byna 4000 meng- 
fels; (c)Jungker meer dan 5000, van 
de voorige meeft. verfchillende ; (<£) Ba- 
teüs 900 nieuwe en eige vindingen. 
(e) Andere wederom roemen , dat zy 
veele uitgevonden of verzonnen heb- 
ben. Als men nu by alle deeze voegt, 
de voorfchiïften , die, zoo men zegt, 
daadelyk aan de lyders gegeeven wor- 
den , zal ligtelyk blyken , dat het getal 
der dingen , die immer met den naam 
van Geneesmiddelen gepronkt hebben, 
alle gisfing te boven gaat. Maar dee- 
ze overvloed zelf gaf gebrek van het 
verlangde , en nieuwe gelegenheid om 
dit aantal weder te vermeerderen : de 
meefle , wyl zy bevonden wierden niet 
meer dan den naam t€ bezitten, wier- 
den door andere verworpen , die , te 
gelyk geneegen , om door nieuwe ont- 
dekkingen zich beroemt te maken , 

huil- 
CO De Comp. Med. 
C d ) Corp. pharm. 
(O Pharm, Batean. 

Eee 3 



790 AANMERKINGEN over de 

hunne uitvindingen preezen. En , ge- 
lyk men in veele voorvallen , wanneer 
vafte gronden ontbreeken, of veracht 
worden , van het eene uiterfte tot het 
andere overgaat , zyn 'er geweeft , die 
één Geneesmiddel tegen alle kwalen 
voorgeflelt hebben , daar andere alle 
Geneesmiddelen , als geheel verwier- 
pen. (ƒ) Deeze onftandvaftigheid en 
twift, juift in dat gedeelte der Heel- 
konft, welke de Ziektens voorhoud te 
geneezen, gevoegt by andere gefchil- 
len , in dezelve voorkomende , gaf aan 
eenige gelegenheid , de geheele Konft 
als eene onzeekere wetenfchap voor 
te ftellen : wyl zy niet wiften wiens ge- 
zach zy gelooven moeften , en zelfs 
geene bekwaamheid of gelegenheid 
hadden , om de voorgeftelde dingen 
door proeven te onderzoeken. Qg) 
Deeze noemde het een gebrek der 
Konft , doch tegen de waarheid , wan- 
neer zy door onkundige geoeffend , of 
liever tegens derzelver zekere grond- 
wetten behandelt wierd , Qi) als of de 

Zang- 

Cf) Scribon. 1. Ep. 

(g3 Pün. 29. 1. quin£l. d. 8. 20. Horat, Ep. 1. 
1. 96. 
(/.O Hipp. lex. Cels. 2. 6. 



GENEESMIDDELEN. 791 

Zangkonft geene vafte wetten hadde , 
om dat een iegelyk clerzelver werktui- 
gen niet kan gebruiken : (T) in tegen- 
deel , dat gedeelte der Geneeskonft , 
't welk de byzondere eigenfchappen 
der dingen, die men om dezelve Ge- 
neesmiddelen mag noemen , alleen door 
ondervindinge opmaakt , is even zoo 
zeek er, als de overige natuurkunde, 
welker kennisfe zoo verre zeeker is , 
als zy afhangt van waarneemingen en 
ondervindingen , waar door wy ken- 
nen de eigenfchappen der dingen , zoo 
de algemeene , als byzondere , nevens 
de uitwerkfels en wetten , volgens wel- 
ke zy gezegt worden op elkander te 
werken; ja een gedeelte der natuur- 
kunde is 't , die uit proeven opge- 
maakt , alleen wegens deszelfs moeilyke 
uitgeltrektheid , van het overige afge- 
fcheiden word. Hierom is ook de ge- 
legenheid om zich of andere door 
proeven te overtuigen in dit gedeelte 
der natuurkunde niet gemeen , of be- 
hoorde ten minften niet vry te zyn, 
wyl 's menfchen leeven en gezond- 
heid het voorwerp der proeven wezen 

moet , 

(f) Galen, de'ther. ad pamph. 

Eee 4 



792 AANMERKINGEN over de 

moet , en tot derzelver nauwkeurige 
uitvoering verëilcht word eene ken- 
nis , zoo verre mogelyk is , van het 
gezonde en zieke lichaam, om wel te 
konnen waarneemen de veranderingen, 
die het in beide deeze ftaten ondergaat, 
wanneer in, of aan het zelve eenig an- 
der ding beproefd word. 

Deeze moeilykheid is zeer groot , de- 
wyl vereifcht word , dat alle nodige om- 
standigheden dezelve zyn, zal de uit- 
werkinge der proeve het beloofde be- 
wyzen , zoo als in de overige natuur- 
kunde ; maar het niet naauwkeurig 
waarnemen van deeze omftandigheden, 
die de proeven moeten vergezellen , 
is de oorzaak waarom dezelve proe- 
ven , door verfcheiden ondernomen , 
niet van allen met gelyke uitkomft be- 
fchreeven worden. Dit gebrek egter, 
hoewel aan het menfchelyk geflacht 
minder nadeelig , is ook in de overige 
natuurkunde, wanneer onervarene de- 
zelve door bevindinge zullen bewy- 
wyzen ; degereedfchappen tot waarnee- 
minge van de Eigenfchappen der lucht, 
Gezichtkunde , Sterrekunde, Eleólri- 
citeit en andere zyn by name bekend , 
en in handen van veelen, die onkun- 
i . dig 



GENEESMIDDELEN. 793 

dig der omftandigheden , welke de 
waarneeming zal moeten verzeilen , de 
uitwerkingen , der door kundige be- 
fchreeven proeven , niet konnen be- 
wyzen. Vooral diende men in de Ge- 
neeskunde niets als waarheid voor te 
ftellen , waarvan men zoo onzeeker is, 
als niemand van zyne bezitting zoude 
willen wezen. Niets dient als eene 
proeve gegeeven te worden , daar kun- 
dige met reden over twiften. (£). Een 
gezond inenfch, die en welvaart, en 
van niemant afhangt, als hy de nodige 
levenswyze geleerd heeft, mag de Ge- 
neeskunde niet nodig hebben , (7) maar 
dit word onder de zeldzame gebeurte- 
nisfen geftelt. Qm) De. liefde voor het 
leven , 't welk zonder gezondheid on- 
aangenaam is , was oorzaak dat men 
verlangde en zogt naar hulpmiddelen , 
die deZiektens konden weeren, of doen 
verdwynen : de dieren kennen deeze 
zonder onderwyzinge , de menfchen 
alleen door leeren ; derhal v en , wyl nie- 
mand deze kennisle in zich heeft, wa- 
ren 

(k) Pitcarn. or. 1692. 2. 3. 6. Boerhav. or. i. 3. 
( l) Cels- 1. i. 
lm) Plin. 7. jo. 

Eee 5 



794 AANMERKINGEN over de 

ren de Ziektens eerder bekend dan der- 
zelver Geneesmiddelen ; maar de be- 
geerte om gezond te leeven , was ook 
den menfch eigen , en dwong hem mid- 
delen tot herftelling te zoeken. 

Eene bevinding zonder oogmerk of 
voorneemen , maar by geval gedaan , 
ontdekte de eerfle Geneesmiddelen. 
(De Qüina geeft een voorbeeldj) (ji). 
En de beproeving van 't geen dus ge- 
vonden was , in Ziektens die eenige 
overeenkomfl hadden met die , in wel- 
ke zy nuttig geweefi waren , bevor- 
derde de eerfle uitvinding. Zorgvul- 
dige waarneemingen van alle omflan- 
digheden , die in , en naar het gebruik 
in het Zieke lichaam voorkwamen, 
wel vergeleeken en overwogen , brag- 
ten naderhand regels voort , volgens 
welke de vermogens van een middel 
bepaald wierden. 

Hipp, die bekende dat de Genees- 
kunde voor zynen tyd gevonden 
was, (o) fchryft: men moeit de Ge- 
neesmiddelen van andere leeren , wyl 

de 

O) C. Cald. de hered. tribun, m. i?6, Geoff. 
m. m. i. 48. 
(o) De Vet. med, 1. 



GENEESMIDDELEN. 795 

de menfchen dezelve niet door beraad, 
maar by geval vinden , de Konftenaars 
niet meer dan onkundige: maar 't geen 
van dezelve door oordeel bekend is , 
moet men leeren van zulken die de 
Kond weeten en oeffenen (p). Die 
men wilde en onbefchaafde menfchen 
noemt, en onkundige in opzicht der 
geenen die zich geleerder oordeelen, 
hebben by geval Geneesmiddelen ont- 
dekt Q). Ja dit is zoo zeeker , dat 
de voornaamfle thans bekende en in 
gebruik zynde middelen , welker uit- 
werkingen niet twyfelagtig zyn, maar 
in Ziektens , die de natuur onvermo- 
gende is alleen te geneezen, waarge- 
nomen kunnen worden , door dusdani- 
ge menfchen gevonden zyn; bewyzen 
hier van Pokhout, Quina, Sarfaparil- 
la , Ypecacuanha , Jalappe , Mechoa- 
canna , Tamarinden , en veele purgeer- 
middelen. Welke middelen eigentlyk 
Hipp. en andere der Ouden gebruikt 
hebben , is byna onbekend , waarom 

ook 

00 De affeft, 12. 

(#) Cels praef. i. Plin. 2f. 2. 29. 1. Quinótil. 
d. 8. 9. G. Plfo de morb. Brafil. 7. 8. 15-. aft. pbyf. 
med. 1. app, 107. 110. Garcilasfo de la Vega hift. 
des Ync, 1. 24, i$. 



?<}6 AANMERKINGEN over de 

ook naderhand veele Kruiden ten on- 
regte byzondere kragten toegefchree- 
ven zyn , als men by onzeekere gisfïn- 
gen oordeelde dat deeze dezelve waren 
die de Ouden gekend hadden (r). 

Deeze gevallige ontdekkingen der 
Geneesmiddelen , die anderzints niet 
gevonden zouden zyn , {trekt niét tot 
onzeekerheid of kleinachtinge der Ge- 
neeskonfl : de voedfels , nodig om te 
herflellen, het geen het lichaam door 
zyne natuurlyke beweeginge onvermy- 
delyk verderft , zyn op gelyke wyze 
ontdekt ; de menfch alleen kent dezel- 
ve niet dan door onderwyzinge , de 
honger dwingt dezelve te neemen ; de 
eerfle menfchen , en die naderhand 
ongeleerd , gedwongen van woonplaats 
te veranderen , in landen kwamen , daar 
zy hunne gewoone voedlels niet von- 
den, verftooken van alle gereedfchap, 
ter bereidinge nodig , konden door 
honger geperft , geene fpyzen neemen , 
dan die het aardryk , (door geene konft 
verzogt,) voortbragt. Maar wyl zy 
niet, gelyk de Beeften , hetfchadelyke 
van het gezonde konden onderfchei- 

den, 

(r) Boerh. Orac. 3. 



GENEESMIDDELEN. 797 

den , leerdenze door gevallige proe- 
ven , dat fommige dingen goede voed- 
fels waren, en andere, Eigenfchappen 
hadden , waar door zy ziek wierden , 
of ftierven. (s) En , hoewel van die 
tyden omtrent deeze zaak geene klaare 
getuigenisfen zyn, bewyft de hongers- 
nood het zelve, (f) Dikmaals heeft ook 
de gelykenis der dingen bedrogen, wan- 
neer voor goed voedfel , fchadelyke 
dingen genomen zyn , welke laatfte ook 
fomwylen verleiden , wanneer zy niet 
onaangenaam voor het gezicht zyn , en 
door geene uiterlyke hoedanigheden af- 
fcbiïkken. Wortels der groote water- 
icheerling en vrugten van Beïïa donna 
hebben dit betoont ; waarfchynlyk is 
men aan dergelyke gelegenheden ook 
de eerfte ontdekking van fommige Ge- 
neesmiddelen verfchuldigt ge weeft. Eer 
de gezonde wiften , door dit onderzoek, 
wat zy veilig neemen konden , bevon- 
den zy de Eigenfchap van eenige din- 
gen te zyn,xle buik- ontlading te bevor- 

de- 

(?) Hipp, vet. med. Via. rat, Sanor. Ceis.praf. 
9. Cic. off. 2. 24. 

(t) Gal. de probis pravisque alim. i.Plutarch. 
parall. anton, q. Curt. 9. 10. 



798 AANMERKINGEN oyek de 

deren of te fluiten , brakinge te ver- 
wekken , of tegen te gaan , flaap te ma- 
ken, of te verdry ven; wanneer zy nu 
te gelyk opgemerkt hadden , dat onder 
de hulpmiddelen , door welke het ge- 
itel des lichaams , door ziekte geplaagt, 
zichzelve geneert , waren afgang , bra- 
ken en flaap ; daar nu zodanige Ziekte 
voorkwam , welke men eertyds waarge- 
nomen had , door deeze geneezen te 
zyn , beproefde men die dingen , wel- 
ke het geval hun geleerd hadde , de ge- 
zegde vermogens te hebben: verfchei- 
de dusdanige proeven met elkander ver- 
geleken , leerden het waare gebruik de- 
zer middelen , ja men was minder be- 
geerig te weeten wat de ziekte verwek- 
te , dan wel wat dezelve verdreef. Het 
fchynen ook de voornaamfte en eerfte 
middelen geweeft te zyn , die door bra- 
ken , en afgaan ontlaftten. 

Deeze dingen waren den ^Egyptena- 
ren , die willen , dat de Geneeskonft on- 
der hen gevonden zy , zeer bekend , 
en by hun in gemeen gebruik. (11) Ge- 
lyk men ook naderhand geleerd heeft 
dat in veele gevallen , wanneer meer 

dan 

OO Diod. Sic. i. Si. Herod. 2. 77, 



GENEESMIDDELEN. 799 

dan natuurlyke afgang verëifcht wierd , 
veiligft ware , zodanige fpys en drank 
te gebruiken, die dit konden bevorde- 
ren ; Qv") braken verwekte men met 
warm water en zout of honig, (w) De 
natuurkunde heeft dezelve gevalligebe- 
ginfels : Archimedes in 't bad gaande , 
merkte dat 'er zoo veel water uit het 
vat liep , als 'er van zyn lichaam in het 
zelve nederzakte ; verheugde zich over 
deeze gevallige aanmerking , wyl hy 
hier door aanleiding kreeg tot de proef, 
door welke hy bewees , hoe veel zilver 
onder het goud der vervalfchte Kroon 
van Hiero was; (V) een beginfel der 
waterweeging. 

De Arabieren hebben de eerlïe , met 
veel voordeel, de Quik als een Genees- 
middel gebruikt , en wel met andere 
dingen vermengt aan het lichaam ge- 
legt , tegens de gebreeken, in dé be- 
kleedfelen van het zelve. Wannéér de 
Venusziekte zich in Europa openbaar- 
de , die veeltyds uiterlyke Zweeren 
geeft , heeft men ( door gelykenisfen 

aan- 

(_v) Cels. 1. 3. 11. 12. 29. 

(w) Cels. 1. 3. 11. 13. in. 7. Arec. Capp. 103. 
132. 105*. 
(#) Vitruv. 9. 3. 



800 AANMERKINGEN ov r de 

aangefpoort) in deze het zelve middel 
gebruikt ; dat Berengarius zoo wel 
gelukte, dat hy met deeze behandelin- 
ge eenen fchat won Qy~). 

De middelen, dus by geval en gely- 
kenilfe gevonden , waren in veele ge- 
vallen zeer fchadelyk , zoo lang niet 
andere, en herhaalde proeven , onder- 
ling vergeleeken , het waare gebruik , 
en de vereifchte omftandisheden ge- 
leerd hadden. Wanneer men de Quik 
tegens de Venusziekte eerft beproefde , 
zyn veele door deszelfs werkinge ge- 
ftorven; andere wenfchten den dood, 
om van de ondraaglyke f merten (door 
deeze werkinge veroorzaakt) verloft te 
zyn(V). Het kwalyk gebruiken der Qui- 
na heeft veelen de gezondheid , eenigen 
het leeven gekort. Het getal der mid- 
delen , op gemelde wyze door de eerfte 
menfchen , en in veele landen door on- 
geleerde gevonden, kan niet groot zyn 
als men opmerkt, hoe de Schilder- en 
Schryf-konfl; hun onbekend waren, 
en dus deeze uitvindingen alleen door 
het geheugen bewaard , en medegedeeld 
zyn. 

En 

(y") Fallnpp. de morb. gall. 
(i;5 ld- ib. fevncl. de L. V. 6. 



GENEESMIDDELEN. 3o£ 

En waarlyk , onder die Volkeren , die 
zich in opzicht van de anderen , be- 
fchaafd , geleerd , en wyzer noemen , is 
het getal der dingen , die men als Ge* 
neesmiddelen mag aanteekenen , en ge- 
bruiken , mede zeer gering, hoe groot 
ook door eenige opgegeeven. Dit be- 
wyzen de getuigenisfen van lofwaardi- 
ge , gepreezen , door hun , die zelfs 
geoeffend waren in die Kond , waar 
over zy den Konftenaar roemden. Een 
gemeen gerucht, door toeftemminge 
van onkundige Rechters mag men im- 
mers noch roemen , noch verlangen ? 
Hipp. , zoo verre men uit deszelfs egte 
fchriften nagaan kan, gebruikte weini- 
ge middelen (V). Sydenham , die onder 
de nuttige fchryvers genoegzaam alleen- 
lyk Hipp. pryft , en zyne overige be- 
kwaamheid meerendeels aan zyne ei- 
ge naarftigheid verfchuldigt was ; en 
Radcliv zyn navolger, toonen, door 
het fpaarzaam gebruik van weinig mid- 
delen , dat zy in de overige , welke ge- 
roemt wierden , geen vertrouwen had* 
den (b). G. Patin dagt , dat de Kond 

veel 

(a) Boerhav. or. 3. 

(b ) Browne or harv. 16. Taylor. or. harv. a4 

n.Deels,2.ftuk. Fff 



302 AANMERKINGEN over de 

veel nadeel toegebracht ware , door het 
invoeren van eene meenigte onnutte 
dingen (V). Zoo ook Stahl (d). En 
J, Hoffman klaagt, dat men, overla- 
den door ten onregt gepreezen dingen, 
gebrek heeft aan verlangde en nutti- 
ge (e). Mead , onder veelvuldige oef- 
feningen der Geneeskonft oud gewor- 
den , maakt als by uiterften wille aan zy- 
ne medeburgers bekend die dingen, 
welke hy tegens de meefte Ziektens 
dienftig gevonden hadde , doch die ook 
wederom weinig zyn (ƒ). Boerhave 
oordeelde , dat de befchry ving van zoa 
veele Geneesmiddelen, uit mineralen, 
planten, en dieren daar alleen toedie- 
nen konden, om de nuttigfte der Kons- 
ten by fchrandere befpottelyk te ma- 
ken (g). De reden, waarom van hem 
eene wydloopige befchryvinge van de- 
zelve gegeeven is , vind men in de 
voorreden der kortbondige fpreuken: 
deszelfs getrouwe leerling , en gelukki- 
ge navolger denkt, dat de konfl eene 

zeer 

(c) Nouv. letc. i. 138. 20S. 

(d) Not. ad. Satyr. 'hai-v. 17. 32. 111. 

( e ) DilT. de med". Virtut. dignöfc. 3. 4. f 

(ƒ) Mon. med. 

( g ) Or at. qua. repurg, med. afT, Simpl. 



GENEESMIDDELEN. 803 

zeer groote nuttigheid zoude Ontvan* 
gen , indienze door een ftreng , en voor- 
zichtig onderzoek ontheft wierd van 
alles, 't geen men onwaar, oftwyfel- 
agtig, wegens de krachten der Genees- 
middelen leeft (h). Met dit oogmerk , 
en te gelyk om verwarring te vermy* 
den , heeft men , al over lang , in de 
voornaamfte fteden , door de bekwaam- 
fte mannen , doen vervaardigen eene 
verzameling der Geneesmiddelen , teil 
nutte van die de Geneeskonft oeffenen. 
In de voorreden van die verzamelingen 
word van de meeften gezegt , dat dit 
werk nu befchaafd is en gezuivert van 
overtollige, onnutte, en buiten gebruik 
geraakte middelen , en ongefchikte 
mengfels , doch niet geheel van dezel- 
ve ontlaft, om ook van hen, die an- 
ders denken, zonder hinder te konnen 
gebruikt worden : en te gelyk om de 
gewoonte en vooroordeelen niet in al- 
les tegen te gaan. 

Indien men nu de middelen , in alle 
deeze werken genoemt , in eene lyft 
bragte, en van dezelve aftrok,' ten 1. 
al het geen deze mannen als onnut , af- 

keu- 

(£) Comm. aph. 1147. 

Fff 2 



go4 AANMERKINGEN over de 

keuren, doch door vereifehte toegee- 
venheid plaats geeven. Ten 2. die din- 
gen , dewelke , niet in alle gevonden wor- 
dende , ook niet door alle deeze fchry- 
vers als nuttig en nodig geoordeeld 
zyn, ten 3. die men in kleiner plaatfen 
niet verplicht is in de winkels te hou- 
den (/). Ten 4. het meerder gedeelte 
der geener , die gelyke krachten heb- 
ben , als zuur-temperendepoeijers , pur- 
geerende, en flaapverwekkende meng- 
fels ; ten 5. die alleen plaats vergunn 
worden , hoewel nooit anders in ge- 
bruik , om datze tot de onnodige meng- 
fels behooren ; ten 6. die alleen , als 
bewyzen van oudheid of koftbaarheid , 
achting behouden : dan zoude men we- 
derom bevinden , dat het getal der wei- 
beproefde, nuttige, en nodige midde- 
len zeer gering is , in opzigte der mee- 
nigte , die onverdiend geprezen zyn. 
Dus dagten ook , die de kleine , doch al 
wat verëifcht word , bevattende Phar- 
macopcea (ten dienfte van het Gafthuis 
te Edinburg) vervaardigt hebben Qk). 
Verfcheide redenen zyn 'er , waarom 

zo» 

(i) Pharm. Wirtenberg. Brandenburg. 
(k) Pharm. paup. Edinb. 



-GENEESMIDDELEN. S05 

zoo veelen dingen eene gencezende 
kracht toegefchreeven is, die zy egter 
niet hadden. 

Veelmaal zyn de proeven genomen 
in die Ziektens , of toevallen , waarvan 
het geftel des lichaams , of de Ziekte 
zelfs , zich alleenlyk , of ook wel ge- 
holpen van eene door andere proeven 
nodig gevonde leevenswyze , ontlaft. 

Dat zuivere wonden , in gezonde 
lichamen , zonder verlies van ftoffe , de 
wanden aan een gehouden zynde , en 
de lucht geweerd , zonder eenige ver- 
dere hulpe door de KonU toe te bren- 
gen, geneezen, daar van zyn bewyzen, 
veele, en gemeene bevindingen; als het 
aderlaten , tandtrekken , de buikfteek , 
het lichten of uitneemen der parel, de 
operatie der hazemond , hegtingen door 
naalden of draden gedaan , beenbreuken 
zonder doorfcheuringe der bekleedfels, 
wonden , en affny dingen , in dieren en 
planten, hetfnoeijen, enten en zuigen 
in boomen , het aan een groei jen van 
ontvelde deelen , in menfchen ,beeften , 
boom-takken , en vruchten. Gemeen is 
het in zulke, die, wegens hun hand- 
werk zich dikmaal in de vingeren fny- 
dende, zich fpoedig helpen, door ee- 

Ff f 3 nen 



3o6 AANMERKINGEN over. de 

nen draad om de vingeren te winden, 
die de lippen der wonden re zamen 
houd, en de lucht weerd; dewyl nu 
onder het gebruik van alles , dat maar 
niet fchaden kan, deeze geneezing ook 
gefchied , word het gebruikte eene 
.kracht toegefchreeven , die in het ge- 
itel des lichaams alleen te vinden is. 
Nadien nu zulke klaare bewyzen , die 
een iegelyk voorkomen, en nagaan kan, 
het grootfte gedeelte der menfchen niet 
wederhouden te gelooven,dat'erwond- 
middelen zyn , of wezen konnen ; moet 
men zich niet verwonderen , dat het 
geen voor inwendige ziektens , die niet 
voor het gezicht komen, en uit gebrek 
van gelegenheid , door een ieder niet 
konnen nagefpeurt worden , gebruikt 
is , dikwerf, onverdiend , een hulpmid- 
del genoemt word , alhoewel het geheel 
kragteloos is, en tot de geneezinge niets 
toegebragt heeft. Ja veele mistrouwen 
hunne eigen en dagelykfche bevindin- 
gen, wanneer eens iets den naam van 
geneesmiddel by overleeveringe gekree- 
gen heeft. Veele moeskruiden , die als 
gemeene voedfels genomen worden , 
zonder dat zy , die dezelve gebruikten , 
eenige verandering daar door in hunne 

ge- 



GENEESMIDDELEN. 807 

gefteltenisfen gewaar wierden, hebben 
by fommige eene bepaalde en befchree- 
ve werking tot geneezinge. 

Het is een gemeen gevoelen , dat 
Kervel den afgang en het water dryft : 
dat iemand , (gelyk andere , wegens 
by zonderen toeftand , van Caftanjen 
of Aardakers , ) door Kervel meer dan 
gewoone ontlaftinge krygt , kan ge- 
beuren ; anders voldoet het aan de be- 
loofde werkinge niet. Zoo Laituwe 
de vermogens hadde , die eenige 'er 
aan toefchryven , waarlyk , veele zou- 
den 'er geen dagelyks gebruik van ma- 
ken. 

Onder de Ouden wierden 'er fom- 
mige gevonden , die zoo groote ge- 
dachten van de geneesmiddelen had- 
den , dat zy zonder dezelve geene 
Ziekte behandelden. (/) Maar Hipp. en 
andere , die aandagtig nagegaan hadden 
den loop, en het einde der Ziektens , 
wanneer geene Geneesmiddelen gcgGG- 
ven waren , bevonden dat veele Ziek- 
tens door enkele bewerkinge des lig- 
haams , of der Ziekte zelve , verdree- 
ven wierden : en wel voornameiitlyk 

die 

CO Cels. prsf. p. Y* 

F ff 4 



8o8 AANMERKINGEN over de 

die men heete Koortfen noemt zonder 
ontftekinge ; alleen en vooral wilden 
zy de geneezinge bevordert hebben 
door eene zeer naauwkeurige bepaal- 
de leevenswyze,dewelke zy daarom zoo 
dienftig oordeelden , terwyl deszelfs 
kwaad gebruik zeer nadeelig , en de 
gepafte beftueringe zeer dienftig is (/»). 
"Waarom ook van zynen tyd af, tot 
heden toe in veele hooge fenolen , 
die bevordert worden , zweeren datze 
den Zieken de heilzaame leevenswyze 
zullen aanwyzen. Galenüs , en an- 
dere die voor hem gefchreeven heb- 
ben , beweeren ; dat onder de boeken , 
over de doorgaans in zwang zynde 
Ziektens het eerfte en derde alleen 
door Hipp. gefchreeven is om mede 
gedeeld te worden (n). In dezen vind 
men wel een zeer eenvoudig (en zon- 
der konftwoorden) doch omftandig 
verhaal van veele Koortfen , dus , ge- 
lyk FpvEind zegt; (o) gefchikt, dat de 
lezer fchynt den lyder te befchouwen , 

maar 



0») De arte, vet. med. Vift, acut, decoro. 
Cels. 3. 4. 
(ra) Comm. in epid. 6. praef. 
(o) De Fcbr. 1. 



GENEESMIDDELEN. 809 

* 

maar genoegzaam zonder melding van 

Geneesmiddelen; waar uit zeer waar- 
fchynlyk blykt , dat 'er niets gebruikt 
is , dan alleen de vereifchte fpys en 
drank , ter bekwamer tyd gegeeven , 
het geen Celsus het befte Geneesmid- 
del noemt (p). Ik fpreeke alleen van 
zulke koortfen , dewelke met geen ont- 
fteekinge verzeld zyn , en ik melde 
aderlaten niet onder de Geneesmidde- 
len: het oogmerk, en de nuttigheid, 
waarom hy, zodanige waarneemingen 
mededeelde (namentlyk de Ziektens te 
leeren genezen) zoude ook niet vol- 
daan zyn , indien hy overgeflagen had- , 
de het geene de geneezing bewerkt 
heeft; doch uit een ander werk van 
Hipp. (#) in het welk Martianus ge- 
tuigt dat de nuttigfle leeringen , om 
alle heete Ziektens te geneezen , ver- 
vat zyn , (r) blykt klaar , dat hy in de- 
zen, buiten Gerftendrank, byna niets 
gebruikt heeft , dan Honig , Azyn , 
Stoovingen , Clyfteeren , en Aderla- 
ten , wanneer 'er ontfteekingen waren ; 

het 

(p) 3. 4. 2. 18. Plin. 24. 1. 

C?) Deacur. Via. rat. Plin. 18. 7. 

(r) 261. 

Fff 5 



8io AANMERKINGEN over de 

* 

het overige aan de natuur beveelende, 
die hy zegt , dat de Ziektens , dus ge- 
holpen , geneezen kan ('s"). De opregte 
Sydenham , hoewel hy aanhoudende 
Koortfen in aard en geneezingswyze 
zeer onderfcheiden noemt , heeft de- 
zelve egter alle, byna op ééne wyze, 
met weinig middelen , gelukkig behan- 
delt (t), en was zoo overtuigt, dat 
het goedaartig foort van Pokken geene 
middelen vordert , dat hy het onbe- 
taamelyk oordeelde zich te beroemen , 
op eene zeer konftige geneezinge van 
eene Ziekte, die zelfs eenigzints kwa- 
lyk behandelt , niet gevaarlyk was QuJ. 
Boerhave , die zich beroemde veel uit 
Hipp. geleerd te hebben , pryft weini- 
ge middelen tegens de heete Koortfen, 
de Koorts zelf, als het geneezend werk- 
tuig der natuur aanmerkende (y). Niet 
alleen deeze , maar ook verfcheiden 
andere Ziektens , geneezen , onder 
eene goede leevenswyze, met weinig, 
of geene middelen. De Buikloop ftrekt 

dik- 



(s) Epid. 6, Gal. Comm. loc. cit. 
(t) Boerh. or. 3. 

00 37i. 3§ 2 » f4f» ?4 Ö - 

(v) Or. 1. 3. 8. aph, $Q4- 609. 



GENEESMIDDELEN. 811 

dikwyls tot gezondheid , terwyl die het 
lighaam reinigt , en uitwerpt , het gee- 
ne anders inwendig fchaden zoude (w). 
Weleer was men van deeze waarheid 
zoo overtuigt , dat het een gemeene 
fpreuke wierd: wanneer de natuur we- 
derftreeft , kan de Konft niet helpen (V). 
Zelf in de Krygs-kunde wierd tot over- 
reedinge bygebracht , dat de Genees- 
meefters veeltyds meer vorderen door 
niets te doen , dan door werken en be- 
weegen (y). 

Wanneer nu in deeze gevallen in of 
uitwendig zodanige middelen gebruikt 
worden , die de werking des lighaams , 
of der ziekte , niet veranderen , maar 
in dezen opzichte kragteloos zyn , of 
ook wel het zelve doen , het geene 
men door fpys en drank beoogt"(met 
eene gewenfchte geneezinge der ziek- 
te , ) dan worden de zulke ten onreg- 
te, naderhand, by gebrek van behoor- 
lyken aandacht, Geneesmiddelen ge- 
noemt, die in dezen onnut, doch niet 
fchadeïyk zyn , maar zoo in tegendeel 

der- 

(iv) Cels. 4. 19, 

(x) Hipp."lex. Cels. 3. 1. 

O) Liv. 22. 18. 



%m AANMERKINGEN over de 

derzelver eigcnfchappen zodanig zyn , 
datze de werkinge van het lichaam , of 
der ziekte , die tot de herftelling ver- 
eifcht word , verhinderen , dan wor- 
denze zelfs fchadelyk: zoo is dan door 
de ondervindinge al over lang geleerd , 
dat men in den aanvang van heete 
ziektens , om zoo veel mogelyk is der- 
zelver gevaarlyken loop te verhoeden , 
de ruft en onthouding van gewoone 
voedfels en drank zeer nodig, en de 
beweeging , het baden , gedwongen af- 
gang, braken, zweeten, en wyn, in 
tegendeel , zeer fchadelyk is (s). 

Asclepiades , die de fchriften van 
Hipp. en andere der Ouden geleezen 
hadde, (#) leerde, dat hy de Koorts 
zelf als een geneesmiddel gebruikte, (£) 
verachtende het grootlte gedeelte der 
zoogenaamde Geneesmiddelen , zyne 
geheele zorge tot de beftieringe der 
levenswyze gebruikende ; en zegt , 
dat , byzonder : in heete Koortfen , 
geene middelen vereifcht worden , ter- 
wyl dezelve door bepaalde voedfels, 

en 



(z) Cels. 3. 2. Syd. 226. 

(a) Gal. de v. s. adv. Eras £ 

(b) Cels. 3. 4. 



GENEESMIDDELEN. 813 

en een weinig wyn , ter bekwamer tyd 
gegeeven , veiliger geneezen (c). Hier 
door veranderde hy in dien tyd de ge- 
meene geneezingswyze , en trok de ge- 
neegenheid van veelen tot zich, (nis 
ware hy van den hemel gezonden , ) en 
gaf het menfchdom heilzaame wetten 
tot geneezinge (i). De geleegenheid 
was hem zeer gunftig; in welfpreeken- 
hcid anderen overtreffende , bezat hy 
de gaaf van overreeden (e) en leefde 
in eenen tyd , wanneer men door ge- 
weldig broeijen, zweeten, braken, en 
purgeeren de zieken mishandelde (ƒ}. 
Waar noch bykwamen de denkbeelden 
van toverye , die zeer gemeen waren , 
en welke Plinius (gj dachte dat uit de 
Geneeskonft hunnen oorfprong had- 
den : dusdanige ligtgelovigheid wierd 
door hem veragt ; leerende te gelykden 
plicht van een Genees-meefter te zyn, 
de ziektens veilig, fchielyk, en aange- 
naam te geneezen (^). Hy verkreeg 

ook 

(c) Cels 3. 4. en f. prsef. en prasf, 3. 

(d) Plin. 26. 3. 

(O Plin. ib, Cic. de Orat. i, 8. 

(ƒ) Plin. ib. Cels. i, 3. 

(g) ;o. 1. 16. 4. 

(b) Cels. 3, 4, 



8i4 AANMEPvKINGEN over de 

ook in het byzonder de genegenheid 
der zieken, door hun tegens het toen- 
maal gemeen gebruik , fomwylen koud 
water , of wyn te belooven ; men 
wil ook dat hy het goed en nuttig ge- 
bruik des wyns in ziektens gevonden 
heeft ; hierom zeggende , dat deszelfs 
kracht de vermogens der Goden eve- 
naarde (/). En waarlyk indien de wyn 
allecnlyk als een Geneesmiddel bekend 
ware , hy zoude onder de voornaamfte 
geteld zyn, en deszelfs goed gebruik, 
als een Geneesmiddel word door Aret. 
Capp. zeer gepreezen. Celsus noemt 
Asclepiades een voornaam Autheur, 
door Cleophontus geleerd (£). Pli- 
nius verwyt hem de vleijery(Z), de- 
welke Hipp. egter in zeker opzicht aan- 
pryft (;»). 

Dikwyls gebeurt hét , in ziektens , 
die de natuur alleen , zelden of nooit 
geneeii, dat aangewende middelen den 
lof der geneezinge verwerven , die veel- 
tyds geheel, of ten meeften deele aan 

de 



CO Plin. 7. 37. 13. 1. 16. 3. 

(k) 3. 14. 4. 4. 

CO * 6 - 3- 

(mj De dcc. hab. 3. 4. Epid. 6. 3. 



GENEESMIDDELEN. 815 

de leevenswyze , (die by het gebruik 
dezer middelen gevorderd word , ) be- 
hoorde toegefchreeven te woeden. Men 
dacht weleer dat de waterzucht gemak- 
kelyker in flaaven , dan in vrye men- 
fchen verdreeven wierd : derzelver ge- 
neezing vereifchte veeltyds werken , 
honger, dorft , en ander verdriet, ne- 
vens veel geduld, waarom de zulke ook 
fpoediger geholpen worden , die men 
ligtelyk kan dwingen , dan wien de vry- 
heid onnut is, waarom ook, die van 
anderen af hankelyk zyn , indien zy zich 
niet matigen , ook niet konnen genee- 
zen worden («). Stai-il verhaald van 
het gebruik der minerale wateren datze 
(op hunne natuurlyke plaats gedron- 
ken) weinig zieken geneezen. Eenïge 
vinden verlichtinge : r terwyl zy , ontheft 
van veele onnutte middelen en zor- 
gen , zich door de reize genoodzaakt 
vinden, het lighaam,meer dan gewoon, 
te be weegen , ja gedwongen worden 
eene geregelde leevenswyze te houden : 
die dit verachten, keereil weder., zoo 
als zy *er gekomen waren. Voornament- 
lyk worden deeze wateren geroemt 

voor 
(») Gels. 3. .21. 



8i6 AANMERKINGEN over de 

voor eene groote menigte, die men hy- 
pochondrie noemt , waar toe dikwerf 
gebracht worden alle de ziektens, die 
niet klaar te kennen zyn. In deeze 
doenze dikwyls grooten dienft, onder 
eene wel gefcbikte leevenswyze , matig 
gebruik van wyn , beweeginge des lig- 
haams , en vrolykheid , het verlaaten 
van onaangenaame , en liet befchouwen 
van ongewoone voorwerpen ; zonder 
deeze voorwaarden doen de wateren in 
deezen niets (o). 

Veele dingen hebben den naam van 
Geneesmiddel ( hoewel onverdiend ) 
verkreegen , en eenigen tyd behouden-, 
wanneer derzelver uitvinding , of be- 
fcherming aan perfoonen van het hoog- 
fte aanzien toegewyd was ; waarfchyn- 
lyk om dat men begeerde valt te {lel- 
len, dat deeze van allerlei zaken kundi- 
ger oordeel konden vellen ; of ook wel 
in zaken , waar van alleen door proe- 
ven konde , en behoorde geoordeeld 
te worden , minder kwalyk onderricht 
wierden. Dat men in de eerfte onder- 
{tellinge' gemift heeft , blykt , wyl meed 
alle middelen, die voorheen met eenen 

hogen 

(o) Not. ad. Sat. Harv. 70. 



GENEESMIDDELEN. Si; 

hogen bynaam pronkten (als Mithrida* 
tium, Philonium Theriaca, Arthemi- 
fia) aan hunne verwachtinge niet vol- 
daan , en daarom by de voornaamfte 
Konftenaars hunne achting verlooren 
hebben. Ja hoe dat ook zelf Vorften , 
en mannen van het hoogfte gezag, 
wanneer zy niet overdachten welke 
hoedanigheden vereifcht wierden in 
iemand , die van de kracht van een 
Geneesmiddel zal getuigen , door aan- 
pryzinge misleid zyn geworden , kan 
door voorbeelden worden gefïaaft. Ka- 
rel de tweede, Koning van Engeland, 
verkreeg , na veele moeite , voor 25000 
daalders, van Goddart, de geheime 
bereiding van een , door hem zelf uit» 
gevonden , en veel verkocht , middel , 
toen bekend onder den naam , van 
droppels van Goddart , door Svden- 
ham zeer gepreezen (j? ). Niets konde 
de achting van dit middel meer ver- 
fpreiden , dan dat een Koning het zelf 
gereed maakte; en uit liefde van het 
menfchelyk gedacht, zonder voordeel, 
wilde uitdeelen ; een icgelyk verblydde 
en haaftte zich, om, door hetzelve, 
van den Koning geholpen te worden , 
VL Deel, 2. flut- G g g om 



Öi8 AANMERKINGEN over de 

om wien te behangen men deszelfs 
deugden zeer verhefte ; de hovelingen 
verborgen ondertusfchen deszelfs kwa- 
de uitwerkingen , of waren liftig ge- 
noeg omze te verfchoonen ; en wel haalt 
was de roem en achting der Engelfche 
droppels door de wereld verfpreid. 
De Engelfche Gezanten aan andere 
Hoven dachten het eenen plicht te zyn 
hunnen meefter te vertoonen , door 
uit te deelen het middel', 't welk de 
Koning hun gegeeven hadde , als een 
blyk van vertrouwen en geneegenheid. 
Lister had het zelve den Koning hel- 
pen bereiden , en zich voor af by eede 
verbonden het geheim niet te zullen 
bekend maken. Portland een Ge- 
zant van Engeland , met wien Lister 
naderhand in Parys was , naar den dood 
des Komngs , onthefte dezen van den 
eed ; die ook daarop , ten gemeenen 
nutte , aan Tournefort deeze gehei- 
me bereiding openbaarde te zyn , een 
vlugge geef! van zyde, overgehaald 
met Caneel , of dergclyke Olie. Tour- 
kefort maakte dit ruchtbaar, en, te 
gelyk' door proeven overtuigt , leerde 
hy, dat deeze droppelen geene ande- 
re , of meer vermogen hadden , dan 

die> 



GENEESMIDDELEN. 8i$ 

die op dezelve wyze uit Hertshoorn , 
Salammoniac , of vlugge drachtige 
zouten bereid wierden, zoo datze wel 
ras haren roem , van de eenigfte te 
zyn , die zulke uitnemende vermogens 
hadden , verlooren (q). Zelfs word de 
Zyde 'm de Pharm. van Londen , Edin- 
burg, 's Hage , en Leiden niet meer 
onder de Geneesmiddelen geteld. Een 
zeeker Geeitelyke in Languedoc , be- 
roemd als bezitter van veele geheimen i 
door Lodewyk den Veertienden, Ko- 
ning tan Vrankryk , ten hove ver- 
zocht, openbaarde in 't jaar 1680 aan 
zyne Maj. een geheim middel , om de 
Breuken te geneezen , onder verband , 
dat het tot zyn dood toe geheim zou- 
de blyven: de Koning zeer aangedaan* 
dat het gemeen verfreeken zoude zyn 
van dezehulpe, ftond zulks toe; be- 
reidde dit middel zelf, en liet het doof 
zyn kamerdienaar geeven , aan alle die 
het zelve begeerden , doch om te ge- 
lyk zorgvuldig zyne beloften na te ko- 
men , deed hy zich in zyn Kabinet vyf 

of 

(q) Accad. de Sc. 1700.71. 73. Malouin. Chi.n. 
1. «69. F'.ncydop. 7. 771. Boerh. Chcm. proe. liefc 
Earcn. Gbym. de Lemer. 872. 

Ggg 2 



82o AANMERKINGEN over m 

of zes droogeryen brengen , als waren' 
zy tot deeze bereidinge nodig; die al- 
le, (terwyl het middel alleen beftond 
uit geeft van Zout,) in ftilheid weg- 
geworpen wierden , door welk bedrog 
(al over lang in dergelyke gevallen 
geoeffend,) Cffl) nv zyne belofte be- 
waarde. Eene zeer groote meenigte, 
geduurende vyf Jaaren , dat de uitvin* 
der noch leefde , heeft dit middel 
gebruikt ; en na zynen dood deed de 
Koning het ruchtbaar worden : eenige 
verzeekerden geneezen , of verlicht te 
zyn, andere vonden geene hulpe. Het 
gebruik van dit middel vorderde , dat 
de lyder geduurende vier maanden 
moefte dragen- eenen Yzeren wel druk- 
kenden band , die de Breuk wel in- 
hield, zich wachten voor alle onmaa- 
tigheid in fpys en drank , niet zitten r 
of ryden , maar alleen liaan, of leg.- 
gen , en deezen tyd verftreeken zyn- 
de , moeft hy den band noch zoo lang 
dragen , tot dat de deelen de vereifch- 
te fterkte hadden \ ( r ) maar een goede 
Breukband, geholpen door bekwaame 

hou- 

(qq) Scribon. larg. c, 23. 97. ' 

(j) Dionis. oper. dem. 4. Geoffr. m. m. 1. 108. 



GENEESMIDDELEN. 821 

houding, en ruft des ■lig'haams heeft 
meermaal een verfche Breuk genee- 
zen fjj. Doch zonder band verwach- 
te men geene geneezinge (t). 't Welk 
na de ontdekkinge van dit geheim wel 
waargenomen zynde , is dit middel , 
als geheel onnut , verworpen (#). Het 
is ook niet waarfchynlyk dat een mid- 
del in een voorkomende Ziekte noch 
niet beproefd (maar het geen om des- 
zelfs groot vermogen in andere geval- 
len betoont, by gelykcnisfe hoop geeft, 
ook m deze bepaalde Ziekte te zullen 
helpen) ineenen aanzienlyken perfoon 
eerft bezocht zal worden , die zich 
daarom als ontdekker, bezitter, en be- 
fchermer van het zelve naderhand zou- 
de roemen : het melden alleen dat dit 
in eene Ziekte , waar over gefchil was , 
noch niet bezocht ware, heeft 'er al- 
toos veele afgefchrikt, zoodaanig iets 
in lieden van aanzien, en hoog gezag 
te beproeven , wel weetende zoo 't 
niet hielp , alhoewel het geen fchade toe- 
bracht , egter het doodlyk einde der 

on- 

f O De la Faye not. fur. Dioa. 220, 
(t) Dion. I. c. " 

.00 Baron. Chym. de Leraery 44L 

Kgg 3 



822 AANMERKINGEN over de 

ongeneeslyke Ziekte aan 4it middel, 
en dus aan deszelfs Autheur verwee- 
ten zoude worden. Bidloo , die met 
reden, hoewel tegens het gevoelen van 
eenigen , de zuchtige beenen van Wil- 
lem den derden , hadde doen zwach- 
telen , wierd beichuldigt kwalyk ge- 
handelt te hebben , en vond zich ver- 
plicht , om zyne achtinge te bewaren , 
een verhaal van deszelfs ziekte in 't 
licht te geeven (v). Celsus verhaalt 
van eene Vrouw die aan eene , in dien 
tyd onbekende Ziekte, ftierf , aan wel- 
ke daarom geene middelen beproefd 
wierden, terwyl niemand aan zo voor- 
naame perfoon iets, by gisfinge, wa- 
gen durfde , op dat , zoo zy niet her- 
ftelde , het niet fchynen zoude dezel- 
ve vermoord te hebben ; hoewel het 
waarfchynlyk was, dat, deeze vreeze 
agtergelaten zyndc,iets zou hebben kon- 
nen bedagt worden, 't welk mogelykde 
goede verwachtinge beantwoord had- 
de^). GALENus,door den Keizer ge- 
vraagd zynde om een middel voor de 
Maagpyn , antwoordde : indien een an- 
der 

f i ■) Verhaal der Ziekte van Willem den III d:;n . 
(<u) Cels pr^f. 13. 



GENEESMIDDELEN. 823 

«der dit ongemak hadde, zoude ik hem 
na rnyne gewoonte Wyn met Peper 
geeven , maar. dewyl Doctoren gewoon 
zyn aan Koningen de veiligfte midde- 
len te geven { zal 't genoeg zyn de maag 
met 'eenige Zalve te dekken. De Kei- 
zer gebruikte het voor -de gemeente 
gepreeze middel, en verheugde zich 
dat hy nu een vryen en onafhankelyken 
Geneesheer gevonden had 4 dien hy 
naderhand roemde gfejl Door het fny- 
den van geknelde Breuken heeft men 
veelen gemeeiien het leeven bewaard, 
doch zelden voornaame menfehen , 
wyl in de laatfte deze bewerkinge of 
niet of te laat ondernomen word. 

De Ziek'tens , hebben gelyk de Plan- 
ten , by kundige, zeekere merkteekens;, 
waar door zy onderfcheidenlyk gekend 
worden ; : het gebrek vaii deeze kennis 
is veelmalen oorzaak geweeft , dat mid- 
delen beproeft en geroemt zyn te- 
gen Ziekten s , in welke zy nimmer 
dienft, ja dikwerf door kwade verge- 
lykinge aangedrongen , Veel nadeel ge- 
daan hebben. - Dus Beroerdheid , en 
fterke Slaap , Stuipen en Vallende 

Ztek- 

(x) De prsnotad Pofth. II, 
Ggg 4 



824 AANMERKINGEN over de 

Ziekte , Verkouwdheid en Longtee- 
ring , pyn in de Ledematen na belette 
Uitwaasfeming , en Podagra, meer dan 
gemeene Afgang in gezonde tyden , 
en befmettelyke Loop , Buikpyn door 
winden, of ontiteekinge der Darmen, 
hebben eenige teekenen volgens welke 
zy over een komen. Die nu deeze 
Ziektens niet konnen onderfcheiden , 
pryzen zulke middelen aan , welke in de 
eerfle gevallen dienftig , maar in de 
laatfte (tegen s welke zy door eene ver- 
keerde gelykenisfe ten onrecht ge- 
roemt worden) of niet helpen of veel 
kwaad doen. 

Het menfchelyk lighaam werkt op 
de Geneesmiddelen, en deeze weder- 
om op het lighaam : de vermogens van 
deeze hangen alleen af van byzondere 
eigenfchappen , die door de bevindin- 
ge te ontdekken zyn ; zy worden door 
het geftel des lighaams in beweeginge 
gebracht, het welk, door deeze gehol- 
pen, de geneeslyke Ziektens herfteld: 
waarom men van de krachten der Ge- 
neesmiddelen dan alleen wel fpreekt, 
wanneer men de veranderingen , die 
het geftel door deeze ondergaat , en 
de werking van het geftel , die daar op 

volgt, 



GENEESMIDDELEN. 825 

volgt , zorgvuldig waarneemt Q). 
Purgeer , en Braakmiddelen verande- 
ren of verbeteren niet de oorzaak ee- 
ner Ziekte en kunnen om deeze reden 
geen Geneesmiddelen genaamt worden; 
het lighaam is zoo gefchapen , dat het 
deeze niet verdraagen kan (dit blykt 
hier uit, dat ook het gezonde lighaam 
dezelve uitwerpt) maar werkt om 'er 
zich van te ontladen ; veele vogten 
vloeijen naar de maag en darmen, die 
het fchadelyke verdeelen, en met het 
zelve uitgedreeven worden , waarom 
Herophilus den Elleborus vergeleek by 
een Veldoverfte , die het leger in be- 
weeging gebracht hebbende mede uit- 
trekken moeit. (z). Indien nu te ge- 
lyk door en met deeze ontlaftinge de 
oorzaak der Ziekte ontbonden en uit- 
gedreeven word , geneefl het geitel 
des lighaams , door gezegde middelen 
in zoodanige beweeginge gebracht. 
Deze eenige, eerfle, en zeekere weg 
om de krachten der Geneesmiddelen 
na te gaan , heeft fommigen mishaagt , 
alleen om deszelfs eenvoudigheid, hoe 

zeer 

(y) Boerh. or. 8. 

(z) Plutarch. de Sanït. tuend. Plin. if. f. 

Ggg5 



S26 AANMERKINGEN over de 

zeer deeze ook doorgaans het zegel 
der waarheid is , een gebrek , het welk 
de Geneeskonfl. met eenige andere 
weetenfchappen gemeen gehad heeft; 
men overweege alleen het noodlot der 
overige natuurkunde. 

Aristoteles wilde van alles , het 
geen voorkomt of gefchied , reden ge- 
ven (#). Ziek zynde , en de Genees- 
heer hem iets willende voorfchry ven , 
zeide hy , dat hy niet behandelt wilde 
wezen als een osfendry ver of graver , 
maar reden moefl hebben , zoo hy ge- 
hoorzamen zoude , (£) dus zyn 'er 
ook geweeft in de Geneeskonfl die 
tot dezelve nodig oordeelden de ken- 
nisfe der oorzaken van gezondheid , 
en ziekte , hoe zeer deeze ook ver- 
borgen en onnafpeurlyk waren Qc ). 
Hipp. overtuigt zynde dat men in de 
Geneeskonfl by zonder weeten moefl 
wat 'er gebeurde , heeft voornamelyk 
bevindingen nagelaten , veele derzel- 
ver verzameld, en tot korte en bon- 
dige fpreuken gemaakt. Want de ziek- 

tens 

(a) Diog. Laert. 5-. 32. 
(Z>) iElian. 9. 23. 



GENEESMIDDELEN. 82? 

tens geneezen niet door welfpreeken- 
heid , maar door middelen ; zoo dat 
een ftomme , die van welbeproefde 
middelen voorzien was , grooter Kon- 
flenaar zoude zyn , dan die , zonder 
bevindinge , de tong gefleepen heeft (d). 
De welfpreekende Demos thenes zou- 
de het tegendeel niet konnen bewee- 
ren Qddy Cicero oordeelde dat men 
te vreden moeft zyn, als men doorzee- 
kere bevindingen wift wat 'er gefchie- 
de , of fchoon men onbewuft ware op 
welke wyze , of door welke oorza- 
ken (e) het edelmoediger joordeelende, 
te bekennen niet te weten het geen men 
niet weet , dan door fchynredenen , een 
ander, en zichzelven te verveelen , (ee) 
tot een voorbeeld neemende de ont- 
dekking der Geneesmiddelen, welker 
kracht of eigenfchap de reden nooit ver- 
klaart heeft, terwyl door derzelver nut- 
tigheid de konft en uitvinding gepree- 
zen word (ƒ). Hy wift, wat de Wortel 
Scammonea vermocht om te purgee- 

ren j 

(d") W. ib. Sen. Ep. 75-. Lucian. Hipp. 
tdd') Galen, de Subfig. Emp. 
(e) De Div. 1. 9. 
(ee) Nat. d. 1 .. 30. 
(ƒ) De Divin. 1. 7, 



828 AANMERKINGEN over bE 

ren ; dit was hem genoeg : waarom , en 
door welke oorzaken zulks gefchiede , 
oordeelde hy onbekend te zyn , en on- 
mogelyk om uit te vinden , ja zelf on- 
nut om na te fpeuren (g). Maar veel e 
andere wilden geleerder zyn dan 't 
mooglyk is, waarom hun ook veeltyds 
toekomt het geen Aristoteles eens 
gevraagd zynde, wat wiïïnen de Leuge- 
naars? Antwoorde : dat ah zy zelfs eens 
waarheid [preeken, zy niet gelooft worden (h). 
Men wilde de veranderingen, die het 
lighaam naar het gebruik van eenige 
dingen ondergaat , door gelyke bevin- 
dingen akyd geftaafd , niet meer voor 
genoegzame bewyzen, dat iets een Ge- 
neesmiddel is , aanneemen; of door dee- 
ze onderricht , redeneeren , maar dach- 
te dat men ook de rede van deeze ver- 
anderingen moeft weeten , hoe verbor- 
gen, en onnafpeurlyk zy ook waren: 
ten dien einde dreef men iets , 't welk 
veele geeifchtens valfchelyk veron der- 
field zynde , rede genoemt , en waar 
door alle , anderzints verborgene din- 
gen , kla,ar zouden konnen uitgelegt wor- 
den. 

(g) De Divin. i. 10, n. 20, 
(ZÓ Diog. Laert. s- l 7* 



GENEESMIDDELEN. 829 

den. Op deeze gronden oordeelde men 
ook , dat iets een Geneesmiddel konde, 
en moeite zyn, als het gebruikt wierd, 
hoewel *er vooraf geene proeven op 
het gezonde, of zieke lighaam ge- 
nomen waren. Door den fin aak, reuk, 
en het gezicht , dagt men ,konde dit ont- 
dekt , en voorzegt worden. Doch die 
dingen , dewelke het lighaam allermeeffc 
aandoen en ontroeren , konnen- door de 
zinnen afzonderlyk niet onderzocht , 
of gekend worden , maar zyn alleen 
door de werking , die zy op het lig- 
haam doen, na te gaan. Bewyzen hier 
van zyn , het zaad der befmettelyke 
ziektens, veele in oude tyden bekende 
vergiften , daarom niet te vermyden (/). 
en Braakwyn , zoo geworden, terwyl 
eenige bereidinge van Spiesglas 'erin 
geleegen heeft (k). Andere wilden de 
gelykenisfen „ die men in dingen vind 
met eenige Ziekte of lydend deel, aan- 
neemen als een merkteken , waar door 
zoodanige dingen haar geneezend ver- 
mogen aanbieden , en te kennen gee- 

ven, 

(O Diofc. mat. med. 1. 6. 
(k) F. Hoffman. diff. de Caut. vom. ufu. obf. 
i. pechlin 1. z. obf. ƒ7. Lemery chym. 



830 AANMERKINGEN over de 

ven , by voorbeeld : de Coraal , Eloed- 
fteen om datze rood zyn, zouden de" 
bloedftortingen kunnen fluiten, gelyk 
ook de geele Hinkende Gouwe, Cur- 
cuma de Geelzucht geneezen , Longen- 
kruid de Long, dewyl het eenigzins de 
teekeninge der Longen heeft , Blaas - 
kersfen de Waterblaas om dat zy de 
gedaante van een Waterblaas hebben , 
Orchis zoude het onvermogen der dee- 
lep;, waar na het zelve gelykt, opwek- 
ken. De Melkvlakken der Vrouwe 
Diftel , dagtenze te beteekenen dat zy het 
Zog in de Vrouwen konden doen vloei- 
jen ; ja zelfs droomen ontdekten Ge- 
neesmiddelen CO' M en 1 P° tte niet, 
als ware het een misbruik der rede , en 
daar uit volgende lichtgeloovigheid , in 
die tyden gemeen , dewyl het even 
zoo dwaas is , 't geen veele nu geloo- 
ven zonder eenige proeven , of waar- 
fchynlyke gisfingen , alleen om dat eene 
dwaling , wanneerze gemeen is , voor 
waarheid gehouden word , te weten , 
dat dingen , aan het lighaam gedragen , 
beletten zouden in die gevallen, daar 
de oorzaken in het lighaam zyn , dat 

'er 

(l) Plin, 25. 2, Cic. de Divin, 1. 10. 



GENEESMIDDELEN.' 831 

'er niet te veel bloed in het hoofd ver- 
gadere, of uitgeftort worde, of reeds 
vergadert en uitgeftort zynde , geene 
beroerdheid verwekke (jti). 

Deeze manier van uitvinding heeft 
veele onnutte dingen , als of zy Genees- 
middelen waren, voortgebracht, waar- 
van de meefte , naderhand kragteioos 
bevonden, verworpen zyn. Eenige eg- 
ter zyn in aanzien gebleven , terwyl 
ze tot mengfels behoorden , welker 
vermogen veeltyds van een krachtig 
middel afhangt: zoodanig zyn de mees- 
te , welke Opium bevatten , het geen „ 
alleen genomen , dezelve uitwerkinge 
doet, («) zoo vinden ook veele tus- 
fchen Syr. Papav. Albi, en Diacodii, 
geen onderfcheid , terwyl het geen dat 
buiten de Slaapbollen tot het laatfïe ge- 
bruikt word , niet nodig is (V). Het 
groot getal van middelen, die gezegt 
worden de ronde Wormen te dooden, 
doet denken dat 'er geene zyn. Indien 
'er maar één bekend en beproefd was, 
zulks veilig, en zeeker te konneri doen , 

zou- 

(m) Lucian. Philops. 

(«) Gesner. Ep. i. 62. n. 9. 18. v. Slikten» 
Comm. in aph- 202. 
Co) Pharm. Lond. Edinb. 



832 AANMERKINGEN over de 

zoude men niet dagelyks andere noe- 
men , en het ware onnodig naderhand 
Purgeermiddelen voor te.fchryven om 
de doode wormen, die als andere din- 
gen verteert, en uitgeworpen worden, 
te verdryven. Maar het zyn doorgaans 
de purgeermiddelen alleen , die in dee- 
zen dienft doen, tervvyl, als de genee- 
zinge gelukt , 't zy na het gebruik der 
middelen die men dacht de Wormen te 
dooden , of met dezelve vermengt , 
gebruikt , doorgaans de Wormen leven- 
dig uitdry ven ; het fcherpe zuur , uit 
Zouten gemaakt , word geroemd onder 
de dingen , die men denkt dat de Wor- 
men dooden , maar lang en veel ge- 
bruikt zynde in de zoogenaamde Rot- 
koortfen , in dewelke geene overvloed 
van ftoffe in de darmen belet de Wor- 
men te treffen, zoo worden veelmalen 
op het einde der Ziekte de Wormen 
lcevendig van onder en boven ontlaft. 
De Lintworm , die door geen middel , 
tot noch toe bekend, fterft, indien hy 
dan door iierke Purgeermiddelen ge- 
heel of ten deele verdreeven word , 
zal , terftond in warm water waargeno- 
men , doorgaans leevendig bevonden 
worden ; ook zyn de meefte middelen 

te- 



GENEESMIDDELEN. S33 

regens de Wormen gepreezen, niet door 
gcvallige proeven goed bevonden , 
maar door reden eeringe voortgebracht. 
Men oordeelde } dat hy zoude ontwy- 
ken het geen lommiger neus en tong 
onaangenaam is, of het geen kwetfen 
konde , maar niets is teerder dan de 
darmen in welke hy woond , en hy 
fchynt alles te konnen verdragen, het 
geen deezen deelen niet fchadelyk is j 
egter is het waarfchyrilyk dat 'er iets 
is , het v/elk voor hem een vergif zy* 
hoewel niet fchadelyk voor den menfeb* 
Homberg (p) , en Geoffroy (q), 
hebben menigvuldige Planten door de 
Scheikunde onderzocht , in hope de 
geneezende kracht nader te ontdek- 
ken , maar bekennen hun oogmerk 
niet te konnen bereiken. Het geen 
fommige wel eèr onder den naam van 
rede ingevoerd hebben , is veelmaal 
oorzaak geween: , dat middelen , wel- 
ker kracht door herhaalde proeven 
beweezenwas, veracht zyn. Het was 
hun niet genoeg de Ziekte , en derzel- 
ver Geneesmiddel te kennen , men 

moei! 

(ƒ>) Acad. des Sc. 1692. 148. 1701. iij\ 
(q) Mat. m. 1. 35-, 47. 

VL Deels, 1. fluk Hhh 



334 AANMERKINGEN over de 

moeft ook weeten wat de Ziekte maak- 
te, en waarom het middel werkte. 

De Venus- ziekte, wel eer in eeni- 
gegedeeltens van Weffc-indiën gemeen» 
wierd onder de Inwoonders door Pok- 
hout geneezen (r). De Spanjaarden 
haaiden aldaar deeze Ziekte , en te ge- 
lyk het Geneesmiddel , van welker 
kracht zy zoo voldaan waren dat het 
naderhand Heilig hout genoemt is ; dit 
voldeed veele Konftenaars niet, men 
twiftte over de oorzaken der Ziekte, 
en om dezelve te kennen wilde men 
middelen ontdekken: ten minden oor- 
deelde men de wyze van dit middel te 
gebruiken te eenvoudig, en niet goed; 
men wilde door bereidinge deszelfs 
krachten , hoe zeer ook voldoende, 
en beproefd , verbeeteren. De Genee- 
zinge door Quik , die in den beginne 
zeer fmertelyk, en vecltyds doodelyk, 
gelegenheid gaf, het Pokhout veiliger 
te gebruiken , is naderhand gemakly- 
ker en zeekerder geworden , en heeft 
de achting en het gebruik van het 
Pokhout zeer vermindert , hoewel het 

eg- 

(r) Gare. ab. hortQ. 38. n. monard. Sirnp!. 
biftor. 340. 



GENEESMIDDELEN. 835 

egter zoo kragtig bevonden is , dat het 
dan hielp , wanneer de geneezinge 
door Kwylinge , na herhaalde reizen 
vrugteloos bezocht was. Dan eenige 
hebben als door ftrydi£e proeven hier 
aan getwyffeld, doch niet in acht ge- 
nomen, dat men wel eer zeer keurig 
was omtrent dit hout , en door Zwee- 
tcn, en Honger te gelyk, de Lydcrs 
pynigde, zoo dat fpyze niet gegee ven 
wierd om te voeden, maar alleen zoo 
veel, dat het den lyder uit gebrek van 
kragten niet deede bezwyken , de reuk 
van warm Brood was fomwylen ge- 
noeg (j). De Quina had eerft in A- 
merica , naderhand door geheel Euro- 
pa , menigvuldige reizen het weder- 
komen van de derdendaagfche , en an- 
derendaagfche Koortfen verhindert , 
wanneer het evenwel , voor eenigen 
tyd, als geheel buiten gebruik raakte 
in Engeland en Vrankryk. Sommige 
veragten dezelve als een nieuw mid- 
del , van verre gehaald , het geen te- 
gens de gebruikelyke geneezingswyze 

zoi> 

(s) Ulr. de Hutten, de Guajac. Fallop. de morb. 
gall. 39. Fernel. de I, v. 6. jo. 13, Alluifin aph. 
v. 242. 706, I-Joerh. praef. 

Hhh 2 



836 AANMERKINGEN over de 

zonder ontlaft'inge h-elpen moed; meo 
vond 'er die uit deszelfs koleur , en 
fmaak voorzeiden', dat 't fchadelyk 
was , ja zelf vond men 'er in Vrank- 
ryk , daar veelen gewoon waren , by- 
na in alle Ziektens , Aderlatingen , Pur- 
geer- en Braakmiddelen te gebruiken , 
die de geneezinge, door Qiiina zonder 
ontlaftinge bewerkt , bovennatuurlyk. 
dagten , ja als door eenen Duivel be- 
ftierd, uit de Geneeskonfl wilden ver- 
bannen (t). 't Geen Boileau ftoffe 
verfchafte tot zyn nuttig Schimp- 
fchrift ( u). De Antimonie is in 
Vrankryk het voorwerp van veel ver- 
fchil geweeft. De Geneeskundige Fa- 
culteit verbood derzel ver gebruik 1566, 
als zeer fchadelyk. Het Parlement be- 
krachtigde dit verbod. Een , anders 
beroemd, Geneesheer, wierd 1609, 
wegens het overtreden van dit gebod, 
buiten de Faculteit gefloten. 1637 
wierd de Antimonie onder de Genees- 
middelen gefield , en 1 650 het verbod 

van 

. (jt) Antim. conyg. pnlv, per. vind. Morton de 
F.ebr. int: 7. Geoff. m; ra. 2. 183. Syd. Lamy. 
dijc. au. 4. letc. 
(u) Arret tfourlesque. 



GENEESMIDDELEN. 837 

van 1566 vernietigd, wanneer de Fa- 
culteit bevel gaf, datze gedrukt zou 
worden onder de andere middelen in 
het werk, op haar ordre 1637 gegee- 
ven. 1658 wierd Lodewyk de veer- 
tiende , tegen wille van zynen eerften 
Doctor Vallot door den Braakwyn , 
van eene gevaarlyke Ziekte , te Calais 
geneezen. Eindelyk gaf de Faculteit , 
by gefchrift, 1668 vryheid aan de Kon- 
leenaars , om het te gebruiken , 't welk 
door 't Parlement toegeftaan wierd(t'). 
R. de Warvich hadde een poejer, 't 
welk,wyl het bynn geen fmaak of reuk 
hadde, ligtelyk in te nemen ware, en 
herftelde die ongemakken , welke door 
Purgeeren geneezen konden. Fly open- 
baarde dit aan M. Cornacchinus , 
Profeflbr te Pife, die beweerde, dat 
dit voorgeeven van de kracht des poei- 
jers een enkel verdichtfel ware, der 
taal, en fchriften der Ouden ftrydig, 
en ïchadelyk voor het menfchelyk ge- 
flacht; ja dat 'er geen nadeeliger peil; 

in 



(v) Renaudot. Antim. merlet. reinarqucs fur 
ce liv. g. Patin. letc. Pomec. hifi. d. drog. 2,. 1. 
Lamzweerde de therra. abuf. 41, C. Hofn an. pa- 
raleip. off. 90. 

Hhh 3 



838 AANMERKINGEN over de 

in de Geneeskonft gevonden kon de 
worden , meenende dit met redenen en 
gezag klaarer dan het licht te konnen 
bewyzen ; doch als hy vernam dat 
WaPvVICh , nevens Vrouw en Kinde- 
ren , tegens zyne , zoo hy meende , 
gegronde gedachten , door dit poeijer 
van hunne Ziekten geneezen wierden , 
was hy verwondert , en door deeze 
voorbeelden wyzer geworden zynde, 
gaf het zelf aan veele , en wel byzon- 
der in die gevallen , daar hy voorheen 
't Purgeeren nadeelig geoordeeld had- 
de ; de gelukkige uitwerking dwong 
hem den lof van dit middel te verbrei- 
den , wanneer hy verzocht wierd , de 
bereidinge, het gebruik, en krachten 
door den druk gemeen te maken ; het 
laatfte door ontelbare proeven by hem, 
en andere voornaame Geneesheeren 
waargenomen , beveiligende ; egter 
wierd het zelve door veele onwaardig 
geoordeeld onder de Geneesmiddelen 
gefteld te zyn , en wel by zon der om 
deeze voorname rede, dat, door het 
gebruik van dit middel, de wetten van 
eenige Ouden , en de toenmaals ge- 
woone oefFeninge der Konft 'er geheel 
door verandert wierden en het zelve 

niet 



GENEESMIDDELEN. 839 

niet door de reden , maar aïleenlyk door 
bevindiijge ontdekt was , wanneer 
Cornacchijnus , nu zelfs noch niet 
door proeven voldaan zynde , wat het 
Poeijer uitwerkte, ondernam, de ge- 
melde tegenfireevers te wederleggen , 
en uit dezelve Schryvers, die zy ge- 
bruikt hadden , aan te tonen , dat ook 
door reden , en gezag de werkinge van 
dit Poeijer , de waargenome nuttigheid 
hebben moefr; naderhand is het zelve 
door Paracelsus en J. B. van Hel- 
mont (hoewel anders bereid,) zeer 
gepreezen, en met eenen anderen naam 
vereert, eindelyk is het in eenegemee- 
ne achting gekomen, hoewel gantfch 
anders bereid. Maar indien deeze ver- 
anderinge eene verbeeteringe ware , 
moeiten de getuigenleen der eerde 
ontdekkinge en gebruik minder zeeker 
zyn (tü). Mechoacanna tot Poeijer ge- 
bracht , en met Wyn gegeeven , was 
wel eer het gemeene Purgeermiddel 
in de Spaanfche Weil-Indiën , door 
deszelfs Inwoonders gevonden.. Mo- 
nar- 



(iu) M. Cornacchini. Meth. in pulv. J. B. van 
'elmont Dageraad i" 
Pcchlin. obf. u. 61. 



Helmont Dageraad der Geneeskonft. ii6. 2.88. 



Hhh 4 



840 AANMERKINGEN over de 

nardus een Spaanfeh Geneesheer, 
weigerde het zelve te gebruiken , om 
ciat het niet door de bekendfte Schry- 
vers geprezen was , doch wierd nader- 
hand door veele proeven overtuigt, 
dat het een allerveiligft en gemakkc- 
lykft Purgeermiddel was (% ). Vecle 
dingen hebben zelf, by oveiiee verin- 
ge , die door gewoonte de kracht van 
wet verkrygt, den lof van Geneesmid- 
delen te zyn , behouden , hoewel zy by 
aanhoudenheïd gebruikt worden in 
Ziektens die niet geneezen, of door 
dezelve zwaarder worden. Veele ge- 
looven een iegelyk- die zich genees- 
kundig noemt, vooral wanneer zy ver- 
zeekert worden , te zullen geneezen , 
hoewel het in weinige voorvallen lcha- 
delyker is misleid te zyn. Podagra 
de Koningin der Ziektens by Lucia- 
nus Q/) na opgetelt te hebben de 
menigvuldige middelen , waarmede 
men haar heeft zoeken te verdry ven, 
dreigt , alle die dit ondcrneeinen noch 
veel erger te zullen kwellen , maar die 
Jiaar ongeneeslyk aanmerkende, niets 

on- 

(\t) Simpl. mcd. or. nov. orb. hift. 378. 
(y) Tragopodagr. Ocypus. 



GENEESMIDDELEN. 841 

onderneemen, belooft hy genadig te zul- 
len handelen. Sydenham, diehetgroot- 
fle gedeelte van zyn leven aan deeze 
ziekte onderhevig geweeft is , oordeeld 
dezelve een fmertelyk middel der na- 
tuur , om noch erger kwalen voor te 
komen , en het leven te bewaren. Hy 
vond voor zich en anderen zeer troos- 
telyk , dat veele Vorften , Veldo ver- 
flens , en Wysgeeren met het zelve on- 
geneeslyk geïeeft hebben, en door dee- 
ze meer ryke en wyze , dan arme en 
gekken geflorven zyn (s). Hy ver- 
wachte ook geene geneezinge , maar 
zocht door eene goede levenswyze, en 
het geen de verteeringe van goede ipy- 
zen konde bevorderen , verlichting van 
imerte ; en terwyl de beweeging des 
lighaams op den vryen tyd zeer dienftig 
is , die ook de gevolgen dezer ziekte 
belet, vond hy de fchikkinge goed , dat 
die het onderhouden van rytuigen be- 
talen konnen, voornamenlyk met deze 
kwale bezogt zyn (V). Bassandus , be- 
roemd Geneesheer, en in de kennisfe 
der Kruiden geoeffend , vond onder 
dezelve niets tot zyne geneezinge , maar 

kreu- 

1 

(*0 443. 460. 476. 

Hhh 5 



ik2 AANMEPvKINGEN over de 

kreupel, voor zyn Vriend Boerhave 
werkende , liet hy op den top der bergen 
dit gedenkteeken maken, Bassandus, 
gedienftig voor Boerhave, is, om 
Kruiden te zoeken , hoewel door Po- 
dagra gekweld, dezen berg opgeklom- 
men ( a). Klaarer bewys vind men in 
de Peil. Menigvuldige dingen zyn ge- 
preezen , als konden zy het Peftgift 
krachteloos maken, het lighaam tegen 
deszelfs indrukfels befchermen , of de 
Ziekte, door het zelve reeds verwekt, 
geneezen. Hoewel 'er tot nog toe niets 
bekend is , 't geen aan deeze verwach- 
tïnge voldoet. Zynde deeze Ziekte, 
nevens den Oorlog twee oorzaken , die 
voornamen tlyk de grootheid van het 
menfchelyk gedacht bepalen : derzelver 
naafte oorzaken zyn duider te begry- 
pen , gelukkig waren de menfehen , in- 
dien ook het geval , gelyk in andere 
Ziektens , eenig middel ontdekte , in eene 
plaag die niets dan verfchrikkingen en 
wanhoop doet zien (b). Men was wel 
eer van derzelver ongeneeslykheid zoo 

over- 

V 

( a) Boerh. or. 7. 

(>) Traite de la Pefte unpruné par ordre du 
Roy 1744. 1. 



GENEESMIDDELEN. 84 



r. 



overtuigt , dat , wyl men bevonden 
hadde , dat natuurlyke middelen krag- 
teloos waren ( c ) , de Pelt de gram- 
fchap der Goden toegefchreven wierd, 
van wien men hulp fmeekte (77). Ge- 
lyk als men in vallende Ziekte, en an- 
dere kwalen , wanneer 'er raad ont- 
brak , mede gewoon was te doen , eene 
uitvinding , volgens Hipp. , der zooge- 
naamde tovenaars, verzoeners, en an- 
deren, die zich zeer Godvrugtig, en 
hoog geleerd waanden , en hunne voor- 
fpraak , en naarftigheid , de geneezin- 
ge , (zoo 't gebeurde) toeëigenden , 
de Goden befchuldigende, zoo de Ly- 
der ftierf , waaromze ook , om niet 
verdacht te kunnen zyn , geene midde- 
len gaven (e). Thucydides, die 
de vernielende Peft te Athenen in zich 
zelven en andere bevonden heeft , ge- 
tuigde , dat 'er voor deeze geen ge- 
vaar- 

(c) Thucyd. 2. 47. 5*1. Lucret. 6. Liv. 3. 7. 
Ovid. mecam. 5. 629. 

(d~) Cels. prasf. homer. II. 1. 10. 11, 96. 100. 
382. 457. Diod. Sic. 13. 86. 12. 5-8. Galen. comm. 
1. in. Èp. 1. praef. Liv. 10. 47. Tacit. Annal. 16. 
13. Val. M. 1.8. 2. Plutarch. numa. Horac. carm. 
1. 21. Ovid. metam. 1. 7. 523. j88.' xv. 630.638. 

( e ) De morb. Sacr, 1. 2. 



844 AANMEPvKINGEN over de 

vaarlyker befchrceven ware (f). In 
welke eenige weinige zonder hulp her- 
ftelden (g), en geen konft , zorg, of 
Geneesmiddel , eenige verlichting , of 
heil toebracht (/;). Naderhand heeft 
men meer Pefttyden waargenomen, in 
welke de helft , of het derde gedeel- 
te der menfchen ftierf (/'). Die in 
het Jaar 1 348 algemeen de geheele be- 
kende wereld doorliep, verflond, zoo 
eenige willen,de helfte der menfchen (£), 
en was door geen konfl: te beteuge- 
len (/J). 1630 Stierven door de Pelt 
te Milane 140000 (/»). 1635. In Lei- 
den 20000 («). 1649. in Si vrijen, bin- 
nen twee en een halve maand , 200000 
(0). Veelt3 T ds zyn deeze gevallen by 
gislinge genomen , maar 1576. in de 
Pelt te Venetiën ftierf het grootfte ge- 

deel- 

Cf) 2 » 47. 

is) 49- 

(/j) a-j. 5-1. 

£ 'O Mercur. de Pefte 9. 

(k*) De Guignes hilt^ des Huns. 21. p. 223. 
Mezerai. 

(/) Guid. de Gaul. 2. 2. f. Fer-nel. abd. ver. 
c. 2, 12. Suetoni Claud. 39. Tacit. annal. ió, 13. 
PJutarch. Romul. Thuan. 1. 35-. & 6*. 

('m) Ripamonc de Pefle 228. 

In) Diemerbroek. i, 2. 

(0) C. Calder de hered. 7. 



-GENEESMIDDELEN. 845 

te (_ƒ>), 16^36 te Nymegen veel meer 
dan herftelden (q) en uit de lyft der 
dooden blykt dat te Londen 1665, i n 
weinige maanden, aan de Peffc gefior- 
ven zyn 68596. niet tegenftaande het 
hof, en twee derde der Burgers , uit 
vreeze der beimettinge zich naar het 
land begeeven hadden , fomwyl 1000 
's daags (r). Van den derden July 1 720 
dat de Ziekte zich openbaarde , tot den 
21 Auguftus, wanneer de befmettinge 
eindigde , ftierven in de Provintien , 
waarvan Marfeilje de hoofdftad is , 
Ü7666 menfchen, meer dan het derde 
deel der inwoonders, die 'er voor de 
Pelt geweeft waren (j ), het geheele 
getal werd door Chicoyneau bepaald 
het tot 1 00000 (7), en dat geen gebrek 
van nodigen byitand., of hulpe , maar 
de ongeneeslykheid der Ziekte deeze 
flachtinge veroorzaakte , blykt daaruit , 
wyl ook voornamentlyk de zulke ftier- 
ven^ 



C/O Mercurial. 4. p. 8. 9. 12. 

( q) Diemerbr. 6.' 

C r ) "üodges of the plage. 12. 28. Quiacy of 
Peil. Difeas. 60. Sydenh. ioó. 123. 

(s) Traite de la Pefte 464. 
,(t) Orat. qua contag. Peftilenf. op. rcfell» 
5722, p. 15-, 



346 AANMERKINGEN over de 

ven , die uit hoofde van Genees- of 
Heelkonft de Zieken behandelden , en 
voor zich zelven konden zorgen , en 
wel in den aanvang der Ziekte , als 
zynde naaft aan de befmettinge ( u). In 
de Peil te Venetiën 1576 ftierven 58 
voorn aam e Doctoren , en Heelmees- 
ters (V), en 134 te Seviljen 1649. (w). 
Ook zyn de meelt e Konden aars van 
het zeer groote gevaar der befmettinge 
en Ziekte zoo wel overtuigt geweeft , 
datze in Pefttyden , of de vlucht na- 
men , of zich verborgen (V). In ande- 
ren beveiligde de dood, dat zy te veel 
op hunne tegengiften betrouwd had- 
den Qy). Gesner, Sennertus, Ca- 
pivaccius , Hercules , Saxonia , en 
andere, die veele middelen tegens dee- 
ze Ziekte geroemt hadden, zyn mede 
naderhand door de Peil: geftorven (V). 

Doch 

(u) Thucyd 2. 47. yi. Liv. 25. 26. 111. 6. 
Alex. ben. de Pcfte. 12. Ripamont. de Peft. 2S7. 
Th. Bartholin. ep. 2. 78. 

C v ) Thuan. 62. 

(w) C. Calder. de Hered. 7. p. 5-28. 

(x~) ld. p. 5-15-. A!ex. ben. 1. ripam. de Peft 
25-6. 319. 

(y) Alcx. ben. -26. C. Calder de Hered. 8. 
Mercurial. 22. Hodges. 18. 

Cz) Qucrcetan. Peil. Alexicac. 110. Buchner. 
racmor. sennerti. 



• 



GENEESMIDDELEN. Uf 

Doch andere, mistrouwende bet geene 
zy in gezonde tyden gepreezen hadden, 
vluchtten , wanneer de Ziekte zich 
openbaarde. Galenus roemt zeer Bo- 
lus Armena (a), en wil dat Theriaca, 
doorgezonden, in de Pefttyd, ingeno- 
men , niet toelaat , dat men deeze Ziek- 
te kryge (~#). Maar wanneer 'er een 
zwaare Peft te Romen kwam, verliet 
hy terftond die Had , zich haaftende 
naar zyn Vaderland (c). Alexander. 
Benedictus , door zynen befchermer 
verzocht, fchreef (wanneer de Pen: te 
Venetiën begon ) voor deezen , eene 
onderrichting, en middelen, waardoor 
zich, zyne broeders, vrienden, en 
flaaven , tegens de befmetting befcherm- 
den, en dus niet alleen onder bevrees- 
de, of niet vreezende, maar ook zelfs 
befmettende Doftoren , veilig in zyn 
huis woonen konden Qd). Doch als 
de Ziekte zich klaarer openbaarde, en 
hy verzocht ware, by een zeer voor- 
naam man te komen, weigerde hy het 
zelve , en vluchte met zyn geheele 

huis- 

(a) De Simpl. m. fat. 9. r. 

(b) De ther. ad pifon. 16. ad pamphyl. 
( Cj De libr. propr. 1. 2. 

C<0 De Pede prasf. 



.848 AANMERKINGEN over de 

huisgezin (e). Fracastoriüs roem- 
de zyn Diafcordium , als het fterkfte 
en veiligfte tegengift , om de lighamen 
tegens de Peft te befehermen , en zelf 
de reeds begonne Ziekte te geneezen. 
Maar als te Verone een zwaare Peil 
kwam , mistrouwde hy dceze uitvin- 
ding, en beloften, en vluchtte in aller 
yl naar zyn aangenaam Lui thuis , alwaar 
hy door lang vertoeven zich bewaar- 
de (ƒ). Sydenham , als de Peft te 
London begon , zeer bevreeft zynde, 
vluchtte met zyne familie veele mylen 
van de ftad (g*). Maar decze' plaag 
(gelyk alle heete, doorgaande, en be- 
imettelyke Ziektens) is niet altoos, e;i 
wanneer zy regeert, niet in allen onge- 
neeslyk. De crgfte foort is tot noch 
toe (in weerwil van alle beproefde mid- 
delen) doodeiyk , ja geeft fomwylen 
den tyd niet iets te beproeven (//). 
Die minder gevaarlyk is , fpaard eenigen 
het leeven , niet door kracht van by- 
zondere middelen , maar meerendeels 

door 

CO 26. 

(ƒ) De morb. Cont. 3. 7. vita. Fracaftor en 
Menckcn vita. Fracaft. 76. 88. 
(g) 114. 123. 
(u) Traite de la Pede, 37. 41. 22 \, 



GENEESMIDDELEN. 849 

door gezwellen , die , wanneer zy ko- 
men op plaatfen , van welker kwetzin- 
ge het leeven niet afhangt , overgaan 
tot verzweeringe , of verftervinge , en 
zich zelven openen, of zuiveren (/), 
en wanneer 't minft gevaarlyk is , kry- 
gen de Lyders deeze gezwellen zonder 
vorige Ziekte, en als gezonden , hunne 
gewoone leevenswys en beroep waar- 
neemende (£J)- Meer dan 20000 heb- 
ben in het Jaar 1720, in en omtrent 
Marfeilje , dit goede foort gehad (/), 
en veele van deezen wandelden , in den 
zwaare Pefttyd 1655 , door London (m). 
Wanneer de natuur alleen niet in ftaat 
is , deeze Ziekte te herftellen , hebben 
veelvuldige bevindingen geleerd , dat , 
al wat de Konft kan toebrengen , een- 
voudig hier op uit komt : dat men het 
opkomen en ryp worden der gezwellen 
heipe bevorderen , en verder de lyders 
beftiere gelyk in heete Koortfen. Geene 
middelen zyn algemeen goed bevonden. 

De 

(O Ib. 41. 22.6. 22$. 231, 236. Guid. Gauk 
l, c. 

(k) Trait de la Pede. 41. 228. 305-, St_ahl not 
ad fac, Harv. 132. 

( l ) Traic de la Pefte 41, 229. 

(m) Svd. 1 10. 116. 

VLDeeIs,2,ftuk. Iü 



8$o AANMERKINGEN over de 

De toeftand van elk byzonder Lyder , 
moet en kan hem, die de overige Ge- 
neeskonft weet , aanwyzen , wat tot de 
geneezing verëifcht word, terwyl in 
fommigen gantfch andere , ja ftrydige 
dingen gevordert worden («). De zoo- 
genaamde Peftmiddelen en kwade be- 
handelingen , hebben in die foorten van 
Peil, welke geneeslyk waren,, veelen 
het leeven benomen (0). In London 
wierden veele van die geheimen door 
bedriegers verkocht, maar gevaarlyker 
bevonden dan de Peft zelve Q>). Sep- 
talius vond dit goed in de Peft te Mi- 
lane dat zoodanige bedriegers ook door 
hunne eige middelen ftierven (g). Voor- 
al zyn dikwerf fchadelyk bevonden The- 
riaca , en dergelyke warme zweetdry- 
vende middelen , hoe zeer zy ook in 
gezonde tyden, door fommigen, voor 
deeze Ziekte gepreezen wierden , waar- 
om 

(n) Cels. 3. r. 7. Hodges of the plage. 23. 
iyo. ifi. Traite de la Pefte 41. 76. 228. 233. 286. 
j8o. 5-91. 

Co) Palmar. de morb. Cont. 3f r. Ripamonr. 
319. Sydenh. 116. Diemerb. 84. Traite de Ia 
Pefte 5-32. 

(ƒ>) Hodges 21. 22. 23. 24. 

(?) De Pefte p. 183. Placer obf. p. 331. 



GENEESMIDDELEN. 851 

' öiri ook de voornaamfte Konftenaars $ 
in de Pefttyden , hunne medeburgers 
fchriftelyk gewaarfchouwt hebben, van 
zoodanigen zich te wachten , en 
de overheid verzocht, het verkoopen 
derzelve te verbieden > zoo als ook op 
eenige plaatfen gefchied is i ( f ) dan 
alleen heeft Theiïaca fchynen dienft te 
doen , wanneer door het Opium > (*i 
welk 'er onder gemengt is) het ingerto- 
me zaad der Peiïe, (noch geene kwa- 
de indrukfelen gemaakt hebbende) door 
zweeten konde uitgedreven worden , 
het welke door het drinken van veel 
dun vocht, en meer dan gevvoone dek- 
kinge des lichaams , even zoo wel * en 
veiliger v gefchieden kan (f). Om in 
den Pefttyd f gezond zynde) niet be- 
fmet te worden , en geen anderen door 
het-overbrengen van tiet gift te befmet- 
ten , is altoos het fchielyk vluchten 
naar gezonde plaatfen , en traag weder- 
keeren het eenigfte , en zeekerire mid* 

del 



Cr) C. Calder de hered de Pefte 5-. Hödges* 
123/Stahl ib. 133. Juncker Confp. Therap. p. ïyo* 
Xïildan. Cent. 6. 29. 

(s) Diemerbr. de Pefte. Sydenh. Boerh. Inft\ 
1192. 2. 

Iii 2 



352 AANMERKINGEN over de 

del geweeft (f) , maar, die pligtshalverc 
niet vluchten konnen , of door vreeze 
in naby leggende gezonde plaatzen het 
vluchten belet is Qu) 9 bewaren zich 
beft, wanneer zy alle ongereegeldhe- 
den vennyden, en hunne gewone le- 
venswyze , zoo min als mogelyk is,, 
veranderen (v). Wyl de zoogenaam- 
de befchermmiddelen , in Pefttyden. 
beproefd , niet alleen de goede ver- 
wachting- bedrogen hebben , maar ook 
in veele fchadelyk , en in fommige 
doodelyk bevonden zyn, wanneer zy 
na het gebruik van dezelve, de Pelt 
ontfingen (w). Azyn is by zonder ge- 
roemd , als konde die de lighamen te- 
gens de befmetting verdeedigen; Syl- 
viüs, na dat hy cerft geleerd had, dat 
een Loogzout de oorzaak der Peft wa- 
re , prees dezelve zeer , en meende 
zich door dat middel in de Pefttyd be- 
waard 

(£) Cels. i. 10. Palmar- de morb. Cont. 405-. 
C. Calder de hered 8. f34. 

( u ) Traite de la Pefte 1 1. 

(v) Hipp. de nat. hum. 4. Cels. 1. io. Mercu- 
rial. de Pefte 22. Diemerbr. 2. 4. Mead. de Pefte. 
2. Sydenh. 113. Traite de la Pefte j-8o.Chicoyneau k 
orat. 12,» 21. 

(w) Mercurial de Pefte 22. Chicoyenau orat. 
12. 21. 



GENEESMIDDELEN. 853 

waard te hebben (#). Doch indien de 
Azyn zulke verheevene kracht bezat , 
zoude deze Ziekte in het Jaar 1 720 , 
te Marfeille , zoo eene groote fterfte 
niet veroorzaakt hebben. Wanneer 
de Doctoren van Montpellier naar die 
plaats gezonden wierden , vondenze 
alle menfchen riekende aan eene fpons 
met Azyn, waarmede zy zich ook dik- 
maals reinigden , en alles befprengdcn, 
ja men vondze zelf in potten aan de 
deuren , om ook de brieven , en het 
geld des gemeenen handels daar mede 
te zuiveren , en in Toulon word de 
meefte en befte Azyn gemaakt. Doch 
de Inwoonders van deeze twee fteeden 
nebben zich door dit middel geenzins 
konnen bevryden van eene plaage , 
waar door zy zeer veel geleeden heb- 
ben, waar uit dan ook de krachteloos- 
heid van hetzelve blykt(yj). 1665. Den 
1 5 September ontftak men vuuren in 
de ftraaten van London, die drie da- 
gen , en drie nachten onderhouden 
wierden , doch geenzints met vermin- 
deringe der Ziekte , wyl in eene der 

vol- 

(x) App. 2. 439. 

.(y) Traite de la Pede yio. 

lii 3 



854 AANMERKINGEN over de 1 

volgende nachten 4000 menfchen ftier» 
ven (3). Het welk dan anderen be- 
wyzen verfterkt, die aantoonen dat 'er 
zelf geen de minfte waarfchynlykheid 
in is , dat Empedocles , Acron A- 
grigentinus , en naderhand Hippo- 
crates , het naderen en voortgaan der 
befmettinge , door vuur zouden ver- 
hindert hebben (0). Gelyk het ook 
geen fchyn van waarheid heeft , dat 
Hippocrates door de Atheniënzers , 
voor zynen dicnft , in den Pefttyd ge- 
daan, dezelve eerbewyzing als iEscu- 
lapius , en Hercules beweezen wa- 
re (by En om deeze redenen , als ook 
op het getuigenis van Poetus , dat hy 
deeze Ziekte geneezen konde , door 
Artaxerxes gevraagd zynde dat hy 
zyne hulpe aan het Leger , door de 
Pelt bezocht, wilde bewyzen, dit door 
een hovaardig antwoord zoude gewei- 
gert hebben, voor rede geevende, dat 

hy 

Cz) Hodges. 19. 

(a) Plin. 36. 27. Paulus sg. 2, 35-. On'bas.7.23. 
|lt. 2. 1. 94, Galen, de Theriac. ad Pifon. 1. 16. 
Hipp. Foes. 1290. Mercur. de Pefle 22. Cafp. 
Calder de hered. 8. Ie Clerc. hifi. de Ia med. 3. 
31. Schujz. hifi. med. 187. 

(O Hi PP- Foes. 1272. 1290. 129^. PJin. 7. 37. 



GENEESMIDDELEN. 855 

hy de Vyanden der Crieken niet her* 
Hellen wilde (c). Mercurialis (V), 
Rhodius (e), en anderen houden die 
fchriften , welke , onder andere werken 
van Hipp. gedrukt, het gezegde verha- 
len , voor onecht; ook worden in de- 
zelve zoo veele dingen gevonden , te- 
gens zyne deftige voorzichtigheid ftry- 
dende, dat 't niet te denken zy, dat 
hy zulks gedagt, veel min gefchreeven 
hebbe ; een voorbeeld is de brief aan 
Dionysius , wien hy verzocht , zyn wyf 
voor andere mannen te willen bewaren , 
wanneer hy naar de Abderiten zoude 
gaan, om Demo c ritus te genee- 
zen (ƒ). Ten minften Juvenalis (g-) 
en Martialis ( ' h ) , dachten deeze 
bewaring niet veilig. Maar 't geen meer 
bewyft , Hipp. in zyne echte fchriften , 
of Celsus, en Galenus, melden van 
deeze geneezinge niets, die, zoo zy 
bekend ware , immers zoo eene aan- 
merkelyke zaak, als het geneezen der 

Peil, 

(c) Hipp. Foes. 12,71. 1272. 1275-. 1273. 

(d) Ceniur in Hipp. 4. 16. 17. 
Ce) In Scribon. larg. 14. 21. 

( ƒ) Foes. 127Ó. 
(g) Sat. 6. 
(b) Ep. 1. 74. 

Ill 4 



85<5 AANMERKINGEN over de 

Peft , niet zouden verzweegen hebben , 
te meer, daar zy de befte gelegenheid 
hadden , zulks te weeten , wyl in hun- 
ne tyd meer gefchriften bewaard wa- 
ren, dan naderhand. Thucydides, die 
de zwaare Peft der Atheniënzers , in 
zich zelven , en anderen bevonden 
heeft, fchryft, dat de Geneesheeren, 
uit onkunde deze Ziekte niet genee- 
zen konden , maar 'er zelfs door ver- 
flonden wierden (/), en noemt Hip- 
pocrates niet. Men vind ook by Lu- 
cianus, dat Toxaris , als hadde hy 
de Peft der Atheniënzers geneezen , 
openbare eerbewyzinge is aange- 
daan (£). C at o , die de Giïekfche 
Geneesheeren haatte , geloofde , dat 
Hipp. zyne hulpe (gevraagd zynde 
door Artaxerxes) zoude geweigert 
hebben , als aan vyanden der Grieken , 
zeggende dat dit de gemeene eed was 
van die Konftenaars , datze allen , die 
geen Grieken waren , door de Genees- 
konft zelve zouden vermoorden ( m )« 
Maar hy hield alle Grieken verdacht , 

en 



("*"} i. 47. Lucret. 6* 

Ik) Scy v ch. 

(m) Plutarch. parall. mare. Cato» 



GENEESMIDDELEN. 857 

en wilde ook derzelver Wysgeeren 
verbannen (»). Het is ook fchande- 
lyk , Hipp. te verdenken , dat hy , eene 
Geneezing van zoo eene verflindende 
Ziekte, (hem zoo men wil, alleen be- 
kend,) daarom geweigert zoude heb- 
ben , om dat zy vyanden der Grieken 
waren; hy, die gewild heeft, dat de 
Geneeskonft niet zoude geoeffend 
worden , dan door die , welke door 
eede zich verbonden , nimmer iets 
fchadelyks te zullen geven , maar al- 
toos hun gedrag en konft zuiver, en 
van alle vlekken bevryd zouden bewa- 
ren (0), zynde het geenzints geoor- 
loft zelfs aan vyanden die hulpe te wei- 
geren , die de Geneeskonft geeven kan , 
of door dezelve, fchade toe te bren- 
gen (py Het gezag van Plutarchus, 
die de gemelde hiftorie voor waarheid 
aanneemt (#) , bewyft niet de echt- 
heid der brieven , waaruit dezelve ge- 

trok- 

(rc) Plin. 2.9. t. 

C ° ) Jusjurand. 

Qp) Scribon. Larg. Ep. z. Liv. 48. Valer. Max. 
6. 3. 8. Rhod. noc. in Scrib. 20. Erasmi. Declam 
Lucian. Tyrann. refpond. Sext. Aurel. vir. ill. 35-, 
Le Clerc. hifi. de la med. 3. 31. Rodr, A, Caltro 
med. poli e', c. if. 

(q) Caco Maj. 

In 5 



853 AANMERKINGEN over de 

trokken is. Mercurialis dacht ook, 
dat deeze door gemeene vooroordee- 
len hier in misleid konde zyn (r), en 
zoo men al het geene by voornaame 
Hiftoriefchryvers , van de Peft ver- 
meld word , als waarheden wilde voor- 
dragen , zou men ook het getuigenis 
van denzelven Plutarchus moeten 
gelooven , dat het te Romen , in eenen 
Pefttyd, bloed regende (.$•). En van 
anderen , dat eene Slang , het beelte- 
nisfe van ./Esculapius , uit Epidaure* 
naar Romen gebracht zynde , de zwee- 
vende Peft deed eindigen (7). Ja de 
flrydigheden , welke voorkomen in de 
fchriften , uit welke eenigen de aange- 
haalde gebeurtenisfen van Hipp. willen 
bewyzen , betoonen derzelver onecht- 
heid : hoe konde Hipp. , reeds oud zyn- 
de, aan Democritus klagen, dat hy 
meer ongenoegen , dan eer , door de 
Konft verworven hadde(«), indien de 
Atheniënzers , hem dezelve eerbcwy- 
zing, als ïEsculapius, en Hercules, 

be- 

(r) Cenfur. in Hipp. i<5. 17. 
(s) Romul, 

(t) Liv. 10. 11. Valer. Niax. 1. 8. i t Ovid. \S» 
Met. 719. v 
(u) Ep. ad Democr. Foes. 1287. 



GENEESMIDDELEN. 859 

beweezen , en Artaxerxes hem zoo 
veel goud , als hy begeerde , en gelyke 
eer met de voornaamfte der Perzen , 
aangeboden hadden ? Maar eens toe- 
geflaan zynde , het geen andere tegen- 
fpreeken, (v) dat 't de tydreekening 
toeliet, dat Hipp. in de beruchte Peil 
te Athenen hadde konnen wezen , de 
befchryvinge echter, die hy elders 
geeft , van eene doorgaande Ziekte , een 
gevolg van. eene ongeregelde lugtsge- 
fteltenisfe zynde, welke men tot bewys 
aanhaalt als ware zy de Pelt van Athe- 
nen , is zeer verfchillende , met het 
geen Thucydides als ooggetuige , van 
de Peft der Atheneren vermeld (w) 9 
en konde hem ook geene eer ver- 
fchaffen , wyl hy dezelve , als on- 
geneeslyk voprfteld (#). Men voege 
hier by, dat Hipp., zoo als onder de 
voornaamften der Ouden in gebruik 
was, Q) niets verborgen hield, het 
geene hy in de Konft nuttig wift , 
maar alles ten gemeenen voordeele me- 
dedeelde , doch wel voornamentlyk 

zyne 

(v) Le Clerc , hift. de Ia medic. 2. 31. 
(w) Prideaux gefch. van het O, en N. Ver- 
bond. 4 f6. 

(x) Epid, 3. f, 3. 



$óo AANMERKINGEN over de 

zyne leerlingen , alvorens door eede 
verbonden , opregtelyk onderwees (z) : 
waarom eene geneezingswyze door 
hem , en zyne leerlingen in eene alge- 
meene Ziekte , als de Pefl , aan zeer 
veele , met voordeel gedaan , niet wel 
geheim konde zyn , of blyven , en uit 
de geheugenisfe gaan ; voor al niet 
in zoo eenen korten tyd , als verlopen 
was , tusfchen eenen Pefttyd , door 
hem gelukkig beflierd , en de gelee- 
genheid , wanneer hy door Poetus , 
Artaxerxes aangepreezen wierd, als 
konde hy deze Ziekte niet alleen ge- 
neezen , maar zelf op verfcheide wy- 
zen (S). De voornaame dienft in eene 
plaag , wegens ongeneeslykheid zoo 
vernielende , gevoegd by de nuttigheid 
voor de nakomelingen , waren te groot, 
om niet in 't geheugen geprent , en 
aangeteekend te worden ; ja zy moe- 
ften zeer waarfchynlyk , indien zy ge- 
beurd waren, door Hipp. zelven en zy- 
ne leerlingen , of anderen, zeer naauw- 
keurig befchreeven zyn, vooral kon- 
den 

(z) Lex ( Jusjur. Scribon. Larg. I. c. Meiboom 
in Jusjur. 8'. 10. u. 
(a) Hipp. Foes. 1271. 



GENEESMIDDELEN. 861 

den de Atheniers niet wel , in ee- 
nen tyd van vier Jaaren , wanneer dee- 
ze Ziekte herleefde , en eene groote 
menigte verflond (b) vergeeten zyn, 
welke middelen eenigen dienft gedaan 
hadden , en alvorens met voordeel ge- 
bruikt waren. Wat hier ook van zy , 
de vreeze voor befmettinge, gebrek 
aan geneesmiddelen , het gevaar dei- 
Ziekte , en het fterven van veele ampt- 
genoten, zyn doorgaans in Pefltyd re- 
denen geweeft , dat de bekwaamfte Ge- 
nees- en Heelkundigen hunnen byftand 
geweigert, en zich zei ven, door het 
ontvluchten der befmettinge , bevei- 
ligd hebben. Die gedienftig gebleeven 
zyn , wierden niet alle door dezelve 
beweegredenen gedrongen : eenige wa- 
ren hier toe genootzaakt , en verplicht, 
wylze door eerbewyzingen , of voor- 
deelige bedieningen , in gezonde ty-. 
den genooten , hunne hulp in zoo ee- 
nen dringenden nood niet vermochten 
te weigeren (c). Anderen als vrye men- 
fchen , eene vrye Konft oeffenende , 
zyn door hoop , of belofte van groote 

be- 

( b ) Thucyd. 3. 87. 

(cj Zacch. quaeft. med. leg. 3 Cons. 71. 



862 AANMERKINGEN over de 

belooningen , aangezocht , en ver- 
lokt (*/). C hi coy ne au beweerde, 
zelfs in eene openbaare redevoering , 
dat deze Ziekte niet befmettelyk wa- 
re (e). Mogelyk was hy hier van by 
zich zelve niet ten vollen verzeekerd , 
maar door het gezach van alle voor- 
naame Schryvers en eige bevindinge 
overtuigd zynde , dat het denkbeeld 
van befmettinge , den gezonden , de 
geneegenheid beneemt om anderen 
vrymoedig te helpen , en als bereid om 
zelfs eerder vatbaar te worden , en te 
gelyk ook de wanhoop van herflellinge, 
het gevaar der Ziekte grootelyks ver- 
meerdert , achte hy misfchien ; dat men , 
om dit te vermyden , het gemeen moeit 
doen gelooven , dat deeze kwaal niet me- 
degedeeld wierd door de t'zamenleevin- 
ge , als ware hy noch befmettelyker , 
als men doorgaans oordeeld (ƒ). Al- 
tans hy , nevens drie andere Doótoren, 
op ordre des Konings in 't Jaar 1720 

van 

(d) Palmar de morb. Cont. jfi. C. Calder , 
de hered. de Pede 3. Ripamont. 2,14. 215". 319. 

( e ) Orat. qua Contag. peftil. opinio refeltitur. 
bab. 1722. Traite de la Peïte 110. 169. 

(f) Traite de la Pefte 7f. inifcell. cur. d. u 
ann. 2. app. 



,/ÖËNEESMÏDDELEN. £63 

van Montpellier naar Marfeille gezon- 
den , hebben aldaar , geduurende den 
geheelen Pefttyd , dagelyks zeer veelè 
deezer Lyderen , zoo in byzonderè 
huizen , als in Gafthuizen , zonder 
eenigen fchroom, of voorzorge, vry- 
moedig bezocht , de gezwellen en vui- 
le etterftoffe behandeld , het menigvul- 
dig openen , der aan deeze Ziekte ge- 
ftorvenen , bygewoond , en zyn alle 
gezond gebleeven , het welk zy aan 
het fïerk vertrouwen , dat zy niet be- 
fmet konden worden (waar door zy 
ontweeken de kwade gevolgen , die de 
aanhoudende fchrik en vrees in ande- 
ren verwekt,) nevens het matig ge- 
bruik van fpys en drank toefchry- 
ven (g), om welke laatfte rede men 
wil dat Socrates in de algemeene Pelt 
der Atheneren gezond bleef (hy 
Ook dacht Chicoyne aü , dat deze ge- 
matigdheid, nevens het vertrouwen, 
dat deeze Ziekte niet door befmettin- 
ge Verkreegen word , (beide den Turken 
eigen, ) eene oorzaak is , waarom, by^ 

dee- 

(g) Örat. '8. io.„ii f 19. Traite de la Pefte 
11 6. 306. 307. 
(b) iElian. 13, 2,7. A. Geil. 2,. 1, 



864 AANMERKINGEN over de 

deezen, de toevallen, en het gevaar 
der Peft geringer zyn (/J. Einde- 
lyk zyn 'er geweeft , die hoewel zy 
zeeker geloofden , dat deeze plaag be- 
fmettelyk is , en ontvlucht kan wor- 
den , en te gelyk overtuigt waren , dat 
de oefFening der Konft hen meer, dan 
anderen aan het ontvangen deezer 
ziekte bloot ftelde , nochtans door 
mededoogen (zynde een noodzakelyk 
vereifchte in de Geneeskundigen (£)) , 
en geneegenheid aangedaan , zonder 
oogmerk van gewin of voordeel, deze 
menfchen gediend, en bygeftaan heb- 
ben ; niets grootmoediger oordeelen- 
de , dan het leeven , en de gezondheid 
van zynen evenmenfch te befcher- 
men (7). Glissonius wilde liever den 
dood waagen , dan den zynen niet be- 
hulpzaam zyn (*»). Vooral zyn door 
zulke edelmoedige gedachten gedree- 
ven geweeft Diemerbroek, en Hod- 
ges, waar van de eerfte getuigt, dat 
hy in de Peft te Nymegen 1636. alleen 

met 

Cf) Traite de Ia Pefte 75». 114. 
( k) Scribon. Larg. Ep. 2. 
C O l d -> 5"- Cic. or. proliger 12. Senec. de Benef. 
6. 15-. 16. Soran. Eph. If. 3. 
(wO Taylor or. Harv. 175-6. 17. 



GENEESMIDDELEN. 86^ 

met dit oogmerk, door niemand aan- 
gefpoord , zonder fchroom , niet al- 
leen den geheelen dag, maar fomwy- 
len ook by den nacht, deeze elendi* 
gen bezocht heeft, daar by voegende, 
dat de Regenten hier wel genoegen in 
hadden" genoomen , doch, na het ein- 
digen der Peil , hem , voor beweeze* 
ne dienden, niet alleen geene beloo- 
ning aangeboden , maar zelf door woor- 
den geene dankbetuiginge gedaan had- 
den («). Hod.C£s, door meerder 
verftand , dan geld , roem- en gedenk- 
waardig, heeft niet alleen onbevreesd 
in de zwaare Peft van London , om 
anderen te heipen, zich zelven dage- 
lyks aan veel gevaar bloodgefteld , 
maar ook, tot een voorbeeld der na- 
komelingen , deeze Plaag zeer naauw- 
keurig befchreeven; doch die geene, 
om welker leeven te behouden , hy hec 
zyne in zoo veele gevaaren gefield had- 
de, hebben hem in hoogen Ouderdom 
door Armoede laten bezwyken (o). 

(11) De-Pefte 84. .125-. 
( o ) Taylor. 1. c. 



VLDcels^jluL ICkk WAAR- 



» 



$66 WAARN. vaneene GEHEELE 
WAARNEEMING E 

VAN EEN GEHEELE 

MA ANS VERDUISTE R.IN G E 

Den ïS Mij 17Ó1 gedaan 

TE LEIDEN 

DOOR 

JOHAN LULOFS. 

Het weer was gunftig en de Uur- 
werken op het Obfervatorium 
van 's Lands Univerfiteit waren naar 
behooren geregeld ; echter liet my de 
Byfchaduwe in eenige onzekerheid , 
vooral omtrent het begin en het einde 
der Verduifteringe , als mede omtrent 
het tydpunt der volkomen indompe- 
linge der Maan , en van het begin der 
Verlichtinge. Ik zal alles volgens den 
waaren tyd opgeeven. 



Te 



MAANSVERDUISTERINGE. 867 



u. 



Te 8. 38.45. Scheen de Verduiftering 

te. beginnen. 
39.39. Kwam de fchaduwe aan 

Grim aldus. 
4.1.4.6. Was Grimaldus geheel 

bedekt. 
9. 36 29. De fchaduwe aan Mare 

Cr ijl um. 
41. 14. Mare Crijium geheel be- 
dekt. 
46. 49. Geheele indompeling , 

wat twyffelachtig. 
11. 20.28. Begin der verlichtinge, 

zo niet eenige fecun- 

den vroeger. 
24. 12. Grimaldus komt uit' de 

fchaduwe. 
2 4« 35- Grimaldus geheel buiten 

de fchaduwe. 
27. 31. De fchaduwe loopt o- 

ver het midden van 

Ariflarchus. 
38. 51. Mare Humor um geheel 

buiten de fchaduwe. 
49- 8. Tycho komt uit de fcha- 
duwe. 
57- 45- Manilius komt uit de 
fchaduwe geheel en al. 
Kkk 2 Te 



868 WAARNEEMING enz. 



u. 



Te 12. i. 32. Menelaus geheel buiten 

de fchaduwe. 
3. 59. Hermes geheel buiten de 

fchaduwe. 
25. 46. Het einde van de Ver- 
duifteringe, wat twyf- 
felachtig. 

De Maan , terwylze in de Schaduw 
was , vertoonde zig bleeker van kleur 
dan ik wel jn andere geheele Verduis- 
teringen heb waargenomen ; echter kou- 
de ik geen vlekken onderkennen. 






WAAR* 



Bladz. 869 
WAARNEEMINGE 

VAN 

VENUS op de ZON 

Den 6 jfuny 1 7 6 1 
GEDAAN 

TE LEIDEN, 

DOOR 

JO H AN LU LO FS. 

^m dit langgewenfchte verfchynfeï, 
waar van zig de Sterrekundigen 
een uitmuntend nut beloofd hebben, 
en dat ik volgens de Zons-tafelen van 
de la Caille , en volgens de Venus- 
tafelen van Halley, alsmede volgens 
de Zons-tafelen van Halley , en dus 
op tweederhande wyzen met alle om- 
zigtigheid had berekend ; om , zeg 
ik, dit verfchynfel naauwkeurig waar 
te neemen , had ik al van het laatft van 
Maart af van dag tot dag, zo veel het 
K k k 3 weer 




879 WAARNEMING van VENUS 

weer toeliet , den gang van het voor- 
nnamfte Uurwerk op ons Objcrvatorium 
gade geflagen , en was ten vollen ver- 
zekerd, dat het de middelbeweeginge 
van de Zon volgde. Tot nog meer- 
der verzekering toetite ik den 5juny , 
door vyf correjpoiidcercnde hoogten v an 
de Zon , mynen Mcrïdïonaahn Verrë- 
kyker , ofTmnJit-inflrume/it , dat ik door 
meer dan vyf honderd waarneemingen, 
van tyd tot tyd gedaan , in den waaren 
middags-cirkel gcplaatft had. Ik vond , 
dat volgens het Uurwerk de Zon door 
het waare Zuiden hadt moeten gaan te 

I2 - 3- 55? 9 a^ r !K cïïen middag de 
Zon in den Middag-cirkel zag te 

12. 3. 56 \ grooter naauwkeurigheid 
konde ik niet verwagten ; en ik zoude 
zelfs vergenoegd geweeft zyn , indien 
het verfchil dubbcld zo groot bevon- 
den was. 

Na dat ik aan decze kant geruft was, 
en na dat de 4 de en 5 k deezer maand 
door hunne helderheid een groote 
hoop in my verwekt hadden, dat ik 
den 6 d ™ zonder belemmeringe, voor 
zo verre de lugtsgefteldhcid aangaat, 

dit 



OP DE ZON. 871 

dit aanmerkelyke verfehynfel zonde 
kunnen befchouwen , begonden zig 
den 5 dcn 's avonds omtrent 10 uur dik- 
ke wolken te vertoonen. 

Den 6 icn 's morgens te half vier op 
het Obfermtorium komende, (alwaar ik 
daags te vooren twee Qiiadranten , een 
Newtoniaanfchen Verrekyker van j 
voeten , een ParaJIa&ique van Caiiini , 
waar op ik een verrekyker van 2 voe- 
ten had vaftgemaakt , en verfcheiden 
Verrekykers, met kruis- draaden in hun- 
ne brand-punten , had vervaerdigd ) 
vond ik de lugt geheel betrokken. Te 

u * 

4. 10 zag ik de Zon tuïïchen de wol- 
ken door , en Venus op haar fchyf als 
een zwarte , doch al vry ongeregelde , 
vlek zig vertoonende; zo dat de rand, 
(buiten twyffel voor een groot gedeel- 
te wegens de ftraalbuigingenj) als ge- 
tand fcheen. Doch dewyl deeze ver- 
tooninge naauwlyks één minute duur- 
de , konde ik noch door de Quaüran- 
ten , noch' door den Micrometer van 
Bradley , welken ik aan den Newtoniaan- 
fchen Verrekyker had vaft gemaakt, 
eenige bepaalingen maaken omtrent de 
plaats van Venus. 

Kkk 4 Ik 



3?!2 WAARNEMING vAn VENUS 

Ik zag de Planeet naderhand dikwyls 
gcduurende eenige fecunden, op zyn 
langft geduurende anderhalve minute. 
Vier of vyf maaien vertoonde zig Ve- 
rnis door dunne wolkjes heen , zo aan 
my als aan verfchefden , die by my wa- 
ren, als of zy met een lichter random- 
geeven was , die de breedte hadt van 
| of f van de middellyn der Planeet ; 
doch door gekleurde of berookte gla- 
zen, welken ik moeft gebruiken , als de 
Zon voor eenige oogenblikken wat 
fterker begon door te fchynen , be- 
fpeurde ik niets van deezen lichten ring 
of rand. u . 

Eindelyk zag ik te 8. 36. 50 , waare 
tyd, de binnenfte raakinge, door dun- 
ne wolken heen , zo dat ik alle berook- 
te en roode , zelfs de blaauwe en groe- 
ne glazen, welke ik by de hand had, 
op raad van den Heer de l'Isle , moeft 
ter zyden leggen. Ik nam deeze in- 
wendige raakinge waar door een oog- 
glas van den Newtoniaanfchen Verre- 
kyker , dat denzelven omtrent 90 maa- 
ien de middellynen doet vergrooten : 
doch omtrent twee minuten voor de 
uiterfte < raaking of voor den geheelen 
uitgang wierdt de Zon wederom met 

wol- 



OP DE ZON. 873 

wolken bedekt ; en , toen deeze weg- 
getrokken waren , was 'er niets meer 
van Venus te zien , maar de Zons-rand 
vertoonde zig fcherp en zonder de 
minfte uitholing: zo dat ik door myne 
waarneemiiïge niets omtrent de fchyn- 
baare middellyn van Venus kan bepaa- 
lere 

Ondertuffchen. is het my wonderlyk 
voorgekomen , dat de rand van de 
Planeet ook ten tyde van de inwendi- 
ge raaking niet volkomen rond was, 
gelyk ik verwagt had ; dezelve ver- 
toonde zig , vooral naby den rand van 
de Zon, als oneffen en als uitpuilen- 
de , waar door ik ook voor 2 of 3 fe- 
cunden tyds niet durve inftaan : want 
de raakinge der twee randen is op ver- 
re na zo oogenblikkelyk niet, als ik. 
verwagt had , en als ik in Mercurius 
in 1743 en 1753 gevonden heb. 






%5 



Kkk 5 VER- 



874 Van VENUS OVERGANG 
VERHANDELING 

EN AANMERKINGEN OVER VER- 

SCHEIDE U1TREKEJNINGEN , 

EN WAARNEEMINCEN 

VAN DEN 

OVERGANG 

VAN 

VENUS 

V O O R B Y DE 

Z O N.'j 

Op den 6 den Juny 1761. 

DOOR 

D. KLINKENBERG. 

De zigtbaare overgang van de Pla- 
neet Venus voorby de Zon 5 den 
6 *™ Juny van dit Jaar voorgevallen , 
heeft eèn meerder naauwkeurigheid en 
overeenftemming in de bepaalingen 

van 



1 1 _ " .... .^./tW. 




V, O O R B Y 

van den Heer Hali 
banren loop van d< 
melde Planeet de 
verwagt hadde ; en 
dat dit ook de red 
tot de uitrekenin 
gang, waar van cl 
voorige Verhande 
niet de Zonne T 
gebruikt hebbe : 
nc , maar alle anc 
tekeningen van 
daar over gedaan| 
dat de Zon en 
Halley , daarin 1 
heid zyn gekome 
gierig gemaakt r| 
uitrekening na 
Heer HalleyI 
verlehil van dcd 
ningenmetmalkl 
neemingen verg 
Holtandfche M 
tenlchappen md 
Ik heb in del 
deling op bladzf 
kend , hoe ik 



(*} Zesde Dcell 



V, O O R B Y D E ZON. 875 

van den Heer Halley, over den fchyn- 
baaren loop van de Zon en van de ge- 
melde Planeet doen zien , dan men 
verwagt hadde; en ik wil wel bekennen 
dat dit ook de reden geweeft is , dat ik 
tot de uitrekeningen van dien Over- 
gang, waar van de uitkomften in myn 
voorige Verhandeling zyn opgegeeven, 
niet de Zonne Tafelen van Halley 
gebruikt hebbe : doch niet alleen my- 
ne , maar alle andere my bekende aan- 
tekeningen van de Waarneemingen 
daar over gedaan , doen eenpaarig zien, 
dat de Zon en Planeets Tafelen van 
Halley , daarin het naafte aan de waar- 
heid zyn gekomen ; 't welk my nieuws- 
gierig gemaakt heeft om de byzondere 
uitrekening na de Theorie van den 
Heer Halley te hervatten, en het 
verfchil van deeze en andere uitreke- 
ningen met malkander, en met de waar- 
neemingen vergeleken zynde, aan de 
Hollandfche Maatfchappye der Wee- 
tenfchappen mede te deelen. 

Ik heb in de bovengemelde Verhan- 
deling op bladz. 299 en 300. (*) aangete- 
kend, hoe ik de tyden van den in- en 

uit- 

(*) Zesde Deels eerfie Jluk. 



Z76 Van VENUS OVERGANG 

uit-gang , als ook van de conjunclie 
enz. na den waaren tyd van s'Hage,en 
op de Middelpunten van den Aard- 
kloot en van Venus na de Tafelen van 
" Halley gevonden had; welke tyden 
(om reden in 't vervolg te zien) op 
de middaglyn van Savile Houfe te 
Londen , met 17 m. 32 fee. tyd gere- 
duceerd zynde , namelyk : 9 m. 50. f. 
+ 7 m. 42 fee. , Londen ten Wetten , en 
s'Hage ten Ooften van Parys , komen 
aldus : 

u.m.f. 

De ingang ten 2:16:34 ; ,, 

De tyd van de naaftc ftand der cent. ƒ:23:42 , kleinfte af ft. 0.9 -44** 
De conjun&ie - - j^^i^deZuid.JBr. 0-9 -$\\ 

Op die tyd de plaats van O en van $ inrt i5"-35"-49. ö 

De uitgang ten - - 8:30:5-2 

De fchynbare hoek van den Overgang, met de Ecliptica 8*29-11 
De fchynbare overgangslyn lang - 0-14-5-71 

En de Zonsdiameter - - - : 0.31-40.8 

Alles vervolgens op de Meridiaan 
van Savile Houfe , en op de middel- 
punten van de Aarde en van Venus 
herrekenende , op een wyze die met 
zekerheid na de Theorie van Halley 
iets nader moet komen , vind ik aldaar 
na de waar e tyd 

De 

* Dit ;s bladz. 299 een fchryf- of druk -fout, 
m 't originele ftaat 9-45/!. 



V O O R B Y D E ZON. 877 

^ -f 

u. m. f. 

De ingang ten 2:16:12.6 o / // 

De naafte centers ftand 5-:23:26.4, de kleinfte afftand o- 9-44.62 
De conjunaie - - - ƒ:45-: 12.5-, d-e Z. Br. van Venus o. 9-5-1.07 
Op die tyd de plaats van O en $ in n if-3S-$-9 

De uitgang ten 8:30:39. 

De fchynb. hoek van de O vergang met de Ecliptica 8-28-30 
De langte van de fchynbare overgangslyn - 0-24-5*8. 6 

En de Zonsdiameter * - - - - Q-V-<\q.-]6 



Verders heb^ik de Zons Parallaxïs 
met Halley 12 fee. gefield, de fchuin- 
te van de Ecliptica op 23 gr. 29 m. 
genomen, en daarop de Zons Decli- 
natie, en de fny-hoek van de Meridia- 
nen met de Ecliptica berekend , en 
derzelver fuccefïïve veranderingen in 
acht genomen; Londen, of Savik Hou- 

fe> op 5 l g r « 3° m « 4° ^ ec - Noorder 
Breedte , en 9 m. 50 fee. in tyd mi. 
Wetten Parys gefield, en eindelyk de 
fchynbare Diameter van Venus op de 
Zon , ingevolge de meefte waarnee- 
mingen op 59 fecunden. 

Hier op met alle omzigtigheid de uit- 
rekeningen gedaan hebbende vond ik 
te Londen na de waare tyd . 



Den 



8?S Van VENUS OVERGANG 



m. 



Den naaften ftand van Venus u . 

aan de Zons centerten 5-27-33.2 

Den zigtbaren klein-, 

ften afftand 10:11.38 

De fchynbare con- 
junctie ./••, 5-49-19 
De fchynb. Z. Br. 1 o: 1 7.5 

Dus komt van wegen de Pa- 
rallaxis, de tyd van den digtften 
ftand des centers 4 m. 6. 8 f. , 
en van de conjunétie4m. 6.5 
fee. laater te. Londen, dan uit 
het middelpunt van den Aard- 
Moot te, zien ; en ook de naafte 

ftand te Londen 26. 76; en de 

Zuider Breedte 26.43 meer- 
der dan uit 't center van de 
Aarde. Vervolgens vond ik 
De binnenfte raaking van Ve- 
jius aan denZonsrand, ten 8- 19-24.7 
Venus middelp.Jfn den Zonsr. 8-29- 3.7 
Dit is te Londen 1 m. 35.3 

fee. in tyd vroeger als uit 

het middelpunt van de 

Aarde te zien (a). 
Venus aficheid.van denZonsr.8-38-29.7 

Ver- 

(a) Alhoewel ik in dit point by deezen over- 

ang 



VOORBY DE ZON. 879 

Verfcheide bepaalingen van uitreke- 
ningen zyn 'er (gelyk bekend is) over 

dat 

gang van Venus, en by den overgang van Mercu- 
rius" den 6 dcn Mey 17? 3. met de bepaalinge van 
eenigeSterrekundfgen verfchille; nogthans hebben 
deeze en myn voorgaande Rekeningen (zie voo* 
rige Verhandeling bladz. 304 en 325-} het daarop 
uitgebragt , dat de tydpunten van den uitgang te 
Londen en te s'Hage enz, vroeger gezien moe- 
ten worden, dan dit uit het center der Aarde te 
zien , zoude voorvallen. En immers zo ik my 
niet bedriege , is 'er een goede overeenkomft in 
de Theorie met de uitkomft, die my de Calcula- 

tien geeven. Als z de Zons middelpunt V en 

N de- Planeet , * en A de Aarde verbeelden , L 
een der voornoemde plaatfen op deszelfs opper- 
vlakte en c het middelpunt ; dewyl de buiging 
van de gezigtftraalen door de Atmofphere, voor 
de Zon en voor de Planeet dezelfde zyn, kan 't 
'er veilig voor gehouden wordefl, dat de Planeet 
in N , uit L in een regte lyn , op de Zon in 'c 
punt n gezien word, en op "'t zelfde ogenblik uit 
i t center c in een regte lyn door N in 't punt a; 
daar na als de Planeet in V, uit L in een regte 
lyn op den Zonsrand in u gezien word , zalze op 
dat ogenblik uit c door V op de Zon in b gezien 
worden; het punt u in den Zons rand zynde, dan 
zal 't punt b daar binnen vallen ; want om dat 
L c byna perpendiculair is op de horifontale vlak- 
te van de plaats L, zo zullen ook na en ub naby 
perpendiculair vallen op de Zons horifontale Dia- 
Hüetér e f. Dewyl nu u laager is dan ƒ, moet b 
noodzaaklyk binnen den rand van de Zonftaan, 
en diens olgens de Planeet nog zo lang om van b 
tot d, in haar fchynbaren weg uit c te zien, voort 
te gaan, op de Zon gezien worden. 

In 
* Fig. 1. 



88o Van VENUS OVERGANG 

dat verfchynfel in 't ligt gegeevcn , 
waar van ik de voornaamfte (zo veel 

ik 

In dit Jaar mee Vcnus, en in 't Jaar 175-3 raec 
Mercurius is do zigtbaare uitgang »-, beneden ƒ 
gezien; dcrhalven moet in beide den uitgang van 
de Planeet, uit het center der Aarde te zien, laa- 
ter gefchied zyn dan ter plaat fe bovengenoemd, 
en veele andere plaatfen die in Lengte en Breedte 
maar weinige graden met dezelve verTcheelen, 
het welk by eenige Sterrckundigcn juifl anders be- 
grecpen en bepaald is. 

Het volgende kan hier omtrent eenige beden- 
king en aanmerking geeven: i°. of, dewyl de Aar- 
van een Spheroide gedaante, en platagtig aan de 
Pooien bevonden is , en daaruit volgd , dat een 
regte lyn van 't punt L tot het middelpunt der Aar- 
de getrokken, niet volmaakt regthoekig is met het 
waterpas, of Horizontaal van de plaats L, maar 
dat die hoek aan de zyde van 't Noorden een wei- 
nig minder dan regt moet zyn ; en dat dienvol- 
gens 'uk ook niet volmaakt regthoekig met e f kan 
gehouden worden; hierop moet men zeggen dat 
dit voornaamelyk en op 't grootfte plaats heeft , 
als de Zon of Planeet in het Ooften, qfWeften 
gezien word, en in het Zuiden zynde, dit in 't ge- 
heel niets is; weshalven dit, de Zon en Planeet 
op de tvd van den uitgang omtrent Ooft Zuid Ooft 
itaande'merkelyk verminderd; maar voornaamelyk 
blykt het dat daar door het gemelde tyd verfchil 
niet geheel kan weggenomen , veel min het te- 
gendeel veroorzaakt" worden , om dat de lyn van 
L naar fret center der Aarde getrokken, den hoek 
aan de Noord Noord Ooftzyde met het waterpas 
maar eenige minuten kleinder als regt kan maaken, 
en zo veel is den hoek ziu ook maar kleinder als 
rea;t , terwyl fu een boog van miflehien 15-, «6, 
of 17 graden in de ciicumferentie van de Zons 
rand is geweeft, aan welkers helft de regtlimfche 

hoek 



/ 
VOOR.BY DE ZON» 83i 

wecte) hier agter malkander Helle , alle 
na den waaren tyd, en op de Meri- 
diaan van Lenden gereduceert. 

Vol* 

hoek tuf gclyk is ; hier by kan nog in acht genomen 
worden , dat op den tyd van den uitgang ter plaatfe L 
de Horizontale Lyn ezf voor "géén volftrekte 
regte lyn, maar voor eenigzins gebogen, moet ge- 
houden worden; zo dat tz verticaal door het Zons 
center gaande, de regdynige hoeken tze, en tzf 
ieder nagenoeg 89 gr. 46 min. zyn, dat is- 14 min. 
kleindcr als regt. z°. Of de Aberratien die hief 
tweezins in aanmerking gebragt kunnen worden , 
het voorfchr. onderfcheid kunnen voortbrengen; 
eer(t , om dat de afftaod van de Zon en van Ve- 
rnis tot het middelpunt der Aarde c wat groorer is 
als tot de plaats L, en dienvolgens de ligtiiraalen 
eerder tot L, dan tot c komen; doch dit verfchil 
in, tyd beloopt noch geen vyftigfte deel van ééne 
iecunde: en ten anderen om dat 'er eenig onder- 
fcheid is tusfehen de beweging van het middelpunt 
des Aardkloots en verfcheide plaatfen vau deszelfs 
oppervlakte met betrekking tot den Jaarlykfchen 
Loopkring; zo, dat veele plaatfen omtrent den tyd 
wanneer de Zon in haare middaglyn is , omtrent 
een vyftigfte deel traager, en die, welke de Zon 
omtrent in haare rnidnagt lyn hebben, zo veel 
fnekler volgens dien loopkring voortgaan dan hec 
middelpunt der Aarde zelf: waar door eenig on- 
derfcheid in de Aberratie uit de differente fnelhe- 
den van de beweging des ligts en die des Aard- 
kloots voortkomende, moet jplaats hebben ; maar 
dewyl dit noch geen halve fecunde verfchil , op 
zyn meeft, in de ftandplaats zou kunnen geeven; 
en behalven dien , omdat de ligtftralen van de 
Zon, en de donkere van Venus^in dit geval den 
weg van de Aarde of van eenige plaats op dézel-* 
ve in een gelyke direftie ontmoeten , zo kan zulk3 
niet aan 't meergemelde tvdverfchil toebrengen. 

FLDeeIs,2.ftuk. Lil 



832 Van VENUS OVERGANG 

Volgens de bepaating van 
M. de l'Isle moeft de middel- 
punts uitgang van Venus te 
Parys gezien worden ten 8 uur. 
56 m. 20 fee; (b) dit moet 
van wegen de Parallaxis te Lon- 
den circa 22 fecunden vroe- 
ger, en dus na de Paryfe tyd 
ten 8 uur. 55 m. 58 fee. zyn: 
derhalven is dat na de tyd van,,. m . f. 
Londen ten 8-46- 3 

Na de Rekening van M. de 

la Lande (c) door de Zons 
Tafelen van de la Caille , en 
de Planeets Tafelen van Hal- 
ley; is de ingang van Venus 
center uit het middelpunt der 
Aarde te zien ten 2 uur. 55 m..j m . f. 
27 fee, dat is te Londen ten 2-45-37 

De digtite ftand des centers 
uit 't zelve middelpunt te Pa- 
rys ten 6 uur. 3 m ; 29 fee , dat 
is te Londen / tt 5-53-39 

De kleinfte diftantie 9-46. 6 

De 



(&) Memoire Prefenté au Roi , Ie 27 Avril 
1760. pag. 3 & 4. 
(c) Connoiflance des tems 1761. pag. $•. 



V O O R B Y DE Z O N. 883 

De conjunctie te zien als 
vooren in n 1 5 gr. 37 m. 33 f. , 
ten 6 u. 25 m. 30 f. is te Lon- 
den 6-15-40 

De uitgang van Venus cen- 
ter als vooren ten 9 u. 1 1 m. 
13 fee, is te Londen 9-1- 41 

't Zelve te Parys te zien ten 
9 uur. 12 min. 37 fee. dit zal 
wegens de Parallaxis circa 22 f. 
vroeger, en dus ten 9 uur. 12 
•min. j 5 fee. zyn , dat is na de 
Meridiaan van Londen ten 9-2- 25 

De Hoogleeraar N. Ypey 

heeft gerekend Qd) door de 
Tafelen van Halley den tyd 
van den ingang uit 't center 
der Aarde te zien, na de mid- 
daglyn van Franequer ten 2 u. 
38 m. 58 fee; den naaften ftand 
des centers ten 5 uur. 47 m. 
22 fee. , de conjunctie ten 6 u. 
9 m. 25 fee. , en Venus mid- 
delpunts uitgang ten 8 uur. 55 , 
m. 46. fee. Franequer 23 min. 
in tyd ten O often Londen ge- 
re- 

. (d) Zie de Afbeelding van den Weg der Pla- 
neet Venus enz. 

Lil 2 



fttq. Van VENUS OVERGANG 

rek end zynde , f komt volgens u . m. f. 

dien de ingang te Londen 2-15.58 

De digtfle centers Hand 5-24-22 

De kleinfle diftantie9-45 

De conjunctie 5-46-25 

De uitgang 8-32-46 

Na de aantekening van den 
Heer Fercuson te Londen (e) 
is volgens rekening na Halley 
de conjunctie in n i5gr.35m. u . m . f. 
55 fee. na de waare tyd ten 5-48-9 

• — ■ ■ — ■ m ' m 

En de geocentrife zuider 

Breedte 9-43 

De Jeiiüt Maximil. Hell , Aftro- 
nomus aan 't Hof van Weenen , heeft 
in een Traclaatje geintituleerd Tranji- 
tus Veneris per dij'cum folis 1761 ©fc. 
verfcheide uitgerekende bepaalingen 
opgegeeven van dien Overgang , die 

ik 

f Dit langde verfchit is 2. fecunden meer , 
als ik 't; in vroeger tyd bepaald , en in het by~ 
voegjel tot Varemus Aardrykskunde blad. jo en f i 
gefïeld hebbe; waar toe ik geen andere aanteke- 
ningen konde vinden. 

{e) Zie the Tranfit of Venus June 6 th 1761 
&e. of het geen ik in het vervolg nog in deeze 
Verhandeling zeggen zal. 



V O O R B Y DE ZON. 885 

ik hier , op de Meridiaan van Londen 
gereduceert, zal aantekenen ; Weenen 
66 min. in tyd , ten Ooften Londen 
rekenende ; en is alles uit het middel- 
punt van de Aarde te zien gefield. 

Naar de rekening van dienHeer 
door de Zons Tafelen van M. 
de la Caille en de Planeets 
Tafelen van Cassïni die in 't 
Jaar 1 740 in 't ligt zyn gegee- 
ven, is de eerfte raaking by den u . m> f. 
ingang, Juny 6. 's morgensten 1 -43-1 2 
De ingang van Venus center 1 -54-45 
Venus geheele ingang 2- 6-18 

't Midden van den Overgang 5- 8- : 
De naafte ftand des 

centers 9-7 
De waare conjunctie in n 

I5-35-40 ten 5-28-15 

De Zuider Breedte van 

Venus 9-1 1 
De binnenfte raaking by den 

uitgang 8- 9-42 

De uitgang van Venus cen- 
ter 8-21-15 
De geheele uitgang 8-32-48 
Lil 3 De 



886 Van VENüS OVERGANG 

De Zons halve Diameter 15-49 
De halve Diam. van Venus o 38 
Op dezelfde gronden , en de- 
Tafelen vanCAssiNi uit de waar- 
neemingen van M. Hell verbe- 
terd zynde , 

De eerfte raaking by den in- u . :11 . r 
gang ten 1-43-18 

De ingang van Venus center 1 -54-24 
De geheelen ingang van Ve- 
nus 2- 5-30 
Het midden van den Over- 
gang 5-14-39 
De naafte affland des 

// 
centers 8-46 

De conjunctie in n 15- 35-5 2,ten5< 34- 20 
De Zuider Breedte van 

Venus 8-53 
De binnenfte raaking by den 

uitgang 8-23-48 

De uitgang van Venus center 8-34-54. 
De geheele uitgang 8-46-0 

De halve Diameters van de 
Zon en van Venus als vooren. 

De Rekening van den Heer 
de la Caille na de Zons en 

Ha- 



V 



OORBY DE ZON. 3o7 



7-59 


8-16 


832 



Planeets Tafelen van Cassini: u . m. 
De eerde raaking ten 1-37 

De ingang van Venus /center 1-48 
De geheele ingang 2 o 

't Midden van den overgang 5 - 4 
Denaaite diftantie des cen- 
ters 8-^57 
De inwendige raaking ten 
De uitgang van 't center 
De geheele uitgang 

De Rekening van Zanotti 
uit dezelfde Tafelen van Cas- 
sini: 

De ingang van Venus mid- u . m . 

delpunt ten 1-37 

Het midden van den Overgang 455 

De conjunétie t ,, 5- [ 5 

De Zuider Breedte 8 55 
De uitgang van Venus center 8-10 

Volgens de uitrekeningen 
van een Engelsman na de Ta- 
felen van Halley ; door C. Ri- 
glr uit het Engels in 't Latyn 
-vertaald en aan M. Hell me- 
degedeeld. 

LU 4 Waa- 



888 Van VENUS OVERGANG 
Waare tyd. De conjunctie in 

o / /, u. m. f. 

n 15-35-46 ten / „ 5-44"a6t 

De Zuid. Br. van Venus 9-49 

De minfte diftantie^ 9-42 
De fchynbare hoek van 

Venus weg met de E- 

cliptica, op 't midden o 

van den overgang 8-31-0 
De Zons halve diameter :- 15-50 //t 
Venus halve diameter :- : -35-53 
Venus uurl. over de Zon :- :3-58 

Het tydverfchil tuffchen 't 
midden van den overgang en de 
conjunctie 0-22-12 

En daar uit met de verbete- 
ringen naar de gedagten van de 
Heeren Dunthorn en Street : 





Dunthorn. 


Street. 




u. m. f. 


u. m. f. 


De eerfte raking 


i« 3-11 


2- 4-18 


Ingang van Venus center 


2-14-26 


**t-3f 


Gèheele ingang 


Z-25--43 


2-27-5-2 


't Midden 


5--J2-24 


f-aa-3? 


Inwend. raaking byden uil 


:gang 8-20-37 


8-18-48 


De middelpunts uitgang 


8-32- 


8-31-1 r 


De gebeele uitgang 


S .43-21 


8-42-34 



Na 

f Dit verfcheelt maar 1 min. 36. fee. met de 
waarneemingen van den Heer Fergüson. Vergelyk 
hier mede het geene hier naa nog aangemerkt zal 
Worden, 



V O O R B Y DE ZON. 889. 

Na de Rekening van M. de 
Gen til uit de Tafelen van 
Halley van 't Jaar 1749. 

Waare tyd. De ingang van u . m . f. 
Venus center, ten 2-17-36 

Het midden - - ,„5-23-51 

De kleinfte dift. des cent. 9-43 

De conj. in n 15-35-471 > ^11 5-45. 6 

De Zuider Breedte 9-50 
De uitgang van Venus center 3-30- 6 

De Zons halve diam. 15-50 

Na myne rekening door de 
Zons Tafelen van de .la Cail- 
le en de Planeets Tafelen van 
Halley ( f) , na den waarentyd 
en op de middaglyn van Lon- 
den gereduceerd , en uit 't cen- 
ter der Aarde te zien : 

De ingang van Venus een- u . m. f. 
ter, ten . - - 2-3 8- 131 

De digtfte ftand des centers 5-42-3 1 

De kleinfte diftantie 9-56.7 

Deconj.inni°5-37-7?>ten 6- 4-47 

De 

Cf) Eerfte ftuk van dit Deel bladz. 304. 

Lil 5 



8oo Van VENUS OVERGANG 

De uitgang van Venus een- u . m . f. 
ter 8-46-48 



De Zons halve diameter 1 5-481 
Ik Helle de berekende waare tyden 
van de conjunctie na de middaglyn 
van Londen , en uit het middelpunt 
der Aarde te zien hier in 't kort by 
malkander als volgd: 

Conjunctie 
' Calculateurs Tab van u. m. £ 

M. de la Lande, ("de la Caille & Halley) &-iy-4Q 
P>\ N. Ypey. (Halley) $i^6% 

M. [. Fergufon. (Hallev) f-48- o 

M- Heil. (Caffirii) s 18-15- 

M. Heil. (Caffini $Tab. verbet. s 34-* 

M. de la Caille. (Caffini) s- M" : * 

M. Zanotti (Caffini) ƒ•»ƒ-': 

lemantu]tEngeland(Haley) $"-44-30 

'M. de Gcncil (Halley) 5-45- 6 

Klinkenberg (de la Caille en Halley) 6- 4.47 

1 reeken. (Halley) ^-4^-31 § 

2, reeken. (Halley) ^-^-m^ 

De vroegfle tyd door Zanotti , en 
de laatfte door de la Lande bepaald, 
verfcheelen met malkander iets meer 
als een uur, daar de bepaalingen van 

. de 

* Ik heb deeze conjunctie tyd 20 min. laatcr ge- 
field, als het midden van den Overgang, volgens 
M. de la Caille, word opgegeeven, om dat de 
rekeningen, naar de Theorie van den Heer Cas- 
sani, dit yerichU omtrent uitbrengen. 



VOORBY DE 2ÖN. 89! 

de Gentt'I, en de twee laatfte heel na 
tuflchen beide komen. 

Ik zal hier nu eenige waarneemingen , 
die reeds publicq gemaakt, en andere 
die my zyn medegedeelt laaten volgen , 
en dezelve met de my naafhbekende 
middagslyn- verfchillen op Londen re- 
duceeren, naamelyk de tydpunten dat 
Venus center by den uitgang in den 
Zons rand is geweeft ; waar door de 
overeenflemming,zo met malkanderen 
als met eenige bevoorens door reke- 
ning gemaakte bepaalingen, het beft ge- 
zien zal kunnen worden ; echter zal 
dit op geen 5 , 6 , of 8 fecunden tyd 
na met zekerheid accuraat uitkomen ; 
om dat de ogenblikkelyke tyd- verfchil- 
len (welke uit de Parallaxis voort- 
vloeien) als 't middelpunt van Venus 
juift in den Zonsrand op differente 
plaatfen moeft verfchynen , niet zo 
naauwkeurig bekend zyn ; ik zal die 
zo naa mogelyk is tragten af te leiden 
uit myn voorgaande bepaalingen in 't 
eerfte fluk bladz. 322 , en uit de Map- 
pe Monde van M. de l'Isle , gevoegd 
by zyn Memolre au Rol. 

De Hooggeleerde Heer Joh. Lulofs 
te Leiden heeft by den uitgang alleen 

de 



892 Van VENUS OVERGANG 

de binnenfte raaking van Venus aan 
den Zons rand kunnen waarneemen; 
die zyn Wel Ed. volgens den waaren 
tyd van 't Obfervatorium heeft gezien, 
en aangetekend ten 8 uur. 36 m. 50 f. ; 
maar dewyl de affcheiding van Venus 
aldaar niet konde gezien worden, en 
daar door de tyd van de vertoeving 
van Venus op den Zons rand niet vol- 
komen bekend is , zal ik dit (gelyk het 
hier en elders bevonden is) ruim 18 
minuten tyd rekenen; en om dat de 
tyd van de binnenfte raaking tot dat 
Venus center in den Zons rand geko- 
men is , nagenoeg het ^ deel van de 
geheele vertoeving op den Zons rand 
langer bevonden word, dan de overi- 
ge tyd tot de finale affcheiding toe (g) , 

" zo 

(g) M. Fergüson heeft uit zyne waarneemin- 
gen opgemaakt , dat de naafte fïand tuflehen de 
middelpunten van Venus , en van de Zon is ge- 
weeft te Londen te zien 9-47; de Zons halve dia» 

meter if-451; de voort- of liever fchynbare te 
rug-gang van Venus over de Zonnefchyf , is na 

myn rekening, by den uitgang 4. 04 ièc. boogs in 
den tyd van éénc minuut, en de vertoeving"van 
Venus op den Zons rand volgens die waameeming 

18 m. 44 fee. , dat maakt 7j\ 68 fee. boogs, die 

Vc- 



VOORBY DE ZON. 893 

zo zal ik den middelpunts uitgang van 
Venus 9 m. 10 fee. laater, dat is op 

8 uur. 

Venus fchynbaar ten aanzien van de Zon in de 
voorfchr. tyd der vertoeving is Weftwaard ge- 
gaan. Om hier door den fchynbaaren Diameter 
van Venus (die Ferguson op de Zon S9 fee. ge- 
meeten heeft.) te bepaalen, zal ik in de 2 de Fig. 
meeft dezelfde merkietters gebruiken die de Heer 
L. D. de Munck , in een Bericht van zyn Ed\ 
Vader op de waarneeminge van dezen Overgang, 
heeft gefteld op biadz. 6 en vervolgens; en voorts 
een methode voordellen die een weinig met die 
van de Heer de Munck verfcheeld , als ook den 
uitrekening in getallen volgens die waarnemingen 
van Ferguson, door de Logarithmus hier by voe- 
gen. In evengemelde Fig. "betekend ZA == ZD 
de Zons halve Diameter; AG = AI ieder de hal- 
ve diameter van Venus, dan is GI haar geheele 
diameter, ZC,ZB,ZE,en ZG zyn malkaar gelyk, 
en ieder gelyk de Zons halve- min de Planeets hal- 
ve -diameter, en Zl gelyk de Zons en de Planeets 
halve diameters faamen ; verders is Z M gelyk de 
naafte diftantie des centers, EI gelyk de boog der 
vertoeving op den Zons rand, en Cl gelyk de Zons 
diameter. Na de waarneeminge van Ferguson, en 
myn merkftellinge is dan als volgd. NB. Zie die waar- 
neemingen in 't vervolg deezer Verhandelinge , 

ZA = 9ir.y = fl;ZIVT = /87=i;El2=7v / .63=c; 
ME = MB, = y\ en G\ — x. Dan is Cl = za\ 
BI — ly -f- c ; en ZE = a -j- j x. 

Cl x IG is gelyk Bi x IE (Euel. 3 B. prop. 36), 
en daarom iax — zcy + c 1 , en ax -f- \ c 2 — cy^ 
beide ,in 'c vierkant gemultip. komt '0* }$*'-%- a e* x 

-+- i c+ = c*y\ Maar y" is = ZE* -f- ZM^ 
a 2 — ax -f- i x- -f- b 2 , en dienvolgens c- y" == 
a 1 x* -~ a c 2 % -f- \c* z= $ c 2 %* -j- a c 2 x + c-a* -:- c°-fc , 

en 



894 Van VENüS OVERGANG 



S uur. 46 m. waare tyd rekenen, het 
welk niet veel fecunden zal verfehee- 
len. Het is my uit in vroeger tyd ge- 
daane waarneemingen en vergelykingen t 
voorgekomen , dat Leiden 8 min. 16 
fee. in tyd ten Ooften Parys gelegen 
is, het welk ik tot eenige nader bevin- 

din- 

en door reductie (a 2 -H c 2 ) x 2 =c 2 x(a 2 -^-b~—r-i c~) ; 



x 



a 2 -±±c 2 



a»-=-i<f' 



De formule toe de Logaritm fc reken, gefchikt 



bc 



bc 



En daar uic de volgende rekening 



// 



\ c= 37.84 



b=s*7 



f! + ; c =983. 34. co-log. 70072963 
a -~\ c = 907. 66. co-log. 70420768 



Log. c + d — 208885-^4 
c-j-d= 14*72383 



V/2 



M°49373 I 



35-460917 



70246865-— 

Log. b z= 27686381 

— -c = 18789811 

Log. 16723057- 

Van 47. 0225- =ó 

c =z 7f.68 

Som - - 122.7025-= c+d 

Verfchil iS.6j"7y = c-=-d 



t/i' 

Log. i773°4f8- 
Van 5-9. 2988=:* 



De diameter van Ve- 
rnis , dit is omtrent 
tö fee. grooter als 
Febguson die op de 
Zon gemeeten heeft. 

Voorts! 






VOORBY DE 20 N. 895 

dinge ftraks hier na volgende , daar 
voor houden, en dus Leiden 18 min. 
16 fee. ten Ooften Londen ftellen zal, 
en dan is dat tydpunt te Londen ge- 
weeft ten 8 uur. 27 min. 44 fee. By 
afleiding boven gemeld, is het oogen- 
blik , dat Venus te Londen in den Zons 
rand moert komen, nog 10 fee. laater, 
het welk om met de waarneeminge van 
Londen te vergelyken 'er by geteld' 
komt - - 8 u. 27 m. 54 f. 

De Hooggeleerde Heer N. Ypey te 

Fra- 

Voorts vind men Venus middelpunt in den Zons rand 

Z R—94S-S - * ZR 945\f 

29 6494 Z M 5-87. 



ZE =915.8506 Som. 15-32. 5 Log. 31 854005* 
ZM == f87. Verfch. 35-8. 5 25544S92, 

Som. 15-02. 8 f 06 Log. 5176915-8 5-7398897 

Verf. 328.85-06 25169986 2 

' Log. 2869944S- 

5-6939144 Van 74i.2i6i=MR 

2 • 703.0031 

Log. 28469572, FR __ o ■ 

Van 703.003. =ME ^ K — ltM3^ 9 .^6m, 

4.04 
M. Fergtjson zag de binnenfte raaking na 
den waaren tyd te Londen ten 8u. i8m. 20 f. 

Hier by 9. 46min.== 9 - 27^ 

Komt Venus middelpunts uitgang te Londen 8-27 - 47^; 






896 Van VENUS OVERGANG 

Franequer heeft gunftiger gelegenheid 
gehad om den uitgang van Venus van 
de Zon te kunnen obferveeren , en 
heeft de binnenfre raaking aldaar ge- 
zien ten 8 uur. 40 min. 42 fee. ; en de 
laatfte raaking of affcheiding van de 
Zon ten 8 uur. 59 m. 2 fee. dan is Ve- 
nus middelpunt aldaar in den Zons 
rand geweeft ten 8 uur. 49 m. 57 fee. 
Franequer , gelyk als vooren , 23 min. 
ten Ooiten Londen rekenende , dan is 
dit te Londen geweeft 8 u. 26 m. 57 f. , 
maar dat tydpunt moed , van wegen de 
Parallaxis , te Londen circa 23 {gc. 'm 
tyd laater gezien worden als te Frane- 
quer , derhalven om met Londen te 
vergelyken dit 'er by gedaan , komt 

8 u. 27 m. 20 f. 
Eenige Liefhebbers en Kunftgenoo- 
ten te Haarlem , hebben by den uitgang 
waargenomen , de inwendige raaking 
der randen van Venus en van de Zon , 
ten 8 uur. 37 m. 20 fee. en de affchei- 
ding ten 8 u. 54 m. 25 of 29 fee. ; ik 
zal dit* laatfte op 8 u. 54 m. 30 ièc. 
rekenen , dan is de tyd van de in- 
wendige raaking tot dat Venus middel- 
punt inden Zons rand gekomen is , uit 
deeze waarneeming , nagenoeg 8 m. 

40 fee. 



VOORBY DE ZOR 897 

40 fee. en dus den uitgang van Venus 
center ten 8. uur. 46 m. uit de waar- 
neemingen en vergelykingen die ik in 
vroeger tyd gemaakt heb ■, is Haarlem 
ten Ooften Parys 9 m. 6 iec. in tyd* 
en dus ten Ooftcn van Londen 18 m* 
56 fee. dienvolgens is den uitgang van 
Vernis center te Haarlem, naar de tyd > 
te Londen geweeft ten 8 uur. 27 m; 
4 fee. maar deze uitgang is te Londen 
Van wegen de Paraïlaxis circa 11 fee* 
hater gezien ; dus komt , om dit tê 
Haarlem met de waarneeminge te Lon- 
den te vergelyken, ten 8 u. 27111. 15 f. 



Te Parys is de uitgang van Venus 
center ten minften door vier byzon- 
dere perfoonen waargenomen (//); de 
Heer Maraldi zag op het Ko- 
ninklyke Obfervatorium de binnenfle 
raaking van Venus aan de Zons rand , 

ten 8u. 28111. 42 f» 
En Venus affchciding 

van de Zon ten 8 u. 46 m* 54 f» 

Venus op de Zons rand 
vertoeving : — : 1 8 m. i 2 f.' 

De 

(b) De drie eerfie van deeze waarnemingen 

zyn gemeld in een Brief uit Parys, gedateerd 12, 

yi* Deels, z.ftuk* M ram juny 



898 Van VENUS OVERGANG 

De Heer de la Lande, 
nam het zelve waar op 't Pa- 
leis van Luxemburg, en zag u m . f. 
de binnenfte raaking ten 8-28-25 

En de affeheiding van deZon 8-46-54 

Vertoeving op de Zons rand : -1 8-29 

De Heer Messier zag op 
het Obfervatorium der Marine 
de binnenfte raaking ten 8-28-30 

De affeheiding van de Zon 8-46-37 

De vertoeving : -18-7 



De Heer de la Caille heeft 
het zelve ook waargenomen 
en gezien de binnenfte raa- 
king ten 8-28-38 
De affeheiding ten 8-46 50 

De vertoeving : -18-12 



Ik 

Juny 1760. (Zie de Courant van Amfterdam van 
j8 dito) doch met een font zynde 1S min. in 
plaats van 28 min. in de twee bovenfle waarn. 
gedrukt. De vierde waarneeming beneffens de twee 
eerfte, heeft de HeerSxRuycK gefteld in N°. m. 
of 't zesde Deel der uitgezogte Verhandelingen 
enz. bladz. 306., met dit onderfcheid in de waar- 
neeming van de Heer bE la Lande, dat daar 26 
fee,, en hier boven 2$ fee. gevonden wordt. 



V O O R B Y DE ZON. %9$ 

Ik zal de waarneeming van de Heer 
Maraldi alleen tot een vergelyking 
met Londen gebruiken ; de binnenfte 
raaking was ten 8 uur. 28 m. 42 fee. 
waar by ik telle 9 m. 1 1 fee. zynde 5 
fee. meer dan de halve vertoeving; dan 
komt de tyd van Venus center in den 
Zons rand , ten 8 uur. 37 m. 53 fee. 
op die tyd was het naar de middaglyn 
van Londen 8 uur. 28 m. 3 fee. ; doch 
het ogenblik dat Venus te Londen in 
den Zons rand moefl gezien worden , 
is circa 22 fee. in tyd vroeger ge weeft; 
dus komt om met Londen te verge- 
lyken, 8u. 27 m. 41 f. 

De Heer J. de Münck, Aflronomus 
van wylen Zyne D. H. den Heere Prin- 
ce van Oranje en Na]] au, enz. enz. enz, 
te Middelburg , heeft de binnenfte raa- 
king aldaar waargenomen ten 8 u. 33 
m. 21 fee; en de affcheiding van Ve- 
nus ten 8 uur. 5 1 m. 16 fee. ; de mid- 
delpunts uitgang van Venus heeft daar 
dan ge weeft ten 8 u. 42 m. 28 fee. (i). 

Ge- 

(i) Zie het bericht van den Heer J. de Münck , 
bladz. $". alwaar de waarnemingen met de gevolgen 
daar uit (namelyk de tyd van de conjunctie en van 
de digtite afitand der centers) zyn aaagetekend ; 

Mm ra 2 doch 



0b Van VENUS OVERGANG 

Gemelde Heer bepaald Middelburg 
4 m. 44 fee. in tyd ten Ooften 't Ob- 
iervatorium van Parys , dan is dezelve 
plaats 14 m. 34 fee. ten Ooflen Lon- 
den, 



doch ik kan niet voor by gaan hier te melden. 't 
geen den Heer J. de Munck, my in een brief van 
den 14 July 1761 heeft gelieven te communicee- 
ren; naameiyk: dat 'er in de opgegeeven bepaa- 
ling van de naafte Hand der centers van de Zon en 

van Venus op 9 — $ een erreur is begaan ; en dat 
dat is gewcefr. de kleinfte afftand tusfehen het cen- 
ter van de Zon en tusfehen de Noorder rand van 
Venus ; waar uit dan volgt , dat de eigentlyke 
fchynbare naafte afftand omtrent 9 m. Xp fee. is 
gewcefl; maar dit zal eenig onderfcheid maaken 
in de bepaaling van de fchynbaare grootte van Ve- 
nus Diameter uit de tyd der vertoeving van Ve- 
nus op den rand der Zon, omdat Z3V1 dan niet 
-bekend is,gelyk in 't zelve Bericht op bladz.óenz. 

gefield is ; want * ZF is dan 9 — $\ en FM de 
halve diameter die gezogt word ; dezelfde merk- 
letters dan behoudende zo is ZM dan in plaats 
van b. z= b -f- 4 x ; 't vierkant daar van 



1 



b 2 + bx -f \ x- , getrokken van 'c vierkant op 
ZE = a 2 -7- ax + ^ x-, zo blyft y* = a 1 ~r 
b 2 -f- ax -T- bx; en dus c 2 y 2 = c- a- ~r c'~ b- 
-i_ r-ax -j- c 2 bx = a 2 x 2 -f- ac 2 x + | f*j 
derhalven a 2 x 2 + c 2 bx = c 2 x (^-r^-r^ 2 ))' 
»? ■+■ c 2 bx + i c+ b 2 = c- x (a* -T- a z b 2 -f- 

a- a* fl+ 

±c 2 a 2 -\-\c 2 b 2 )=c^x (a a -=-&*) X O* 1 ?H^ S ); 
a+ uit 

* Fig; 2. 



VOORBY DE ZON. 90I 

den , waar mede 't bovengemelde over- 
gebragt, komt 8 u. 27. m. 54 fee; dit 

tyd- 

uit beide de ]/ getrokken , en tot de Logarith- 
mife rekening gereduceerd zynde, komt 

a+ ,, /i ar 

De Heer de Munck heeft a—<.j$o\h — )i.<; \ en 



// 



c =t 72 { fcc. ; dus volgd deeze rekening 

a = 9jo.Log.fl=2977723ó.Log.a+=u.9io8944 



// 



- « c== 36I c ==?*{> Log. c == 185-93384 

a-r-fc = i49f- Log. 3 17464 12 ■* 

a -H>= 405-. 260745- 5-0 37 1SÓ768 Log. c- 

fl-4-ia;i= 9^ a.9939fP? 2435-3605- *6 

a-£-£c=s 913I 29608669 « r = 

2 £ Log. 37. 86768 4Ö44f^S co-Lcg.a- 

a* co-Log. 8089105-6 • 

„ . .. .0 LOg. C^SfOOt 

1 7723479 Log.van 59. 2036 

- f7. Ó238=.r,de diameter 
van Venus. 
Maar omdat de fchynbaare beweging over de Zon, . 
circa -j4 5 deel grooter is als bier gerekend word, 
zal Venus Diameter ook nagenoeg in die reden 

// 
grooter geireld mogen worden,- dat is 5-7. 624 ■+■ 

// // 

q. 5-76 == 5-8. 2 fecunden , het welk nader met de 
afmetingen door hem op de Zon gedaan , van ruim 
5-9 fee. overeen komt. De Heer G. Kuypers te 
Dordregt, heeft de Diameter van Venus, op de 
Zon gemeeten , mede op verfcheide wyzen , met 
zekerheid, tu.vfchen 5-9 fecunden bevonden. 

Mmm 3 



002 Van VENUS OVERGANG 



y 



tydpunt moed te Londen van wegens 
de Parallaxis cirea 3 fecunden laater 
gezien worden , en dus komt 'er voor 

ten 811. 27 m. 57 f. 
* . 

Uit de waarneeminge van Fergu- 

son, in 't vervolg deezcr Verhande- 
linge , en uit 't laatfte van de Note (g), 
blykt dat de middelpunts uitgang van 
Venus is geweeft na de waare tyd te 
Londen, ten 811. 27 m. 471 f. 

Alhoewel ik de binnenftc raaking 
en de onzigtbaar wording van Venus , 
by den uitgang, van wegens de wolken, 
zonder gecouleurd glas zeer wel hebbe 
gezien ; maar door toeval , in de tyd 
wanneer • die gefchied zyn voor geen 
10 of 15 fecunden durve inftaan , ech- 
ter zal ik die (het gebrek zo veel my 
mogelyk was verbeterd zynde) bier by 
voegen , wanneer het op 't volgende 
zal uitkomen , na de middaglyn van 's 
Hage gerekend. 

De binnenftc raaking gezien ten 8 
uur. 36 m. 4 fee. waare tyd; ten 8 uur. 
53 m. 58 fee. was het klein gedeelte 
van Venus op den Zons rand voormy 
onzigtbaar geworden ; waar toe ik nog 
10 of 12 fecunden, en dus de affchei- 

~v ding 



V O O R B Y DE Z O N. 90 



—. 



ding ten 8 uur. 54 m. 10 fee. gerekend 
hebbe^ volgens dien komt den uitgang 
van Venus middelpunt ten 8 uur. 45 
m. 12 fee, het welk ('s Hage 17 m. 
32 fee. tyd ten Ooften Londen gere- 
kend) te Londen is geween: ten 8 uur. 
27 m. 40 fee. ; maar van wegen de Pa- 
rallaxis moet dat tydpunt te Londen 
circa 9 fee. laater gezien worden, en 
dus om daar mede te vergelyken, 
komt na de waare tyd aldaar 

ten 8 u. 27111. 49 f. 



Dit komt merkelyk naader met an- 
dere waarneemingen overeen, ém Ik 
van te vooren zou hebben durven 
vaftfteïlen ; en het misvertrouwen dat 
ik in deeze gecorrigeerde tydsbepaa- 
lingen ftelde , is de reden geweeit, 
dat ik dezelve in het eerft, maar aan. 
weinige des begeerig en kundig zyndQ 
heb medegedeeld. 

Zie hier , in hoe verre de gemelde 
zeven waarneemingen op de middel- 
punts uitgang van Venus met den an-' 
dere , en met de uitrekening die ik 
volgens Halley gemaakt en hier bo- 
ven aangetekend heb , na de waare tyd 
van Londen volgens de beft bekende 

mid- 



904 Van VENUS OVERGANG 

middagslyn - verfchillen gereduceerd 
zynde, ovéreenftemmen. u . m. f. 
Door de "waarn. te Leiden 8-27-54 

Franequcr 8-27-20 

Parys 8- 27-4 1 

Londen 8-27-47* 

Haarlem 8- 27-15 

Middelburg 8-27-57 

Even buiten den Hage 8-27-49 

Na myn rekening te Londen 8-29- 3.7 

Schoon de geheele fchynbaare weg 
van Venus over de Zon , uit nog drie 
afmeetingen , behalvcn de bepaalinge 
van de binnenfte en buitenlte raakin- 
gen by den uitgang , door de Heer 
Fercuson is bepaald , en in een groo- 
te Figuur met een Zons diameter van 
1545 Rh. 1. duimen afgetekend, en dat 
de eerfte van die waarneemingen om- 
trent een geheel uur na de tyd van de 
digtfte ftand der centers is gedaan ; zo 
blykt nogtans uit die afbeelding, dat 
het voorige gedeelte van de zigtbaare 
weg , met naauwkeurigheid daar op 
getekend , en 't vereifchte daar by in 
acht genomen is : want niettegenftaan- 
de den weg van Venus over de Zon , 
als die uit het center der Aarde gezien 

kon- 



VOORBY DE ZON. 905 

konde worden, geen merkbaarc onge- 
lykheid onderhevig is, en, dat tot de 
eene helft van die weg (legts 1 of i-§ 
fecunde tyd langer dan tot de andere 
helft noodig zoude zyn; zo zal echter 
in de fchynbaare beweeging voorby de 
Zon van eenige plaats op des Aard- 
kloots oppervlakte, als Londen, Pa- 
rys , of hier om elders te zien , een 
merkelyk grooter onderfcheid befpeurd 
hebben moeten worden; dat naainelyk 
de fchynbaare beweging omtrent de 
tyd van denaaftefamenitand, en van de 
conjunctie in dit geval traager moet 
zyn geweeil als by den uitgang, het 
welk omtrent f 5 deel zal verfcheelen; 
dit heeft de Heer Ferguson by zyn 
bepaaling in acht genomen; blykende 
zulks als men bevind , dat detydfpatiëii 
op de lyn van de zigtbaare wegsafbeel- 
ding by de naafte zamenftand merkbaar 
kleinder zyn gemaakt als by den uitgang. 
Hier volgen nu onder- en neffens- 
malkander myn uitrekeningen na de 
Theorie van Halley , met de waar- 
neemingen van Ferguson vergeleken , 
maar- om dat den ingang te Londen niet 
zigtbaar is geweefl , is 'er die niet by 
gefield. 

Mmm 5 Door 



9 o6 Van VENUS OVERGANG 

waaretyd ,, r 

Door Reken, de digtftezamenftand, uit 't middel- u.m. f. ver L* 
punt der Aarde te zien , ten - ƒ:23:16 m * * 



J----i7:33 



4- 7 



S'.zi'.S* 3'4 l 



4- 7 
3-27 



Door Reken, 't zelve te Londen te zien, ten 
't Midden vanden Overgang door de waarneem, ten 

DoorReken. de conj. uit deAardk. middelp. tezien,ten ƒ:45": ia 
Door Reken, 't zelve te Londen, ten - ƒ:49:19" 

't zelve door de waarneeminge ten f:tyif*~ 

OP DEN UITGANG. 

Door Reken. Venus middelp. in de Zonsr. uit 6" center 8:30:39_ 

Door Reken, 't zelve te Londen - 8:29: 4" iJ 

Door Reken, de binnenfte raaking te Londen 8:i9:2f_ lm _ 

't Zelve door de waarneeming 8:18:20" J 

Door Reken, de affcheiding te Londen S:38 : 3°. .^ 

't Zelve door de waarneeming 8:37: 4" 



/ // 



Door Reken, de dift. Minima uit center der $ 9:44- 6 „ . (6 ó 

't Zelve door de waarnceming 9:26 * 

Door Reken, 't zelve te Londen te zien 10:1 1.4/ 

't Zelve door de waarneeming 9:47. " " ""r'4 

Door Reken. deZ. Br.indeconjunéb'e, uit 5 center 9:fi.i. . l8 
't zelve door de waarneeming 9:33. ' * 

Door Reken- 't zelve te Londen te zien *QiWf m . ,..J 

't Zelve door de waarneeming 9:f4. " J,) 

Dus vind ik een different tulfchen 
myn rekening na Halley , en de waar- 
neeminge te Londen van 3 m. 27 fee. 
in de conjunctie , en van 1 min. 1 6 fee. 
in de middelpunts uitgang, naamelyk 

dat 



VOORBY DE ZON. 907 



dat deeze zo veel vroeger gezien zyn , 
en dat de zuider Breedte in de con- 
junctie 231 fee. grooter is waargeno- 
men als de Theorie medebragt. 

Dewyl in alle de voorfchreeve waar- 
neemingen de binnenfte raaking by den 
uitgang is gezien , en dat die tydpun- 
ten wel dezekerfte fchynen te weezen 
om bepaald te nebben kunnen wor- 
den , zo zal ik nog eens nagaan 
wat voor Geographifche verfchillen in 
Langte tuflehen Parys en de andere 
plaatfen daaruit zullen voortkomen , in 
veronderftelling dat ieder waarneemer 
dat tydpunt juift na de waare tyd en 
middaglyn van zyn plaats heeft aange- 
tekend ; en dat de tydverfchillen , die 
door de Parallaxis op de byzondere 
plaatfen daar in veroorzaakt worden , 
zyn , zo als ik die hier voor bepaald 
heb. 

De HeerMARALDi zag de in- 
wendige raaking te Parys , u . m . £ 
ten - - 8-28-42 

De Heer Lulofs zag dit te 
Leiden ten 8 u.36m..<>of. 
't welk ik , wegens de Paral- 
laxis, 32 fee. vroeger re- 
kene geweeft te zyn dan 



90 8 Van VENUS OVERGANG 

te Parys , en derhalve daar- 

by moet geteld worden , u . m . c 

komt - - 8-37-22 

Komt Leiden ten Ooltcn Parys : - 8-40 



Te Haarlem zag men de bin- 
nenfte raaking voor heel 
exacl opgegeeven ten 8 11. 
37 m. 20 fee. , waar by ge- 
daan wegens de Parallaxis 
33 fee. om met Parys over 
een te brengen, komt 8-37-53 
Maraldi te Parys 8-28-42 

— Haarlem ten O. Parys : - 9- 1 1 



De Heer de Munck zag de 
binnenlie raaking te Mid- 
delburg ten 8 uur. 33 m. 
2 1 fee. waarby om reden 
als boven 25 fee. komt 8-33-46 
Maraldi te Parys 8-28-42 



Middelburg ten O. Parys : - 5- 4 



De Heer Ypey te Franequer 
zag aldaar de binnenlie 
raaking ten 8 uur. 40 m. 



2 fee. 



V O O R B Y DE ZON. 909 

42 fee. , 'om reden als bo- u . m. f. 
ven 45 fecunden by 8-41-27 

Maraldi te Parys 8-28-42 

— Franequer ten O. Parys : - 1 2-45 



De Heer Ferguson zag te 
Londen de binnenfte raa- 
king ten 8 uur. 18 m. 20 
fee. hier by om de Paral- 
laxis 22 fee. komt 8-18-42 

Maraldi te Parys 8-28-42 

— Londen ten W. Parys :-io- o 



Na myn verbetering zag ik 
de binnenfte raaking ten 
8 uur. 36 m. 4 fee. waar- 
by ik om reden bovengem. 
31 fee. telle 8-36-35 

Maraldi te Parys 8-28-42 



'sHagetenO.Parys :- 7-53 



In hoe verre nu deeze gevonden 
Langte-verfchillen tusfehen Parys met 
de waare over een komen , dat zal mis- 
fehien in 't vervolg van tyd door meer- 
der waarneemingen naader openbaar 
worden. 

Ik 



91 o Van VENUS OVERGANG 

Ik heb ïn myn uitrekening gevon- 
den , en te vooren elders aangerekend 
een veiTchil van 4 min. 7 fee. tyd tus- 
fchen de zigtbaare naafte faamen (tand, 
en ook tusfehen de zigtbaare conjunc- 
tie uit Londen , en uit het center der 
Aarde te zien , 't welk merkelyk meer- 
der is als de Heer Ferguson daar voor 
gerekend heeft ; maar als ik van de 
4 m. 7 fee. een agtfte deel (om dat ik 

een Zons Parallaxis van 12, en Fer- 

cusoN.die van ioi gefield hebbc) af- 

trek, dan blyft dat verfchil 3 m. 36, 
het welk dan met de Heer Ferguson 
(die daar voor 2 m. 52 fee. rekend) 
nog maar 44 fee. verfcheeld ; maar dit 
is nog te veel , en alleen hier uit voort- 
komende , dat de zigtbaare weg van 
Venus over de Zon te Londen te zien, 
met betrekking tot de Ecliptifche dia- 
meter van de Zon, en tot de fehyn- 
baare weg van Venus uit het middelpunt 
der Aarde te zien, voor een regte lyn 
genomen is ; terwyl het zeker is dat 
dezelve geen volftrekte regte , maar 
eenigermaate met relatie even gemeld 
een gebogene aftekening maaken moet. 

Ik 



VOORB Y DE Z O N. 911 

Ik bedoel hier mede niet de fchynbaa- 
re kromte die 'er uit de fpilbeweging 
van de Aarde , met relatie tot een be- 
ftendige verticaal of Horizontale dia- 
meter door de Zons center getogen , 
geboren word ; deeze is veel confi- 
derabeler , en byna zo , gelyk als ik die 
in de voorige Verhandeling in Fig. 2. 
vertoond heb , geweeft. Den Heer 
Prof. N. Ypey, heeft in zyn Ed. Af- 
beelding van den Weg enz. een Verti- 
caal uit V door 't center der Planeet 
in C vertoond , 't welk diftinétie , en 
te kennen geeft , dat de Ecliptife dia- 
meter van de Zon in zodanige ftand 
ten aanzien van de verticaal zig bevin- 
den moeït op die tyd als Venus het 
naafle by de Zons center, uit het mid- 
delpunt der Aarde gezien zoude wor- 
den. De Heer Ferguson heeft in 
zyne Afbeelding, beneffens de Eclip- 
tifche en Equinoétiaal parall ele Dia- 
meters , en de twee byzondere wegen 
van de Planeet ook een Horizontale 
Zons diameter vertoond , maar niet 
aangewezen op welke tyd die diameter 
dien Hand met betrekking tot al het 
andere gehad heeft; doch wat dit ver- 
fchil van 4 m. 7 fee. en 't overige van 

myn 



j 



oi2 Van VEIS'US OVERGANG 

myn reken, naar de Theorie van Iïal- 
lf.y betreft daar over houde ik my 
door twee of drie herhaalde Rekenin- 
gen genoegzaam verzekerd , geen er- 
reiir begaan te hebben ; indien zulks 
niet door eenige drukfeil, 't zy in de 
Logarithmifehe of in de Zonne en Pla- 
neets Tafelen ('t welk ik nog niet be- 
'fpcurd heb) veroorzaakt is. | 

Als men myn voorige uitrekening met 
dceze laatfte van my vergelykt, bevind 
men dat deeze ruim 1 % minuten tyd na- 
der met de waarneeming over een komt 
dan de andere , welk verfehil nog al aan- 
merkelyk groot fehyntvoor te komen; 
maar in dit , en in alle gevallen van 
dien aart is zulks gering, 't welk blykt 
als men aanmerkt daar van alleen de 
reden te zyn , dat by de voorige reke- 
ning den Aardkloot omtrent 31 fecun- 
den boogs in zyn weg verder gevon-^ 
den w T ordt dan in de laatfte rekening- 
Het gevonde verfehil tusfehen de laat- 
fte rekening en de waarneeming van 
3 m. 27 fee. tyd, zal in de Heliocen- 
trife plaatfen van de Aarde en van Ve- 
nus maar een verfchilhoek van 51 fee* 
maaken ; myn voorige rekening ver- 
fchceld met die waarneeming 23 m. 2 

fee. 



VÖORBY DE ZON. 913 

fee. tyd, dit maakt tusfehen de gemel- 
de Heliocentrifche plaatfen een hoek 
van 36 fee. ; deeze hoek-verfcbUlen 
nu, als ook die welke uit het diffe-' 
rent tusfehen andere uitrekeningeil 
met cle waarneemingen voortvloeijen , 
zyn zo klein , dat het de Waarnee- 
mers bezwaarlyk zal zyn om te 
ontdekken , of de fout in de Theo- 
rie van de Zon of Aardkloot , of in 
de Theorie van Venus, dan of 't wel' 
in diebeide zig onthoud. De Overgang' 
van Venus in 't Jaar 1769 , zal hier 
over wederom tot een proef kunnen 
verftrekken ; terwyl ik niet twyfele , 
of de keurige beminners van deeze 
Weetenfchap, zullen de verbeteringen 
op .alle differente wyzen inrichten ; ten 
einde om in 't evengemelde Jaar te 
kunnen zien, welke befluiten het befte 
met het nu voorgevallene, en met dat 
naaftvolgende Verfchynfel beft zullen 
over een komen; om die verbeterin- 
gen , waar door de Theorie het naafte 
met die twee Verfchynfels over een 
komt te behouden. 

Alle de Waarneemingen hebben ook 
eenpaarig doen zien , dat de fchynbaa- 
re diameter van Venus op de Zon veel 

VL Deels, i.jluk N n n klein* 



9H Van VENUS OVERGANG 

kleinder was als te vooren veronder- 
fteld wierd ; zynde nu bevonden 58 , 
59 , 60 , tot ten hoogften 61 fecun- 
den, dewelke men van 68 tot 77 fe- 
cunden te zyn , verwagt had. Maar ik 
ben van gedagten , dat de diameter 
in der daad wat grooter is , als die zig 
op de Zonnefchyf heeft vertoond en 
gemeeten is, en dat 'er in dit , en in 
alle diergelyke verfchynlelen door het 
fterke ligt van de Zon, iets van den 
rand van het duiflere lighaam in 't rond 
als afgenomen word. By 't overden- 
ken van een vertooning omtrent de 
tyd van de binnenfte raaking is my 
dit nog te meer waarfchynlyk voor- 
gekomen ; naamelyk : toen de Wefï- 
rand van Venus , de Weflrand van de 
Zon na by kwam, fcheen my de ge- 
daante van Venus toe, als aan de zy- 
de van *le Zons rand een weinig Eij- 
puntiger , en aan de tegen overzyde 
wat platter te worden ; zelf verbeeldde 
ik my„ de figuur van de Planeet, die 
ik te vooren dikwyls als volmaakt 
rond befchouwd .had , als eenigzins 
wanflallig te vertoonen : de tyd die 'er 
verloopen is tusfchen dat ik dit eerft 
bemerkte tot dat de binnenfte raaking 



V O O R B Y DE Z O N. 915 

gefchiedde , fchat ik 25 of 30 fecundcri 
geweefl te zyn. De Heer J. R. van 
Beusekom , een Liefhebber van dee- 
2e en andere Mathematifche Weeteii- 
fchappen , die de binnenfle raaking 
op een andere plaats in deü Hage 
heeft gezien , heeft my betuigd ook 
iets diergelyks opgemerkt te hebben $ 
my de vertooning het naafre vergely- 
kêtiöë by een Bombe , waarvan de 
tuit daar de Brandpyp in gezet 
word , naar den rand der Zon toe 
Hond. 

Indien dit geen loutere verbeel- 
ding of wanfïraaling geweeft , maar 
in der daad zo gezien is , kan daar 
tik een natuurlyk bewys of waarfchyn- 
lyk gevolg voor de eevengemelde af- 
neeming rondom van de duiilere rand 
der Planeet afgeleid worden; want de. 
verfmalling van hét ligt tüsfchen de 
randen van de Zon en van de Planeet, 
by die fterke aannaadering > veroor- 
zaakt teffens of liever kan tefFens öp 
die plaats veroorzaakt hebben; een ver- 
zwakking in 't vermogen des ligts , 't 
welk die fchynbaare afneeming deedë 
voortkomen , waar door dat gedeelte 

Nnn 2 varö 



9i 6 Van VENUS OVERGANG 

van de Planeets rand aldaar , 'nader , en 
eindelyk by de fchynbaare raaking op 
haar zigtbaare waare plaats gebragt , en 
dus derzel ver gedaante federt een wei- 
nig tyd te vooren iets veranderd wierd. 

Het geen volgd, zyn de aante- 
keningen van de Waarneemingen 
van de Heer Ferguson , die ik 
hier zaaklyk uit het EngeKch by 
voege; en behoord tot Fig. 3. 

Het bovenfehrift van de afbeelding is : 

De OVERGANG van VENUS, 

OP DEN 6 DEr * JüNY I/6l. VOLGENS DE 

Waarneemingen cedaan te SAVI- 
LE HOUSE te Londen, zynde 30 
secunden in tyd ten Westen het 
Koninklyke Observatorium te 
Greenwicii; door James Fergufon. 

De verjchiïkn in de tyd van den uit- 
gang van Veuus , die uit de differente 
Parallaxis der Zon voortkomen. 

De Zons Horizontale Paralaxis 10^ 
iec. zynde , dan is zyn afftand van 

't 



VOORBYDE Z O N. 9 1 v 

7 t middelpunt van den ' Aardkloot 
78919260 Engelfche lMylen. In dit 
geval , zal het abfolute tydpunt van de 
binnenfte raaking van Venus by den 
uitgang aan de Zons rand , te St. Iïc- 
lena 1 3 min. 25 fee. laater zyn dan te 
Tobolsky ; 9 m. 2 fee. laater te St. He- 
lena dan te Bene ooien 3 en 8 m. 58 
fee. laater te St. Helena, dan te Lon- 
den. 

De Zons Parallaxis zynde iufec/, 
dan is zyn afftand van de Aardkloots 
middelpunt 72364572 Engelfe Mylen. 
In dit geval zal het abfolute tydver- 
fchil der binnenfte raaking by, den uit- 
gang van Venus aan de Zons rand te 
St. Helena 1 3 m. 30 fee. laater zyn te 
St. Helena dan te Tobolsky; 9 m. 50 
fee. laater te St. Helena dan te Ben- 
coolen ; en 9 m. 47 fee. laater te St. 
Helena , dan te Londen. 

De Zons Paralaxis I2| fee. zynde, 
dan is zyn afftand 65809884 Mylen. 
In dit geval zal het begin van den uit- 
gang 13 in. 35 fee. laater zyn te St. 
Helena dan te Tobolsky ; 10 m. 38 Ccc. 
laater te St. Helena dan te Bencoolen, 
en 10 m. 35 fee. laater te St. Helena 
dan te Londen. 

Nnn 3 De 



0i 8 Van VENUS OVERGANG 

De halve diameter van de 

Zon , op de tyd van den o . . /t 
Overgang r - 0:15:45*- 

De halve diameter van Ve- 
rnis, gemeeten óp de Zon o: 0:291 

De kleinfte afftand der cen- 
ters , van \ middelpunt dei- 
Aarde te zien - - o: 9:26 

De kleinfte afftand der cen- 
ters te zien te Londen o: 9:47 

De Zuider Breedte van Ve- 
rnis ten tyde van de con- 
junctie uit het middelpunt 
der Aarde te zien - - o: 9:33 

De zigtbaare Breedte op die 

tyd te Londen te zien o: 9:54 

De Geocentrice hoek van Ve- 
nus zigtbaare weg met de 
Ecliptica - - - 8:31: o 

De fchynbaare uurloop over 
de Zonnefchyf uit het mid- 
delpunt der Aarde te zien o: 4: o 



WAAR- 



VOORBY DE ZON. 919 

WAARNEEMINGEN na de MID- 
DELTYD des MORGENS. 

In F ten 6 uur. 18 m. ƒ6 fee, de diftantje tuflehen de rand van 

de Zon , en de rand van Venus 4-48 
in G ten 7 uur. ïó m. 34 fee, de diftantie tusfehen de rand van 

/ //. 
de Zon, en de rand van Venus z-4'8| 
In H ten 8 uur. 2 m. 45 fee, de diftantie tusfehen de rand van 

• // 

de Zon , en de rand van Venus 0-43 



TE LONDEN. 

u. m. f. 
In A. Venus eerde raaking ten 2— 4- o"} 
In B haar gehecle ingang - 2-23—24 1 

't midden van den overgang s— 22— oi Middel- of 

de fchynbaare conjunftie s— 44— o S gelyke tyd. 

In L 't begin van den uitgang 8-16-^28 f ' 

In K de laatfle raaking - - 8—3^—12.-' 

Vertoeving^ an eerfte tot de laatfte raaking 6 u. 31 m. 12 f. 

° } Van de geheele ing. tot't begin der uitg. $ u.j"2 m.44 f. 

De Equatie van de tyd op 't begin van den uitgang — ïm.^f. 



Volgens de Tafelen van i)r. Hal- 
ley is na de Middeltyd , de conjunc- 
tie van Venus met de Zon ten 5 uur. 
46 m. 17 fee. ; en haar Geocenttffe 

Nnn 4 Zui- 



920 Van VENUS OVERGANG 

Zuider Breedte op die tyd 9-43; de 
plaats van de Zon en van Venus in 



O / // 



33 15-35-55; en de plaats van de klim- 
mende knoop in tt 14-29-37 ; doch 
volgens de Waarneemingen , waar na 
dit ontwerp is afgetekend ; is de con- 
junctie na de middeltyd ten 5 uur. 41 
m. 8 fee. ; de Geocentrice Zuider 

breedte van Venus is 9-33 (veronder- 

ftellende de Zons Parallaxis io§ fee. te 
zyn) de plaats van de klimmende 

knoop in n 14-32-5; zo dat het ont- 
werp 5 min. 9 fee. van de Tafelen ver- 
fcheelt ; als ook op de tyd van de con- 
junctie 10 fee. in de Breedte van Ve- 
nus , en 2-28 in de Plaats van haar 
knoop en. 



Ter oorzaake van Venus Parallaxis 
in langte Ooftelyker, is haar zigtbaare 
conjunctie 2 m. 53 fee. laater dan haar 
waare conjunctie; daarom deeze 2 m. 

52 fee. 



voorby.de ZON. 921 

52 fee. afgetrokken zynde van 5 uur. 
44 min. zo zal 'er over blyven de waa- 
re tyd van de Geocentrifche conjunc- 
tie ten 5 uur. 41 m. 8 fee. ;'t welks &• 
9 fee. vroeger is , , dan de tyd die Dr. 
Halley's Tafelen geeven. 



Op de tyd van de conjunctie van Ve- 
nus met de Zon , word van wegens de 
Parallaxis, de plaats van haar center, 
te Londen , op ieder fecunde van de 

Zons Horizontale Parallaxis 2| 5 fee. 
laager gezien , dan uit het Aardkloots 
middelpunt. 

Verders betekent in.de afbeelding 
MN. de Eclipticale diameter van de Zon 
a h. een parallele diameter met den E- 

quator. 
de. de zigbaare weg van Venus , als 
die uit het middelpunt der Aarde 
gezien was , de Zons Horizontale 
Parallaxis is io§ f. gefield zynde. 
CD. de Asz van Venus Geocentrice 

weg. 
LE. den Asz van de Ecliptica, en de 
Lyn der conjunétie van Venus 
met de Zon. 

Nnn 5 Om 



922 Van VENUS OVERGANG enz. 

Omdat deeze afbeelding de helft in 
diameter verkleind is, heb ik de boven- 
staande befchryving, die de HeerFER- 
guson in zyne afbeelding geplaatst heeft 
hier afzonderlyk gefield, en de bete- 
kenis der Lynen met letters aangewee- 
zen ; ook heb ik de proportie van de 
middelafflanden der Planeeten van de 
Zon , en de wyze om daar door de af- 
llanden in Engelfche Mylen te bereke- 
nen als een van die afllanden bekend 
is, hier niet bygevoegd; om dat dit 
niet tot deze waarneemingen behoord , 
en genoeg bekend is ; en in de groote 
afbeelding waarfchynlyk meer om de 
fchikking en plaatsvulling, dan wegens 
noodzaaklykheid gefield zal zyn. 









G E- 



Bladz. 91 

ivA BE RICHT, be- 

horende tot de Verhandeling 
en Aanmerkingen over ver- 
fcheidene Uitrekeningen en 
Waarneemingen van den O- 

VERCANG VAN VENUS VOOR» 

by de ZON, op den 6. Ju- 
ny 1761. door D. Klinkenberg* 

Te vinden in dit Zesde deels tweede Stuk 
Bladz, 875 922 

Na dat deeze Verhandeling afgedrukt 
was, is my ter hand gekomen: 
Das Neiiefte aus der anmuthigen -Gelehr* 
famkeit, gedrukt te Leipfig; in het wel- 
ke verfcheide Verhandelingen over 
den Overgang van VENUS gevonden 
worden. In het fcukje voor de Maand 

Juny 17Ó1 N' VI Pag. 424 426, 

word by de Waarneeming op den uit- 
gang van Venus door den Heer Siiber- 
jchlag, in het Kloofter Bergen naby 
Magdeburg gedaanjiet volgende gezegd: 
„ Noch is zu bemerken , das als die 
„ Venus im Begriffe war, den Rand 
,, der Sonne von innen zu beruhreiV, 
„ derzelbe uber feine Zirkelformige 
„ Rundung in einen folchem Bogen 

L „ au- 



os NABERICHT. 

„ auftrat , der volkommen nut dem 
„ Rande der Venus parallel war. (NB. 

3> 



JJ 
59 
99 
99 
99 
5> 



Diefz will man in Copenhagen nicht 
beobachtet haben.) Kenner werden 
diefz Phcenomenon einmuthig fur 
eine Atmosphcere der Venus halten: 
in welcher gewifz eine ftarke Bre- 
chung der ;Lichtftralen ftatt finden 
mufz &c. Dit verfchynfel is my niet 
geheel ontfnapt , en ik heb 'er fommigen 
die den uitgang gezien hebben , over 
gevraagd , of zulks by hun ook was 
opgemerkt , doch heb daar niets 
van kunnen verneemen dan 't geen 
ik hier van den Heer Silberfchlag heb 
aangehaald : het welk de reeden is ge- 
wceft , dat ik 'er in deeze Verhandeling 
in 't geheel niets van hebbe gezegt; 
en 't zelve alleen aan twee Heeren al- 
hier , en aan M. de risk te Parys , om- 
trent met deeze bewoordinge fchrif- 
telyk heb gecommuniceert. „ De randen 
„ zeer naby malkander komende dagt 
my tot tweemaal toe , dat de Zons 
rand , op de plaats daar de raaking 
„ ftond te gefchieden , met een klein 
„ bultje zig naar buiten uitzettede, 
„ even of de Zons rand , een weinig 
„ voor den rand van Venus wilde te 



5? 



99 rug 



N A B!E R I C H T 93 

„ rug wyken. Dit is een verfchynfel 
hetwelk juift met den Aart van de At- 
mosphere van den Aardkloot overeen- 
komt ; en als het rondfom Venus even 
op zo eene wyze gefield is , moet dit 
verfchynfel daar van een noodzaaklyk 
gevolg zyn : want de gezigtftraalen uit 
ons oog, van even buiten 't vermogen 
van 's Aardkloots dampkring langs den 
rand van Venus gaande , zullen , indien 
die planeet geen Atmosphere heeft, 
in volmaakte regte lynen in 't rond 
langs derzelver zigtbaaren rand , op de 
Zon aantreffen , en juift zo een gedeel- 
te van de Zonnefchyf,alsde zigtbaare 
vlek der planeet beflaat, voor 't gezigt 
verbergen , en dus zal 'er , wanneer de 
planeets rand in die regte lyn op den 
Zons rand aanloopende , gekomen is , 
geen zigtbaare verandering, maar de 
zigtbaare raaking moeten gefchieden; 
doch zo de planeet met een diergelyke 
Atmosphere omringd is, dan zullen 
die regtlinifche gezigtftraalen op een 
kleinen afftand van Venus rand, en langs 
dezelve, overal ombuigen, en op de 
Zonnefchyf wat naader aan het midpunt 
der vlek aantreffen ; en dus een min- 
der rond gedeelte van de Zon voor 'c 
L a Ge- 



94 N A B E R I C H T. 

gezigt bedekken , als de grootte van de 
planeetsvlek ons tocfchynt te doen; 
waar uit dan moet volgen , dat, als 
de rand van die vlek aan de waarlyk regt 
lynige gezigtftraal , op den rand van de 
Zon aanloopende, gekomen is, dat de 
buiging,die de Atmósphere aan die ftraal 
toebrengt, veroorzaakt, dat niet de 
raaking der randen , maar dat een ge- 
deelte der Zonnefchyf, wat nader by 
het midpunt van de vlek ftaande, en 
dus de zigtbaare rand der Zonne , nog 
een weinig, buiten den rand van de 
planeet, gezien moet worden; 't welk 
dan een verfchyning, als of de Zons 
rand op die plaats een weinig uit zyn 
kring wykende was , > •' veroorzaaken 
moet; 












Bladz. 923 
GENEESKUNDIGE OPHELDERING 
VAN DEN ZIN DER LETTEREN 

VAN 



ANNE S, 



IN Z Y N 

HEILIG EUANGELIE, 

HOOFDSTUK XIX. Vr. 34. 

Maar een der krygsknegten doorftak zy- 

ne zyde met een /peere , en terftond 

kwam daar bloed en water uit. 

DOOR 

J. FAN DER. BAAR. 

Over den letterlyken zin deezer 
woorden zyn de gedachten der 
geleerden vruchtbaar, doch verdeed; 
itellende eenige in het uitlopen van 
bloed en water , uit de doorboorde 
zyde van 'sWeereld-Heiland, iet dat bo- 
ven de wetten der natuure of een won- 
der- 



924 Over JOIIANNES XIX, 34. 

der werk is ; tcnvyle andere het als na- 
tuurlyk aanmerken , denkende ; dat het 
bloed uit het doorboorde harte of des- 
zelfs groote bloedvaten , en het water 
uit het zoogenaamde hartezakje (peri- 
cardinm) , of uit het gewoone in de 
bord uitwaasfemende en na de dood 
verzamelde vogt, voortkwaame. Dan 
nadien de borft of het hartezakje eer- 
der dan het harte of deszelfs groote 
bloedvaten moeft doorftooken wór- 
den , zoo moeft ook volgen , tegen de 
woorden vmjoamüs > dat eerft het wa- 
ter en daar na het bloed , uit de borft 
gelopen is. 

Ik bekenne zeer gaarn , dat misfehien 
in de woorden van den Euangelifl , met 
het bloed voor het water te noemen , 
geen byzonder oogmerk is , om dat 
in den eerften brief van dien zelfden 
jfoanues, Hoofdftuk V. Vr. 6. deeze 
text geeftelyk word overgebracht , en 
by herhaling het water voor het bloed 
genoemd : men zie flechts over deeze 
plaats de korte doch deftige aanmer- 
king van onze voortreffelyke rand- 
fchryvers. Maar ik wil my liever voor 
een oogenblik by de eigentlyke woor- 
den van den Euangelifl houden, fchoon 

dit 



Over JOHANNES XIX, 34. 925 

dit niets ter zaake doen zal , en aan- 
merken ; dat men by friflche , gezon- 
de en onlangs eerft gcftorve lichamen, 
nimmer zoo veel water in de bórft of 
in het hartezakje vind, als onze Euan- 
gelift fchynd te kennen te geven dat 
uit de zyde van den Hecre Jezus gelo- 
pen heeft ; waarom ik meene dat 'er 
andere natuurlyke redenen van dit 
verfchynfel moeten en kunnen gege- 
ven worden. 

Ieder weet , dat bloed uit eene ader 
gelaten , in een vat ftilftaande , zig van 
zelve in twee deelen, namentlyk; in 
eenen gefchiften bloedklomp (Coagu- 
kim), en in eene dunne wye of water, 
verdeeld. 

Mannen , die gewoon zyn doode 
lighamen te openen , vinden altoos 
dat de linker holligheid van het harte , 
en byna alle de flag- of pols-aderen , 
door- haar meerder te zamentrekkende 
kracht, van bloed ontledigt zyn ; ter- 
wyl de rechterholte van het harte en 
de groote hol-ader (Vcna Cava) , door 
een minder tegenflaixdbiedend vermo- 
gen , daar van geheel zyn opgevuld. 

Als dit bloed in het rechter harte en 
de hol-ader , na de clood. een weinig 

tvds 



926 Over JÖHANNES XIX, 34; 

tyds heeft ftil gedaan , fcheid het zig ^ 
even als in een vat buiten het lighaam , 
in twee deelen , namentlyk; in cene 
dunne wye of water, en in ecnen dik- 
ker geftremden bloedklomp. 

Is nu voor de dood het bloed reeds 
van een onftooken of {tollenden aard 
geweeft , zoo als het misfehien by den 
Heers Jezus , na zoo veele bittere ang- 
flen , wreede geesfelingen en eene ge- 
duurige,ja ontmenfehte, wegfleeping 
van de eene plaats na de andere, ria- 
tuurlyk heeft konnen zyn , dan zal 
deeze fcheiding des bloeds niet alleen 
grooter , maar ook teffens fchiclyker 
zyn; en Vooral, zoo 'er eene gewel- 
dige, doch langzame, marteldood, zoo 
als in den Heere Jezus , die ten min- 
ften zes uuren geduurd heeft , by- 
komt. 

De bloedklomp, zwaarder dan het 
water zynde, fcheid zig daar van af, 
en zinkt naar beneden ; terwyl de wye 
of het water , na boven fteigd. Zoo 
men alsdan in het rechter harte of in 
de hol-ader eene ruime opening maakt, 
zoo als ik uit Joanms XX. Vr. 27. den- 
ke , dat in het lighaam van den Heers 
Jezus gefchied moet zyn, is het zeel* 

na- 



Over JOHANNES XIX, 34. 927 

natuurlyk dat dat vogt, het geen het 
naaft by cleeze opening ruft , het eerft 
en terftond zal uitlopen , het zy bloed 
of water , of beide te gelyk , doch on- 
derfcheiden. Maar zoo een menfch of 
dier, niet volmaakt dood- of haaftig 
geftorven is , en niet lang genoeg heeft 
dood geweeft, om aan het bloed tyd 
te geven van zig in eenen dikkeren 
klomp en in water, te konnen verdee- 
len ; maar dat in het tegendeel door de 
warmte van het lighaam , deeze twee 
deelen nog volmaakt vereenigt zyn; 
dan vloeid uit de gemaakte opening 
geen bloed en water, maar alleenlyk 
bloed. 

Wanneer aldus uit de doorboorde 
zyde van den Heere Jezus Ckriftus , ('t 
is om het even welke zyde men gelie- 
ve te verkiezen , al wilde men ook 
beide neemen), bloed en water kwam* 
dat was naar myne gedachten, een be- 
'wys , dat het rechter harte of ten ïnin- 
ften de groote hol -ader (zonder dat 
ik de plaats bepaale), gewond en door- 
boord was. 

Aldus meen ik , dat het uitlopen van 
beide , bloed en water, niet alleen een 
eenvoudig , natuurlyk en allerkrach- 

tigft 



928 Over JOHANNES XIX, 34, 

tigft bewys gcweeft is , dat die groo- 
te .Heilvorft reeds waarlyk was geltor- 
ven , maar ook , dat hy al zoo lang 
was dood gewèeft dat het reeds voor- 
heen ftremmcnde bloed , tyds genoeg 
gehad hadde om zig in bloed en wa- 
ter, te konnen fehiften en verdeelen. 
Ik denke niet dat iemand hier tegen 
zal willen brengen $ dat in anders ge- 
zonde lighamen , en in warme landen , 
het bloed niet gewoon is zoo vaardig 
te Itollen ; want vermits ik reeds ik 
reeds te kennen hebbe gegeven , dat 
de Heere Jezus met het begin der kruis- 
ziging, 's morgens te neegen uuren, 
alreeds begonnen heeft te fierven , en 
dat dit tot 's middags tuflehen 3 en 
4 uuren geduurd heeft; dan dunkt my 
dat het bloed hier toe tyds genoeg ge- 
had hebbe. En waarfchynlyk is 'er 
nog (min of meer), een uur verlopen 
eer een der krygsknegten des Heere n 
Jezus zyde , doorftooken heeft. Hier 
komt^by, dat op den tyd dier kruisfi- 
ging , van de zesde tot' de negende 
uur , en dus op het midden van den 
• dag , zig eene allerzwaarfte duifter- 
nis over de geheele aarde heeft ver- 
fpreid, e;t, is het waarachtig? Dat by 

eene 



Over JOHANNES XIX , 34. 929 

eene Zoneclips, die door haare duis* 
ternis alleen een gedeelte der aarde be-* 
dekt , de lucht altoos koelder word* 
(gelyk uit waarnemingen , met Ther- 
mometers ten tyde van Zon-eclipfen ge- 
daan , blykt) ; zoo is het meer dan 
waarfchynlyk , dat door die dikke 
duifternis , die omtrent drie uuren 
duurde , zig eene buitengewoone kou* 
de over de gantfche aarde heeft doen 
gevoelen , en welke vermoedelyk dooi* 
de daar nog by komende omftandighe- 
den (zie Matthaeus XXVII. vr. 45 en 
51) vermeerderdis. Waar by nog komt 
dat de gekruiszigden naakt aan eenen 
paal, tuffchen hemel en aarde hingen» 
Al het welke , zoo ik my niet bedrie- 
ge, genoegzame redenen zyn om deii 
tyd en de raooglykheid van de fchif- 
tinge des bloeds , te konnen bewyzen. 

Aldus verbeelde ik my, (onder ver- 
betering^ ) , dat , daar zulke klaare en 
natuurlyke verfchynfelen zyn , men 
niet met fommige groote Godsgeleerdert 
zyne toevlucht tot een wonderwerk 
behoeve te neemen : alsmede, dat in 
in dit algemeen verfchyniel teffens een 
krachtig bewys ligd tegen s zulke fter* 
ke of liever zwakke geeften , die moo- 

VL Deels, 2. Stuk* O o o ge* 



93o Over JOHANNES XIX, 34. 

moogelyk onderftellen konnen dat 'j- 
weerelds Heiland, misfchien nog levend 
zynde , van het kruis genomen en in 
den begraaf- kelder, gelegd waare. 

Ik hoope niet , dat ik met dit na- 
tuur- en reedenkundig voordel , aan 
het heerlyke lyden van den Heen Je- 
zus als den Chriflus , dien ik altoos wen- 
fche te aanbidden , iet te kort doe. Ik 
wil ook niemand myn gevoelen op- 
dringen, want zoo ras als ik beeter on-, 
derrecht worde , verandere ik zelve 
van oordeel. 

V Hertogenbofch 17^61. 




ÖN- 



Bladz.93* 
ONDERZOEK 

OF DE 

VERDEELDHEEDEN 

iets ten NAADEELE van het 

CHRISTENDOM 

B E VV Y Z E N; 



DOOR 




a C IL FAN DER AA. 



iiize Heer waarfchouwt in de H. S» 
zeerdikmaals voor valfcheLeeraa* 
ren- Hy vermaant ons daarom tot alle 
omzigtigheid : en meld de tekenen , 
waaraan wy dezelven van getrouwe 
Leeraaren kunnen onderkennen; naam* 
lyk men heeft alleen te zien op de ge- 
volgen, dewelken uit hunne leer vloei- 
jen. Brengen zy niets toe tot bevor* 
deringe van geloof en deugd , men mag- 
ze billyk als iedele hairkjoverijen ; 

O oo 2 hin-. 



932 OverdeVERDEELTHEEDEN 

hinderen zy de beoeffening van ge- 
loof en deugd , men mag ze met reden 
als fehadelyk, verwerpen. 

Dan men kan , niet zonder fchyn 
van reden , op de gedagte komen : 
L izare het egt er niet te wenfchen , dat 'er 
„ liever nooit eenige va! [ene leeraars ,fcheu- 
„ ringen ofte verdeeld/teeden over de kers in 
„ de Chriftelyke Kerke geweeft waren ? geeft 
„ het gèène gelegenheid aan fommigen om te 
,, denken, dat de H. S. niet dnidyk, op e 
„ ten min ft e niet duidlyk genoeg is om Gods 
„ vcaare meening den menfehen te doen he- 
„ gr y pen ? is dat denkbeeld voordeelig voor 
„ liet Chriftendom en voor de Godlyhheid der 
„ H.S.? Daar God de oorfprong is der 
„ H. S. , zou Hy niet de waarheden des 
,, geloofs enz. daarin zodanig hebben 
„ kunnen doen te boek Hellen, dat 'er 
„ géén twyffelen aan was, wat Hy be- 
„ doelde, en dat iedereen ook, zoo 
,, ras hy het hoorde en verftond, toe- 
„ Hemde even als in rekenkundige en 
„ andere wiskundige weetenfehappen. 
„ En, zoo Hy dat kon doen , is het niet 
v te verwonderen, dat, daar God on- 
,, eindig goedertieren is, en alleen uit 
,, liefde den menfehen eene openbaa- 
„ ring van zynen Wil gegeven heeft, 

Hy 



in het CHRISTENDOM. 933 

,, Hy zynen wil niet zoo duidlyk 
„ heeft bekend gemaakt, dat 'er géén 
55 gefehil over vallen kon ? Is het ook 

zelfs niet zeer naadeelig voor de uhbrei- 
, ding van hctChriflendom? Zou het niet 

wel menigen verftandigen Jood enz. 



99 



'., kende, tot welk eene gemeen fehap 
,, onder de Chriftenen zal ik my begee- 
„ ven, daar ieder van dezelven zegt, 
5 , dat by haar , en wel by haar alleen , 
, de waare Cbriftlyke Leer, naar Gods 
.", woord, voorgedragen en de II. Sacra-. 
menten naar de inftellinge van Chris- 
tus bediend worden ? Ik heb géén 
tyd, ofte althans gééne bekwaamheid, 
om alle deezevericheidene gevoelens 
te onderzoeken ; hoe kan ik my dan 
by deeze groote onzekerheid tot 
ééne van de hoofdparteijen onder 
, de Chriftenen begeeven ? Zou het 
„ ook niet wel meenig eenvoudig 
Chriften moedeloos maaken by het' 
leezen en onderzoeken der H. S. ? 
Zou het niet mede één van de oor- 
zaak en weezen , dat de Leer van het 
Chriitendom dikmaals zoo weinig 
invloeds had op het gemoed van de 
gemeente ,jaa zelfs , helaas ! van fom- 
Ooo 3 „ mige 



55 
55 
55 
?5 
55 
5? 
55 



55 
55 
95 
55 
59 
95 
55 



934 OverdeVERDEELDHEEDEN 

„ raige Leeraaren, terwyl veelen haar 
„ byna voor een fchoolgekyf aanzien en 
„ als zodanig bejegenen? " 

Ieder, die\le weereld kent , zal wee- 
ten , dat deeze vraagen niet in myne 
harfenen geboren zyn; dat vericheide 
anderen misfehien nog heden met die 
gedagten zwanger gaan , jaa dat fommi- 
gen daar door gevaar loopen van aan 
het geloof fchipbreuk te lyden, ofte dat 
zy althans die trooft niet gevoelen, en die 
kracht , die het Chriftendom anders geeft 
tot het beleeven van den Godsdienit , 
niet doen blyken. Ik heb dcrhalven 
goedgevonden in deeze Verhandeling 
eenige aanmerkingen hierop te maaken. 

Men oordeelt, en zeep-, dat het naadeelig 
is voor ds heerlykheid van God , dat 'er 
fcheurkgen en verdeeidheeden 'm de Kerk 
over de Jeere van den Chrijlelyken God' dien fl 
pntftaan zyn. Dit lochene ik. Dan ik moet 
hiertoe denflaatdesgefchils onderzoeken. 

Voor zoo verre als de Godlyke eigen- 
fchappen famengenomen , aan zyne 
verstandige fchepfelen zoodanig ver- 
toond zyn ofte vertoond worden, dat 
zy God als de hoogfte eerbiedenisfe 
waardig hun voordellen: in zoo verre 
fchryven wy Gode eene Heerlykheid toe. 

Dan 



in het CHRISTENDOM. 935 

Dan zou derhalven, de verdeeldheid , 
die 'er onder Chriftenen over de leere 
des geloofs plaats heeft, naadceüg zyn 
voor de heerlykheid Gods , wanneer 
zy ons op goede gronden moefl doen 
denken, dat waarlyk God zoo Goeder- 
tieren , zoo Heilig , zoo Alweetend , 
zoo Alvermogende enz 1 , niet moeft zyn 
(wanneer Hy de ooriprong was van de 
leere des Chriftendoms) als wy uit an- 
dere redenen weeren, dat Hy is ; en als wy 
derhalven van die hooge eerbiedenisfe 
die wy Gode fchuldig zyn , wierden 
afgetrokken en op goede redenen afge- 
trokken. Zy zouden in tegendeel tot 
zyn e verheerlykinge dienen , wan- 
neer zy ons God in Zyne eigenfchap- 
pen zoo voor de oogen fchilderden , 
dat zy onze hoogde eerbiedenisfe voor 
Hem uitlokten (*), 

De vraag is hier niet, welke uitwerk- 

fe- 

(*) Of d ; t laatfïe waar is, of de fcheuringen 
tot verheerlyking van God en in welk opzicht' zy 
daartoe iets bygebragt hebben, ftaat my hier niet 
te onderzoeken. Hier moet ik voor èerrt alleen 
overweegen of ze ons een zoo naadeelig den'dxeid 
van Gods volkomenbeeden mogen inboezemen, 
dat men deswegens van die hooge eerbiedenife 
voor God billyk zou afzien, die men anders moet 
denken dat men Hem fchuldig is. 

O oo 4 



93Ö OverdeVERDEELTHEEDEN 

felen van dien aart fomtyds de Verdeeld* 
heeden hebben in het gemoed van men- 
fchen , die vermaak fcheppen in aan 
alles te twyffelen , en die 'm het geheel 
van de H. S. jaa van eene onmiddelbaare 
Godlyke openbaaringe een zeer liegt 
denkbeeld maaken, die derhalven v/el 
wenfchten, dat zy gelegenheid hadden 
om de weereld te overreeden ■, dat zy 
gewichtige redenen hebben om liever 
hun eigen veritand en bevinding raad te 
pleegen en te betrouwen, waarvan zy 
toch een groot gevoelen hebben ; en om 
zich eenige vryheeden onbefchroomd 
aan te maatigen , die de H- S. anders 
onder geltrenge bedreigingen afkeurt. 

De vraag is niet , of niet lbmmige 
m^eoeffenden en kvcalyk ondenveezenen , 
tegen hunnen wil fomwylen daardoor/72 
eene angstvalligheid , of 'er wel iets ze- 
kers in den Godsdienft zy, kunnen komen , 
en dus van de waare eerbiedenisfe voor 
God hierdoor kunnen afgeleid, ofte ten 
minfte niet zoo zeer tot de eerbiedig- 
heid voor God kunnen bewogen wor- 
den , als zy anders naar allen fchyn wel 
ontwaar zouden worden. 

De vraag is niet, of een verftandig en 
Godzoekend Chriften niet daardoor by ge- 
brek 



in het. CHRISTENDOM. 937 

drek van noodig onderzoek kan komen tot 
een denkbeeld, 't geen in zich zelven 
niet dient tot verheerlykinge van God, 
fchoon het die uitwerking nogtans niet 
daadlyk in hem hebbe. 

De vraag is niet , of niet fomwylen in 
deeze ofte geene dingen fomnugen , die an- 
ders zich wél geoefend hebben en nog oefe- 
nen in zaaken van den Godsdienft, zulke 
zwaarigheedenommoeten^t zy niet in (laat 
zyn om met zekerheid het eene boven 
het andere gevoelen te verkiezen. 

Maar de vraag is , of iemand , die be- 
hoorlyk zyn verfland heeft en het by het 
onderzoek van den Godsdienft te koft 
legt, dien de waarheid en zyne gelukza- 
ligheid zeer ter harte gaat, door de ver- 
deeldheeden tusfchen de Chriftenen, 
en door de gefchillen die 'er in de Kerk 
zyn , biïlyk en op goede gronden be- 
wogen word , ofte kan en moet worden , 
om te denken , dat hy onbetaamlyk van 
Gods eigenfchappen zou oordeelen , als 
hy dagt , dat deeze leer van God kwam, 
en derhalven dat hy van de eerbiedenis- 
fe voor God (als Hy den Godlyken oor- 
fprong der H. S. vaftftelde) zou afge- 
trokken worden , en of het hem derhal- 
ven niet veel eerder zou te raade wee- 

Ooo 5 zen 



9^8 Overde VERDEELTHEEDEN 

zen om te denken , dat deeze leer géé- 
nenGodlyken oorfprong had (*)? 

Dan beken ik zouden de Verdeeldhee- 
den over de leer des geloofs naadeelig 
voor de heerlykheid van God zyn : als 
God zelfde ooi zaak was van dezelven. 
Want , terwyl de waarheid maar ééne 
eenige is, en het waare denkbeeld, 't 
geen God met zyne woorden inde H. S. 
heeft willen doen uitdrukken, maar één 
eenig zyn kan: zoo moet, by het ver- 
fehil van gevoelens , gewislyk niet dan 
alleen één van allen de waarheid aan 
zyne zyde hebben , en by gevolg de 
anderen dooien. Gemerkt nu de dooling 
altoos meer of min nadeelig,ten minfte 

eene 

C * ) De zwaarigheeden komen voornaamlyk 
hierop uit : naamlyk fommigen hebhen haare be- 
trekking op de Godlyke Ai-weetendbeid ; fomm.gen 
op zyne Goedertierenheid; anderen op zyn Almacht. 
IJe één denkt, zou God de zaaken, die Hy ons 
als leeren des geloofs ofte des leevens voórftel- 
de , niet op hec all'crduidlykfte , begreepen , en 
de befte woorden om zyn goedvinden ofte gedag: 
ten en wil uittedvukken geweeten hebben? Waar- 
om is dan de H. S. niet zoodanig te boekgefteld, 

dat 'er géén verfchil over komen kon ? Of 

zoo Hy dat geweeten heeft , heeft Hy dan niet 
alle misverftand willen voorkomen? — ^— Of zoo 
Hy het gewild heeft, kon Hy het dan niet duid- 
lykerdoen? Had Hy 'er géén e macht toe? Kon 
Hy die verdeeldheden niet gehinderd hebben ? 



In het CHRISTENDOM. 939 

eene onvolmaaktheid ofte gebrek is, zou 
God in zoodaanig een geval voor de 
oorzaak daarvan moeten gehouden wor- 
den. Dan dit is zoo niet. In te- 
gendeel de oorzaaken der verdeeld- 
heeden zyn de bedorvenheid der men- 
fcheru hunne eigene achteloosheid en 
onkunde Joh. III, 9. 10. Lene ai re 
groote zucht voor hunne eigene voor- 
oordeelen Joh. III, 19. ofte eene onge- 
regelde begeerte tot het voldoen van 
hunne zinlyke lullen, welken fomwy- 
len door de H. S. tegengegaan worden 
Joh. lil , 20. Dan boven alles is de 
bron van zoo veele twiften en verdeeld- 
heeden geweeft dat men wilde wys zyn bo- 
ven het geene 'ér gefchreeven was en zyne 
eigene meeningen voor de waare mee- 
ning van Gods H. Geeft wilde doen 
doorgaan en anderen opdrong. Vraagt 
men dan, van waar komt dat onkruid in 
de Kerk, men mag ook hier met Chris- 
tus zeggen , dat heep de Vyand gedaan. 
Dus kan men zich hierover niet met op- 
zicht tot God bezwaaren (*J). 

Dan 

(*■) Daar ftaat wel 2 Th. 11 , 10—12. dat God 
den menfehen , die de liefde toe de waarheid niet 
hebben aangenomen , krachtige dwaalingen zal zeg- 
den , dat zy de leugen zullen gelooven. Dan ieder 
kan begrypen , dat dit tegen de Heiligheid en 

Waar- 



940 Overde VERDEELTHEEDEN 

Dan iemand kan denken , fchoon God 
niet de oorzaak is der kerkgefchillen en 

ver- 

Waarheid van God zou ftryden, als men daardoor 
verdaan wilde, dat God zoo krachtig verzoeken- 
de dwaalingen zou uitvinden, en menfehen verwek- 
ken , die-ze zoo wél wiften te bekleeden , dat de 
toehoorders daardoor byna gedrongen wierden om- 
ze voor waarheid aan te zien en dus ze te betrou- 
wen enz. Want veelen oordeelen wel, dat God 
misdaaden door andere misdaaden te verwekken 
kan ftraffen: maar (myns oordeels) loopt dit te- 
gen Gods Heiligheid aan, fchoon ik wel toéftaa, 
dat Hy door den eenen Zondaar iets toe te laaten 
dikwyfs den Anderen Zondaar kan ftraffen. Daar 
Haat eigenlyk , omdat zy de waarheid, die zoo dier- 
baar was , niet hebben aangenomen , zal God de wer- 
king , ofte uitwerking van bedriegery onder ben 
zenden, dat zy de leugen gelooven , zoodat allen, die 
de waarheid niet geloofd hebben , maar hun genoegen 
in de ongerechtigheid hebben gefield , zullen verdoemd 
worden. Dus verklaart Paulus, dat de uitwerking 
van de bedriegery is , dat zy de leugen gelooven , 
en dus zy, die de waarheid niet gelooven, en ver- 
maak vinden in onrechtvaardigheid , ten laatlte 
verloren gaan. Deezen, zegt God, te zullen zen- 
den. En wy weeten , dat dit overeenkomt met 
den Spreekftyl der Hebreen , die veelal gewoon 
waren zich zeer fterk uit te drukken. Dan wy 
hebben maar naa te denken , dat nu eens onze ge- 
lukzaligheid aan God , dan aan den Heere Jezus , 
dan aan ,het Woord des Euangelies , dan aan de 
Leeraaren, dan aan het Geloof word toegeëigend: 
maar dat ieder begrypt, dat dit in onderfcheidenen 
Zin is op te vatten. Als dan nu eens aan den dui- 
' , dan eens Godlooze menfehen , dan eens aan 
t word toegekend , dat Hy kracht van dwaa- 
tingen zend of iet dergelyks, waarom zal men het 
ook met in eenen GodeVoegenden zin opvatten ? 

Naam- ' 



in het CHRISTENDOM. 941 . 

verdeeldheede n : Hy zou-ze echter 
aanftonds , als Hy zulks hacl willen doen, 

hebben 

Kaamlyk, wanneer een menfcb de buitengewoo- 
ne genade van God misbruikt heef: , houd God 
fomtyds, en dat billyk, op, met die buitengewoo- 
ne genade, welke men veracht en weerflaan heeft. 
Gemerkt dan nu natuurlyk de kracht der dwaa- 
linge ofte der bedriegerye, dewelke te voren nog 
door die buitengewoone genade verhinderd ofte 
tegengehouden wierd , meerder gelegenheid om 
zich te openbaren ontvangt : daarom heet het 
(Rom 1, 2Ó. ) dat God menfchen overgeeft in 
ecnen verkeerden zin. En , voor zoo verre als 
God , fchoon niet de oorzaak ofte ingeever van de 
dwaalleere, nogte de zender van de valfe leeraaren 
als valfe Leeraaren , nogtans de onderhouder van 
hunne natuurlyke krachten , gezondheid en leven 
is : zoo kan Hy gezegd worden de kracht der 
dwaalinge te zenden ,~7choon het niet anders zegt, 
dan de kracht der dwaaling ofte derzelver uit- 
werking niet meer te beletten, waardoor dan de 
dwaaling zoo veel velds wint , dat het niet an- 
ders is , dan als of God ze zelfs had gezonden. 
Men neeme de moeite om hiermee te verge- 
Jyken Matt. X, 34. Gy zult niet meenen, dat ik 
gekomen ben om vrede te zenden op aarde , ik ben 
niet gekomen om vrede te zenden, maar bet zwaard, 
eene plaats , welker meening, een middclraaatig 
geoeffend Chriften genoeg kan verftaan : Heum 
over Matt. X, 34. legt deeze plaats zoo uit: 
„ Ik ben 'niet gekomen, om een weereldlyk Ko- 
„ ningryk op te richten , in het welke de Joo- 
3 , den enkel welluflen genieten zouden , maar 
„ myn Koningryk is een geeïleïyk Koningryk , 
„ het welke de Vyanden aantallen zullen en my- 
,, ne Difcipelen grouwzaam vervolgen. " Als 
men deeze plaats (zeg ikj) hier meê vergelvkt, 
zal men myne verklaaring over z Th. II a ui haar 

het 



942 OverdeVERDEELTHEEDEN 

hebben kunnen beier en , en zou dat 
niet beter geweeft z . n f Is het nu niet 
naadeelig voor Gods heerlykheid , dat 
'er zoo veele verdeeldheeden zyn? 
fchynt het niet, dat Hy zelfs zich om 
de zuiverheid Zyner leere niet bekom- 
mert , eener leere , die Hy zelf heeft 
uitgevonden en bekend gemaakt? 

Niemand kan lochenen, dat God in 
flaat was om telkens , als 'er iemand 
eene verkeerde uitlegging van zyne 
woorden had kunnen goedvinden te 
geeven, wonderdaadig zoodanig iemand 
het verftand , de mogelykheid van het 
fchry ven , ofte het fpreeken , en dus het 
middel om het anderen medetedeelen , 
te beneemen. Hy had door onmiddel- 
baare infpraake, ofte hoorbaare ftemme 
de mentenen kunnen onderrichten , zoo 

dik- 

het my voorkomt, zoo veel te gerecder aannee- 
men. 

Ik heb dit alles wat omftandiger voorgefteld , 
omdat het , eene zeer moeilyke plaats is. Dus 
zal dan' ieder zien, dat niet God maaralleen de 
menfehen oorzaak van de verfcheide dwaalingen, 
gefchillen en verdeeldheeden zyn : hoe kan men 
zich dan daarover tegen God beklaagen ? Hoe 
kan het tot naadeel van Gods heerlykheid die- 
nen , daar niet Hy maar de boosheid, "dat is , de 
Duivel en de menfehen zelfs, vooroordeel, par- 
tyzucht, hoovaardy enz, 'er de oorzaak van zyn? 



in met CHRISTENDOM. 943 

dikmaals als 'er gevaar was van doolinge: 
maar zou iemand denken , dat God één 
van deeze iwnderdaadige wegen telkens 
had behooren en nog behoorde te gebrui- 
ken , wanneer zyne Goedertierenheid 
regt by de H. S. zou geéerbied wor- 
den? 

Zyn dan alle de gefchillen van dat 
aanbelang ? Zyn niet veelen ontftaan 
over kleinigheeden , en althans over 
zaaken , die weinig ofte géén noodzaak- 
lyk verband hebben met de hoofd- en 
grondleer van het Chriftendom , de- 
welke is , dat de Heer Jezus is de Mes- 
[tas , die ons met God verzoend heeft , dat 
wy door het geloof in Hem moeten geluk- 
zalig worden , en dat geloof beleeven ?■ 
Men zal niet denken, dat in gevallen , 
daar men over kleinigheeden twiflte, het 
Gode voegde , dat Hy telkens zulke 
wonderen doen zou ? 

Wat dingen van groot er aanbelang be- 
treft , men kan zelfs niet gevoegelyk 
denken , dat het daarin noodzaaklyk 
ge weeft zou zyn. Want de hoofdzaak, de 
gefchiedenis van onzes Zaligmaakers le- 
ven , is zoodanig in het midden van alle 
de verdeeldheeden onverzeerd geblee- 
ven , dat niemand onder alle de twiften- 

de 



944 OverdeVERDEELTHEEDEN 

de partijen in de Kerk daaraan twyffelt 
of Jezus is de Meffias , die ons met God 
heeft bevredigd, en dat men in Hem moet 

gelooven. ~ Had men dan niet genoeg 

om 'er het overige naar te beoordeelen ? 
Alle de overige omftandighe,eden en 
leerftukken in de H. S. vermeld , dienen 
alleen tot ophelderinge, beveiliging, en 
aanpryzinge van dit hoofdzaaklyke , en 
dat voornaamlyk met opzicht tot deeze 
ofte die tyden. 

In een uitmuntende verhandeling over 
de mogelykheid van zeker te weezen in 
den Chriftelyken Godsdienlt , welke 
voorkomt in de beytragen zur vertheidi- 
gung der Pra&ifchen ReJig. jfefu Chrifi 
bladz 635. zegt de Geleerde en oor-, 
deelkundige Schryver : De Heilige 
Schrift is eene openbaar ing hoe men moet za- 
lig worden. Zy onderstelt het hoek der JS'a- 
tutir en de weetenfehap der rede , en haar 
eigentlyk oogmerk is , de menfehen te ou- 
de? richten, op welken weg zy tot God moe- 
ten komen. . Dit is het weezentlyke , het 
welke eigentlyk ecne openbaaring noodzaak- 
lyk maakt, Daarom moét men in den By- 
bel niets,, dan de hoofdzaak, zoeken, en 
alle andere byverhaalen en ~Leeren als om- 
ftandiglmden aanzien , die tot opheldering , 

bc- 



in het CHRISTENDOM. -943 

vevejiiging , en aanpryzing van zynen wee- 
zentlyken inhoud op deeze of geene tydeii 
het haare gedaan hebhen. Is dit zoo, ge- 
lyk ik denk dat het is , is men dan 
buiten ftaat , wanneer men met eert 
welmeenend hart de H. S. leeft, om 'er 
het noodige tot zyne eeuwige gelukza- 
ligheid uit te leeren ? Immers neen! 
Hebben wy de hoofdzaak? Waarom 
zal men dan meer vergen ? Zal God 
geduurige wonderen doen , daar het 
blykt , dat Hy middelen gebruikt 
heeft, die reeds gen oegfaam zyn om al- 
le dooling in de hoofdzaak voor te ko* 
men? 

Voorts kan men met géénen grond van 
reden zeggen , dat evenwel, indien God het 
gewild had, deH. S. zoo duidlyk had kunnen 
voorgeleid worden , dat men aan haare mee- 
ning zoo min, als aan eene wiskundige waar- 
heid, had kunnen twyffelen of er over ver- 
schillen. Want men onderftelt dan , dat 
alle de dingen, in de H. S. vervat , tot die 
zelfde onbetwiftbaarheid te brengen wa- 
ren als de Wiskundige Waarheeden • of 
men ftelt dat niet. Stelt men dat niet, 
zoo vervalt deeze tegenwerping. Zoo 
men het ftelt, dan bewyze men , dat dö 
Waarheeden van den Godsdienft van 

VI. 'Deels, 2 * ftu h P p p difil 



946 OverdeVERDEELDHEEDEN 

dien aart zyn , dat zy zoo duidlyk kon- 
den gemaakt ofte voorgefteld worden , 
dat zelfs het ongeregeld (te gemoed daaraan 
niet kon twyflelen of 'er niet over kon 
verfchillen. Van fommige dingen geloof 
ik niet,dat iemand het zal kunnen denken. 

De H. S. bevat gebeurtenisfen van 
den alleroudflen tyd , voorgevallen 
in Landen daar wy onbekend zyn , be- 
trekkelyk op gewoonten , dieren, planten 
enz. waarvan wy niets , dan de naamen, 
kennen; uitgedrukt in eene taaie, die al 
uitgeftorven is, en waarin wy (wat aan- 
gaat het O. T. ) gééne andere boeken , 
waarvan men zich anders ter ophclde- 
ringe zou kunnen bedienen, gelchree- 
ven vinden. 

Wat aangaat nu deeze oude gebeurte- 
nisfen, zou het te wenfehen zyn , dat alles 
zoo omftandig voorgefteld was , dat men 
nergens kon twyffelen. Denkt eens, 
welk eene langwyligheid zou hiertoe 
onvermydelyk zyn , die wederom eene 
nieuwe, bron van veel arbeids , en van 
tegenwerping tegen de Wysheid van 
den Godlyken ingeever der H. S. zou 
geworden zyn. Ieder zou dan geoor- 
deeld hebben, f want bier is men niet 
moede van bedillen) dat men zonder 

zulks 



in het CHRISTENDOM. 94/ 

zulk eene lange omfchryvinge dit alles 
Van zelven wel hadde kunnen begrypen ; 
dat het ook niets deed tot onze eeuwige 
gelukzaligheid, of men het dus dan zoo 
begreep. Dus deeze iangwyligheid dé 
H. S. en derzelver oorfprong tot niet 
veel eere (trekken zou. 

De H. S. behelft Godiyke denk- 
beelden van zaaken , die wy nogte 
ooit bevonden hebben , nogte ooit dooi: 
bevinding ofte door redekaveling ont- 
dekken kunnen , die hi eene taaie vaii 
menfchen , dat is , in eene taal, alleen 
uitgevonden 0111 onze bevindingen en re- 
dekavelingcn tüttedrukken , voorgedraa- 
gen zyn. Was dat niet gefchied , waren 
'er nieuwe woorden toe gefmeed , om 
de denkbeelden , in den afgrond der 
Godlykc A] weetendheid uitgedagt > deii 
menfchen mede te deelen, niemand zou. 
'er immers iets meerder van verdaan 
hebben , dan het geene wy nu verdaan 
Van iets , 't geen ons in eene taaie > die 
wy in het geheel niet kennen , verhaald 
word , dat is , niets ter weereld. Di€ 
zal niemand voor wenfchlyk verklaa- 
ren. Als men 'er eenig nut van heb bert 
zou , moeit de H. S. in eene bekende taa- 
ie gefchreeven worden. Kan men nti 
Ppp 2 yer s 



94& QverdeVERDEELDHEEDEN 

vergen , dat zulk een boek zoo zou 
vervaardigd worden , dat niemand een 
verkeerd denkbeeld aan de woorden kon 
hegten ? Is dat in opzicht van de zaa- 
k en, waar van wy nu fpreeken , ik meen 
de Godlyke denkbeelden , in de H. S. uit- 
gedrukt, mogelyk? 

Ik vraag dit, niet als of ik dagt dat 
dit een onvermogen in God onderftel- 
de , als of Hy die zaak en niet volledig 
kende, ofte van Zyne zyde niet in ftaat 
was om die allerduidelykft bekend te 
maaken. Maar het onvermogen is aan 
de zyde van ons. Verftonden wy eene 
Godlyke taal,God zou machtig genoeg zyn 
om ons de zaaken zoo uit te drukken, 
als Hy ze zelf begreep. Maar nu wydie 
taal niet verftaan , en Hy dus , zoo wy 
'er iets van bcgrypen zullen , zich van 
de taaie der menfchcn moet bedienen , 
die hier toe niet gefchikt is , is het 
vreemd, dat 'erduifterniiTenoverblyven, 
dat hier en daar (gelyk Paulus zegt) 
omiitfpreeklyke woorden voorkomen , 
dat is , zaaken , waarroe gééne woorden 
in de taaie der menfchen zyn? 

Daar benevens kent men den aart, 
de verfcheide bekwaamheid en gemoedsge- 
(hlte der menfchen niet? Kan men den- 
ken 



ïn het CHRISTENDOM. 949 

ken , dat God de zaaken van de even- 
gemelde natuur zoo zou hebben kun- 
nen ofte (uit hoofde van Zyne lief- 
de ) behooren in een e taaie der menfchen 
•uittediTikken dat alle hovaardy , alle ei~ 
genwysheid, alle partyzucht , alle agteloos- 
heid en luiheid zelf niets daartegen kon 
uitvoeren , maar ieder als gedrongen zou 
worden om de waare meening van Gods 
Geeft overal te zien ? 

Voorts in de H. S. zyn zaaken ver- 
vat, die onze plichten betreffen, en dus 
regtftreeks gekant tegen onze bedorvene 
neigingen : kan men denken , dat die 
zoo konden voorgefteld worden , dat de 
kwaadwilligheid zelve 'er geenen anderen 
draaij aan zou hebben kunnen geeven ? 
Dat de aards gezindheid zelve 'er gééne 
uitlegging , die haar begunftigde ofte 
verontfchuldigde , op zou hebben kun- 
nen bedenken : en die de hardnekkigheid 
zelve niet zou hebben kunnen blyven 
verdeedigen ofte ftaande houden (*J)? 
En , al was dat mogelyk , was het te 
eisfchen ? 

Ook 

(*") Het zou gemaklyk zyn meerder reden te 
geeven van de duifterheid der H. S. op fommigc 
plaatiei, maar het aangemerkte is genoeg tot mya 
oogmerk. 

PPP 3, 



95o OverdeVEPvDEELDHEEDEN 

Ook mag men zich in dit geval niet 
op de Wiskundige waarheeden beroe- 
pen. Want de Wiskunde heeft alleen 
met de hoeveelheid der weezens ofte 
hoegrootheid der ligchaamen en der 
ruimte , die even zoo uitgeftrekt is als 
de ligchaamen , te doen : met welk een 
recht nu kan iemand zeggen , in din- 
gen , die den Godsdienjl raaken , behoor- 
de alles tot de uiterfte klaarheid gebragt 
te worden; want in de Wiskunde, die 
de hoegrootheid der ligchaamen ofte de 
hoeveelheid der weezens aangaat , is alles 
zoo klaar. Men behoorde te toonen % 
dat deeze zaaken van den zelfden aart 
waren, en niet enkel t-e vraagen, waar- 
om is het hier niet in den Godsdienft 
ook mogelyk ? Jaa ik ben van oordeel , 
dat men niet heeft te wanhoopen, of 
daar zal wel te eeniger tyd beweezen 
kunnen worden, waarom die onbetwift- 
baarheid in de (lukken van den Gods- 
dienft niet kan gevonden worden , die 
'er is in de Wiskunde , zoo iemand 
het geen ik daarover gezegd hebbe 
niet mogt genoeg zyn. Men overwee- 
ge toch, dat men in de Wiskunde alleen 
pe zaak naar ééne. betrekking , naamlyk 
$e grootte ofte de koeveelheid , met 

voor- 



in het CHRISTENDOM. 95 1 

voorbygang van alle de andere by- 

zonderheeden befchouwt. Dat de- 

zelven hoedanigheeden zyn ; voor zoo 
verre men-ze toepau: op beftaande zaa- 
ken , die ten allerklaarfte onder het bereik 
van onze zintuigen vallen , waarvan men 

verfcheide proeven kan neeinen: 

dat deeze kundigheid vandeuitgeftrekt- 
fte nuttigheid is voor ieders tydlyk 
belang , waarop elk menfch zoo gezet 
is : daar de Godsdienft dingen aangaat , 
die het onzigtbaare en de eeuwigheid 
betreffen, dewelken niet, dan in eene 
tweede betrekking, ons aandoen en wel 

van verre ; dat deeze dingen géé- 

nen den minden invloed hebben op 
onze Zeeden, dus niemands bedorven 

fmaak zich daartegen kant ; dat 

men in deWiskunde willekeurig de grond- 
beginfelen famen affpreekt, en dus inde 
gronden volmaakt overeenftemt en 
niets toelaat , dan het geen onwrikbaar 
daaruit kan beweezen worden. Hield 
men zoo ook het denkbeeld vmidenwaa- 
ren aart der gelukzaligheid in het oog , en 
zag men, wat daartoe onvermydelyk dien- 
de ; zag men naauwkeurig of het geen 
ons als eene hoofdzaak der H. S. , noo- 
dig om zich daar van te bedienen , 
Ppp 4 voor- 



952 Over de VERDEELDHEEDEN 

Voorgedraagen word , eenige en wel- 
ke betrekking het had op onze geluk- 
zaligheid; nam men niets aan, dan op 
bondige bewyzen ; had men géénen 
bedorven fmaak; was men niet onge- 
neegen zyne ongeregelde neigingen 
paaien te zetten ; viel dit even zoo ge- 
maklyk als eene ibmme op te trekken of- 
te zelfs als eenig diep Wiskundig ft uk 
door te denken ; field e men in het doen 
van ontdekkingen en vorderingen te 
maaken in deeze dingen, een even zoo 
groot belang ; was het hier elk even zeer 
om de waarheid te doen ; was elk hier e- 
ven oprecht genegen , om hetgeene men 
zag, dat waarlyk ons van God geleerd 
-was , voor waar aan te neemen ; ge^ 
bruikte ieder zyne reden en oordeel 
boven alles , om dat op te helderen , 
omdeovereenflemming van Gods zeg- 
gen in de H. S. met zyne verklaaring, 
daarvan in de natuur gegeeven, te be- 
wyzen en onwrikbaar te betoogen enz. 
gewislyk men zou het ook in den 
Godsdienfl verder brengen. Maar kan 
men een ftuk het geen enkel denkbeel- 
dig is , waarin men door willekeurige afi- 
fpraake overeenftemt op welke manier 
mgn deeze denkbeelden zal verdeden 

'fa- 



in het CHRISTENDOM. 953 

famenvoegen enz. fchoon 'er gééne zaak 
die geheel zoodanig is , beftaa fin hoe 
veele graaden men by voorb. eene, Cir- 
kel zal ftellen verdeeld te zyn , 't geen 
men maar willekeurig doet,) tot een 
model neem en om te zeggen , zoo be- 
hoorde het ook te zyn in de zaaken,waarin 
niets van dien aart plaats heeft 't geen 
enkel denkbeeldig (~oft eene fictio Do&ri- 
nalis) is ; maar die beflaande zyn en daar 
het op de verklaaring aankomt of zy 'er 
zyn , ge weeft zyn enz. en hoe zy zyn , 
geweell zyn ofte zyn zullen ( * ) ? 

Alle deeze aanmerkingen (dunkt my) 
zullen ten minfte toonen , dat men zich 
niet kan bezwaaren over de ,Godlyke 
goedertierenheid, wanneer men ziet , dat 
'er eenige fcheuringen ofte verdeeld- 
heeden , ofte in het algemeen verfchei- 
de begrippen over het ftuk van den 
Godsdienft in de Kerk zyn. God is 
'er géén oorzaak van , en de zaaken wa- 
ren van dien aart niet , dat zy een ge- 
duurige verhindering van misverfland 
door aaneenfchakelinge van wonderwer- 
ken 

(*) Men roept daarenboven zoo veel van de 
Wiskunde, als of 'er nooit over getwift ware. Maar 
fternt dat overeen met de bevinding. Heeft men 
gééne Sceptici; heeft men géén Sextus Empiricus/ 
enz. gehad , die zelfs Wiskundige waarheeden aan- 
taftten, Pup } - 



954 Over de VERDEELDHED. enz. 

ken leeden , ofte zoo konden voorge- 
fleld worden, dat de achteloosheid en 
kwaadwilligheid zelve ze niet zou kun- 
nen euvel ofte verkeerd uitleggen. Ook 
fpreekt men van die verfcheide begrip- 
pen , als of zy het fondamenteele 
van den Godsdienft geheel op losfe 
fchroeven Helden , en op geenerhande 
wyze door God ten goede gekeerd 
wierden, en beide deeze dingen zyn on- 
waarachtig. Dan het is myn poft niet , 
om dit hier uittevoeren: ik fpreek hier 
alleen 'er van , opdat niemand zulk een 
voorgeeven voor een beweezcne waar- 
heid aanzie. 






WAAR- 



Bladz. 955 
WAARNEE MINGEN 

INDE 

RUNDVEESTERFTE, 

Gedaan in den Jaar e 1756 en if$.p. 
DIENENDE TOT EEN 

VOORLOPER. 

TER NADER VERHANDELING OVER. 
DEZELFDE STOFFE; 

DOOR 

J. ENGELMAN. 



VOORBERIGT. 



Thzig zynd& myne verftrooide aantekenitt- 
Tr gen over de Rundveefterfle in orde te 
ft ellen , en daaruit eene Verhandeling over 
die ft off e optemaaken, had ik myne waar- 
me- 



956 WAARNEEMINGEN in de 

neemingen ten grond/lage myner redeneeringe 
nodig. Deze waren dan de eer fte ft ukken , die 
ik opzamelde , maar die in orde gefchikt 
hebbende zag ik , datze reeds ruim zo veele 
Bladzyden beftoegen, als ik voor de geheele 
Verhandeling gefchikt hadde. Ik was dan 
genoodzaakt deze te laaten voorgaan, en 
de Verhandeling te laaten volgen. Ik heb 
nog negen gevallen agterwegen gelaten , om 
dat deze volftaan konden. Het zyn de 
waarwewingen van twee ja aren Sterfte, 
die ik op myne ivoning in den ja are 1756 en 
1 759 gehad heb. Ik had ze in orde, zo 
ülsze elkander volgden, aangetekend , maar 
dagt het raadzaamer , die in zekere rang 
te fchikken: In de i< 1 ' plaat f e van Beeften 
door de Ziekte heengeworfteld en herfteld ; 
in de i de plaatfe die 'er door gefneuveld 
zyn , en waaraan geene , ten min ft en niets- 
veaardige, middelen waren aangewend ; en 
in de 3* plaatfe waaraan middelen , fchoon 
ter reddinge ,ongenoegfaam gebruikt waren. 
Ik heb hier en daar eenige Aanmerkingen 
op een" of * meer voorgaande waarneemingen , 
ter opheldering dienende, gevoegd ; maarmy 
gewagt van ze te vermenigvuldigen , om niet 
door de gelykvormigheid van zaaken , in 
iedeïe herhaalingen te vervallen. 

In 



RUNDVEESTERFTE. 957 

In 't Jaar 1756 de Sterfte by de buu- 
ren rondsom onze woning begonnen 
zynde, heb ik alle ongebeterde beeften 
in 't land doen aderlaaten ; en aan eeni- 
ge pinken is een dragc in de kosfem ge- 
zet. 

I. Den 20. Aug. Een fehotvaars liep 
's morgens nevens andere zes fchot- 
vaarzen , noeftïg eeten ; doch 's avonds 
at het niet en was druilig , en raakte 
aanftonds fterk aan de afgang , dun en 
groen. 

Den 21. 's morgens noch aan dezelve 
Loop , en zo fnel op de pooten , dat het 
niet te krygen was , liep gedurig na de 
floot om te drinken. 

Den 22. niet zieker dan des daags te 
voren, niet hygende of koortfig, doch 
niet eetende. 

Den 23. 's morgens weder gras pluk- 
kende , en wat beter ; is verder gebe- 
terd , doch de groene dunne afgang is 
't wel agt dagen lang in 't land bygeble- 
ven. 

II. Een dito fehotvaars van denzelf- 
den koppel is daarop Ziek geraakt , was 
even zo als de vorige gefield , geraakte 
mede aan de dunne groene afgang, en 
is in 't land gebeterd. 

Den 



958 WAARNEEMINGEN in m 

III. Den 27. Aug. een fchotvaars van 
't eeten afgeraakt. 

Den 28 's morgens aan de dunne af- 
gang, die daags te voren nog gebonde- 
ner was; de Pis geel; dronk weinig, 
niet kort ademig; de oogen helder, de 
buik rank , fteent niet, de ooren warm , 
de horens koud. 's Avonds zieker, 
en geen ondafting van pis of afgang. 

Den 29. 's morgens was 't beeft wat 
beter , de afgang bleef dun en groen, 
begon iets te plukken en te herkauwen. 
4 Loot room van Wynfteen ingegeven 
en gedurig laaten drinken , dronk graag ; 
de afgang nog dun en groen , de kragten 
meerder , de ooren en horens warm. 

Den 30. den gantfchen dag nog aan 
de dunne groene afgang, en nu en dan 
wat geplukt ; verder gebeterd. 

IV. Den 28. Aug. een fchotvaars 's 
morgens ziek geworden , doch at noch 
wat, en herkauwde; 's namiddags van 
't eeten afgeraakt, de mift natuurlyk, 
niet dórflig ; de ooren warm ; de oogen 
vry helder ; bleef noch met de gezonde 
beeften op en neer lopen; plukte nu 
en dan noch gras en herkauwde. 

Den 29. Bleef met de beeften op en 
neer lopen , en was zo fnel ter been , dat 

men 



RUNDVEESTERFTE. 959 

men 't niet konde bekomen , doch at 
niet , fchoon 't aan 't gras fnoof. De 
afgang noch groen en gebonden. 

Den 30. Liep 't op en neer met het 
gezond vee, at weer:, geen dunne af- 
gang, 's Avonds 't eeten meerder; fcheen 
beter. 

Den 31. Aan 't eeten gebleven , her- 
kauwde ; is niet aan de dunne Loop ge- 
raakt.- 

Den 1. Sept. Bleef beteren. De af- 
gang dun en groen ; de buik Hinkende. 

Den 2. Als gifteren ; verder gebe- 
terd. 

V. Van den 27. tot 29. Aug. Eene jonge 
Koe , kind van de vorige , langfaam ziek 
geworden, en adergeiaten, en langfaam 
van 't eeten afgeraakt ; de afgang wei- 
nig , niet dun ; de tanden los. 4 Loot 
room van wynfteen , en nu en dan wa- 
ter ingegeven. 

Den 30. 's morgens niet veel zieker 
als daags te voren; geen dunne afgang; 
de tong bezet met ligt roode pukkels. 
Dronk dien ochtent een emmer huy, 's 
middags en 's avonds een halve emmer. 
Was 's avonds niet erger ; de melk , 
fchoon weinig, ftrenade niet in 't koo- 
ken. De elders warm, de fpeenenkoud; 

de' 



960 WAARNEEMINGEN in dè 

de ooren lauw ; de oogen minder rood 
dan in 't vorig beeft, begon 's avonds 
dun aftegaan. 

Den 21. Aug. 's morgens noch aan 
de dunne groene afgang ; plukte nu en 
dan eenige grasjes; de ademhaling vry; 
de buik flonk , niet benaud. Viermaal 
daags drie vierde van een emmer huy 

ingegeven. 's Namiddags en 's a- 

vonds de afgang dunner en geeler , de 
buik Hinkende ; de melk genoegftam 
weg; de etter uit de neus wit; de puk- 
kels op de tong rood ; de oogen en krag- 
ten vry goed ; de pis geel. 

Den i. Sept. niet benaud of fteenen- 
de , of kort haaiende , wel neigende 
grasfpiertjes te plukken , maar noch niet 
eetende ; de afgang dun , groenagtig , 
weinig; in 't opftaan en gaan vlug* Be- 
merkte pukkels tuslchen de vouw van 
de agterpooten , by de elder ; 's avonds 
was 't gaan leggen en plukte gras. 

Den 2. 's morgens gras plukkende; 
de meft weinig , de pis geel ; was vlugger , 
haalde niet kort ; niet dorftig ; de buik 
bleef Hinkende, 's Avonds bleefze 
gras plukken ; de uitflag tusfchen de 
agterpooten als boven. De pukkels 
noch op de tong , de oogen helder , 

ooren 



RUNDVEESTERFTE. 9Ö1 

ooren en horens warmer , de pis hel- 
derder en minder ; geen tekenen van 
Loop. 

Den 3. Aug. Noch losly vige doch geen 
dunne afgang; de pis ligt geel; 't eeten 
noch weinig; gaf een half pint melk, 
die in 't kooken niet fchifte. 

Den 4. Als boven ; meer melk ; de 
pukkels op de tongverdwynen,de rap- 
pigheid by de Elders droogt. Verder 
gebeterd. 

AANMERKINGEN. 

t. Het langfaam aankomen en voortgang der 
Ziekte zyn een gevolg of van een minder aan- 
fteeking der vogten ; of van de meerdere krag- 
ten der natuur , befland tegens de ziekte. In 
beide de gevallen gaat de ziekte langfaamer 
voort en. heeft gelukkiger uitkomft. 

*. In de vier vorige gevallen , hadden de 
kragten der natuur zo veel de overhand boveu 
de aanfteking , datze de ftofFe , die ze veroor- 
zaakte , te gelyk met de bedurve vogten ten ly- 
ve uitdreef, of '• onzichtbaar door uitwazeming 
en uitflag ; of zichtbaar door afgang , die door 
de prikkeling der maag en darmen , en uitlekking 
van vogt na die deelen , wel dun was , maar , 
groen zynde , bleek vermengt te wezen 
met ftofFen die uit de pens , en 't boek kwamen, 
en een -blyk gaven , dat die deelen , ter onder; 
houding; van 't leven zo nodig, in hunne wer* 

VL,beeh,z.fluk» Qqq kin ' 



962 WAARNEEMINGEN in de 

kingen weinig geleden hadden; die by vervolg 
in gefturvene beeiten blyken zullen 't meed: aan- 
gedaan te zyn. 

Men moet nogthans niet meenen,dat de ader- 
lating de ontfteking en de flerke aandrang van 
"t Venyn op 't vaargeftel hier zo zal gematigd 
hebben , dat de goede uitftag der ziekte hier aan 
zy toe te fchryven : want ik beb menige zeer 
llerke aderlatingen in den aanvang der Ziekte 
zien doen, zonder eenigen goeden uitfiag. 

Een kleine aderlating, die de kragten van 't 
Vee niet te zeer afneemt, kan ruimte aan 't hart 
geeven , om 't bloed met meer gemak voortte- 
dryven ; maar zo ze al te fterk zyn moet de aan- 
drang van 't bloed op de kleinrte vaatjes, ter af- 
fcheiding van goede en kwade vogtcn gefchikt,te 
gering worden ; waarom ik 'er my niec op heb 
durven verlaten. 

3. De ingegceven Room van Wynfteen mag 
wel iets 't bederf weeren van 't geen in de pens 
vervat is; maar de zak is te groot, en dat 'er in 
ligt , ligc 'er , als 't herkauwen ophoud , zo 
werkloos in , dat ik 'er in andere gevallen niets 
goeds door gewerkt gezien hebbe. 

4. Of water in te gieten , als 't de beeften niet 
drinken willen, helpt, weetik niet, fchoon 'c 
met een goed oogmerk gefchied. 

VI. Den 30. Aug. At een fchotvaars 
minder en liep druiliger 

Den 31. At en herkauwde noch; 
voorts als boven. 

Den 1. Sept. At noch, de Buik was 
opgefpanneo , voorts als boven. 

Den 






RUNDVEESTERFTË. 963 

Den 2. Sepr. At noch door, fcheen 
flapper in 't gaan , geen Kug , geen 
Loop. 

Den 3. Bruine pis ; nu geen afgang 
maar wel 's nagts te voren; at niet, was 
niet dik of benand. 

Den 4. Als giiieren ; drinkt nu en 

dan; de pis geel; niet zien afgaan; 's 

namiddags de mift bruin geel als gier , 

, zonder perfmg; de buik dun; de gang 

vry wel. 

Den 15. 's Morgens vroeg plukte het 
grasfpicren; de milt. dun, minder geel, 
iets groenagtig; zweem fel van herkau- 
ïncn. 's Avonds de miit overvloedig, 
bruin, gebondener; at noefcig. Voorts 
gebeterd. 

VIL Den 6. Sept. 2 Pinken in 't 
land ziek geworden. Tekenen als bo- 
ven ; en doorgekomen ; een rappig ge- 
worden tusfchen de klauwen van den 
voorpoot, dit is aan 't zweeren geraakt 
en van zelfs genezen. 

VIII. Den 5. Sept. h\ een jonge Koe 
cle melk minder; doch eetende, her» 
kauwende , en wel afgaande ; 1 pond 
bloed afgelaten, 

Den 6. 1 Mingelen melk; at. her» 
kaude en ging af. 

Qqq 2 Den 



964 WAARNEEMINGEN in de 

Den 7. 1 Pint melk; at en herkau- 
de ; begon te kreunen ; de horens en 
oren warm , was druilig , en de tong 
minder met roode pukkels bezet , dan 
gewoonlyk. 

Den 9. Uit de koppel genomen en in 
't bofch gezet ; gaf een balven pint melk, 
die gekookt zynde kaasde; 's avonds dito ; 
fteende heel fterk ; de horens en ooren 
koud ; onder 't lyf heet ; de tanden wei- 
nig los; niet meereetende, maar noch 
herkauwende ; niet afgeweeft; niet gepift. 

Den 1 o. Vlugger dan daags te voren ; 
de horens en ooren warmer; niet afge- 
weeft ; maar de dikke mift is met de hand 
uit 't lyf gehaald ; daarop driemaal dik 
afgeweeft, bruinagtig, niet veel; 's avonds 
dunne afgang en aan 't eeten. 

Den 11. At 's morgens, herkaude 's 
middags , de afgang dun bruin, doch 
gebondener ; heeft de gantfche ziekte 
door nu en dan pis gelooft. 

Den 12 Met azynen water afgewasfen 
en gedekt zynde is 't fcy de andere bees- 
ten in 't land gedaan , en liep , als een ge- 
zond beeft, eeten, en herkauwen. 

Den 13. 's Morgens weder een min- 
gelen melk gegeeven , en verder geheel 
gezond gebleeven. 

N. B. 



RUNDVEESTERFTE. 965 

N. B. Heeft nu en dan ruim door- 
gehoeft. 

IX. Den 16. Sept. Een Pink, aan de 
druiligheid de ziekte bemerkt. 

Den 1 7. Is jagende om het te krygen 
aan de dunne groenagtige afgang geraakt. 
At doch herkaude niet meer. 2 Pond bloed 
afgelaten ; in 't bofch gezet. Wilde niet 
drinken dan leuk water , daarop braaf 
gepift en aan de geele Hinkende Loop 
geraakt. De oogen waren vol etter, 
de neus droeg, dronk veel lauw water 
is pages gedekt in 't bofch gelaten. Op 
den dag waren de ooren en horens 
warm , 's avonds koud. 

Den 18. Den gantfehen dag niet wil- 
len drinken ; de afgang opgehouden ; 
tweemaal zien pisfen; na eeten gefnuf- 
feld; de horens en ooren over dag en 
's avonds warm. 

Den 19. Iets gegeeten; tweemaal af- 
gang; herkaude, en rekte zig uit; heeft 
de gantfche ziekte door niet gekugt, 
doch roode pikkels, gelyk alle de ande- 
ren , op de tong gehad.. 

Voorts gebeterd. 



Qqq 3 AAN- 



c,66 WAARNEEMINGEN in ds 

AANMERKINGEN. 

i. Het fchynt dat de kragten van jong vol- 
vvasfcn Vee veel toebrengen om het geweld der 
Ziekte te boven te komen. Om die reden ge- 
loof ik te meer , dat zwaare aderlatingen , om 
redenen te voren gemeld , meer nadeel dan 
voordeel doen. Tcrwyl eene matige aderlating 
ruimte aan 't hart geeft. 

i. Dewyl by de aankomft der Ziekte de bees- 
ten doorgaans hardlyvig , of, als de boeren zeg- 
gen , vcrllopt zyn, zo ben ik het met hun eens, 
dat de vciligfte weg, om een beeir tot afgang te 
brengen, is, de hand en arm met Oly en Zeep 
te fmeeren , en zo ver men kan in de endeldarm , 
die by Rundvee zeer langen regtis, intebren- 
gen : zo om de dikke ftoffe dip een beletfel kun- 
nen geeven , uittehaalen , als om de fpicrige 
banden van de dikke darmen in beweeging te 
brengen , en te maaken dat die bewecging toe 
de dunne darmen overgaa en ze aanzette ter 
weikinge die tot afgang leid. De afgang daar 
zynde , zal veel water drinken , dan kunnen 
mede werken om de itoffen , die in de pens en 
't boek met bladen verdikt zitten , te verdunnen , 
en ter uitdryving aantezettcn. 

3. Het afwasfen met azyn en water van de 
even gebeterde beeflen , is in 't begin der fterf- 
te, ajs men nog niet verzekerd is, dat de ganc- 
fche koppel is aangelloken, nodig, om de voort- 
gang der befmetting te weeren. 

Het wel dekken , en in 't land zetten by ge- 
matigd weder, zyn nodigr't ïfte om 't heelt, dat 
noch zwak en vatbaarder tegen de nagc en a- 

vond- 



RUNDVEESTERFTE. 96? 

vondkoude is , te bewaren ; het è& om 't beeft 
tieriger en vrolyker te houden ; dat minder tiert 
als 't van zyne makkers af is , en alleen Haat ; 
en , dan ook veel meer in beweeging en na- 
tuurlyke warmte , blyft. 

X. Den 30. Sept. Een zwarte Koe gaf 
's morgens haar halve maal melk , liep 
druilooriger; de horens waren warm; 
de ooren koud ; 's avonds gafze ruim 
een pint melk; at niet; was flaperig; 
oogen en neus niet rood nogte loo- 
pende. 

Den 1 . Octob. 's Morgens meer melk; 
at , en herkauwde ; ooren en horens 
warm; afgaan en water maken natuur- 

lyk. 's Avonds | pint melk ; de 

horens warm; ooren koud; at en her- 
kauwde noch. 

Den 2. 's Morgens een half pint 
melk ; de oogen en neus helder ; her- 
kauwde ; ging af en loosde pis. 's A- 
vonds als voren. 

Den 3. 's Morgens een vierde pint 
melk. Uit de koppel genomen en ge- 
dekt; op lchuur gezet; was loom en 
flaperig ; de horens en ooren koud ; 
nog afgeweefl en gewaterd ; iets ge- 
plukt ; niet herkaud ; niets ingegee- 
ven. 

Qqq 4 Den 



963 WAARNEEMINGEN in de 

Den 4. Octob. Genoegfaam droog; 
oogen helder; geen lopende neusho- 
rens en ooren warm ; wel gepift ; en 
aan de dunne groene afgang geraakt. 

's Avonds zieker ; de ooren koud; 

aan de dunne doch bruine Loop ; fterk 
gepift ; niets gegeeten ; geele dragt uit 
oogen en neus. 

Den 5. 's Morgens aan ooren en 
horens koud; aan de bruine Loop; wel 
pisfende ; veel en leuk water gedron- 
ken ; heeft altoos 's nagts op 't ftal 
bly ven ftaan ; geele dragt uit neus en 
oogen. 

Den 6. 's Morgens de buik zeer 
rank ; noch aan de Loop; wel gepift; 
horens en ooren noch koud. Oogen 
en neusgaten noch geele dragt uitgee- 
vende. Ten 10 uuren 's morgens vond 
men 't beeft herkauwende; op den dag 
in 't bofch gezet zynde heeft het fterk 
gepift ; konde niets ecten om dat de 
tanden te los waren , gelyk in de mees- 
te zieke beeften. 's Avonds de afgang 
dikker , groen als gras. Verdergebeterd. 

XI. Den 13. Sept. Een jonge Koe 
gaf 's avonds een half maal melk. 

Den. 14. Dito-; is van 't eeten en 
herkauwen geraakt. 

Den 



RUNDVEESTERFTE. 969 

Den 15. Sept. De fpeenen zeer; 
weer gegeten en herkaud; af geweeft 
en gepift. 

Den 16. Des avonds de helft meer 
melk gegeeven. 

Den 17. 's Morgens een klein, en 
's avonds zyn geheele maal. 
• XII. Den 24, Oét. Is een jonge Koe, 
ziek geworden met de gewoone teke- 
nen der ziekte, doch is aanftonds aan 
de dunne groene afgang geraakt. 

Den 27 en 28. Is de afgang dun, geel, 
zeer fïinkende geworden ; was niet 
benqud ;de horens nu koud dan warm. 
's Avonds de afgang groener en dikker; 
iets gegeten. De ziekte door altoos 
fterk gepift; de pis bruin geel; is niet 
zwak geweeft ; heeft niet geiteend ; is 
niet in 't vlees gefleten. 

Den 29. 's Morgens herkaud ; meer- 
der melk. 

XIII. Den 3. Nov. Een blauwe Koe 
gaf kleiner maal melk ; is uit den kop- 
pel op de fchuur gezet; heeft daaglyks 
tweemaal natuurlyk afgeweeft, en ge- 
pift ; oogen en neus hebben niet gelo- 
pen; heeft daaglyks iets blyven eeten 
en herkauwen, en heeft elk maal een 
half pint melk blyven geeven ; is niet 
Qqq 5 aan 



9/0 WAARNEEMINGEN in de 

aan de Loop geraakt ; fchoon het den 
6. benaud was en korter ademende; 
den 7. weder wat beter, en wederom 
wat gegeten. 

Den 8. weder hcrkaud; verder zon- 
der eenige meer , dan gewoone , af- 
gang , volkomen gebeterd. 

XIV. Den 7. Jan. Wierd een zwart 
bonte Koe, een dragt hebbende in 
de kosfem , op 't ftal ziek ; ooren 
en horens waren koud; neus en oo- 
ren altyd helder , fchoon 'er eenig 
vuurig water uit liep; heeft nu en dan 
helder gekugt ; is vry fterk op de 
pooten gebleven ; fchoon over kotig 
ftaande. 

Den 1 8. Als boven ; de twee eerfte 
dagen zeer weinig gedronken ; 

Den 19. Doch deezen dag meer aan 
't drinken, en is teffens aan de dunne 
geele afgang en 't pisfen geraakt , en 
heeft iets geplukt , doch niet herkaud. 

Den 20. Heeft 's Morgens wat zagt 
hooy gegeeten , doch niet herkaud. 
Gebeterd. 

N. B. De dragt heeft niet geëtterd. 

XV. Den 18. Jan. Een pinkvaars 
wilde 's morgens niet eeten , kugte , at 
's avonds weer x en heeft zo twee da- 



gen 



RUNDVEESTERFTE. 971 

gen twyfelngtig ziek geweeft , maar 
geen andere dan natumïyke afgang ge- 
had, is voorts gezond gebleven. 

XVI. Sepr. Een Kalf had agt dagenlang, 
eer 't van 't eeten afraakte , loopen- 
de en etterende oogen , kugte nu en 
dan. Is den 8. of 9. dag van 't eeten 
afgeraakt , fchoon 't nu en dan een 
fpiertje gras plakte en herkaude. Is 
altyd lauw water en karnemelk voor- 
gezet. Is den 10. dag aan de dunne 
geelc Loop geraakt ; zynde de pis bran- 
dig rood. Heeft ftaande de ziekte wei- 
nig, doch federt de Loop kwam, veel 
gedronken; is nu warm dan koud ge- 
weeft; de buik, gedurende de Loop, 
flonk fterk ; heeft den gantfehen tyd 
van de Ziekte , en, na de betering, 
lang helder doorgehoeïl. De eerfte 
blyk van betering was 't neêrkauwen , 
eer 't iets plukte , dat eenige uuren 
na de herkauwing kwam. Gebeterd 
zynde is in 't land lauw water met 
karnemelk voorgezet , en de kug is 
met de aanwas van kragten allengs 
geweekeh. 

XVII en XVIII. Sept. Een Kalf liep 
vyf dagen met etterende oogen en 
neus , en eenigiïns dikker kop , en 

dr ui- 



972 WAARNEEMINGEN in de 

druiliger , kugtte iets , en hield toen 
op te eeten , is niet aan de Loop ge- 
raakt en gebeterd. 

Een dito had vier dagen lang ette- 
rende en loopende oogen en neus , 
was dikker van kop , is anderhalf etmaal 
van 't eeten en herkauwen af geweeft, 
is aan de dunne groene afgang geraakt, 
zynde de pis brandig. Is voorts aan 't 
eeten en herkauwen geraakt ; de pis 
wierd blanker , de afgang dik , bleef 
groen met weinig flank, heeft van 't 
begin af en eenigen tyd naa de ziek- 
te gekugt. 

XIX. Sept. Een drooge vaars, der- 
dehalf Jaaren oud , had in 't Land een 
klein kugje ; was druilig; at weinig; 
is gedekt , en op de wagefchuur ge- 
zet , heeft daarop twee dagen lang zon- 
der eeten geftaan ; wilde geen lauw 
maar wel koud water drinken \ daarop 
wierd de afgang wat dunner en groen , 
zonder Loop ; at ; en beterde van den 
derden dag af, datze op de fchuur ge- 
zetwas. 

Dit beeft heeft mede van den begin- 
ne af roode pukkels op de tong ge- 
had ; de tanden zyn weinig los ge- 
weeft'; de oogen hebben weinig ge- 
traand , 



RUNDVEESTERFTE. 9 73 

traand , nogte de neus gefnotter'd ', was 
altoos flaperig ; fchudde de kop nu en 
dan % kugte wat , zonder benautheit in 
de ademing. 

Op 't lyf is nergens eenige zwelling, 
of, naa de betering , rappigheit ont- 
dekt; bleef, ftaande de ziekte, wel in 
't vlees ; de kug hield ras op ; is kort 
daarop gereden ; en heeft het kalf niet 
verlegd. 

XXI. Den 15. Jan. 3 Kalven ziek 
geworden , en op 't warmfte van het 
flal gezet ; zy hebben de gantfche 
ziekte door fterk gedronken ; fterk af- 
geweeft en gepift. 

Den 19. Zyn 's avonds beginnen iets 
te eeten ; en hebben 's morgens nog 
meer gegeten. 

Den 20. Een van de drie heeft nog 
altoos iets blyven eeten. 

NB. Deze drie Kalven hebben de 
gantfche ziekte door blyven ftaan naait 
vier andere Kalven , die nu niet ziek 
zyn geworden. Toenze nog in 't land 
waren , heeft men wegens meerder 
druiloorigheid aan drie getwyfeld. 

Aan alle de Kalven is den 15. Jan. 
een dragt gezet, doch heeft niet geët- 
terd. Deze drie zo genoemde Gebe- 
terde 



974 WAARNEEMINGEN in de 

terih Kalven zyn weder ingeftort, en 
twee 'er van gefturven. 

De vier laatftgemelden zyn daarop 
ook ziek geworden , twee zyn 'er van 
gefturven , twee zyn 'er doorgeko- 
men. (*) 

XXII. Den 30. Aug. Een Pink, aan 
't minder eeten en een klein kugje, 
fchóon niet korthalende of benaud. 

Den 31. 's Namiddags reeds aan de 
Loop ;' de kragten wel ; niet benaud \ 
nogte kort haaiende; gau in 't loopen. 
Niets ingegeven. 

Den 1. Sept. 's Morgens aan de 
dunne geele ftinkende afgang; de buik 
Hinkende, veeltyds leggende, niet ftee- 
nende, fcheen nog vry fterk; doch is 
des morgens in een flapende geftalte 
gefturven. 

Na den dood de Buik , iets doch 
niet zeer opgezwollen. Mogelyk om 
dat de afgang verftopt gewceft is. 

De fpieren overal zeer blank , uitge- 
nomen, een kwabbe aan de vang, die 
bloedig was. 

Long en hart gaaf. Het boek vol 

ver- 

(*) Das bïykt dat het niet alle doorkomers 
2370 die eeDs ziek waren. 



RUNDVEESTERFTE. 975 

verdroogde floffe tusfchen deszelfs 
bladen , en dus hard ; het dunne uit- 
dygfel uit den mond van de vierde 
maag was ftinkend ; deeze maag van 
binnen rood. De kleur van maag en 
pens van buiten goed. Maar de dun- 
ne darmen overal met bruine puiften 
bezet , doch niet ontftoken. De le- 
ver en milt waren goed van kleur en 
vaftigheid. 

XXIII. Den 2. Sept. Eenfchotvaars 
op den dag druiliger, en minder in 't 
eeten. At 's avonds weer vry wel. 

Den 3. At, en herkauwde het noch; de 
meft en pis natuurlyk ; was met be- 
naud ; haalde niet kort ; en was niet dik 
van buik. 

Den 4. Nog iets eetende ; geen her- 
kauwen gezien; deoogen dragtig en de 
fcoffe wit; kugte iets; 's avonds vry 
wel eetende. 

Den5.'s Morgens eetende, 's avonds 
minder, doch iets; geen dunne afgang; 
kugte nu en dan. 

Den 6. Zeer ziek ; nog niet aan de 
jLoop ; voorts als boven. 

Den 7. Ziek •, 's morgens aan de 
Loop geraakt, dun, geel. 

Den 8. Als voren. De afgang niet zo 
dun. Den. 



976 WAARNEEMINGEN in de 

Den 9. Sept. Wat aan 't eeten gegaan 
en gedronken tot de middag. 

Los laaten loopen, 's namiddags al- 
les erger. 

Den 10. Gefturven zeer benaud en 
pynlyk. 

Geopend zynde ftonk fterk ; het 
vlees bruin; de long zwart, bros, krui- 
melig en vergaan. 

AAN M E Pv K I N G. 

Men mag uit de langdiirïgheit ecncr ziekte 
alleen , dcrzelvcr minder gevaarlykheit niet op- 
maken. Dit beeft heeft negen dagen ziek gc- 
weeft. De dunne afgang den vyfden dag be- 
gonnen , en in een geele ftinkende loop den 
6. dag veranderd , die den 7. den dag gebonde- 
ner was , en waarop het beeft den volgenden 
morgen , of den S- dag , weder at en dronk: 
nogthans is het beeft den volgenden 9. dag 
benaud en pynlyk gefturven , fchoon het alle 
de Tekenen had van een beterend beeft. Als 
de afgang , te voren dun en geel , verdikt ; en de 
eetluft daarop volgt: zo is 't meeft altoos een 
blyk dat het boek doorlaat , en niet meer ver- 
ftopt is ', en de pens of eerfte maag weder 
werken wil , en dus niet zeer fterk meer is 
aangedaan. Maar dit alles is alleen de maat- 
ftok niet, waarna wy 't gevaar moeten afmee- 
ten. Hier blykt, dat de long verdurven was, 
niett-egenftaande in den aanvang der ziekte wei- 
nig blyk van longaanfteking zich opdeed : na- 
me- 



nUNDVEESTËRFTE. 977 

melyk , geen benauwde of korte Ademhaling en wei- 
nig kag. Zou dan 'c beeft in de keel verftikt, 
en dus de Long verdorven zyn? Dit blykt van neen : 
omdathetden'Sftendagging eeten,en dus wel ne- 
derflikte. 

, Dus blykt dat, van den beginne der Ziekte af, 
het kugje eene aanfteking van de Long voorgete- 
kend hebbe, die in verfterving overging; gepaard 
met een verrotting der vogten:om dat het beeft by 
'c openen fterk ftonk. 

* -XXIIL Den 3, Sept. Was een Pink iets 

druiliger ; doch at; herkauwde , ging af, 
en pifte natuuriyk,en was dun in de buik; 
was niet benauwd,nogte korter halende. 

Den 4. Als boven; doch kugte nu 
en dan , was loomer dan gifteren en dun 
in de buik : feen teken van minder ee- 
ten , want gezond zynde , was 't altyd dik 
uitgegeten) at en pifte wel des avonds. 

Den 5. At nog 's morgens; voorts 
als boven. 

Den 6. Niet gegeeten ; begon aan 
de dunne geele ftinkende Loop te ge- 
raaken. 

Den 7. Als boven; de afgang fterk, 
bruinagtig ; de buik dikker. 

Den 8. Als boven. 

Den 9. 's Morgens fterk gefteend, en 
sefturven. Geopend zynde , was 't 

Vet 
Rrr 



xSss 



978 WAARNEEMINGEN in m 

Vet en Vlees goed van kleur, en geen 
flank by 't openen van buik en borft. 

AANMERKING. 

Zie hier een groot verf ch il in de uitwerking, die 
de Stoffe, welke de Vogten aanfteekt, op gelyk- 
vormige Lighaamen maakt. Dit beeft flerft naa 
eene ziekte van zeven dagen. ' 

De aankomft der Ziekte was druiligheid en een 
klein kugje. At noch op den eden dag alles , als 
't vorige beeft ; doch raakte aan de dunne geele 
Hinkende Loop , die wel drie dagen duurde , en 
met opzwelling van de buik afnam, en met flerk 
fieenen een dodelyken uitgang had, 't Is zeer waar* 
ichynlyk, dat hier 't boek verftopt gebleven is, en 
dit wel de naastfte oorzaak tot het fterven gegee- 
ven heeft. Hier kwam geen flank uit de opgehakte 
borft of buik. Dit is een blyk geweeft, dat de 
Long , waarvan de gefteldheid vergeeten is aan 
te teekenen, vry goed geweeft is, naderaaal altyd 
flank uit de borft komt , als de long bedurven is. 

Ook was hier 't vlees en vet gaaf. Dus was 
hier geen verfmelting van 't vet : dat een teken van 
verrotting of verfmelting der vogten is : Zo dat 
daarom alle de beeften , die fchielyk uit de ziekte 
vermageren , 't gevaarlykft ziek zyn en doorgaans 
fterven. ' 

XXI V.Denis.SeptGaf een Koe's mor- 
gens een half pint melk minder , dan 
naar gewoonte. Ik heb deze en allede 
overige gezonde Koeyen derde half 

pond 



&ÜNDVÊESTEÏIFTE. 979 

'pond Bloed doen aflaaten. Zy at en her- 
kauwde wel ; gaf 's avonds maar een half 
pint melk , die op 't vuur goed bleef. 
De roode pukkels vertoonde zig op de 



tong. 



Den ï6. 's Morgens gafze 't halve 
maal, zynde een halven emmer; at en. 
herkauwde; de horens enooren koud; 
Was 's Avonds flaperig , en nog neerkau- 
wende met de kop aan den grond ; de ho- 
rens en ooren koud; gaf nu maar een 
half pint melk , die op 't vuur goed 
bleef. De oogen waren rood en wa- 
terig j at en herkauwde noch , en is 
daarom in 't Land gelaten» 

Den 17 's Morgens ftond ze druilig 
ïn de bogt , nog neêrkauwende ; gaf 
hu maar een half pint melk , die op 't 
vuur goed bleef ; de horens en ooren 
waren wat warmer dan 's avonds te vo- 
ren ; de oogen bloedrood en waterig. 

Den 18. Druilig, bleef eetende en 
herkauwende ; doch horens en ooren 
koeler als te voren ; de oogen nog rood 
en waterende ; tot noch toe geene hui- 
vering. Gaf 's morgens en 's avonds 
een half pint melk. 

Den 19. 's Morgens aan de dunne 
groene afgang , even gebonden ; ooren 
.en horens koud; de oogen bloedrood; 

Rrr 2 niets 



9 8o WAARNEEMINGEN in m 

^ 

niets gegeten , dan eenige klein gefne* 
de zoete appelen; niet gedronken dan 
's avonds een halve emmer water; niet 
zeer verzwakt ; ruim een pond bloed 
afgelaten ; hier op iets beter; fteende 
niet; was fluimerig en meeftftaande;is- 
op een warme fchuur gezet en gedekt. 

Den 20. Sept. Een emmer lauw water 
gedronken; de afgang geelgroen, zeer 
ftinkende; de horens en ooren warm; 
niet meer willende ceten ; de oogen 
waterig en minder rood ; de neus niét 
etterende ; aan de geele ftinkende Loop 
geraakt; de pis bruiner; herkauwde 's 
morgens noch wat , 's avonds niet meer ' 9 
zynde toen ook de ooren , horens en 
huid koud , en de oogen weder zeer 
rood en lopende; de neus droog ; heeft 
den gantfehen dag veel lauw water ge- 
dronken ; 's avonds Oly ingegeeven ; 
heeft 's nags op de fchuur fterk afge- 
weeft. 

Den 21. Tegen de Morgen geflur- 
ven; heeft de gantfche ziekte door niet 
gefteent of gekugt. 't Vlees gaaf, geen 
Üank by 't openen. De Long (a) met 

bruine 

(aj- Hier- was dan- de Long 't meeft aangeftoken, 
niettegen (taande geen kort-adcming of kug, of eenige 
andere blyken in de Ziekte daarvan waren ; en fchoon 
'er reeds een aderlating in 't Land gedaan , en een twee* 
de kleiner den oden dag herhaald was. 



RUND VEE STERFTE." 981 

bruine ftreeken , en tegen de randen 
van de Ribben rottig. De Lever en 
Mild goed ; de Pens en Darmen van 
buiten voor 't oog gaaf. 

XXV. Den 30. Sept. Een Pinkbul , 's 
morgens loom , horens enooren warm , 
's avonds nog wel gegeten en dun 
van buik. 

Den 1 Oclob. Weinig eetende; 00- 
ren en horens koud , fchoon 's avonds 
noch met de andere koeyen loopende 
eeten , en noch natuurlyke afgang heb- 
bende. 

Den 2. Uit den koppel genomen en 
ïn 't bofch gezet ; de ooren en horens 
koud; 's middags weder warm; 'sa- 
vonds niet willende eeten of drinken , 
weinig of geen afgang; is wel gedekt, 
en aan een touw gezet. 

Den 3. 's Morgens zeer ziek; niets 
gegeeten of gedronken; horens en oo- 
ren koud ; dikke afgang, die 's mid- 
dags dun groen wierd ; gepift ; een halve 
emmer lauw water gedronken ; verder 
aan de afgang geraakt ; en tegen den 
avond iets beter geworden; oorenen 
horens lauw. 

Den 4. De Ooren warm en horens 
koud ; de afgang dun en groen ; niet ge- 
geeten ; veel gedronken. 

Rrr 3 Den 



982 WAARNEEMINGEN in de 

Den 5. ft. 's Morgens zeer benauwd 
gefturven. Vlees en ingewanden als in 
een gezond geflagt beeft ; 't boek hard. 

AANMERKING. 

Hier fcheen altes betering tebelooven;temeer, 
daar alles in 'c beett uiterlyk gaaf bevonden wierd. 
Zou 't dan ook in de keel geflikt zyn. 

XXVI. Den 9. Sept. Een jonge Koe, 
's morgens geheel uit de melk. 

Van den 10. tot den 12. gegeten; dog 
niet herkauwd. 

Van den 1 3 tot den 15. niets gegeten , 
telkens warm water gedronken, 

Den 16. Een weinig geplukt , en 
aan den dunne geele gemengde afgang. 

Van den 1 7. tot den 1 8. hard gefteent , 
voorts als boven ; o oren , horens en 
fluit koud ; niets willen drinken ; ge- 
fturven. 

Dit beeft is ook tegen alle vermoe- 
den gefturven, mogelyk aan een ver- 
ftikking in de keel. 
XXVII. Den 20. 0<ütob. Is een bejaarde 
Koe ziek geworden , met de gewoone te- 
kenen der ziekte , en aanftonts aan de 
dunne afgang geraakt en gebleeven ; met 
zwaar fteenen , benauwtheid , zwakte , 
perfing, kort ademing; en geftorven. 

Peri 



RUNDVEESTERFTE. 983 

Den 24. Was 't dik na den dood ge- 
zwollen , niet tegenftaande den voort- 
duurenden loop.— By 't openen was 
eenige flank j 't vleefcb was vry wel ge- 
kleurd , uitgenomen rood aan de hals ; 
de long, lever en milt goed; de gal- 
blaas dik; van buiten was geen ontftee- 
king te merken, aan pens , maag of 
darmen. 

XXVIII. XXIX. In 't Jaar 1757. den 
6. Jan. Is de ziekte op 't ftal gemerkt , 
aan een jonge Koe , en is op 't paardeftal 
by de paarden gezet. 

Den 7. Door den dag nog eetende \ 
's avonds harde afgang; de tanden los. 

Den 8. 's Morgens nog iets gege- 
ten; de afgang hard; niet dorftig; aan 
oogen en neus was niets te merken. 

Den 9. Iets getaalt na 't eeten; hard 
afgeweeft ; den gantfchen dag een em- 
mer laauw water gedronken, de oogen 
traanig ; de neus droog. 

Den 10. 's Morgens aan de dunne 
groene afgang ; de oogenUoopende ; de 
ooren en hoorens by tyden koud ; kort; 
haaiende, en zomwylenkugchende;lag 
meer ; begon te fteenen % gefl-urven. 

NB. De melkkoeyen zynby ons op 
't ftal al 6 a 7 maanden dragts. \ 

Rrr 4 Den 



984 WAARNEEMINGEN in de 

Den 14. Jan. Een dito ziek geworden. 
Den 18. gefturven. De teekenen als 
boven. 

XXX. Den 17. Een oude Koe, die 
lang voor de ziekte , en in 't land aam- 
borftig was, wierdziek, en is 

Den 19. Aan de dunne afgang ge- 
raakt , doch niet veel; heeft genoegzaam 
niet gepift; weinig of nietafgeweeft; 
de ooren en hoorens altoos koud , de 
oogen helder; de neus fchoon en droog; 
zeer weinig gedronken ; den 20. geftur- 
ven. 

NB. Aan deeze koe , gelyk aan 
alle de ongebeterde, is den 15. Jan. 
ook aan beide zyden van de buik een 
dragt gezet , doch heeft in de ziekte niet 
geëtterd. 

XXXI. Den 16. Jan. Is een rood bonte 
vaars, die in April moeite kalven, van 
't eeten geraakt, en druiliggeweeft. 

Van den 17. tot 20. Dun afgeweeft; 
niets willen eeten , maar wel drinken , 
doch by beetjes en dikwyls ; horens 
en ooren koud ; weinig kuchten ; pifte 
wel; de pis brandig; gefturven. 

NB. Op alle de zieke beeften,is de 
huid min of meer vaft op de rug ; 
maar voor al was ze van dit beeft zo : de 
huid knapte als 't beeft oprees. 

XXXIL 



RUNDVEESTERFTE. 985 

XXXII Den 16. Jan. Een pink ziek 
geworden,doch niet van 't eeten geraakt. 

Den 18. Hoorens en ooren koud; 
de oogen helder; de neus wat fnotte- 
rig; niet overkootig. 

Den 19. 's Avonds aan de dunne af- 
gang geraakt; heeft voor dien tydniet 
veel willen drinken , kugte weinig en 
helder; doch is gefturven. 

AANMERKING. 

De ziekte , met liet midden van November, 
opgehouden hebbende, in de koppel te woeden, 
ontftak dan weder in 't nieuw aangevangen Jaar, 
't fchynt dat het gif zich lang kan verborgen hou- 
den ; en mogelyk door de lugt koude van zyn aan- 
ftekende kragt ontzet is ge weeft» De warmte van 
't ftal , nochte de etterdragt by dit jong vee ge- 
zet , heeft niet kunnen verhoeden, dat het vuur op 't 
ftal fterker woedde , en fpoediger uitwerkte. 

XXXIII. Den 15. Sept. Een melkende 
pink gaf een te klein maal melk , at noch 
wat , dronk veel. 

Den 16. minder melk, noch her- 
kauwende. 

Den 17. Byna geen melk; begon te 
fteenen ► 

Den 18. 's Namiddags aan de dunne 

groene 
Rrr 5 



986 WAARNEEMINGEN in de 

groene afgang , die in 't kort geel wierd ; 
weinig benaauwt. 

Den 19. Sept.Deloopfterk,geel,dun , 
ftjnkcnd. 

Den 20. De loop opgehouden; maar 
fterk geiteen t , en gedurig gelegen ; 
gefturven ten 1 1 uuren voormiddags. 

Dit beeft is in 't land bly ven loopen. 
Het vlees was zuiver , doch de long 
hier en daar bruin; het hart groot, en 
hoog van kleur; het boek hard droog; 
de overige ingewanden niet onderzogt. 

XXXIV. Sept. Den 17. liep en ftond 
eenjarige pink iets druiliger. Hebbende 

Den 1 8. Noch iets gegeten , en ge- 
dronken, 't Was 

Den 19. Niet benaauwt; wilde niets 
eeten ; doch is roggenbrood met bier 
gekookt ingegoten ; is op ftal gezet , en 
heeft daar wat laauw water gedronken. 

Den 20. Noch niet aan de afgang; 
zieker. 

: Den 21. 's Nachts aan de loop; heeft 
begonnen te fteenen. 
• Dert 22. 's Namiddags geflurven. 

NB. Aan dit en de drie volgende 
pinken, 'is, eer de ziekte aankwam , in 
't land een dragt gezet, en een ader* 
lating gedaan. 

XXX V-XXX VIL Den ao.Zyn drie pin- 
ken 



RUNDVEESTERFTE. 98? 

ken ziek geworden , als 't voorige pink ; 
hebben tot den derden dag herkauwd, 
en van den beginne afgekugt. 
Den 22. zyn ze aan de dunne geele loop 
geraakt , die vervolgens wat opdikte en 
minder Honk } hebben 2Nl.z uit- den adem 
geftonken; de neus en oogen zeer fterk 
gelopen ; de oogleden gezwollen ; zyn 
alle flaaperig geweeft; de ooren en ho- 
rens waren nu koud dan warm • zy kners- 
tandden; de pis was brandig rood. 

Van den 23. tot 25. Was het lyf fterk 
vermagerende ; de buik zwellende ; zyn 
gefturven den vyfden ofzesdendagder 
bemerkte ziekte. Hy 't openen zat by 
allen de huid vafl op 't vlees ; zynde 
het vet op, 't lyf als verteerd ; de huid 
had nergens eenige blyk van etterge- 
zwellen ; het vet was liliig , bruin, groen- 
agtig ; in de kop, open gehakt zynde,was 
geen etter in de neus -holten , of horens , 
of herzenen ; het vleefch over't gant- 
fche lyf was rood , doch aan de hals 
niet rooder dan elders ; geen gezwoi- 
le klieren aan de hals; de ftrot gaaf*, de 
borft geopend zynde , zo kwam 'er 
een duffe lugtuit; de long was aange- 
iloken met bulten zonder etter, van 
binnen donker rood ; de zelfftandig- 
heid van de long was rottig , het hart wag 

groot 



988 WAARNEEMINGEN in de 

i 
groot en gezwollen , vol zwart vloeibaar 
bloed , doch zonder lugt. De buik 
zonder kwetfing der ingewanden open- 
gefneden zynde, kwam 'er een Hinken- 
de lugt uit. De pens was van buiten 
blaauwagtig ; het boek hard , des- 
zelfs bladen rottig; de maag en dunne 
darmen met wind opgevuld en hier en 
daar bezet met blaauwe plekken , en 
"rood. De lever dik, groot, bezetmet 
eenige blaauwe vlekken, en eeniger- 
maate bros; de milt redelyk van kleur, 
maar wat uitgezet ; de nieren goed ; 
het net rood , doch niet vergaan. 

AANMERKING. 

Hoe nietig zyn de voorzorgen van aderlaten, 
en 't zetten van dragten , om deze gedugte ziekte 
te voorkomen, of ten minften draaglyker te ma- 
ken? Als men Kamafzini en Lancefi leeft , zou 
men 'er zich wat groots van laten voorflaan. Doch 
deze 4 beeften zyn reeds den zesden dag na de 
bemerkte aankomfl: , niet tegenftaande dit alles 
gedaan was , reeds gefneuveld. 

Hoe weinig ftaat is 'er ook te maken , op een 
eenig voorteken'? Wie zou niet denken dat met 
beeften die op den derden dag aan de groene dunne 
afgang , die vervolgens opdikte , raakten , en dus 
\ boek niet verftopt moeften hebben , beteren zou- 
den? Maar men moet hier uit leeren, op de me- 
.degaande nadeelige tekenen agt te flaan: deze zyn 

de 



RUNDVEESTERFTE, 98^ 

6cJJaperigbeid 1 en 't nu kouden dan "Sb armer ivor* 
den van hoorens en oorem 't eerfte betekent een op- 
houding van 't bloed in de Herzenen ; 't Jaatlte de 
afneming der ievenskragten en koorts; inzonder- 
heid als 'er een ftinkende adem met een kugjg 
bykomt. Deze voortekenen toonden een gantfch 
bederf in de long. Maar niet min is de fchie- 
lyke Vermagering en daar aan verbonden vaflzit- 
ping van de bmd\ (zie No. 31.) aan 't lyftedug- 
ten : die een vevfmeking van 't vet, en dus van 'c. 
bloed fpelt. Zoo hier by nu 't verminderen van 
de Loop en opzwelling van de buik volgt, zoo 
tekent dit reeds eene verfterving, ten minften een 
verlamming der darmen, als niet meer beftand te- 
gen 't ui tfpannend vermogen van de lugt, uit de 
rottende ftotfen losgemaakt. 

By 't openen bleek , dat deze gillingen niet on- 
gegrond zyn \ want het vet was verfmolten ; hes 
net alleen uitgezondert, fchoon ontdoken. De 
long bedorven zonder verettering ; 't bloed in 'c 
hart verfmolten en ver ros : als uit de dunheid en 
zwarte kleur des bloeds, volgens de proeven van 
Dr. Pringle over de verrotting, blykbaar is. De 
roode pis was 'er dan al een voorteeken van, vol- 
gens Dr. Pringle. Deze veifmelting van r £ 
bloed was ook blykbaar aan de blaauwagtige 
kleur van de pens van buiten , en uit de brosheid der 
bladen van 't boek en de blaauwe plekken op de 
darmen, en de dikte en brosheid des levers. 

Doch dewyl de klieren aan hals en ftrot naa 
den dood niet gezwollen waren, zal waarfchy- 
neiyk de fluimëririg niet zoo zeer ontdaan zyn 
vaneene drukking der kropaderen^ dan wel door- 
dien 



990 WAARNEEMINGEN in de 

dien de long verftikt was door 't verrotte bloed , 
uitgeftort in de Memhrana Cellulofa, die tus- 
fchen de longblaasjes van de long verfpreid legti 
In zo ver dat de longblaasjes gedrukt , en de 
bloedloop door de long geftremt zynde, 't regter 
hart het bloed in de krop-aderen ophield , en dus de 
herzenvaten deed opzetten. 

XXXVIII. Den 30. Scpt. Gaf een Koe 
Van drie kalven 's namiddags wat min- 
der melk, en had een kugje. 

Den i. 0<5t.Gafze 't halve maai melk; 
was noch eetende enherkaauwendedes 
morgens , doch 's avonds van 't eeten ; 
én gaf geen Theekopje melk. 
Den 2. Geen drop melk ; had nu , en de 
gantfche ziekte door, heldere oogen; 
en heeft weinig geihottert. Is aanilonts 
gedekt, en in 't bofch gezet. Ging 's 
morgens harde keutels af ; doch was 
vervolgens aan de dunne afgang geraakt ; 
die dun geel en kappelig was ; bleef ook 
dik in de buik. 

't Beeft is by den aanvang der ziek* 
te adergelaten ; is , om op te babbelen , 
en kwyl te loozen , een bit voor een half 
uur tyds in de bek gegeven ; en laauw 
water om te drinken voorgezet. De 
horens waren by poozen nu warm 
dan koud ; had veele huiveringen , een 
drooge kug; en fchudde nu en dan de 
kop. Den 



RUNDVEESTERFTË. 991 

Den 3. De buik is dik gebleven , zyn- 
de de afgang weinig; en willende uit 
eigen lult weinig drinken , is laauw 
water de keel ingegoten , maar wilde 
als niet zakken; 't fcheen dat de door- 
flikking moeyelyk toeging. Geopend 
zynde was 't vlees heel rood; de long 
meelt zwart, hier en daar bros; het 
hart grooter dan natuurlyk ; de pens 
van buiten rood, met eenige blaauwe 
plekken ; 't boek opgeftopt ; de lever 
wat grooter dan ordinair en hoog bruin ; 
de darmen roodagtig met blaauwe 
pukkels ; in de kop geen etter. 

XXXIX. Aan een melkende Pinkvaars 
befpeurde men in 't Land een klein kug- 
je ; gaf vervolgens een kleiner maal melk* 
en is noch zesmaal telkens met vermin* 
dering van melk gemolken , en heeft ook 
zo lang wei gegeten en herkaud ; is op 
de wagefchuur gezet ; was niet dorftig; 
oogen en neus liepen fterk ; beefde veel , 
en fchudde de kop en 't lyf, Is den 
derden dag, dat ze uit het Land gehaald 
was , aan de dunne groene afgang ge- 
raakt , die daarop is geel geworden * 
dikwils doch teffens weinig geloosd, en 
de twee laatfte dagen afnam; blyvende 
tevens dik i» de buik 3 fterk fteenende 9 

be- 



992 WAARNEEMINGEN in öé 

benauwd en ongedurig ; en is den 
agtften dag gefturven 

Op 't gantfche Lyf vond men geen 
vet. De Long was aan de zyden bui- 
tenwaards bros en zwart; het Boek op- 
gedroogd ; de darmen vry vol drek ; 
op de dunne darmen , die opgefpannen 
waren , veele blauwe pukkels ; de le- 
ver hoog bruin; het net lillig enrood- 
agtig. 

XL. Een melkende Koe heeft nu en 
dan in 't Land wat gckugt; de melk ver- 
minderende , is ze op de wagefchuur 
gezet; is fchielyk uit de melkgeweeft; 
heeft nu en dan nog watgegeeten , maar 
niet zo lang herkaud ; had eene zeer 
korten adem , hygde , fteende hard , 
en was zeer ongedurig. — Den 3den 
dag is het beeft 's nagts aan de dunne 
groene afgang geraakt, die daar op geel 
wierd en bleef , dikwils en weinig te- 
vens loosde ; bleef daarom dik in de 
buik. Oogen en neus hebben fterk ge- 
dragen; heeft niet veel gebeefd; wei- 
nig gekugt ; is zeer benauwd , en on- 
gedurig geweeft; en is den vyfden dag 
gefturven. By't openen is 't zelfde ge- 
vonden, als by 't vorig Beeft. 

NB. Op deze drie gevallen , No- 38, 

39. 40» 



RUNDVEESTERFTE. 993 

19 , 40. kan men nazien , 't geen op 
No. 35-38. is aangetekend. 

XLI. Den 10. Aug. Een jonge Koe 
was 's avonds wat dunner in de buik, 
een blyk van minder eeten ; doch neer- 
kauwende , en nog vlug op de kooten; 
de oogen traanende en rood, de ooren 
lobbig, de hals by wylen wat hangende, 
de neus fnotterende; at niet meer; be- 
gon te heigen. 

Den 11. 's Avonds in 't Bofeh ge- 
zet en met ftroo overdekt ; de tanden 
waren nu los ; de tong bezet met roo- 
de pukkels ; de neus fnotterende ; de 
oogen dragtig ; de ooren en horens 
nu koud dan warm ; niet eetende ; doch 
eenig water drinkende, — Ingegoten 
Karnemelk met Zuuring en Meel ge- 
kookt , en de ruggegraad met Azyn 
flerk gevreven, en in de neus ingefpo- 
ten. 's Avonds heigde het beeft meer; 
geen opblazing in de buik; niet zien 
pisfem 

Den 1 2. Aug. 's Morgens de Mift dun 
en geel; de ademing korter; de horens 
en ooren op den duur kouder; de buik 
dikker ; begon te fleenen ; had 's nagts 
niet afgeweeft; is wederom ruim een 
pint zuuringpap ingegoten ; heeft door 
den dag niet willen drinken ; dus is de 
afgang niet voortgezet ; bleef door den 
yLVeels^fiuk Sss dag 



994 WAARNEEMINGEN in de 

dag veel leggen ; 's morgens en 's avonds 
is de huid fterk met Azyn gevreven , 
en Azyn in de neus ingefpoten ; de huid 
is los gebleven; en geene bobbels zyn 
elders befpeurd. 

Den 13 's Morgens de adem korter; 
ooren en horens bleven koud; de 00- 
gen en neus lopende, dragtig;de buik 
dikker gezwollen; de afgang geel, dun, 
kappelig, weinig; ook niet willen drin- 
ken ; niet zien pisfen ; geftadig leggende 
en fteenende. Deezen dag is niets in* 
gegeeven , of in de neus gefpoten : zyn- 
de het beeft benaud , doch niet onge- 
durig in nu te leggen en dan weer op- 
teftaan ; bleef leggen ; ftierf 's middags , 
den vierden dag na dat zich de ziekte 
Vertoonde. 

't Beeft gevild zynde was de huid 
overal gaaf, zonder eenig pukkels , of 
knobbels op de rug ; het vlees was blank 
en gaaf, zelfs rondfom aan de hals; de 
buik was fterk opgefpannen ; doch gaf, 
geopend zynde , geen de minfte ftank 
uit. De long was wat donkerder van 
kleur; Pens, Maag en Darmen fchenen 
van buiten gaaf, doch zeer opgeblazen ; 
uit de opgehakte kop kwam niet het 
minfte etter, uit de beenen, neusholten 
of horens . 

XLII. Den 22, O&ob. Een melken- 
de 



RUNDVEESTERFTE. 995 

de Koe gaf' s morgens wat minder melk, 
wierd in de Schuur en alleen gezet \ was 
anders wei- 
Den 23. Gaf 's morgens nog derde- 
half pint melk ; de ooren en horens 
waren warm , en was helder in de 00- 
gen. Is omtrent een halven emmer 
bloed afgelaten , en gegeeven 1 loot 
Salpeter , twee handen vol gevreven 
gemeene Camille-bloemen , gemengt 
met Karnemelk en laauw water, 's A- 
vonds was 't beeft nog lullig j warm 
van ooren , fluit en horens ; goed in 
den adem, zonder huivering ; gaf nog 
ruim een pint melk , de pols was lang- 
zaam , de afgang natuurlyk , de pis 
helder ; geen of weinig kug 

Den 24. 's Morgens gafze anderhalf 
pint melk ; at en herkauwde noch ; de 
ooren en horens waren warm; de 00- 
gen helder ; de neus dauwig ; ruim in 
de ademing; niet huiverig; de afgang 
dun en groen; de pis bruiner, niet zo 
helder; de pols nog natuurlyk; geene 
of weinig kug; 's avonds was de pols 
fnelder ; de ooren en horens laauw ; 
doch de oogen helder; de neus fnot- 
terde iets \ de afgang wat dun , groen , 
zonder flank ; de pis bruinagtig. Wierd 
's nachts dun , geel en flinkende. 

Den 25. 's Morgens de afgang als 
Sss 2 's 



996 WAARNEEMINGEN in dê 

's nachts ; ooren en horens laauw ; de 
ademhaling langfaam , goed % niet ftee- 
nende of huiverende; de pols natuur- 
lyk; g;*fnog een half pint melk. 's A- 
vonds de ooren en horens nu lauw dan 
koud. 't Beeft was zieker; heigde en 
fteende wat; de afgang als boven; de 
pis bruin ; begon te huiveren ; geen 
melk; niet meer herkaauwd» Dengan- 
fchen dag Drank en Middelen om de 
drie uuren ingegeeven; 's nachts wa- 
ter bygezet- 

Den 26. Ocl. 's Morgens zeer ziek 
en rank ; de afgang dun en geel , maar 
minder. Neus, ooren, horens koud; 
ademing kort; de pols driftig; fteende 
fterk; was zeer benaauwd; ongedurig 
in leggen en ryzen ; de oogen waren 
nogtans helder , en de neus weinig 
fnotterende; weinig of geen kug; 's na- 
middags gefturven- 

Den volgenden morgen 't Beeft ge- 
vild en geopend zynde , was de huid- 
fpier bloedig en vol aderen ; ook kwam 
'er eenige ftank by 't villen. De fpieren ^ 
van de regter zyde , daar *t Beeft op 
gelegen had , beflagen en bloedig ; doch 
op de rug en gantfehe linker zyde, en 
aan de hals , was de huid en 't vleefch 
zo gaaf, als van een gezond geflagt 
Beeft. De klieren van de kaak gaaf; 

de 



RÜNDVEESTERFTE. 99? 

de long pyp van binnen rood; tusfchen 
de ringen donker rood, inzonderheid 
tusfchen de twee bovenlte ; de flok- 
pyp van binnen en buiten bruin rood. 
De long opgefpannen ; doch by 't open- 
hakken van de borft invallende, en 
een benaauwde lugt uitgeevende, De 
fubltantie van de longen doorgaans 
van binnen paars>£n de vaten vol zwart 
bloed , en als verftitt. Het hart groot, 
donker purper ; óq krans om 't hart 
geelagtig ; de holligheden vol zwart 
geftold bloed; de klapvliezen van 't 
regter hart bruin rood , als verftikt ; de 
kroon- aders, onder de klapvliezen , vol 
zwart bloed. Het hartezakje, 't mid- 
delrif en borft, weinig aangedaan. De 
lever groot van binnen en geel ; de gal- 
blaas vol dunne ftinkende gal, die 't 
Net en Mefccolon gekleurd had. Ronds- 
om de galblaas , in de vetrok , vol 
blaauwe klieren. De Pens vol gras 
met ftank, van buiten ontftoken en 
vlakkig. Het binnenfte vlies blaauw- 
agtig rood, rot; zo ook van de twee- 
de maag, waar van 't zich van zelf af - 
fcheidde. Het boek groot , vol mulle, 
groene en eenigzints ftinkende ftofFe. 
Veele bladen daar van waren rot , en 
doorgaans purperverwig. De vierde 3 
of eigentlyke * maag was van buiten 

Sss 3 ont- 



998 WAARNEEMINGEN in de 

ontftoken ; de falbalaas van 't binnen- 
fte vlies zo bros , dat zy zich op 't 
aanraken affcheidden. De dunne dar- 
men vol vogt, ontftoken, en hier en 
daar verftikt ; de klieren van 't darm- 
fcheil groot en zwart ; de dikke dar- 
men ontftoken , vol van 't zelfde vogt, 
dat in de dunne zat, en hier en daar, 
doch minder dan de dunne, vtrftikt. 
De nieren waren r t gaafst van allen. 
De blaas vol helder bruin water. De 
lyfmoeder geopend zynde , gaf een 
bloedig water uit. Het Liquor Amniï 
wat geel^ de Aambyen in de haling 
(Coty ledones) donker paars , (die by ge- 
zonde Beeften rood zyn). Het Vrugt- 
je, oud twee maanden, geopend zyn- 
de, was deszelfs lever als gerunne 
bloed , en verfmolten ; de longen wa- 
ren gaaf. 

AANMERKING. 
Op dit geval, dat tot het minde ftuk toe, ge* 
noteerd is, zou ik veel dingen kunnen aanmer- 
ken: dog zeg nu alleen , dat, niet tegenftaande 
dit Beeft in 't Land, voor dat de ziekte begon, 
%-k ö* , en in den aanvang der ziekte ten minften 
6 fê bloed was afgetapt, en alle de Middelen te- 
gen de verrotting en ontfteking onophoudelyk wa- 
ren ingeiigt, het na den dood althans niet beter 
gefteldwas, dan eenig ander, niet zo behandelt, 
Beeft. 

Ik heb ettelyke Beeften zeer fterk doen aderla- 
ten 



RUNDVEESTERFTE. 999 

ten in den aanvang der ziekten. Andere Genees- 
heeren van myne Kennisfen hebben niet minder 
gedaan; eene andere Boer, by onze Wooning, 
heeft alle ziek wordende Beeilen ader gelaten : 
maar hebbe niet gezien , dat men gelukkiger heeft-, 
seflaast, of dat 'er meer Beeilen zyn doorgeko • 

men, 

In 't volgende geval heb ik minder de ontfle- 
king dan de verotung tegen gegaan. 

XLIIL Den 27. Aug. Eene Koe van 
4 Kalven , weder gereden , begon iets 
minder melk te geeven ; 's avonds nog 
iets minder, doch at en herkaauwde. 

Den 28. De melk minderde gaande 
weg; plukte noch gras en herkaauw- 
de; de melk ftremde niet in 't kooken* 
In 't Land laaten loopen , doch gedekt. 

Den 29. Noch minder melk. 's Na- 
middags noch niet aan de Loop ; de 
ooren en horens koud, de ademhaling 
kort; 't eeten verminderde met het her- 
kauwen , hoe 't verder op den dag 
kwam. Ingegeeven 4 loot Room van 
Wvrnteen^met Azyn op Wynruit * 
Goudsbloemen, Majolyn , Bafilicum, 
en wat Calmus gezet. 

Den 30. 's Morgens in allen deele 
zieker en benaauwden de tong bezet 
met bruin roode ftippels. Een kleine 
emmer vol huy ingegooten ; 's middags 
insgelyks , en 's avonds noch een hal- 
S s s 4 ve 



'jooo WA/VRNEEMINGEN in de 

ve emmer. Toen waren de oogen wat 
rood en deooren wat warmer; de fpee- 
nen en elders heet ; de ftippels op de 
tong flaauwer; de melk r . gekookt zyn- 
de itremde de afgang was dunner; a t 
Beeft tfond meeft. 

Den 31, Den gantfchen dag fterkge- 
fteend , en zwakker. Viermaal 's daags 
drievierde van een emmer huy ingege- 
ven ; 's namiddags de afgang dun , geel 
en ftinkende; weinig pis gelooft. De Ex- 
tremiteiten kouder; 't beeft zwakker 
en benaauwder ; 's avonds noch erger 
en benaauwder , met gedurig leggen 
en opftaan ; 's nachts geen loop gemerkt; 
de oogen ingevallen ; de weinig etter , 
die uit de neus liep , was groen ; de 
pukkels waren noch op.de tong; doch 
geen ftank uit den adem. 

Den i- Sept Den gantfchen dag zeer 
benaauwd fteenende , nu ftaande dan 
leggende ; gedurige vruchtelooze pers* 
fing tot afgaan; ook niet zien pisfen. 
De oogen hol , zeer zwak , en de Ex* 
tremiteiten koud. 's Morgens een vier* 
de ponds Room van Wynfteen inge- 
goten ; doch namiddags om drie uuren 
gefturven. 

By de opening waren de fpieren van 
de hals bloedig rood, zo ook van de 

billen , 



RUNDVEESTERFTE. iooi 

billen , by 't fondament , veel bloed» 
De Ingewanden waren op 't uiterlyke 
vry gaaf van kleur , doch de dunne 
darmen ontdoken , en de galblaas vol 
gal. 't Boek hard; de pens fterk uit- 
gefpannen , doch de vierde maag niet. 
XLF/. Een Kalf koe van drie kalven,gaf 

Den 14. Öét, des 's namiddags wat 
minder melk. 

Den 15. 's Morgens weer wat min- 
der , en 's avonds nog iets minder. 

Den 16. Was de melk tot een half 
pint verminderd: is uit den koppel ge- 
nomen , op de Schuur gezet , naait een 
ziek beeft en gedekt ; 't fcheen in ee^ 
ten , drinken , herkauwen , polsflagen , 
vrye ademhaling, warmte van horens 
en ooren gezond; doch de tong was 
bezet met roode pukkels , en de 00- 
gen rood, doch niet anders dan zeden 
geheelen Zomer geweeft waren*. Dien 
dag ingegeeven een zeer fterk aftrek/el 
van gemeene Camille bloemen , met een 
weinig Angelica en wilde [Vingert wortel 
in Huy. 't Beeft voorts den gantfchen 

dag 

(*) Deze roodheid van de oogen hebikin^eerveele* 
van de Beeften , dit jaar gezond in 't Land loopende 
waargenomen Of 't een voorteken 2y der nakende 
ïiekte, weet ik' niet? Op de Stal zoude ik 'er meer 
Vermoeden uit opvatten. 

S ss 5 



loos WAARNEEMINGEN in de 

dag wel ; de Pols 's namiddags iets fnel- 
ler dan 's morgens; doch gaf weer eens 
zo veel melk, at, herkauwde, ging af 
eii pifte wel. 

Den ij. Een pint melk, de afgang 
dik groemfcheen fris;doch rood van oo- 
gen ; de pukkels op de tong minder 
rood ; geen flank uit den adem ; doch de 
ademing nu en dan wat neigende , doch, 
ineeft wel ; de Pols 62 (lagen in 1 min. — 
lngegeeven een flerk aftrek fel van Ca- 
mille bloemen , met wat Angelica wor- 
tel en een aardekop vol Azyn. — ■ 
Voorts den gantfchen dag niet her- 
kauwd , niet zien eeten , drinken of 
pisfen ; druiliger ; de oogen minder 
rood, dog niet dragtig;de ademing nu, 
en dan neigend; de ooren vrywarm; 
de horens kouder. — 's Namiddags 
een bit om op te babbelen in de bek 
geftoken, een quartier uurs lang. In- 
gegeven een mingele karnemelk met 
boere Syroop. 's Namiddags een pint 
gemolken ; piftte 's avonds , lag geruft, 
heigde weinig; de oogen lopende zonder 
etter ; de Pols 60 Sagen in 1 min. ; de 
ooren lauw; de horens koeler. — ln- 
gegeeven een mengelen karnemelk met 
boere Syroop en een hand vol Camille 

bloe-< 



RUNDVEESTERFTE. 1003 

bloemen, 's Nagts fterke afgang, dun 
en groen. 

Den 1 8. Gafze een Theekop melk; de 
oogen helder ; uit de neus een dik inot; 
lag veel en geruft op de linkerzyde na 
gewoonte ; flond anders regr op de koo- 
ten, met een uitgeflrekte nek zonder 
hangende ooren , ofte eenige druilig- 
heit; fteendenier, heigde niet; de Pols 
61 flagenin 1 m.; de afgang zeer flin-* 
kend. 's Middags weder ingegoten een 
mengfel van vSyroop , Camille bloemen 
en karnemelk als boven, 's Namiddags 
niet ongedurig, maar flil gelegen, of 
een poos regt opgeflaan;ruim in de a« 
deining , doch wat koortfig; door de 
neus fnuivend, doch niet ftootendein 
de buik ; niet gekugt , of gefleend ; geen 
ftank uit de bek of adem ; de afgang 
dun , geel , zeer flinkend ; niet zien pis* 
fen ; de horens koud , de ooren lauw 
by de kop ; geen ooren fchuddende ; 
niet huiverende ; de oogen helder zon- 
der etter; de kop wel ophoudende , en 
de ftaart by 't afgaan wel opligtende. 
Heeft een halven voorgezetten em- 
mer koud water gedronken. Een Thee- 
kop vol lymige doch niet ftinkende 
melk afgemolken ; de Pols 60 flagen in 
1 min. Deezen dag een vierde uurs 

lang 



I0D4 WAARNEEMINGEN in de 

l$ng op een bit laaten babbelen ; en 's 
avonds ingegeeven Karnemelk, Syroop 
en Camille bloeme n tot een pap. Scheen 
na 't innemen frilTer. 's Nagts dunne 
en weinig afgang, en had wat water ge* 
dronken. 

Den 1 9. 't Beeft erger ; luftte nu koud 
water ; de ooren en horens koud ; was 
zwak en veel leggende; de oogen zon -*er 
dragt; de neus loosde geele (botters; 
de adem korter met ftank ; de Pols 85 
flagen in 1 min.; nu en dan trillingen 
over de huid en agterpooten ; de afgang 
dun en geel,en verfchrikly \ ftinkende — 
Door den dag verergde alles , de afgang 
wierd minder en naar reden dcrtankuit 
de keel grooter , piftte niet; en liet de 
nüft leggende loopen. 's Morgens in- 
gegeeven Camille bloemen met karne- 
melk ; voormiddags geclyfteerd met 
lyn-oly en een afkookfel van kaasjes- 
bladen ; naderhand met lyn-oly en kar- 
nemelk ; doch fchoot als in een hol vat, 
en daar op karnemelk met roggebrood 
en appelen gekookt, ingegoten; alles 
zonder vrugt. 's Avonds waren de oo- 
ren en horens koud; de Pols, wegens 
fnelheit en kleinheid niet te tellen ; de 
adem zeer benauwd ; de oogen inge- 
vallen ; fteende fterk , en lag met de 

bek 



RUNDVEESTEPvFTE. 2005 

bek op de grond, de flank uit de bek 
was fchriklyk (*> 't Beeft heeft de 
ziekte door, weinig gefteend, dan den 
laatften dag ; niet geflapen , zo veel 
gezien is ; niet gekugt ; en heldere oo- 
gen gehad. 

Den 20. 's Morgens ten 6 uuren ge- 
durven, laatende voor den dood noch 
de mift loopen. Is ten 7 uuren , en 
dus warm geopend ; de huid en 't vlees 
bloedig, inzonderheid by de hals. Ia 
*t affhyden der Leden geenftank; de 
vetrok liliig, veilig; de flippen .op de 
Tong flauw; de Tong gaaf; de borfl- 
klier bruin ; de Longepyp van binnen 
rood ; de Slokpyp van binnen gaaf en 
blank ; de Spieren van de kaak na de 
tong rooder, flapper. De kop ronds- 
om de neus zeer bloedig rood; de kop 
af en open gehakt zynde , waren de 
Spieren van de hals .bruin ; de neus- 
beenderen bloedig rood, zonder etter; 
in de neusholten geen etter; de bloed- 
vaten der herfenen vol bloed , dog de 
herfenen bleek en goed van Subftantïe. 
Geen flank uit de opengehakte borft; 

de 

(*) Men ïiet dat 'er veel voorborg moet gebruikt 
worden , dat de ftinkende ftof uit bek , kop , oogea 
lopende ,en de milt, gedurig met zand geftopt worden,, 



loo6 WAARNEEMINGEN in de 

> 

de Thymklier lillig, flap , geel; 't har- 
tezak vol opgefpanne bloedvaten; 't 
hart van buiten en binnen blank , gaaf; 
de kroonaders onder de klap vliezen met 
bloed opgezet ; de Long gaaf, maar 
de vaten met dun zwart bloed opge- 
fpannen ; de Lever bol, bros, bruin 
van buiten en binnen; de Galblaas van 
natuurlyke grootte , vol geele , goede , 
lymige gal zonder flank, 't Alvlees 
geel , lillig ; de milt natuurlyk van 
grootte , bruin , bros , en donker rood 
van binnen, 't Boek geel, groot, hard, 
vol bloedvaten , deszelfs bladen bruin , 
vol rulle ftoffe zonder flank; 't vogt 
dat 'er uitliep zonder flank; de maag 
van buiten roodagtig en hier en daar 
lootverwig , van binnen vol flank ; de 
membrana villofa bruin rood , verflikt. 
De Pens van buiten blank , zeer opge- 
fpannen met vogt. Uit de pens kwam 
een flinkende lugt , die de pens ter hal- 
ver grootte had op<n •, [pannen , zynde ver- 
der vol geele , groene , rulle , dikke 
ftoffe ,< zonder vocht of veelftank; 't 
binnenfte vlies was gaaf, zo ook van de 
tweede maag. De dunne darmen waren 
van buiten meeftendeels bruin , rood , 
en bezet met blaauwe pukkels. 
Het darmicheil midden doorgelple- 

ten 



RUNDVEESTERFTE. iöö? 

ten zynde , zo waren de klieren bruin; 
de dikke darmen waren van buiten re- 
delyk goed van kleur, vol geel water, 
met weinig ftank ; de nieren geheel 
gaaf en blank. De lyfmoeder vol wa- 
terig vocht, waar in een Bul -kalf, gaaf, 
van buiten rood. De blaas wel gedaan 9 
en vol pis. 

AANMERKINGEN. 

Men kan by dit geval veele dingen aanmerken t 

I. Dit Beeft is voor- en in de ziekte niet ader- 
gelaten , zo , om dat het in den beginne zonder 
koorts was , als omdat het bloed van een vorig 
beeft, even te voren afgelaten, my toonde dat 'er 
niet in 't minfte verdikking by was, en by herhaal- 
de aderlating wift , dat het bloed vervolgens eerder 
door rotting verfmelt,dan door ontfteking verdikt. 

2- Om de verrotting, die by ftoffe en indevog- 
ten van de werkelooze Pens komt, is de drank of 
dunne pap van Camille bloemen, ;met een weinig 
Angelica-wortel met Karnemelk gegeeven. Hier 
door fchynt de Rotting dier ftoffe in de Pens en *c 
rotten van haar binnenfte vlies te zyn verhinderd. 
Maar omdat de Camille bloemen by 't ander ge- 
kauwd voer in de Pens by een pakte , is 'er hee 
dunne van alleen door 't boek na de maag gegaan; 
maar fcheen van die kragt niet geweeft te zyn ,om 
't bederf uit de maag en darmen te houden. Mo- 
gelyk zou dit met een fterk aftrekfel , driemaal 
daags ingegoten , beter gelukt hebben. 

3. Als de Pens te zeer nitgefpannen en vol 

lugc 



ioo8 WAARNEEMINGEN in dé 

lugtis, zou dit, mogelyk te helpen zyn, als mert 
met de hand nu en dan tot in de Pens konde ko . 
men. Daar zyn 'er, die een Priem door de rug 
in de pens fteeken , en zo uitgang aan de lugt be- 
zorgen , als 'er de Pens te fterk door opgeblazen 
ïs , en dus 't fpys opbrengen en herkauwen daar 
door belet word; 

Hier beeft het niet hoeden een blyk geweeft 
van weinig aanfteeking van de Long; maar dit gaas 
in alle gevallen niet door: want veel heigen , en 
weinig kugchen zal zomtyds met een ontfteking 
der Long verzeld gaan : terwyl Beeften , die hel« 
der doorkugchen , minder gevaar loopen. 

4. In deze ziekte , komt 'er zonder merklyke 
voorafgaande koorts een verdikking in de deelen ; 
't bloed en vet word verfmolten: alles een gevolg 
van Verrotting. 

5. Een onvermengde gecle ftinkende loop , alsze 
te lang duurt, tekent dat het flym, 't welk de maag 
en darmen omgeefd , word afgevaagd : dan komt 
'er Buikwee by ; als blykt op 't laatft der ziekte , 
wanneer de beeften fteenen alsze op de buik leg- 
gen. — Als de buik dan opblaaft, niettegen- 
ftaande de geele Loop afneemt , meer met per. 
fing en weinig te gelyk aflaat : zo tekent het eene 
meerder ontvelling der darmen , en eindelyke ver- 
fterving;dan is 't dat de Clyfteeren als in een hol vat 
vallen : 'altoos word zulks verzeld met tekenen van 
verfterving, als koude der extremiteiten, inval- 
ling der oogen , zeer fnelle en kleine pols , kort- 
ademing, zwakte , leggen. 

6. De dunheit, feherpte en menigte van de 
Gal , verzelt niet altoos de ziekte : hier was 
ze goed van confiftentie, reuk en kleur. Anders 

vind 



RUNDVEESTERFTE. loog 

vind menze wel dun, waterig, rottig: en dan 
dringtze meer door de blaas en kleurt de omgee- 
vende ingewanden. Hier is dan een verfterving 
zonder dat de grond in de Gal te zoeken is. 

7. Een beeft, dat beteren zal , moet , als het twee 
dagen van 't eeten is geweeft , weer trek tot voed- 
fel toonen , ten blyke dat de maagen in haar in- 
wendig maakfel niet te fterk zyn aangetaft ; alzo men 
dit tot andere deelen mag overbrengen : want hec 
is dezelfde oorzaak, die op alle deelen werkt. 
Ook als de Herkauwing en werkeloosheit van de 
maagen te lang duurt, verrotten de vogten in de- 
zelve; de galblaas blyft vol , de gal bederft, word 
dun, trekt door de vliezen van de galblaas heen , 
fteekt rondsom liggende ingewanden aan, en geeft 
grond tot hun verderf. 

8. De afgang moet ook niet lang , dun en geel 
zien: want dit tekent, dat 'er geen werkmg , in- 
zonderheid van 't boek, bykomt. Maar verandert 
de afgang na 't groenen , of wordze gemengder, 
al duurtze dan 14 dagen lang: het iseenbiyk, 
dat de maagen werken, en clus oeter gcfteld 
zyn , en de voeding haaren gang gaat. 

9. Een Beeft, dat zal opkomen , muet ook door 
't afgaan dunner van Buik worden. 

10. Maar daar en tegen moet een beeft, dat 
beteren zal, niet fchielyk rank van Lyf worden: 
dit tekent een verfmelting van 't vet , een gevolg 
van Verrotting zo van 't vet als van de bloed dee- 
len j die vettig zyn. 

Alle middelen die tot weering der verrotting 

worden aangewend, moeten niet fcherp zyn, 

wegens de ontvelling der maagen, ge voeligheit en 

VI. Deels 7 2.ftuk. Ttt rozi- 



ioio WAARNEEMINGEN in dé 

rozige ontfteking. Hierom heb ik alle demine- 
raale Zuuren zeer nadeelig ondervonden, 't Zelf- 
de kan men zeggen van de heete Maagmiddelen , 
die de verrotting weerllaan. 

il. Dewyl het Boek in alles hard en met droog 
kaauwfel opgepropt gevonden word , zo zullen 
ook alle te fterk droogende dingen, die niet eenig- 
zints fmeeligheid byzetren , van geen nut wezen. 

1 2. Men moet in deze Ziekte meer 't bederf 
der Vogten , door 't uitdryven van 't Venyn , 
dat ze aanfteekt , dan eene ontfteking , met 
geweld te keer gaan ; want men vind , dat in 
't begin meeft een matige pols , zonder hitte , 
naderhand koude , met een fnelle pols , verzeld 
gaande , geen blyk van ontfteking , maar van 
eene nakende verftikking is , zonder ontfteking 
gebooren. 

1 3. De blaauwe plekken op pens , maag en 
darmen; de blaauwe klieren in 'tdarrafcheil, net, 
enz. zyn ook niet min fpreekende bewyzen van 
buitenvatig bloed , dat in de membrana cellulofa 

vuu 't wecffel Ucr Kllei vaicu word uugeitorc. Het 

zelfde zou men ook van de long en lever mogen 
zeggen. 

14. Nademaal geen ftank by 't openen van de 
borft en long, niettegenftaande het Beeft nog niet 
heel verkoeld was , opkwam : zo is de ftank , die 
zo geweldig uit de keel,- by 't leveu v^n het Beeft 
op 't openen van de bek befpeurd wierd , uit de 
pens, en niet uit de long gekomen. Hierom is 't, 
dat het niet ftinken van den adem by de afgang, 
of 't vermeerderen van de ftank, geduurende den 
loop, een teken zou zyn, dat de rotte ftone uit 

de 



RUNDVEESTERFTE. ion 

de pens, door 't boek, na de darmen , doorgaat , 
en deze deelen van alle rotte (toffe uitgeledigd, 
en dus tot hunne vorige bediening gefchikt ge- 
maakt worden. 

1 5. De Huiveringen , die zo gevaarlyke voor- 
tekenen zyn , heb ik by de Beeiten doorgaans be- 
fpeurt in de agterpooten , en wel meelt op den 
laatlten dag der ziekte. 

16. Een Beeft , dat fterk fnuift , tekent een 
ruime long, en weinig Itank uit de long opko- 
mende : men vind het daarom meelt by Beeiten , 
die 'er zullen doorkomen. Hier was de long 
goed , dus geen Itank uit de borlt , dies wel fnu> 
ving, maar de verfterving elders heeft hier doode- 
lyk geweeft, 

XLV-LIV. Negen kalven zyn de 
een naa de andere ziek geworden. De 
ziekte is in alle langzaam begonnen met 
etterdragten in de ocgen en neus , met 
eene zwelling in de kop , (W) kng, 'hart 
fteenen. 

Zy liepen by de agt dagen eerze van 
't eeten raakten. Geraakten daar op al- 
len aan de dunne, geele, kappelige af- 
gang, 

(a) Of deeze zwelling in de kop een gevaariyk voor- 
teken zyn zal , kan ik niet bepaalen : voorzeker tekent- 
ae eene zeer groote lcherpte van de vogten , die oogen 
en neus uit lopen. Alsze dan geen uïtloozing ter reddin- 
ge vind, die 't overige lighaam bevryd, zo zal ook 
die fcherpte 't zelfde 'geweld doen op andere tederder 
deeien en ingewanden. 

Ttt 2 



ïoi2 WAARNEEMINGEN in de 

gang, daar op hield de afgang op; zy 
zwollen , en vier of vyf uuren daar na 
venze (b)l 

Zy wierden alle in 't Land gedekt ; 
voor drank haddenze water en karne- 
melk, twee 'er van zyn by de eerfte 
aankonift der ziekte adergelaten (c). 

By 't openen was in allen de Long 
bruin , bros , rottig (d). Het Boek hard , 
en droog, vol drooge rulle (toffe, de 
Bladen bros. De Milt vry goed van 
kleur ; de Darmen dik opgeblazen. Het 
Hart groot , vol zwart bloed zonder Iugt. 

LV. Den 19. Oei. De Pinkbul in 't 
Land druilig; 5 fê bloed afgelaten. 

Den 20. Mal in de kop, zuizebol- 
lende, en onder 't loopen tuimelende; 
heet aan kop , horens en ooren ; at en 
dronk wel , en was helder in de oogen, 

Den 21. 'sNagts aan de dunne geele 
loop geraakt, 's Morgens als boven; 
nog eetende; de ooren en horens warm; 
de oogen etterende ; de ademing korter ; 
geiteend en gehoest. Een pint bloed 
afgelaten ; lauw water met melk te drin- 
ken gegeven. 

Den 

(b) Zie de ^de Aanmerking van 't vorig geval, 

(c) Z : e de 12de Aatsmeridng als boven, 

(d) Zie de 3 de Aanmerking. 



RLINDVEESTERFTE. 1013 

Den 22. 's Morgens horens , ooren 
en fnoet koud, de pooten warm, de 
adem kort , de afgang opgehouden , niet 
pisfende. 

P. S, Des middags geflagt , en be- 
vonden : 't vlees wat rood , op de huid 
nergens pukkels ; aan de ftrot niet 
heel bruin. De long was vry gaaf. 
't Hart onder de klap vliezen, als 't vo- 
rig Beeft» In de pens geen flank, doch 
de vliezen van binnen teder en afval- 
lende. Het Boek hard; de maag van 
binnen roodagtig, fnotterig en afvel- 
lende De galblaas niet groot, de gal 
goed van kleur en dikte; op de darmen 
enkelde blaauwe pukkels. Aan 't Al- 
vlees en darmfcheil blaauwe klieren. 
De lever van binnen gaaf; de milt 
goed ; de nieren gaaf. "in de vierde 
maag was geen ftoffe , maar even als 
in de dunne darmen, geel water De 
bmnenfte rok daar van met een geel lil 
bezet ; in de dikke darmen geele drek. 
De herfens , tegen 't harde harzenvlies, 
zwartagtig. In de neus geen ftoffe. 
In de longepyp de zelfde fnotterige 
ftoffe , als uit de neus loopt. 

AANMERKING. 

Die Beeft is levend geflagt, om te zien of \ 
Ttt 3 ver- 



*oi4 WAARNEEMINGEN in de 

verfchilt met de overige gevallen. Een Beeft , dat 
flaperig loopt, heet *an de horens, en mal in de 
top is, als dit; of om de kop gezwollen is, ge- 
Jyk de Kalveren in 't vorige geval, zullen de vaten 
van de harfenen ook meer met bloed bezet heb- 
ben : zo als hier gebleken is. Deze bezetting in de 
lop, als een kug vooraf, of gepaart gaat, kan al- 
leen wel ontdaan , of om dat de long bezet is , en 
het bloed door de kropaders na 't rechter hart geen 
vryen fchot heeft : (in welken geval een tydige aier- 
Jating kan te pas komen op de kropaders gedaan); 
of ook uit een regtftreekiche bezetting van de 
heriënvaten , of van de zytakken, die de hooit- 
flagtaders na de uitwendige deelen van den kop 
afgeeven; zoals in dit gevai gebeurde: en dan 
zal eene vrye ontlafting van ftoffe uit neus en oo- 
gen ontlafting geven aan de herfer.en. 

Sterke by tyds gedaane aderlatingen verhinde- 
ren niet dat de aanitekertde ziekte i ; ofFe voortga, 
het bloed aan te fteken, en te bederven; en de 
buik ingewanden aan te fteken: fchoon 't .harten de 
long daar door niet allereerft aangeftoier worden. 
Die ftoffe zal dan niet alleen ingeadetnt, maar ook 
met het fpeegfel ingeflokt worden, en 't eerfte be- 
derf in de maagen opwekken kunnen. Dat 'er geen 
Pukkels op de huid en rug gevonden worden , is 
niet om datze door 't rterven en bekoelen van de 
huid verdwynen: want in dit geval zynzeookniec 
gevonden. 

De aanfteking van de Gal, en ophouding van de 
gal in de Galblaas , is geen Oorzaak van een voor- 
afgaande indigeflie, en daar op volgende Loop. 
Hier was de galblaas klein, en dus zich tot dus ver- 
re wel ontladende j en de gal goed. 

De 



RUNDVEESTERFTE. 1015 

De Heer Cothenius heeft wel eenige Pioeven 
met gal van zieke beeften gedaan. 

Maar dewyl 't bekend is, dat zich de Galblaas 
der runderen in den nugteren darm ontlaft : zo kan 
't bederf der Vogten , en van 't binnenite vlies der 
maagen niet van de Gal ontdaan. 

Als 't boek met rulle fïoffe tufTchen deszelfs bla- 
den bezet is, en niet werkt, zo gaat wel 'c vogt 
uit de pens door 't boek na de vierde maag, maar 
dit ondaft het boek niet Wanneer nogthans de 
beeften , ftaande de ziekte , wel willen drinken , en 
dus hunne doorflikking niet belemmerd is, fchynt 
het Water de ftoffen , die tufTchen de bladen van 'c 
boek zitten , te verdunnen , en dus de afgang te men- 
gen ; een blyk van beterfchap. 



B E3 



erf?, in. 



Tab. XV. 




3*, 



33 



34 



3S 



3 ff 




* mm 



^ ^ 



.^■/. 



BERICHTEN 

AAN DE 

MAATSCHAPPYE 

GEGEEVEN. 



f r LjDeeIs,2.ftufc A 



Blad2. 3 
WONDERBAARE 

U I T \V E R K I N G, , 

VAN HET 

SCHEURBUIK 

IN EEN 

V R O U W; 

MEDEGEDEELD DOOR 

A V. GEER T. 

Dat de Scheurbuikagtige fcherpte, 
tot deeze of geene verfchillende 
foort behoorende , door derzelver ver- 
knaagend verraoogenalle de deelenvati 
het menfchelyk werktuigkundig lig- 
haam kan aantallen, de hardde daar- 
van zelfs niet uitgezonden:, leerd ons 
de daagelykfehe ervaarenheid , en de 
nauwkeurige aanteekeningen der fchry- 
veren , die over deeze ziekte gehandelt 
hebben ; doch moogelyk heeft niemant 
der Geneeskundigen een wonderlyker 

t 'jÊ- 2 . ge- 



4 BERICHTEN. 

gewrogt daar uit zien voortfpruiten , 
dan het volgende , tot onderzoek van 
het welke wy ons in Juny deezes Jaars 
( 1 758) exprefielyk naar Zeevenbergen 
begeeven, en dat geval, zoo als hier 
volgt, bevonden hebben. 

Adriaantje Adriana Faas oud 56 Jaa- 
ren, geboortig van Zeevenbergen , en 
aldaar woonagtig , moeder van ver- 
fchcide kinderen , had reets in haare 
vroege jeugd vcrfcheide toevallen van 
het Scheurbuik , welke zich geduuren- 
de veele Jaaren by tusfenpoozingen , 
en wel voornaamentlyk onder de ge- 
daante van pynelyke blyrienj in den 
mond bepaalden, en vervolgens door 
hulpe van de natuur wierden geneezen. 
In den Jaare 1 740. wicrd zy door een 
Febris quartana aangetaft , aan welke zy 
veele maanden laboreerde , en in wel- 
ken- tydt de toevallen hand over hand 
toenamen ; want zy kreeg als toen 
zoo in- den mond als op het hooft mee- 
nigvuldige Scheurbuikige knobbels , 
welke vervolgens naar het ophouden 
van de Afonfes in den Jaare 1 750 in den 
mond openbraaken , en van tyd tot tyd 
dieper wierden , tot dat eindelyk een 
beenbederving zich in de onderkaak 

. open- 



BERICHTEN, 5 

openbaarde , welke in dat deel zoo ras 
voortliep, dat reets zedert de maand 
November 1 755 de halve omtrek van 
dezelve onder kaak , en wel aan beide 
zyden tot aan de hoeken , ter plaatfe 
van de vaflhegtinge der kauw-fpieren , 
is gefepareert , zynde vervolgens .tot op 
een zeer klein gaatje na aan de linker 
zyde der kin volkoomen geflooten» 
Wat aangaat haare fpraak, dezelve is 
verflaanbaar, doch eenigermaaten be- 
lemmert , ter oorzaake van het verlies 
der tanden, naadien die niet in den over- 
gebleevenen halven omtrek van de kaak 
konden blyven vaftftaan , maar van 
zelfs moeilen uitvallen , waar door zoo 
wel , als door de feparatie van den bui- 
teneen halven omtrek van de onder- 
kaak het aangezigt van onderen zeer 
ingekort is geworden , doch de kau- 
wing van zagte voedfels^ en de door- 
zweiging van dezelve heeft zy volkoo- 
men behouden , terwyle de ukeratien 
in den mond meede teegenwoordig zyn 
gen e ez en. 

Verfcheide knobbels op het hoofd 
zyn ook eenigen tyd naa de aangehaal- 
de agterblyving van de Menfes openge- 
brooken , en verfcheide andere door 

4 3 haar 



6 BERICHTEN. 

haar man volgens haare getuigenisfe y 
ter ontlaftinge van eenen taaijen etter 
met een fpyker geopent geworden. Dee- 
ze verzweeringen insgelyks allengskens 
invreetende, en dus dieper wordende, 
veroorzaakten een aanmerk elykebeen- 
bederving in een groot gedeelte van de 
opperhoofts- beenderen en van het 
voorhoofts-been tot aan de wortel van 
de neus , welke beenderen ten eene- 
maal van het dikke harsfen- vlies in de 
maand Auguftus 1757 zyn gefepareert, 
zynde maar alleenlyk een klein gedeel- 
te van de tweede tafel van het voor- 
hoofts-been even boven de voorhoofts- 
holligheeden en boven de flaap-been- 
deren overgebleeven. 

Naadat de feparatie van de opge- 
noemde beenderen was volbragt, kon- 
de men de kloppinge der inleggende 
deelen volkoomen befchouwen; klaa- 
gende zy ïn den beginne, dat het ge- 
heele hooft , en voornaamentlyk de 
van been beroofde ondergeleegene dee- 
len haar zeer gevoelig en kouwelyk 
waren , welke gevoeligheid langzaamer 
hand is verdweenen , doordien het dik- 
ke harsfen-vlies allengskens met een 
zwaare en dikke huid is overtoogen 

• ee- 



BERICHTEN. f 

geworden , die egter hier en daar al- 
toos als ontvelt is , en een donkerrood 
couleurige gedaante heeft, met noch 
geftaadige doch weinige ontlading 
(naar maate van de opening) van een 
bloedagtige en zoodaanig mislyk rui- 
kende etterftof , dat het geheele ver- 
trek , 't welk een bedompte wooning , 
en digt by de haaven van die ftad ge- 
plaaflTis,met een krengagtigen flank is 
opgevult. De klopping der inleggende 
deelen is niet meer zigtbaar: de aanra- 
king en indrukking op. die nieuw ge- 
maakte huid lyd zy vry fterk , ja 
kan zelfs de werking van de lugt 
op die 'ontbloote deelen zonder onge- 
mak verdraagen: zy heeft een beftcn- 
dige goede eetensluft, gaat daagelyks 
door de plaats , bevint zich naa het 
uitfcaan van zoo een yslyke en aller- 
heevigfce Ziekte vry wel vaarende , en 
is zeer getrooft in de omftandighee- 
dcn , waar in zy zich thans bevint. 
Door de feparatie van het voorhöofts 
en een gedeelte der opperhoofts-been- 
deren is het voorhooft weg en platboo- 
yen de oogen. Hier door en door het 
verlies van het gedeelte der onder- 
kaak is het hooft buitengewoon kort 

A 4 § e ° 



3 BERICHTEN. 

geworden , en heeft by uitflek iets on- 
aangenaams in het befchouwen van het 
zelve , kunnende de verfchillende on- 
gelykheeden der beenderen , alwaar 
dezelve gefepareert zyn en een over- 
gebleevene kwabbe van de gemeenc 
bedekfelen aan de linkerzyde, aan wel- 
ke zyde het Cramum noch met eenige 
bederving is aangedaan, gevoegelyk in 
de bygevoegde Plaat gezien worden. De 
gefepareerde beenderen bewaart zy , 
en laat dezelve aaneen ieder, dien het 
luit, zien : maar, nademaal zy na de fe- 
paratie niet gezuivert zyn geworden , 
verrotten zy van tyd tot tyd , en zyn 
noch met den zelfden ftinkenden reuk 
als te vooren bezet* 



A. V. Ghërt 'x Lands Med. 
Breda d. 3o>/y £>,-. der Baronnie van Breda. 

1753. 

C. A. Beverly, Stads Hecl- 
meefler. 



WAAR- 



^Sert^ée7L _^o/. <S\ 




r 



Btadz. 9 
WAARNEE MINGEN 

T E 

BATAVIA 

CEDAAN DOOR DEN HEERE 

K R I E L, 

Mcdecincs Doiïor aldaar. ■ 

Deze Waarnemingen zyn gedaan te 
Batavia op de Tygers-Gragt , in 't 
vyfde huis van den hoek digt by 't Kas- 
teel, {taande met zyn Frontispice na 't 
Wetten ten Zuiden , hebbende voor 
uit, behalve de genoemde Gragt, nog 
een groot vierkant en langwerpig plein 
en gevolglyk de Zon 's morgens van 
achteren en 's namiddags van vooren 
welker nette nochtans de fchaduw van 
groote Tamaryn Boomen merkelyk 
tempert. . 

Tot meetinge der warmte heb ik my 
van twee Thermometers bedient: den 
eenen van 124 graden , zynde een hand- 
thermometer van dubbelt glas en zeer 

d 5 nauw 



io BERICHTEN. 

nauw Imiterende na de minfte warmte , 
den anderen van 600 graaden wat tra- 
ger van beweging. Beiden zyn gefield 
na de Schaal vanFahrcnheit,toonende 
in Patria 32 gr. by ontttentenife van 
vorft, 214 gr. in Kookend water , en 
zyn gemaakt door den vermaarden Kon- 
ftenaar Prins te Amfterdam. 

De Waarncemingen zelve van warm- 
te zyn gedaan 's morgens ten 6 uuren , 
's middags van 12 tot 2 uuren, en 's 1 
avonds ten 10 uuren, aityd in de zy- 
kamer van 't huis. De Barometer tot 
de waarneemingen gebruikt , beftaat uit 
een glaze pyp van omtrent een en kleinen 
ping dik, en ruim 34 Engelfe duimen 
lang , met Kwik gcvult en door den 
zelven Konfcenaar , booven genoemt , 
vervaardigt ; zynde die duimen in 1 2 
gelyke lyncn of graaden daarom ver- 
deelt. De Waarneemingen op den Ba- 
rometer zelve , zyn wel op verfchil- 
lende en onbepaalde tyden gefchied, 
echter^ meerendeels 's morgens en 's 
avonds, mede indezykamervan'thuis, 
alwaar de Barometer by 't venfter, 
perpendiculair teegen de muur hangt. 



ja- 



BERICHTE -N. 



ii 



J A N U A R T, 1758. 



Dag. | Thermo- 
meter. 



3 
4 
5 
6 

7 
8 



10 



11 



J2 



Wedersgeiteldheid 
's Morgens en Avonds. 



80 
84 

78 
75 
82 
78 
78 
84 
79 
77 
82 

80 

78 
86 
80 
76 
82 
78 
78 
85 
80 
80 
84 
80.. 
77 
.84 
81 
78 
82 

79 
77 
85 
81 
76 
84 
80 
76 
83 
78 



Betrokken 
Legen 

Regen 



Betrokken 
Regen donder 

Betrokken 



Zeer betrokken 
Donder blixem 

Betrokken 



Betrokken 

Zwaare regen donder 

Betrokken 

Zwaare regen donder 

Betrokken regen 
Zwaare regen donder 

Regen 



Regen 
Regen donder 

Regen 
Regen donder 

Betrokken regen 
Donder 



Barometer. 
s M. en Ar. 



- 4ï 

- Al 

- 4 



A\ 



5 i 
5 



4 



AÏ 
Ai 



41 



4 
4 

Ai 
41 

4\ 
Al 

Aï 
Ai 

AÏ 



JA. 



IS 



BERICHTEN. 



J A N U A R r, 7758. 



Dag. I Thermo- 1 Wedersgcfteldheid. 
j meter. | 's Morgens en Avonds. 



Barometer, 
's M. en Av. 



14 


76 


Betrokken 


feo|D.4|L. 




84 




- 41 








97 


Regen donder 




15 


80 


Betrokken 


- Al 




83 




- 4i 




78 


Regen 




16 


78 


- 


- 4* 




84 




^4- 


*7 


80 
78 
81 


Regen 


- A\ 
, 1 
4? 






79 


Sterke regen 




18 


77 
* 


Regen 


- Al 
, 1 




o2 




44 


19 


79 

76 
. 82 


Flauwe zonnefchyn 
Regen donder 


- Al 

- Ai 




78 
78 

82 


Betrokken 


* I 


20 


Regen 


- 4+ 

- 4 




79 


Betrokken 


- 4i 

- 41 


21 


77 
81 


Veel regen 


22 


78 
78 
83 


Regen 


- 4 






i - Al 




79 






23 


79 


Regen 


-■ 41 




82 


- 


- «I§ 




80 






24 


,78 


Regen 


- 4 


82 


' . '- met fterke wind 


- 4l 


25 


79 
77 
80 
76 


Helder 

Regen en wind 


- 4 

- 4 


26 


76 


Veel regen 


- 4 


■ 


82 

77 


Wind betrokken 


-1 

~ 0^ 



7^- 



BERICHTEN. 13 



J A N U A R T, 1758. 



Dag. 



I Thermo- 
meter. 



"Wcdersgeiteldheid. 
's Morgens en Avonds. 



Barometer, 
's M.enAv. 



1 n 


7§ 


Veel regen dond.biix. 


2C,|D.?§ -L. 




82 


Redelyk helder 


4 




76 






28 


77 


Betrokken 


■ - 4! 




81 


Sterke regen 


- Ai 




.I 6 




Ü 


29 


75 


Sterke regen 


- Ai ' 




84 


Redelyk helder 


A V 

4 2 




78 






30 


79' 


Sterke NW wind 


- Al 




83 


Regen 


~ Al 




78 






3 1 


76 


Sterke regen 


/j2 




81 


Wind betrokken 


4 




79 




, 



De grootfte hette van deeze maand, is op den mid- 
dag den 5. geweeft, nam. 86 gr. De minfte 'hette is 
75" gr. op den 2. en 24. 's morgens en door malkan- 
der geteekent , leevert deeze maand fchaurs 79 gr. 
warmte dagelyks. De Barometer verfchilt deeze 
maand niet meer als i| Lyn, te weeten van 3| tot 5 



Lynen , waarom het hoogfte op den 4 en het laag- 

fte op den 26 en 27 ontwaart geworden is. Ook 
leevert deeze maand niet meer als 4 dagen, zonder 
regen , daar onder 8 dagen met donder. 

FEBRUARY, 1758. 



Dag. 


Thermo- 


Weder.'gefteldheid. 


Barometer. 




meter. 


's Morgens en Avonds. 


's M. en Av. 


.. 1 


76 


Sterke regen en wind 


2 9§D.3|-- 




82 


Betrokken 


- 4 




80 






2 


t 7 
83 


Betrokken 


- 4l 

- Al 


. 






79 









78 


Betrokken 


- 




82 


Regen 


- A\ 




?8 




Ai 

FE- 



14 B E 11 I C II T E N. 



FEBRUARI, 1758. 



Dag. 



Thermo- 1 Wedersgefteldheid. 
merer. I's Morgens en Avonds. 



Betrokken, 
's M. enAv. 



4 


78 
82 


Sterke regen 


29ID.4IL. 

. T 






4+ 




80 






5 


79 


Betrokken 


- Al 




82 


Regen 


- 41 




79 






6 


77 


Redelyk helder 


- 41 




81 


Sterke regen 


- Al 


. 


78 






7 


78 


Betrokken 


- AÏ 




82 


Wcinigje regen wind 


- 4 




79 






g 


79 


Redelyk helder 


- AÏ 




81 
78 
79 


Wat regen ' 


- Aï 


9 


Betrokken 


- Al 




83 
79 

77 


Sterke regen 


- 41- 


10 


Betrokken 


- 41 




84 


Sterke regen 


- *§ 




80 






11 


78 


Bel rokken 


- Ai 




84 




, r 






m 




81 






12 


77 


Dond. blix. van verre 


- Al 




84 


Betrokken wat regen 


- Ah 




80 






13 


78 


Betrokken 


- 4i 




82 


Redelyk helder 


- M 


14 


79 
'78 




A 3 


^^—^m 


Ai 




84 
79 
78 
85 




,3 

Aa- . 

,1 


15 




Wat reegen 


As 
- Al 




80 






16 


78 


Redelyk helder 


-: Aï 




85 


Iets regen 


- Al 




79 1 


. 





FE* 



BERICHTEN. 15 



F E B &U A R T, 1756. 



Dag. 


Thermo- 
meter. 


Wcdcrsgefteldhcid. 
i's Morgens en Avonds. 


Barometer, 
's M.en Ar. 


17 
18 


79 1 

84 

80 

80 

85 


Betrokken 
Redelyk helder 


2p|D.4|L. 

- 41 

A I 


Betr. van verre donder 


4§ 

- «2 


19 


81 
77 
85 


Redelyk helder 
Betr. van verre donder 


- k 

- 4Ï 


20 


80 

77 
85 


Redelyk helder 
Regen donder blixem 


4? 

- 45 


21 


81 
78 
83 
79 
78 
85 
81 

78 
85 


Betrokken 


- Ai 






Ai 


22 




4§ 






4i 


23 


Redelyk helder 
Regen by vlagen 


- Al 

- Al 


24 
25 


80 
80 
86 
81 

79 
84 

80 

77 
84 


Betrokken 
Zonnefchyn 

Redelyk helder 


- Ai 

- Al 

5 


26 


Betrokken 
Regen blixem 


- 41 

- Al 

- 41 


27 
28 


79 
?8 

85 

80 

78 
84 


Betrokken 
Buijig regen 

Redelyk helder 


- Aï 

- ' 41 

- 41 






- Ai 



19 

De grootfte warmte in deeze maand is geweeft 80 
gr. op den 24 's middags, èn de minfte warmte 7 6 gr. 
's morgens den eerften deezer. Alle graden van wai-ut- 

te 



i6 BERICHTEN. 



te door elkander gercekend, bedragen fchaars 80 op 
ieder dag. Des Barometers verfchil is niet meer ge- 
weeft als j| Lyn, te weten van ;| opdeueerften dee- 
zer en 5 i^yncn op den 25. aangemerkt. Ook heeft 
het deeze maand \6 dagen geregend , en 4 dagen, 
donder geweeft, met en zonder regen. 



Dag. 



M 

Thermo- 
meter. 



AART, 1758. 

Wedersgefteldheid. 
's Morgens en Avonds. 



Barometer, 
's M. en Av. 



3 
4 



7 
8 

9 

10 

11 



77 
84 
79 
78 
86 
80 
78 
84 
79 

78 
86 
80 

79 
80 
79 
79 
85 
80 

79 
84 
79 
79 
84 

79 
79 
83 

80 

78 
84 
80 
78 
85 
79 



Helder 



Wat betrokken 



iso§D.4 .u. 
- 4 

4 

4 



4! 



Betrokken 
Helder 

Betrokken regen 
Rcdelyk helder 

Betrokken 
Butjig 

Regen 
Bet-rokken 

Regen 
Betrokken 

Regen donder bliyem 
Zonnefchyn 

Redelyk helder 



Betrokken 
Redelvk helder 



4i 

4* 

4 

4l- 
4 

4i 

4l 



4 

4} 



4Ï 

4! 



4i 



4 
4 



4l 



MAART, 



BE R.I C HT E N, 17. 



M AART, 1758. 



Thermo- 
meter. 



Wedersgefteldheid. 
's Morgens en Avonds. 



Barometer, 
'sM. en Av. 



12 


77 


Redelyk helder 


29§D.4 L- 




84 


Regen donder blixem 


- 4l 




80 






13 


77 


Betrokken 


- 4| 




83 


Redelyk helder 


- 4 




79 






14 


79 
82 


Betrokken" 


A& 

H 






4+ 




79 






15 


79 


Redelyk helder 


- 4l 




82 


Betrokken 


- 4f 




78 






16 


79 


Redelyk helder 


- 4i 




84 


Regen donder blixem 


- 4i 




80 






*7 


78 


Zeer betrokken 


- 4i 




82 


Regen 


4 




79 






18 


7? 

81 


Helder 


- 4l 

O 1 






32 




78" 

7<5 

81 

78 

76 




T 


19 




- 4§ 






- 3l 


20 


Redelyk helder 


T 




' 81 




- 4* 




79 
78 
82 

78 
77 


4 


m T 


21 




' » 






- 44 


22 


Helder 


- 4! 




82 


" 


- 4$ 


23 


79 




- è 

.8 


-79 
83 


s 






3* 




80 






24 


78 
83 




( 




4 






4 




80 




, 



VI. Deels ,i. (luk. 



B 



MAART, 



i3 BERICHTEN. 



MAART, 1758. 



Dag. I Thermo- 
meter. 



Wedcrsgefteldheid. 
's Morgens en Avonds. 



Barometer. 

's M. en Av. 



25 


79 


Helder 


29IL.4IL 




83 


Regen donder 


- 41 


26 


79 

78 


Betrokken regen 


- 4! 




82 


Betrokken 


- 3f 




79 






27 


79 


Betrokken regen 


- 4l 




83 


Regen 


" 4 




80 






28 


77 


Redelyk helder 


- 45 




83 


Regeii 


" 4 * 




80 






29 


77 


Betrokken 


- 4! 




82 


Helder 






79 






30 


79 


Regen 


- 4 




83 


Betrokken 


- 31 




80 






31 


78 


Betrokken 


- 3l 




84 


Redelyk helder 


" Si 




79 







Alle graden door malkander gereekend, maaken 
fchaars 80 gr. dagelyks. De grootfte hette in deeze 
maand is 86 gr. op-den 2. en'4. voorgevallen; zynde 
daareiiteegen de minitel warmte niet laager dan 76 gr. 
op den 18. 1.9. 20. aangeteekend. De Barometer 
heeft het hoogde 29I, Duimen 4J Lynen op den 14, 
en 22. geftaan, en den 29. op 3 Lynen, zynde het 
verfchil niet meer dan i| Lynen. 



Dag. 



APRIL, 1758. 



I Thermo- 
I meter. 



Wedersgefteldheid. I Barometer, 
's Morgens en Avonds, f 's M. en Ay- 



I 


78 

84 
80 


Redelyk helder 
Sterke regen, donder 


29§D.3|L. 
" 2* 


2 

t 


79 
81 

78 1 


Regen 
Betrokken 


4 

il 

ra 



APRIL, 



BERICHTEN, 19 



APRIL, 1758. 

Thermo- 1 Wedersgefteldheid. 
meter. I's Morgens en Avonds. 



Betrokken, 
's M. enAv. 



78 

83 
80 

79 
82 

78 

78 

83 
80 

78 
82 

79 

80 

83 
80 

79 
83 
79 

79 

82 

78 

79 
82 

79 

77 
82 

79 
79 

82 

78 
80 
82 

79 

79 

81 

78 

78 
81 

79 



Redelyk helder 
Regen 

Helder 

Regen donder blixem 

Helder 

Een weinig motregen 

Held ei- 
ster ke regen 

Zware reg. dond. blix. 
Betrokken 

Betrokken 
Redelyk helder 



Redelyk helder 
Betrokken - 


- 3§ 

- 2f 


Zware regen 
Betrokken 


- sf 


Betrokken 


- 4 




- 4 


Betrokken 


- 4 




- 3f 


Regen donder 
Betrokken 


- 4§ 

- 4# 


Bet. flauwe zonnefch. 
Regen 


- | 


Bet. flauwe zonnefch. 
Sterke regen 


[ - 4 
' - Al 



20|O 



58 



Ai 



Ai 
31 

4 
3 



oa 



3§ 



B 2 



APRIL, 



20 



BERICHTEN. 



APRIL, 1758. 



Dag. 


Thermo- 


Wedcrsgefteldhcid 


Barometer. 




meter. 


's Morgens en Avonds. 


's M. enAv. 


16 


78 


Bet. flauwe zonnefch. 


2rlD.4lh. 




82 


Regen 


~. 4 


17 


79 






79 




4 




81 




,x 




"^ 


4ï 




78 






18 


77 


Betrokken 


- 4ï 




80 


Geduurig regen 


4 




78 






*9 


77 


Regen 


: i 




81 


Zwaara regen 




79 






20 


77 


Zeer betrokken 


- 4i 




81 


Een weinig regen • 


- 4Ï 




78 






*i 


77 


Betrokken wind 


- AÏ 




80 


Betrokken 


- Al 




78 






22 


7<5 


Betrokken wind 


~ Al 




80 


Redelyk helder 


- 4* 




77 






23 


78 


Betrokken wind 


- Al 




81 


Regen donder 


4 




78 






24 


19 


Redelyk helder 


- 41 




82 


Regen donder 


4 




79 






25 


77 
83 


Helder 


" 4 






4 




» 78 






26 


76 
84 


■ 




xi/ 




4 




' m 


4 




79 






27 


78 




Al 




84 

77 


Sterke reg. doud. wind 


- Ai 


28 


Helder 


4* 


■ 


81 j 


Regen donder 


~ 4 




79 1 







APRIL y 



BERICHTE N. 



21 



Dag. 



A 

Thermo- 
meter. 



PRIL, 1753. 

Weders!i"efleldheid. 



Morgens en Avonds. I 's M. en Av 



Barometer. 



29 



30 



78 
82 
80 
78 
8i 
78 



Helde; 

Donder van verre 



Betrokken 

Redelyk he 



aer 



25I0.4 L. 

4 






Deeze gr. van de. Therm. door malkander geree- 
kend , leeveren ruim 79 gr. op eiken dag:degrootfie 
hette in deeze maand is 84 gr. op den 1. 20 en 27. 
getekend op den middag , de minde warmte 76 gr. 
op den 22 en 16. 's morgens. De hoogde trap op 
de Barometer is maar 29 Eng. Duimen 4I Lynen , 
op den 15. 20, 24 en 27. en de laagde 2§ Lynen pp 
den 9. wanneer over eene benauwde lugt, doorveele 
mehfchen geklaagd wierd,want het verfchil is 2 vol- 
le Lynen, het heeft 20 dagen gereegent, en met en 
zonder regen, 9 dagen gedonderd. 

M E I 9 1758. 



Dag. 


Thermo- 
meter. 


Wedersgedeldheid. 1 I 
's Morgens en Avonds. | 


Barometer. 

'sM.en Av. 


1 

2 


77 
81 

78 

77 
81 

19 

11 
82 

73 

19 
82 

79 

78 

8.3 

78 
78 
82 

77 


Redelyk helder 
Sterke regen donder 

Redelyk helder 


25ID.4 L. 

f. 2 

- 4 
4 






3' 




4 


4 


Helder 


4 

- 4 
.1 


5 


Redelyk helder 


44 

- 4 


6 


Helder 


7 4 
- 4 




B3 


4 
MEI 



22 BERICHTEN. 
MEI, 1758. 



Dag. 


Thermo- 


Wedersgefteldheid. 1 


Barometer. 




meter. 


's Morgens en Avonds, j 


's M.enAv. 


7 


79 


Betrokken 


29§D. 2 |L. 




83 


Zwaare regen 


- 3! 




79 






S 


80 
83 


Redelyk helder 


- 3^ 






4 




78 






9 


78 




*** 


' m ^ 


4* 




83 


■ ■■i ^ m^ 


- 4$ 




^^* 




79 






10 


78 


Helder 


- 4l 




82 




A 1 




78 


Betrokken 


4? 


11 


78 
83 


Weinig rcgcri 


- 41 
~ Ai 




79 


Helder 




12 


77 


1 


- Al 

- Al 




80 






? 8 l 
78 

82 




13 




4 

" 4 






14 


79 

80 

83 


Betrokken 


* 


Redelyk helder 


- 4* 
~ 4 


1; 


79 


Betrokken 




J o 


11 
. 83 
78 
78 
82 


Helder 


- 4 
" 4 


J<J 




" 4§ 




« 


" 4? 




79 
, 79 

83 






17 


Regen donde? 


" 4 

4 




78 




T^ 


18 


80 


Betrokken 


- ♦ 

- 4 




84 


Sterke regen 




80 






19 


80 


Regen 


4 




83 


Sterke regen 


" 4 



79 



MEU 



B'ERICHTEN. 






Dag. 



Thermo- 
meter. 



M E I, 175B. 

Wedersgefteldheid. I 
I 's Morgens en Avonds. | 



Barometer. 
's M.enAv. 



79 
83 
80 
76 

83 
79 
78 
83 
79 
79 
83 
80 

78 
82 

79 
79 

82 

78 

77 
83 

79 
76 

83 

80 

79 
83 

80 

7<5 
83 
79 
78 
8a 
80 
76 
82 
79 



Zwaare regen 
Donder blixcm 

Redelyk helder 
Sterke regen 

Helder 



Redelvk helder 



Betrokken 



Redelyk helder 



Regen donder 
Redelyk helder 



Helder betrokken 
Betrokken 

Helder 
Weinig regen 



29! D. 



3i 
3Ï 

31 

3§ 

31 

4 

4 

4 

4§ 
4| 



4l 
41 



ft 
4+ 



4i 
4* 



4l 

4£ 

4i 
4J 

4ï 



Deeze gr. onder malkander gereekend, leeveren 
ruim 80 gr. dagelyks; de hoogfte gr. van warmte is 
84 gr. op den i2 deezer aangeteeke,nd , de laagfte 

i's 



c 4 BERICHTEN. 

4 

5s 76 gr. op den 21. 27 en 29. gemeld. De hoogde 
gr. op de Barometer is 20§ Engelfe Duimen 4| Ly- 
nen, den 29. en de laagile 2| Lyncn op den 20. dag 
aangeteekend , zynde het vérichil 2 volle Lyüën. 
Tien dagen regen en 4 dagen donder. 

Den 14 May 1758 is ecne zwaarè Aardbeving of 
fchuddmg omtrent 's namiddags ten 4J uuren ge- 
voelt, in hecvighcid overtreffende die van voorleede 
Jaar omtrent 2J uuren nademiddag,op den 8 Augus- 
tus ontwaard , doch heeft deeze maar een minuut 
geduurd , daar do voorige van 5 minuten van 't 
Zuiden na 't Noorden langzaam beweegde , en deeze 
trillendervvyze en irregulier van beweeging was. 

7 ü N Y, 175S. 



Dag. 



Thermo- 
meter. 



Wcdersgefteldheid. 
's Morgens en Avonds. 



Barometer, 
's M. en Av. 



5 



77 
81 

79 
78 

81 

78 

77 
82 

79 
77 

7% 
8a 

80 

77 
83 
80 

'77 
82 

79 
77 
83 
80 



Helder 
Buijig 

Helder 
Buijig 

Redclyk helder 
Regen donder 

Rcdelyk helder 



Betrokken 
Weinig regen 

Redclvk helder 



Helder 



2 oiD. 4 f L. 



U 

5 
4§ 



4+ 



4l 



4§ 

4l 
4l 



4§ 
4* 



44 
4f 



JUNT, 



BERICHTEN. 25 



J U NY, 1758. 

Dag. | Thermo- [ Wedersgefteldhcid. 
j meier. I 's Morgens en Avonds. 



Barometer, 
's M. en Av. 



9 


16 
81 


Helder 


2QID.4IL, 

A I 






Az 




79 






10 


79 


Betrokken 


- Al 




81 


Sterke regen 


- Al 




80 






11 


7.6 


Zag'te regen 


- Ai 




81 




- Al 








79 






12 


75 


Betrokken 


- 4' 




81 


Helder 


- Al 




78 






n 


78 


Betrokken 


- 4§ 




81 


Helder 


"- Al 


14 


79 

78 
82 




/% 




Ai 




"^ 


Az 




79 


■ 




15 


77 


^» i, < 


4^ 




81 




Kt ^i 








78 






16 


77 




■- 4§ 








81 


Buijig 


- 41 




79 






17 


15 


Helder 


- 4ï 




81 


Zwaare reg.dónd.blix. 


- Al 




78 ■ 




1 


18 


78 


Betrokken 


- 41 




81 


Donder van verre 


- 41 




79 






19 


76 


Helder 


- 5 




82 




- 41 








79 






20 


78 


Redelyk helder 


- 41 




81 


1 ■ ■ » 


- 41 




78 


' 




21 


76 


Redelyk helder 


- 4! 




80 


Helder 


- 4i 




79 







Fi. £>£<?/; s 2, /M, 



26 BERICHTEN. 



J U N T, 1758. 

Dag. | Thermo- 1 Wcdcrsgcfteldheid. 
! meter. | 's Morgens en Avonds. 



22 



23 



24 



26 



27 



28 



29 



Barometer. 
' i M. en Ar. 



75 
81 

78 
78 
81 

79 
78 
81 

79 
76 
8r 

78 
7 Ó 

81 

77 
78 
82 

79 
77 
82 

79 
7 6 

81 

78 

76 
81 

78 



Helder 



Betrokken 
Buijig 

Redclyk helder 



Redelyk helder 
Rcgenbuij donder 

Helder 



29iL\ 4 |L. 
- 4l 



Wat betrokken 
Redclyk helder 

Helder 

Buijig regen donder 

Helder 

Buijig 

Helder 



4l 

4§ 



4i 
4i 

4§ 
A\ 

4§ 

4§ 



4§ 
4i 

4i 

4i 



4i 

41 

4i 
41 



Deeze gr. door malkander gcreekend, leeverenruim 
77 gr. op ieder dag. De hoogfte graad op de Therm. 
is ge wee ft 83 gr. den 6. en 8. van deze maand. De laag- 
fte 75 gr. »op den 17. en 22. deezer des morgens. 
De Baiomctcr heeft het hoogde geftaan 29I Duimen 
Eng. 5| Lynen, op den 2. van deeze maand, en 't 
laagfie van a\ Lynen op den 30. derzelve : zo dat 
liet ..verfehil maar I Lyn bedraagt. In deeze maand 
heeft het maar 12 dagen en niet fterk geregend en 
1 sgedondert. N B. Sommige meenen op den 17. deezer 
's Nagts eene Aardbeving gevoeld te hebben, maar ik 
heb 't niet bemerkt. By aldien het zo was, zoude 
mvne gisfing kracht krvgen. 

JULTy 



BERICHTEN. 27 



JU LT, 1758. 

Thermo-] Wedcrsgeiïeldheid. 
meter. 's Morgens en Avonds. 



Barometer. 

'sM.enAv. 



7-6 
81 

78 
76 
80 

79 
7 6 

80 

79 

?6 
81 

78 
76 
81 

19 
15 
80 

78 

11 
81 

79 
7,6 

8ï 

78 

78 
80 

19 

11 
80 

19 

78 
80 
78 

15 
86 

79 
75 
81 

79 



Helder 



Betrokken 
Helder 



Sterke regen 

Betrokken 
Buijig 

Redelyk helder 



Regen 
Betrokken 

Betrok, redelyk helder 
Buijig 

Betrok, redelyk helder 
Redelyk helder 

Helder 



29ID.4IL. 
41 

- 4§ 

- 41 

ê 

- 4 

4 
- 3§ 

4 

4 

4 

4 

4 

- 4 

4 

- 4 



4l 



4ï 



4l 
4l 



41 
4§ 



41 
4l 



C a 



. JULT, 



23 BERICHTEN. 



Dag. 



JU LT y 1758. 

| Thermo- 1 Wedersgefïeldheid. 
I meter. |'s Morcrcns en Avonds. 



Barometer, 
's M. en Av. 



H 

15 
16 

n 
\% 

19 

20 

21 
22 

23 
24 

25 

2Ö 



76 

80 

78 

74 
80 

78 

74 
80 

79 
75 
79 
78 
76 
80 

77 
76 
80 

78 
76- 
81 
79 

76 
8r 

79 

75 
81 

78 

77 
82 

79 
78 
81 

79 

78 

82 

78 
76 
81 

79 



Helder 



Betrokken 



Redclyk helder 
Helder 



Betrokken 
Redclyk helder 

Helder 

Hel. zwaareMaanEcl. 

Helder 



Donder van verre 

Helder 



Redelvk helder 



Helder 
Buijig 



- 4l 



4§ 



4l 



4Ï 

4l 



4É 
4 



4§ 



4! 
4| 



4| 



4+ 



4! 
5 



4* 



4l 



4i 
4i 



jum, 



BERICHTEN. 29 



ju Lr, i 75 3. 



Dag. 


Thermo- 
meter. 


Wedersgefteldheid. 
's Morgens en Avonds. 


Barometer, 
's M. en Av. 


27 
28 


70 
81 

73 
77 
81 

79 
76 

81 

79 
76 
81 

78 

77 
82 j 

70 ' 


Betrokken 
Helder 


2o§D.4§L. 

- Al 

aX 




As 

- Al 

- 41 


29 


Redelyk helder 


30 
31 


Helder 
Redelyk helder 


- 4l 

5 

- 5 

- 5 






5 



Deeze Graaden door malkander gereekend leveren 
ruim dagelyks 78 gr. uit. De hoogite gr. op de Ther- 
mometer is 86 en de laagfte 74, het eerfte op den 12 
's middags, en 't laatfte op den 15 en ió. deezer 's 
morgens. De Barometer heeft het hoogft 2c.§ En- 
gelfe Duimen en 5 Lynen geftaan,op den 20. 21. 22, 
23. 24. 25. 30. en 31. deezer, en de laagfte i\ Lynen 
den 4. deezer, 20 dat het verfchil van dezelve is i| 
Lynen. In deeze maand heeft het_ maar vyf dagen 
geregend en eens gedonderd , en is nogtans geen 
Aardbeving gevoeld, den 21. des avonds omtrent 
ic| uuren is hier een compleete Maan-Eclips ge- 
zien, die geduurt heeft tot by na 12 uuren. 

AUGUSTUS, 1758. 
Dag. 



Thermo- 1 Wedersgefteldheid. 
meter. I *s Morgens en Avon is. 



Barometer, 
'sM.en Av. 



78 
8a 

79 
77 
81 



Wat betrokken 
Redelyk helder 

Wat betrokken 
Zwaarereg.dond.buij, 



D. 



5 L. 
5 



C 3 



5 t 

J u- 



3 o BERICHTEN. 



AUGUSTUS, 1758. 



Dag. 



Thermo- 
meter. 



Wedersgeftcldheid. I Barometer, 
's Morgens en Avonds. | 's M. en Av. 



10 



11 



ja 



13 



14 



15 



75 
80 

79 

76 
86 

78 
76 
8(5 

79 
76 
84 
80 

75 
84 

79 

76 
84 
80 

77 
81 

78 

77 
8a 

79 
7 Ö 

83 
78 
75 
81 

79 

'76 

84 
80 

75 
87 
79 
77 
86 

78 



Helder 


2Q§ 


Ö.5IJU 






5 




- 


5ï 




5 




5 






5 


Wind 


_ 


5 


■ 


- 


Al 


Helder 


- 


Al 

. T 






41 . 


' '■ iets winderig 


- 


Al 
Al 


Helder . 
Betrokken 


- 


Al 
Al 


Helder 


- 


Al 




*" 


4 


> 


- 


4 


' ,' '■• 


- 


4 


— — • 


_ 


4 


r 


"" 


4§ 
> 1 





- 


As 
Al 


1 


- 


Ai 




Al 


Regen donder 


Al 
Al 



A U- 



BERICHTEN. 31 
AUGUSTUS, 1758. 



Thermo- 
meter. 



Wedersgefteldheid 
's Morgensen Avonds. 



IÓ 


.77 




! 86 




79 


17 


77 




86, 




78 


iB 


77 




85 




79 


19 


76 




82 




78 


20 


75 




86 




79 


21 


76 




84 




79 


22 


77 




«4 




80 


23 


76 




82 




78 


24 


75 




82 




79 


25 


76 




86 




78 


20 


77 


• 


85 




79 


27 


75 




82 




78 


2? 


76 




" 84 


,J 


79 



Helder 



I 



Regen donder 

Helder 
Mooi wee? 

Helder 
Mooi weer 

Hel der 
Mooi weer 

Helder 
Mooi weer 

Helder 
Mooi weer 



Barometer. 
's M. enAVi 



29§u.4|L. 

- aY 

- Al 

- 41 

- Al 

- 41 

- 41 

- 41 

-' Al 

- 41 

- 41 

- Ai 

- 4§ 

- 41 



4f 



4§ 



41 

4§ 



41 
41 



4 f 

4i 



41 



41 

41 



\ 



^ £/• 



3* 
Dag. 



BERICHTEN. 



AUGUSTUS, 175S. 



Thermo 
meter 



Wcdcrsgeftcldheid. 
's Morgens en Avonds. 



Barometer, 
's M. en Av. 



29 



30 



3* 



86 
79 

77 
84 
78 
77 
83 
79 



Motregen 
Redelyk helder 



Motregen 



29ID.4IL. 

- 41 

- 4§ 

- 4| 

- 4 
- 5 



De gr., pp de Thcrm. door malkander gereekend, 
gceven r'tiim 79;.gr. op eiken dag, waar van de hoog- 
lle in decze maand geween: is 87 gr. op den 14. dee- 
zcr, en de laagfte 75 gr, op den 3. 7. 12. 14. 20. 24. 
en 27. deezer. De hoogfte graad op de Barometer is 
geweeft 2o§ Eng. Duimen 5J Lyn, op den 2. 3. en 
4 deezer , en de laagfte was 4J Lyn, op den 22. van 
dezelve : zo dat het verfchil niet meer als een Lyn 
bedraagt, ook heeft het in deeze maand niet meer 
dan 5 dagen geregend en 3 gedonderd. 

SEPTEMBER, 1758. 

Wedcrsgefteldheid. I Barometer, 
's Morgens en Avonds. I's M. en Av, 



Dag. 



1 1 



3 
4 
5 
6 



Thermo- 
meter. 

77 
84 
79 
77 
83 
78 
77 

, 8 4 
79 
77 
85 
80 

78 
86 

79 

73 
82 

78 



Helder 



29ID.5 L. 



*T4 



41 

4i 

4! 

41 

41 
41 

4 I 
4i 



'4* 

SEP- 



BERICHTEN. 

SEPTEMBER, 1758. 



Dag. jThermo- 



ïnerer. 



10 



n 



12 



14 



16 



17 



19 



77 
82 

79 

77 
84 

73 

77 
82 

79 

77 
83 
78 
79 
83 
79 
79 
83 
79 
80 

83 
80 

78 
83 
79 

77 
83 
78 
77 
83 
79 
80 

83 
78 
78 
83 
79 
79 
86 



Wedcrsgcfteldheid. 
's Morgens en Avonds. 



Barometer, 
s NL en A.v. 



Helde* 



Regen 



Wat betrokken 
Betrokken 

Wat betrokken 
Betrokken 

Rcdelvk helder 



Betrokken 



Red.-?- 'k helder 



79 
VI. Deels , 2 



Betrokken 



■■y* 



Helder 

Betrokken 

Regen donder blixem 

Recielyk helder 

» — ■ ' ■■ 



Betrokken 
Sterke regen 

[luk. 



Al 
Al 



Al 

Ai 

Al 
41 

Al 
4i 

4 

Al 

Al 
Ai 



Al 
41 

Ai 
41 

41 

41 

5 

4l 

S% 
Al 

Al 

Ai 



D 



SEP- 



34 BERICHTEN. 
SEPTEMBER, 1758. 

Dag. I Thermo- 1 Wedersgefteldheid. I Barometer. 
I meter. | 's Morgens en Avonds. | 's M.enAv. 



20 


77 
82 


Betrokken 


29I 


D, 4|L. 

41 






— 




78 








21 


77 




- 


41 








84 


^^ 


- 


4i 








79 








22 


78 


Melder zonnefchyn 


- 


4§ 




82 


Sterke regen 


- 


4§ 




79 








23 


77 


Zeer betrokken 


_ 


Al 




82 


Helder 


- 


4§ 




79 








24 


78 


Rcdelvk helder 


. 


4i 




84 


Helder 


- 


4i 




78 

78 

83 








2 5 




~ 


4i 

/1 3 






■* 


4* 




79 








26 


78 
83 


/ 


- 


5 


•£ \J 










5 




79 








27 


78 


- 


- 


5 




84 


Reg.dond-de geh.nagt 


- 


4| 




79 








28 


78 


Regen 


■" 


5 




82 


Betrokken 




5l 




78 








29 


77 
82 


Helder 


- 


5 




r 


— 


S 




79 


-~ 






30 


76 


Wat betrokken 


- 


5 




82 


Redelvk helder 

J 


- 


5 



79 

Deeze graaden door malkander gereekend leeveren 
voor ieder dag ruim 70-gr. De grootftewarmteis86gr. 
op den 5. en 19. des middags geweeft en de minfte 
warmte 76 gr. op den 30. DeBarom. heeft het hoogfte 
op 20§ Eng. Duimen 5§ L. op den 28 deezer, en 't 
laagfte op 4J Lyn,den 7. 8. 9. en 12. geftaan; zynde 
het verfchil niet meer 1, als i|Lyn. In deeze maand 
heeft het maar 6 dagen geregend en 2-gcdond- rei. 

OCTO- 



BERICHTEN. 



O C T O B E £,'1758. 



Dag. 



Thermo- 
meter. 



Wedersgefteldheid. 1 Barometer, 
's Morgens en Avonds. | 's M. en Av. 



4 
5 
6 

7 
8 



10 



11 



12 



13 



76 
82 

78 

77 
82 

79 
78 
82 

79 
76 
82 

78 

77 
82 

79 
78 
83 
78 
\6 
82 

79 
78 
82 

79 

76 

83 

79 

77 
82 

78 
76 
82 

79 

78 
82 

79 

78 
83 
79 



Redelyk helder 



Betrokken 



Redelyk helder 



Redelyk helder 
Regen 

Redelvk helder 



Wat betrokken 
Redelyk helder 

Redelyk helder 



Regen donder 
D 2 



2C§D.5|L. 

- 5 

- 5 

- 5 



41 
5É 



51 



5^ 



5 

4l 



ü3 

4 ? 



4! 

4 

4Ï 
41 



41 

4l- 

4l 



4l 
41 



4i 

4^ 



OCTO' 



Só 



BERICHTEN. 



O C T O B E R, 1758. 



Dag. 



Thermo- 
meter. 



Wcdersgefteldheid. 
's Morgens en Avonds. 



Barometer, 
's M.en Av. 



H 


77 
83 
78 
76 
82 

79 
78 
82 
80 
78 
81 
78 

77 
82 

79 
78 
82 

79 

78 
82 

79 

77 
82 

78 

77 
81 

78 
76 
82 

*79 
73 
83 

79 
80 

8.3 

79 

■t 79 
82 

80 


Betrokken 

Regen donder 


2o§Ü ^h. 

- 5 

.1 


15 




4s 

- M 

- 4l 

" 4 


i'jf 

17 


Rctrokkcn 
Regen 




4ï 

V» 3 


18 
19 




4+ 

- ,r 


Rcdclyk helder 

Regen 
Redelyk helder 


4ï 

- 4l 

" 5 

- 4i 

.3 






43 
- 4j 






21 




" 4§ 






" 4* 


22 




" 5 


23 


Wat betrokken 

Rcdclvk helder 

• 


4f 

" 5 
" 4l 


24, 




- 5 


2 o 

26 


Betrokken 
Redelyk helder 

Betrokken 


" 4| 

4+ 

- 5 

" 5 

- £ 



OCTO- 



\ 



BERICHTEN. 37 



O C T O B E R, 1758. 



Dag. 



Thermo- 1 Wedersgedeldheid. 
meter. ] 'sMorgensen Avonds. 



Barometer. 
's M. en Av. 



2 7 
28 
29 
30 



77 
81 

79 

70 

81 
80 

78 
80 

79 
76 
81 
78 
78 
81 
79 



Regen donder 
Betrokken 

Betrokken 
Mseft regen 

Regen 
Meert regen 

R^delvk helder 



Betrokken 



Ï9§£).5 
5 



5| 



5i 



5 

5 

4§ 



41 



Dceze graaden, door malkander gereckend, bren- 
gen ruim 77 gr. op eiken dag. De hoogde gr. van 
warmte in deeze maand is maar 83 gr. op de mid- 
dag van den 6. 9. 13. 14. 24 en 25. bemerkt, en 
de minde is maar 76 gr. op den morgen van den 
1. 4. 7. 9. 11. 15. 23. 28 en 30. aangeteekend. 
'De Barometer heeft het hoogde gedaan op 2o§ 
Eng. Duimen en 5§ Lynen,- namentlyk op den 29. 
deezer, en 'tlaagd 4! Lyn, op den 13. 14. 15 01120. 
van deze maand, zynde het verfchil al wederom niet 
meer als 1 J Lyn. In deeze maand heeft het 7 dagen 
geregend , en maar 2 gedonderd. 



NOVEMBER, 1758. 



Dag. 



Thermo- 
meter. 



Wedersgefteldheid. I Barometer, 
's Morgens en Avonds.' I's M. en Av. 



77 
81 

78 

78 
82 

79 



Betrokken 
Regen donder 

Betrokken 
Regen 

t> 3 



2 9 §D.4|L. 

- 4i 

- 4l l 

- *£ 

N O- 



38 BERICHTEN. 



NO V E M B E R, 1758. 

Dag. j Thermo- 1 Wedersgefteldheid. I Barometer. 
I meter. | 's Morgens en Avonds. | 's M. en Av. 



3 


76 


Betrokken 


2 9 §L>. 4 iL. 




81 

7? 
78 


Regen 


- il 


4 


Betrokken 


- 31 




81 


Sto f regen 


- 4 




79 






5 


7 6 


Betrokken 


- 4 




81 


Veel regen 


- 4 


6 


76 


Betrokken 


- 4 




82 

78 

77 


Regen donder 


" 4§ 


7 


Betrokken 


- 43 




81 


Regen donder 


- AÏ 




79 






8 


74 


Redelyk helder 


- ' 4§ 




81 
78 
77 
81 


Regen donder wind 


" 4Ï 


9 


Redelyk helder 


" 4§ 

— M 3 






44 




79 






10 


77 


Deinzig 


- Ai 




81 


Regen donder 


- 41 




78 






11 


78 


Betrokken 


~ 5 




81 


Redcl. held. rcg.dond. 


- 5 




79 






13 


75 


Betrokken 


- 5 


• 


82 


Redelyk helder 


~. 4 * 




78 . 






13 


78 


^^m ~ ■ 


- 5 


«^™ 




81 




- Ai 

- Al 


14 


79 
78 


Betrokken 




81 


Droppel regen 


- Al 


15 


79 
78 


Zeer betrokken 


- Ai 




81 


Regen zwaare dond er 


- Al 




79 







NO- 



BERICHTEN. 



39 





NOVEMBER,!'? 


'58- 


Dag. 


Thermo- 


Wedersgefteldheid 


Barometer. 




meter. 


's Morgens en Avonds. 


's M. enAv. 


16 


77 


Zeer betrokken 


2q§D.4*L. 




81 


Regen zwaare donder 


- Al 




78 






i| 


76 


Zeer betrokken 


- Al 




81 


Zachte regen 


- Al 




79 






18 


76 


Rcdelyk helder betr. 


- Al 




80 
-78 


Motregen 


- 41 


19 


77 


Betrokken 


- Al 




81 


Regen donder 


- Al 




79 






20 


77 


Redelyk helder 


- Al 




82 


'sAvonds fterke weerl. 


- Al 




72 






21 


79 


Redelyk helder 


- Al 




83 


Regen 


- Al 


22 


79 

77 
82 


Redelyk helder 


- 4! 

A I 






. ~ 42 




78 






23 


79 
83 


Helder 


- 41 

. T 






- Ai 




80 




1 

: 


24 


79 


■ 


1 - Al 




82 


Sterke regen 


' - 41 




79 




1 


25 


7« 


Helder 


- 41 




82 


Sterke regen 


l " 4 


aö 


79 
78 


Betrokken 


: - Al 




82 


Regen 


0* 




78 






37 


# 


Betrokken 


3^ 




81 


Regen 


■ _ "3 
3* 




79 


* 


| 


28 


78 
82 


Betrokken 


i " 4 






', " 4 




80 | 







N O, 



40 



BERICHTEN. 

NOVEMBER, 1758. 



Dag. 1 Thermo- 
meter. 



Wedcrsgcfceldheid. 
's Morgens en Avonds. 



.a-ometcr. 
's M. en \v. 



29 



3o 



77 
83 
79 
78 

83 

80 



Betrok, redelyk helder 
Regen 

Betrokken 
Helder 



29|U. n *L. 
4 

- 4% 

- 1 

Dl 



Deczc door malkander gereckend bedraagen ruim 
75 gr- op eiken dag. De hoogftc gr. op den Ther- 
mometer is wederom maar 83 gr. op den middag, den 
Si. 23. 29 en 30. aangeteckend , en de laagRe van 
74 gr. op den 8. van dcezc maand. , De Barometer 
ftond het hoogfte op 29! Eng. Duimen en 5 Lyncn, 
namentlvk op den 11. 12 en 13. deezer maand, en 't 
hoogft il Lyncn, den 3. 4. 26 en 27. van dezelve, 
zynde het verfchil i\ Lyn. Dccze maand heeft 21 
dagen met regen en 7 met donder gelcevert. 



DECEMBER, 1758. 



Dag. 



Thermo- 
meter. 



Wedcrsgcftc'tdhcid. 
's Morgens en Avonds, 



Barometer. 

M.en Av. 



3 
4 
5 
6 



79 
83 
80 

77 
83 
79 
79 
82 

78 



80 

.76 

82 

79 

74 
82 



Helder 
Regen 

Betrokken 
Redelyk helder 



[as-lf 3fL 



Zachte regen 

Bet-rokken 

Zachte regen donder 

Betrokken 

Helder 

Helder 

Sterke Z\V wind 



3! 
4 

3i 



o* 



4 
4 

4 
4 

DE- 



BERICHTEN. 



41 



D E C E M B E R, 175$. 

Dag. I Thermo-! Wedersgefteldhe'id. | Barometer. 
I meter. I's Morgens en Avonds.] 's M. enAv. 



75 
82 

79 
76 
8i 
"8 

77 
84 

80 

79 
23 
79 
77 
81 

78 
78 
82 

79 
7 6 

80 
78 
77 
83 
79 

77 
81 

78 

77 
82 

79 
77 

79 

7<* 
82 

79 
77 
83 
79 
VL Deels, 



Helder 



Betrokken 



Helder 



Sterk betrokken 
Redelyk helder 

Sterk betrokken 
Regen 

Betrokken 

Sterk betrokken 
Regen 

Sterk betrokken 
Reg. metzwaare wind 

Betr. zwaare wind 
Regen 

Betr. zwaare wind 
Regen donder 

Redelyk helder 
Reg. en donderbuijen 

Redelyk helder 



z.ftuL 



E 



2ofD.4 L. 

- 4 

- 4 

- 4 



3| 



4 
4 

4l 

42 

4* 
41 

41 
41 

41 

4l 

4| 

41 

4? 
4l 

4I 
41 



41 
4 

JDJS- 



4* BERICHTE FT. 



DECEMBER, 1758. 



Dag. 


Thermo- 


Wedcrsgcftcldheid. 


Barometer. 




meter. 


['s Morgens en Avonds. 


's M.enAv. 


• 20 


78 


Betrokken 


2J§Ü. 4 L. 




81 


Buijig 


4 




Tl 




■ 


:r 


75 


Zvaarc rcgen< 


- 4? 




81 


Regen 


- S 




79 






n ^» 


78 


Zeer betrokken 


- 4ï 




80 


Buijig 


- '3l 




78 






23- 


74 


Zeer betrokken 


- Z% 




81 


Helder 


4 




79 




* , 


-4 


77 


Zeer betrokken 


Ai 




81 
78 


Buijig 


4 


25 


/ ö 
75 
82 

79 


Redelyk helder 


- 41 

- 4 

4 


26 




75 






82 


Buijig 


- 4 




78 






27 


75 


Redelyk helder 


4 




82 


Buijig 


4 


28 


79 
7f 


Betrokken 


4 




82 

78 
75 
79 


Buijig 


4 


29 


Regen donder blixem 


- 4 
. t 






4s 




1 76 






30 


75 


Redelyk helder 


- 4f 




81 
78 
77 


Buijig met donder 


- *ï 


3$ 


Zeer betrokken 


- 4| 




78 


Regen 


- 5 




77 


■ 





Decze door elkander gereekeud, brengen fchaars 
79 gr. op eiken dag. De hoogde gr. op de Tberm. 
bedraagt 84 gr. op deug. van deeze maand, aangete- 
kend 



BERICHT E N. 43 

fccn.i cp de middag, en de taagfte-gr. van dezelve 
is 74 gr. op dca 6. en 23. deczer , des morgens. 
De Baromei ?r is ia deeze maand het hoogfle geltec- 
gen tot 2c| Eng. Duimen en 5 Lynen,op den 31 
dcezer, en ' laagJr. s| Lynen op den 1. en 3. der 
maand, zynde het verfchïl maar i| Lyn. Deeze 
maand heèit 20 dagen met regen, en .5 met donder 
gehad. 

Generaal uittrekfel, van de waarneem'mgen in 't 
Jaar 1758. op de Thermometer en Barometer van 
Prins gedaan, waar van de 1. Colom de maanden; 
de 2. Colom de hoogfte graaden op de Thermometer; 
de 3. Colom de minfte graaden op dezelve; de 4. Cu- 
lom de door elkander gereekenic graaden van ieder 
maand, en het daar uit ontftaanc ruuwe facit op ei- 
ken dag van de maand ; de 5. Colom, de hoogfte 
aanwyzinge van de Barometer in eiken maand; de 
6. Colom, toond aan de laaglte aanwyzinge van de 
Barometer op eiken maand; de 7 Colom, het getal 
der dagen van elke maand als 't gercegend heeft; en 
eindelyk de 8. Colom, het getal der dagen van ei- 
ken maand wanneer het gedonderd heeft. 

„Colom 1. C.2. C. 3. C.4. Cc. C.6. C.7.C.8. 

January. S6 75 79 29D.5 3ï ' 2 7 8 

February. 86 76 80 5 §f 16 4 

Maart. 86 76 80 4? 3 12 4 

April. 84 76 79 45 25 jflo ' 9 

May. 84 76 80 4^ 2 f 10 4 

Juny. 83 75 77 5 i 4f 12 5 

July. 86 74 78 5 3t 5 ' l 

Auguftus. 2j 75 79 $» 4* 5 3 

September. 86 76 79 4| 45 62 

■ OÖobcr. 83 76 77 5l 4ï 7 > z 

November. 83 74 75 5 3 f .21 -? 

December. 84 74 79 5 .3^ 20 5 

Alle de graaden van den Thermometer door jpiL» 
kander gereekend in 't gehcele Jaar , leeveren dage- 
lyks omtrent 783 gr. In de maand Auguftus des 
middags is de grootfle nette 87 gr. op de Ther- 
mometer aangemerkt , en de minfte warmte 
74 gr. in de maanden July , November en December 

E 2 * des 



44 



BERICHTEN. 



des morgens. Op de Barometer , is het hoogfte ge- 
weeft 2of Eng. Duimen en 5§ Lynen , in de maan- 
den September en Oftober , en 't laagfte 29! Eng. 
Duimen, en 2 § Lynen. Zo dat het geheele verfchil 
op de Barometer het geheele Jaar niet meerbedraagd 
als 3 Lynen, gaande 12 derzelver op een Eng. Duim. 
In dit gepasfeerde Jaar heeft het 161 dagen geregend 
en 54 dagen gedonderd , 't welk hier in deeze landen 
en warme geweften de lucht ongemeen tempert en 
verdragelyker maakt. 

JANUARI, 1759. 



Dag. 


Thermo- 
meter. 


Wedersgefteldhc'd. 
I's Morgens en Avonds. 


1 Barometer. 
I'sM.cnAv. 


i 

/■» 

•* 

9 

4 

5 
6 


75 
81 

78 

77 
81 

79 
76 

82 

78 

77 
82 

77 
76 
81 
78 

75 
80 

, 78 

* 7Ó 

82 

77 
76 
81 

77 
76 

82 

79 


Redelyk helder 
Zonnclchyn 

Redelyk helder 
Regen donder 

Betrokken 
Regen donder 

Betrokken regen 
Redelyk helder 

Betrokken regen 
Regen 


2pfD. 4 §L. 

- 4i 

- 4f 

- 4 

- ti 

- 4i- 

- 4l 

- 4 

- 4Ï 

- 4 * 

- 4l 

- 4§ 

- i 

4a 

- 4f 

- 41 

- 4l 


7 
8 

9 


Redelyk- helder 

Regen 

Redelyk helder 

Regen 
Zonnefchyn 

Redelyk helder 




• 


- 4* 



JA- 



BERICHTEN. 45 



J A N U A R T, 1759- 



Dag. I Thermo- 1 Wedersgefteldheid. 
I meter, j's Morgens en Avonds. 



76 
82 

73 

7 6 
81 

77 
7 Ó 

81 

78 

77 
81 

79 

76 
80 

78 

76 
80 

19 
76 

79 

77 
75 
80 
76 

76 
80 

77 

77 
81 

78 
78 
79 
77 
76 
80 

78 
76 
81 

79 



Redelyk helder 
Regen donder 

Redelyk helder 
Regen donder 

Betrokken 
Redelyk helder 

Betrokken wind 
Regenbuijen 

Betrokken helder 
Regen donder 

Regen 
Buijig 

Regen 



Regenbuijen 



Zeer betrokken 
Regenbuijen 

Betrokken 
Redelyk helder 

Betrokken 
Regenbuijen 

Redelyk helder 
Zwaare regen donder 

Betrokken redel.held. 
Buijig 

E 3 



Barometer, 
's M. en Av. 

a 9 |D.4Ü^ 

- 4§ 

■ - 4§ 
• - 45 

j - 4ft 

- 4f 

4i 
4i 

41 

41 



5'! 



5 

5 

5 
4f 

4§ 
4s 

4| 

45 

41 

41 

s 



41 
Al 



Al 
A\ 

J i- 



4<* BERICHTEN. 



J A N U A R T, 1759. 



Dag. I Thermo- 
meter. 



Wedersgcfteldheid. 
's Morgens en Avonds. 



Barometer, 
's M. en Av. 



24 

25 

26 

2 7 
28 

29 

30 

Si 



7 6 
81 

77 
77 
79 

78 
76 

7» 
75 
74 
7S 
76 
74 
79 
75 
76 
79 
76 
78 
80 

79 
76 
79 
75 

77 
80 

78 



Redelyk helder 



Regen 



Sterke regen 

's Avonds redel.held. 

Sterke regen 

's Avonds redel. held. 

Sterke regen 

's Avonds rcdcl. held. 

Redelyk helder 



Betrokken 
Buijig 

Betrokken 

Sterke regen donder 



29i 



4 

4§ 

Ai 

45 

4$ 

4| 

4* 



41 



4£ 



Betrokken 
Buijig 



) 



4i 

4$ 

41 

Ai 

Ai 

Al 



Deeze door malkander gereekend doen 77 gr. op 
eiken dag. De hoogfte graad in deeze maand op de 
Thermometer is maar 82 gr. op den 3. 4. 7. 9. 10. 
aangeteekend, en de laagfte gr. is 74 gr. op den 26. 
en 27. van dezelve. De Barometer heeft het hoog- 
fle g'eftaan op 2o§ Eng. Duimen en s| Lynen, op 
den 15. deezer aangeteekend , en 't laagfte op 4 Ly- 
nen, den 2. 4. en 23. Deeze maand heeft 25 dagen 
met icgen gehad en 7 met donder. 



FE* 



BERICHTEN. 



47 



F E B R U A RY, 1757. 



Dag. 1 Thermo- 1 Wedersgcfteldheid. 
I meter. | 's Morgens en Avonds. 



Barometer. 

's M. en Av. 



7Ö 

80 
78 
7i 
79 
77 
73 
79 
78 
78 
80 

79 

77 
80 

77 
77 
81 

78 
78 
81 

77 
78 
81 
78 
78 
80 

77 
76 
78 

76 
80 

7 l 
78 

81 
79 

81 

78 



Redelyk helder 
Sterke regen 

Sterke NW w. veel r. 
Redelyk helder 

Regen 
Redelyk helder 

Betrokken 
Mooi weer 

Betrokken regen 
Redelyk helder 

Betrokken regen 
Redelyk helder 

Betrokken regen 
Redelyk helder 

Regen donder 
Redelyk helder 

Regen en donker 
's Avonds redel. held. 

Regen en donker 
's Avonds rede^ held. 

Betrokken 

Buijig 

Betrokken 



Redelyk helder 
Regen donder 



29§D.4f Li 

- 4l 



4a 



4Ï 

Aï 

4$ 

41 

4i 

4l 



4? 



4l 



ff 



3i 



4 
4 

il 



si 

31 



.F JE- 



48 BERICHTEN. 



FEBRUJRT, 1759. 

Dag. 1 Thermo- Wedersgefteldhcid. 1 Barometer. 
I meter. 's Morgens en Avonds. j'sM.^11 Av. 



14 
15 

16 

17 
18 

19 

20 
21 
22 

23 
24 

25 

26 



76 
80 

-77 

74 
78 
76 
76 
80 

77 
76 

79 
76 
76 

79 
77 
\6 

79 
78 
76 
80 

77 
78 

79 

77 
7ö 

79 
78 
77 
78 
77 
75 
79 
70 

76 
80 

77 
77 
80 

78 



Sterke regen 
Regen donder 

Sterk betrokken 
Regen 

Sterk betrokken 
Regen fterk betrok. 

Sterk betrokken 
Rcgenbuijcn 

Redelyk helder regen 
Regen 

Zeer betrokken 
Rcgenbuijcn 

Regen 
Buijig 

Regen 
Buijig 

Betrokken 
Regen buijen 

Sterke regen 
Betrokken 

Betrokken regen 
Betrokken 

Regen 
Redelyk helder 

Betrokken 
Buijig 



2ofD.3iL. 

- 4 

- 4l 

- 41 

- 4§ 

- 4* 

- 4Ï 

- 3 

- 41 

- 4f 

: ^ 

4a 

- 4l 

- il 

- 4§ 

- 4f 

4i 

- <ï 

- 4i 

- 4i 

- 4! 

- i 

' -4* 

- 4| 



BERICHTEN. 



49 



FEBRUARI, 1759. 



Dag. 


iThermo- 
1 meter. 


Wcdersgefteldheid. 
's Morgens en Avonds . 


Barometer;, 

's M.en Av. 


27 
■58 


78 
80 

77 

77 
2o 


Zeer betrokken 
Regenbuijen 

Helder 

Een weinig regen 


294B. 4IL. 

— A 3 

/ 'S 



76 

Deeze door malkander gercekend , maaken ruim 
78 gr. op eiken dag. De hpogile g:\aad op de Ther- 
mometer is 's middags, op den 6. 7.8. 12 en 13. van 
deeze maand , maar 8 1 gr. aangeteekend , en de mm- 
ften 's morgens op den 2. deezer 71 gr. De Baro- 
meter heeft liet hooglïe geftaan op den 23. 24. 25. 
27 en 28. van deeze maand, namcntlyk op 29! Eng: 
Duimen en 4! Lynen, en 't laagfte op" den 9. 11. i2; 
13 en 14. van dezelve, zynde 1% Lynen, beftaande 
'r~gehcele vetfchil maar in 1 Lyn. In deeze' maand 
heeft het 26 dagen geregend en 3 gedonderd. 



M AART, 1759. 



Dag. 



Thermo- 
meter. 



V\ 7 edersgef!:eldheid. ] Barometer: 
's Morgens en Avonds. | 's M. en Av ; 



3 
4 

5 



81 

79 
78 
80 

72 

77 
80 

79 
7 Ó 
80 

77 
78 
80 

79 



Regenbuijen 
Betrokken 

Zeer betrokken 

Regen 



Buijig 

Zeer betrokken 



Regen 



2o|D.^. 



41 

Al 

4§ 
4 

4 
4 



MAART 



? 



5° 



BERICHTEN. 

MAAR T, 1759- 



Dag. Thermo- 1 Wedersgefteldheid. i Barometer, 
meter, j's Morgens en Avonds. | 's M. citAv. 



7 

3 



10 

ir 

12 

H 
*5 
i6 

17 
18 



78 
81 

78 
78 
80 

78 

77- 

79 

73 

7<S 

80 

77 
77 
81 

73 
78 
81 

79 

77 
82 

79 

78 

81 

78 
77 
83 
78 
73 
81 

79 

77 
81 

78 

77 
82 

79 
77 
81 

78 



iegen, redelyk held. 
Zwaare regen donder 


29U 


ML 
4 






- 


Al 
4 


Rcdciyk helder 


Zwaare regen d 


onder 


-_ 


4f 

4 




Regen 
Redelyk helder 




- 


41 

4 


Helder 




- 


Al 
4 

/X 

41 


Helder 
Regen donder 




- 


Helder 




- 


41 
41 






*■ 


4| 

4§ 


Buijig; 



Mooi weer 



Redelyk helder 
Regenbuijcn 

Regen betrokken 
Buijig 

Betrokken 
Helder 

Redelyk helder 
Helder 



41 
41 

Al 
4 

4f 

4f 

4§ 
41 



- 41 
.- 41 

MAART, 



BERICHTEN. 51 



MAART, 1759. 



Dag. 


Thermo- 


Wedersgefleldheid 


Barometer. 




meter. 


's Morgens en Avonds. 


's M. enAv. 


19 


73 


Redelyk helder 


20§D.4|.L. 




82 


Donder van verre 


" . 45 




78 






20 


78 


Redelyk helder 


- 45 




81 


Buijig 


- 4§ 




79 






21 


77 


Redelyk helder 


- Al 




82 


Buijig 


- Ai 




78 






22 


70 


Redelyk helder 


5 




82. 


Mooi weer 


5 




79 






23 


73 


Redelyk helder 


5 




33 


Mooi weer 


- Ai 




78 






24 


73 


Redelyk helder 


- Al 




12 


Regen donder 


- Al 




79 






25 


77 


Redelyk helder 


- Al 




81 


Betrokken 


- Al 




79 






16 


77 


Wat betrokken 


- Al 




81 


Redelyk 'helder 


- . 41 




78 






-1 


77 


Wat betrokken 


5 . 




83 


Regen donder 


- 41, 




79 






28 


77 


Redelyk helder 


" Ai 




82 


Buijig", regen donder 


- Ai 




78 






29 


76 


Zeer betrokken 


- 4J 




80 


Sterke regen 


- Ai 




79 






3° 


77 


Betrokken 


- '1 




80 


Buijig 


dg 




73 






3 r 


76 


Redelyk helder 


- Al 




ui 


Mooi weer 


4s 




78 










F 2 


Door 



r~ 



BERICHTEN. 



Door malkander gereckend , komen febaars 79 gr, 
op eiken dag. De Thermometer heeft cp den middag 
14. 23 en 27. het hcoglle geftaan op 83 gr. en 
't laagit 's morgens den 4. 9. 22. 29 en 31. op 76 gr. 
De Barometer heeft het hoogfi/j gedaan op 2;} 
Eng. Duimen en 5 Lyncn, den 22. 23 en 27. van 
de maand, en 't laagit op 4 Lyncn, den 5. 6. 7. 8. 
9. 10' en 15. van dezelve, zynde het verfchil maar 
1 Lyn. Dcczc maand hcou 21 dagen gehad met re- 
gen , en 7 dagen met donder. 

APRIL, 1759. ' 



Dag. 


Thermo- 


1 Wcdersgefteldhcid. 


Barometer 




meter. 


I'sMorgeiisen Avo 


.I.en A . 


1 


78 


Redelyk hekier 


2p£D.*|L 




81 


's Avonds regen. 


- 4f 




79 






2 


77 


Redelyk helder 


- 4* 




80 
78 

77 


Buijig 


- 4 


3- 


Redelyk helder 


- 4 




81 


Buijig' 


- 33 




79 






4 


77 


Zeer betrokken 


4 




80 


Redelyk helder 


- t£ 




78 






5 


77 


Redelyk helder bctr. 


- 4! 




81 


Buijig dond. van verre 


- 41 




79 






6 


77 


Betr. donder van verre 


- 4| 




81 


Regen 


- 4J 




' 78 






m 


78. 




- 4^ 


i 






81 


Redelyk helder 


4 




79 






8 


79 


Betrokken 


~ 4 s 




82 


Helder 


- 3! 




78 




si 


9 


78 
83 




_ 




: 3i 




78 




3| 



JPR1L , 



BERICHTE 

APRIL, 1759. 



N. 



Dag. 


Thermo- 


Wedersgeftcldheid. 


Barometer. 




meter. 


's Morgens en Avonds. 


'sM. 


enAv. 


10 


80 

83 


Helder 


29ÏD.4 L. 








•t 




79 

79 
- 84 




- 




11 




4 

. r 






43 




80 








12 


78 


Wat betrokken. 


_ 


41 




i 

82 


Sterke regen donder 


- 


45 


13 


79 
77 


Redelyk helder 


- 


41 

3 




83 




— 


3* 




80 








14 


78 


Regen donder 


- 


4 




81 


's Avonds redel. held. 


- 


4 




7 S 








15 


77 . 


Helder 


- 


Al 
Al 




81 






16 


79 
80 

83 






Al 








"^ 




Ar 




79 

77 




_ 


Al 


17 






82 


Wat betrokken 


- 


4 




78 








18 


78 


Betrokken redel. held. 


- 


4 




82 


Donderbuijen 


- 


4 




80 








ia 


78 


Betrokken redel. held. 


- 


Al 




82 


Donderbn'jen 


- 


4 




80 








20 


78- 


Redelyk helder 


- 


4 




82 


Helder 


- 


4 




80 








21 


77 


Redelyk' helder 


- 


4 T 




83 


Helder 


- 


3§ 


22 


81 

77 
82 






3l 








80 






+ 



F3 



APRIL, 



54 BERICHTEN. 



Dag. 



APRIL, 1759. 



I Thermo - 

l meter. 



Wedersgefteldheid. 
's Morgens en Avonds. 



1 Barometer. 
's M.enAv. 



23 



34 



26 



27 



28 



29 



30 



! 



78 
84 
82 
78 
83 
81 

79 

8a 
78 
76 
81 
80 

77 
82 
80 

77 
83 
80 

79 
83 
79 

78 
82 
80 



Helder 

R. donderbuij. met w. 

Wat betrokken 

R. donderbuij. metw. 

Wat betrokken 
Sterke regen en wind 

Rcdclyk helder 

's Avonds zachte rcg. 

Redelvk helder 



Dcinzigc lucht 
Helder 

Betrokken helder 
's Avonds, reg. donder 

Zeer betrokken 



1 



2Q§D.3iL. 
- 3§ 



Sï 

31 



4 
4$ 



ii 



4Ï 
4 

4 
4 



3ï 

O. f 



4§ 



Deeze door malkandercn gcreekend , maakt ruim 
79 gr. op eiken dag. De hoogfte graad op de Ther- 
mometer is 's middags bemerkt 84 gr. tezynopden 
11 en 23. van deeze maand, en de laagfte "des mor- 
gens 76 gr. op den 26. van dezelve. De Barometer 
heeft het. hoogfte geftaau 29! Eng. Duimen, en 4§ 
Lynen, op den i. 2. 4. 5. 6 en 30. van de maand, 
en 't laagft 3! Lynen, op den 8. 22. 23 en 24. van 
dezelve , zo dat het wederom maar 1 Lyn ver- 
Tcheelt. Deeze maand heeft 13 dagen met regen en 
7 dagen met donder gehad. 



MEY, 



BERICHTEN. SS 



Dag. 



Thermo- 
meter. 



M E I, 1759. 

Wedersgefteldheid. 
's Morgens en Avonds. 



Barometer, 
's M.enAv. 



76 

82 
80 

82 

79 

78 
82 
78 
78 
85 
81 
78 
84 
80 

77 
83 
79 
78 
84 
80 

78 
84 
80 

77 
84 
79 
78 

84 
80 

77 
84 
81 
76 

83 
80 

77 
83 
80 



Betrokken helder 
Held. dond. van verre 

Reg. redclyk helder 
Redelyk helder 

Helder, buijigbetrok. 
Redelyk helder 

Held. ftofreg. zonnef. 
Betrokken 

Red. held. dryv. wolk. 
Wat betrokken 

Wat betrokken, held. 
Helder 



Helder, fterk betrok. 
Helder 



Zeer helder 
Helder 



Wat betrokken <• 
Helder 

Wat betrokken, 
Helder 

Wat betrokken 
Redelyk helder 

Helder 

Sterke NNW wind 



2Q§D.+|L. 



41 



41 
41 

4l 



5 
5 

5 

5 



k 

5} 
5^ 



5 
5 

5 
5 



4i 

4l 
4 

4i 



4f 
4-ï 

4i 



$6 BERICHTEN. 



Dag. 



Thermo- 
meter. 



M E I, 1719- 

Wedersgcftcldheid. 
's Morgens en Avonds. 



Barometer, 
's M. en Av. 



14' 


7 6 


Beir. met lichte wolk. 


29lD. 4 JL. 




82 


Helder 


- Al 




79 






ia 


77 


Rcdelyk helder helder 


- 4 




«3 


Helder weder 


- 4? 




81 




31 


ï6 


- 78 


Helder 


- 4§ 




84 
82 

77 




4 


17 




- 4 




84 




- 4l 




81 




4 


i3 


77 


Wat betrokken 


- 4| 




85 


Redclyk helder 


- 4i 




82 




4* 
- 4i 


1 9 


77 






85 


Donder zonder regen 


- 3§ 




80 




4 


20 


77 


Betr. redclyk helder 


- Al 




85 


Sterke regenbuijen 


- Al 

; 




79 




04: 


21 


78 


Betrokken lucht 


- 4 




84 

81 




- 4 






22 


77 


Dcinzige lugt, held. 


- 4 




85 


Heel held. wat betrok. 


- 4 




82 






2 3. 


79 


Betrok, helder betrok. 


- 4 




85 


Donder van verre . 


- Si 




v Si 






2 4 


77 


Zeer betrokken 


- 3i 




84 


Betrok, zachte regen 


- 3f 




80 






25 


78 
84 


Betrokken 


- si 




■ 


- 4 




80 




3* 


26 


76 


Helder,wat betrokken 


- 4 




84 


Helder 


- 4Ï 




79 




4 



üf£/, 



BERICHTEN. 



57 



M E I, 1759. 



Dag. 


Thermo- 
meter. 


Wedersgcfteldhcid. 
's Morgens en Avonds. 


Barometer, 
's M. en Av. 


27 


76 
83 
78 
80 
81 

79 
76 

84 

81 
76 
82 
78 
75 
82 J 

79 ' 


Helder 
Redelyk helder 


2cfD. 3|L. 
- 4 


= 8 


Zeer betrok, donker 
Betrokken regen 


- 31 


29 


Redelyk helder 
Wat betrokken 


- || 


30 
1 


Wat betrokken helder 
Helder flérkeNO wind 




3. I 


Helder, iets betrok. 
Helder 


n r 

, 1 

C'2 



Deczc graaden van warmte door malkander gerce- 
kend , leeveren fchaars 80 gr. op eiken dag. De 
hoogfte graad van warmte is in deeze maand 85 

18. 19. 20. 22 en 23. aan ge - 
; zynde 75 gr. op 
Het hoogfte op de 
Barometer is geweeft 2Q§ Eng. Duimen en 5^ Ly- 
nen, en 't laagfie dito duimen, en 3 Lynen, zynde 
het verfchil 2J Lynen. In deeze maand heeft het 
maar 6 dagen geregend en 3 gedonderd. 

N. B. Hoc menfe multi hommes fehre ar (lente dt 
cbókrica vel biliofa affeüi funt. 



's middags , den 4. 

tcekend , de laagfie 's morgens 

de 31. of laatfte van de maand. 



f u n r, 1759. 

Dag. I Thermo- Wedersgefteldheid. 
I meter. 's Morgens en Avonds ., 



Barometer, 
's M. en Av. 



77 
83 
79 
79 

80 



Helder 



Betrokken deinzig 
Betrokken 



VL Deels ^> (luk. 



G 



2 9 §D.3|U 
3 



3l 

SI 



5 8 BERICHTE 

J U NT, 1759. 
Dag, 



Thermo- 
meter. 



Wcdersgeftcldheid. 
's Morgens en Avonds. 



N. 



Barometer. 
'sM. en Av. 



10 



ii 



13 



M 



15 



77 
83 
79 

78 
83 
80 

77 
83 
78 
15 
82 

79 

75 
82 

78 
76 
82 

79 

*; 
78 

7fl 

81 

79 
73 
81 

79 

77' 

83 

78 

77 

83 

80 

77 
83 
79 
78 
M 
8t 



Betrok, redelyk held. 
Redelyk helder 

Betrok, redelyk held. 
1 fclder 



Wat betrokken held 

Helder 

Betrokken helder 
Helde* 



Wat betrokken 
Helder 

Betrokken helder 
Betrokken. 

rieel betrok, helder 
Druppelregen 3 held. 

Helder 



Redelyk helder 
Helder 

Betrokken 
Helder 



2QID.3IL-, 
3i 

- 4 

- 3! 



4 
45 

4 
4 
4 



4 

4 
4 



4 



1! 

4 

4 
02 



31 



4 



4 • 



7& T - 



BERICHTEN. 59, 

7 U NT, 1759. 



Thermo- 
meter. 



Wedersgefteldheid. i Barometer, 
's Morgens en Avonds. | 'sM. en Av. 



77 
82 

19 

82 

72 
7 6 

«3 

80 

77 
2? 
79 
77 
83 
80 

78 

84 

81 

77 
84 

80 

77 
84 

82 

76 

23 
80 

86 
83 
79 
79 
23 
80 

76 
83 
79 
78 
84 
81 



Regen, donder blixem 
Betrokken helder 

Helder 



Betrokken helder 
Redelyk helder 



Iets betrokken, held. 
Helder 

Betrokken helder 
Helder 

Betrokken helder 
Helder 

Betrokken helder 
Helder 

Betrokken helder 
Helder en ftil 



29! 



D. 4 L. 

3! 



3! 



Betrokken helder 
Helder 



4 

4 



1 



4* 
4 

4l 



4Ï 



! - 4+ 

- 4 

- 4§ 
4 

- 4i 

- 4* 



31 



si 

3j 

4 

4 

.1 

4? 



G 2 



3? F- 



-6o B E R I C II TEN. 



Dag. 


Thermo 




meter. 


29 


73 
84 
80 


30 


78 
80 




78 



?UN T, 1759. 

Wedersgefteldheid. 
' 's Morgens en Avonds. 



Barometer, 
's M. en Av. 



Betrokken helder 
Helder NO wind 

Zeer betrokken regen 
Regen betrokken 



2 9 |D. 4 |L. 



il 



Si 

4f 



De graaden van warmte door elkander gcrcckcnd , 
leeveren ru'im 78 gr. op 'eiken dag. De hoogde gr. 
van warmte is op de middag den 15. 21. 22. 23. 28 
en 29. van de maand 84 gr. en de laagde gr. 's 
morgens den 9. deezer, zynde 72 gr. De Barome- 
ter heeft het hoogde gedaan den 20. deezer, zynde 
29! Eng. Duimen, en 4* Lynen, en 't laagde' den 
I. deezer, namentlyk 29I Eng. Duimen , en 3 Ly- 
nen, bedraagende het verlchil maar i| Lynen. 

Ad hac continuabat eaJem febris ; fed tnagis ïnclir.a- 
b\ai ad intertiiittentem. 



«jt 1 ""sfe—* Vü>-" *%£•>■* v s>t-^" JJk. 






WEER- 



Bladz. 61 



WEERKUNDIGE 



WAARNEE MINGEN 



E 



PETERSBURG 

CEDAA N DOOR 

D. DE GORTER, j. Z. 

De grootfte koude , die wy hier de- 
zen winter gehad hebben, is ge- 
weeft den 14. Jan. 's morgens 71 uur 
ftaande de Kwik op 16 graaden on- 
der o. 

O C T O B E R, 17Ö0. 



D. I uur. 



Barro- 1 Ther- 
met. |mom. 



Wind 

Kragc. 



en 



Lugtsgefleld- 
heid. 



Reg.! 



i 


8^ 


29. m 


5i 


W 2 




1 


- 7 


54Ï 


WNW 1 




II 


- 8 


49£ 


W 2 


2 


8| 


- 9 


5° 


1 




2 


- |l 


55 


1 




11 


- 7 


5i 


WZW 2 


3 


8Ï 


- 8 


49 


NW 2 




rt 


- 9 


56 


W 2 




II 


- - 


47 


WNW 2 



Veel betrok. reg. 



Geheel betrok. 
Veel betrok.reg. 
Betrokken 
Geheel betrok. 
Omtr. helder 
Geheel betrok. 



G 3 



c- 



Ca BERICHTEN. 



O C T O B E R, 1760. 



D. luur. 



Baro- 

mer. 



Ther- 
mom. 



I Wind en I Lusjtscitcld- I Reg. 



t Kragt 



heid. 



4 
5 
6 

7 



11 

J2 
13 

n 
16 



|8g 
2 
11 

11 

8 

2 
11 

8 

2 
11 

8 

2 
ïi 

8 

o 

II 

o t 

2 
II 

7 

2 

11 

8 

o 

II 

2 
11 



10? 

X 

II 

7 

9 

2 

11 



29. 8 
- 9 

3°§ ' 

30. 1 



3o| 
30. 

19. 



8| 

7 
6 

4* 
3! 
ï| 

1 



4 

4§ 
5 



30. 
30 1 
30. 
39. 



3o| 
29.1 of 

- 10 

>- 9! 

- 9 
" 8| 

- n 



43 
47 
44 
46 

54 
47 
44 

51 
47 
46 
5* 
45 

50 

44l 

43§ 
52 

43 
40 

39 
30 

00 

28 

19 
21 

31 
£5 
z8§ 

34§ 

=51 

2ï 

38 
23 

20 

26 
IÓ 

ui 

15 

28 

19 



O 

~NN"0 

w 

WNW 



w 
zxv 

z 

ZtO 



z\v 



NO 



2 I Veel betrokken 
2 ! Geh . bètr*. reg. 
1 1 Geheel betrok. 

1 'Omtr. helder 

2 Betrokken 

1 Veel betrokken 

1 ! Miftig 

2 Geheel betrok. 
2] ■ 
2 Veel betrokken 



reg. 



2 ! Regen 

2 j Geh. betr. 

2 G. b. weinig r. 

2! 

1 
1 

1 



Veel betrokken 



Betrokken 

Geheel betrok. 

Geh.b.itofreg. 

Betrokken 

Sneeuw 

'Veel betrokken 
■j Betrokken 

Melder 

Betrok, fneeuw 



NNO I ' Geheel betrok. 



O 



zzo 

ZÖtZ 



Veel betrokken 

Helder 

Weinig betrok. 
Omtr. helder 
Helder 

Omtr. helder 
Veel betrokken 
Helder 
Omtr. helder 



Helder 

Betrokken 



4 

8| 



10 



10-} 



c- 



BERICHTEN. 



#3 



O C T O B E R, 1760. 



uur. 



Baro- 
met. 



Ther- 
mom. 



Wind en 
Kragt 



Lugtsgeftelii- 
held. 



Reg. 
Sn. 



H 
3. 

11 

81 

o 

11 

01 

U 2 
2 

Iï 

8§ 
8' 

o 

II 
81 

11 



2 
11 



11 

2 
11 



1 1 

8! 

2 
ïi 

H 

2 

11 ' 

81 

11 



29. 4t 

- 4 

n 

28. 8 

- & 

- 31 

- 4l 

- f) 



9* 



3 

3s 



20 

27 

2«| 

3I x 

3 *x 

30ï 

3-2 

flp§ 

36~ 

£8 



^ r 
2,02 



ZZO 1 



zo 

ZZO 

zo 

ZtO 

WNVV 



NNW 
WNW 



zw 

WZW 



ZZO 



4 


34 


5 


27 


ó 


24 


6t 


2Ó 


*| 




5 


32 


4l 


35 


4i 


34 




34j 


3 


2 81 


6 


25 




u 


26 









^4£ 


„I 


f "r"" 


/ 2 


J / 


5 


21 


3 


26 


5 


33 


5l 


36 


4i 


571 

0/2 


O? 


38 


2 


40 


- J 





zzw 



z 

ZZO 
OZO 



ONO 

NO 
NNO 
NtO 

NO 

ONO 



Sneeuw 

G.b. weinig fh. 

j Sneeuw 
, Reffin 

C3 



Sneeuw 
Betrokken 



Vee] betrokken 
Omtr. helder 



, O. h. weinig fn. 

j Veel betrokken 

1 Geh. betrokken 

IMift 

1 Betrokken 

j Geh. betrokken 



Geh. betrok, fn. 

Veel betrokken 
Regen 



ZZW. 
Z 



Geh. bet. nat. r. 

Sneeuw 

Geh. betrokken 



Sneeuw 

Hagel 

Geh. betrokken 

Veel betrokken 



2 ' Geh. betrokken 



ZZO 2 

Z 3 

ZZW 2 



I Regen 



12 
15 
23 



20 

36 '" 



411 

45 



4/ 
47l 




I 



ö 4 BERICHTEN. 

O C T O B E R, 1760. 



D. 



uur. 



Baro- 

met. 



ïher- 1 Wind en i Lugtsgefteld- 



mom. I Kra*'c 



30J 3| 



3' 



29. 



2 

f» 
8Ï 

2 
n 



I30I 



3 
4 
7k 
% 



37 
35 
29 

34§ 
3i 



zzw 

zw 

w 

zw 



heid. 



2 j Geheel betrok. 
2 I Regen 

Sneeuw 

Weinig betrok. 



&1 



48 
48Ï 

49 t 

401 

- - Sneeuw 515 

Geheel betrok. | 51^ [ 



A T O.V E M D E R, 1760. 



D.!uur. 



Baio- 
mer. 



; Ther- 
1 mom. 



I 


8| 


3°. 3 




2 


- 




11 


- - 


2 


S£ 


30. 




2 


=9. 8 « 




11 


- 6 





2 
11 


- 5^ 

2 


4 


Cl 

- 


29! 




I 


?9i 




II 


09. 


5 


8f. 


29. 1 







2 




11 


- o' 
-4 


6 


8 


- 2 




io- 


- - 


7 




lil 
8| 


- 6| 






11 


- 7 

- 6 





8f 


- 4i 




2 


- 5 


9 


lil 

. OT 

i 2 


- 7^ 

- 8 



II 



?8I 

37 

28" 

3 2 § 



34 
3Ö 

37§ 

4i 

37 

36 

37 

35 

34 r 

34 
32 
33 

37 

3=4 

34 
41 
37 



40 
-1 



Wind en 
Kragc 

w~zw~ 

ZZW 



37 



ZO 

zzo 
zzw 
z 

zo 
zzo 
zw 

ZZW 

zzo 

zw 

z 

ZtW 

zzw 

w 

wzw 

WtZ 

zw 



zzo 

zw 



wzw 
zw 



Lugtsgefteld- 
iicid. 



Sn. t 



Betrokken 

Helder 

Geh. betr. (a. 

Gch. betr-reg. 

1 ___ 

; Veel betrokken 

Reg. natte Ca. 

Geheel betrok. 

Regen 
I Betrokken 

Geheel betrok. 



fneeu 



Betrokk 
I Bet 
Geheel betrok. 



w 
weinig fn. 



Weinig wolken 

Betrokken 

Regen 

Betrokken 
'jOmtr. helder 
j Betrokken 
( — - Regen 
i Geheel betrok. 



T 

4 
I 

II 
II 



3! 

NO 



BERICHTEN. 65 

NOVEMBER, 1760. 



P.luur. 



Baro- ITher- 
met. !mom. 



Wind en 
Kragc 



Lugtsgefteld.- 
heid. 



Reg'. 

Sn. 



81 
2 

ir 

8 

2 
11 

ö 2 
r> 

nf 

8 

2 
1 
112 

9\ 

fVK 

11 
9 

o 

II 

9 
1 

11 

81 

i| 
ii 

81 

2 
11 

8 

2 
ii 

81 

2 
n 

8 

1 
12 

8| 

<f 

ia 



29. 8 

- 6 

- 6 

- 8 

- 9 



29. 



2$. 



8| 



I 



29. 



6| 

5! 



4ï 

5i 

6 

51 
5 
4 
2 

2 



•4- 



4 

3§ 

1 
1' 
s 



9l 

- 9 



38 
44 
33 
3+ 

315 

32I 

32 

3i§ 

35 

4 1 

46 

39 

36 

3°§ 

30 

32 

331 

33é 

32 
3i 

32 

28§ 

25 

1 
252 

26 

26 

2 3 § 

32 

33 
32§ 

341 



32 
VI. Deels, 2.(iuk. 



ZW 1 


ZZO 2 


2 


WZW 2 


NO 1 


NNO s 


ONO 2 


ZO 3 


ZOtZ 1 


iZZW 3 


WZW 2 


W 2. 


WtN , 


W j 


WZW 2 


ZW 2 


Z 2 


ZW a 


W 2 


IZZW 2 


1 OtZ 1 


IWNW 2 


WZW 1 


W 2 


N 1 


!wnw 2 


ZO a 


ZZW 2 


Z 2 


1 


ZZW 2 


2 


Z 2 


iZOt03 


0Z0 2 


2 



Geheel betrok. 
Betrokken 

Helder 

Betrokken 

Geheel betrok. 

Veel betrokken 

Geheel betrok. 

Hagel, regen fn. 

Geheel betrok. 

Motregen 

Regen 

Geheel betrok. 

Regen 

Geheel betrok. 

Weinig (heeuw 

Veel betrokken 

Geheel betrok. 

Regen 

Natte (heeuw 
weinig fnceuw 
Sneeuw 
Weinig fneeuw 

Betrekken 
Veel betrokken 
Geh. bet. In eeuw 
Betrokken 

Geh.b. vvein.fn 



Geh bet. fneeuw 
Veel betrokken 
Geheel betrok. 
Betrokken 
Geheel betrok. 

Sneeuw 
Geheel betrokk. 



4§ 
6 

/ï 
9 



10 
10Ï 

«f 

I3l 

14 

I4l 
15 



I5f ! 



NO- 



C6 BERICHTEN. 



D. 



N O V E M B E R, 17 Co. 

uur. I Baro- Ther- Wind en Lagtsgeftcld- 
Iraer. mom. Kragc heid. 



Sn. | 



*3 

27 

28 
39 



9 


- 


9§ 


32 


O 


I 


29f 




33 


VV 1 


II 


- 


4 


29 


■ 1 


9 


- 


5 


có 


NO 1 


if 


- 


- 


=5 


N 2 


11 


- 


3^ 


20 


NVV 3 


9 


- 


5 


23 


W 2 


Ï2| 


- 


5§ 


25 


NW 1 


II 


-. 


7 


23i 


ZW 1 


9 


- 


8 


M 


Z 1 


fi 


- 


81 


25 


I 


11 


- 


Pi 


2IÏ 


I 


8 


- 


- 


21 


WNW 1 


1 


- 


94 


ï9 


NNO 1 


11 


30, 




18 


N 1 


9 


30. 




16 


1 


iè 


30. 




i7ï 


1 


nk 


- 


1 


19 


1 


9 


- 


2 


-- 


1 


i| 


- 




18 


— 1 


11 


- 


ï! 


H 


1 


8 


- 





10 


NW 1 





- 


i| 


9 


i| 


11 


30. 


1 


12 


ZZO 2' 



Dunne natte fn, 
Geheel betrok. 



Veel betrok. &. 
Geheel bet. fn. 
Betrokken 
Geh. betr. fn. 



Veel betrokken 

— ■ - - . m± 

Betrokken 



Geh.b.dunnefn, 
Geheel betrok. 
Veelb.dunnefn. 
Geh. betr. Cn. 
Helder 

Omtr. helder 
Helder 
Geh. betr. fn. 



DECEMBER, 1760. 



DJ uur. 



Barro- 
met. 



Ther- i Wind en ! Lugtsgefteld- 



mom. 



i Kragt. 



,'heid. 



1 


8 


29. 6 


18 




2 


* 3 


20 




11 


29. 


29 


2 


n 


- 1 


32 




il 


- i§ 


3i| 




11 


r> 


3i 


3 


9 


28. 9| 


3i| 




1 


- 8 


3* 




IQ 


- 7 


27 



zzw 

ZW 



3.Gcb. b. ftof f n . 

3!Sneeuw 



W 
ZW 

z 

ZtO 



Geh. b.wein.fn. 



Betrokken 
Geh. betr. fn. 



Sneeuw 
Helder, miftfn. 



i6| 
i6| 

17 



I7l 

18 



19 



Rcg. 



41 

6 

7 

D E- 



BERICHTEN. 



Cf 



D E C E 



JD.Iuur.iBaro- 

I met. 



Ther- 

monu 



M B E R, 1760. 

Wind en Lugtgefteld- 
Kragc hcid. 



Reg.f 

Sn. ! 



4 


9 




«É 




11 


5 







il 




n5 


6 


8 



12 

13 
14 
15 
16 



II 



29. 



n -9- 



7 


81 




O 





11 

9 




1 




2 




H 


9 


9 




2 




n 


10 


9 
il 




11 


11 


8f 




2 




11 



II 

9 

2 
11 

9 

il 
11 

II 

i 

12 

9 
2 

II 



S| 

9i 
1 

if 

35 

41 



- 4 

- 7 

- 81 

- £ 

- 91 

- 9 

- 8! 



7 
61 

6 

si 



5 

51 



Si 

4, 

2* 

il 

il 

3 

5 



al 

ai 



iö 



1 

9 
11 

13 

I2| 
3 _ 

io§ 

H 

9 

3 

9 
11 
14 

I9l 

20 

iz 

13 

10 

9 
■'os 

«si 

IOï 

143 
13 

8| 
12 



20 

33 

25§ 

18 

10 

IS 
16 



NW 2 Geheel betrok. 7% 



N 
NtW 

ZW 

zzo 

NtW 

zzw 
z 



zzo 
zw 
z 
zzo 

NO 



Omtr. helder 

Geh.b.dun.fn. 

Helder 

Betrokken 
Omtr. helder 
Helder 

Betrok, fneeuw 
Omtr. helder 
Helder 

Betr. weinigfn. 
Veel betrokken 
Sneeuw 

Geheel betrok. 
Geh. betr. (n. 






a I Veel betrokken 
2 1 Helder 

' Geh. betr. fn. 

Ij — 

1 j Veel bet, nevel. 
I i Veel betrokken 
I I Geheel betrok. 
I ! Veel betrokken 



ZO 
O 

0N0 



ZW 

NW 
NNW 

NW 
ONO 



Geheel betrok. 
Sneeuvvjagt 
Geheel betrok. 



3 ; Geh. betr. fn. 

3 I w » ,-. .^. — — »_ 



H 



1 1 Dunne fneeuw 
2 

Geheel bet. fn. 



94 ' 



Hl 
lai 



13 



14 
DE- 



68 



BERICHTEN. 



DECEMBER, 17C0. 



D.'uur. 



Baro- 
met. 



Ther- 

mom. 



Winden; 

Kragc i 



Lu^tseefteld- 



Reg. 

Sn. 



»> 


I0| 


29. 4 


08 




n 


- 4i 


D| 




12 


- ftë 


OI 


ï8 


*\ 


- 64 


04 




4 


- 6| 


°3 




», 


- 71 


2^ 


»9 


9i 


- 8 


OIO 




ioi 


- - 


OI2 




Ȥ 


- 71 


o8| 




11 


- 61 


06 


£0 


10 


- 3ï 


6 




'§ 


- *I 


8 




Hf 


- *f 


»3§ 


£1 


9 


- 3 


17 




1 


- il 


29 




11 


- 5 


21 


22 


9 


- 5! 


234 




2 


- ij 


-81 






a 


2 




u 
95- 


- 5 


27 


23 


- 


— _ a 




2 


- - 


24.1 




11 


- 31 


25 


24 


9 


- 4 


3° 




2 


- 5 


28 




11 


- 4i 


27| 


25 


9 


- 2 


331 




1 


- 1* 


34 




12 


- H 


3i 


u 


IO 


- ■* 


24 




iè 


» - 2 


26 




1 1 


28. 9 


30 


*7 


9è 


29. 


25 







29. 15 


24 




11 


- 5è 


19 


28 


10 


- 8 


14 




2 


- 7! 


I2| 




11 


- 9* 


16 


£p 


10 


ai 


33 




2 


" 31 


34 




12 


- 5 


32 



N 1 

1 

■ 1 

NW 1 

j 

1 

Q 

o 

3 
3 

3 
3 

o 

1 

1 
] 
I 
I 

1 
] 



ZO 
O 



NO 
ZO 



w 



2 

NW 1 



W 
ZO 



ozo 



zw 
wzw 

NW 



Omrr. helder 
Betrokken 
Geh. betrokken 
Betrokken 



Geh. betrokken 

Betrokken 

Mift 

Helder 

Geh. betrokken 

G.b. weinig fn. 

Geh. betrok, fn. 

Betrokken 

Geh. betrokken 

Geh. betrok, fn. 



Gch.bct.nevelig 
Weinig dun. fn. 
G. b. dunne fn. 
Geh. betrokken 
Geh. betr. fh. 



Regea 

Geh. bet. regen 

Sneeuw 

Geheel betrok. 

Dunne fneeuw 

Gcb. bet. fn. 



Geheel betrok. 



Sneeuw 

Geh. betrokken 

Geb. b. fneeuw 



29 

DE- 



BERICHTEN. 69 
DECEMBER, 1760. 



D. 



uur. | Baro- 
! in et. 



Ther- 1 Wind en j Lugtsgefteld- 
mom.|Kragt Iheid. 



Re°- 

Sn. 



30 



3i 



9 1 29- 5 

I I - 4 
11 

6 

II 3°« 



32 ,ZZW 2 

Z 2 

WZW 4 



i8| 



14 
9l 



,| 



N 



Geheel betr. fli. 
Sneeuw 
Geheel betrok. 
Dunne fneeuw 



Betr.geh.berr. 



32 
33 



October Novemb. Dccemb. 



3°. i§ 



Hoogde Barom.131 
Laagitc dito. 1 18 

HoogfteTherm.l 3 f 56 13 I 46 



3°- 3 31 



28. 3$ 22 28. 8f I 3 



29. 1 

28. 7 



30. I 



Laagfte dito 



I261 li§ 



29 
19 



34 
012 



Regen 
Sneeuw 



23§ 

28 



8| 
19 



30 

33 



Merkwaardig is de verandering van de Ther- 
mometer tusfchen den 16. en 17. December, 
zynde van 16 gr. boven o gezakt tot 8 graaden 
onder o. 



#wvw% 






#3 



WAAR* 



70 BERICHTEN. 
WAARNEEMINGEN 

GEDAAN OP DE 

GROENLANDSE 

UIT en THUIS REIS, 

IN DEN.JAARE 1760. 

GEZONDEN AAN DE MAATSCHAPPVE 
DOOR 

PIETER CR.AMER.. 

De Thermometers zyn dezelve ge- 
weeft als de vorige Jaaren , na- 
melyk van Fahrenheit , en hebben we- 
der ii* de Gang naa de Hut gehan- 
gen. De aantekening ook 's mor- 
gens ten 7 en des middags ten 1 2 uu- 
ren. 



APRIL, 



BERICHTEN. 71 



APRIL, 1760. 



Dag. 


'Gr ad. | 


1 




Poolshoogta 




koude 


Wind ! 


Weer 


gr. m. 


15 


5Ó 


N 1 


Mooi 


53 




51 


NNO 1 







16 


50. 


NW 


— — 


53 




5* 


W 


Dikke lugt 




17 


49 


WNW 


Regen 


53 




50 


w . 


Donker 




18 


49l 


WtN 


Moye koelte r. 


55 • 




5i| 


W 


Dito, droog 




19 


49 


WtZ 


Dikke lugt 


53 




o 1 


VV 


Donker 




20 


511 


ZtO 


Mooi helder 


53 




55 


wzw 


Mooi 




21 


55 


zw 




531 




5Ó 


wzw 





54§ 


22 


47 


w 


Harde koelte 


55 40 




49 


— 


_ _ _ - 


55 51 


23 


48 


WtZ 


Styve k. donk. 


57 15 




4 8| 


NNO 


Mooi 


57 54 


24 


45 


NtW 




58 20; 




50 


NNO 





58 44 


2 5 


44 


NtO 


Heelongeftadig 


58 40 




46 


N 


Styve koelte 


58 35 


26 


46 


— 


Mooi 


58 35 




49 


NO 


Helder 


58 43 


27 


45 


ONO 




59 !o 




47 


NO 


Mooi 


59 4 


28 


46 


— 


Betrokken lugt 


59 




47 


NNO 


Mooi 


58 52 


29 


45 


— 


Ongeftadig 


59 10 




46 


N 


Styve koelte 


59 28 


30 


40 


— 


Sneeuw en ftil 


59 I 9 




41 


~ 


Natte fn. ftil" 


S9' 19 



ME /, 



7 2. BERICHTEN. 



M E I, 1760. 



Dag. 


IGrad. 


1 


1 


Poolshoogte 




1 koude 


Wind 


Weer 


gr- 


m. 


j 


39 


N 


Heel ongeftad. 


59 


25 




40 


— 


Zwaarefn.buij. 


59 


51 


2 


37 


— 


Onft. hagel fn. 


60 







37§ 


NtW 


Mooi 


60 


4 


3 


38 


NNW 


Onftuimig 


59 


50 




41 


WNVV 


_ _ _ _ 


60 




4 


4i 


0N0 


Helder 


60 


20 


; 


45 








60 


33 


5 


44 


OtZ 


Mooi 


61 


44 




45 


ZO 




62 




6 


43 


WNW 


Stil met fn. b. 


62 


40 




4 1 


NW 




62 


42 


7 


45 





Mooi 


63 


10 




48 


ONO 




63 


24 


8 


48 


wzw 




63 


24 




49 


— 


1 


63 


3o 


9 


41 


NNW 


Zwaare lugt 


64 


26 




43 


— 


Buijig 


64 


4i 


10 


4 1 


w 


Styve koelte h. 


65 


!7 






NW 


Dito fnecuw 


65 


28 


11 


3 2 


N 


Ongeftadig 


65 


25 






NNW 


Mooi 


65 


20 


12 


35 


N 





65 


25 




38 


NNO 





65 


40 


13 


40 


WtZ 


Styvc koelte 


67 






43 


WZW 


Dikke lugt 


67 


30 


*4 


39 


NO 


Mooi 


68 


6 




42 


Stil 




68 


14 


25 


39 


ZO 




69 


8 




4P 


— 




69 


30 


16 


39 


ozo 




70 


25 




38 


ONO 




70 


40 


37 


35 


NO 


Donker wind 


70 


40 




37 


ONO 


Helder wind 


70 


38 


18 


37 


NNO 


Storm 


70 


7 






N 


Harde wind 


70 


1 


19 


38 


W 


Mift 


70 


11 






WZW 


Sneeuw 


70 


23 


20 


36 


Stil 


Goed weer 


7i 


18 




38 


NNW 




71 


20 

MEI, 



BERICHTEN^ 



n 



Dag. 



M E I, 1760. 



Grad. 

koude 



Wind 



Weer 



Poolshoogte 
gr. m. 



21 


37 


OtZ 


Nutte mi ft 


71 


48 




39 


zo 


Mift 


71 


54 


22 


37 


zzw 


Harde wind 


74 


4 




40 


zzo 


Goed weer 


74 


28 


2 3 


37 





i\Jooi 


76 







39 


zo 





76 


16 


24 


35 


ONO 


Natte fnecuvv 


76 


54 




3^ 


Stil 


- - - - 


77 




25 


34 


NW 


Suijig 


77 


45 




36 


wzw 


Mooi 


77 


55 


26 


34 


zw 


Storm en donk. 


78 


7 






w 


Goed iveer 


78 


7 


27 


31 


WNW 


Donker 


78 


30 




— 


NW 


Doed weer 


79 




28 


34 

b 




WNW 


Mooi 


79 


30 


29 


33 


ZZW 


Styvekoeltefn. 


79 


20 


s 


34 


— 


Dito helder 






30 


34 


— 


Mooi 


79 


20 






zw 


Sneeuw 






S r 


32 


— 


Buijig 


79 


15 




34 


ZZW 


Donker 







y 17 a t r, 1760. 



33 
3* 
38 
39 
30 
39 
36 
37 
.32 

30 
51 



Zftil 


Donker 


79 


IS 


— 


Mooi 






N 




79 




— 


Mift 






Z 


Nat en donker 


78 


45 


— 


Goed weer 


79 


4 


Stil 


Natte mift 


79 




— 


_ _ _ _ 


78 


5<5 


NNO 


Goed weer 


. 78 


10 


NO 


Sneeuw 






NNW 


Mooi 


78 




N 


| 






ZW 




78 





VI. Deels, 2. (luk. 



ï?& 



74 



Dag. 



9 
10 
ii 

12 

13 
14 
15 
ï6 

17 

33 

*9 

20 
21- 

22 

23 
24 
25 
26 

27 



B E 



Grad. 

koude 



RICHTEN. 

j u n r, i 7 6o. 



Wind 



Weer 



Poolshoogte 
er. m. 



33 


N 


Mooi 


?8 




3« 


Stil 


Miftig 


77 


50 


33 


ZO 


Sneeuw 


77 


30 


35 


— 









3° 


w 


Styve koelte 


77 


3® 


3i 


NW 


Donker 


i i 




28 
3i 
33 


— 




77 


30 


ZO 


Mooi 


77 


30 


3' 


NO 


Sneeuw 






34 


NNO 


Mooi 


77 


15 


32 


— 


Winderig 






29 


— 


Ponkcr 


77 


15 


3 1 


— 


W,ndcrig 






32 


NO 


Donker 


77 




34 


NW 









30 

1 T 


NNO 


Mooi helder 


77 




3' 

33 


N 


Mooi 


77 




34 - 


-- 








34 


— 


Milï 


76 


45 


35 


NO 


Goed weer 






35 


— 


Mooi 


76 


45 


3Ö 


N 









35 


ZW 


Mooi helder 


76 


45 


38 


— «. 








33 


zzw 


Mirt 


76 


45- 


34 


— 








33 


wzw 


Donker 


76 


3° 


?4 • 


— 









34 


z 





76 


15 


36 


zzo 








36 


Stil 





76 




38 


— 


Helder 






h 


zzo 


Mooi helder 


76 




38 


Stii 




1 




43 


ZW 





75 


45 


44 


— 








47 


— 


Mooi 


75 


45 


48 


— 









JU- 



B E 



Dag.lG-ad. 
I koude 



RICHTEN. 75 

J U N Y 7 1760. 

1 Poolshoogte 

Wind Weer gr.' m. 



3<5 

38 
37 
38 
36 
37 
36 
37 
3ó 
37 
3ö 
37 
3Ó 
37 

39 

42 

38 
37 
39 
42 
40 
38 
36 

37 
38 
35 
36 
37 



28 ■ 


43 

44 


' O 

Stil 


Mi i tig 


75 


45 


29 


42 


NW 


Mooi 


75 


45 




39 


N J 


Winderig milt 






30 


3ó 


NO 


Regenen wind 


75 


30 




37 


— 


Mill en wind 







- ! 



j u l r, 1760. 






zo 


Nat en donker 


75 


. 30 


zzo 

ZZW 


Donker 


75 
75 


30 
30 


ZW 




75 


30 





Regen 


75 




NO 
ONO 


■ 


75 




NO 


Mift 


75 




Stil 




74 


30 


N 

NO 

ZW 

ZZO 

ZW 


Goed weer 


74 
74 
74 
74 


3© 
30 


Donker 
Styve koelte 


N 

NO 
ZO 

NNO 
NW 
W 


Mooi weer 


74 
74 

74 


i£ 


Sneeuw 
Mift 

Sneeuw buijen 
Goed v\eer 
1 2 


15 

30 

2 u- 



f6 



B E R I C H TEN. 



J U LT, 1760. 



ZO 



Dag. 


Grad. 


1 




Poolsh 


oogte 




koude 


Wind 


Weer 


gr. 


m. 


16 


37 
38 
37 


NW 


Goed weer 


74 




17 


W 


Mirt 


73 


30 




38 


WZW 


Mooi 


73 


15 


18 


36 


Stil 


Helder 


73 


15 




38 


— 









19 


39 
4i 
38 

A T 


— 




73 


15 


30 


— 


Mift 


73 


15 


21 


4 1 
38 


zw 


■ 


73 


*5 


. 


41 


— 


Goed weer 






22 


37 


— 


Natte mift 


73 






39 




Goed weer 


72 


33 


2 3 


37 


w 


Mooi weer 


72 






38 


— 




71 


50 


24 


38 


Stil 


Donker 


7i 


50 




42 


— 


Helder 


?i 


30 


25 


44 


zzw 


Donker 


7i 


30 




45 


— 




71 


30 


26 


48 


zw 


Regen 


71 


8 




49 


— 


Donker 


71 


I 


27 


48 


WZW 





70 








— 


Goed weer 


70 


57 


2? 


49 


zzw 


Heel donker 


70 


47 




50 


— 


Redelyk weer 


70 


42 


29 


48 


WZW 


Miftig 


70 


18 




49 


Stil 





70 


14 


3? 


48 


z 


Mift 


70 


10 




49 


zw 


Goed weer 


70 


i 


3i 


48 


Stil 


Donker 


70 


7, 



A U* 



BERICHTEN. 



77 



AUGUSTUS, 1760. 



Dag. 


Grad. 




1 


Poolshoogte 




koude 


Wind 


Weer 


gr. m. 


1 


48 


ZO 


Donker 


6g 12 




50 


— 




68 59 ■ 


2 


52 


— 


Klaar 


68 2 




56 


ozo 




6 7 52 






3 


60 





ZVlooi helder 


66 48 










66 35 
65 18 


4 


60 


OtN 









— 




6g 






5 


57 


ZO 


Miftig 


64 




58 


Stil 


Zwaare lugt 


6ï 56 


6 


57 


OZO 





63 25 






OtZ 


Mift vlammig 


63 2 


7 


59 

60 


zo 


Betrokken lugt 


61 55 
61 47 


2 


59 


zzo 


Motregen 


61 40 




60 


Stil 


Redelyk 


61 38 


9 


61 


— 


Mooi helder 


61 38 




63 


— 


- - _ _ _ 


61 34 


10 


61 


NNW 


Buijig 


60 40 




63 


wzw 


Mooi helder 


60 33 


11 


59 


w 


Zwaare lugt 


60 12, 




60 


WNW 


Donker 


60 4 


12 


58 


w 


Buijig 


59 35 




59 


WNW 





59 25 


£3 


55 


NW 


Harde wind 


58 12 




57 


-r~ 


Styve koelte 


57 38 


14 


57 


~ 


Heel ongeftad. 


55 37 




59 


N 


Storm 


55 9 


15 


58 


— 





54 18 




59 


1 


Harde buijen j 


54 i 



/s 



WAAR. 



78 BERICHTEN. 
WAARNEEMING EN 

CEDAAN OP DE 

STRAATDAVIDS 

UIT en THUIS REIS, 

IN DEN JA ARE 1760. 
gezonden aan de maatschappye 

DOOR 

PIETEK CR.JMER. 







MAAKT, 1760. 




Dag. 


Grad. | 




1 . 


1 Poolshoogte 




koude 


Wind 


Weer 


1 gr. m. 


15 


44 


N W 


Mooi 


55 50 




* 


— 


Oonker 


56 « ' 


15 


44 


zzo 


Mooi 


56 45 




45 


ZOtZ 




5<5 55 


17 


45 


zw 


Rcdelyk 


51 55 






z 


Winderig 


58 » 


18 


40 


zzo 





59 




40 


z 





59 2 8 


*9 


40 


zw 


Gematigd 


59 42 




42 


NWtW 


Redelyk 


59 45 


20 


42 


wzw 


Mooi 


59 2 ° 






ZtW 


Donker 


59 23 



MAART, 






BERICHTEN. 



79 



MAART, 1760. 



Dag. 


Grad. | 






Poolshoogte 




koude' 


Wind 


Weer 


gr- 


m. 


21 


43 


Z 


Douk. winderig 


ol 


5 




44 


WNW 


Redelyk 


61 


25 


22 


43 


ZW 


Winderig 


61 


49 




44 


ZtW 


Gematigd 


61 


47 


23 


4i 


W 


Moei 


61 


2 7 




43 


ZW 


Regen buijig 


61 


47 


24 


44 


wzw 


Regen en Vind 


62 






44 


w 


Ongeftadig 


62 


4 


25 


42 


N 


Winderig 


61 


i 30 




42 


NNW 


Redelyk 


61 


J 3 


26 


4i 


ZW 


Goed weer 


60 


; 40 


. 


44 


— 


Winderig 


60 


45 


27 


44 


WNW 


Buijig 


60 


50 






— 


Winderig 


60 


37 


28 


43 


w 


Regenbuijen' 


60 


40 




44 


Z WtW 


Winderig 


60 


50 


29 


48 


W z w 


Dik. lugtvanr. 


61 


45 




49 


WtZ 


Wnderig 


61 


58 


30 


43 


WNW 


Mooi 


62 


40 




44 


WtN 


Donkere lugt 


62 


28 


3.1" 


4i 


N 


Winder, buijig 


62 


12 




42 


— 


Heldere lugt 


62 





APRIL, 1760. 



39 
42 

46 
48 
48 

50 
43 

44 
\6 

42 

4 5 
43 



ZZO 


Winderig dik. 1. 


61 


15 


ZZW 


Gematigd 


61 


5 


— 


Goed weer 


5i 


5 


Z 


Winderig 


61 


1? 


— 


Dikke lugtreg,. 


61 


iis 


ZZW 


Helder dito 


61 


20 


w 


Gematigt 


61 


9 






6ï 
61 


6 
6 


ZW 


Buijig 


-^ 


Stil en dik van r. 


6l 


7 


NW 


Goed weer- 


61 


9 


zo 


Winderig 
Harde wind 


61 


61 


WNW ^ 







APRIL, 



So BERICHTEN. 



APRIL, 1760. 



Dag. 


Grad. ■ 






1 Poolshoogte 




koude 


Wind 


Wee r 


gr. ift. 


8 


42 


NÜ 


Dikke iugt 


óo 28 






W 


Goed weer 


60 12 


9 


40 


WtN 


Büijïg 


59 45 




43 


WNW 


Mooi 


59 42 


10 


44 





Regen 


59 10 




47 


— 


D.kkc lugt 


58 50 


11 


50 


zw 


Redel. dik. lugt 


59 10 




53 


— 


Regen 


59 15 


12 


44 


NW 


Goed weer 


58 40 






W 


Mooi 


58 45 


J 3 


45 


ZtW 


Redelyk 


58 47 




48 


WNW 


Helder 




14 


58 


z 


Matig 


58 30 




59 


— 


Winderig 


58 21 


15 


45 


WNW 


Matig 


58 21 






— 





58 19 


16 


45 


z 


Buijcn én wind 


58 16 




47 


NW 


Variabel 




1 7 


4 1 





Mooi 


58 38 




42 


0N0 


Dik van regen 




18 


40 


w 


Ongcftadig 


57 35 




4i 


— 


Harde w.hag.b. 


57 25 ' 


*9 


42 


— 


Matig 


57 10 




43 


— 





57 4 


20 


36 


— 


Bu'jig 


57 18 




40 


N 


Matig 


57 12 


21 


43 


NtW 


Mooi 


56 29 




46 


N 





5<5 21 


22 


48 


ozo 





5<> 31 




Sb 


zo 





56 34 


iX 


48 


zzw 





57 *5 


O 


48 


z 


Dik en miftig 


57 15 


24 










zzo 






25 


5° 
48 


Mooi 


57 15 






z 






26 


45 


zzo 


Mooi doch milt 


57 15 




l 4<S 


zo 







27 


44 




1 


Har. w. veel reg. 
Matig 


57 55 

APRIL, 



BERICHTEN. Sr 



APRIL, 1760. 



Dag. 



Grad. I 
koudel Wind 



Weer 



2tf 


43 


ZO 


Matig 


58 






ozo 




59 


29 


39 


ONO 


Mooi wat koud. 


60 






NO 1 


Regenagtig 


60 


30 


39 


ZO 


Mat. maar heel 


6\ . 




4i 


z 


mi (tig en Uil 


62 



Poolsh 


oogtc 


gr, 


in. 


58 


48 


59 




60 


25 


60 


3 2 


6\ 


43 



M E I, 17Ó0. 



37 


z 


Mooi 


f 6-3 






— 


Sneeuwjagt 


63 


25 


35 


— 


Regen 


65 


20 


38 


zw 





66 


45 


35 


z 


Mooi 


67 


20 




— 





67 


40 ' 


36 


zw 


Matig 


68 


20 




— 




68 


3° 


35 


Stil 


Mooi 


68 


20 


39 


z 









35 


Stil 


Mooi flil 
MiMg. 


68 


10 


34 







68 


15 




ONO 


Matig 


68 


Ic > 


33 


NOtO 


Miftig 


68 




36 


NNO 


Wat kouder 






36" 


ZW 


Matig 


67 


40 




- Stil 


Nevelig 


67 


45 


35 


zo 


Miftig 


67 


55 


38 


zzw 


Helder 


68 


20 


52 


NNO 


Koud 


68 


3° 


23 


NO 


Fyn koud 


68 


20 


26 





. 


68 




28 


NNO 





67 


50 


24 


NO 


Harde vorfl 


67 
68 


5° 


25 


NtO 





68 






N 




67 


45 


24 


NNW 




67 
67 


n rv 


_ 


2 O 

15 


Deels 


,2.ftllk. 


X 




MEI , 



ft» BERICHTEN. 



MEI, 1760. 



Dag. 


Grad. ! 

koude' 






Poolshoogte 




Wind 


Weer 


gr. m. 


16 


24 


NNW 


Harde vorft 


67 20 
67 25 


n 


26 


Z 


Matig 


67 30 




29 


— 




67 35 


|8 


33 


zzw 




67 50 




35 


z\v 


Natte fn. jagt 




19 


35 


z 


Zagt 


68 12 






zo 


Sneeuwjagt 


68 25 


20 


36 


zw 


Zagt 


68 35 




37 


,zzw 





68 40 


21 


32 


N 


Matig en koud 


69 


22 


33 





Matig 


69 10 




36 


zw 





69 15 


2 3 


36 


w 


Mooi 


69 13 




34 


WNW 





69 


24 


34 


ONO 



Matig 


69 5 


25 


36 


ZO 


Mooi 


69 




38 


NO 


,... „, M 


68 55 


26 


38 


zo 


.. 


68 55 






Z 


._ 


68 5 8 


27 


42 


w 




69 






WNW 


, 


69 5 


28 


38 


NW 


Heel dik 


69 10 






W 


Matig 




29 


38 




w 


Dik 


69 5 


30 


38 





Dik van regen 

Matig 


6 9 


3» 


33 


ZW 


Donker 


69 5 




WZW 


_,.,-■■ 


69 10 



?u- 



B E 



RICHTEN. §s 







2 u n r, 1760. 




Dag, 


iGrad. 


1 


1 


Poolshoogte 




(koude 


1 Wind 


1 Weer 


gr. m. 


i 


40 


JN 


Matig 


69 10 




5 f^ 




wzw 


Mooi 


69 


2 


43 


WNW 


Warme zonne- 
fchyn 


69 


3 


40 


w 


Mooi 


69 5 




37 


— 


Donker 


69 


4 


3ö 


N 


Stil 


69 




44 


NO 


Mooi 


69 2 


5 


44 


ZW " 


Donker 


69 48 




40 


~ 




69 59 


6 


9 "? 

DO 


— 


Harde \v. koud 


7° 35 




32 


N\V 


Mooi ftil 


70 40 


7 


39 


N 


Mooi zonnef. 


70 50 




38 


-- 


Donker 




8 


35 


W 


Matig 


70 50 




37 


NO 


Mooi zonnef. 


7° 55 


9 


37 


OZO 



— - — 


7° 50 


IO 


33 


ZO 



Matig 


70 55 


ii 


40 


Z 


Mooi 


70 55 




44 


— 





70 45 


12 


43 


.-__ 


Mooi ftil 


70 49 




45 


Stil 


Mooi 


7o 45 


13 


44 
46 


Z 




70 45 


14 


44 


N 


Donker 


70 • 55 




43 


Stil 


Heel dik van r. 




15 


4i 


Z 


Miftig 
Helder 


70 50 


i<5 


43 


— 


Harde wind hel. 


70 50 






ZZO 


Donker 


70 55 


*7. 


42 


Z 




70 45 






. N 


Regenagtig 


70 20 


18 


43 


NW 


Donker 


70 20 


19 


43 


ZO 


Zonnefchyn 


7» 45 






NO 


Mooi 


70 55 


20 


42 





Regenagtig 


71 15 






N 


Dik 
K 2 


71 20 



84 BERICHTE N. 



? U N 1% 1760. 



Dag. 



21 

22 
23 
24 
25 
=6 
27 
28 
29 
S° 



Grad. 1 
koude 



Wind 



Weer 



34 

33 
34 
34 
35 
34 

36 
37 
35 
34 
38 
40 

39 
38 
37 
38 
36 
39 



I 


40 


2 


36 


3 


38 


4 


39 


5 


39 


6 


40 


T 


37 
40 



N 

NNO 

NO 

NW 

NNW 

NNO 

N 

ZW 



N 
NNO 

N 
NNO 

NNW 
NW 



Kouder 
Koud 



X'oild 

Donker 



Helder 



Koude lugt 
Regcnagtig 
Helder 



Miftig 
Dikke mift 
Matig 
Donker 



J U Lï\ i 7 6o. 



NW 


Helder 


NNO 





N 


Donkere lugt 


NNW 


Melder 


Stil 


Miftig 


zzw 




— 


Helder 


— 


Matig 


z 


Regcnagtig 


zzw 


Dikke mift 


ZW 


Donkere lugt 


Stil 


Helder 



Poolshoogte 
gr. itl 



71 
71 
7' 

71 
71 
71 
7i 

71 
71 
7i 
71 
7i 
7i 
71 
71 
70 
69 
68 
67 



67 
66 
66 
66 
65 



66 
65 
65 
65 
66 
66 
6z 



30 
25 
25 
20 
10 

15 

25 

25 
35 
40 

30 
10 
20 
3o 
25 

44 
10 

25 



50 
50 
20 

57 



50 
40 

55 
lo 

48 



J u. 



BERICHTEN. 



^5 



Grnd. 
kondt 



JU 



Wind 



L T, 1760. 

Weer 



Poolshoogte 



m. 



8 


39 


N N u 

N 


Miftfg 


65 


5<o 


9 


3Ö 


KNO 




65 


45 




38 


N W 









10 


3<* 


Stil 


Heel miftig 


65 


35 






NNW. 




65 


3o 


11 


3 '5 


NW 




,64 


4o 




38 


— 




64 


34 


12 


44 


W - 


Helder 


64 


5S 




45 


w zw 


Mi (lig en fril 


Ö3 


25 


13 


44 


zo 
ozo 


Donker 


63 
63 


8 


'4 


'43 


N 




63 


5 




44 


NNW 





■61 


42 


i5 


43 


N W 




61 







44 


— 




60 


20 


16 


4 4 


WNW 




58 


24 




45 


W 





58 


14 


17 


47 


zzo 


Regenagtig' 


58 


25 




48 | 


ozo 


Redelyk helder 


57 


54 


18 


46 


zzo 


Heel miftig 


57 


"5 




48 


-- 


Go?d helder 


57 


20 


*9 


48 


NO 


Donkere lugt 


57 


8 




48 


— 


_ _ _ _ _ 


56 


55 


20 


49 

C2 


Stil 


Donker 


56 


4a 


21 


0* 
50 


ZO 

' ZZO 


Redelyk helder 


55 


4i 


22 


48 


/-t 


Dikke lugt 


57 








— 


Miftig 


57 


4 


23 


48 


zw 


Rédèlyk 


57 


36 






ZZW 


Donker 


57 


44 


24 


47 


OZO 


Dikke lugt 


57 


59 




48 


— 


Redelyk helder 


57 


53 


=5 


48 


zw 


Matig 


57 


59 






w 





59 


r 


26 


48 1 


wzw 


s 


5* 


25 




51 


w 




58 


29 


2 7 


50 


WNW 





58 


42 






W ] 


-— 


58 


U 



*i 



8 6 BERICHTEN. 



Dag. [Grad. 
I koude 



JULI, 1760. 

Wind Weer 



Poolshoogte 
I gr. m. , 



28 
«29 
30 
3i 



49 


W 


52 


WZW 


52 


z 


53 


0N0 


53 


WNW 


55 


N 


56 


NNO 




NO 



Matig 
Mooi 



Matig 



58 44 



Mooi 



59 


25 


59 


27 


59 


20 


59 


15 


59 


40 


59 


44 



AUGUSTUS, 1760. 



57 
58 
58 
60 



3 


57 


4 


57 




60 


5 


55 




56 


6 


52 




56 


7 


54 




5ó 


8 


56 




58 


9 


56 




57 


10 


57' 


11 


57 




59 


12 


50 


13 


54 




56 


14 


56 




58 


15 


57 



59 



NNO 

Z 

Stil 

OtN 

NW 

Stil 

ONO 
NOtO 
OtN 
ONO 
NO 

N 

NNW 

WNW 

ZtW 

ZW 

N 

Stil 

WNW 

NNW 

WNW 

NW 

N 

NNW 



Mooi 

Betrokken lugt 
Mooi 
Donkere lugt 



Dikke lugt 



Matig 

Mooi 
Helder 
Dikke lugt 
Donker 
Mooi 



Winderig 



Matig 
Winderig 



Dik 
Matig 



59 49 



59 


45 


59 


43 


59 


44 


59 


47 


59 


5-o 


59 


52 


59 


55 


59 


52* 


- 60 


2« 


60 


25 


60 


8 


59 


57 


59 


50 


60 




60 




59 


57 


59 


50 


59 


43 


59 


35 


59 


20 


59 


55 


59 


4» 


58 




57 


25 


55 


23 


54 


55 


54 


15 


53 


45 



Ëladz. 87 

KöRt BERICHT 

VAN DEN 

CONGER-AAL, 

OFTE 

DRILVISCH; 

GETROKKEN UIT EENEN BRIEF 



VAN 



FRJNS FAN DER LOTT* 

Gedateerd Pviö Essequebo den ffffr 
ny 1761 , der Maatfchappye medege- 
deeld door éènen haarer Leden. 

*T\e Drihifih, welke mèri alhier den 
i*\ Cotoger-aal noemt , komt in zyné 
gedaante zeer wel overeen, met een 
Paling , uitgezonderd dat de ëerfté 
o oren heeft , gely kende riaar dié der' 
Vledermuizen. Hy moet zynen adem 

K 4 W 



83 BERICHTEN. 

boven water haaien; en formeert daar 
door eene waterblaas ofte bel op het 
water, die zeer fpoedig weder ver- 
dwynt. 

• Men vind twee foorten , wel gelyk- 
vormig in uitwerkinge, maar niet ge- 
lyk in kracht , drillende de zwarten fter- 
ker , dan die roder zyn. 

Hunne grootte verfchilt veel, men 
vind 'er van i tot 5 voeten lang en lan- 
ger. Hunne dikte is aan hunne lengte 
geëvenredigd. Maar de langften oef- 
lenen de meefte kracht. 

Zy worden van vcelen,zoo Blanken 
als Indiaanen en Negers gegeeten. Zy 
zyn boven op den rug zeer graatig, en 
redelyk vaft van vifch , maar aan den 
buik zeer week en flymig. 

Zy onthouden zich meeft by rotfen 
en op fteenachtige gronden , doch ko- 
men ook wel in Kreeken ofte Rivier- 
fpruiten: maar dan vind men 'er ook 
weinig' of geen anderen vifch; want, 
komt een vifch digt by hen , zoo word 
liy op het zelfde oogenblik door dec- 
zen dood gedrild. Ën zit de Conger- 
aal zelf lang in een fuik, zoo moet hy 
mede lterven , omdat by zyn adem, 

ge- 



B-E'R IC H T E N. 89 

gelyk gezegd is, boven het water moet 
haaien. 

Door de proeven, welke de fchry- 
ver van deezen brief zegt , in het Jaar 
1 750 te Middelburg met de Eleclriciteit 
gedaan te hebben , bericht hy mede 
tot het neemen van eenige proeven met 
deezen vifch opgewekt te zyn , en 
meent , daar uit te mogen opmaaken , 
dat de kracht deezer vifch zeer veel 
overeenkomft heeft met die van de 
Eleclriciteit , uitgezonderd dat deeze 
vifch gééne vonken uitfchiet, gelyk 
men by de Eleótrifche proeven ziet, 
en dat by de Elektriciteit zeer droog 
en helder weder , maar by het o effenen 
van :de kracht deezer vifch geeifcht 
word, dat alles nat is. . 

Tot bewys hiervan beroept hy zich 
op volgende proeven. 

Ik raakte (zegt hy) zulk eenen vifch, 
liggende in een balie met water, aan 9 
met een lange yzere roede , het welke 
my geweldig deed drillen , maar daar- 
op de gemelde yzere roede met een 
droogen doek aanvattende , en zoo 
den vifch raakende, voelde ik gééne 
cle minite driliiiig. Daarop den doek 
nat, of maar vogtig gemaakt hebben- 

K 5 de, 



90 BERICHTEN. 

de , gevoelde ik weder den flag als 
voren. 

Schoon de drilling ook gefchied als 
men den Vifch met koper aanraakt* 
vermoed hy nogtans , dat niet alle ko- 
per even dienftig daartoe is. Omdat 
hy van veiTcheide kopere Hukken (als 
een lchuimfpaan, kandelaar enz.) ver- 
lcheide uitwerkingen onthaar wierd * 
zoo dat hy in het ééne geval géén 
den miniten en in het andere eenen 
zeer zwaaren flag daar van gevoelde. 
Met goed Engelfch tin drilt het mede 
zeer ïterk , doch , is 'er veel lood on- 
der, de flag is ongelyk minden Met 
goud voelt men het door het gantfche 
ligchaam ; zoo ook met zilver , maar 
niet zoo fterk. Met loot, Mik, gebakt 
ken aardftof, been, lak, wafch, doet het 
geene uitwerking, zoo ook met droog 
hout , maar worden de port met wa* 
ter doordrongen , dan heeft het kracht. 

Ook baart veel onderfcheids de plaats, 
daar men den vifch aanraakt. Hoe 
naader aan den kop , hoe fterker de 
flag is. Onder aan de keele is de flag 
geweldig. 

De Schryver doet hier by een ver- 
haal van de volgende proeven waar 

van 



BERICHTEN. ft 

van de eerfle genomen is aan het huis 
en in tegenwoordigheid van den Heer 
Mr. Laurens Storm van 's Grave- 
sande, Gouverneur dier Colonie ; vyf 
perfoonen, eikanderen hand aan hand 
vafthoudende , en den eeriten , met 
den punt van een degen , die een zil- 
ver geveft had , den vifch aanmaken- 
de , ging het gevoel van den (lag tot 
den vyfden perfoon door, hoewel in 
minder fterkte. Hier by is aan te mer- 
ken , dat men in zulke proeven den 
flagniet verder, dan tot den fchouder, 
gevoelt , dat men niets in den anderen 
arm ofte hand ontdekt en nogtans den 
flaggevoelig tot den anderen perfoon,die 
deeze andere hand vafthoud,overdraagt» 
De tweede is genomen op de planta- 
gie en in den perfoon van den Heere- 
Adriaan Spoors, Raad en Secretaris al- 
daar , (welke de Schry ver zynen dier- 
baaren Patroon noemt). Deezen Heer 
begeerig de kracht deezer Vifch by be- 
vindinge te weetcn , en befchroomd 
zynde denzelven aan te raaken, nam 
deSchiwver (gelyk hy meermaalen ge- 
daan had) een zeker Indiaanfch vaar- 
tuig , gemaakt uit een hollen boom , 
teng ruim 2ó en breed i\ voeten; deed 

dat 



92 BERICHTEN, 

dat byna vol water, en den Conger- 
aal 'er in. De Vifch aan het voor- 
einde van dit vaartuig zyndc, Helde 
zyn wel Ed. aan het "agtereinde , naar 
gisting omtrent 20 voeten van den Vifch 
af, de hand in het water , terwyl de- 
zelve niet geloofde dat de flag tot 
daar toe zou doordringen ; waarop de 
Schryver betuigt , dat hy den Vifch 
aangeraakt hebbende , gemelde Heer 
betuigde de drilling op eenc zeer aan- 
merkelyke wyze gevoeld te hebben. 

Houd men op het oogenblik , dat 
de Vifch door zyne ademhaaling een 
waterbel op het water formeert , op 
denafftand van drie of vier duim hoog- 
te, zyne hand boven die plaats , men 
gevoelt een merkelyken flag, die ze- 
kerlyk door zyne uitgeblazene lugt 
veroorzaakt word. 

En dat deeze Vifch in zyne uitwer- 
kingen gelyk ftaa met de Èlectriciteit, 
zoekt de Schryver te bewyzen door 
deeze proeven. 

Eenige hoenders , krygende eene 
opkrimping in de peezen van hunne 
pooten , zoo dat de Tengels daarvan 
te famen getrokken wierden , tot dat 
zy niet meer kunnende loopen daar* 

van 



BM I C H T E N. 93 

van ftierven, hield ik (zegt hy) een hoen 
by de vlerken , zette zyne pooten op den 
rug van den Conger-aal , liggende in een 
groote tobbe met water , waardoor hét 
hoen zoodanig gedrild wierd, dat het 
eyflelyk begon te fehreeuwen ; dit ten 
tweeden maale herhaalende , was het 
hoen ten volle herftcld ; en met de 
overigen zoo voortgaande is 'er géén 
hoen meer van geftorven. 

Een Indiaan,(gaat hy voort) kreeg een 
Paralyfis in het onderlyf. Naa te vergeefs 
uit- en inwendig verfcheide geneesmid- 
delen gebruikt te hebben, floeg ik in te- 
genwoordigheid van verfcheide myner 
vrienden een Conger-aaU even uit de 
Rivier gevangen en dus in zyn volle 
kracht, tegen beide de kniejcn van ge- 
melden patiënt. De drilling daarvan 
was zoo geweldig , dat twee perfoo- 
nen , welken den Patiënt ter weder zy- 
den onder de armen vafthielden, daar 
door mede byna ter aarde vielen. Als ik 
dit drie maaien herhaald had, ging deeze, 
die van de plantagie waar op hy was , 
had. moeten gedraagen worden , zonder 
flok of krukken , zonder iets meer 
daarvoor gebruikt te hebben, volko- 
men herfteld na de plantagie te rug. 

° De 



94 BERICHTEN. 

De Heer Abraham van DooRN,Oud- 
raad van dezelve Colonie, had onder 
zyne flaaven een Negerjongen , naar 
gis 8 of 9 Jaaren oud , deeze was met 
eene Obftruétie in de Zenuwen zoo- 
danig bezet, dat zyne armen en bee- 
nen daarvan krom getrokken wierden. 
Deeze Heer wierp den Jongen dagelyks 
in eene tobbe met water , waar in een 
groote Conger-aal was van de zwarte 
ioort , waardoor de Jongen zeer fterk 
gedrild wierd en op handen en voeten 
'er weder uitkroop , maar fomtyds , 
als hy daartoe niet in ftaatwas, moeft 
hy geholpen worden , doch dan kreeg 
de helper mede zyn deel van den flag. 
Het uiteinde was , dat de zenuwkwaal 
.daardoor ten vollen herfteld is, maai- 
de uitwasfing der fcheenbeenderen , 
welke daarmede gepaard ging , is al- 
toos gebleevcn. 

Gemelde Heer ( zegt de Schry ver) 
heeft nog de twee volgende proeven 
genomen. 

Hy wierp een flaaven Jongen , die 
zwaar de Koorts had , insgelyks in een 
tobbe by een Conger-aal. De Jongen 
wierd daardoor zoo geweldig gedrild, 
dat die Heer genoodzaakt was hem we- 
der 



BERICHTEN. 95 

der uit de tobbe te helpen , doch eeni- 
ge minuuten daarnaa was de Koorts 
weg en kwam niet weder. 

De tweede was aan een Indiaanfchen 
Jongen , die mede eenige reizen de 
Koorts zwaar gehad hebbende , zich 
door den Conger-aal deed drillen ; de 
uitwerking was als in het voorige ge- 
val. 

Zyn Ed. zegt ook ( vaart de Schry- 
ver voort ) dat wanneer de flaaven van 
zwaaren pyn in het hoofd klaagen , hy 
hen de eene hand op het hoofd doet 
leggen en met de andere den Vifch aan- 
raaken, en dat zy aanflonds, zonder 
dat het eens gemifl hebbe , geholpen 
zyn. 






9 <5 BERICHTE N. 
WAARNEEM ING 



ï E 



PETERSBURG 



GEDAAN DOOR 



D. DE GORTER, J. Z. 



T7ÖO. JüLY 

August. 
Septemb. 

OCTOII. 

NOVEMB. 

Decemb. 
1761. January 
February 
Maart 
April 
May 

JUNY 



Regen Sneeuw 

-i 2 
39ï 



l6£ 

r» o t 

-Of 

8| 

3 

o 

o 

2 

7l 
11 

'4 



28 

ió5 

30 
»o| 

20 

17 
Hl 



153 1431 

2p6| 



't Samen 51I 

19 

35- 



19 

14 



Dus 14 Duim. 8jLyn 
Regen en Sneeuw. 






OP ZWANENBURG. 



)ag, I Barro- 
merer. 



Ther- 
mom. 



J A N U A R T, 1743 



I Kr. en St. j Lugtsgefteld- 
I der Wind, | heit, 



Reg. lAdfpeft. van Macn en Plan, 
inlvn» gr. I uuten | uuren, j 



30. 



04 

61 
6§ 
6| 

5l 

43 

3f 

3| 

3!| 

4l' 
4l 

4, 
31 

3f 

o 
O 

oi 
-4 

I 



2Q.IO 

- 81 

- A 

- Io| 

- II 

- 7§ 

„I 
" 7 4 

- 9 

3°- 5 
3 
-•f 

3°- 

29. 91 
1^ 
4 



14 



15 



>i 

- 7Ï 
6 

2. 

4Ï 

5i 

& 

/4 

9l 

11 

10! 
io| 

91 



38 
39 
34 
35 
36 

35 

27 
29 
29 

27 
32 
28 
3-i 

32 
29 

15 
15 

on 



24 
28 



35 

39 

35 

37 
40 

41 

4 1 - 
40 

39 
4i 
4i 
40 

42 
37 

39 

40 

4i 
43 
44 
41 

39 
41 
41 
40 
42 
39 



ZZW 

ZW 
ZZW 

wzw 

ZW 

ZZW 
ZtW 

zzo 

z 



NNO 

ONO 
OtN 
ZtO 
ZZW 

zo 

ZZW 



w 

WtZ 
ZW 



W 8 
8 



WZW 6 

9 

ZW 12 

ZZW 8 

WZW 10 
ZW 6 
WtN 8 
WtZ 6 
ZW 10 

WZW 14 
ZW 12 

WtZ 12 
W 11 



WZW 
ZZW 



Betrokken 




Betr. helder 


Geb. betrok. 




Geh.be. mift 


Miftig 




Mift helder 


Omtr. helder 




Helder 


. 


Geheel betr» 


Mift g. betr. 


Mift 




Mift g. betr. 




Regen 




Reg. omt, h. 


Omtr. helder 




Betrokken 


\ 


Geh.bet.nev. 




Reg. omt. h. 


4 


Betr. helder 




Zeer betrok. 


Geh. betrok. 




Geh.bet.reg. 




Regen 


2 


Geh.b.o.hel. 




Geh.bet.reg. 


5l 


Betrokken 


1 


Geh.bet.reg. 


Geh. betrok. 




Geh.bet.bet. 




Omtr. helder 




Helder 




Geh.bet.bet. 




Geheel betr. 




Zeer betrok. 




0. h.g.betr. 


1 



13 x ö °^ 



26 



10 



y.. □ 



s v 



7 n 



21 



7 5d 



cP© 22 



6 ^a°2 



20 

o' t> 

4 nprf ii 
o o 

18 



I =ü= 



13 



ca 



c? Retr. 



Pag. 



Barro- 
mcter. 



»7 



18 



ip 



50 



Ther 
mom 



29 
30. 



Pi 

11 

il 

M 

m 

ë 
f 

4 
5 
6<- 

71 

71 

8 

il 

ii 

6*4 

7* 
Hi 
71 

4i 

•» 1, 
o? 

4 1 
41 
41 
4§' 



WAARNEMINGEN 

J A NU A R r, 1743. 

Kr. en St. I Luchtgefteld- . Reg, I Adfpeft, van Maen 
dot Wind. I heit. linlynjgr- | uuten. I 



" 4. 



1 
3 

2p.Io| 
IO 

Pi 
P§ 
IO 

9l 
8| 

4 



10 



39 
43 
39 
37 
39 
40 
40 

44- 
38 
35 
42 
39 
38 

41 

36 
36 
38 
.38 

39 

40 

35 
32 
32 
33 
36 

38 
35 
37 
42 

33 
29 

33 
29 
2 7 
33 
29 
28 
32 
33 
33 
34 
33 
34 
35 
33 



ZZW 



|ZZW 
ZW 



8'Gch. betrok. 



en Thr 
uuren. 



4 ! Ber.geh. bet. 
5 Geheel betr. 

6. Zeer betrok. 

6 Bet. geh.bet. 

8 Geheel betr. 

ZW 8' 

WNW 4 Re-, helder 
4JHcJdêr 
5 Helder betr. 

4 Bet geh.bet. 
2 Geh. betrok. 
4! ■ 

4) ' — 

WNW 1 Nev.geh.be 
NW 4! Geh. 'betrok. 

NNO 6, 'Held er 
ONO 8, Zeer betrok. 

5 Geheel betr. 
I 



NNW 

N 
NtO 



NNO 

NO 

ONO 

NNO 

NO 

NNO 



NtO 
ONO 
OZO 



Nev. z. betr. 
6 Geh .bet. hel. 



ZZO 



ZtW 
ZZW 

ZZO 



Helder 



ZW 

Z 
ZtW 



Zeerb. o.h. 

Zeer betrok. 
4, Geh. betrok. 
4|G.b.reg.g.b. 
2; Sneeuw milt 
llMiftig 
2 i Mi ft 

4 Geh. betrok. 
4 Geh.b. z. b. 
OiGeh. betrok. 



25 



7 »l 



19 



1 +> 



D 



c/©$ 3 



ca 



25 



7 t° 



19 



h 



27 



</©£ 



10 X 



7 V 



20 



6 
d « 



o°* 

c? <? 



^8? 

c/t-c? 



Gemiddelde^ 5f rrometer 3°D. 
I 1 bennometer 

't Gevallen Water in Re2. en Sneeu 

'tUitgewaaflemde 

Dagelykfe kragtder Wind ruim 



i§L. 

35É Gr, 



10U. 



yn. 



8§ Lyn. 







OP ZWANENBURG. 






F E B R U A R 


r, 


1743- 




Dag, [ Barro- | 


Th er- 


Kr. en St. [ Lugtsgefteld- 


|**g- 


1 Adfpe&. van Mae 


n en Pldn; 


i meter. | 


mom. 


der Wind 1 heit. 


| in lyn. | gr, | uuren 


| uuren 


,29.1 1| 


34 


(O) 


Geheel betr. 










I 


3o. i 


3ö 


ZZO j 


Betr.miftig 




4 V 


D is 






- I;| 


34 


WZW 1 


Miftreg.z.b. 


1 








2 


- I| 

- i3 


31 


ZW 4 
Z2W 4 


Mift 




T O 






ii 


33 






lo 








- n 


35 


4 


Geh.bet.reg 


1^ 










1 


36 


ZW 2 


Natte mift 


2 








S 


af 

- Ü 

29.11? 


37 
36 

37 


Z 2 

ZZW 4 


Mi ft 




2 n 




<f& 




Geheel betr- 










4 


- 10J 


40 


ZW 6 


Geh.bet.reg' 




16 






- 


- 10 

" 9^ 


3 8 
36 


WtZ 5 
WZW 4 


Regen held- 
Omtr. helder 


1 

2 








5 


- Pi 

- 7 


4 [ 

33 


WtZ 6 
ZZW 7 


Betrok, reg. 




1 25 




NI> 




- 4 


4t 


WZW 8 


Regen 


3 








6 


, I 


45 


WtZ 10 
WZW12 


Geh. betrok. 


% 


16 








11 


44 


■ ' 












- si 


36 


WNW14 


Regen hagel 










7 


- H 

- 9 


40 
33 


N VV 12 
WZW 8 


Reg. h. o!h. 
Omtr.h.z.b. 


3 
4 


Q. 




^ : zi 




- 5Ï 


44 


W IQ 


Geh. betrok. 






cPO 10 






- 7i 


45 


WtN io 


Betr. helder 




' H 


cF 2 




■ 


- IQ| 


39 


W 6 


Omt.hcl hel. 






c/t? 
c/ C? 




V 


- 9Ï 

- 9% 

- "5 

30. | 


40 

43 

40 

37 


WZW 8 

ZW S 

W 10 

ZZW 7 


Geh. betrok. 




28 


tfW a 


Geh.b.reg.h. 
Helder 


lo 


1 


42 

3* 
36 


z w « 






12 11? 






29.nl 
- $ 


Zt W 6 
ZZW 5 












Omtr. helder- 










II 


- 10 

- ie»! 

- wi 


39 

33 
39 


ZW 6 
ZZW 6 

4 


Bet. geh.be:. 
Geh. bet. lï. 
Geh. betrok. 




25 




C?ö*$2 


Ï2 


3°- 5 

- ï§ 

- I 


43 
36 

"33 


WNW 4 
NNO 2 
OZO 2 


Geh.bec.beti 
Held. z. beer. 
Natte mift 




9 ^ 






*3 


1 




4 
ZO 4 


Helder 




21 




<?.¥§ O 




30. 


40 














3°- 


33 


ZZO 5 
ZtO 4 


— .— — j— . 




3 m, 




ePttS * 


14 


3°- 


4Ó 










29- 9| 


' 44 


ZZO 8 


Held. z.betr. 












- 81 


43 


WZW 6 


Reg.geh.be. 


2 


• 






: iS 


- 9i 

- 10 


47 
43 



ZW 6 


Betrokken 
Betr. regen 




'5 




cF©<?i7 




" 7l 


45 


WZW 14 


Reg. g. betr. 


2! 








16 


- 9i 


4 Ó 


10 


Omtr. helder 




2 7 


a 3 


t? 




- 11 


44 


■ § 


Geh.be.o.h. 






■ 


1 



WAARNEMINGEN 

FEBRUART, 1743 



Dag- f Barro 

meter. 



17 



18 



IJ? 



CO 



21 



C2 



23 



26 



27 



28 



Ther- 
mo 11) 



3°- 1 

Cp.Ilfj 

- 10 



- 10 

30. 3 
29.11 

- 10= 



4 

2 9- 9+- 

- S>§ 

- n\ 
- 10 

- 10 

- 4 

- ?§ 





- 11 




- Ui 


24 


30. 1 

1 




4 




29. 11 


25 


- i°i 




- 9 



30 



lof 
11 
, 1 

il 
*j 

of 

04 

2* 



39 

43 
40 

39 
43 
39 

42 
45 

41 

40 

4<S 
43 
43 
44 
41 
41 
43 
39 
39 
41 
38 
3<5 
39 
34 
36" 
39 
42 
43 
45 
43 
43 
45 
40 

37 
44 
36 



Kr. enSt. 
der Wind. 

'WNW~6 

6 

WZW 6 

I 8 



Lugtsgefteld- 
heii. 

Omtr. helder 
Helder 
Held. zcer.b. 
Zeer betrok. 



Reg. 
I inlyn. 



Adfpeft. van Maen en Plan? 
gr. | uuren | uuren. 



WNWio 

WcN 6 

W 10 

10 

WNW 6 



4 

NW z 

WZW 4 

WtZ 4 

WNW 5 



WZW o 
ZtW 2 
WtZ 4 

NNW 6 



WZW 

zzw 



8 

4 

4 

8 
- 10 

12 

WZW 12 

10 

4 

W 4 



Reg.hag.b. 
Omtr. helder 
Reg.gch.be. 
Zeer betrok. 
Reg.geh be. 
Gen. betrok. 
Betrokken 
Bet.geh.bct. 
Regen 
Reg.geh. b. 



Geh. betrok. 
Rcg.geh.be. 
Geh. betrok. 
Geh.b. nev. 
Zeer betrok. 
Geh. betrok. 



Geh.bet.hcl. 
Geheel betr. 



Geh.bet.reg. 
Geh. betrok. 



6 7y. b.omtr. h. 



WtN 6 i Helder 
WNW 2 

WtN 2 



Omtr. helder 
Helder nnft 



9+» 



21 



«p 



io:iü 



23 



6 X 



19 



3 T 



17 



1 V 



VP 



r/O&i 



<?¥? ° 



$3 

dQ 23 



S Retr, 



/- ■!! m J Barrometer 20 D. 10* L 
Gemiddelde< „,, ^ 

1 Thermometer 



't Gevallen Water 
't Uit^evvaeflemilc 



Dagelykfche kragt der Wind omtr. 5 



40 Gr. 

12J L. 

nj L. 



OP ZWANENBURG. 

MAAR T, 1743 



Pag 


. 1 Barro- 


Ther- 


iKr. en St 


Lugrsgefteld- 


Reg. 


Adfpeft, van Maen en Plan. 


| meter. 


mom. 


1 der Wind. 


heit» 


inlyti 


gr. uuren 


1 uuren. 




;3o. l| 


31 


ZO 2 


Helder 










I 


i 3 
4 


41 


4 
OZO 4 


Betrokken 




15- V 




c/§£ 




2.9 -10^ 


37 














- H 


37 


ZO 6 


Zeer betrok- 










2 


- 9 


46 


WZW 4 


Omtr.h.z.b. 




29 


D 


cR. 




- 11 


36 


4 


Betr. helder 












30. 1 


32 


WNW 2 


Helder 






1 




« 


2 


45 

35 


4 
ZZW 2 






12 n 








- a| 


Betr. helder 




D 








_ n 


34 


ZZO 4 


Omtr. helder 










4 


- i| 

5 

4 


44 
38 


ZtO 4 

ZZO 5 


Helder 




27 








29.1 i§ 


36 


■ 5 


Omtr. helder 










5 


- io| 


46 


5 


, . 




11 25 




: 




- 8.ê 


44 


ZzO 6 


Omtr. hel.b. 












- 7 


42 


NNW 1 


Regen 


T 3 








6 


^1 

- 9 

- 9% 


44 

O/ 

37 


NW 4 
WNW 2 

n 


G.b.omtr.h. 

Helder 

Betrokken 




25 






7 


3°- 


44 

37 


NNW 5 
NO 6 


Held. betrok. 
Bet. gch.bet. 




9 Q. 


öT <? 






- 1 


34 


O 3 


Helder 








j 


8 


3 

4 

29.11! 


4i 

35 


OtZ 4 
Z 5 


Omtr. helder 
Helder 




23 


c/ t> 


c/©£ 
inf. 




- 11 




2W 6 


Bet. fneeuw 


r 

4 


■ 


c?© 23 




9 


- io| 

- 10 


38 
40 

39 


2ZW 4 

Z 4 
ZZO 4 

Z 6 


Geheel betr. 




7 np 


c? 2 








10 


- 10 


45 






20 






- 9Ï 


4 1 


ZZO 6 


Bet. geh.bet. 












- 9l 


39 


ZO 5 


Geh. betrok. 










11 


- 9: 


46 


ZZO 4 


Geh.bet. bet. 




3 «a 


c?$ 






- 9%\ 


4 2 


ZO 2 


Bet.geh.bet. 










- io|| 


40 


ZZW 4 


Betrok, milt 










12 


- 10^ 

- 11 1 


4 U 
44 


4 
ZW 4 


Zeer betrok. 
Geh. bet. bet. 




16 








- ui 


41 


WNW 2 


Reg. g. bet. 


1 








1? 


- ui 


44 


6 


Omtr. helder 




29 






*0 


- 94' 


43 


WZW 8 


Bet lokken 












- si 


41 


WNW 8 


Reg.omtr.h. 


1 








14 


- 9Ï 

- 9\ 


43 

37 


NNW 12 

, 

u 


Reg. betrok. 
Bet.hag.reg. 




11 «V 




1? 




- 9S 


38 8 


Reg.omtr.h. 


3 
4 








35 


- 91 


41 iNt 10 


Hag. 2. betr. 




2 3 






- "1! 


36 j N 4 


Betr. helder 












30- l 

. T 


36 'NNO 2 
42 ZtW 3 


Helder 










16 


Iï 






S +?> 








1 
2 


40' 


WZW 5 . 


rielJ.z.betr. 






1 





Dag. 



Barro- 
mctet. 



Ther. 
mom 



WAARNEMINGEN 
MAART, 1743. 



Kr, en St. 1 Lugtsgefteld- 
derWind. | heit. 



- PI 

- 9 

: P 

- 9h 

- lï| 

30. 1 



- 14 
30. 
29. 9 

- 6h 

- 5Ï 

_ o 
O 

- 3 

nl 
02 

- Ah 

- Ah 

- Ah 

- 3É 

- 3É 

- 41 

: I J 

-1 

- 10I 

I 



30. 



34- 



-4 
I 

29. II 

Pi 

ib| 

n! 
4 

- 1 

- 1 

- il 

- ï 

1 

- - 2 

29.11 



3Q. 



42 

47 
40 

39 
44 
36 
37 
47 
37 
35 
47 

33 

40 

43 
39 
37 
42 
39 
39 
4i 
38 
39 
45 
36 

37 
40 

37 
37 
46 

37 
3« 
46 

43 

48 
42 

41 
45 
39 
38 

45 

40 

37 
50 
39 



WtN4'.Nevel 
WNW 4|Berrokken 
2iGeheel betr 



WtZ 4 'Betrok ken 

WtN 4 | 

WNW 5 1 Betr. regen 
NcW 2; Geh. betrok. 
O NO 4'Betrokken 

2|Betr. helder 

«ÏHelder 

3 (Hcld.omt.h. 



O 

zzw 

ZtW 

z 

zw 
wzw 



2|Bet. reg.bet, 
i|Gch. betrok. 
2 |Reg. z. betr. 
6. Betrok. re£. 
4.IIag.omtr.h. 
7 [Zeer betrok. 
WtN 6'Betrok. reg. 
ZZW 6 Betrokken 

wzw 

zzw 



6|Zeer betrok. 
6 Hagel regen 



WNW 
NNW 

N 
NO 
NtW 



o Regen 



2 Geli. betrok. 
2iGeh.bet.hel. 

3 Geh. betrok. 
4'Reg. g. betr. 
5-Onur. helder 

N W 2 (Zeer betrok. 
5 : 0mtr. h.z.b. 

iJBetr. helder 

WZW 4 Helder 

ZW 4- 
— Co) 
O NO 2 

1 

NtO 4 

TjMift 

NO 4 Geh. betrok. 

NNO 6;Geh.b.z.bet. 

NO BJHelder 
O NO slOmtr. helder 



NNO 
ONO 
OtN 
NO 



7 1 Helder 

6" 

6 

4 



Reg. "j Adfpeft. van Maen 'ra Plan 
inlyn. | gr, | uuren. | uuren. 






N.L. 



1 
4 



% 

4 



17 


D 20 




29 






11^0 






23 






£1 *-V»~< 






18 






1 X 




S Dir. 


14 






28 


c/G 12 




12 V 


rf ? 




26 






11 V 




dl> 


25 






10 II 






24 










Gemiddelde' 



Barometer 



' l Thermometer 
't Gevallen Water 
't U h ge vvaeflemde 
Dag elykle kragt der Wind ruim 



9 D. io|Lyn. 
404 Gr. 
6 f Lyn. 
I4| Lyn. 

4 







OP ZWANENBURG. 




,„ , ' ; ' ' ' ' ! 


ag \ Barro- Ther- 

1 meter. | mom 


■ Kt. en St 


. Lugtsgefteld- 


Reg 


Adfpeft. van Maen en Plan. 


der Wind 


heir. 


inly 


n. gr. | imren | uuren. 


29. 9 


37 


NO 4|Omtr. helder 










I 


- H 


48 


ilHclder 




8 S 




- 61 


4°. 


NW - 


Held.omt.h. 












- A-i 


38 


zw e 


Betrok, ruift 










2 


- 3§ 


43 


ZZW g 


Omtr. helder 




22 








- 1 


45 


WZW ie 


Bet. geh. bet. 












- U 


27 


WtN 6 


Regen hagel 


I 








3 


- 3 


42 


8 


Reg. hag b. 




6 Q. 


^ cT 






- 5 


38 


ZW 6 


Betrokken 


co 

I 










- 5 


38 


WZW 4 


Reg. hag. b. 








4 


- 5 


44 


6 


Betrokken 


2 


19 


c/t» 






" 31 


39 


NNW 5|Geh. b.z.b. 












- 8 


37 


NW 3 Helder 










5 


" 9 r 


42 


Z t W 4! Om er. helder 




3 «P 


c/ ¥ 






- 6\ 


38 


ZZO 14 Bet.geh. bét. 












" I| 


44. 


Z 10 Regen 


r\ s 

04 








6 


- If 


53 


ZZ W 8,Reg. geh.b. 




16 


c?2 






28.IOJ 


49 


S.Reg. z.betr. 


2 










- 10J 
29. l| 


40 


WtZ 12 Regen 


I 








7 


40 






29 








" /4 


4i 


WZW 6|Reg. z. bet. 


3 










- 31 


40 


ZZO 10 Regen 










n 


1 
2 


49 


ZW 12 




If 


12 =0= 


<f © 12 




j 






1 


45 


10 Reg. z. bet. 










- 5 2 


4Q 


WtN ie 




Ij 










— 


? 


- 6\ 


45 


12 


Zeer. b. o.h. 




25 








7a 


42 


8 Betr. helder 












- 6\ 


4 1 


■ — — 6 Omtr. helder 










3 


- 7 


45 


8iBetrokken 




7 ni 


J 3 ? 






- 9\ 


40 


WNW 8iReg. z. bet. 












- 11 


40 


— 6 


Geheel betr. 










1 


- 11 


44 


WtZ 6 


Zeer betrok. 




19 




%? 




- 81 


39 


■ 6 


Geh. b. reg. 








- 5§ 


40 


ZZW 8 


Reg. betrok. 


3 








t 


- 4l 


42 


WtN 4 Regen 


I 
4 


1 +> 








_ 



37 


4'Reg- geh.b. 


I 
4. 










- 3§ 


37 


NW lolleg. hag.fn. 












- 3f 


4 1 


WNW10Hag.1n.betr. 




13 








- 1 

- 34 


38 


NNW 4!Hag.regz.b. 


i§ 










- 7Ï 


39 


NtO 6 Reg. geh. b. 


T 
4 








- 


- 8ï 


40 


NW 6 Sneeuw betr. 




25 








- 94 


38 


4.i[fag.r.o.hel. 


I 
2 










- 9^1 


39 


W 2 


-iag. geh. b. 












- Pi 


39 


ZtW 2 


legen 




z "p 






1 
1 


- 9 


35 


N W 2 


mi reg. betr. 












■ 81 


3Ó 


— 4 


sn.zeerberr. 


II 






' 


1 


- .n 41 


6 


sneeuw betr. 




*9 


□ 16 




1 


- 9 1 


35 1 


6 


Sn. bet. hag. 




1 







, lBarro-1 
j meter. | 



Ther- 
mom. 



WAA RNEMINGEN 

APRIL, 1743. 

Kt, en St. I Luchtgefteld- I Reg. | Adfpeft. van Maen en Plan 



det Wind. heit. 



(inlyn. Jgr. 



| uuren. 



uuren. 



9 
9 
9 

■ 9! 

..iof 

• 7 
6 



- 10 

- 10 



4 

jr 
4 
3 
4 

II! 



3°- 
3°- 
29.10^ 

■ 4l 
4 

' 5 + 

• 51 

• 5^ 

• 6' 

■ 7Ï 



9Ï 
9\ 
9l 
9Ï 
io| 

10% 

II 
IJ 

ui 



30. 



29.11 

■ 9l 

■ Si 

■ 61 



36 

34 
34 
33 
40 

37 

34 
40 

38 

35 

4' 
37 
37 
44 
40 

43 

47 
42 

44 
47 
43 
45 
50 
4i 
4i 
49 
42 
4^ 
5° 
42 
41 

49 
40 

39 
48 
40 
39 
47 
46 
46 
48 

47 



NW 6 
WNW 8 

NW 1 

4 

NO 10 
NtO 2 
NO 



Hag. i.z.b 
Hag. fn. bet. 
Hagel fn. 
Sneeuw bet. 
Sn. reg. betr. 
Sn. hag. betr. 
Reg. fhecuw 
Reg fn. betr 



Hag. fn. betr, 
NN O 4 Sneeuw bet 
NW 4JBetrokken 

2 j Omtr. helder 

WNW 2 Hagel bet. 

Betrokken 

13ct.geh.bet. 

Regen 

Reg. z. betr. 

Z. b.omtr.h. 

Zeer betrok. 

Bct.geh.bet, 

Z. b.omtr.h 

Geheel betr. 



WZW 



WNW 

W 
ZW 

WNW 



N 

NO 

ONO 

NO 

ONO 
NO 
NNO 

NNW 
NtO 

NNO 



NW 
Z 

zzw 

ZW 



6 
10 

8 

5 
6 

6 

4 
2 
I 

4 
4 
6 
8 
8 
6 

5 
5 

4 

5 
1 
2 
2 
4 
5 
6 

4 

6 

10 



Z. b.omtr.h 
Omtr. helder 



Omt.hel.hel 



Geh. b.z.b, 
Bet. geh.bec. 
Omtr. helder 
Betrokken 
Betr. helder 
Omtr. helder 
Zeer betrok. 
Betr. o. hel 
Omtr. helder 



Bet.geh.bet, 
Geh. betrok 
Nev. geh. b, 
Geh.bet.reg, 



i **w 



13 



9 X 



6Y 



c?c? 
c?t> 



20 



c/ & 



<ƒ 22 



f V 



20 



5- n 



19 



4 SS 



18 



3 Q. 



cf ? 



D 



ert 



_ 11 ij •sBarromcter 29 D. 
Gemiddelde ^ Thermometer 

't Gevallen Water 
't Uitgewaeilèmde 
Dagefykfe kragt der Wind omtr. 



7s 
4*1 

28 



L. 
Gr. 
L. 
L. 



OP ZWANENBURG. 
MAT, 1743- 



Dag. 



Batro- 

meter 



Ther- 

mom. 



Kr. en Sr. 
Her Wind. 



Lugrssefield- j Keg. I Adfpeft» van Maen en Plan. 
heit. ° inlyn. I er. | uuren | uut en. 



129. 



4 

5 
6 

7 
g 

9 



3° 



54 

e| 

51 

6 

/4 
_JI 

/4 

5Ï 
óï 

6 

6 

5§ 
4 | 

61 
11 
il 
il 



'30. 
• 10J 



o 2 

91 



3°- 



3°- 
3°- 



4 
1 

il 



14 

15 
16 



46 
49 

47 
45 
5i 

5o 
50 

53 
49 
5i 
56 
48 
43 

4i 
40 

43 
53 
48 
48 
55 
52 
53 
60 

55 
49 
57 
5° 
47 
53 
49 
48 

56 

51 



WcN 8 
WcZ 8 
ZW 8 
NW 4 

WNW 6 
2W 7 

WZW12 
■ 12 

14 

ii 

ZW 12 

NW 1 
NNW12 
WNW 10 

4 



ZW 

z 
zo 

ZW 



4 
4 

Q 

4 
4 

ZO 8 



o zo 
zo 



o 

OcN 
ONO 



NO 9 



I 

2 


55 


3 

4 


52- 


30. I 


51 


T I 

1 1 


53 


— T ^ 

4 


48 


— T ^ 

4 


50 


r 1 
2 


61 


4 


52 


• T 


53 




66 


T ^ 

*4 


56 


- 2 


55 


-4 


67 


~2 


56 



ONO 
WNW 

Iwzw 

WtN 
WNW 

NcW 
NNO 

NO 



ONO 8 



NO 
OrN 
ONO 
OcN 
ONO 



Geh. betrok. 
Zeer betrok. 

Omtr. helder 
Betrokken 
Betr. regen 
Reg.omtr.h. 
Betrokken 
Eet.reg held. 
Be; rokken 
Omtr. helder 
Betr. regen 
Regen 
Hag;el regen 
Z. b. omcr.h. 
Helder 
Omtr. hel.b. 
Hag.reg.g b. 
Reg. g. bet. 
Betrokken 
Reg.geh.be. 



((O 



Geheel betr. 
Reg.zeer be. 
Regen 

Geh.bet.hel. 

Omtr. helder 
Betrokken 
Held. ome h. 

Geh. betrok. 
Omtr. helder 
Omtr h.z b. 
Reg.z. betr. 
Betrokken 
Betr. helder 
Betrokken 
Zeer betrok. 
Betr. helder 
Helder 



l± 



6? 



4 

T 

4 



34 



16 &J ^ I* Dn '' 

1 ! 

é ¥ ¥ Dir - 



o lip 



■a, 



21 



3 Bi ƒ l 

16 e?© 4 



IO+»cf ? 



21 



3 **> 



27 



9 « 

22 !cP fc 



1P 



!<?(? 



lub 



Dag- 


1 Barro 




! meter. 




30. 2| 


»7 


- 3 




ol 




04 




- 3? 


18 


n 3 




- 4l 




" 4! 


i° 


■ 4 "t 




- si 




- 5§ 


50 


- 5| 




- 5 




- 4| 


21 


- 4} 




" 4 i 




- 4* 


22 


- 4i 




- 4 




- 3i 


23 


- 3 




'4 




- I 


24 


- I 




3°- 




29.11 


25 


- ip! 




- 9\ 




- 9Ï 


26 


- 9\ 




- 7i 




- 7 


«7 


- 8 




- 10 




- 10! 


28 


ii- 




T T I 




" * l 2 




TT 1 




- 1 1 4 


29 


' *<ï 




' 'U 




■Tl 1 




- "4 


30 


- I I 




- IO 




29. 9| 


3i 


- 9 




- 9 



Ther- 
moni. 

*lT 

67 
61 
60 

74 
55 
54 
64 
54 
54 
63 
55 
55 
64 
5t 
54 
63 
54 
55 
66 

54 
53 
55 
51 

48 

56 
5o 
51 
58 
48 

53 
5 2 
45 
47 
54 
5i 
53 
60 

52 
52 

67 
61 

60 

76 

59 



WAARNEMINGEN 

m a r, 1743. 



Kr. enSt. 

der Wind. 



ONO 



NO 



NtW 
NW 



NNVV 
NO 



10 

7 
10 



ONO 
NO 

NNO 



NtW 
NNW 
NW 



NNO 
NW 
WtZ 

VVNW 
N 
NtW 

WNW 
NW 

wzw 



zo 

ZtO 
OtZ 

zo 
zzo 

NW 



6 
6 

4 
Co) 



Lugtsgefteld- 
heit. 

Held 



Reg. 
in lyn 



Adfpecr. van Maen enTlani 
gr. | uuren \ uuren. 



er 



Betrokken 
Helder 



Held.omt.h. 
Z. b.onitr. h. 
O nut. helder 

Betrokken 
Gch.bct.hel. 
Helder 
Omtr. helder 
Betrok, held 
Betrokken 
Betr. helder 
Helder 
Betrokken 



Geheel betr. 
Betrokken 
Betr. helder 
Held.b.g.b. 
Geh. b.z. b. 
Betrokken 
Omtr. heider 
Geh. betrok 



Bec.omt.hel. 

Geh. betrok. 
Betrokken 
Bet. geh. bet. 
Omtr.h z.b. 

Betrokken 
Betr. helder 
Helder 



4 X 



17 



oY 



14 



13 V 



13 n 



28 



13 05 



28 



«ft 



■f 1 



c/Q 6 



</ ? 



</*cT 



ca 



10 



nt; 



Betrokken 
Omtr. helder 
Bet. geh. bet. 

r-. • j j „ij J Barrometer 
GemiddeJde< ~, 

1 lhermometer 

't Gevallen Water 

't Uirgewaefiemde 

Dagelykfche kragt der Wind 



□ 
c/c? 



20 



29 D. 11 
54 



20| 

44? 



L. 
Gr. 
L. 
L. 






OP ZWANENBURG. 

J U NT, 1743- 



bag. 


[ Barro- 1 


Ther- 


Kr. enSt. 


1 Lugtsgefteld- 


IReg. 


Adfpeft. 


van Maen 


en Plan. 


I meter. I 


moin. 


der Wind. 1 heit. | inlyn. 


gr. | uuren 


uuren 




29. 8 


'63 


ZZO 4 


Regen 


4 








I 


- 81 


66 


4 


Bet. geh.bct. 




S =0= 




O^C? 




- 8| 


59 


4 


[leg.bet.g.b. 


d.bl. 










- 9 


59 


ZW c 


Betrokken 


2 








2 


- 10 

- ui 

- nf 


60 

58 
59 


WZW 8 
ZW j 
ZtO 6 


Zeer bet.o h. 
Omtr. helder 
Helder 




18 






3 


- "1 

- "1 

- 1 1 


70 
62 

67 


ZtW 4 

WNW 2 

OcZ 2 


Betrokken 
Zeerbet.o.h. 
Zeer betrok. 




I 111 






4 


- 10I 

- lOi 


74 
62 


ONO 2 

WNW 4 


Betrokken 




(2 








' u 2 


64 


N 


Zeer betrok. 










5 


- II 
" Il 


66 

58 


WNW 4 


Betrokken 




25 




1P 




4 














- loï 


60 


ZZO A 


Geh betrok. 










6 


- 10 


7 1 


4 


Betrokken 




7 +-> 


cf0 18 






- IO 


59 


WtZ 4 


B.r.z.b.d.bl. 


1 
4 










- io| 


57 


WZW 6 


Geheel betr. 






f s 




7 


- II 


62 


ó 


Betrokken 




i3 






- 1*1 


57 


ZW 4 


Betr. helder 












- roj 


55 


ZtW 8 


Helder 










8 


- 10 


61 


ZZW10 


Betr. regen 




t( !0 






- io| 


56 


ZW 6 


Reg. betrok. 


if 










- II 


5<S 


6 


Geh. betrok. 










V 


- II 


63 


4 


Bettokken 




12 






- iof 


57 


WZW 2 


Betr.r.weerl. 












- iq| 


55 


6 


Reg. betrok. 


il 








IO 


- 11 

- n| 


59 

57 


W 5 
ZZW 6 


Omtr.hdder 
Omtr. h.z.b. 




24 


ƒ ? 






3°« 


55 


W 4 


Reg. z. betr. 


1 
3 








II 


- 1 

- il 


61 

56 
58 


WtN 4 

W 4 

ZW 6 


Betrokken 
Omtr. helder 
Geh. betrok. 




6 ttfc 






12 


- i§ 

3 

4 


66 
61 


6 

6 


Z. b.omtr.h. 
Omtr. helder 




18 








30. 


59 


— 4 


Betrokken 






«H 




13 


29.11! 




WZW 4 


Omtr. helder 




1 X 


Ĵ 




- ui 


65 


tZ 1 


Omtr. h.z.b. 






^0* 






- 9 


66 


ZO 4 


Helder 








j'4 


- 9 


77 


5 


— 




13 


□ 20 






-' 9^ 


65 


OZO 4 

ZO 2 

1 


••—«——» ■ 












- 10 

T^ 1 


65 
82 






26 






15 


- IO| 












- »I 


64 
67 


NNW 2 

ZW 2 


Omtr. helder 












30. 5 






9 r 






ï6 


- «1 


75 


WtZ 3 


Betrokken 










- s 


61 


NW 6 


Betr. . hekler 











Dag, I Barro- 
j meter. 



W A A R N E M I N G E N 

j u n r, 1743- 

Thet- 1 Kt, en Sr. 1 LuchtgcftelJ- [ Reg. I Adfpeft. van Maen en Plar, 
n otr. | der Wind. | heit. | in lyn. | gt. | uuren. | uuren. 



24 



25 



■:6 



27 



28 



29 



3°- 



17 



18 



lp 



2© 



21 



22 



7 i! 



2p.llf 



3° 



10 
lij 



29.1XI 

- iq| 

- 10 

- 10} 

- io l 

- 11 

- iil 

- 11I 

- ui 

- 11 

- 9\ 

- 9 

- 9 

- 9 

- 9l 

- 10 

- 9§ 

- U 

- ifi 

- 11 

- iü- 

- ijl 

"Ml 

- "4 

- ih 



30. 



64 | NW 2'Omtr. helder 

68 jWNW 4 — 

58 ;KNW SjZ.b.cmtr.b 

— 2 lOmtr. helder 



NtO 2 

NO 2 

OZO 4 

O 4 

NO 7 

NNO 8 

6 

NtW 5 
NW 1 
WtZ 3 



55 

67 

6c 

59 
75 
64 
63 
73 
57 
60 
68 
62 

61 jWZW a 
68 I ZW 6 

54 ,WN\V 4 

55 NNW 4 

62 :NNO 4 

52 NtW 3 

53 OcZ 2 
6a 4 
53 

5<S 

62 

53 
55 
62 

56 

55 
61 
56 



Helder 



Held. z betr. 
Reg. g. betr. 
Z.b omtr.h.l 
Berr. helder 
Helder 



OZO 1 

\VN\V 2 
WZW 4 
ZZW 6 

W 4 

■ o 

WtN 4 

■ 4 

NW 6 



Geheel betr. 
Regei) betr. 
Bct'.r.g.bet. 

!3etrok. reg. 
Betrokken 
Rctr. held 
Omtr. helder 



Zeer betrok 



Bet. geh.ber. 
R.o.h.g.bct. 
Omtr. helder 
Betrokken 
Betr. helder 
Omtr. heldeJ 
Betrokken 
Zeer betrok 



55 ,WNW 4 

,5i j — »— 4 Betrokken 



57 



ojHcld. zeerb, 



7 * 



7 n 



7 55 



<ƒ 013 



7 Q. 



22 



5" in; 



19 



2 z £ = 



15 



27 



c/ % 



□ 7 



cfb 



57 I ZtW 4 Reg. z. bet. 

63 WNW 4 Oanr.hclder 

60 WtZ 4 Bet. geh.bet.l 

61 WtN 5 Zeer betrok. 

62 ;WNW 4jGeh. betrok. j 
59 1 4 |Pveg. b.g.b.) % i 1 1 

/-. jt 11 J Barometer 20 D. 11 Lyn. 
Gemiddelde < ^r „<„.„.. /'„ar-. 

1 Thermometer 60-3 Gr. 

't Gevallen Water 9f Lyn. 

'tUigewaeflemde 47 Lyn. 

Dagelyklè kragt der Wind 4 



Dag, I Barro- 
I meter. 



OP ZWANENBURG. 

JU LT, 1743- 

Thet- I \<t. en St. j Lugisgefteld 
mom. | der Wind. I heit. 



Reg. 
in lyni 



Adfpeft. van Macn en Plan, 
gr« | urnen | uuren. 



29, 



.114: 

lil). 
Hf 



3°- 
3°- 



1 

II 



30. 

29. 



1 r 
11 

IO§ 

10 

io§ 

lo| 

n 

9_ 

75 
71 
7\ 
7% 
71 
7 



u 4 

9§ 



- 10 



ir§ 



2p.Il| 
" "§ 

" "I 

- II 

- IO 

- 9l 
" 81 
" 7\ 

- 7\ 

- 71 

- 71 

- 7\ 

- 7h 

- 7\ 

- 8 

- 9 



61 
66 

59 
6i 
66 

57 
60 

65 

57 
57 
6\ 

56 

61 
63 
59 
60 

62 
56 
5 1 
64 
5« 
56 
57 
53 
59 
6r 

59 
60 
66 

56 

57 
61 

56 
5ö 
61 

56 

57 

69 
61 
61 
66 
59 
59 
62 

53 
56 
60 

56 



WtN 41 Geh. betrok 

5 Zeer betrok. 

4 ' 



WNW 4I Z. b.omtr.b 
3' Omtr. helder 
4 Geheel betr. 

4I 



N W 
WNW 
NNW 

N W 



6\ - 

5 G. b.zcer.b. 
2' Reg.geh.be. 
2 Geh. betrok. 



WNW 
NW 



1 ; Betrokken 
2 Geheel berr, 



WNW 

! NW 

'NNW 



o 

6; Ber. g. betr, 

61 Geh. betrok, 

7' — 

WNW ö. Regen 

— 4! 

NW 3! Reg. geh. b. 

WNW 6 Reg. geh.be. 

■ 2|Z. b.g. betr. 

2j Geh. betrok. 
Omtr. helder 



NW 



4 
4 
6 
6 

6 

WNW 6 

4 

N W 2 

ZZO 4 



Bet.ge h.bet. 
Geheel betr 



ZO 

zw 
w 

WtN 
WNW 
N W 

WNW 
NW 



Betrokken 
Bet. geh. bet, 
Geh.bet.bet, 
Betrokken 
B.r.dond.bl, 
Regen 
Betrokken 
Betr. helder 
Zeer betrok. 
Bet.geh. bet. 
Geh. betrok. 
Regen 
Geh. betrok. 



r| 



3} 



o* 

4 



' 



9 "l 



4 +> 

15 

27 

9 ^y^O 10 

21 O 2 



£ Retr. 



15 



c?t> 



10 XcP ¥ 



23 



6 V 



19 



a W 



16 



cFc? 



p 5 



c/fr? 

c/Oginf 



WA ARNEMINGEN 













J U L T y 


1743 








Dag. 


Barro- 


Ther- 


Kr.enSt. 


Lugtsgefteld- 


Reg. 


Adfpeft. van Maer 


1 en Plan. 




meter. 


mom. 


der Wind. 


heit. 


in lyn 


gr, | uuren 


| uuren. 




19. 


8^ 


58! 


WNW 2lZeer betrok. 










17 




7% 


63 


ZZW 4 


Bet. geh. bet. 




1 n 




<n> 




- 


4 


64 


ZO 8 


Gch.bet.rc^. 












- 


3Ï 


59 


OZO 5 


Geheel betr. 










18 


- 


3| 


68 


ZtW 4 


G. bet.r.o.h. 


1 
4 


15 








- 


41 


59 


WZW 6 


Geh. betrok. 












- 


3 


58 


Z 8 


Regen 


«1 








IP 


- 


3 


63 


WtZ 8 


Reg. z. betr. 


3 
4 


25 








- 


3§ 


59 


10 


Reg. betrok. 


3 

4 










- 


6 


60 


W 8 


Betrokken 










ZO 


- 


7§ 
3| 


63 
59 


12 

WZW 6 


Zeer betrok. 
Betrok, reg. 




'5 


c/0 20 






- 


9* 


59 


W 5 


Omtr. helder 










SI 


- 


Pi 


64 


• 5 


Betrokken 




1 Q. 








- 


H 


59 


ZW 4 


Bet.g.b.o.h. 










- 


«I 


57 


OZO 4 


Reg geh. b. 


T 
4 








22 


- 


5i 
4i 


64 

60 

59 


ZO 4 

Z 2 

WZW i 


Betr. regen 
G.b.reg.z.b. 
Zeer betrok. 


B# 

d.bl. 


15 




<*¥<? 




- 


60 


. 10 








r/ t» 




23 




rrp w 






- 


_ 1 
75 


57 


NW 10 


Z.b.reg.z.b. 






tf 3f 






. 


9 


59 


WNW 8 


Geh. betrok. 










24 


- 


10 


64 


WtN 8 


Omtr. helder 


j 


H 


c/ ? 






.. 


IO§ 


57 


WtZ 2 


Bet. reg.z. b. 


2 






- 


lil 

ui 


59 
64 


WNW 4 
4 


Geh. betrok. 




28 


o 7 c? 




«5 








3o. 




56 


NW 2 


Betr. helder 












-9 


iijf 


56 


OZO 4 


Helder 










26 




11 


69 


OtZ 4 


Betr. helder 




II =0= 




g Dir. 




-. 


9 


64 


ZtO 2 


Betrok, ree. 












- 


71 


64 


WZW 4 


Reg.omtr.h. 


l 








27 


- 


7é 


69 


WtZ 5 






24 


D 21 






_ 


8 


62 


ZW 5 


Z. b.reg.z.b. 












_ 


9 


61 


WZW 6 


Zeer betrok. 










28 


_ 


9Ï 


67 


6 


Omtr. helder 




6 111 








_ 


1O4 


61 


ZW 4 


Betr. helder 












30. 


n| 


61 

7 1 


ZtO 5 
ZW 4 


Betrokken 




18 


V 




2p 










I 


65 


ZZW 4 


Z.b.omtr.h. 










_ 


i| 


66 


ZZO 6 


Helder 












_ 


I 


7 6 


ZtO 5 






-H> 






3° 








3°- 




66 


ZO 3 


Omt.hel.hel. 














1 
4 


65 
7 6 




N 1 


Omtr. helder 










31 


- 


4 






12 








29. 


II 


66 


NNW 4 


Z.bet.vveerl. 














Gemi 



ddelde<{ 



Barrometer 
Thermomei 

't Gevallen Water 

'tUitgewaaflemde 

Dagelykfe kragt der Wind 



29 D. 9 L. 

:er 61 Gr. 

21 § Lyn. 

42 ^ Lyn. 
ruim 4 






OP ZWANENBURG. 

A U G U S T U S, 1743. 



ia \ Barro- 


Ther- 


1 Kt. en St 


. Lugtsgefteld- 


Reg. 


7 • / T3 ■ 

Adfpeft. van Maen en Plan. 


\ meter. 


mom. 1 der Wind 


heir. 


inlyi 


1. gr. | uuren j uuren. 


29.10 


66 


OZO 1 


Zeer betrok. 


I 






I - IO§ 


70 


WtZ 6 


Reg. omt. h. 


i| 2 4 






- «4 


61 


WNW c 


Omt.hel.hel. 


2 






3o. 


63 


ZW 5 


Betrokken 










2 - i 


68 


W 4 


" 




6 ^ 








1 
4 


60 


iWZW 4 


Bet.geh.bet. 










3°- 


60 


ZZW 4 


Reg. geh.b. 


il 








3 - § 


64 


WNW 6 


Reg. z. betr. 


* 2 


18 


cP3 




- ii 


s8 


NW 3 


Betr. omt.h. 


4 








- i§ 


61 


WNW 2 


Betrokken 










4 - i| 68 

- I! 6l 


W 2 






xta 






ZtO 2 


Bet. zeer bet. 










30. 63 


WZW 4 


Omtr. helder 










5 ^p.iii 71 


WNW 2 


Betrokken 




12 


«P0 1 


. 


- 10 j 6*4 

- 71162 


ZO 1 

4 












Zeer betrok. 










6 - 6§ 70 


ZZW 4 


Geh. betrok. 




24 


cPf> 




- ?k.6i 


WZW 6 


Regen 


1 








- 8§j6o 


W 8 


Reg. z. bet. 


1 








7 " 9 ! 63 


WtZ 10 


Zeer betrok. 




7 X 


ö °l 




- 9| 60 


7 


Omtr. helder 










- 10 


61 


6 


Betrokken 










8 - io| 


66 


WtN 6 






20 


cf ? 


■ 




- 11 


57 
60 


WtZ 4 


Reg. z. bet. 


4l 








- «I 


WtN 2 


Omtr. helder 










9 3o. | 


66 


4 


Zeer betrok. 




3 Y 


c?<? 




- i| 58 





R.z.bet.o.h. 


N.L. 








- 1 


63 


WZW 4 


Betrokken 










- 1 


69 


ZW 8 


Omtr. helder 




16 






1 


63 


6 


Bet geh. bet. 










30. 


64 


■ 6 


Geh. betrok. 








- 


I 3o. 


7° 


WZW 6 


Betrokken 




29 






29.nl 


60 


W 4 


Geh. bet. reg. 










1 - "1 


61 


WtN 3 


lieg. geh.b. 


7% 






, 


2 30. i 


6 5 


• 6 


Zeer betrok. 




13 V 


D 12 


SI 


" J ï 


60 


4 


Z. b.omtr.h. 










4 
- 2 6l 


WNW 4 


Betrokken 










3 " «f 65 
- 2|! 61 


WtN 4 
2 


Omtr. helder 
Betr. helo'er 




27 






- 2 | 62 


ZZW 4 


Omtr. helder 










4 " *2 7i 


ZtW 3 


Betrokken 




1 1 n 






- èj 62 


OZO 2 


— ' 










29.11 | 61 


ZZO 2 


Omtr.helder 










5 - 10 l 73 









2 5 




. 


- 10 


63 


(o) 


'Bet. g.b.reg. 


d. bl. 








" 91 


65 


ZW £ 


Geh.b.o.he). 


5 








5 - 9 


6c, 

62 1 


WNW 3 


Zeer betrok. 




10 25 






1 - 9 


NO 6 


Reg. z. bet. 




i 







Dag- 



}7 

19 

20 

21 

£2 

33 

24 

26 



2*» 



23 

*9 

30 

3 T 



Barro- 
meter. 

2978" 

- 7£ 

- 8 

- 9! 

- iq| 



30. 



2 I 

-♦ 

3 I 

3 

2§ 

3 ! 

2! 



af 



- i 



2§ 

•f 

Ij 
1 

29.ul 
II 

io| 

II 
II 



- 


105 


. 


II 




I 


- 


11: 


- 


H| 


- 


"1 


-. 


io* 


- 


91 


- 


10 


- 


IX 


30 


> 




1 




2 


- 


i| 



Ther- 
mom. 
~6cT 

60 

60 

59 
66 

58 
óo 
68 
62 
60 

7 1 
62 
61 

7i 
64 
61 

7° 
65 
61 

7i 
62 

óo 

71 
62 
61 

70 

64 
62 

67 
ói 

57 

7i 
61 

62 

7 1 
60 

59 

7i 

65 

63 

73 
66 

63 
68 
61 



WAARNEMINGEN 
AUGUSTUS, 1743. 

Luchtgefteld- , Reg. I Auïpcft. van Maen en riar 
heit. | in !yn | gr- | uuren, j uuren. 



20 I 
ZtO 1 
OZO 2 



Kr. eu St. 
der Wind. 

"CTtZ 3J 

ZW 1 

NO 6 

NtW 4 



O 



OZO 



OtN 

ONO 



OtN 
ONO 
OtZ 



ONO 
OtN 

ONO 
NO 
OtN 

OZO 
OtZ 

O 
OZO 
NtW 
NW 

NNO 
OtN 
OZO 



Reg. geh. b. 
Regen 
Reg. geh.be. 
Omtr. helder 

Helder 
Betrokken 
Held. om t. Ii. 
Betr. helder 
Helder 
Omtr. helder 
Helder 



ONO 
OZO 

ZtO 
W 
NNO 

NW 



3 

7% 

3 
4 



Held.omt.h 

Zeer betrok, 

Betrokken 

Reg. z. betr. 'd. bl, 

Helder 

Omrr. helder 



Betrokken 



Omtr. helder 
Helder 
Omtr helder 
Omtr.h.z.b. 
Geh. bet. reg. 
Omtr. helder 
Het. geh.bec. 
Geheel betr. 
Omtr.helder 
Betrokken 



24 

9 Q_d g 

24 






d © 4 



8 trp <$ -j, 



22 
6 £ 

19 

2 nx 
16 

26 

9 +> 
21 
2 ho 

14 
26 



i ? 



D 13 



V 



c/t>£ 



_ ,j ,, v,Barrometer 30 
Gemiddelde ^ Thermomecct 

'r Gevallen Water 
't Uit^evvaeflemde 
Dagelykfe kragt der Wind omtr. 



D. 



63 1 


Gr 


3IJ 


L. 


44! 


L. 


4 





OP ZWANENBURG. 

SEP T E M B E R, 1743. 



Dag, | Barfo- 


1 Ther- 


1 Kr. enSt 


Lugisgefteli!- 


Reg. 


ÏAdfpeft. van Maen en Tlan, 


_ 


l metet 


1 mom. | der Wind 


heit. 


inlyn. | gr* | uuren | uuren. 




30. if 


61 


NW j 


Betrokken 










I 


- Il 


73 


ZW ? 






8 »*.. 

'*v »-*w 




cTo^ 




v 




* T 


62 


(o) 


















30- 


61 


WNW 1 


Omtr. hddei 










2 


29.11! 


67 


4 Zeer betrok. 


Cl» 


21 








3o. 


59 


NtW 8 


Z. b.reg.g.b. 


4- 










- 1 


60 


NNW 4 


Betrokken 






cP© x6 




3 


i- 3 - 


66 


NW 4 






3 X 


eP'0 











59 


• 2 


Ber. g. betr. 












- Il 


60 


Co) 


Geheel betr. 






ƒ'* 




4 


- I 


61 


WZW 2 






16 


ƒ 8 








I 


53 


WtZ 1 


Reg.omtr.h. 


r 










2y.11* 


60 


— (0) 


Gel), betrok. 










5 


- "i 


67 


i 






29 












- »I 


60 


0N0 4 


Zeer betrok. 










6 


- io 3 f 

- io| 

- II 


59 
67 
58 


. 

NO 4 

NNO 2 


Geh. betrok. 
Omtr. helder 
Betr. helder 




uY 




02 




- 10! 


59 


WZW j 


Zeer betrok. 






cPo 71 




7 


- io| 


68 


WtN-4 


Betrokken 




2i 


o* ¥ 

I 






30- 1 


58 


N 8 


Z. b.reg.g.b. 










- 4 


59 


NNO 2 


Zeer betrok. 










S 


- 4 

- si 


68 

55 
49 


OrZ 2 


Omtr. helder 
Betr. helder 




9 V 




fb 


9 


- 3^ 


0Z0 2 


Helder 




** 






" 2 I 


64 


■ 5 






-j 








$ 


54 














29-n 


49 
63 


ZO 5 


Omtr. helder 






□ 18 




10 


- io| 


OZO 3 


Zeer betrok. 




7 n 






- 9% 


57 


— (o) 


Omtr. h.z.b. 








■ 




- 9l 


60 


ZZO 1 


Zeer betrok. 










IX 


- 10 

- ïi 


67 
62. 


— Co) 


Reg.omtr.h. 
Zeer betrek. 


1 

4- 


ai 








- "1 


61 


NNW 2 


R.b.z.bo.h. 


I 
4 








12 


3°' i 
- l| 


66 

55 


N 4 
NNW s 


Zeer betrok. 
Betr, helder 




S 25 








- ü 

, T 


57 


ZtW 4 
Z 4 


Omtr.helder 




20 






13 


- H 


65 












30. 


57 


ZO z 


Betr. helder 


• 










29.nl 


59 


WcN 5 


Omtr. helder 










14 


30. | 


63 


■ 8 


Betrokken 




4 Q. 








- 1 


62 


WNW 8 


Bet.geh. bet. 












- 1 


60 


W 4 


Zeer betrok. 










15 


3 
5 


64 


WtZ 7 


Omtr. helder 




18 








29.11 


63 


WZW 8 


ömtr. h.z.b. 










16 


- 9Ï 

- 9l, 


56 
61 


NW 6 
6 


Regen 
Reg. z.betr. 


2 


3 W 


cf* 






■ 8 I 


55 


si 


G.b.zcer.b. 




i 







Da: 



'7 
18 

IP 

29 
tl 

22 

=3 
24 

25 
26 

*7 

30 



WA ARNEMINGEN 

S E P T E MB E R, 1743. 

Reg. I Adfpcft. van Mae« en Plar. 
inlyn. |gt. | uuren. 1 uuren. 



Barro- 1 Ther. | Kr. en Sr. j Luchtgcfteld- 
;neter. | mom. | der Wind. | heit. 



29. 



7 

7% 

7\ 
7\ 



10 
lil 

ia 

uï 



3c 



J4 

3§ 
%\ 

3 
3 

4 
*I 

" 2 

2 s 



»» 
ii 

il 

14 



J 4 
nï 

-2 
2 1 

Sk 

si 

-2 



53 
59 
48 

51 
56 
52 
5° 
59 
51 
53 
59 
56 
5<5 
63 
57 
53 
67 
56 

55 
60 
66 
59 
63 
58 
59 

65 
58 
56 
66 

54 
56 
64 
53 
5i 
6 7 

54 
5° 
64 
52 
55 
64 

57 



NW 

WNW 



NW 

NNW 



WNW 
ZW 
ZtW 
Z 

zzw 

ZtO 

z 

zo 
ozo 

o 

OtN 
NO 
ONO 
OtN 



JO 

10 
10 

7 
1 
2 
6 
6 



NO 

ONO 
NtO 



(o) 



OtZ 

OtN 



OZO 
ONO 2 
OtN 1 

— Co) 
- Co) 
Co) 
4 
4 
6 



wzw 
w 

ZW 



Reg. om».h. 
Zeer betrok. 
R.g.bet.reg. 
Reg. hagel 
Reg. betrok. 
Reg.omt. h. 
Regen bctr. 
Zeer betrok. 
Geh. b 



reg. 



Geheel bctr. 
Z. b.omtr.b. 
Omtr. helder 



Betr. 
Helder 



held. 



Betrokken 
Eet. geh. bet. 
Geheel betr. 

Z.b.omtr.h. 
Geh. betrok. 
Geh. b.z.b. 
Omtr.h.z.b. 
Geh. betrok. 
Zeer betrok. 
Omtr. helder 
Geheel bctr. 
Z. b.omtr.h. 
Omtr. helder 

Helder 
Betr. helder 
Helder 
Betrokken 
Omtr.helder 

Betrokken 
Helder 



17 



O JHb 



d ©x 4 l 
d ^ 

d $ 



14 



27 



icm 



s +» 



17 



2S 



io'-fc 



16 



29 



do y 



d$ 
d ? 



a 7 



^ jj u J Barometer 30 D 
Gemiddelde^ Thermometer 

't Gevallen Water 
'tUigewaelTemde 
Dagelykie kragt da: Wind ruim 



11 

59 
14 

3 



V 



Lyn. 
Gr. 
Lyn. 
Lyn. 



Dag. 



Barro- 
metcr. 



15 



3°- I 

30. 

- 11 



30. 



-4 
2i 



2§ 

I 

I 



OP ZWANENBURG. 
O C T O B E R, 1743 

Ther- Kr. en St. I Lugrsgefteld- I Reg. 
mem. der Wind. | heit» |inlyn 



Adfpeft, van Maen en Plan. 
gr. uuren | uuren. 



- I 



*l 



II 



II 



29.nl 
9§ 

^ ! 
10 

10 

11 ! 
ui 

81 
I | 

II 
2 

II 



T' 



30. I 



29.IO.I 

■ IO x| 

- 8 I 

- 8f; 

- 8Ï' 



8| 



10 



59 
64 

57 
57 
60 

52 

5i 
62 

52 
45 
57 
44 
4i 
49 
42 
40 

5i 
51 
47 
54 
5i 
49 
56 
44 
44 
56 
46 

44 
53 
48 

44 
48 

45 
45 
48 
46 

44 
53 
49 
53 

54 
48 

44 
49 
43 
40 
40 
40 



W 

WrN 
WNW 
NNW 
NNO 
NtO 
NO 
O 

ozo 

OtZ 



zo 

ONO 2 

(o) 

-(o) 

c°) 



NNO 

N 

W 
NW 
NtO 
ONO 
NNO 2 

— Co) 
ONO 1 

— 00 

- Co) 

z 2 

;WNW 6 
NNW 8 
WNW 10 
8 

4 
4 
2 
2 



N 
NW 
NtO 

NW 



WNW 

NW 

WNW 

NNW 
N 



NO 
NNW 



6 
8 
8 
8 

10 
6 
6 
6 

4 



Oratr. helder 

Betr. regen 

Helder 

Betrokken 

Ber.geh. bet. 

Omtr. helder 

Betrokken 

Z.b.omtr.h. 

Omtr.h.z.b. 

Zeer betrok. 

Geh.bet.hcl. 

Omtr.helder 

Zeer betrok. 

Reg. g. bet. 

Betrokken 

Reg. betrok. 

Hag.reg.bct. 

Regen 

Reg. betrok. 

Reg.omtr.h. 

Omtr.helder 

Betrokken 

Bet. gch.bet. 

Regen 

Regen betr. 

Betrok. 

Regen 

R.hag. z.b. 

Reg.omtr.h. 



reg. 



Helder 
Omtr. helder 
Bet. geh.bet. 
Geheel betr. 
Zeer betrok. 
Regen betr. 
Zeer betrok. 
Betrokken 
Betr. helder 
Helder 




s 
•4- 

I 

si 



Il XcPf> 



25 p 

8 v'cfO 3 



s-V 



20 



4 n 



^ 9 



2 53 
16 

14 

28 



D 



26 



9 =0» 



c/ ¥ 



<ft> 



1 2 tip d' I § Retr, 



«/?? 



Dag, 

IS 
19 



Earro- 
meter 



WAARNEMINGEN 
O C T O B E R, 1743 



Ther- 
mom. 



Kr. en St- 1 Luchtgefteld- I Reg, 
der Wind. | heit. |inlyn 



Adfpeft* van Maen en IMan. 
gr- | uuren. [ uuien. 



29.IOJI 

- I®| 

- II 

- i<if! 

- 10 

- 9 

- 7§ 

- Jï 

- 7,1 





OI| 




2 


_ 


nV 




s 4 


- 


H 


- 


H 


- 


n 


30 


• *i 


- 


t\ 




3 




4 


29 


.11 




ii| 


- 


iil 


- 


91 


- 


10 


- 


IQè 


. 


10? 


- 


io| 


- 


Hè 


- 


ui 


- 


"i 


- 


n| 


- 


11 


- 


io± 


- 


?I 


- 


81 


- 


81 


_ 


8i 


- 


tf 


- 


7è 


- 


6* 


. 


6 


- 


6| 


- 


8{ 


- 


9 


- 


91 


- 


9 



30 

47 
42 

43 

47 
41 
40 
44 
48 
46 

53 
47 
47 
4 U 
43 
44 
49 
43 
4' 
41 
39 
40 

43 

4i 
40 

43 
36 

3<ï 
39 

38 
37 
44 
38 

39 

40 
40 
40 

42 

47 
49 
49 

5° 
46 

51 
48 



O NO 1 

WtN 2 

— (°, 
NtO 1 
ZW 2 
ZO 5 
OZO 6 
ZZO 6 
WtN 4 

ZtW 2 

ONO 1 

ZZW 2 

NW 5 

WNW 8 

NW 6 

NO 6 

NtWï 

NO 2 

WZW 2 

OZO 6 

OtZ 4 

ZO 4 

4 



tL<3 



Mift 

Omtr. helder 
Reg. z. betr. 
Zeer betrok, 
l-et.geh.ber. 
Gb.orntr.h. 
Geb. betrok. 
Regen 
Reg. z. bet. 
Reg.omt. b. 
Zeer betrok. 
Omtr. helder 
Reg. geh. b. 
bet. reg.hag. 
Reg. z.betr. 
Zeer betrok. 
Orntr.h.z.b. 
Geh.ber.reg. 
Reg. z. betr. 
Geh. bet, reg. 
Geheel betr. 



ZZO 

OZO 

ZtW 

OZO 

O 



ONO 

OtN 



Ö 

OtZ 
ONO 
OZO 
ZO 
WtZ 



WNW 

WZW 

ZW 

zo 



Zeer betrok. 
Zeer bet.rcg. 
Reg. geh.be. 
Geheel betr. 
G.b.hel.nev. 
Zeer betrok. 



Z.b.omtr.b. 
Helder 



Z.b.omtr.h. 
Geh.bet.reg. 
Geheel betr. 



Geh.bet.reg. 
Mift z. betr. 
Regen mift 
Geh. b. nev. 
Reg.geh.be. 
Geheel betr. 
Zeer betrok. 
Bet. geh. bet. 



N.L 



2! 



S "l 



O -H> 
12 
24 
6 »p 
18 



12 



24 



7 X 



6 © 3 



□ 



3 v 



16 



ip 



$ Retr. 



cf 6 



o* 2* 



,-, -tj ,1 \Barrometer 29 

Gemiddelde J^, „ y 

p 1 hermometer 

! t Gevallen Water 

't Uhgewaeiïèmde 

Dagelykfe kragtderWini 



D. 



10 

3°§ 



L. 
Gr. 
L. 
L. 







OP ZWANENBURG. 




NOVEMBER, 1745. 




Dag \ Barro- 


Ther 


■ Kr. en Si 


. Lugtsgefteld- 1 Reg. 


Adfpeft. van Maen en Plan. 


1 meter. 


mom 


. der Winc 


. Heit. [inlyi 


i. gr. I uuren 


j uuren. 




29. 7§ 


49 


ZW 4 


R. natte mift 


I 




o*©!? 




I 


- 3J 


57 


WZW 6 


Mift orat. h. 




o V 


Sh 




- 10 


46 


ZW 2 


Omtr.h.mift 






cP$ 




- 9 


49 


ZO 6 


Mift g. betr. 










2 


- 8 

- 6\ 


55 

52 


6 

ZZO 6 


Mift 

Geh.b.z.bet. 




H 


<?$ 


c/©$inf. 




- 8 


5o 


ZW £ 


Mift 


T 

4 








3 


- n 

- 9Ï 


56 
46 

47 


WZW 4 
ZZO 2 
OZO 6 


Zeer betrok. 
Mift 
Omtr. beltier 




29 






4 


- 7 

- 31 


54 
48 


ZZO 6 

5 


Zeer betrok. 
Geh.bet.hel. 




13 n 


c? cT 






■ 9i 


47 


ZtO 6 


Regen mift 


I 
3 






4 e^nf. 


5 


- 9\ 


54 


6 


Omtr. helder 




28 






- 9 


5 2 


ZZO 8 


Betrokken 












- 8 


54 


6 


Geheel betr. 










6 


~ u 4 
- I0§ 

" «f 


54 

52 
50 


ZZW 6 
ZtW 6 
ZZW 2 


Zeer betrok. 
Z. b. omtr. h. 
Zeer betrok. 




'3 25 






7 


30. 
2p.Il| 

- 9% 


54 
53 

53 


Z 2 

ZO 4 

Z 6 


Bet.geh.bet. 
Betrokken 




27 


D 8 




8 


- 10 


59 


ZW 7 






11 Q. 












30. if 


52 


— (0) 


G.b.o.h.z.b. 












- 2 


46 


ZO 2 


Mift 










9 


- i| 


56 


OZO 4 






25 












29.10! 


55 


ZO 6 


Mift betrok. 












- 8S 


5° 


ZZW 6 


Omtr. helder 










10 


- 8i 


56 


WZW10 


Zeer betrok. 




9 t'P 


c/t> 






- IOJ 


5° 


WNW12 


Reg. betrok. 


I 
4 










- ȕ 


49 


WtZ 4 


Omtr. helder 










11 


- Ifflf 


53 


WZW 8 


Betrokken 




22 








- öi 


51 


12 


Geh.bet.reg. 












" 3f 


54 


- — - 10 


Regen 


o 








12 


- 31 


5i 


WcN 12 




I 


s f- 


djf 








- 5l 


48 


W 11 


Reg. betrok. 












- 6| 


48 


10 


Betrokken 










13 


- 71 


49 


WtN 12 


Zeer betrok. 




18 








- 3§ 


46 


10 


Hag.reg.ber. 


I 










- 7 


4-7 


ZW 8 


Zeer betrok. 










14 


" 4f 
- 7è 


tl 

44 

45 


WtN 6 
WNW14 


Regen 
Reg. betrok. 


3l 

i 

4 


1 ra 


c/2 


1f 




- 9§ 


43 


■ 2 


Hag.reg z.b. 


I| 




1 




15 


- 10 


47 


W 2 


ümtr.h.z.b. 




14 


^ 0i8. 


£ Dir. 




' 9 


52 


ZW 6 


Geh.bet.reg. 


« 










- 91 


53 


W 6 


Reg. geh.b. 


4 








r<? 


- Io 
' 9| 


53 

53 


6 

WZW 10 


Nev. geh. b. 
Geheel betr. 




25 







30. 



IHrtTTO 
meter. 

29.10* 

- IO| 

- 9i 

- 8| 

- •* 

- 9 

- 8! 
*ï 

e 
•I 

3 
3 

»l 

i 

2p.I0 

- ïl 

- 41 

- 3§ 

- 3j 

- 4è 

- «I 

- iöj 

- II 

1 

il 



3o. 



« 



«f 



30. 
29.nl 

■ io| 

■ 9i 

■ n 



30. 



\o\ 



WAARNEMINGEN 

NOVEMBER, 1743. 



Ther- I Kt. enSt.l I.ugtsgefteld- |Reg. 
mom. I der Wind- 1 !:eit. | in lyn. 



Adfpeft. van Maen enïlan. 
gr. | uuten | uuteo. 



38 

39 

44 
42 

4i 
45 
40 
41 
44 
40 

4 2 
45 
39 
35 
38 
38 
4i 
44 
37 
3i 
42 
40 
4i 
43 
46 

46 

47 
44 



Wt N 6 'Regen 

WiZ 6] 1— 

WZW10 
W 6 

WtN8 

10 

WNW 6 



5= 
52 
54 
5i 
49 
47 
45 
45 
39 
40 
45 
39 

45 w 
43 ZZW 



WtN 8 
NW 10 
WNW 4 

4 

5 

4 
6 

3 

10 

C 

6 



zw 

'ZZW 
I W 
ZZW 



WtN 1 
NO 2 



Reg. geh.be. 
Zeer betrok. 



Geh.b.z. b. 
Zeer betrok. 
Reg. betrok 
Hagel z. bet 
Reg. betrok 
Omtr. helder 
Reg. betrok. 
Zeer betrok. 
Geheel betr. 
Geb.bet.bet. 
Geh . b. reg. 
Betr. regen 
Bet. reg. bet. 
Betrokken 



Geheel betr. 
Helder 
Bet. geh. bet. 
Zeer betrok. 
Helder 
Helder milt 
Milt 

Mift g. betr. 

Geh. b. bet. 

O NO 4 j Geheel betr. 

4 Betrokken 



WtN 2 

W 
NO 
NO 
OtZ 
ONO 
NO 



OtZ 

ozo 



ZO 4 

Z 6 

ZtO 6 

W 10 

WNW10 

WNW 8 

ZZW 6 



Geh.b.z. bet. 
Betrokken 
Betr. helder 
Bct.geh.bet. 



Geheel betr. 
Reg. z. bet. 
Zeer betrok. 
Held.omt.h. 
Bet.geh.bet. j 

,-> ■.-! 11 J Barrometer 20 
Gemiddelde < „,■ _ y 

\ Thermometer 

't Gevallen Water 



02 



1 
* 



4- 

I 



9+> 



21 



2 yp 



14 



16 



ao 



z X 



15 



42 



D 23 



S Diiv 



11 V 



24 



8 V 






o 9 ? 



cP2 



<n 



D. 9 

47 
20 

18 

Dageïykfche kragt der Wind omir. 6 



't Uitgewaefïemde 



L. 
Gr. 
L. 
L. 



o 

pag,|Barro-|Ther- 
\ meter. | mom. 



P ZWANENBURG. 
D E C E M B E ^,1743- 

Kt. en St. I Lugtsgefteld- I Reg. j Adfpeft. van Maen en Vhn, 
der Wind. |heir. jinlyn. | gr, | uuren ] uuren 



10 
II 

12 

13 
14 

15 

16 



29- 9§ 
9 



30. l§ 
4l 



4* 



- il 

- 3| 
" 3* 

"3 | 

- 4 

- 41 

- 5 

- 5 

- 5 

- 4 

- 4 

<2* 

02 

«J 1 

" OS 

- 31 

- 3| 

: Ii 



- 3 

- Ü 

- 4* 

- 7 

- 8 

- 8| 

- 8 

- 6§ 

- 61 

- 51 
" 4f 

- 4| 

- 31 

- a| 

- 4 

- 2 

- 2 



-"4 



46 
46 

47 
44 
48 

4 1 
40 

40 

34 
38 
4 2 
40 

4i 

45 
42 

40 
40 

36 
32 
34 
45 

4i 
42 

39 
37 
41 
38 
37 
38 
43 
46 

47 
37 
32 
33 

31 

29 

30 
27 

25 
33 

28 

27 
34 
34 
34 
35 
3i 



ZW 



WcN 

WNW 4 

W 4 

WtZ 1 
ZW 4 

Z2W4 
— 6 



Reg. g. beer. 



ZZW 



ZW 

ZZW 
ZtO 
ZcW 

zzo 

ZZW 
ZW 



ZjtW 



ZW 



4 

e 

4 
4 

4 

4 
4 
5 
6 
6 



ZZW 

w 

WNW 
NNW 
-(o) 




Omtr. helder 

Helder 

Betrokken 

Mift 

Geh bet.mift 

G.b.omtr. h. 

Zeer betrok. 

Zeerb.g.bet. 

Mift geh. b. 

Geheel betr. 



Geh.bet.mift 
Mift 



Mift helder 
Helder 



Betrok, mift 
Mift 

Geh. betrok. 
Geh.bet.hel. 
Betrok, mift 
Mift 



Held 



er 



Helder mift 
Mift 



Miftgeh.bct. 

Mift 

Geh. betrok. 

Geh.bet.hel, 



22 



nu>© 2 



7 93 



22 



7 a 



S np 



19 



2 £1 



□ 
cft> 



18 



15 



2S 



II 1TL 



23 



<ƒ % 



*? 



5" 



+»</ 



17 



. 29 






<lf 



Bag. f Earro- 
I meter. 



Ther- 
mom 



WAARNEMINGEN 

DECEMBER, 1743. 

Reg 



Kt. enSt. I Lugtsgefteld- 
det Wind. heit. 



inlyn. 



Adlpeft, van Maen "en Tlan. 
gr, | uuten. | uuren. 



a8 



31 



30. 2§ 


z8 OZO 3 


- Ǥ 


34 


ZO 2 


- 2 


3 2 


ZZO 4 


- 2 1 


33 


«> 




3* 


4 


- 3 


3 r 


2 2 


- al 


3* 


ZtO 4 


- 2i 

— 2 


v 


ZtW 4 


J 4 


36 


4 


30. 


36 


6 


29'Ilt 


40 


ZZW 6 


- IO^ 


40 


6 


- IU 


43 


WtN 3 


30. ï| 


45 


4 


- 3 4 


40 


W 2 


- H 


42 


WZW 4 




46 


WcZ 6 


- 4 


43 


WtZ4 


- 4 


42 


4 


' M 


45 


\VcN4 


— 1 -~* 
04 


44 


4 


- 2} 


42 


WZW 4 


«1 


44 


ZW 4 


- I 


4i 

37 


WZW 4 


29. b| 


ZZW 6 


- S 


35 


6 


- fel 

- té 


33 
32 


ZO 2 
ONO 7 


- 4é 


34 


7 


" 5J 


34 


NO 6 


- Pi 


3° 


(o) 


- 4 


34 


ZW 4 


- 5" 


33 


ZZO 5 


_ nl 
04 


34 


£0 5 


- 31 


35 


ZZO 4 


n 3 
04 


35 


ZtW 3 


28. II 


34 


ZO 6 


- 9 


36 


OZO 4 


- los 


38 


WtZ 2 


2 9- i 


38 


W 4 


- i| 


37 


W 8 


- 7 


3° 


ONO 6 


- Hj 


3i 


NO 4 


30. 1 
l- 3i 


32 
30 


4 
N VV 2 



Helder 



Zeer betrok. 
Omtr. helder 
Zeer betrok. 



Betrokken 
Betr. helder 
Helder 
Omtr. helder 
Geh.bet.reg. 
Reg. betrok. 
Betr. helder 
Omtr. helder 
Betrokken 



Geli. betrok. 



Held. g.betr. 
Omtr- helder 
Geheel betr. 
Geh.bet.reg. 
Mift 

Rege.i mirt 
Mift reg. fri. 
Snee.'w 



Sn. geh. bet. 
Omtr. helder 
Omtr. h.z.b. 
Bet.geh.be:. 
Geh. bet. Ca. 
Geh.bet.reg. 
Geh. bet. bet. 
Sneeuw reg. 
Regen 



Geh. betrok. 
Geh. bet. fn. 
Sn. geh. bet. 
Geh.bet.oh. 



U^Wc? 



23 



n 

29 

11 



19 

2 V 

16 
1 n 

iö 

1 25 

16 



cP t; 
□ 17 

cP ¥ 



cP? 



c?0 13 
c? c? 



Sb 

Retr. 



„ .,, ,, J Barrometer 30 D. 1 Lyn. 
Gemiddelde <J Thermometer 37» G r. 

't Gevallen Water . 125 Lyn. 

'tüitgewaaflemde 2 4 Lyn. 

Dagelykfe kragr. der Wind omt. 4 




■ 



■ 









, V 'j . I ■■_ 



■■ «V 1 , 



9HH , BB 

mm , i/v 

PwB ■■ ■■■■ 

HBSS KHBBBB1 

SKI! ü I 

H I 

m 

1 m 

liili I 

m H 

Bil H H H 

WH ra H 






,C' 









w 



■ 



HM 



■1 






■■ 



SssgBSÏ ■ ■■*■■ 

EfBi SUB Ki,, I ■■■■ 

HH 

I WE 

WMÊÊÊÊi 



■■ 



H I 



»»v 






1HHHI 

ivSSssiwSSSSBai 
MÊBËÈeSB 



W 



■ 



■ 






I 



■■ ■ 



_■■ 



■1